- Programma
- #946: Banc d’Arguin
- Nouadhibou
- Ben Amera
- Atar
- Richat
- #947: Ksour
- Op de thee
- Mheirith en Tergit
- Nouakchott
- Praktische info
Programma
Als start van het reisschema in 2025 ga ik naar West-Afrika. Deze reis voert mij naar Senegal & Gambia, maar eerst naar Mauritanië. Dit woestijnland ‘doe’ ik met een 10-daagse groepsreis van Native Eye.

Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats | Hotel |
| 29 dec | Vlucht Parijs – Nouakchott met AirFrance (10.30-14.45). | Nouakchott | Hotel Sunset |
| 30 dec | Vissersdorp Iwik en Banc d’Arguin NP (WE1) aan de Atlantische Kust. | Banc d’Arguin | Hotel |
| 31 dec | Havenstad Nouadhibou en Cap Blanc met z’n stranden en ruige kustlijn. | Cap Blanc | Hotel Sahel |
| 1 jan | De woestijn in, naar de hoge monoliet Ben Amera. | Ben Amera | Kamperen |
| 2 jan | Rit door de Adrar, met oases, rotstekeningen en zandduinen. | Atar | Caravannes Hotel |
| 3 jan | Via de krater Guelb er Richat naar de historische karavaanstad Ouadane (WE2). | Ouadane | Pension |
| 4 jan | Via de oase Tenewchert naar Chinguetti, een van de meest interessante plaatsen in de Sahara en een Islamitische heilige stad. | Chinguetti | Pension |
| 5 jan | Woestijnrit, met oases, dadelpalmplantages en de Witte Vallei. | Tergit | Kamp |
| 6 jan | Relaxen in de oase van Tergit. | Tergit | Kamp |
| 7 jan | Terug naar de hoofdstad Nouakchott en stadstour aldaar. Vlucht naar Dakar in de avond. | Dakar (Senegal) |
#946: Banc d’Arguin
Wat is het?
De Banc d’Arguin is een kustgebied rijk aan biodiversiteit door opwellend mineraalrijk water uit de Atlantische Oceaan. Vogels vinden hier op zandbanken en in de draslanden een plek om te nestelen of te overwinteren als het in Europa te koud wordt.
Cijfer: 6 (De vogels zitten meest ver van de kust, dus die zie je niet zoveel. Toch is ook het landschap fascinerend.)
Toegang: Het bezoek was onderdeel van mijn tour dus ik heb geen idee van de toegangsprijs.
Hoeveel tijd: We verbleven ruim een dag in het park, meest al rijdend langs de kust.
Opvallend: We naderden het park vanuit het zuiden, 2,5 uur rijden vanuit de hoofdstad Nouakchott. Dit gaat grotendeels over een goede geasfalteerde weg, waar onze chauffeurs zelfs 130 km/u haalden. Het omringende landschap is monotoon en vlak, opgefleurd door een enkele dromedaris.
We maakten onze eerste stop bij Mamghar, een van de zeven vissersdorpjes in het park. De geur van vis is allesoverheersend hier: de mensen laten hun schoongemaakte vis drogen over de omheiningen voor de geiten.
Aan de rand van het plaatsje kun je de zeeoever oplopen en vogelkolonies observeren die daar hun nest- of rustplek hebben gevonden. We zagen twee zandbanken vlak voor de kust, volledig bedekt met verschillende soorten vogels, waaronder pelikanen.
Iets meer landinwaarts zijn er meren omgeven door groene struiken (een zeldzame verschijning hier in de woestijn) en er is zelfs een vogelhut. Het was een prima kort bezoek, maar als je een serieuze vogelaar bent, moet je echt meer tijd voor dit park inplannen – je kunt bijvoorbeeld een boottocht maken van een hele dag naar zandbanken verder op zee.
Na een uur reden we door naar het noorden, via de grote strandweg en soms een beetje afwijkend door de duinen. Het waait erg langs de kust en de wind heeft schelpenhopen en fijn gesneden zandduinen gecreëerd.
We overnachtten in een permanent kamp bij Iwik. De leefomstandigheden in dit vissersdorpje, opgebouwd uit zeecontainers en scheve houten hutten, lijken erg zwaar; het wordt hier erg warm en er zijn nauwelijks voorzieningen. We konden echter wel het werk van de vissers bewonderen, die hun grote houten zeilschepen klaarmaakten voor een nieuwe ochtend op zee.
De volgende dag reden we nog 1,5 uur naar de noordelijke uitgang van het park. In dit deel kun je de zandbanken voor de kust duidelijk zien – ze lijken een beetje op ijsbergen die voorbijdrijven in de oceaan (zie foto hieronder, het witte streepje in de verte); voor mij is dit het meest karakteristieke beeld van dit werelderfgoed.
Nouadhibou
Nouadhibou is de tweede stad van Mauritanië en de economische hoofdstad. Het is een grote zeehaven en het is hier dat de fameuze spoorlijn eindigt die ijzererts uit het noordoosten van het land haalt.
We komen er in de middag aan en bezoeken – na een siësta in het hotel – eerst de lokale markt. Deze is half-overdekt en erg rommelig. Er zijn veel praktische spullen te koop zoals bezems en allerlei smeersels voor huidverzorging voor de dames.
Er ontstaat bij vertrek nog een opstootje, omdat een man één van de groepsgenoten ervan verdenkt stiekem een foto van hem te hebben gemaakt (wat niet waar was). Het leidt tot veel discussie met de gids en chauffeurs en een geïnteresseerde menigte eromheen.
Daarna rijden we naar Cap Blanc, een ‘satellietlocatie’ van Banc d’Arguin NP. Dit zou ook onderdeel van het werelderfgoed hebben moeten zijn, maar dat ging niet door vanwege grensproblemen. Het omvat alleen het Mauritaanse deel van het schiereiland dat uitsteekt in de oceaan vanaf de stad Nouadhibou. De rest van het schiereiland is onder controle van de Westelijke Sahara/Marokko.
Je moet door het zeer drukke havengebied rijden om er te komen. Net op het puntje is er een natuurreservaat, niet veel meer dan een klein maar mooi strand vanwaar we de zonsondergang aanschouwen.
De trots van Cap Blanc was een kolonie zeldzame monniksrobben, maar ze zijn allemaal – op 1 of 2 na die nog af en toe langskomen – gemigreerd naar de Westelijke Sahara-kant van het schiereiland, omdat het daar veel rustiger is. Het kleine bezoekerscentrum heeft nog volop informatie over deze groot uitgevallen zeehonden.
Ben Amera
We vertrekken om 8 uur, maar er moet bij het verlaten van de stad nog veel papierwerk worden verricht dus pas na 9 uur zijn we echt op pad. Er zijn permits nodig om onze volgende bestemmingen te bezoeken en die worden bij controlepunten onderweg door de politie gecontroleerd.
Ik deel ‘mijn’ auto met twee leeftijdgenotes uit Zuid-Afrika en Engeland, en een chauffeur die niet veel emotie toont maar off-road kan rijden als de beste. Opeens merkt hij op “Trein!”. En inderdaad, in de verte zien we de ellenlange ijzerertstrein aan komen rammelen. De chauffeur bedenkt zich geen seconde, draait de asfaltweg af om met volle vaart door het zand precies voor de rails te stoppen als de locomotief daar aankomt.
Wat volgt is een saaie rit langs eindeloze kale vlaktes. We zien nog een keer een trein (ze gaan tot 4x per dag). In de dorpjes hergebruiken ze de afgedankte rails om er omheiningen voor de geiten van te maken.
Het landschap is zo leeg dat we nergens een gelegenheid vinden om te stoppen voor lunch. Uiteindelijk vind de gids in een verlaten uitziend, half door zand overwoekerd spoorwegdorpje een bereidwillige bewoner die een kamer van zijn huis tijdelijk wil afstaan.
Zelfs een toiletbezoek is hier een probleem. Onderweg kwamen we al geen struiken tegen, in het plaatsje is er ook niks. Eén van de chauffeurs rijdt ons naar een stel rotsen buitenaf.
In de namiddag duikt dan voor het eerst de Ben Amera op, ‘s werelds op één nog grootste monoliet na Uluru in Australië. Het is net of je bij de piramides arriveert met deze plotselingen pieken oprijzend uit het zand.
We bezoeken eerst de zusterberg Ben Aicha, die een aantal jaar geleden verfraaid/verminkt is door een kunstproject.
Tegen vijven komen we dan bij Ben Amera. We rijden er eerst een rondje omheen. Want wat blijkt: we zijn al een tijdje de derde van onze drie jeeps uit het zicht verloren. Ze zouden moeten verzamelen bij de Ben Amera om hier het kamp voor vannacht op te zetten. Maar: geen Ibrahim en zijn 3 passagiers!
De andere chauffeurs maken zich zorgen en gaan uiteindelijk op zoek, ons achterlatend bij een fraai semi-permanent kamp (zie foto hieronder) bewoond door Fransen. Er is ook geen telefoonbereik hier, dus het zoeken is lastig. Uiteindelijk vinden ze hem bij het plaatsje Ben Amera, waar hij al die tijd heeft staan wachten (en zelfs slapen!) niet denkend dat hij weleens fout zo kunnen zijn.
Als de hele groep weer compleet is moeten we nog 8 tenten opzetten, en het is inmiddels donker geworden. De wind, de kwaliteit van de tentjes en de kampeerkwaliteiten van de chauffeurs werken niet echt mee, maar gelukkig zit er nog genoeg expertise onder de groepsgenoten zodat uiteindelijk iedereen die dat wil een eigen tent heeft. De twee oudsten gaan de nacht doorbrengen in de auto.
Er is zelfs nog een grotere tent opgezet waar de chauffeurs gaan slapen en de verloren zoon Ibrahim een avondmaaltijd voor ons kookt. Het dagelijkse ‘praatje na het eten’ van de gids over de Mauritaanse cultuur gaat vandaag over het gedwongen voeden van meisjes zodat ze opgroeien tot dikke vrouwen. Ze krijgen dagelijks wel 5 liter aan melk en couscous toegediend. In de armere en afgelegen delen van het land gebeurt dit nog steeds.
Atar
Bij het opstaan merk je pas hoe koud het hier in de nacht en de vroege ochtend is. Je hebt echt wel een dikke slaapzak en een jas nodig.
We rijden vandaag langs meer dramatische rotsformaties, het begin van de regio Adrar. Een groot deel van de route naar de stad Atar is verhard. We moeten zelfs een echte bergpas over, met haarspeldbochten.
We zien ook de eerste dadelpalmen opdoemen en vriendelijke dorpjes met huizen met rieten daken. We lunchen in een auberge in het centrum van Atar, waar we ook de markt bezoeken. Onze eigen overnachtingsplek ligt net buiten de stad nabij Azougui.
Azougui is nu een klein dorpje aan de voet van een vallei. Hier ligt een bescheiden archeologische vindplaats die dateert uit de vroege Almohaviden (11e eeuw). Het lijkt op het programma te staan van elke tour door Mauritanië, dus brachten wij er ook een kort bezoek in de late namiddag. Degenen die later bekend werden als de Almohaviden kozen een zeer mooie omgeving, aan de voet van de bergen. Hun dadelpalmbossen domineren nog steeds het landschap.
De belangrijkste vindplaats ligt in een ommuurd en afgesloten complex, waarvan de sleutel kan worden opgehaald in het witte gebouw aan de overkant van de straat. Het terrein is dus beveiligd en niet besmeurd met afval of graffiti. Het is ongeveer zo groot als een voetbalveld, gevuld met stenen funderingen van verschillende structuren (sommige zijn mogelijk vrij recent ingestort). Het grootste probleem is echter dat de opgravingen op een bepaald moment lijken te zijn gestopt en er geen plannen zijn om ze te hervatten (No Money!). Er is dus geen informatie op de site zelf aanwezig.
De Mauritaanse versie van de geschiedenis (ook verteld door onze gids) is dat het rijk van de Almohaviden hier vandaan komt. Ze controleerden een gebied dat zich uitstrekte van Spanje tot Senegal en waren verantwoordelijk voor de islamisering van de westelijke Maghreb. De Mauritaanse proto-Almohaviden keerden terug naar dit fort/paleis in Azougui nadat zij en andere samenwerkende groeperingen hielpen de islam te verspreiden over de bredere regio en Marrakech stichtten.
De site werd in 2005 een keer voorgedragen als werelderfgoed, maar men was erg sceptisch over de plaats ervan in de geschiedenis van de Almohaviden en de leeftijd van de dadelpalmplantages, en het eindigde met uitstel voor verder onderzoek.
We sloten de dag af met thee en het bekijken van de zonsondergang vanaf een nabijgelegen heuvel.
Richat
De Richatstructuur, ook wel het Oog van de Sahara genoemd, is een vreemd geologisch verschijnsel. Als je er vanuit de lucht naar kijkt is het een grote stenen concentrische cirkel. Deze is ontstaan door vanuit de aarde opwellende stollingen die bovengrondse lagen steen opzij hebben gedrukt. De diameter is 40km.
We rijden er in de namiddag heen, eerst via het zand en dan over maanlandschapachtige vlaktes. Je hebt geen idee waar de structuur begint of eindigt. Bij een uitkijkpunt worden we uit de auto’s gezet en kunnen we een tijdje tussen de stenen ronddwalen.
Van dichtbij kun je goed zijn hoe vreemd het gesteente is.
Diep in de vallei zijn ze tenten aan het opzetten: hier is zelfs een semi-permanent kamp waar je kunt overnachten.
#947: Ksour
Wat is het?
De Ksour bestaan uit 4 historische handels- en religieuze centra langs oude karavaanroutes in de Sahara. Ouadane, Chinguetti, Tichitt en Oualata laten sporen zien uit hun bloeiperiode van de 12de-16de eeuw zoals de stenen woningen, pakhuizen en moskeeën.
Cijfer: 7 (Fascinerend, vooral Ouadane. )
Toegang: Inbegrepen in mijn tour. Voor Ouadane staat ter plekke een tourist tax van 200 ouguiya (6 EUR) aangekondigd.
Hoeveel tijd: Voor beide steden ongeveer een uur.
Opvallend: Ik had verwacht dat deze Ksour echt afgelegen zouden zijn, maar Ouadane en Chinguetti zijn anno 2025 gemakkelijk te bereiken. De 82 km lange weg van Atar naar Chinguetti is onlangs geasfalteerd via een project gesponsord door de Islamic Development Bank. En Ouadane, nog eens 120 km oostwaarts, is bereikbaar via een ‘piste’ (onverhard maar geëgaliseerd en onderhouden), waar je gemakkelijk 90 km/u kunt rijden en geen 4WD nodig hebt.
Komend vanuit het noordwesten (Atar), brachten we eerst een dag en een nacht door in Ouadane. Al bij de nadering voel je dat je ergens speciaals aankomt. De oude stad is gebouwd tegen een heuvel met uitzicht op dadelpalmplantages, met een doolhof van straten als een dichte bijenkorf. Het is veel groter dan ik had verwacht en heeft ook zijn buitenmuur en poorten bewaard. Het is nu volledig verlaten.
We hebben hier een wandeltocht gemaakt met een lokale gids. Het is opmerkelijk hoe hoog de muren langs de straten zijn (bovenste foto). De ingang van de gebouwen is via lage houten deuren; we bezochten het huis van een van de drie stichters van de stad, El Hadj Yacoub. Het had ruimtes voor boeken en om les te geven, en een balkon met uitzicht op de stad. De oude moskee van de stad ziet er broos uit, maar is gerestaureerd.
De benadering van Chinguetti was heel anders – we namen de zandduinen-snelweg van Ouadane via de oase van Tenewchert, en je ziet uiteindelijk de minaret van de oude (eerste) moskee opduiken uit het zand. Hierna volgt de enigszins rommelige oude (tweede) stad, gescheiden van de nieuwe (derde) stad door een wadi. Chinguetti is drie keer gebouwd en twee keer verlaten vanwege oprukkend zand. De plaatsnaam ‘Chinguetti’ rijmt trouwens niet op ‘spaghetti’ – het is een Berbers woord dat wordt uitgesproken als ‘TCHING-kedzee’.
In de oude stad is de grote moskee het belangrijkste herkenningspunt – je mag er niet binnen, dus je kunt je niet echt voorstellen hoe het eruitziet, behalve de minaret. De decoratie is sober, zoals de islam die in Mauritanië wordt beoefend.
De straten lijken hier wat breder te zijn dan in Ouadane en er is meer plastic afval te zien als je over de muren naar de verwoeste gebouwen kijkt. Chinguetti is over het algemeen wat toeristischer en er is geen gebrek aan verkopers van handwerk, maar het aantal bezoekers is nog steeds zo laag als misschien 30 per dag.
De meest opvallende kenmerken van Chinguetti zijn de 12 oude bibliotheken. We bezochten die van Al Ahmed Mahmoud, waar de beheerder ons over de geschiedenis van de boeken vertelde.
We reden daarna 2 km terug naar wat bekend staat als de Eerste Moskee of Abeur-moskee, het enige overgebleven bouwwerk van de eerste incarnatie van Chinguetti (11e eeuw?). De minaret heeft de mooiste stenen decoratie van alle gebouwen die we in beide steden zagen. Het heeft ook een prachtige setting in het zand.
Op de thee
Tussen Ouadane en Chinguetti nemen we de route door het onbezoedelde zand. We komen langs een witte vlakte met schelpjes, de restanten van een opgedroogde zee.
We worden voor een theestop verwacht bij een familie in de oase van Tenewchert. Dit is een permanent tentenkamp waar zo’n 100 mensen wonen. Ze leven van het hoeden van geiten en kamelen.
Er is een ruime tent waar we makkelijk met de groep van 8 + gids en chauffeurs (samen 4) inpassen. De vrouw des huizes start met het brouwen van de schuimige thee, er gaat een enorme hoeveelheid suiker in hebben we inmiddels al wel geleerd. Ook gaat er een kom geitenmelk rond.
Elke keer valt weer op hoe comfortabel deze tenten zijn, ze beschermen erg goed tegen de zon en de wind.
Mheirith en Tergit
Het vervolg van de rit gaat over een ‘piste’, een geprepareerde zandweg. We komen een buitenlandse toerist tegen die staat te liften in niemandsland.
We maken een eerste stop bij de rotskunst van Amagjar. Dit ligt op een mooi gelegen heuvel met verre uitzichten over de vallei. Een lokale gids leidt ons rond tussen de rotsen. Deze tekeningen zijn pas in 1986 ontdekt door de Franse onderzoeker Théodore Monod, die zo ongeveer alles in Mauritanië in kaart heeft gebracht.
We zien één wand met daarop een olifant, een mens en een giraffe. De tekeningen zouden 6000 jaar oud zijn, uit de tijd dat het hier nog een savanne was.
Het omringende landschap bevalt beter dan de beperkte tekeningen. In een andere rots hebben naar verluidt 25 Berber groepen hun markeringen aangebracht. De top diende als troon.
Vanaf de berg zie je een interessant fort in de verte: het is Fort Saganne, een Franse reconstructie van een ouder fort gemaakt voor een film.
We vervolgen de route over een plateau. Uiteindelijk doemt Mheirith op, een mooie palmoase met een witte moskee en rieten hutten.
We maken er een korte wandeling naar een mooi meertje. Daana lunchen we in een tent in de oase. De eigenaar verhuurt alleen de tenten aan de voorbijkomende toeristen – eten moet je zelf meenemen en een van onze chauffeurs tovert een picknick op tafel.
De rit gaat dan verder door de bergen. We stoppen bij de berg Chatou en de witte stenen huisjes in het dorp Toungat.
Het laatste deel van de route gaat dan door de Witte Vallei – een favoriete bestemming voor off-roadende Fransen. Ook onze chauffeurs leven zich uit in het losse zand, tot de fraaie oase van Tergit opdoemt.
Hier verblijven we twee nachten in een eenvoudig maar schitterend gelegen semi-permanent kamp met ruime tenten.
De volgende dag hebben we een rustdag in en om het kamp. Er is een heuveltje dat je kunt beklimmen voor het uitzicht en de rust. En op 10 minuten loopafstand heeft een riviertje een poel gevormd waarin je kunt badderen.
Nouakchott
De rit terug naar Nouakchott kost (met een beetje te hard rijden) 5 uur. In de stad eten we een lunch bij een hip, fastfoodachtig restaurant. En dan wacht ons nog een middagprogramma.
We hebben een eerste stop bij de Saoedische moskee. Zoals de naam al doet vermoeden, is dit een geschenk geweest van de Saoedi’s (in de jaren 1950). Het is de grootste moskee van Mauritanië, maar echt mooi is-ie niet. Als niet-moslim mag je er niet binnen.
Niet veel verderop ligt het Nationaal Museum. Dit is gelukkig wel een bezoek waard. Verspreid over twee verdiepingen liggen archeologische vondsten en gebruiksvoorwerpen uit alle delen van Mauritanië. Ik zie er voor het eerst ook dingen uit Oualata, een van de 4 Ksour die samen het werelderfgoed vormen en helaas te ver uit de route. De huizen aldaar hebben geschilderde decoraties.
We gaan dan nog langs een kunstenaars/souvenirmarkt (ik blijf in de auto!) en dan laat ik me terug naar het hotel brengen omdat mijn vlucht naar Dakar snel zal vertrekken. Helaas moet ik daardoor de vissersmarkt van Nouakchott missen.
Praktische info
Voorbereidingen
Vooraf installeerde ik op mijn telefoon een Africa eSim van Ubigi – deze doet het in Mauritanië en Senegal. In Mauritanië krijg je alleen 3g toegang, maar dat was genoeg voor mij. Veel van de plekken waar we overnachtten hadden Wi-Fi.
Een visum voor Mauritanië kun je bij aankomst op het vliegveld kopen voor 55 EUR of 60 USD (alleen cash). In een hokje nemen ze je vingerafdrukken en een foto, en na overhandigen van het geld krijg je vlotjes een stickervisum in je paspoort geplakt.
Vervoer
Er zijn niet zoveel vluchten naar Nouakchott. Die met AirFrance is het gunstigst wat betreft tijden, maar ook erg duur voor zo’n relatief korte vlucht.
Tijdens de tour reden we met pick-up trucks. Met 3 passagiers (1 voorin en 2 achteraf) zit je dan comfortabel.
Overnachtingen
Nouakchott, Hotel Sunset: beetje sfeerloos maar net hotel aan een hoofdstraat in het centrum. Goed restaurant en een erg uitgebreid ontbijtbuffet. De kamer had ook een fijn balkon met stadszicht.
Kamp met huisjes bij Iwik: blauwe hutjes binnen omheining net buiten het dorp. De huisjes hebben elk een eigen badkamer en er is een restauranttent. Het kamp wordt gerund door een lokale coöperatie. Geen data of Wi-Fi hier.
Nouadhibou, Hotel el Medina: Nieuw en erg schoon hotel. Rustige ligging in het centrum vlakbij goed restaurant. Met Wifi en hete douche.
Wild kamperen bij Ben Amera: Er zijn 2 grotere semipermanente tentenkampen, maar wij kampeerden in zelf op te zetten tentjes tegen een zandbank. Een van de chauffeurs was de gelegenheidskok.
Atar, Etoile du Nord. Moderne huisjes buiten de stad. Wifi. Warm water maar douchekop werkte niet. Heerlijk bed. Goed ontbijt.
Ouadane, Auberge Saida: kamers rond een binnenplaats. ‘s Nachts lekker warm door de dikke muren. Hete douche en goed eten. Alleen het matras was een beetje doorgezakt.
Chinguetti, Auberge Caravannes. Ook hier een ‘auberge’ rond een binnenplaats. Ruime kamer met een goed bed. Met Wifi. Mijn kamer had geen heet water, dat van anderen wel.
Oase van Tergit, Chez Jemal: een slimme lokale ondernemer heeft hier een flink aantal semi-permanente tenten met tapijt en matras neergezet. Prachtige, beschutte ligging. Eenvoudige WC’s, alleen koud water, geen wifi of databereik. Eten redelijk goed.
Eten
Het eten tijdens de tour was verrassend gevarieerd en smakelijk. We startten de dag altijd Frans: stokbrood, soms een pain-au-chocolat, la-vache-qui-rit, nutella en koffie.
Lunch en avondeten waren volle maaltijden, soms echt te veel. Het lijkt het meest op Marokkaans, met rijst of couscous en een saus. Kamelenvlees vond je daarin het vaakst terug.
Eén keer aten we de traditionele Mauritaanse “pannenkoeken” (leksour): deze gebruik je zoals de Ethiopische injera, als ondergrond en bestek voor de saus.
Kosten
De all-inclusive tour van Native Eye kostte 2896 EUR, inclusief éénpersoonskamer. Daarbuiten gaf ik vrijwel niets uit. Een colaatje uit de supermarkt kost ongeveer 20 ouguiya (0,60 EUR).
Bij aanvang van de reis wisselde ik 50 EUR om in ouguiya aan de receptie van het hotel in Nouakchott. Het resterende bedrag gebruikte ik voor fooien aan het eind van de reis.





































Leave a comment