- Route
- #931: Elephanta Grotten
- Mumbai
- Vadodara
- #932: Champaner-Pavagadh
- #933: Ahmadabad
- Zonnetempel van Modhera
- #934: Rani-ki-Vav
- Gandhi Ashram
- #935: Zonnetempel van Konark
- Museum van de Staat Odisha
- Ekamra Kshetra
- #936: Sundarbans
- #937: Santiniketan
- #938: Moidams
- #939: Kaziranga
- #940: Manas
- #941: Mahabodhi Tempel
- #942: Nalanda
- Hyderabad
- #943: Ramappa Tempel
- #944: West-Ghats
- #945: Hoysala ensembles
- Mysore
- Praktische info
Route
Mijn route is geoptimaliseerd om binnen de 30 dagen van het toeristenvisum zoveel mogelijk nieuwe werelderfgoederen te zien. Dus ik vlieg een beetje van hot naar her, hoewel gevoelsmatig de nadruk op het noordoosten ligt:

| Datum | Wat | Plaats |
| 11-nov | KLM 11.20-00.25 Amsterdam-Mumbai | Mumbai |
| 12-nov | Grotten van Elephanta (WE1) | Mumbai |
| 13-nov | Herbezoek Mumbai’s Victoria & Art Deco werelderfgoed, plus de Gandhi Satyagrah sites Mani Bhawan en Mumbai Town Hall | Mumbai |
| 14-nov | Trein naar Vadadora: 6.20-10.48 van Mumbai Central. In de stad bezoek aan Laxmi Vilas Palace. | Vadodara |
| 15-nov | Hele dag naar Champaner-Pavagadh (WE2), met openbaar vervoer. | Vadodara |
| 16-nov | Naar Ahmedabad met de trein (1.5u). Oude binnenstad van Ahmedabad (WE3) | Ahmedabad |
| 17-nov | Hele dag met auto + chauffeur naar Rani Ki Vav (WE4) en de Modhera Zonnetempel | Ahmedabad |
| 18-nov | Gandhi Ashram in de ochtend. Daarna vlucht Ahmedabad – Bhubaneswar. | Bhubaneswar |
| 19-nov | Zonnetempel van Konarak (WE5) met Uber Intercity. Terug in de stad: staatsmuseum van Odisha. | Bhubaneswar |
| 20-nov | In de ochtend bezoek aan de oude tempelstad van Bhubaneswar: Ekamra Kshetra. Vlucht naar Kolkata. | Kolkata |
| 21-nov | Dagtocht Sundarbans NP (WE6) | Kolkata |
| 22-nov | Santiniketan (WE7) als dagtocht per trein. | Kolkata |
| 23-nov | Rustdag in Kolkata | Kolkata |
| 24-nov | Vlucht naar Jorhat met Indigo 12:45 – 14:10 | Jorhat |
| 25-nov | Moidams (WE8) in Chairadeo en rest van Ahom erfgoed in en om Sivasagar met auto+chauffeur als dagtocht vanuit Jorhat. | Jorhat |
| 26-nov | Rit naar Kaziranga NP (2u). Eerste safari in namiddag (WE9). | Kaziranga |
| 27-nov | Twee safaris in Kaziranga NP. | Kaziranga |
| 28-nov | Rit naar Manas (6.5 uur), met wisseling van vervoerder in Guwahati. | Manas |
| 29-nov | Dag in Manas NP (WE10), met een ochtend- en een middagsafari. | Manas |
| 30-nov | In de ochtend terug naar Guwahati (transfer geboekt) | Guwahati |
| 1-dec | Guwahati – Patna (Spicejet 10.00-11.25), direct door naar Bodh Gaya met taxi 110km (2,5u) | Bodh Gaya |
| 2-dec | Mahabodhi Tempel (WE11) (best in vroege ochtend of avond). Taxi terug naar Patna. | Patna |
| 3-dec | Dagtocht naar Nalanda (WE12) met taxi. | Patna |
| 4-dec | Vlucht Patna – Hyderabad Indigo 10.25-12.35. Fort en Tombes in de namiddag. | Hyderabad |
| 5-dec | Dagtour Ramappa Tempel (WE13) | Hyderabad |
| 6-dec | Vlucht Hyderabad – Bangalore (Indigo 9.50-11.10), Flybus direct door naar Mysore (4u) | Mysore |
| 7-dec | Dagtocht naar de West-Ghats (WE14) | Mysore |
| 8-dec | Keshava Tempel (WE15) en relaxen in Mysore. | Mysore |
| 9-dec | Hele dag in Mysore, o.a. bezoek aan het Paleis. In de avond FlyBus terug naar het vliegveld van Bangalore (4u). | Vliegtuig |
| 10-dec | Terugvlucht Bangalore – Amsterdam (KLM) 2.30-8.25 | Thuis |
#931: Elephanta Grotten
Wat is het?
In de Elephanta Grotten bevindt zich de belangrijkste rotsarchitectuur van het westen van India. Deze uit basalt uitgehouwen tempels met verfijnde steensculpturen zijn gewijd aan de cult van Shiva. De oudste stammen uit de 6de eeuw.
Cijfer: 7,5 (Het lijkt niet helemaal ‘af’ en er is in de loop der tijden veel geroofd en vernield. Maar toch zijn er met name in Grot 1 nog een aantal meesterwerken over.)
Toegang: De entree kost voor buitenlanders 600 Indiase roepie. Verder moet je nog de boot er naar toe betalen (290rs) en tol voor het dorp (5rs). Allemaal samen is dat ongeveer 10 EUR.
Hoeveel tijd: Bij de grotten is 1 uur genoeg. Maar het is toch nog een ruime halve dag-trip, want de boottocht vraagt een uur enkele reis en je moet ook nog zo’n 20 minuten lopen van de pier naar de grotten.
Opvallend: Dit is één van de populairste toeristische excursies vanuit Mumbai, en je hebt de grotten zeker niet voor je alleen. Achter en links naast de Gateway of India kun je op een boot naar het eiland Elephanta stappen – ze vertrekken wanneer ze vol zitten, ik hoefde niet te wachten. De verdeling Indiërs/buitenlandse toeristen aan boord was ongeveer 50/50. Iedereen heeft een zitplaats, er zijn ruim voldoende reddingsvesten: ik kreeg wel het idee dat er een inspectie toezicht op deze boten houdt. Een paar keer werden we gepasseerd door speedboten met enkele toeristen erop – vast een veel duurdere optie.
De vaart gaat vooral door het industriële havengebied van Mumbai, ik zag nog een groot cruiseschip voor anker en een baggerboot van Van Oord.
Eenmaal bij het eiland aangekomen kun je met een treintje of lopen naar de voet van de heuvel waar de grotten liggen. Ik ga als één van de weinigen te voet, het is maar 500 meter of zo. Vanaf daar moet je nog 120 traptreden op (je kunt je ook laten dragen!). De hele route is bezaaid met souvenirstalletjes en restaurantjes.
Als je de toegang tot het terrein betaald hebt, wordt het wel een stuk rustiger. Alhoewel hier honden, apen en ezels je gezelschap houden.
Grot 1 is de meest uitgebreide en mooiste van de 5 die via een wandelpad te bezichtigen zijn. Het bestaat uit een “hoofdgebouw” en twee separate tempels aan weerszijden. De rotsen zijn hier zo uitgehouwen dat er zuilen zijn gemaakt om het “dak” te kunnen houden. Het lijkt een beetje op de Tempels van Abu Simbel in Egypte.
Alle nissen zijn gevuld met afbeeldingen van Shiva, weergegeven in verschillende poses en als onderdeel van legendes. Op één ervan is duidelijk oude graffiti te zien, uit het jaar 1802 lijkt het.
De overige vier grotten zijn kleiner en eenvoudiger van opzet. De mooie sculpturen ontbreken hier bijna helemaal.
Mumbai
Mijn vorige (en eerste) bezoek aan Mumbai was in 2009, en toen heb ik eigenlijk niet zoveel van de stad gezien omdat ik er voor een werkbezoek was. Dit keer verblijf ik in de wijk van het oude fort, op loopafstand van de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad.
De straat voor het hotel is opgebroken, en dat geldt voor verschillende delen van deze buurt: er wordt een metro aangelegd. De luxere gebouwen, stammend uit eind 19de en begin 20ste eeuw toen Mumbai een bloeiperiode doormaakte, beginnen al hier. Ze horen bij de universiteit, zijn banken of handelskantoren. De stijl met torentjes en boogjes staat bekend als de Victoriaanse gothiek.
Deze stijl zet zich voort in de officiële gebouwen rondom de Oval Maidan – een groot grasveld waar nu vooral cricket wordt gespeeld. Hier liggen o.a. het hooggerechtshof en meerdere universiteitsgebouwen. Je kunt ze alleen van de straatkant bewonderen, overal staat wel een bewaker voor die je de toegang belemmert. Bij de overheidsgebouwen zijn deze ook nog eens zwaar bewapend.
Als je dan verder richting de kustpromenade (Marine Drive) loopt, neemt een andere stijl uit begin 20ste eeuw de overhand: Art Deco. Ik denk dat wel 80% van de gebouwen in deze buurt Art Deco-achtig is, hoewel het meestal blijft bij gebogen balkons en wat andere ronde vormen. Ook hier geldt: nergens naar binnen! Dit zijn meest appartementsgebouwen.
Je loopt op zich wel rustig in deze buurt, de trottoirs lijken niet al te lang geleden vernieuwd. Al te schoon is het nog steeds niet en ook neemt af en toe iemand z’n koe mee de straat op.
Er zijn weinig gebouwen die er echt uitspringen, maar ik kies toch voor onderstaande Eros bioscoop als het mooiste voorbeeld van Art Deco in Mumbai.
Een paar straten verderop ligt een groots voorbeeld van weer een andere bouwstijl uit dezelfde periode: Indo-Saraceens. Deze stijl werd ingezet door Brits-koloniale architecten die een oriëntaals (Mogul, Indiaas) tintje aan hun gebouwen wilden geven. Het Chhatrapati Shivaji Maharaj Vastu Sangrahalaya (beter bekend als CSMVS) Museum heeft als belangrijkste blikvanger een uivormige koepel.
De entree voor buitenlanders is wat aan de hoge kant (700rs – 8,40 EUR), maar ik wil het gebouw toch graag van binnen zien. Ook hebben ze hier in de collectie nog enkele originele steensculpturen die stammen uit Elephanta, waar ik gisteren was.
De centrale hal onder de koepel blijkt het mooiste in het interieur:
Het museum bestaat uit versnipperde collecties van van-alles-en-nog-wat. De sculpturen uit Elephanta zijn ook hier ernstig beschadigd. Het meest bevalt me eigenlijk nog de Mumbai-galerij, die de geschiedenis van de stad weergeeft en o.a. een collectie oude prenten en foto’s heeft.
Na de lunch in een modieus vegetarisch restaurant (Malido Café) laat ik me door een Uber een half uur verder noordelijk brengen. Hier ligt de Mani Bhawan, het huis van een vriend van Gandhi waar hij zijn tijd in Mumbai meestal doorbracht. Hij verbleef dan in deze kamer:
Het ruime huis is nu ingericht als een eenvoudig museum ter nagedachtenis aan leven en werk van Gandhi. Er zijn veel foto’s te zien, brieven die hij schreef (o.a. aan Hitler om een oorlog te voorkomen!) en een serie miniatuurvoorstellingen die belangrijke gebeurtenissen uit zijn vreedzame strijd tegen onrecht in Zuid-Afrika en India weergeven.
Vadodara
Voor de rechtstreekse treinverbinding tussen Mumbai en Vadodara zag ik geen andere keuze dan de trein van 6.20 uur. Dus toog ik al om 5.15 met een taxi naar het Centraal Station van Mumbai. Zo vroeg bleek niet nodig, het is helemaal niet zo groot (5 sporen) en heel ordelijk. Ik had AC klasse geboekt (de beste), en dat betekende een ruime vliegtuigstoel. We kregen ook koffie en ontbijt onderweg.
We kwamen maar een paar minuten te laat in Vadodara aan. Nog te vroeg om in te checken in mijn hotel, dus ik ging eerst maar op zoek naar lunch. Vadodara is uiteraard veel meer een provinciestad dan Mumbai, je ziet er meer straatverkopers en ook de eerste bedelende kinderen heb ik al weer gezien. Ik strijk uiteindelijk neer in het Jail Café – een restaurantje waar je eet in cellen. Voor zo’n themarestaurant was het eten nog verbazend goed, ik had sandwiches met paneer en lekkere frietjes.
Zo rond 1 uur durfde ik me wel te melden bij het hotel. Ik slaap de komende twee nachten in wat waarschijnlijk het meest luxe hotel van de stad is – de Four Points by Sheraton.
Na de siësta roep ik een Uber om me naar het Laxmi Villa Paleis te laten brengen. Je kunt hier zelfs een brommeriksja via Uber bestellen. Maar ze willen allemaal alleen cash, ook mijn taxichauffeur. Zonder problemen geraken we bij het paleis, waar de chauffeur de hele lange oprijlaan afrijdt om me voor de ticketkiosk af te zetten.
De entree voor buitenlanders is ook hier prijzig: 525 rs (ca. 6 EUR). Hiervoor krijg je ook een audiogids, maar die werkte bij mij voor geen meter. Verder is er geen uitleg in de zalen. Ik ging maar eerst de buitenkant bewonderen, het is zo groot dat het een hele klus is om het als geheel op de foto te krijgen. Het werd gebouwd in 1890 als paleis voor de lokale Maharaja.
Ook aan de binnenkant zijn kosten nog moeite gespaard. Soms lijkt het Venetiaans, dan weer op Versailles. Er is veel marmer. Binnen mag je geen foto’s maken. Het is mij allemaal veel te kitscherig, dus ik ben in een half uurtje wel uitgekeken.
Met een riksja die me achterop komt als ik de oprijlaan afwandel ga ik dan door naar het Baroda Museum (Baroda is de oude naam voor Vadodara). Het ligt tegen het centrum van de stad en er is ook een park en een dierentuin bij. Ik ben denk ik de enige hier die voor het museum komt, maar dat blijkt op donderdagen gesloten.
Het is zelfs zo gesloten dat ze het hekwerk met zeilen hebben bedekt, zodat je niet eens het gebouw kunt zien. Net als het paleis is het gebouwd in de Indo-Saraceense stijl. Het moet erg mooi zijn maar verder dan een glimp kom ik niet.
#932: Champaner-Pavagadh
Wat is het?
Champaner-Pavagadh is een oude hoofdstad van de deelstaat Gujarat. De resten van de stad liggen aan de voet van de heuvel Pavagadh, die nog steeds een heilige status heeft voor Hindoes. De architectuur van de oude stad heeft een mix van hindoeïstische en islamitische invloeden.
Cijfer: 6,5 (Het is een slecht gecomponeerd samenraapsel van monumenten, maar de Jama Masjid is een absoluut hoogtepunt)
Toegang: De entree kost ook hier 600rs (7,20 EUR). Je betaalt hier alleen voor toegang tot de 2 oude moskeeën.
Hoeveel tijd: Het kostte me ongeveer 5 uur om beide delen van de site te zien.
Opvallend: Zo vroeg in mijn India-reis van 2024 vond ik dat nog wel een stevige dagtrip met het openbaar vervoer aankon. Vanuit de stad Vadodara (lokaal beter bekend onder de oude naam Baroda) nam ik de bus naar Pavagadh. De rit duurt ongeveer een uur en kost 40~60 roepies. Na wat vragen wist ik de juiste bus te localiseren; de bewegwijzering is alleen in het Hindi, maar je volgt gewoon de kleurrijke pelgrims.
Vanaf het busstation van Pavagadh liep ik eerst rond de muren van de citadel naar de Jami Masjid. Dit was de belangrijkste moskee van de oude stad en is het hoogtepunt van Champaner. Ik kwam tegelijkertijd aan met een Franse reisgroep en er waren ook een paar lokale bezoekers. Ik was meteen gegrepen door de zeer delicate steenhouwwerken. Met hun geometrische motieven deden ze me een beetje denken aan de Chaukhandi Tombes in Pakistan. De moskee is ommuurd, met mooie poorten, en het ontwerp met twee minaretten tegen de heuvelachtige achtergrond is een plaatje. Binnenin worden de sculpturen voortgezet in de mihrabs en scheidingsmuren.
Voor de andere delen van Champaner moet je de Citadel aan de overkant van de straat in. Hier kom je ook het beruchte dorp tegen; mensen wonen al tientallen jaren binnen de muren, deze huisvesting is permanent en er zijn winkels en bedrijven. Het stoorde me eigenlijk niet zo, misschien omdat ik vorig jaar in Pakistan erger heb gezien (Rohtas Fort!).
Aan het einde van dit dorp ligt de Shaher ki Masjid. De setting met de Pavagadh Hill op de achtergrond is weer erg mooi en het ontwerp met meerdere koepels op een rij lijkt op wat je in Bagerhat in Bangladesh kunt zien.
In en rond het dorp en de moskeeën zijn nog veel andere kleine bezienswaardigheden, zoals een watertank en een “Custom House”. De Kevda Masjid en Nagina Masjid worden ook aanbevolen in Tripadvisor-recensies, ze zijn te bereiken door een weggetje rechts van het Custom House te volgen. Er zijn ook Jain-heiligdommen, waarvan sommige eerder dit jaar zijn vernield, en nog eens 11 componenten richting de stad Halol.
Ik ging echter verder naar het hindoeïstische pelgrimstochtgedeelte van dit werelderfgoed: de tocht naar Pavagadh Hill. Jaarlijks komen hier meer dan 2 miljoen mensen, dus je hoeft je geen zorgen te maken over het vinden van vervoer of iets om te eten of drinken. De eerste stap is om jezelf in een van de Jeeps te wurmen die het vervoer verzorgen van de hoofdweg (naast het busstation) naar de voet van Pavagadh Hill. Ik denk dat ik er minstens 100 continu de 5 km de berg op heb zien rijden. Ze proppen niet minder dan 20 mensen in één auto! Een ritje kost 30 roepies.
Aan de voet van de heuvel is de vrolijke pelgrimssfeer al aanwezig, met veel mensen die oranje gewaden of sjaals dragen. Zelfs de ezels, de werkpaarden van deze berg, dragen een oranje streep in hun manen.
Om naar de top van de heuvel te komen, waar de hindoetempel is, kun je nog eens 5 km lopen (allemaal traptreden) of de kabelbaan nemen. Ik was al gewaarschuwd hoe lang de wachtrijen voor de kabelbaan konden zijn, maar OMG: ik liep en liep rond de voet van de berg om alleen al het begin van de wachtrij te vinden. De wachttijd moet zeker 2 uur of meer zijn geweest.
Ik wilde het een uurtje proberen, om te kijken hoe ver ik zou komen – maar ik werd “gered” door een paar mannen voor me. Ze wezen me naar Gate 3, de ingang voor mensen die hun kabelbaankaartjes online hadden geboekt – helemaal geen wachtrij. De bewaker wilde me eerst niet binnenlaten (omdat ik natuurlijk niet wist hoe het boekingsproces in zijn werk ging en er op de heuvel ook geen betrouwbare dataverbinding was om het snel te doen), maar de mannen pleitten in mijn voordeel: Buitenlander! Alleen! Dus uiteindelijk gaf de bewaker toe en liet me binnen, en ik kon een kabelbaankaartje kopen (150 roepies) bij het gewone loket. Ik beschouw deze VIP-behandeling maar als een compensatie voor de hoge buitenlandersprijzen die bij alle Indiase werelderfgoederen worden gehanteerd!
Binnen 15 minuten was ik boven. Hier vind je een vijver waar mensen rituele baden nemen, een oudere tempel en verschillende heiligdommen. Om bij de Kalika Mata-tempel te komen, moet je nog meer treden beklimmen, maar die heb ik overgeslagen omdat ik mijn (goede) schoenen moest achterlaten tussen een stapel van duizenden. De tempel is in 2022 sowieso grondig herbouwd en er wordt gewerkt aan de verlenging van de kabelbaan, zodat deze helemaal naar boven gaat.
Over het algemeen voelde Pavagadh Hill meer als een plek voor een familie-uitje (ik schat dat ongeveer een derde van alle winkels langs het pad speelgoed verkoopt) dan als een overdreven religieuze plek. Toen ik echter weer naar beneden liep, zag ik hoe de vrome mensen deze heuvel aanpakken: ze gaan buigend beneden en ‘plakken’ bij elke trede die ze beklimmen een beetje rood poeder op de trap!
#933: Ahmadabad
Wat is het?
Het historisch centrum van Ahmadabad dateert van de 15de eeuw, toen het zijn stadsplan en stadsmuren kreeg onder het Sultanaat Gujarat. Islamitische elementen zijn gemengd met hindoeïstisch en jaïnistisch erfgoed. De specifieke stijl is te zien in de religieuze gebouwen van de stad en de houten architectuur.
Cijfer: 4 (Het oude stratenplan, met z’n pole is inderdaad nog intact. Maar de staat van de gebouwen is verschrikkelijk.)
Toegang: Je hoeft nergens entree te betalen want je kunt nergens in.
Hoeveel tijd: Ik liep er 2 uur rond.
Opvallend: “Vies, stoffig en vervallen”. Oh, en ook nog eens lawaaierig! Behalve een aantal religieuze gebouwen (die zijn opgenomen om de multiculturaliteit van de stad op buurtniveau te laten zien, niet omdat ze zo schilderachtig of anderszins belangrijk zijn), draait het hier allemaal om de woonwijken (pole) en de huiselijke houten architectuur daarbinnen.
Zodra je de drukte bij Bhadra Fort en de Darwhaza Gate achter je hebt gelaten, verandert het straatbeeld inderdaad van smakeloze winkels en hectische toeterende riksja’s in normale buurtjes. Het is leuk om te proberen door een ‘pole’ te navigeren naar een verbindende hoofdstraat – soms kom je kinderen tegen die cricket spelen op straat, of één keer stond ik oog in oog met een half dozijn rustende koeien.
Wat hier “authentiek” is, is het stedenbouwkundig plan. Het is echter gissen welke plannen de stad Ahmadabad heeft met de huisvesting. Je zou verwachten dat er in ieder geval een bepaald onderhoud is gedaan als onderdeel van het behoud (ze hoeven voor mij niet allemaal omgebouwd te worden tot boetiekhotels), maar slechts een paar gebouwen hebben de afgelopen decennia wat liefde gehad en de leefomstandigheden kunnen niet goed zijn (ik zag bijvoorbeeld een echte plaag van eekhoorns).
Mijn bezoek bracht meteen mooie herinneringen terug aan de oude stadscentra van Lahore en Peshawar die ik vorig jaar bezocht. Ze herbergen nog steeds bazaars die geschiedenis uitstralen en veel houten haveli’s. Ze hebben geweldige monumenten die je kunt betreden, zoals de Hammam en de Wazir Khan-moskee in Lahore en het Sethi House in Peshawar. Voor een goede bezoekerservaring zou ik ze allebei ver boven Ahmadabad rangschikken.
Zonnetempel van Modhera
Voor mijn bezoek aan de Zonnetempel van Modhera en het nabijgelegen werelderfgoed Rani-ki-Vav heb ik vandaag een auto met chauffeur gehuurd. Modhera ligt op 100 kilometer van Ahmedabad. Het blijkt 2 uur en 10 minuten rijden te zijn. De weg is goed, maar op sommige stukken heel druk. En ook zijn er veel riksja’s en koeien op de rijbaan, waardoor je steeds moet opletten en afremmen.
Het landschap hier in Gujarat is vlak. Veel is bewoond en er is ook landbouw. Erg boeiend is het allemaal niet. De enige afleiding komt door het zoeken naar Chabutro’s: dat zijn hele hoge duiventillen, die door de Hindoe-bevolking op het platteland van Gujarat bij de entree van dorpen en tempels worden geplaatst. Vooral als we in de buurt van Modhera komen zie je ze regelmatig.
De Zonnetempel van Modhera stamt uit de 11de eeuw. Het is uitstekend bewaard gebleven en wordt nu keurig geconserveerd door de ASI in een parkje. De entree voor buitenlanders is 300rs (3,50 EUR). Hier werd de zonnegod Surya vereerd. Het is nu vooral een archeologisch monument, maar in één hoekje zie je nog mensen staan bidden en brandt er een vlammetje voor Surya.
Het complex bestaat uit twee hoofdgebouwen (een plek waar mensen samenkwamen en de tempel zelf) en een heel grote heilige vijver. De hoeveelheid en detaillering van de sculpturen in zandsteen in en op beide hoofdgebouwen is waanzinnig. Het meest prominent zijn uiteraard de afbeeldingen van Surya zelf: meest staand met twee lotusbloemen en voortgetrokken door zeven paarden. De omringende, kleinere sculpturen laten veelal dansers zien.
De plafonds in de tempel zijn opgebouwd in lagen die een ronde koepel vormen. Hier bestaat de versiering uit (lotus)bloemen en bloemknoppen. Het geheel wordt staande gehouden door tientallen zuilen, ook uiteraard weer volledig gedecoreerd.
Vlak voor de uitgang is er een klein archeologisch museum, waar (losgeraakte?) fragmenten van de tempel en beelden worden tentoongesteld. Na een uurtje rijden we door naar Rani-ki-Vav.
#934: Rani-ki-Vav
Wat is het?
Rani-ki-Vav is een ‘trapput’, een ondergronds systeem om water op te slaan. De put is gecombineerd met een tempelachtige structuur waarin water als natuurlijk spiritueel element werd vereerd. Zo’n 500 verfijnde sculpturen decoreren het geheel, dat stamt uit de 11de eeuw.
Cijfer: 7,5 (Het is een uniek idee, om wat eigenlijk een grote waterput is om te toveren in een omgekeerde tempel. En prachtig uitgevoerd en bewaard gebleven.)
Toegang: De entree kost weer 600rs.
Hoeveel tijd: Een uurtje.
Opvallend: Het grappige is dat je het monument eigenlijk niet ziet als je het terrein oploopt: het ligt onder straatniveau. Maar je moet zijn waar al die andere mensen naar toe lopen. De trappen af, nog een hele onderneming want ze zijn steil en overal zitten mensen (alhoewel de bewakers gewapend met een fluitje dat proberen tegen te gaan).
De sculpturen zie je het beste als je recht voor ze staat, het is dus het beste om de trappen op alle niveaus af te lopen en regelmatig stil te gaan staan.
Gandhi Ashram
Overal in Ahmedabad word je herinnerd aan Mahatma Gandhi: muurschilderingen, standbeelden, de naam van vele gebouwen. Gandhi leefde zo’n 15 jaar in deze stad. Hij deed dat vanuit wat nu bekend staat als de “Gandi Ashram”: een leefgemeenschap in de voorstad Sabarmati waar hij woonde met zijn vrouw en volgelingen.
Het ligt een paar kilometer buiten het centrum en een riksja bracht me er naar toe. Het heeft nu een museum over zijn leven hier en enkele gebouwen uit zijn tijd, zoals het huis waar hij woonde.
Centraal in de bezigheden van de bewoners van deze Ashram stond het spinnen van katoen, om zo de traditionele lokale handvaardigheid te promoten in plaats van de fabrieksmatige textielindustrie uit het westen. Ook leidde Gandhi vanuit hier diverse protesten, o.a. als support voor stakende fabrieksarbeiders.
Ik vond het museum niet zo interessant als dat in Mumbai. Het lijkt ook meer op schoolkinderen gericht – en daar waren er heel veel van aanwezig. Dus het was niet zo’n vreedzame plek als ik had gehoopt.
#935: Zonnetempel van Konark
Wat is het?
De Zonnetempel van Konark verbeeldt het rijtuig van de zonnegod. Hij dateert van de 13de eeuw, een product van de Surya-cultus die de Zon vereerden als goddelijk wezen.
Cijfer: 8 (Het is een werk van grootse verbeelding, een tempel uniek door zijn vorm van een koets voortgetrokken door paarden)
Toegang: De toegang was gratis vandaag, vanwege Werelderfgoedweek! Op andere dagen is het de gebruikelijke 600rs.
Hoeveel tijd: 1 uur.
Opvallend: De weg van Bhubaneshwar, de hoofdstad van Odisha, naar Konark voert je door een aangenaam landschap van palmbomen, rijstvelden en kleine dorpjes met kleurrijke tempels. De infrastructuurverbeteringen van India hebben dit deel van het land nog niet bereikt – daarom duurt het 1,5 uur om de 67 km met de auto af te leggen. Ik had vandaag gekozen voor een “Uber Intercity”, een geplande rit van en naar de tempel met een wachttijd van een uur.
Omdat ik twee dagen eerder de Zonnetempel van Modhera had gezien, verwachtte ik iets soortgelijks. Maar deze is veel grootser. Wanneer je de stad Konark binnenrijdt, kun je de top van de tempel al boven alles zien uitsteken, zelfs nadat de Vimana (de toren die het heiligdom bedekte) ongeveer 200 jaar geleden ingestort is. De site wordt omringd door een enorme souvenirmarkt en de toegangswegen zijn afgesloten voor voertuigen. Ik kwam rond 10.30 uur aan en trof het druk aan met duizenden bezoekers. Het bleek dat de toegang vandaag gratis was, vanwege de Werelderfgoedweek!
Foto’s van de site tonen meestal de ingewikkeld gesneden wielen (ze zijn inderdaad het hoogtepunt van de site), maar er is natuurlijk meer. Ik weet niet precies wat er is gebeurd met de zeven paarden die de strijdwagen vooruit trokken; ik heb er maar één min of meer compleet exemplaar gezien, het staat links als je met je gezicht naar de tempel staat vanaf de ingang.
Er staan ook twee intrigerende grote gebeeldhouwde oorlogsolifanten op een apart platform aan de zijkant. Eentje lijkt een vijandelijke krijger weg te gooien door hem in zijn slurf te houden.
Wat iedereen hier doet, is langzaam rond de hoofdtempel lopen en de steensculpturen bewonderen. Je mag het interieur niet in: het werd in 1903 door de Britten met zand opgevuld om de constructie te stabiliseren; de ASI is nu bezig om het langzaam te verwijderen. Er zijn overal metalen staven geplaatst om bezoekers op een meter afstand van de sculpturen te houden: Indiërs raken graag alles aan. Ik was blij dat ik mijn superzoomcamera had meegenomen: veel interessante kleinere sculpturen staan hoog. De snijwerken zijn gemaakt van 3 soorten niet-lokale steen, moeilijker om te bewerken dan de zandsteen in Modhera.
Het hoofdcomplex wordt nu beschouwd als een archeologische site en de lokale bevolking ging de danszaal en andere bijgebouwen binnen zonder hun schoenen uit te doen. Dit in tegenstelling tot Modhera, dat bijna net zo dood is, maar de lokale gewoonte is er anders. In Modhera is er een nis aan de buitenkant van het heiligdom waar mensen bidden voor een beschilderd Surya-beeld (het houdt ook een kaars en een bloemenoffer vast). In Konark worden gebeden uitgevoerd buiten het hoofdcomplex bij de Navagraha-tempel – je passeert dit wanneer je naar de uitgang loopt.
Museum van de Staat Odisha
Bhubaneswar, de hoofdstad van de Staat Odisha, is een prettige stad: goed te doen te voet, en meer gemoderniseerd dan ik vooraf gedacht had. Ik bracht er ruim een uur door in het Staatsmuseum. Dit zit in een groot, oud gebouw – het lijkt op een school met lange gangen. Maar laat je niet afschrikken door deze aanblik (en het gebrek aan bewegwijzering), de collectie is prima.
Odisha staat bekend om zijn groot aandeel aan stammen, die vooral leven in het westelijke binnenland van de staat. Zo heeft er zich ook een inheemse vorm van schilderkunst ontwikkeld gebaseerd op het gebruik van felle kleuren.
En ze maken creatief gevormde gebruiksvoorwerpen:
Op de begane grond is er ook nog een grote verzameling beelden uit het Boeddhisme, Hindoeisme en Jainisme – veelal in goede staat.
Ekamra Kshetra
Ekamra Kshetra betekent vertaald uit het Sanskriet “plaats met mangobomen” en het omvat de tempelstad van Bhubaneswar. Deze wijk heeft talloze tempels en vijvers, allemaal onderdeel van een geomantisch hindoeïstisch stadsplan dat de vorm heeft van een mandala. De Wikivoyage-pagina over Bhubaneswar heeft een zeer goed en recent overzicht van de meeste tempels en andere interessante plaatsen in dit gebied. Er zijn ook informatiepanelen bij elke tempel van enige betekenis.
Ik begon mijn verkenning bij de Rajarani-tempel. Het ligt aan de overkant van de weg van de andere hoofdtempels. Dit is een enkele tempel omringd door een verzorgd gazon met bloemperken, een opstelling die duidelijk herkenbaar is als “beheerd door de ASI”. Er is ook een toegangsprijs, 300rs. Ik vroeg bij de kassa of ik hiermee toegang zou krijgen tot alle tempels in Ekamra Kshetra, maar dat was niet het geval! Gelukkig worden de meeste andere tempels beheerd door religieuze organisaties en is er daar geen vergoeding vereist.
De Rajarani-tempel heeft een aantal mooie sculpturen aan de buitenkant, maar is leeg aan de binnenkant (het is een van de weinige hier die niet meer in religieus gebruik is).
Vervolgens liep ik naar de hoofdtempelzone, die in 2020 door de gemeenteraad is ontdaan van rotzooi en inderdaad aangenaam is om te wandelen. De eerste grote tempel die je tegenkomt, is de Muktesvara-tempel, degene die ik uiteindelijk het mooist vond. Hij dateert uit 950, maar is nog steeds in gebruik – er waren een paar mensen aan het bidden. Het valt op door zijn torana (boogvormige poort) en decoratieschema dat het gedrag van apen laat zien.
Verder naar het noorden kwam ik de Parasurameswar-tempel tegen. Dit is een van de oudste, daterend uit de 7e eeuw. De zwaar versierde buitenkant is beter bewaard gebleven dan veel van de jongere tempels in de buurt – hier heeft geen iconoclasme door de Mogols plaatsgevonden. De tempelbeheerder heette me welkom en vertelde me een aantal interessante details over zijn tempel (hij wilde natuurlijk een donatie). Er is hier een heiligdom met actieve eredienst, maar de rest van het interieur heeft dezelfde eenvoudige rechte zuilen als overal elders – de beheerder zei dat ze dateren uit de Britse periode (1903) en bedoeld waren om de constructie te stabiliseren.
Centraal in het hele stadsplan ligt de Bindusagar Tank, een grote vijver die wordt gebruikt voor rituele wassing en met een kleine tempel in het midden. Ik kwam rondom heilige mannen en vrouwen tegen die hun consultaties aanboden op het trottoir.
De weg eindigt bij de Lingarah-tempel, de belangrijkste focus van hindoeïstische aanbidders in Ekamra Kshetra. Helaas is toegang voor niet-hindoes niet toegestaan, maar je kunt het terrein bekijken vanaf een uitkijktoren. Het rood-witte bouwwerk staat tegen de buitenmuur, net om de hoek van de ingang. Het uitzicht is inderdaad behoorlijk goed, maar de stand van de zon is niet gunstig als je zoals ik ‘s ochtends op bezoek gaat.
Over het algemeen is Ekamra Kshetra geen onontdekt Bagan – ja, er zijn veel tempels, met bouwdata die een periode van 2000 jaar beslaan, maar de verschillen tussen hen zijn subtiel. Toch kun je er een aangename 2-3 uur doorbrengen.
#936: Sundarbans
Wat is het?
Het Nationaal Park Sundarbans omvat het Indiase deel van deze Delta, de grootste ter wereld met grote getijdenschommelingen. Hier vind je het grootste mangrovelandschap ter wereld. Ook heeft het de hoogste tijgerdichtheid van India.
Cijfer: 7 (Het beviel me een stuk beter dan vooraf gevreesd. Het is een sereen maar ontoegankelijk landschap, waar ik in alle rust vanaf het water van heb kunnen genieten.)
Toegang: Ik ging met een all-inclusive privé-dagtocht uit Kolkata. De entree voor buitenlanders is naar ik meen 500rs (6 EUR).
Hoeveel tijd: Hele dag.
Opvallend: In 2007 was ik al in het Bangladeshi deel van de Sundarbans, dus dit was een ‘moetje’ (het zijn twee separate werelderfgoederen). De bezoekerservaring aan de Indiase kant staat ook nog eens niet bepaald goed bekend – veel luidrichtige Indiase toeristen, uitkijktorens waar niets te zien is behalve plastic dieren.
Uiteindelijk koos ik voor een privédagtrip vanuit Kolkata. De communicatie vooraf liet te wensen over, maar gelukkig werkte de logistiek op de dag zelf perfect. Een chauffeur haalde me om 5 uur ‘s ochtends op bij mijn hotel in Kolkata. De rit naar Godhkali zo vroeg in de ochtend duurt slechts 2 uur en 15 minuten (op de terugweg zou het 3 uur duren). Wanneer je de stadsgrenzen van Kolkata verlaat, begint het typische landschap gedomineerd door kreken en kanalen.
In Godhkali werd ik als een pakketje overgedragen aan een veerman die me aan land zette bij het volgende eiland, en me op zijn beurt afleverde bij een taxichauffeur die me in 15 minuten over het eiland naar een andere steiger reed. Dit is een dichtbevolkt eiland, het zag er vrij idyllisch uit, maar het heeft enorm geleden onder de verwoestende cycloon in 2020 en loopt ook risico vanwege het stijgende waterpeil. Het wordt beschermd door een lage modderdijk bedekt met plastic dat er erg gammel uitziet.
Mijn privéboot lag al te wachten bij de tweede steiger – hij kwam met een bemanning van wat ik eerst dacht dat het twee mannen waren, maar toen het ontbijt plotseling op tafel verscheen, bleek er ook nog een vrouw in de keuken beneden te werken.
We gingen eerst naar Sajnekhali om ons te melden bij de parkautoriteiten. Hier pikten we ook een parkgids op, die ook als algemene tolk fungeerde binnen ons gezelschap van 5 aangezien hij de enige van de Indiërs was die goed Engels sprak. Bij Sajnekhali namen we snel een kijkje in het aquarium waar ze een gezamenlijk Indiaas-Bengaals fokprogramma hebben voor de ernstig bedreigde Noordelijke Rivierschildpad.
Terug op de boot sloegen we rechtsaf. De gids vertelde dat de meeste toeristenboten linksaf gaan – vooral die met Indiërs, want die willen alleen de twee observatietorens zien en selfies maken met de plastic dieren. Wij voeren in alle stilte, tijdens de hele tocht kwamen we maar één andere toeristenboot tegen (met 2 buitenlanders aan boord). De weekenden zijn de drukste dagen in het park, dat op dinsdag gesloten is.
Wat je hier in de Sundarbans kunt zien, is hoe planten en dieren zich hebben aangepast aan een leven met brak water en grote getijdenverschillen. Het was grappig om de kleurverschillen in de mangrovebomen te zien: het bovenste deel is groen, het onderste deel is witachtig, wat precies aangeeft tot waar het waterpeil dagelijks stijgt.
Vogels gedijen goed in deze omgeving (veel takken om op te zitten en vissen om te vangen), maar de andere dieren moesten hun “levensstijl” aanpassen. Apen vinden hier weinig fruit, dus kiezen ze voor alles wat eetbaar is (ik zag er eentje smikkelen van een dode vogel) en de herten staan erom bekend krabben te eten.
Het eerste uur voeren we door het deel dat de lokale bevolking gebruikt om te vissen. We zagen verschillende kleine boten aan het werk. Netten omsluiten het beschermde gebied volledig: om te voorkomen dat tijgers naar de bewoonde eilanden zwemmen. Vervolgens sloegen we af naar de smallere kreken en de ‘toeristenzone’ waar vissen verboden is en de netten het uitzicht niet langer belemmerden. Het voelde heel ongerept en ik zag nergens enig afval ronddrijven.
Naarmate de tijd verstreek (we waren 5 uur op het water) begon het waterpeil te stijgen, wat het observeren van dieren nog moeilijker maakte omdat er geen modderbanken meer waren en de dieren zich terugtrokken in het dichte mangrovebos. Tijdens de hele reis zagen we meerdere groepen apen (rhesusapen), twee wilde zwijnen en één gevlekt hert, de chital (diep tussen de bomen). Grote varanen liepen overal op de zandbanken, maar we kwamen slechts één krokodil tegen.
#937: Santiniketan
Wat is het?
Santiniketan was een experimentele leefgemeenschap voor wonen en educatie, en is nog steeds in gebruik als universiteit. Het is ontstaan aan het begin van de 20ste eeuw uit het brein van de Indiase dichter Rabindranath Tagore. De bouw resulteerde in een modernistisch Gesamtkunstwerk, gelegen op het platteland.
Cijfer: 4 (Ik geloof dat ze hier liever geen bezoekers hebben. Ze doen er in ieder geval alles aan om het voor buitenstaanders oninteressant te maken. Grote delen zijn verboden voor toeristen en er is weinig uitleg in het Engels.)
Toegang: Entree tot het museum kost voor buitenlanders 1000rs (11.5 EUR).
Hoeveel tijd: 3 uur.
Opvallend: Ik bezocht het als dagtocht per trein vanuit Kolkata, de rit duurt zo’n 2.5 uur. Je komt dan aan in het stadje Bolpur, vanwaar je met een ‘toto’ (elektrische riksja) de laatste 3km kunt overbruggen naar Santiniketan. Het is nu een rustige universiteitswijk met lange lanen en veel bomen.
De belangrijkste focus ligt op de Rabindra Bhavana, de plek waar de dichter Tagore leefde en wat nu in gebruik is als museum. Het museum zelf is een soort heiligdom (schoenen uit, geen foto’s maken, wanden vol met foto’s en teksten van de grote man). Interessanter is wat er achter ligt: een set van woningen in de voor Santiniketan zo kenmerkende modernistische stijl vermengd met een lokaal-Aziatisch sausje.
Aan de overkant van de weg ligt het universiteitsterrein. Daar zijn nog meer goede voorbeelden van deze stijl te vinden, maar helaas mag je daar niet meer naar binnen. Ik loop dus maar de lange laan af om nog een aantal gebouwen van de straatkant te kunnen zien. Sommigen zijn privé-woningen, anderen studentenaccommodatie. Je ziet hier ook veel studenten fietsen.
Ik lunch bij een simpel cafeetje en slenter dan langzaam terug naar het station van Bolpur. Zelfs het station is versierd met een muurschildering die de grote man van deze regio afbeeldt: Rabindranath Tagore.
#938: Moidams
Wat is het?
De Moidams zijn 600 jaar oude grafmonumenten van de Tai-Ahom cultuur, een beschaving die vanuit Zuidoost-Azië (wat nu het Chinese Yunnan is) naar deze regio kwam. Ze begroeven onder de tumuli de lichamen van hun koninklijke families. De graven zijn nog steeds onderdeel van lokale voorouderverering.
Cijfer: 5 (De Ahom-cultuur is een heel interessante, maar alleen voor deze graven hoef je niet helemaal naar deze uithoek van Assam af te reizen. Mijn dagtrip vanuit Jorhat met auto+chauffeur werd pas de moeite waard door de monumenten in Sivasagar en omgeving.)
Toegang: Het gebied wordt door 2 verschillende organisaties gerund, elk met een eigen ingang pal naast elkaar: de ASI op nationaal niveau en de Staat Assam. Bij de ASI betaal je 250rs als buitenlander (alleen online betalingen, mijn chauffeur moest dit voor me doen want de site accepteerde mijn creditcard niet), bij de buren slechts 10rs.
Hoeveel tijd: 1-1,5 uur. Het is een vrij groot terrein, maar er zit niet veel variatie in de verschillende Moidams dus je hoeft ze niet allemaal te zien.
Opvallend: Alhoewel de afstand van Jorhat naar Charaideo maar 75 km is, doen we er 2 uur en 45 minuten over. Ze zijn de weg aan het verbreden en dat betekent veel oponthoud. Er is ook veel verkeer, veel trucks. De Moidams staan al van verre aangegeven, het is duidelijk dat ze hier trots zijn op het pas dit jaar verworven werelderfgoed.
De Moidams zijn niet meer dan een veld vol grafheuvels, vrijwel geheel bedekt met gras. Er zijn veel kleinere heuvels. Helaas krijg je geen idee van wie hier begraven ligt of welke voorouderverering zich hier nog steeds afspeelt, omdat er nauwelijks informatie ter plekke aanwezig is. Zoals altijd zorgt de beheerder ASI vooral voor bloemperkjes, paden en gemaaid gras zodat er een soort parkachtige sfeer ontstaat. Aan de andere kant van “de muur”, op het terrein dat door de Staat Assam wordt beheerd, is het al niet veel beter. Hier liggen wel wat grotere Moidams en eentje waar je ook binnen kunt kijken (lijkt op een reconstructie).
Op de terugweg maken we nog een paar stops bij andere bouwwerken van de Ahom dynastie. Eerst in het plaatsje Garhgaon, waar de overblijfselen van het koninklijk paleis (Kareng Ghar) te zien zijn. Het monumentale gebouw is nog in goede staat, drie verdiepingen hoog.
Dan rijden we door naar Sivsagar, waar we na de lunch in het centrum stoppen bij de Siva Tempel. De baksteenbouw en typische, wat bolle Ahom-stijl is ook hier goed te herkennen. Deze tempel is nog in actief gebruik.
Wat meer buiten de stad ligt de Rang Ghar. Dit wordt door de lokale toeristautoriteiten aangeduid als “India’s vroegste amfitheater”, maar het kan beter omschreven worden als een paviljoen vanaf waar de koninklijke familie sportwedstrijden bekeek. Het grenst aan een groot grasveld, waarop o.a. gevechten tussen dieren werden georganiseerd. De vorm van het paviljoen is heel apart. Net zoals de andere Ahom-gebouwen is er weinig decoratie.
En niet ver daarvandaan de Talatal Ghar. Dit was een groot paleis, maar ziet er nu meer uit als de resten van een fort. Verspreid in deze omgeving liggen nog veel meer, kleinere resten uit de tijd van de Ahom. Maar wij rijden terug naar Jorhat: het wordt hier al rond half 5 donker.
#939: Kaziranga
Wat is het?
Het Nationaal Park Kaziranga is het belangrijkste bolwerk van de Indiase neushoorn. Het landschap wordt gekenmerkt door erosie veroorzaakt door de rivier Brahmaputra.
Cijfer: 8 (Vanwege de grote aantallen neushoorns en de landschappen).
Toegang: De entree was inbegrepen in mijn safaripakket van de lodge.
Hoeveel tijd: Ik was er anderhalve dag, 2 nachten. Precies goed.
Opvallend: Kaziranga is de plek waar ik het meest naar uitkeek tijdens deze reis naar India, en het stelde zeker niet teleur. Ik gaf wat extra geld uit aan een verblijf van 2 nachten in de chique Diphlu River Lodge (335 EUR p/n all-in). Ze bieden safaripakketten aan die vergelijkbaar zijn met lodges in Afrikaanse nationale parken, inclusief alle maaltijden en activiteiten. De locatie bleek een beetje lawaaierig te zijn (het ligt dicht bij de hoofdweg Jorhat-Guwahati) en de ietwat stijve service haalde niet helemaal het niveau van de gemiddelde Afrikaanse safari lodge, waar ingetogen elegantie en een gezellige sfeer vaak moeiteloos lijken. Maar ik kreeg mijn eigen auto en gids die me meenamen op royaal lange (4-5 uur) game drives en wegstuurden van de drukte. Het eten en de kamer waren ook uitstekend.
Het park is alleen geopend van november tot april, aangezien het gebied de rest van het jaar lijdt onder de gevolgen van ernstige overstromingen die tot 80% van het oppervlak bedekken. Markeringen op parkgebouwen geven aan hoe hoog het water in bepaalde jaren kwam. Zowel mens als dier vluchten dan naar hoger gelegen gebieden zoals door de mens gemaakte “eilanden” genaamd chapories (terpen) en de hoofdweg. Dit betekent ook dat het park elk seizoen alle (onverharde) wegen opnieuw moet aanleggen, soms nieuwe wegen en bruggen moet aanleggen omdat de oude zijn weggevaagd of de hele rivieroever is verplaatst.
Inbegrepen in mijn safaripakket waren drie game drives die me naar verschillende delen van het park brachten. De eerste was de Westelijke Ingang. De eerste indruk hier is verbluffend: uitgestrekte velden langs de oever van de rivier de Diphlu, vol met grote aantallen zoogdieren en vogels. We zagen gemakkelijk 50-60 Indische neushoorns – en bedenk wel, dit zijn solitaire dieren, dus ze hielden allemaal minstens 30 meter afstand van elkaar om hun eigen ding te doen. De meesten stonden vrij ver weg. Andere veel voorkomende dieren zijn wilde waterbuffels en verschillende soorten herten. We zagen ook een slanke otter lopen op een eiland in de rivier. Wilde olifanten zagen we maar een paar.
De volgende ochtend gingen we naar de Noordwestelijke Ingang. We verlieten de lodge om 7 uur en brachten het eerste uur door met het spotten van wilde dieren langs de hoofdweg. Dit was een echte “Indiase ervaring”, want het is een drukke weg met luidruchtige en snelle bussen en vrachtwagens die links en rechts onze safari-jeep probeerden te passeren, terwijl de gids zijn ogen op de boomtoppen gericht had waar soms groepen gibbons te zien zijn. We hadden geen succes met de gibbons, maar deze hoge bomen leverden een eerste kuiflangoer, talloze vliegende vossen en een paar dubbelhoornige neushoornvogels op (voor de laatste geraakten we in iemands achtertuin om het beste uitzicht te krijgen).
Bij de poort van het park voegde een gewapende parkwachter zich bij ons in de jeep om ons veilig te houden. We kwamen maar weinig andere auto’s tegen in dit deel van het park, alleen een paar van onze eigen lodge. Het landschap met hoge bomen ging verder nadat we het park binnengingen. Al snel vonden we een andere groep kuiflangoeren, die erg coöperatief waren in het vertonen van hun gedrag en poseren voor foto’s. Ze hadden ook twee jonge baby’s bij zich, erg schattig.
Onze bosrit eindigde bij een rangerstation aan de oevers van de Brahmaputra, een van de 200 in heel Kaziranga die de stropers buiten de deur moeten houden. We strekten even onze benen en zagen een paar heel bijzondere dakschildpadden langs de kustlijn. Deze wezens zijn klein en het lijkt alsof ze een kegelvormig dak dragen! De gids identificeerde ze als de ernstig bedreigde Assam dakschildpadden.
De laatste safari, in de namiddag was in het centrale gedeelte. Hier is de hoofdingang van het park en dus is het het drukst van allemaal. Het lijkt ook het belangrijkste gebied om tijgers te zoeken. Mijn gids belde koortsachtig rond om te horen of er één was gespot. We misten er eentje met een minuut: we raceten naar een groep van 20 jeeps die strategisch gepositioneerd waren bij een klein meer. Maar we zagen alleen nog de groep buffels die gezamenlijk de tijger hadden weggejaagd. Een half uur lang bleven we wachten om te zien of de tijger weer uit het gras tevoorschijn zou komen, maar dat gebeurde niet.
Het landschap in dit centrale deel was het minst interessant van de drie die we bezochten. Het gras was zo hoog dat zelfs de koppen van olifanten nauwelijks zichtbaar waren. We vonden hier geen “nieuwe” dieren, maar kwamen wel een paar gewillig poserende neushoorns tegen vlak langs de weg.
#940: Manas
Wat is het?
Het Nationaal Park Manas omvat een landschap langs de gelijknamige rivier aan de voet van het Himalaya-gebergte. Zijn graslanden en bossen herbergen vele diersoorten, zoals neushouurn, olifant, tijger en lippenbeer.
Cijfer: 6 (Het valt een beetje in het niet bij Kaziranga dat ongeveer dezelfde diersoorten heeft maar dan in veel grotere aantallen. Maar het landschap van Manas, met telkens de Himalaya op de achtergrond, vond ik wel mooi.)
Toegang: De toegang was inbegrepen in mijn totaalpakket, maar een jeepsafari hier is niet goedkoop: ik betaalde 7,000 rs (ca. 82 EUR).
Hoeveel tijd: Ik was er een dag en deed twee jeepsafaris.
Opvallend: Manas is een prima excuus om naar noordwestelijk Assam af te reizen. In een goed jaar komen er maar een paar honderd buitenlandse toeristen naar het park. Ik ging er met de auto + chauffeur heen vanuit Kaziranga (6,5 uur) en verbleef 2 nachten in een homestay te midden van de theeplantages dicht bij de Bansbari-ingang. Alles was er kalm, vriendelijk en heel ingetogen. Het deed me denken aan het landelijke Thailand, het gebied waar ik vorig jaar verbleef om Huai Kha Khaeng te bezoeken.
Het landschap wordt gedomineerd door de enorme “muur” van de Himalaya die ten noorden van de vlakke landen van Manas ligt. Een ander kenmerk is de aanwezigheid van veel dicht bos.
Ik maakte twee jeepsafari’s in het park vanaf de Bansbari-poort: één van 6-9 uur ‘s ochtends en de andere van 2-5 uur ‘s middags. De vroege ochtend leek het meest vruchtbaar te zijn, omdat het ongeveer één exemplaar van elk van de meest voorkomende soorten opleverde (Indische neushoorn, Aziatische olifant, Aziatische waterbuffel, Maleise reuzeneekhoorn, Sambar-hert, Kuiflangoer), plus talloze Indiase pauwen.
Dat was totdat we onze middagtour om 4.30 uur beëindigden met een bezoek aan de Bura Burithai uitkijktoren: bij deze open plek in het bos zagen we 2 gaur en 5 neushoorns tegelijk en van zeer dichtbij. Het gaf me het beste uitzicht op gaur (heel mooie, wilde koeien) dat ik ooit heb gehad, en de neushoorns gaven een show waarbij 2 mannetjes vochten (met kopstoten) om een vrouwtje.
Grote katachtigen zoals tijgers en luipaarden worden tegenwoordig ook weer vaker gezien in dit park, sinds de Bodo-opstandelingen hun wapens hebben neergelegd, de anti-stroperijacties succesvol zijn geweest en het park in zijn geheel aan het herstellen is van moeilijke tijden in de jaren 90 en 00. De chauffeurs en gidsen hier hebben een strategie ontwikkeld om te stoppen bij een kruising van twee wegen, de motor uit te zetten en dan 10 minuten te wachten om te zien of er iets interessants een van de wegen kruist. Helaas werkte het niet voor ons…
Een recente verandering in het park is ook de toevoeging van een erfgoedcentrum. Dit bevindt zich bij het Beki River View, waar je over de rivier naar Bhutan kunt kijken. Een bord geeft aan dat je je slechts 360 meter van de grens bevindt. Het centrum, geopend in juli 2023, heeft tentoonstellingen over belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van het park en zijn dieren in het wild. Je kunt hier bijvoorbeeld de opgezette versie van de tijger vinden die in 1986 11 mensen doodde.
#941: Mahabodhi Tempel
Wat is het?
De Mahabodhi Tempel is gebouwd op de plek waar de historische Buddha de Verlichting heeft bereikt. Sinds de 3de eeuw voor Christus is het een belangrijke pelgrimsplaats voor Boeddhisten.
Cijfer: 6,5 (Het is fascinerend om een keer te zien, maar voor niet-Boeddhisten is de waarde niet echt te bevatten.)
Toegang: De entree is gratis.
Hoeveel tijd: Een uur of twee per bezoek.
Opvallend: Het Mahabodhi Tempelcomplex in Bodh Gaya is tegenwoordig gemakkelijk te bereiken in ongeveer 2 uur vanaf Patna via een 4-baans snelweg die de stad Gaya omzeilt. Bodh Gaya is in feite een sloppenwijk, met wanhopig slechte leefomstandigheden en vol met mensen die als belangrijkste doel in het leven hebben om het maximale uit de boeddhistische pelgrims te halen. India toont zich hier op zijn slechtst: lawaaierige riksja’s, bedelende kinderen, ernstig misvormde mensen die hopen op medeleven, oplichters van allerlei soorten en vieze kinderen die van hun moeders circusacts moeten uitvoeren. Ze zijn allemaal actief aan de hoofdstraat die naar de tempel leidt.
Het toegangsbeleid tot de tempel was onduidelijk toen ik er vooraf online naar probeerde te zoeken, maar ondanks de vermoeiende wandeling door de stad is het eigenlijk helemaal niet chaotisch. De toegang is gratis, behalve als je foto’s wilt maken; dan moet je 100rs betalen bij de “Camera Ticket Counter”. Telefoons zijn niet toegestaan, maar het lijkt erop dat dit ook wordt kwijtgescholden als je een cameraticket koopt (ik heb het niet geprobeerd).
Nadat je eerst door een nieuwe poort gaat met het geruststellende label “Werelderfgoed” erboven, word je twee keer gefouilleerd voordat je het tempelterrein betreedt. Deze extra veiligheidsmaatregelen werden genomen nadat hier in 2013 bommen werden geplaatst (en er twee ontploften) door een islamitische militante groep. Je hoeft alleen je schoenen uit te doen in de binnenste cirkel van de tempel, dus houd ze zo lang mogelijk aan.
Ik bezocht de tempel twee keer: één keer ‘s avonds en ook vroeg de volgende ochtend. De avondsessie was bijzonder sereen, de verlichting die in 2020 aan de site werd toegevoegd, versterkt de warme sfeer. Overal waren mensen aan het bidden. Het lijkt opdringerig om hier foto’s te maken en ik denk dat ik maar 5 camera’s heb gezien bij de minstens 1.000 aanwezige mensen. Je ziet oranje geklede monniken, pelgrims in het wit. 98% van de bezoekers hier komt voor een religieuze ervaring: Tibetanen die zich neerbuigen, Japanners die onbeweeglijk zitten, jonge monniken die aan het spelen zijn. Het gezang gaat door tot laat in de nacht. Ik liep drie keer rond de tempel, op de drie verschillende niveaus. Het meeste gebeurt “aan de achterkant” – waar de pelgrims de heilige Bodhi-boom vereren.
De volgende ochtend kwam ik rond 7 uur aan. Het bleek ook één grote kampeerplek te zijn, aangezien een aanzienlijk aantal pelgrims de nacht had doorgebracht in tenten tussen de stoepa’s. Ik deed de drie rondes opnieuw en kwam monniken en arme stadsbewoners tegen die op de bovenste verdieping om ontbijt bedelden. De 7 plekken waar Gautama Boeddha een week lang mediteerde nadat hij verlicht was, zijn duidelijk gemarkeerd met stenen informatiepanelen. Het is de moeite waard om ze allemaal te bekijken, hoewel je bijna overlopen wordt door rondlopende pelgrims als je stilstaat om de teksten te lezen.
Toen ik het complex verliet, kwam ik een lange processie van deelnemers aan de Tipitaka Chanting Ceremony tegen, die alle aanwezige boeddhistische landen vertegenwoordigden; een kleurrijk schouwspel. Evenementen als deze tonen de lange traditie van pelgrimstochten op deze plek, wat ook de belangrijkste kracht is van dit werelderfgoed.
Ik ging ook nog naar het Archeologisch Museum. Het ligt aan de hoofdweg naar de tempel. Iedereen betaalt hier slechts 10 roepies. Dit kleine en rustige museum herbergt de originele gebeeldhouwde stenen balustrades uit de 3e eeuw v.Chr. die de tempel omringden. Hun stijl lijkt een beetje op die van de boeddhistische monumenten in Sanchi. Er is ook een goede collectie van Boeddhabeelden uit de 8e tot 10e eeuw die op de tempelsite zijn gevonden. Van velen is hun gezicht ingeslagen, maar er zitten ook enkele mooie werken tussen.
#942: Nalanda
Wat is het?
Nalanda omvat de resten van een Boeddhistisch instituut voor hoger onderwijs uit de 5de-15de eeuw. In kloosters werden leerlingen opgeleid in Boeddhistische en algemene vakken, zoals grammatica, geneeskunde en astronomie.
Cijfer: 6 (Interessante plek maar moeilijk volledig te begrijpen zonder goede achtergrondinformatie)
Toegang: De entree kost 550rs (ca. 6 EUR).
Hoeveel tijd: 1,5 uur. Het is een groot terrein.
Opvallend: Nalanda was beter dan ik vooraf had verwacht. We kwamen net na 9 uur ‘s ochtends aan vanuit Patna (2 uur met de auto over een goede weg, als je eenmaal uit het drukke stadscentrum bent). Het is goed om zo vroeg te zijn, omdat de site meer dagelijkse bezoekers trekt dan je je kunt voorstellen voor een archeologische site in het landelijke Bihar. Het lijkt een vaste excursie binnen de vele Aziatische groepstours van de pelgrims die de Mahabodhi-tempel bezoeken. Het is ook een mooi aangelegd park dat de lokale bevolking uit de nabijgelegen grote stad Bihar Sharif aantrekt.
De omvang van de site verraste me het meest. Ik had van tevoren vooral foto’s van Tempel 3 gezien en omdat het het meest compleet is, trekt het meteen je aandacht zodra je het complex binnengaat. Maar er zijn nog veel meer delen die de moeite waard zijn, vooral onder de tempels. De kloosters volgen een specifiek stramien en als je er eenmaal één hebt gezien, is het genoeg.
De interpretatie en bewegwijzering op de site zijn minimaal, en dat helpt niet om de interessantere plekken te vinden. Je mist gemakkelijk een zijpad. In eerste instantie was ik blij om te zien dat ze QR-codes voor meer informatie naast elk gebouw hadden toegevoegd, maar na het scannen bleek dat het dezelfde tekst bevatte als op de stenen panelen.
Interessant waren:
Kloosters #5, 4 & 1: een soort labyrint direct links en rechts nadat je de afgesloten bakstenen ingang van het complex bent gepasseerd; het biedt een introductie tot de manier waarop de architecten van Nalanda bouwden en bakstenen gebruikten.
Tempel #3: de grote met lange trappen en twee decoratieve torens, maar helaas kun je niet heel dicht bij de voorkant komen en laag hangende boomtakken verhinderen het maken van goede foto’s vanaf de andere kant.
Tempel #12: prachtig metselwerk omringd door veel stoepa’s, niet alleen gemaakt van baksteen maar ook van steen.
Tempel #13: op een verhoogd platform dat je kunt beklimmen. In de buurt hiervan werd een smeltoven ontdekt (die ik heb gemist).
Tempel #2: deze ligt buiten de bakstenen omheining rond het complex, niet ver van de in-/uitgang naar de straat. De basis is versierd met rijen gebeeldhouwde panelen die het gebouw volledig omsluiten:
Hyderabad
Hyderabad is een enorm uitgestrekte stad met 6 à 9 miljoen inwoners. De tolweg van het vliegveld naar mijn hotel doet vermoeden dat je in Miami bent aangekomen (brede wegen en palmbomen), en je ziet ook veel grote moderne kantoorgebouwen. Het hart van de stad is echter oud en net zo chaotisch als de rest van de Indiase binnensteden.
Ik bracht een kort middagbezoek aan het Golconda Fort en de Qutb Shahi Tombes. Ik kan kort zijn over het fort: het is als een fort waarvan ik er zoveel heb gezien tijdens mijn reis naar Pakistan vorig jaar, vervallen en zo groot dat je niet weet waar je moet beginnen met restaureren. Net als in Pakistan trouwens, is het van oorsprong (sjiitisch) islamitisch – het lokale Golconda Sultanaat (16e-17e eeuw) had sterke culturele banden met Perzië. De huidige bevolking van Hyderabad bestaat ook uit een grote islamitische minderheid (30%).
Het verhaal van de Tombes is totaal anders dan dat van het fort. Ik was niet echt voorbereid op wat ik hier zou aantreffen, ik wist dat er tombes waren, mijn riksja-chauffeur riep enthousiast “Seven Tombs” (de populaire naam, omdat hier 7 sultans begraven liggen). Maar het blijkt dat er 40 van hen zijn op een terrein van 106 hectare. In tegenstelling tot de meeste culturele locaties in India, wordt deze niet beheerd door de ASI, maar door de staat Telangana.
De tombes zijn sinds 2013 gerestaureerd door de Aga Khan Trust (met aanvullende fondsen van onder andere het US Ambassadors Fund). Het complex omvat ook 19 begrafenismoskeeën, 6 ‘stepwells’, een hammam, overblijfselen van een aquaduct, etc.
En wat een zegen is deze interventie geweest. Het park biedt een onbelemmerd uitzicht op de belangrijkste tombes, duidelijke bewegwijzering en een zinvol informatiepaneel bij elk gebouw met details over de oorsprong van het monument en het conserveringsproces. Ze hebben het project voltooid verklaard in juli 2024. Alleen het mausoleum van Sultan Muhammad Qutb Shah staat nog gedeeltelijk in de steigers. Hier hebben ze de groene geglazuurde tegels opnieuw aangebracht op de koepel.
Het park met de tombes is een aangename plek om een uurtje door te brengen als je in deze stad bent, vooral in de late namiddag. Er is tegenwoordig een toegangsprijs voor buitenlanders, maar die is slechts 50 roepies (plus nog eens 50 roepies voor een camera).
#943: Ramappa Tempel
Wat is het?
De Ramappa Tempel representeert de Kakatiyaanse traditie van tempelarchitectuur. De verfijnde decoraties van steen zijn geïnspireerd op de traditie van de dans en laten beweging en dynamiek zien.
Cijfer: 7 (Deze tempel doet het niet zo goed op foto’s omdat veel van de mooiste sculpturen boven je hoofd zijn en er ook fel zonlicht is; maar als je ervoor staat zijn vooral de basaltsculpturen prachtig.)
Toegang: De entree was inbegrepen in mijn dagtour vanuit Hyderabad, geboekt bij 5sensestravel.
Hoeveel tijd: 1,5 uur voor een diepgaand bezoek met gids.
Opvallend: De Ramappa-tempel is één van de meest afgelegen culturele werelderfgoederen. Er was meer dan 4,5 uur rijden voor nodig vanaf mijn hotel in Hyderabad. De rit is niet alleen lang, maar ook saai en de weg is slechts een goede vierbaansweg voor ongeveer de helft van de 260 km. Alleen in het laatste uur zijn er een paar ‘attracties’ langs de weg: de grote rotsblokken van het Deccan Plateau, enkele kerken (zowel katholieke als baptistische groepen zijn erin geslaagd lokale stammen te bekeren), katoen- en tabaksplantages en ten slotte een bosreservaat.
De ASI beheert de tempel, die ook weer actief religieus wordt gebruikt door lokale aanhangers van Shiva. Op de ochtend van mijn bezoek was er een priester aanwezig om zegeningen te geven in het binnenste heiligdom.
Ik bezocht deze tempel met een gids uit Hyderabad tijdens een privétour, die vooral de moeite waard was om de fijnere details van deze tempel te ontdekken. Het algemene architectonische plan is vergelijkbaar met dat van de Chalukyas die Pattadakal 1000 km verderop creëerden; alleen deze tempel valt op door het gebruik van ongeveer een gelijke mix van rode zandsteen, zwarte doleriet (basalt) en poreuze bakstenen.
De bakstenen bevinden zich in de toren: dit is een reconstructie en een beetje te ‘schoon’. De beste delen bevinden zich eronder: de zwarte basaltgravures, die deel uitmaken van het structurele ontwerp van de tempel. Leeuwen die hun poot op olifanten houden, is een terugkerend thema, net als de hofdansers die hun bewegingen en krijgershoudingen laten zien.
Er zijn ook rijen van zandstenen sculpturen, met dansers maar ook worstelaars en wat erotische kunst. Een paar afgebeelde personen hebben ‘buitenlandse’ kenmerken, misschien Perzisch of Egyptisch.
Het Nandi-beeld dat voor het hoofdaltaar staat, is ook nog steeds het origineel, met details zoals kralen. De kop kantelt naar rechts, een kenmerk van de Kakatiya-manier om Shiva’s stier weer te geven.
De tempel is in zijn 800-jarige geschiedenis drie keer ernstig beschadigd door aardbevingen. Zelfs de dag voor mijn bezoek was er nog één van meer dan 5 op de schaal van Richter. De fundering van het bouwwerk is gevuld met zand om het schokbestendig te maken. In de binnenhal kun je zien hoe erg de pilaren zijn verschoven.
Het Kakatiya-rijk, dat zijn rijkdom had verkregen uit diamantwinning, was voornamelijk een regionale macht totdat ze in 1323 werden verslagen door indringers uit het Sultanaat van Delhi. De Kakatiya vochten nog steeds op olifanten, terwijl de indringers de veel wendbaardere paarden gebruikten.
We bezochten ook een andere Kakatiya-tempel, de Thousand Pillar Temple in Hanamakonda. Deze is veel minder uitgebreid, alleen het interieur is vergelijkbaar met dat van Ramappa, behalve dat hier 3 goden werden aanbeden (Shiva, Vishnu en Surya).
#944: West-Ghats
Wat is het?
De West-Ghats zijn een ongeveer 1600km lange bergketen die Noord-Zuid loopt langs de westkant van India. Het is een breukrand die is ontstaan tijdens het uit elkaar vallen van het supercontinent Gondwana zo’n 150 miljoen jaar geleden. Het werelderfgoed bestaat uit 39 specifieke parken langs deze bergketen. Ze hebben vooral een hoge plantdiversiteit.
Cijfer: 6 (Het is een waterscheiding binnen India, maar zijn natuurschoon is lastig te zien.)
Toegang: De entree tot het Pushpagiri Wildlife Sanctuary (één van de 39 parken) kost 125rs voor buitenlanders. Ook betaal je voor de auto (50rs). De jeeptour kost 2.500rs. In totaal was ik dus zo’n 28 EUR kwijt.
Hoeveel tijd: De tour duurde 3 uur.
Opvallend: Ik was in 2011 al eens in de West-Ghats toen ik Ooty bezocht, de Nilgiri Hills zag en de Ghats met de bus van oost naar west overstak; maar ik kwam nergens binnen de zeer beperkte grenzen van het kerngebied van dit werelderfgoed. Ook dit keer paste het niet echt in mijn route, maar terwijl ik bijna 4 uur in de bus van Bangalore naar Mysore zat probeerde ik nogmaals om al Googelend een toegankelijke locatie te vinden. Zo ‘ontdekte’ ik het Mandalpatti Viewpoint in het Pushpagiri Wildlife Sanctuary, waarover ik verhalen las dat lokale bewoners daar ‘jeepsafari’s’ organiseren (meer offroading dan safari trouwens).
Dus om 8 uur de volgende ochtend was ik weer op weg, richting het ‘hill station’ Madikeri (naar verluidt de plaats met de schoonste lucht van heel India!). Het is een rechte weg vanaf Mysore, 120 km over een behoorlijke weg, maar met veel verkeersdrempels. We bereikten de ‘Madikeri Jeep Stand’ in 2,5 uur. De Jeep Stand bleek goed gecoördineerd te worden door een coöperatie van chauffeurs – met een vaste prijs van 2.500 roepies per jeep voor de excursie van 3 uur. Ik kon zo instappen.
De weg naar het uitkijkpunt Mandalpatti vereist een vierwielaangedreven auto; in het begin omdat de weg steil omhoog gaat, later omdat er geen weg meer is, alleen rotsen. Ik vermoed dat de Madikeri coöperatie het prima vindt zoals het is, als de staat het zou asfalteren, zouden ze hun broodwinning verliezen.
Het eerste deel passeert de koffieplantages waar deze regio, Coorg, om bekendstaat. De koffieplanten groeien in de schaduw (zoals ik ook in Colombia zag), wat betekent dat ze door hoge bomen worden beschermd tegen fel zonlicht. Het is een mooi gezicht.
Een paar kilometer van de top moeten we entree betalen om het Pushpagiri Wildlife Sanctuary binnen te komen. De “weg” is daarna echt slecht, maar aan het einde wacht een mooi welkomstbord versierd met beelden van Nilgiri langoeren (de lokale aapjes). De rit bergopwaarts duurt een uur en de excursie geeft je nog een uur om zelf rond te dwalen op het uitkijkpunt. Er zijn wat informatiepanelen aan de voet ervan. Om het uitkijkplatform te bereiken, moet je 10 minuten bergopwaarts lopen.
Wat het meest opvalt aan de top van de 1.600 meter hoge berg is de overvloed aan gras erop en op de omliggende heuvels: dit kenmerk dat typerend is voor de West-Ghats op grotere hoogten staat bekend als het Shola-graslandcomplex. ‘Shola’ is de lokale naam voor kleine stukjes overgebleven bos. Direct na het moessonseizoen zijn deze graslanden bedekt met bloemen, maar het was moeilijk om daar in december iets van terug te vinden.
#945: Hoysala ensembles
Wat is het?
De Heilige Ensembles van de Hoysalas zijn drie 13de eeuwse tempelcomplexen gebouwd in de Hoysala-architectuurstijl. Ze zijn beroemd om hun verfijnde en gedetailleerde sculpturen gemaakt uit leisteen.
Cijfer: 6 (Schattig, maar niets schokkends.)
Toegang: De entree kost 250 rs (2,80 EUR) en kan alleen online betaald worden.
Hoeveel tijd: 30 minuten, het is maar klein.
Opvallend: Dit is wel een heel simpele excursie vanuit Mysore. Ik neem een taxi naar Somanathapura (1500rs schijnt de vaste prijs te zijn) vanaf de standplaats tegenover het busstation. De Keshava-tempel aldaar is één van de drie tempels die samen dit werelderfgoed vormen. Na 45 minuten rijden komen we aan bij de inmiddels zo bekende combinatie van hek, parkje met grasveld, bloemenperken: een site gemanaged door de Archaeological Survey of India.
Deze tempel ligt op een binnenplaats, hij is omringd door gangen met zuilen (waar achter de deuren voorheen ook heiligdommen verschuild gingen). Je geraakt er binnen door de originele toegangspoort. De tempel zelf is van onder tot boven bedekt met sculpturen. Ze zijn opgebouwd uit verschillende banden die volledig rondom het gebouw doorlopen: één met rijen olifanten, één met planten, één met scenes uit de Indiase mythologie etc.
Ik loop er twee keer rustig om heen. Er zijn maar een paar andere bezoekers. De meeste decoraties zijn hier, in tegenstelling tot de Ramappa-tempel, op ooghoogte en dus goed te zien.
Het heiligdom in de tempel is zoals telkens donker en met veel zuilen. Twee van de nissen hebben nog een heiligenbeeld, waaronder één van Krishna.
Mysore
De laatste 3 dagen van mijn reis verbleef ik in de zuidelijke stad Mysore. Van hieruit kun je gemakkelijk nog een paar dagtrips doen, en de stad zelf is ook prettig. Het grootste pluspunt is eigenlijk dat het te voet te doen is, waar de meeste Indiase steden een grote verkeerschaos zijn.
Het Paleis van Mysore is de trekpleister van de stad. Je geraakt er alleen binnen via de westelijke ingang, wat nog een hele wandeling was vanaf mijn hotel. De entree voor buitenlanders is 1000rs (één van de hoogste die ik op deze reis tegenkwam) en kan ter plekke alleen cash betaald worden.
Het is een groot terrein, met verschillende tempels en een tuin. Ik ga eerst het paleis zelf in. Hiervoor moet je je schoenen achterlaten bij een balie; ze doen ze in een boodschappentas en je krijgt een nummerkaartje mee om ze weer op te halen. Het is druk binnen, dus het is een traditioneel paleisbezoek slenterend door lange gangen. Bij de eerste galerijen valt op dat het interieur bijna wat Art Nouveau trekjes heeft, met afbeeldingen van pauwen in glas-in-lood en gietijzeren trappen.
Het hoogtepunt van de route binnen (die ongeveer een half uur kost) is het grote bordes, vanwaar de maharaja en zijn familie de menigte en de opgevoerde spelen kon aanschouwen. Tot slot loop ik nog een rondje door de grote tuinen.
Niet ver hiervandaan ligt het Jaganmohan Paleis, nu een Kunstmuseum. Dit is ook een paleis van de koninklijke familie, maar veel kleiner van schaal. Het trekt ook lang niet zoveel bezoekers, en ik betaal met 60rs evenveel als de Indiërs. Het gebouw is van binnen goed gerenoveerd. Het heeft een collectie met voornamelijk Indiase schilderkunst.
Langzaamaan loop ik dan door de straten van Mysore terug naar mijn hotel. Ik eet lunch bij een Noordindiaas restaurant en kom nog een fraaie Jain tempel tegen. In totaal heb ik 12km gelopen vandaag.
Praktische info
Voorbereidingen
Voor India moet je tegenwoordig online een e-visum aanvragen. Het vraagt wel wat aandacht voor detail (zo moeten de foto en de paspoortkopie van een specifiek formaat zijn), maar uiteindelijk valt het allemaal wel mee. Ik had de toestemming na 1,5 dag binnen. Kosten: 25 USD.
Vervoer
Deze route binnen 30 dagen (en zonder gebroken nachten) was alleen mogelijk door de 6 binnenlandse vluchten die ik maakte. Vijf waren er met Indigo en eentje met Spicejet. Voor een vlucht van zo’n 2 uur betaal je 75 EUR. De vliegvelden zijn allemaal gemoderniseerd, of zelfs supermodern en nieuw zoals dat van Bangalore.
Voor dagtochten van zo’n 2-4 uur enkele reis maakte ik meestal gebruik van een auto met chauffeur. Soms regelde ik die via de hotelreceptie, andere keren via Uber Intercity. Een volle dag op pad inclusief wachttijd kost zo’n 50-60 EUR.
Overnachtingen
Mumbai: Residency Fort Hotel: erg goede locatie, op loopafstand van alle 3 werelderfgoederen van Mumbai. Gemoderniseerde kamers, schoon, vriendelijk, goed ontbijt. 82 EUR.
Vadodara: Four Corners by Sheraton: modern 4-sterren hotel in het centrum. Goed ontbijt. 65 EUR.
Ahmedabad: Plenteous Inn: nieuw 3-sterren hotel aan de overkant van de rivier t.o.v. de oude stad. Nette kamer en goed ontbijt. Weinig restaurants in de buurt maar ze hebben een goede room service. 40 EUR.
Bhubaneswar: Hotel Phupak: net 3-sterren hotel in het centrum. Goed eigen restaurant. 44 EUR.
Kolkata: The Elgin Fairlawn: historisch hotel uit de Britse tijd. Officieel 4 sterren maar dat maakt het niet helemaal waar qua service en ontbijt. Ik had er wel een mooie ruime kamer en de ligging is centraal. 100 EUR.
Jorhat: Hotel Gulmohar Grand: modern 3-sterren hotel met ruime kamer en vriendelijke receptie. Restaurant is ook goed, behalve dat ik er een muis en een grote kakkerlak zag lopen…
Kaziranga: Diphlu River Lodge: 4-sterren safarilodge. Minpuntjes vanwege de wat lawaaierige ligging niet ver van de grote weg en de wat stijve service. Kamer en eten wel uitstekend, net als de jeeptours en gids. 335 EUR all-in (eten, safaris).
Manas: Birina Eco Camp: Schoon en vriendelijk pension tussen de theevelden. Prima maaltijden. 40 EUR.
Guwahati: The Guwahati Address: Chique 4-sterren hotel met eigen restaurant en koffieshop. 85 EUR.
Bodh Gaya: Maya Heritage: Relatief eenvoudig hotel met goede ligging op loopafstand van de tempel. Zit vol met Aziatische pelgrims. 52 EUR.
Patna: Gargee Grand: Oase in deze smerige stad. Goed eigen restaurant. 67 EUR
Hyderabad: The Vantage Inn: Nieuw hotel in wijk met veel kantoren. Niet zo bijzonder. 46 EUR.
Mysore: Grand Serene: Heerlijk bed en heerlijke douche, alhoewel de badkamer wel wat overstroomt. Ontbijt goed met Indiase opties. 73 EUR.
Eten
Gelukkig houd ik erg van de Indiase keuken, want veel anderssoortige restaurants zijn er niet. Alleen in Bodh Gaya at ik bij een prima Thais restaurant. De Indiase restaurants specialiseren meestal ofwel in Noord-Indiase danwel in Zuid-Indiase gerechten.
Kosten
De kosten hangen sterk samen met het gekozen comfortniveau. Alleen het eten is overal goedkoop.
De kosten, gedeeld door 29 dagen en exclusief internationale vlucht (die had ik dit keer ‘gratis’ vanwege een voucher voor een vertraagde vlucht begin dit jaar), waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels* | Eten | Vervoer | Overig** |
| India | 167 EUR | 97 EUR | 10 EUR | 37 EUR | 23 EUR |
* Inbegrepen hier zijn ook de all-inclusive (inc. tours, eten) verblijven in Kaziranga en Manas
** De overige kosten bestaan vooral uit entreekaartjes en fooien.














































































































Leave a comment