S.M.O.M
Het Palazzo Malta is de thuisbasis van de Soevereine Militaire Orde van Malta (SMOM). Dit stukje van hun minuscule grondgebied ligt aan één van de meest luxe winkelstraten van Rome. SMOM staat bekend als “het land zonder land” (hoewel het een 99-jarige huurovereenkomst heeft van het bovenste deel van een fort in Malta). Het heeft wel zijn eigen vlag, overheid, wetten, stempels, paspoort en autonummerplaten.
Je kunt tot aan een hek de poort inlopen, vanwaar een binnenplaats te zien is.
Het meest enerverende deel van mijn bezoek van 15 minuten was toen ik een auto het paleis zag verlaten met het nummerbord SMOM 1. Dit behoort waarschijnlijk toe aan hun Italiaanse ambassadeur.
Ze hebben ook een klein bezoekerscentrum, bereikbaar via de zij-ingang aan de Via Bocca di Leone 73. Daar kun je hun postzegels kopen en meer te weten komen over hun geschiedenis. Maar hoewel ik binnen de geadverteerde openingstijden aankwam (maandag tot vrijdag, tussen 9.30 – 13 en 14 – 16), vond ik de grote houten deur gesloten.
Civita di Bagnoregio
Civita di Bagnoregio is een middeleeuws plaatsje in de Italiaanse provincie Lazio. Het ligt bovenop een hoge tufsteenpiek die rust op fragiele kleigrond. Civita’s geschiedenis is een voortdurende strijd tegen aardverschuivingen; na een verwoestende aardbeving in 1695 zijn de meeste mensen weggetrokken en in 1764 is de laatste weg ingestort.
Ik verbleef één nacht in het dorp; een spookachtige ervaring omdat het ’s nachts bijna verlaten is. Na een lange reisdag kwam ik pas om 19.30 uur aan bij de loopbrug, die Civita tegenwoordig met de omgeving verbindt. Het grootste deel van de route was nauwelijks verlicht en het dorp ook niet, aangezien er slechts 16 mensen permanent wonen. Er zijn ’s avonds geen restaurants open (althans niet in oktober) en de eigenaren van mijn B&B hadden de sleutel ergens voor me verstopt.
De ticketkiosk waar ze de toegangsprijs van 5 EUR voor het dorp innen bleek wel ’s avonds bemand. De invoering van dit ticket voor de 1 miljoen jaarlijkse toeristen is een zegen geweest voor zowel de inwoners van Civita als buurdorp Bagnoregio, aangezien de gemeentelijke belastingen sindsdien voor hen zijn afgeschaft.
Ik verkende Civita de volgende ochtend – een half uur is genoeg. Vóór 9 uur is er nog niks open. Het heeft romantische middeleeuwse straatjes (het deed me wat denken aan het Franse Sarlat) en veel bloemen. Bijna elke zijstraat heeft een uitkijkpunt over de wijdse omgeving, die ’s ochtends onder een laag nevel schuil gaat.
Er is één hoofdstraat, die je een stuk naar beneden kunt volgen richting een grot in de kleiwand. Die grot werd gebruikt door de Etrusken als begraafplaats, maar na de grote aardbeving van 1695 werd het omgebouwd tot een rooms-katholieke kapel.
De klassieke foto van Civita, bijna zwevend in het landschap, kun je nemen vanaf het uitkijkpunt “Belvedere”. Het ligt in het naburige Bagnoregio, ongeveer 500 meter van de brug. Het stadje Lubriano heeft ook een mooi uitzicht: vanaf daar kun je Civita vanaf de zijkant fotograferen. De bus van en naar Orvieto komt er ook langs. Alle dichterbij gelegen punten hebben de moderne brug prominent in beeld, en eerlijk gezegd is die niet zo mooi.
Met het openbaar vervoer naar Civita di Bagnoregio reizen is nogal een gedoe. De totale netto benodigde tijd vanuit Rome is 2 uur en 40 minuten (1,5 uur trein, 35 minuten bus, 35 minuten lopen). Maar het kost veel meer als treinen vertraging hebben (mijn trein van Rome Tiburtina naar Orvieto was ruim een uur te laat) en je moet wachten op één van de weinige Cotral-bussen per dag die naar Bagnoregio rijden.
#25: Vaticaanstad
Ik bezocht Vaticaanstad voor het eerst in 1995, vandaar het lage volgnummer (25). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in oktober 2022.
Wat is het?
Vaticaanstad is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van het Christendom en derhalve een belangrijke pelgrimsstad. Ook heeft het vanaf de 16de eeuw een belangrijke rol gespeeld in de kunst en architectuur van de barok en renaissance. Centraal staat de Sint-Pietersbasiliek, het grootste religieuze gebouw ter wereld, met werken van o.a. Michelangelo en Raphael.
Cijfer: 7 (De voortdurende drukte neemt hier wel wat van de glans weg. De grote aantallen toeristen zijn een belangrijke inkomstenbron voor het Vaticaan, dus ze zijn niet erg geneigd tot maatregelen.)
Toegang: De Vaticaanse Musea kostten me 21 EUR (inclusief boekingskosten).
Hoeveel tijd: Ik was er een halve dag.
Opvallend: Naast het Colosseum is de Sint-Pieter de grootste trekpleister van Rome. De enorme koepel is al van veraf te zien. Toen we er in de ochtend aankwamen, stond er al een lange rij voor de ingang met een wachttijd van zo’n uur.
Omdat we kaartjes met een tijdsslot hadden voor de Vaticaanse Musea, sloegen we de rij voor de basiliek maar over en liepen meteen door naar de musea. Met een vooraf gereserveerd kaartje kun je via een speciale rij (snel) naar binnen, maar je moet die reservering daarna nog aan één van de kassa’s omwisselen voor een ‘echt’ kaartje.
Volgens mijn medereizigers hebben ze de toegang tot de Vaticaanse Musea niet lang geleden veranderd: je komt nu eerst door een grote moderne hal, en dan kun je ofwel linksaf direct richting de Sixtijnse kapel danwel eerst rechtsaf naar de Pinacotheek. Ik koos het laatste. Hier was het prettig rustig, en ik genoot zelfs van de wandtapijten!
Op de route de andere kant op kom je eerst door verzamelingen (‘musea’) gericht op de klassieke oudheid. Hier staan standbeelden en sarcofagen. Ook zijn er Romeinse mozaïeken naar toe verplaatst en in de vloer van de Sala Rotonda verwerkt.
Naast de antieke stukken sprak mij de Kaartengalerij het meest aan. De muren en plafonds hier zijn beschilderd met 16de eeuwse kaarten van Italiaanse regio’s en Italië zelf.
Na nog een verzameling moderne kunst (waar iedereen zich langs spoedt omdat de wandeling door de eindeloze rij kamers al lang genoeg geduurd heeft) kom je in de Sixtijnse Kapel. Ik had van tevoren nog een podcast geluisterd over de totstandkoming van de fresco’s aan het plafond van de Kapel, maar echt een Wow!-moment was het niet voor mij.
Via een reeks aan souvenirwinkels en cafetaria’s en de beroemde wenteltrap sta je dan uiteindelijk weer buiten.
Via Appia
Als alles volgens het plan van Italië verloopt, krijgt Rome er in 2024 een werelderfgoed bij: de Via Appia. Deze “revolutie in de wegenbouw” verbond Rome in de Oudheid met de havenstad Brindisi. De Via Appia begon in Rome traditioneel bij het Forum Romanum, maar tegenwoordig start de weg met de naam ‘Via Appia Antica’ aan de rand van de stad bij Porta San Sebastiano, een poort door de Aureliaanse stadsmuur.
Tijdens mijn reis naar Rome in 2022 bezocht ik een stukje van deze Via Appia Antica. Het is niet gemakkelijk om dit te voet te doen, omdat de weg smal is – zonder stoep – en met constant autoverkeer. De bezienswaardigheden liggen ook mijlenver uit elkaar. Je komt er veel fietsers tegen (vaak niet al te ervaren en in begeleide groepen): dat is de beste manier om deze lineaire site te verkennen.
Gelukkig rijdt ook stadsbus 118 over een deel van de oude weg, en die namen wij vanaf de Thermen van Caracalla. Na 4 kilometer stapten we uit bij een groot grasveld dat het Circus van Maxentius bleek te zijn. Hier liggen de overblijfselen van een wagenrenbaan en een mausoleum. Dit gebied was in de Oudheid een welvarende buitenwijk. Ook begroeven veel vooraanstaande families hun doden langs de weg, net zoals het Vaticaan dat deed met de pausen van de 2de tot de 4de eeuw. Deze pausen werden begraven in Catacomben, die je nu nog kunt bezoeken.
Het meest monumentale mausoleum dat nog overeind staat langs dit deel van de route is het graf van Caecilia Metella. Het werd gebouwd in de 1ste eeuw voor Christus voor de dochter van een consul. Het witte gebouw heeft de vorm van een rotunda en de muren zijn gemaakt van travertijn (witte kalksteen). Aan de bovenkant is er een smalle strook met gebeeldhouwde ornamenten zoals ossenkoppen. Ze zijn moeilijk te zien met het blote oog, aangezien de tombe 21 meter hoog is.
Het gebouw ziet eruit als een kasteel omdat het in de middeleeuwen werd omgebouwd tot een fort. ‘Binnen’ (er is geen dak, maar wel een ommuring) is een kleine verzameling aan gebeeldhouwde grafstenen te zien die langs de weg stonden. Het kost 8 EUR om dit te bezoeken, een beetje veel voor dit mausoleum alleen omdat het graf van Caecilia tegenwoordig leeg is. Weliswaar geeft het ticket toegang tot nog eens 4 te betalen monumenten in het archeologische park Appia Antica, maar die klinken ook niet al te spannend.
Op de één of andere manier verwacht je toch meer van zoiets legendarisch als de Via Appia, hoewel er hier veel meer te zien is dan bij de Romeinse Limes elders in Europa. Het grootste deel van de weg zelf op dit traject is voorzien van moderne bestrating, delen zijn zelfs geasfalteerd.
Als het wordt ingeschreven als werelderfgoed, ga ik graag één of meer trajecten van de Via Appia verder naar het zuiden bekijken. De 22 locaties liggen verspreid over de regio’s Lazio, Campania, Basilicata en Puglia.
#24: Rome
Ik bezocht Rome voor het eerst in 1995, vandaar het lage volgnummer (24). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in oktober 2022.
Wat is het?
Het Historisch centrum van Rome omvat de monumenten van het Antieke en Christelijke Rome. Ze stammen uit een periode van 3000 jaar, van het Romeinse Rijk tot en met de zetel van de katholieke kerk in het Vaticaan. Rome’s architectuur, stadsplanning en kunst zijn toonaangevend geweest in de wereld, zowel in de klassieke Oudheid als in de Renaissance, Barokke en Neoklassieke periodes.
Cijfer: 9 (Er is zoveel te zien dat het overweldigend is. En het is ook gewoon een heel prettige stad. De resten uit de Oudheid bevielen me wel beter dan de religieuze kunst.)
Toegang: Ik gaf ongeveer 100 EUR uit aan entreekaartjes. Je kunt het zo duur of goedkoop maken als je zelf wilt: veel monumenten uit de oudheid staan gewoon langs de kant van de weg en alle kerken zijn gratis te bezoeken.
Hoeveel tijd: Ik was er 5 dagen.
Opvallend: Na een nacht en een vroege ochtend in Civita di Bagnoregio reisde ik per trein door naar Rome. Hier zou ik aansluiten bij mijn voormalige studiegenoten Kunstgeschiedenis voor een vol programma van 5 dagen. Deze eerste middag hadden we echter ‘vrij’ – velen hadden het Colosseum en het Forum Romanum al meerdere keren gezien en hoefden niet zo nodig nog een keer.
Voor mij was het echter allemaal al zo lang geleden (27 jaar!) dat ik ook de klassieke hoogtepunten graag weer wou zien. Voor het Colosseum had ik al geen kaartjes meer kunnen krijgen, maar wel voor het Forum Romanum wat tegenwoordig verbonden is met de naastgelegen Keizerlijke Fora.
Ik denk dat ik in 1995 keer alleen op het Forum Romanum zijn geweest. Maar zeker ook het Trajaans Forum en de Markten zijn spectaculair. Ik had een Forum Pass Super gekocht, waarmee je nog bij enkele extra ‘attracties’ naar binnen mag – ik vond er slechts eentje: de resten van de vroeg-middeleeuwse Santa Maria Antiqua kerk, met een grote muurschildering. Aardig, maar niet onmisbaar.
Vanaf de Fora loopt een fijn wandelpad buitenom naar de Palatijn. Op deze heuvel liggen de resten van de keizerlijke paleizen. In één ervan is nog de originele marmeren vloer zichtbaar.
Donderdag ging ik wel met de groep van 9 op pad. De ochtend stond in het teken van het Vaticaan (een separaat werelderfgoed). Op de terugweg bezochten we de Engelenburcht (mooi uitzicht vanaf het dak), het Piazza Navona (interessante geschiedenis en dramatische fonteinen) en het Pantheon.
Vrijdagochtend stonden we vroeg bij de Basilica di San Giovanni in Laterano. Dit is echt een enorm gebouw, één van de zeven pelgrimskerken van Rome en ook de oudste.
De Basilica di San Clemente herinnerde ik me nog van mijn vorige bezoek in 1995. Deze kerk heeft verschillende lagen: hoe dieper je naar beneden loopt, hoe ouder het wordt. De resten van een Romeins woonhuis en een Mithrastempel zijn er onder andere te zien. Dit is een populaire plek voor (Nederlandse) schoolklassen op hun Rome-reis, zo merkten we!
De Basilica Santa Maria degli Angeli e dei Martiri heeft een interessante geschiedenis (een kerk in een voormalig badhuis), maar is van binnen niet bijzonder. Na de Spaanse trappen splitste ik me van de groep af om Palazzo Malta, het hoofdkwartier van de Soevereine Militaire Order van Malta te bezoeken.
Zaterdag begon met een busrit, eindigend bij het Circus Maximus en de Thermen van Caracalla. De Thermen behoren ook tot de dingen die je in Rome gezien moet hebben. Dit badcomplex was zo enorm groot. Onlangs is er nog een villa op het terrein opgegraven, die je nu ook kunt bezoeken.
We reden en wandelden een stuk van de Via Appia, waarna we de bus terug pakten richting Palazzo Barberini. Dit 17de eeuwse familiepaleis herbergt nu een kunstmuseum. Volgens mijn studiegenoten is het er ‘altijd rustig’. En inderdaad, ook deze dag was dat het geval. Veel Italiaanse kunst hier, met ook veel vroege werken uit Florence die me het meest aanspraken.
Met twee kerken sloten we de dag af: Santa Maria della Vittoria (met het beeld van Bernini genaamd ‘Extase van Teresa’) en Basilica Papale di Santa Maria Maggiore (een pauselijke basiliek, technisch gezien grondgebied van Vaticaanstad; het heeft een indrukwekkend houten cassettenplafond).
Zondagochtend wandelden we tenslotte via het Foro Boario (met de mooi gerestaureerde ronde Tempel van Hercules Invictus) door Trastevere. Daar bezochten we de schattige Tempietto di Bramante en het Belvedere, met uitzicht over de stad.






















Leave a comment