World Heritage Traveller

Wereldreis 2011: Bahrein

Written by:

  1. Van dag-tot-dag
  2. #376: Bahrein Fort
  3. Raar land, Bahrein
  4. Filerijden in de zandbak
  5. Uitgezwaaid door drie mannen
  6. Terugblik Bahrein 2011

Van dag-tot-dag

DatumProgrammaVerblijf
3 januariBA447 (British Airways) Amsterdam – London 18:05 – 18:20 – Totale reistijd: 1Hrs 15Min
Daarna 3 uur rondhangen op Londen Heathrow. Vlucht met Gulf Air vervolgens naar Bahrein. Vrij ruim modern vliegtuig. Hele vlucht (5,5 uur) geslapen, in blokken van een uur of zo.
Vliegtuig
4 januariWe landen maar liefst 50 minuten te vroeg! Een ontbijt zat er niet bij, dus eerst maar een cappucino en croissant gaan eten op het vliegveld. Toen de auto opgehaald, een grote paarse Nissan is het geworden. Daarna met de huurauto op pad: het Nationaal Museum, de Barbar Tempel en het Bahrein Fort (Werelderfgoed #1) bezocht. Lunch met een gezonde groene salade op het terras bij het fort.
’s Middags wat bijgeslapen en gerelaxt op de hotelkamer. ’s Avonds naar de Seef Mall en gegeten bij Applebees (allemaal met de auto natuurlijk!).
Elite Suites Hotel, Manama
5 januariDe dag begint met een mislukte poging om Muharraq te bekijken: het blijkt een grote, drukke stad en ik heb geen plattegrond. Het “programma” daarom maar omgegooid en een rondje over Bahrein gedaan: Olie Museum, landschap met duizenden kleine grafheuvels (Hamad en A’Ali), Riffa Fort
’s Avonds lekker Thais gegeten in de City Center Mall.
Elite Suites Hotel, Manama
6 januariLekker dagje vandaag. In de ochtend naar Muharraq. Het Huis van Shaikh Isa Bin Ali aldaar is het hoogtepunt van Bahrein tot nu toe.
Daarna in de zon gelegen aan het zwembad bij het hotel (te koud om te zwemmen, maar heerlijk zonnig en zacht weer voor Nederlandse begrippen).
’s Avonds Turks gegeten in de City Center Mall, voorafgegaan door een hele grote cappuccino.
Elite Suites Hotel, Manama
7 januariOchtend: de eerste week van de reis door India voorbereid.
Lunch in het winkelcentrum, en daarna nog een poging gewaagd om de archeologische opgravingen van Saar te vinden (met succes!). Daarna nog even met de weekendvierende Bahreini over de Corniche gewandeld (een stukje gras langs het water, volop in gebruik voor picknickende families).
’s Avonds vlucht GF68 (Gulf Air) Muharraq – Chennai 20:15 – 3:15 (Arrival next day) – Totale reistijd: 4 uur.
Vliegtuig

#376: Bahrein Fort

Wat is het? Het meeste wat je ziet is een zwaar gerestaureerd fort, oorspronkelijk gebouwd door Portugezen in de 16e eeuw. Het is echter vooral een werelderfgoed geworden omdat het een tell is: een kunstmatige heuvel waar verschillende lagen archeologisch materiaal op elkaar liggen. Hier dateren ze vanaf 2300 voor Christus tot en met de 16e eeuw, en daarmee is het de rijkste opgraving in de Golf-regio / oostelijke Arabische wereld.

Bahrein Fort

Cijfer: 6 (plus: fraaie ligging aan zee; min: beetje doods en overgerestaureerd)

Toegang: het fort ligt net buiten de Bahreinse hoofdstad Manama, en hoewel het de belangrijkste  bezienswaardigheid van het land is staat het niet vanaf de snelweg aangegeven; ook de entreeprijs is vaag: ik liep zo het terrein op, niemand die me naar een kaartje vroeg en ook nergens een loket (de ticketmevrouw zit verstopt in het bijbehorende museumpje, zag ik later)

Hoeveel tijd: 1,5 uur, inclusief gezonde lunch in het museumcafé

Opvallend:  Bussen vol met Duitsers die achter gidsen aan in gezwinde pas het fort bestormden. Van een cruise of zo?

Raar land, Bahrein

De eerste dag in Bahrein, in en om de hoofdstad Manama.

“Jammer dat je hier niet in de zomer bent”, zegt de jongen achter de bar van Costa Coffee op Bahrein International Airport. Hij lacht: “Dan is het zoooo heet”. Dat is het vast ook voor hem, want hij ziet er uit als een Chinees die opgegroeid is in een koud landklimaat. Ik heb 5,5 uur gevlogen met de Bahreinse maatschappij Gulf Air en even hier op het vliegveld rondgelopen, maar Bahreini heb ik nog nauwelijks gezien. De stewardessen waren Thais en Koreaans, de autoverhuurders Indiaas, en 95% van mijn medepassagiers West-Europese expats. De Bahreini zijn ook statistisch een minderheid in eigen land, zij vormen minder dan de helft van de 1,05 miljoen inwoners.

Na een kwartiertje rondrijden in mijn huurauto komt een andere vergelijking op: mijn Nissan is een automaat, de wegen zijn breed en veelal eenrichtingsverkeer. Tussen de wolkenkrabbers en zandvlaktes staat hier en daar een McDonalds, een PizzaHut. De hoofdstad Manama heeft nog wel een traditionele souk, maar langs de hoofdweg liggen meerdere ruime shopping malls met al even enorme parkeerterreinen. Waar de mensen ook vandaan komen, ze leven in een Amerikaanse wereld.

Het Nationaal Museum van Bahrein ligt vlakbij het vliegveld, pal naast de snelweg. Het is blijkbaar niet belangrijk genoeg om met een bord aan te geven. De enige borden wijzen naar Saoedi-Arabië (24 km verderop over de brug) en het Formule 1-circuit. Ik heb gelukkig vooraf geïnvesteerd in een plattegrond, en vind na enig draaien en keren het Museum. Het is 10 over 8 en ik ben de enige bezoeker.

Veel geld en aandacht is in dit moderne gebouw gestoken. Het lijkt of elk scherfje, elk traditioneel gebruik hier nog krampachtig wordt vastgehouden. Door de eeuwen heen heeft het eiland(je) Bahrein een rol gespeeld in de handel tussen het Midden-Oosten en Azië. Het wordt genoemd in geschriften uit Mesopotamië en door de oude Grieken. Echt een belangrijke halte op de route was het niet: er is zelfs een tijd gedacht dat het eiland alleen werd gebruikt om doden te begraven van het Arabische vasteland.

Barbar Tempel

Iets ten westen van de hoofdstad Manama ligt zo’n opgraving: die van de Barbar Tempel. Gebouwd in de 3e en 2e eeuw voor Christus, en ooit gebruikt voor een watercultus. Nu is het een klassieke ruïne in het zand. Je loopt er in 5 minuten omheen. Ik ben meer gefascineerd door de omgeving: deze wijk is beslist niet glimmend Amerikaans of internationaal modern. Langs de weg naar de Tempel vallen zwarte vlaggen op. En op de terugweg rijd ik door Karbabad, waar het stikt van deze vlaggen, leuzen en billboards met indringend kijkende religieuze leiders.

Ik las er al over een tijdje geleden: het evenwicht in het voor de regio relatief democratische en welvarende Bahrein is broos. De Sjiitische moslims, die de meerderheid vormen onder de oorspronkelijke Bahreini, protesteren steeds vaker en luidruchtiger tegen hun zwakke politieke en economische positie. Als je hier zo door de wijken rijdt weet je niet wat je ziet. Ik ken dit alleen van  TV,  in reportages over de Hezbollah in Zuid-Libanon.

Zo onverwacht als de politieke uitingen verschenen, zijn ze ook weer vervangen door iets anders. Een bordje “Al Q’Ala” (kasteel) wijst me naar het Fort van Bahrein. De regering van Bahrein investeert veel in historische gebouwen en cultuur, en dat zie je wel af aan dit zwaar gerestaureerde fort uit de 16e eeuw. Er is een museum bij dat de verhalen uit het Nationaal Museum nog eens dunnetjes over doet, en een museumcafé met heerlijk terras aan zee.

’s Avonds houd ik vast aan de Amerikaanse sfeer: ik loop wat rond in de Seef Mall, vol zeer dure winkels maar met maar weinig bezoekers en nog minder klanten. En ik ga eten bij het Amerikaanse ketenrestaurant Applebees. Morgen maar eens kijken of ik hier nog iets traditioneel Bahreins kan vinden.

Filerijden in de zandbak

Een rondje over Bahrein met de huurauto: langs de eerste oliebron, Riffa Fort en twee velden met grafheuvels.

Toen ik vanochtend naar buiten keek vanuit het raam van mijn hotelkamer, leek  het net of het gesneeuwd had! Maar het was het zand dat aan de buitenkant geplakt zit en er op de 5e verdieping niet zo makkelijk af is te krijgen. En dat gecombineerd met het felle zonlicht dat weerkaatst op de licht geschilderde huizen. Welke kant je trouwens ook op kijkt uit dat raam: je ziet snel al nog meer zand, zoals het voetbal”veldje” in de wijk hierachter of de parkeerterreinen. Planten of bomen zijn zeldzaam. Een schoonheidsprijs zal Bahrein niet snel krijgen.

In mijn gehuurde paarse Nissan reed ik vandaag een rondje over Bahrein. De afstanden zijn kort – het eiland is maar 20×30 kilometer groot. Maar dat wil nog niet zeggen dat rijden hier gemakkelijk is. Er wonen namelijk heel veel mensen op deze kleine oppervlakte, zodat het verkeer niet veel anders is dan in de Randstad. Files met langzaamrijdend verkeer, wegwerkzaamheden, stoplichten, het is er allemaal.

Ondanks dat ik een kaart van het eiland bij me had, ben ik nogal eens verkeerd gereden. Borden naar een bezienswaardigheid zijn er vaak pas als je er al bijna bent. Of maar ze staan maar aan één kant van de weg. Erg frustrerend op het laatst, en het “Saar Heritage Park” en “Al Jasrah House” heb ik helemaal niet weten te vinden.

Wat zag ik wel?

  • De eerste oliebron van Bahrein uit 1932: behoorlijk in het zuiden van het eiland. De bron zelf is een gat in de grond en het oliemuseumpje ter plaatse bleek gesloten. Wel heel spectaculair is de omgeving: je rijdt eerst over een zandvlakte met actieve oliebronnen. Bij alle bronnen zijn tentenkampen zodat het lijkt of er een grote groep nomaden is neergestreken.

Eerste oliebron op Bahrein (1932)
  • Riffa Fort: ook hier pas een routebord als je al lang en breed in Riffa bent, maar je kunt het vanaf de snelweg zien liggen dus ik had een indicatie van de richting. Verrassend mooi fort helemaal opgeslokt door de woonwijken van Riffa. Het is een kruip-door-sluip-door bezoek, via tientallen bewerkte houten deuren waardoor je opeens in een nog mooiere kamer of binnenplaats stuit.
  • Grafheuvels van Hamad: langs de kant van de weg zie je ze liggen, de duizenden kleine grafheuvels, die lijken op reuzenmolshopen. Deze tumuli zijn typisch voor Bahrein, het Nationaal Museum waar ik gisteren was heeft er een zaal vol over.
  • Grafheuvels van A’Ali: dit is de grootste groep tumuli, maar hier is de vergelijking met een vuilnisbelt beter op zijn plaats. Ze liggen in een woonwijk, en zijn wel afgeschermd met prikkeldraad, maar verder is er geen bewaking. Je kunt er ook als bezoeker alleen maar een beetje naar kijken vanachter het hek. 

Muharraq

Vóór de olie en de wolkenkrabbers leefden de Bahreini van het duiken naar parels. Muharraq was toen de hoofdstad van het land. Het ligt op een eilandje ten noordoosten van de huidige hoofdstad Manama, waarmee het door 2 bruggen verbonden is.

Met zoveel borden moet je het toch wel kunnen vinden! Wel als je er vlak voor staat in ieder geval. Vandaag ben ik goed voorbereid op pad gegaan, ik heb helemaal een routekaartje van Google Maps overgetekend. Binnen 10 minuten rijden vanaf mijn hotel sta ik dan ook al in het oude hart van Muharraq. Vóór de olie en de wolkenkrabbers leefden de Bahreini van het duiken naar parels. Muharraq was toen de hoofdstad van het land. Het ligt op een eilandje ten noordoosten van de huidige hoofdstad Manama, waarmee het door 2 bruggen verbonden is.

De nauwe straatjes in het centrum geven het zelfs een zweem van Kathmandu of Zanzibar. Het is lekker om hier te voet rond te dwalen en de auto eens achter te laten. De straten hier hebben geen namen maar nummers. Ik loop eerst de 916 en 917 af en geniet van de oriëntaalse sfeer. Daar in de buurt staat het huis van Sheik Isa bin Ali, een beetje overschaduwd door de Grote (nieuwe) Moskee. Hier woonden de machthebbers van Bahrein vanaf het eind van de 19e eeuw.

Muharraq

Voor het luttele bedrag van 0,20 dinar (0,40 EUR) krijg ik een entreekaartje. Het “huis” is een heel complex van kamers en gangen, verdeeld over twee verdiepingen. De ruimtes liggen rondom 4 open binnenplaatsen. Trappen leiden naar de bovenverdieping waar de mooiste kamers zijn. Versierde deurposten, houtsnijwerk, kleurige glas-in-lood ramen: geen kamer is hetzelfde. Je loopt er rond als in een labyrint, waar achter elke deuropening weer een nieuwe verrassing ligt.

Dit huis heeft ook één van de beste voorbeelden van een Badghir, een windtoren of windvanger. Het is de traditionele manier van air conditioning in deze oude huizen. De toren steekt boven de rest van het gebouw uit om zo de meeste wind te vangen. Aan de binnenkant zitten houten panelen die je dicht kunt doen of verschuiven: zo kun je de “gevangen” wind door je kamers laten stromen. Het werkt nu nog steeds prima, als je er onder staat voel je het waaien.

Ik geniet zeker een uur van dit prachtige gebouw, dat ik op 2 Duitse toeristen na weer helemaal voor mezelf heb. Vlakbij staat nog zo’n traditioneel huis: Bait Siyadi, de woning van een parelkoopman.  Het heeft een baksteenrode kleur, en is over de volle oppervlakte bewerkt met tientallen verschillende uitgekerfde motieven. Helaas mag je hier niet naar binnen, maar de buitenkant is alleen al de moeite waard. Ernaast staat een kleine moskee uit dezelfde periode, met een bijzonder gevormde minaret. Hier voel je je even in een andere tijd. 

Siyadi Moskee

Uitgezwaaid door drie mannen

Deze mannen (of hun familieleden) zie je in Bahrein overal langs de kant van de weg – zijn het ministers of is het zo maar reclame?

Billboards in Manama

Deze mannen (of hun familieleden) zie je in Bahrein overal langs de kant van de weg – zijn het ministers of is het zo maar reclame? Op mijn laatste ritje naar het vliegveld lijkt het in ieder geval alsof ze me uitzwaaien.

Terugblik Bahrein 2011

Praktische info over mijn reis naar Bahrein in 2011.

Ik zei het al in mijn reisverslag: raar land, Bahrein. Het was voor mij de eerste keer in de Golf-regio, en het is toch wel een aparte sfeer. Bahrein is maar heel klein, eigenlijk een woestijn maar dan bijna helemaal volgebouwd met wolkenkrabbers en flats. Na een paar dagen heb je het wel helemaal gezien, ik moet er niet aan denken hier jaren te wonen zoals de vele Europese expats hier. Het weer was heerlijk zo in januari: zo’n 22 graden overdag en altijd zon. Een lekker ontspannen begin van de reis.

Vervoer
Net als in Amerika kom je hier nergens zonder auto. Ik had er eentje gehuurd bij Budget. Autohuur is hier veel goedkoper dan in andere landen, ik betaalde 20 EUR per dag. Kilometers maken doe je toch niet. En de benzine kost ook niks (een volle tank voor 7 EUR!).
Ik kreeg een Nissan Tida mee, een paars monster. Alle auto’s hier zijn automaat geschakeld. Op de weg is het overal erg druk, veel opstoppingen ook vooral in de stadscentra. Op de parkeerterreinen zie je vaak afdakjes boven de auto’s, zodat je niet in een kokende auto terugkomt.

Verblijf
Ik overnachtte in het Elite Suites Hotel in Manama. Het is een van de vele grote, luxe hotels hier. Ik had kamer 509, een hele grote suite met keuken, badkamer met separaat douche en bad, lekker bed, een zitje en bureau. Ik heb ook veel plezier gehad van de radio op de bijgeleverde stereo installatie.

Dat kost dan ook wel 100 EUR per nacht. Ontbijt inclusief, ook prima met veel fruit, pannenkoeken, wentelteefjes, toast, cornflakes en nog veel meer wat ik niet geproefd heb. Er is een groot parkeerterrein bij het hotel, en zoals alles in Bahrein is het nergens ver vandaan. Het ligt tussen 2 winkelcentra in, en aan de overkant van de snelweg zijn er nog 2.

Eten & drinken
Ik heb ’s avonds steeds gegeten in één van de malls. Vooral in de City Center mall hebben ze een keur aan internationale restaurants – en zo at ik er prima Thais, Turks en Amerikaans.

Kosten
1 Bahrein Dinar is ongeveer 2 EUR. Op het vliegveld had ik 50 Dinar gepind, maar dat heb ik lang niet opgemaakt. Er is simpelweg niet veel om aan uit te geven. Entreeprijzen zijn heel laag: gratis tot 0,5 dinar. Uitgebreid eten kost ongeveer 7 dinar. Alleen het hotel (betaald met creditcard) hakt er flink in!

Gemiddeld dagbudget Bahrein: 131 EUR

Leave a comment