Programma
Moldavië is het enige land in Europa dat ik nog niet bezocht heb. Ik combineer het met een aantal fascinerende buurgebieden.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats | Hotel |
| 12 mei | Middagvlucht Eindhoven – Iasi met WizzAir (2u10). | Iasi | Hampton by Hilton |
| 13 mei | Dag in Iasi. 12km gelopen langs de bezienswaardigheden. | Iasi | Hampton by Hilton |
| 14 mei | Minibus naar Chisinau om 11.30 (4u). Bezoek Historisch Museum. | Chisinau | Hotel Luna |
| 15 mei | Dagtour naar Curchi klooster, Orheiul Vecchi en Cricova wijnkelders. | Chisinau | Hotel Luna |
| 16 mei | Verkennen van Chisinau. | Chisinau | Hotel Luna |
| 17 mei | Marshrutka naar Tiraspol. Tour van 3 uur door Transnistrië. | Chisinau | Hotel Luna |
| 18 mei | Dagtocht per bus naar Odesa (7.30-24.00) | Chisinau | Hotel Luna |
| 19 mei | Ochtend nog in Chisinau. Terugvlucht met LOT via Warschau. | Thuis | Thuis |
Iasi
Iași is de derde stad qua inwonertal van Roemenië en wordt gezien als de culturele hoofdstad. Ik verblijf er twee nachten en heb een volle dag om de bezienswaardigheden te ontdekken.
Mijn hotel ligt in “brutalistisch gebied”: hoogbouw en beton hebben hier de overhand, maar het is maar een kwartiertje lopen naar het veel fraaiere historische centrum. Hier ligt een kleine stadskerk uit de 15de eeuw, die aan het eind van de 19de eeuw groots gerestaureerd is. De stijl is heel typisch voor de regio. Ernaast ligt het grote Stadspaleis.
Ik maak hier ook al meteen kennis met de informatieborden die bij elke bezienswaardigheid van Iasi blijken te staan. Uitgevoerd in het Roemeens, Engels en Frans geven ze een goede uitleg, ver boven het niveau van alleen een naambordje.
Achter dit historische terrein zijn ze een grote shoppingmall aan het bouwen. Dit ligt tegenover het brutalistische Luceafarul-theater, dat er bij in het niet gaat vallen.
Ik loop weer een stuk terug, steek de grote straat over en dan is het tijd voor de Trei Ierhahi-kerk (Kerk van de heilige Drieëenheid). Dit staat op Roemenië’s Voorlopige Lijst voor Werelderfgoed. Het dateert uit de 17de eeuw, maar is in de 19de eeuw door een Franse architect in de traditie van Viollet-le-Duc geheel herbouwd.
Het meest bijzondere is hier de buitenkant: 30 horizontale banen met uit steen gesneden sculpturen. Binnen is het donker en zijn er byzantijns aandoende gouden muurschilderingen (uit de 19de eeuw). Ook hangen er kroonluchters met kandelaars gemaakt van struisvogeleieren.
De kerk wordt, net als de andere kerken waar ik in Iasi binnen ga, volop bezocht door stadsbewoners voor een snel gebed onderweg naar het werk of de boodschappen. Deze kerk is pas sinds 1996 weer in gebruik.
Aan de overkant loop ik de autovrije winkelstraat in. Het grootste gebouw is de Metropolitaanse kathedraal. De dienst is hier zelfs buiten te horen en het is er druk. In deze buurt liggen nog meer imposante gebouwen – je kunt zien dat dit lang een belangrijke stad is geweest.
Nu is het vooral een studentenstad, met een parkeerprobleem.
Mijn wandelroute voert me dan meer in een woonwijk, een buurt met een heel andere sfeer. Ik ga hier langs bij de Armeense kerk. En de synagoge ligt er rustig bij (het is gesloten voor bezoekers). Van de omliggende joodse wijk is niks meer over. Het monument voor de deur geeft aan hoe dat komt: een lokale pogrom in 1941 doodde een derde van de joodse bevolking van de stad.
Het Golia-klooster ligt ook aan de rand van het centrum. Het is volledig ommuurd en heeft een wachttoren. Het is recentelijk ook goed gerestaureerd. Binnen in de kerk zijn muurschilderingen te zien die er uitzien als die in de aan de buitenkanten van de kloosters in de regio rond Suceava, waar ik meer dan 10 jaar geleden was.
Ik loop dan helemaal door naar het station. Onderweg zie je regelmatig Art Nouveau-gebouwen. Interessant is ook het Piata Unirii, het centrale plein. Het bordje vermeldt hier dat de communisten een aantal historische gebouwen hebben vervangen door flats en een mozaïek ter ere van de landbouw hebben aangebracht om het bourgeois karakter van het geheel naar beneden te brengen.
Het treinstation stond ook als “bezienswaardigheid” op mijn lijst, maar ik loop er vooral heen om het nabijgelegen busstation te checken. Dat blijkt een verstandige keuze, want vanaf daar vertrekken er geen bussen meer naar Chisinau (die ik morgen moet hebben). Wat zoeken brengt me uiteindelijk op het parkeerterrein van een grote Carrefour-supermarkt, waar de busjes nu staan. De luxere bussen vertrekken nu vanaf het vliegveld of een ander busstation.
Ik wandel terug richting mijn hotel – ik heb er zo’n 12 kilometer opzitten. Voor de lunch ga ik naar Mamma Mia. Dit blijkt een populair restaurant voor studenten en hun families om hun diploma’s te vieren. Ik kan nog net een plekje bemachtigen. Als gerecht kies ik voor een lokale favoriet: Mici. Dit zijn gegrilde rolletjes gehakt, met een mosterdsaus.
Moldavisch platteland
Op mijn eerste volle dag in Moldavië ga ik mee met een groepstour die me bij drie interessante plekken op het platteland zou brengen. Het verkeer in Chisinau is lastig in de ochtendspits, zeker in de diplomatenwijk waar ik verbleef. Maar uiteindelijk wisten we 11 medepassagiers te verzamelen.
Onze eerste stop is bij het Curchi-klooster. Dit ligt in de groene omgeving van het Orhei nationaal park. Van het oorspronkelijke Codri-eikenbos is nog maar weinig over in Moldavië. We zien in ieder geval nog een 350 jaar oude eik nabij het parkeerterrein.
Het klooster ligt er idyllisch bij. Het diende als psychiatrisch ziekenhuis tijdens de Sovjettijd, maar is sinds Moldavië’s onafhankelijkheid in de jaren 90 geheel gerenoveerd en weer in gebruik genomen. Op het terrein liggen vijf kerken. Hieronder zijn een zomerkerk en een (verwarmde) winterkerk die voor de ‘gewone’ gelovigen bedoeld zijn.
Van binnen is er veel goud in de aankleding. In de zomerkerk treffen we twee priesters en een feestelijk geklede familie. Onze gids vertelt dat ze een huwelijk en doopsel tegelijkertijd vieren: het kind mag niet gedoopt worden als de moeder ongetrouwd is, dus gaan ze eerst nog snel even trouwen voordat de ook aanwezige baby wordt gedoopt.
Orheiul Vechi is lange tijd de enige noemenswaardige bezienswaardigheid van Moldavië geweest. Het staat al sinds 2007 in een of andere vorm op de voorlopige lijst van werelderfgoed. Het is lastig te omschrijven wat het precies inhoudt: het is een lange, smalle heuvelrug waar door de eeuwen heen verschillende beschavingen hun sporen hebben nagelaten.
Onze eerste stop is een uitzichtpunt met uitzicht over de heuvelrug. Deze drie km lange natuurlijke formatie volgt de loop van de rivier de Răut, die uiteindelijk in de Zwarte Zee uitmondt.
Het landschap op en rond de heuvelrug bevat overblijfselen uit verschillende perioden, die teruggaan tot de Halstattcultuur (8e eeuw v.Chr.). Het zijn allemaal fragmenten, met weinig te zien, maar ze hebben er met informatieborden het beste van geprobeerd te maken. Bij de ingang van de vallei bevindt zich een gereconstrueerd deel van een verdedigingsmuur uit de 14e eeuw. Deze werd gebouwd tijdens de Mongoolse invasies. Daaronder ligt nu een klein museum met archeologische vondsten uit Orheiul Vechi. Net als in het Nationaal Historisch Museum in Chisinau, omvat de collectie onder andere fijn beschilderd keramiek van Chinese oorsprong en andere voorwerpen die door de Gouden Horde zijn meegebracht.
De bus zet ons dan af aan het einde van de heuvelrug, vanwaar we te voet een rivierpad gaan volgen. Ik kan niet zeggen dat het de moeite waard is om er een uur over te doen om er aan de andere kant weer uit te komen, maar we hebben ten minste een zonnige dag en het landschap is bij vlagen erg mooi. Er is een natuurlijke bron die verbonden is met de legendarische Stefan de Grote, die hier het Ottomaanse Rijk bestreed. In de grot rondom de bron stuiten we op een jonge slang.
De belangrijkste bezienswaardigheden onderweg zijn de kloostergrotten die in de bergkam zijn uitgegraven: er is een kleine grotkerk en hier woonden monniken in hun cellen. Ze zijn echter moeilijk te bereiken. Je kunt ze het beste van dichtbij bekijken aan het begin van het pad.
Aan het andere uiteinde klimmen we op de Butuceni-rand zelf. Hier vind je de hoofdkerk van het klooster van de Geboorte van de Maagd Maria. Net als de kerken die we eerder die dag bij het Curchi-klooster zagen, zijn deze kerken pas sinds de onafhankelijkheid van Moldavië in de jaren negentig gerestaureerd. Ze zien er gloednieuw uit en zijn rijkelijk versierd met goudverf. Ze worden actief gebruikt door zowel monniken als de lokale bevolking. Ook de zwaluwen lijken ze te verwelkomen, want er zijn veel nesten in de muren te zien.
Er zouden ook archeologische overblijfselen op de landtong moeten zijn, maar daarvan zien we niets. De ondergrondse grotkerk van Pestera is echter zeker een bezoek waard. De ingang bevindt zich onder de grote klokkentoren aan het begin van de heuvelrug: de ingang is aan de dorpskant, via een trap, waarna je je een weg door de rots baant naar de andere kant. Het is een kleine, door rook zwartgeblakerde grotkerk (een beetje zoals de in de rotsen uitgehouwen kerken van Ivanovo), met een “balkon” aan de buitenkant.
We sluiten ons bezoek af in het dorp Trebujenimet een lunch van zeama (zelfgemaakte kippennoedelsoep). Trebujeni is een stil dorp met een aantal interessante landelijke huizen typisch voor de regio.
Na de lunch vertrekken we naar de Cricova wijnkelders. Dit is een enorm populaire plek om te bezoeken, ondanks de aanzienlijke kosten van de ondergrondse rondleidingen die door de wijnmakerij zelf worden georganiseerd. We komen rond 16.00 uur aan bij een receptie vol geparkeerde auto’s. Samen met zo’n twintig andere Engelssprekenden worden we in een “treintje” gezet en meegenomen naar de koude en donkere kelders van de Cricova-wijnmakerij. Alle productie, opslag, proeverijen en verkoop vinden ondergronds plaats.
De grootste troef van Cricova is dat het de op één na grootste ondergrondse wijnmakerij ter wereld is (na een andere Moldavische, Milestii Mici), met zo’n 120 km aan ondergrondse gangen in een voormalige kalksteengroeve. Deze enorme schaal was het resultaat van Sovjet-industriële ambities, bedoeld als de “wijnkelder van de USSR”. Het grootste deel heeft de charme van een parkeergarage…
Er zijn een paar stops onderweg en ik moet zeggen dat de uitleg van de gids erg goed is. Over het algemeen is dit een pretentieloze plek en dat bevalt me. Ze vertellen gewoon op een zakelijke manier wat ze doen, zonder de glamour die vaak aan duurdere wijnen wordt toegeschreven.
Het meest interessante gedeelte is waar ze wijncollecties opslaan voor particulieren, overheden en bedrijven. Je kunt er een plek huren en ze bewaren je kostbare flessen als goudstaven onder uitstekende omstandigheden. Met twee van mijn reisgenoten, die ook uit de Lage Landen komen, proberen we Vlaamse en Nederlandse namen te spotten onder de huurders – we vinden geen Nederlanders, maar verschillende Belgische (voormalige) politici, zoals Herman van Rompuy, hebben hier wel een plek. Misschien kreeg hij het cadeau tijdens een bezoek in Europese hoedanigheid?
Toen ik mijn dagtocht boekte, wilde ik er zeker van zijn dat de wijnmakerij erbij inbegrepen was, maar de proeverij overslaan zou voor mij geen probleem zijn. Het blijkt echter dat ons arrangement van het “Expert”-type is, met een rondleiding van 130 minuten en een proeverij van maar liefst 7 soorten wijn/champagne (ter waarde van ongeveer 50 euro als je het bij de ingang van Cricova koopt). Na 3 proefglazen heb ik er genoeg van, maar ik eet me blij door de gratis schaal met hapjes. Maar weinigen in de groep drinken de volledige 7 glazen, hoewel het personeel enthousiast blijft inschenken. We hebben onze eigen proefruimte en de gids blijft duidelijke uitleg geven over wat we dronken, dus het is een succes op alle fronten.
Op de terugweg met de bus naar Chișinău stoppen we nog even bij de wijngaarden van Cricova. En wel precies op de plek waar National Geographic in het verleden ook foto’s heeft gemaakt, aldus de gids. Dus dat moeten wij ook nog even doen. Uiteindelijk zijn we om half 8 weer terug in de stad, na een volle maar goede reisdag.
Chisinau
Ik verbleef maar liefst 5 nachten in de Moldavische hoofdstad Chisinau (je spreekt het uit met een K, dus “Kisinau”). Het is een handige basis voor vervoer naar de omringende regio’s. En ik vond het een heel prettige stad. Het label van “oud en vervallen” zijn ze de afgelopen paar jaar wel kwijtgeraakt. De straten zijn vernieuwd met brede trottoirs, veel gebouwen staan nieuw in de verf. En er zijn nog altijd dat uitstekende (trolley)bussysteem en de vele parken. Het was prachtig weer tijdens mijn verblijf, dus het was ook heerlijk om op een terrasje te zitten.
Mijn eerste stop onder de bezienswaardigheden is het Nationaal Museum (Nationaal Historisch Museum). Dit zit in een prachtig paleis in de ministeries-en-ambassadeswijk, waar ook mijn hotel is.
Ik kijk er vooral uit naar resten van de Cucuteni-Trypillia beschaving, één van de oudste periodes uit de geschiedenis van wat nu Moldavië is. En inderdaad heeft het een prominente plek.
Twee dagen later doe ik een zelfgefabriceerde stadswandeling. Ik begon bij de Piata Centrala (Centrale Markt). Dit is een grote markt, meest in de open lucht en drukbezocht. Vlak ernaast ligt het centrale busstation. De bussen vertrekken buiten, maar je moet even naar binnen voor de wachtruimte: daar hangt, een beetje nonchalant, een groot en kleurrijk mozaïekpaneel uit de late Sovjetperiode.
Als je dan verder noordwaarts loopt langs Bulevardul Ștefan cel Mare, geraak je voor het eerst een beetje uit het opgefriste stadscentrum en kom je meer tussen de flats en overheidsgebouwen in de stijlen van het Stalinisme en Sovjetmodernisme terecht.
Een mooi voorbeeld is Hotelul National: een verlaten Sovjethotel. Het ligt wat achteraf van de grote straat, in een nog steeds dichtbevolkte woonbuurt. Het is zo vervallen dat het weer mooi is geworden.
Daarna loop ik weer terug, richting de wijk in de buurt van mijn hotel. Hier liggen het Nationaal Paleis en de Nationale Bibliotheek, goede voorbeelden van Sovjetmodernisme. En er is een grote Moldavische tapijtmuurschildering op een nabijgelegen verlaten sportcomplex.
Het nabijgelegen Licurici Poppentheater heeft een opmerkelijke Sovjet-reliëfgevel.
Terug aan de hoofdweg ligt het Kathedraalpark, populair op deze zaterdag. Ook zijn er activiteiten voor kinderen op de afgesloten weg ervoor. Hier ligt ook het meest kenmerkende bouwwerk van Chisinau: de Triomfboog. Deze is gebouwd in de jaren 1840 ter herdenking van de overwinning van het Russische Rijk op het Ottomaanse Rijk.
Van onder de Triomfboog kijk je uit op de Metropolitane Kathedraal. Dit is de belangrijkste orthodoxe kathedraal van de stad, herbouwd na verwoesting in de Sovjetperiode. Van dergelijke kathedralen heb ik er inmiddels genoeg gezien, dus ik ga er niet naar binnen. Vlakbij staat een ander icoon dat je zo ongeveer overal in de grensregio tussen Roemenië en Moldavië ziet: een standbeeld van Stefan de Grote.
Dan is het tijd voor lunch, en daarna ga ik nog door naar het Nationaal Museum voor Volkenkunde. Het gebouw heeft een opvallend, Oosters ontwerp. De collectie is wat rommelig, maar met goed zoeken kom je hier ook vondsten van de Cucuteni-Trypillia beschaving tegen (beeldjes, vazen). En leer je een hoop over het traditionele Moldavische dorpsleven.
Mijn voeten zijn ondertussen moe geworden. Er is nog veel meer te zien in de stad: zo is er bijvoorbeeld het Circus, een prachtig Sovjetgebouw uit 1981. We reden er gisteren op weg naar Orheiul Vechi voorbij.
Transnistrië / PMR
Vanaf het centrale busstation in Chisinau neem ik vanochtend de marshrutka naar Tiraspol. Ze zijn makkelijk te vinden en er is een loket om een kaartje te kopen. Je kunt ook een directe bus nemen naar de tweede stad, Bender.
De rit tot de “grens” duurt 1u15. Transnistrië (officiële naam: Pridnestrovische Moldavische Republiek, ofwel PMR) heeft zichzelf in 1990 onafhankelijk verklaard. Het is echter nooit door enig ander land erkend. Moldavië heeft alleen een camera op dit gebied gericht, terwijl grenswachten van de PMR vlotjes de bezoekers via een paspoortscan het land binnenlaten. Als buitenlander krijg je een papiertje mee waarop staat dat je 1 dag mag blijven.
Een halfuurtje later komen we aan bij het trein- en busstation van Tiraspol. Hier heb ik afgesproken met gids Andrej van PMR tours, die me met zijn auto in 3 uur tijd wat van het land gaat laten zien. We beginnen bij de rivier de Dnjestr, die we met het pontje moeten oversteken omdat de brug alleen voor lokale bewoners is.
Onze eerste bestemming aan de overkant is het plaatsje Chițcani. Hier bezoeken we het Cultuurhuis. Met een fors Lenin-monument voor de deur is het Cultuurhuis een goed bewaard overblijfsel uit de Sovjettijd. Elke plaats van enige omvang had zo’n cultureel centrum, waar de bewoners op communistisch-verantwoorde wijze hun vrije tijd konden doorbrengen. Er werden films vertoond en danslessen aangeboden.
Het gebouw ligt er nu rustig bij. Er is een beheerder maar we hoeven geen entree te betalen. Binnen is het socialistisch-realistische meesterwerk “Gastvrij Moldavië” te zien, uit 1968. Het bedekt de gehele achterwand van de centrale hal. Te zien zijn Moldaviërs aan het werk op het land, en een “arbeider” (te herkennen aan zijn gespierde armen) die een boek aan het lezen is.
We rijden verder naar het Chițcani-bruggenhoofd. Dit is een oorlogsmonument op een 158 meter hoge heuvel. Hier heb je een panoramisch uitzicht over het Merenești-bos, Chițcani, Tiraspol, Bender en de elektriciteitscentrale van Dnestrovsc bij de Oekraïense grens. Het monument eert vooral de Sovjet gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Iasi-Chisinau operatie van 1944. Het monument is een grote obelisk in de vorm van een bajonet.
De volgende stop is het Noul-Neamț-klooster. Dit historische kloostercomplex (opgericht in 1864) is vergelijkbaar met het Curchi-klooster dat ik eerder in Moldavië bezocht. Er staan maar liefst vier kerken op het terrein. Pas na de val van de Sovjet-Unie worden hier weer erediensten gehouden, in dit geval in het Roemeens en het Russisch.
We rijden dan door het Merenești-bos richting Bender. Dit is de tweede stad van het land. Hier maken we eerst een korte stop bij het hoofdkantoor van een elektrictiteitsmaatschappij, waar ze nog een mooie Sovjet-mozaïek boven de voordeur hebben.
De hoofdbestemming hier, misschien wel van het hele land, is het Fort van Bender. Dit indrukwekkende fort stamt uit de tijd van de Ottomaanse overheersing in het middeleeuwse vorstendom Moldavië. Het is een groot complex, er is ook een kerk en een speelterrein voor kinderen. De parkeerplaats staat vol met ook auto’s met Moldavische kentekens.
Het fort heeft torentjes rondom een grote binnenplaats. Binnen is er ook een klein museum. Aan de achterkant is er een vermeldenswaardig standbeeld van de Baron von Münchhausen. In dienst van het Russische leger was hij aanwezig bij de belegering van het fort. Ze hebben hem vereeuwigd met een buste en een reuzegrote kanonskogel, waarop hij gereden zou hebben.
Andrej zet me vervolgens weer af in Tiraspol, waar ik zelf nog een stadswandeling doe langs de belangrijkste bezienswaardigheden van de hoofdstad. Heel veel te zien is er niet, met uitzondering van een paar overheidsgebouwen in Sovjet-stijl.
#1007: Odesa
Wat is het?
Het historische centrum van Odessa is een intact voorbeeld van 19e-eeuwse Oost-Europese stedenbouw en architectuur. De ontwikkeling van de stad werd mogelijk gemaakt door haar succes als militaire en commerciële haven aan de Zwarte Zee. De snelle groei en multiculturele identiteit, te danken aan de ligging op de grens van Europa en Azië, hebben geleid tot een grote verscheidenheid aan architectuurstijlen.
Cijfer: 7,5 (Veel opvallende gebouwen in een homogene binnenstad, hoewel in laat-19e-eeuwse “neo”-stijlen die me niet zo aanspreken.)
Toegang: Ik betaalde nergens entree. Mijn privé-wandeltour van 2 uur met een gids kostte 38 EUR.
Hoeveel tijd: Ik was er 5 uur, maar een volle dag was beter geweest.
Opvallend: Ik bezoek de stad tijdens een dagtrip met het openbaar vervoer vanuit Chisinau. In de stad maak ik eerst een privéwandeling van twee uur met een lokale gids en breng de rest van mijn vijf uur daar zelfstandig door.
We beginnen de rondleiding op het Sobornaplein bij de herbouwde Transfiguratiekathedraal. Dit ligt in het winkel- en restaurantgebied van Odessa. Hier vinden we ook een prachtig voorbeeld van de karakteristieke architectuur: de Passage van Odessa, een 19e-eeuwse winkelgalerij zoals je die ook in andere Europese steden zoals Brussel en Napels vindt. In Odessa is de galerij ingericht in een eclectische stijl, een mix van neoclassicisme, neobarok en art nouveau. Dit betekent veel “overbodige” ornamenten.
Een imposant gebouw in de buurt is het voormalige Grand Moscow Hotel. Functionele gebouwen van drie verdiepingen uit de 19e eeuw, zoals deze, zijn er in overvloed langs de straten in het historische stadscentrum, afgewisseld met enkele stalinistische en brutalistische gebouwen en hier en daar een lelijke constructie uit de jaren 90.
Over het algemeen is het stadsbeeld vrij harmonieus, mede doordat volledige reconstructies vaak zo zijn uitgevoerd dat ze lijken op (of een pastiche zijn van) hun voorgangers. Het Mayurov-huis aan het Griekse plein is daar een goed voorbeeld van. Hoewel het verhaal van het werelderfgoed zich richt op het multiculturele erfgoed van de stad, wordt dit niet echt weerspiegeld in de architectuur (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Lviv): de rijke Grieks/Joods/Armeens/Poolse kooplieden van Odessa deelden een kosmopolitische burgerlijke cultuur en gaven allemaal de voorkeur aan dezelfde prestigieuze Europese stijlen.
Het stadhuis is een van de meest “mediterrane” gebouwen. Het werd ontworpen in een strikte neoklassieke stijl door de Italiaanse architect Francesco Boffo, die meer dan 30 gebouwen in het 19e-eeuwse Odessa achterliet. Het is hier dat politieke demonstraties vaak beginnen.
Mijn blik dwaalt echter af naar een enorm reclamebord ervoor dat dienst doet als plaquette van het Werelderfgoed. Bovendien toont het een kaart van de kernzone. Mijn gids noemt het “Russisch Odessa”: de grenzen zijn die van de geplande stad uit 1819.
Later, als ik thuis wat extra onderzoek doe, ontdek ik dat de “plaquette” het standbeeld van Alexander Poesjkin verbergt! Omdat het standbeeld een doelwit is van dekolonisatieprotestanten, wil het stadsbestuur het niet volledig verwijderen, deels om de integriteit van het Werelderfgoedgebied te behouden (het standbeeld staat ook nog eens op een fontein, die niet zo makkelijk te demonteren is). Als compromis hebben ze het monument ingekaderd met houten en multiplex panelen.
Het meest pijnlijke gebied is tegenwoordig de visuele as Haven – Potemkin-trap – Prymorskyi Boulevard – voormalig Catharinaplein. De haven zelf ligt buiten de kernzone en is nu ontoegankelijk. Maar vanuit het havengebied, waar je via de trap omhoog kijkt naar de twee belangrijkste halfronde gebouwen aan de Prymorskyi Boulevard, zou je het standbeeld van Catharina de Grote op “haar” plein aan het einde hebben gezien.
De Potemkin-trap ziet er in werkelijkheid minder imposant uit dan in de film, maar hij staat er nog steeds in volle glorie en je kunt helemaal tot aan de voet afdalen. Bovenaan staat het bizarre standbeeld van de hertog van Richelieu (voormalig gouverneur van Odessa onder tsaar Alexander I), dat niet echt op een 19e-eeuwse Fransman lijkt, maar meer op Julius Caesar. Dit standbeeld, in tegenstelling tot veel andere in de stad, wordt als waardevol beschouwd en is daarom volledig ingepakt in beschermende lagen.
De aangrenzende Yevropeiska-straat opent zich met meer monumentale gebouwen, waarvan er één nu een McDonald’s huisvest. Toch is dit een toplocatie, net als de zijstraten met kleinere woningen. In een van die straten staat het bizarre Flat House.
De Yevropeiska-straat eindigt op het gelijknamige plein, waar het monument “Stichters van Odessa” werd verwijderd als onderdeel van de De-Russificatiecampagne van 2022. Het plein was echter al geruime tijd daarvoor een doelwit van anti-Russische demonstranten.
Tijdens mijn eigen ronddwalingen later ga ik op zoek naar het Faltz-Fein-huis – een art nouveau-gebouw dat bekend staat om zijn sculptuur van twee Atlanten die de wereldbol op hun schouders dragen. Het ligt in een prachtige woonwijk met diverse andere gebouwen in de weelderige, eclectische “Odesa”-stijl. In deze buurt bevindt zich ook het Shah-paleis, een kasteelachtig gebouw waar de verbannen 6e sjah van Perzië van 1909 tot 1917 woonde.
Over het algemeen had ik graag wat meer tijd ter plaatse doorgebracht om de straten te verkennen door er gewoon rond te slenteren; een hele dag zou hier zeker mee gevuld kunnen worden. Het beschermde gebied is niet enorm, maar de meest interessante bezienswaardigheden zijn de “gewone” gebouwen uit de 19e eeuw, zoals appartementencomplexen, meer dan een paar individuele, imposante monumenten.
Praktische info
Vervoer
Ik vloog heen met Wizz Air vanuit Eindhoven naar Iași. Een volle vlucht, maar keurig op tijd.

Vanaf het vliegveld van Iași gaat de snelle bus 50 elk half uur voor 4 leu (0,80 EUR) naar het centrum. Er staan ook minibussen te wachten voor trips naar Chisinau and Balti in Moldavië.
Tussen Iași en Chișinău gebruikte ik de minibus van SVS.md. Ze staan hier geparkeerd op de parkeerplaats van de grote Carrefour niet ver van het treinstation (foto onder), maar ik stapte op bij het vliegveld. De zuivere rijtijd is ongeveer 2,5 uur, maar de grensovergang kostte ook nog een uur. Aan de Roemeense zijde konden we in de bus blijven zitten, terwijl de grenswacht de paspoorten ophaalde. Aan de Moldavische zijde moest de bagage door de scanner.

Tussen Chisinau en Odesa nam ik de GalTrans-bus. Het is een moderne touringcar die vele malen per dag de route aflegt. Ik vertrok van het Gara de Nord station in Chisinau, maar de bus stopt ook bij het vliegveld (en gaat daar een tijdje wachten). Dus het zou wat sneller zijn geweest om bij het vliegveld op te stappen. Een retourticket kostte 35 EUR.
Op de heenweg zaten er maar weinig mensen aan boord, zo’n 15-20. We waren dan ook snel over de grens, in een kwartiertje. Het is een gedeelde grenspost, dus de Oekraïeners en Moldaviërs werken samen. De Moldaviërs nemen aan boord de paspoorten in om ze door de scanner te halen, de Oekraïners doorzoeken de openingen van de bus op zoek naar smokkelwaar. Op de heenweg duurde dat 15 minuten, op de terugweg 60 omdat er veel meer passagiers aan boord waren en er 2 voor nadere controle moesten. De totale reistijd was in beide gevallen 5,5 uur.

Terug naar Nederland vloog ik van Chisinau naar Amsterdam met LOT, met een overstap in Warschau. Het vliegveld van Chisinau is een moderne mix van culturen, met veel lowcostmaatschappijen. Het is op het moment hét vliegveld voor Oekraïeners uit het Zuiden.
Overnachtingen
Hampton by Hilton, Iași: groot zakenhotel nabij het centrum maar niet er middenin. Faciliteiten (pin, supermarkt) op een paar minuten lopen. Degelijk ontbijtbuffet. 86 EUR inclusief ontbijt.

Hotel Luna, Chisinau: keurig hotel in een chique buurt. Receptie open 24 uur per dag, Engelssprekend, kamer dagelijks schoongemaakt. 64 EUR inclusief goed ontbijt.

Eten
Het was alweer een tijd geleden dat mijn hotel een ontbijt inclusief had. Hier was dat gelukkig prima geregeld. Voornamelijk continentaal, maar ik houd toch niet van een warm ontbijt.

In Chisinau is de keten La Placinte een aanrader: er zijn vele vestigingen verspreid over de stad. Allemaal leuk, fris aangekleed. Ze hebben een menu met plaatjes om de ruime keuze te vergemakkelijken. Ze hebben zowel lokale favorieten als wat meer algemene internationale gerechten. De keuken in de hele Roemeens-Moldavische grensregio is dezelfde.

Kosten
Het was een goedkoop reisje; zeker het openbaar vervoer en eten kosten niet veel. De wat hogere kosten lagen bij de tours die ik deed: deze zijn verdisconteerd in de post Overig.
De kosten, gedeeld door 7 nachten en exclusief internationale vluchten, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| 3 landen | 137 EUR | 73 EUR | 15 EUR | 10 EUR | 39 EUR |




































Leave a comment