Programma
Op deze korte zomertrip combineer ik het nieuwe werelderfgoed aan de Franse kanaalkust met de Britse Kanaaleilanden Guernsey en Jersey.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats |
| 13 aug | Middagvlucht Schiphol – Rennes met KLM (1u). Auto ophalen en door naar Bayeux (2u). | Bayeux |
| 14 aug | Vanaf de vroege ochtend werelderfgoed D-Day Stranden. Terugrijden naar Rennes en per trein door naar Saint-Malo. | Saint-Malo |
| 15 aug | Veerboot in de ochtend naar Guernsey. Bezoek St. Peter Port met Cornet Castle, en Saumarez Park. | St. Peter Port |
| 16 aug | Veerboot in de ochtend naar Jersey. Bezoek aan St. Aubin en wandeling naar Battery Lothringen. | Saint Helier |
| 17 aug | Met de bus naar La Hougue Bie, lopen naar Mont Orgueil Castle, en met de bus terug naar Saint Helier voor het Maritiem Museum. | Saint Helier |
| 18 aug | Vlucht Jersey – Schiphol | Thuis |
#1023: D-Day stranden
Wat is het?
De stranden van de D-Day-landingen staan symbool voor de gezamenlijke inspanningen van de geallieerde landen om Europa van de nazi-bezetting te bevrijden. Het gebied omvat alle vijf de stranden waar op 6 juni 1944 de landingsoperaties plaatsvonden, inclusief de watergebieden voor de kust van deze stranden.
Cijfer: 1 (Het had gewoon geen werelderfgoed moeten worden, omdat de onderbouwing ontbreekt.)
Toegang: De stranden zijn gratis, het parkeren meestal ook. Alleen voor het Juno Beach Center betaalde ik 9 EUR.
Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 6 uur.
Opvallend: Ik koos een “Franse”, een “Canadese” en een “Duitse” locatie om een goed beeld van deze site te krijgen. Ik begon in Bayeux, waar ik al eerder was geweest, voor het bekende Tapijt. De zeven beschermde landingsstranden liggen vrij ver uit elkaar, dus onderschat de reistijden niet.
Vroeg in de ochtend reed ik naar Sword Beach voor de Franse ervaring. Ik arriveerde om 7.30 uur op een uitgestrekt strand met veel hardlopers en mensen die hun honden uitlieten. Ik parkeerde bij La Flamme, het Franse nationale D-Day-monument. Het is een eenvoudig monument in de vorm van een vlam. Er staat 1944 op, maar verder geen uitleg, wat een voorbode bleek te zijn van wat me te wachten stond toen ik westwaarts langs de promenade liep.
Wat je herinnert aan wat hier gebeurde, zijn de levensgrote foto’s van bejaarde veteranen die langs de route zijn geplaatst. Op het strand zelf zag ik mensen met metaaldetectoren en een man die doedelzak speelde – waarschijnlijk ter ere van Piper Bill Millin (“vooral bekend omdat hij doedelzak speelde onder vuur tijdens de D-Day-landing in Normandië”). Hij heeft een standbeeld gekregen. Alles is hier verder heel ingetogen en sereen.
Mijn volgende stop, een half uur rijden verderop, was het Juno Beach Center. Dit is het belangrijkste Canadese museum over D-Day en de Tweede Wereldoorlog. Het is gevestigd in een groot, modern gebouw in de vorm van een esdoornblad, bijna direct aan het strand. De omgeving is bezaaid met Duitse bunkers en een paar Canadese gedenktekens.
Ik kwam voor het museum, om te zien welk verhaal ze hier vertellen over D-Day en zijn gevolgen. Er is een vaste route door de tentoonstellingen, die begint en eindigt met een video. Je koopt het kaartje trouwens in de souvenirwinkel, waarvan het bestaan al een voorbode was van wat komen zou. De video’s bevatten veel schietpartijen en andere filmachtige oorlogsactie. Het geheel staat duidelijk onder toezicht van de propaganda-afdeling van het Canadese Ministerie van Defensie. Het verhaal is erg simplistisch en hoewel het een paar Canadese eigenaardigheden belicht (zoals de Frans-Canadezen die Canada’s betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog zagen als een ongewenste verplichting jegens een ver Brits Rijk), is er weinig aandacht voor mensen van niet-Canadese afkomst (zoals Franse burgers) of voor de nasleep van de oorlog.
Tot slot ging ik op zoek naar geschikte “Duitse” onderdelen, in de vorm van delen van de Atlantische Muur. Ik bezocht eerst WN 65 (Widerstandsnest 65) vlakbij Omaha Beach. Dit is een grote betonnen bunker aan het einde van een kronkelende weg, gebouwd op een uitstekende strategische positie tegen een hellende heuvel. De enige informatie die er tegenwoordig nog te vinden is, is een plaquette ter nagedachtenis aan de Amerikaanse infanteristen die deze post innamen op de ochtend van D-Day.
Vervolgens ging ik naar Pointe du Hoc voor een korte, spontane ontmoeting met mijn mede-werelderfgoedreiziger Jakob. Pointe du Hoc is een kliftop waar een enorme Duitse artilleriebatterij stond, ingebed in verschillende betonnen kazematten. Dit is een erg populaire plek; de parkeerplaats was bomvol toen ik rond het middaguur aankwam en er stonden rijen om de ondergrondse gedeelten van de kazematten te betreden. Het is waarschijnlijk de werelderfgoedcomponent met de meeste bezienswaardigheden en waar je ook met kinderen naartoe kunt.
Het hele gebied is momenteel volledig verstoken van enige toelichtende informatie. De locatie wordt gerestaureerd, dus ik hoop dat het bezoekerscentrum die leemte zal opvullen.
Saint Malo
Mijn bezoek aan Saint-Malo duurde slechts een avond en een nacht, nadat ik in de late namiddag per trein arriveerde uit Rennes. Ik had mijn hotel uitgezocht dicht bij de haven voor de veerboot van morgen, dus het was nog een stukje verder wandelen naar het historische centrum. Deze is bereikbaar via een brug en is als een citadel volledig ommuurd. Het is mooi, maar ook supertoeristisch. Ik hield het na een korte wandeling door de straten maar bij een diner op een terras.
Guernsey
Na twee uur varen en een uur tijdsverschil arriveerde de veerboot uit Saint-Malo rond 10 uur in de haven van St. Peter Port op Guernsey. De hoofdstad heeft een schitterende ligging tussen het water en tegen een heuvel. Het heeft ook een nogal chique uitstraling, het deed me een beetje denken aan Bermuda.
Ik liep eerst maar een rondje door het centrum, dat is verfraaid met veel bloemen en palmbomen. De auto’s (vele luxe) dragen hier de aanduiding GBG: Great Britain Guernsey.
Aan de rand van het centrum ligt Castle Cornet. Vroeger was dit een eiland, maar nu kun je er via een balustrade naar toe lopen. Ik betaalde de entree en wachtte even tot er een gratis rondleiding startte om half 11. Ik hoopte daarmee wat meer te horen over de geschiedenis van Guernsey, en dat bleek terecht.
Wat ik fascinerend vind is hoe lang het eiland al bewoond is: de Romeinen bijvoorbeeld bezochten de haven al in het kader van hun handel. Het kasteel breidde zich vanaf de middeleeuwen steeds verder uit. Het is een stevige vesting, waar een Brits garnizoen verbleef. Vanaf de achterzijde heb je uitzicht op alle Kanaaleilanden. Opvallend zijn ook de tuinen binnen de vestingmuren.
Voor lunch streek ik neer in een van de vele restaurants aan de haven. Ik at er Fish&Chips met mes en vork en voor 22 EUR – nog steeds een van de goedkopere opties op het eiland.
In de middag wilde ik ook nog iets zien van de rest van het eiland. Ik pakte de bus naar Saumarez Park. Niet de beste keus achteraf gezien, aangezien door de aanhoudende droogte de tuinen en het gras er slecht bijlagen. Er zou ook een wandelroute moeten zijn, maar die kon ik niet vinden.
Jersey
De volgende dag stond er weer een vroege veerboot op het programma. Naar Jersey is het maar 1 uur en 20 minuten. Het is niet druk op de boot, verre van vol. Onderweg passeerden we nog 2 kleine dolfijnen.
De eerste indruk van Jersey’s hoofdstad Saint Helier is zeker niet zo goed als die van zijn evenknie op Guernsey. Vanaf de veerboot is het een saaie wandeling over het haventerrein, tot je arriveert in het typisch “Engelse” centrum.
Ik had er al snel genoeg van, en pakte de bus langs de kust oostwaarts naar St. Aubin. Vanaf de veerboot had ik een interessante xx gezien. Het is 3.8km lopen – goed te doen, maar je loopt wel grotendeels over een weg waarop ook auto’s rijden. Alleen in het begin is er een steile klim.
De meeste bunkers hier dateren uit de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers Jersey en de andere Kanaaleilanden bezet hielden. Maar er zijn ook forten uit andere tijden, zoals de Napoleontische Oorlogen.
Het is een prettig kalme plek om een tijdje rond te lopen. Er zijn ook bankjes om uit te rusten van de wandeling. De uitzichten langs de kust zijn de moeite waard.
De volgende ochtend stapte ik op bus 13 naar La Hougue Bie, om daar op het openingsuur van 10 uur aan te komen. La Hougue Bie is een meerlaagse “attractie”: resten uit de Tweede Wereldoorlog, een kerkje uit de Middeleeuwen, een museum dat een gevonden Keltische muntenschat toont. Maar eerst en vooral is er het neolithische ganggraf dat werd gebouwd omstreeks 3500 – 4000 v.Chr.
Het graf is “verborgen” onder een gigantische aarden heuvel (met op de top het kerkje). Na restauratie zijn de grafkamers toegankelijk, via de originele ingang met grote rechtopstaande megalithische stenen.
Ik verbleef er net 5 minuten te lang, dus miste bus 13 die verder rijdt naar het kasteel Mont Orgueil. Het is maar 50 minuten lopen, dus dat doe ik dan maar hoewel er vrij veel verkeer is op de smalle weg.
Orgueil is de evenknie van Cornet dat ik op Guernsey al bezocht. Dus hier ging ik niet meer naar binnen, en deed het met wat vergezichten.
Er kwam al snel weer een bus langs die me terug naar Saint Helier bracht. Hier had ik nog het Maritiem Museum op mijn lijstje staan. Het is een wat rommelige maar grote verzameling van spullen. Je ziet er van alles wat je in een vissershaven zoal vindt, maar tegenwoordig is de visserij vanaf Jersey niet meer zo actief.
In een separaat deel van het gebouw vind je het Occupation Tapestry. Dit is een groot geborduurd tapijt uit 1995 waar alle gemeentes van Jersey aan hebben bijgedragen. Het vertelt het verhaal van het eiland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Praktische info
Vervoer
Ik vloog heen met KLM naar Rennes, en terug vanaf Jersey, een nieuwe zomerbestemming voor KLM. Beide zijn kleine, regionale vliegvelden.
Van Saint-Malo naar Guernsey en van Guernsey naar Jersey ging ik met de veerboot. Je kunt ook vliegen, maar dit gaat sneller en is goedkoper. Ik boekte al een maand of zo vooraf, maar met name voor passagiers zonder auto was er nog voldoende plaats. Naar Guernsey duurt het 2 uur, naar Jersey 1 uur. De laatste was met een kleinere boot waarop geen auto’s meekonden.

Zowel op Guernsey als op Jersey is er een uitstekend bussysteem. Je betaalt gewoon door in te checken met je creditcard. De bussen rijden elke 30-60 minuten naar diverse plekken op de eilanden vanaf de centrale busstations in beide hoofdsteden.
Overnachtingen
Ibis Budget, Bayeux: op een industrieterrein, pal aan de snelweg. Typische IBIS kamer, met airco. 98 EUR inclusief ontbijt.

Hotel Ar Terra Nova, Saint-Malo: simpel, verouderd hotel, op een kwartiertje lopen van de ferryterminal. 140 EUR.

Pandora Hotel, St. Peter Port (Guernsey): net hotel in de bovenstad. 126 EUR inclusief ontbijtpakket voor op de veerboot.

Runnymede Court Hotel, St Helier (Jersey): groot, traditioneel Engels hotel. Kan dit nog in 2026? Warme kamers door de vele zon. Geen airco. Oud bed. Matig ontbijt inclusief slechte koffie. 179 EUR inclusief ontbijt.

Eten
Ik was tevreden met enkele favorieten: moules frites, fish & chips en Brits-Indiaas.

Kosten
De Kanaaleilanden zijn duur en het was ook hoogseizoen, dus het was al met al nogal prijzig. Vooral de hotels hakken er flink in en maakten de hoge prijzen niet waar (ik verlangde al snel terug naar mijn IBIS-kamertje in Bayeux).
De kosten, gedeeld door 5 nachten en exclusief internationale vluchten, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| 2 landen | 260 EUR | 144 EUR | 40 EUR | 64 EUR | 12 EUR |

















Leave a comment