#545: Stevns Klint
Wat is het?
Stevns Klint is een 15 kilometer lange kuststrook met kliffen van krijtgesteente waar de Krijt-Paleogeengrens zichtbaar is via een sedimentlaag. Ruim 65 miljoen jaar geleden vond op aarde een massaal uitsterven plaats door de inslag van een meteoriet, waarbij veel soorten dieren (alle dinosauriërs bijvoorbeeld) en planten verdwenen. Het Deense Stevns Klint is de beste plek ter wereld om hier in de gesteentelagen nog iets van te zien: je ziet een donkergrijze richel van 5 tot 10 centimeter breed. De kliffen zijn ook rijk aan fossielen.
Cijfer: 6 (Ja en dan sta je naar die richel te kijken. En dan hoop je maar dat je de goede streep in het oog hebt: het gesteente zit vooral vol met lagen glimmend zwart vuursteen. Van de grijze kleilaag die het nieuwe begin na het uitsterven aangeeft is met het blote oog weinig te zien. Je kunt er ook niet dichtbij komen, als je op het strand staat is het meters hoog boven je. Toch een voldoende vanwege de dramatische kliffen en de fotogenieke ligging.).
Toegang: Het bekijken van de rotsen en het kerkje is op zich gratis, maar als je met de auto komt rijd je in een soort fuik van een parkeerterrein (de weg eindigt er ook). Het parkeerkaartje is gekoppeld aan de entree van het museum, en kost 25 Deense kronen (3,35 EUR).
Hoeveel tijd: Ik ben er zo’n 2 uur geweest, inclusief lunch op het terras van het lokale restaurant. Je kunt je er nog wel veel langer vermaken: er zijn diverse musea, en als je de kustwandeling doet van 16 kilometer lang ben je ook wel even zoet.
Opvallend: Stevns Klint is pas dit jaar op de Werelderfgoedlijst gekomen, en ze zijn er nog een beetje ondersteboven van. Het aantal bezoekers is direct met 50% gestegen, en er komen nu ook veel buitenlandse toeristen. Als je de onderbouwing leest lijkt het een heel obscure plek, maar ik ondervond vandaag dat het wel degelijk op de toeristische route ligt. Al zo’n 30 kilometer vantevoren staat het met borden aangegeven vanaf de snelweg zuidwaarts vanuit Kopenhagen. Als ik aan kom rijden tegen 11 uur staan er zeker zo’n 40 auto’s op het parkeerterrein.
Centraal punt om de kliffen te bezoeken is het plaatsje Højerup. Van een dorp is nauwelijks sprake: er is één grote parkeerplaats, tussen de Oude en de Nieuwe Kerk. Beide kerken zijn opgetrokken uit fraaie blokken kalksteen die ter plekke uitgehouwen zijn. De Oude Kerk staat precies op de rand van het klif. In 1928 is hij het koor inclusief altaar kwijtgeraakt doordat de grond eronder wegzakte. Er is nu dus eigenlijk maar een halve kerk over.
Achter de kerk begint ook de steile trap naar beneden, naar het strand. Via die route kun je dichterbij de krijt- en kalkstenen rotsen komen. Het is een hele klauterpartij, ze moeten er nog wel wat aan verbeteren om grotere groepen mensen veilig beneden en weer boven te krijgen. Het strand is een typisch keienstrand en loopt dus ook al niet al te lekker. Maar ja, ik moet dit toch van zo dicht mogelijk bij bekijken.
Een stuk prettiger loopt het bovenlangs. Hier is een vlak wandelpad uitgezet, dat boven over de kliffen loopt. Op strategische plekken hebben ze uitkijkpunten gecreëerd en bankjes neergezet. Je hebt hier mooi vergezichten, als je tenminste naar beneden durft te kijken. Ik stuit hier ergens op een ruziënd Nederlands echtpaar, waarvan de man (met klein kind op de rug) te dicht bij de afgrond komt naar de zin van de vrouw. Ze zijn niet de enige Nederlandse vakantiegangers hier in de buurt, ik ben vandaag al heel wat Nederlandse auto’s tegengekomen.
Het is een zonnig-hete dag, niet zo geschikt voor een lange wandeling. Zodra ik de vuurtoren in zicht heb, draai ik weer om en loop het pad terug richting parkeerterrein. Tijd voor lunch in het aanpalende restaurant.
#546: Agrarisch landschap van Zuid-Öland
Wat is het?
Het Agrarisch landschap van Zuid-Öland beslaat een deel van een groot eiland aan de oostkust van Zweden dat al sinds de ijzertijd voor landbouw wordt gebruikt. Het gebied wordt gedomineerd door een groot kalkstenen plateau, de Stora Alvaret. Hierop is een steppelandschap ontstaan zonder bomen, maar met ruige plantenbegroeiing. De mensen die hier wonen hebben hun manier van leven aangepast aan de fysische beperkingen van het eiland. Er zijn veel overblijfselen te zien uit verschillende tijdperken: grafheuvels uit de bronstijd, prehistorische forten, stenen afgrenzingen van akkers en grote kerkhoven uit de ijzertijd.
Cijfer: 6,5 (Net iets interessanter dan Stevns Klint van gisteren, maar toch ook geen niet te missen site. Volgens mijn mede-werelderfgoedspotters lijkt het landschap van Öland erg op Nederland. Dat komt zeker door al die molens. Het zijn kleinere exemplaren dan je in Nederland ziet, maar het zijn er wel heel veel. Dat vrolijkt het vlakke en dorre gebied wel op. De mooiste plek vond ik het vogelreservaat van Ottenby, dat inderdaad ook best op een Nederlands Waddeneiland had kunnen liggen.).
Toegang: Het is een vrij omvangrijk gebied, je rijdt in een half uur van het begin van het werelderfgoed naar de zuidpunt van het eiland. Onderweg kom je ontelbare kleine bezienswaardigheden tegen, meest molens en grafheuvels, die allemaal gratis te bezoeken zijn. Alleen het fort van Eketorp vraagt entree, en niet zo’n beetje ook: 120 Zweedse kronen (13 EUR). Het was het geld niet waard.
Hoeveel tijd: Je moet er wel een dag voor uittrekken, zeker als het mooi weer is. Zoals hierboven al gezegd zijn er veel leuke kleine stops te maken, en er zijn goede wandelmogelijkheden over het vlakke terrein. Het kostte mij ook zo’n 1,5 uur om er te komen: het ligt niet in de buurt van andere bekende plaatsen, bij de stad Kalmar in het oosten van Zweden moet je een brug over en dan ben je op het eiland Öland.
Opvallend: Het is een beetje een vaag werelderfgoed, en ik wist eigenlijk ook niet echt wat er te zien zou zijn. Gelukkig zijn ze hier helemaal voorbereid op toeristen: al meteen bij het binnenrijden van het werelderfgoedgebied (er staat een bord!) staat er een rij houten molens langs de kant van de weg. Er is een parkeerplaatsje bij, dat ik deel met twee Duitse campers. Het noorden van Öland is een echt vakantiegebied, en het was dan ook druk op de brug naar het eiland toe. Hier in het zuiden zijn minder campings en vakantiehuizen, maar meer dan genoeg souvenirwinkels en vooral ateliers met kunst en soms wat antiek.
Even verderop is alweer een parkeerplaatsje met een informatiebord. Hier staan enkele stenen recht overeind: het is de Gettlinge begraafplaats, met een cirkelgraf uit de ijzertijd (rond het begin van de jaartelling).
Het is wel typisch voor de omgeving hier dat die oude stenen uit de ijzertijd en later ook de tijd van de Vikingen nog zichtbaar in het landschap aanwezig zijn. Ook de grafheuvels uit de periode daarvoor, de bronstijd, zijn goed te onderscheiden als kunstmatige hobbels in het verder vlakke land.
Een wat monumentaler overblijfsel uit de ijzertijd is het ringvormige fort van Eketorp. Het ligt helemaal in het zuiden van het eiland, maar de toeristen weten het goed te vinden. Het lijkt heel wat als je aan komt rijden: een groot parkeerterrein, een museumwinkel en een fikse entreeprijs. Het fort zelf heeft van verre wel wat weg van een amfitheater (ook zo’n mooi rondje). Een deel van de originele muren staat nog overeind, maar er is ook flink gerestaureerd. Op het binnenterrein is nu een openluchtmuseum, waar bouwsels zowel uit de ijzertijd als de middeleeuwen zijn nagebouwd. Inclusief de onvermijdelijke acteurs in oude klederdracht. Ik vond er niks aan en stond binnen 10 minuten weer buiten.
Ik reed vervolgens door naar het uiterste puntje van Öland, bij het plaatsje Ottenby. Hier staat de vuurtoren genaamd “Lange Jan”, midden in een vogelreservaat. Dit plekje is een belangrijke pleisterplaats voor trekvogels, en die zitten ook vandaag ook en masse aan de kust. Dat het echt wat voorstelt leid ik af aan de echte vogelaars met hun statieven en enorme fotolenzen, die in groten getale aanwezig zijn. Dit is qua natuur sowieso het mooiste deel van het eiland. Ik had hier graag nog wat gewandeld, maar het is zachtjes gaan regenen.
#547: Marinehaven Karlskrona
Wat is het?
De Marinehaven Karlskrona is een goed bewaard en compleet voorbeeld van een 17e eeuwse Europese vlootbasis. Hij stamt uit de tijd dat Zweden nog een grootmacht was, en ook Finland, Estland, Letland en delen van Noord-Duitsland tot haar grondgebied mocht rekenen. De stad en haar zeehaven zijn speciaal aangelegd om controle over de Oostzee te houden. Karlskrona groeide in die tijd uit tot de op 2 na grootste stad van Zweden, en haar scheepswerf was in het begin van de 18e eeuw de grootste werkgever van het land.
Cijfer: 5,5 (Deze rijke historie heeft niet echt geleid tot een bijzonder mooie stad. De gebouwen zijn vooral functioneel, en vaak nog steeds in gebruik door de Zweedse marine.)
Toegang: Karlskrona is een actieve vlootbasis, en je mag dus niet overal zo maar naar binnen. Het zuidelijk deel van de stad is helemaal afgeschermd, en het eiland Kungsholm mag je alleen op als je vooraf een kaartje koopt en je paspoort laat zien. Gelukkig is er ook nog een “gewone” rondvaartboot, waarmee je voor 90 SEK (10 EUR) een 2 uur durende boottocht door de wateren rondom Karlskrona kunt maken. En er is het moderne Maritiem Museum (130 SEK / 14,5 EUR).
Hoeveel tijd: Ik heb er een halve dag aan sightseeing gedaan. Dan heb je het centrum en de haven wel gezien. Je moet wel een erge liefhebber van forten en militaire gebouwen zijn om er langer te besteden.
Opvallend: Er wonen slechts 35.000 mensen in Karlskrona, maar de stad voelt groter aan. Ik heb er 2 dagen overnacht dus heb wel wat van het centrum meegekregen. Op mijn eerste avondverkenning (op zoek naar een restaurant) was het beredruk in de straten. Het was kermis, een feest dat zich tot de volgende avond uitstrekte. Toen ik op zondagochtend wat foto’s van het monumentale centrale plein wou maken, waren de schoonmakers druk bezig om alle troep op te ruimen.
Om 10 uur op zondagochtend ging ik mee met een boottocht vanaf de vismarkt van Karlskrona. Deze tour is erg populair, duurt twee uur en vertrekt een aantal keren per dag. Er waren zo’n 50 andere toeristen aan boord, en we konden lekker op het buitendek zitten. Gelukkig was het prachtig zonnig weer, en dat gecombineerd met het briesje op het water maakte dat ik wel op moest letten niet weg te dommelen achter mijn zonnebril.
Deze boot, de Gåsefjärden, doet verschillende eilandjes aan voor de kust van Karlskrona. Op sommige staan vakantiehuisjes of overbevolkte campings, terwijl andere nog de originele militaire vestingwerken hebben. Een leuk tochtje. Voor mij eindigde het bij de op één na laatste halte, het Maritiem Museum. Dit is een groots opgezet museum met scheepsmodellen en ook “echte” oorlogsschepen die je van dichtbij kunt bekijken.








Leave a comment