- Route Marokko
- Eerste verkenning van Marrakech
- Kriskras Marrakech
- Aan de andere kant van de Atlas
- Medina van Fez
- Meknes, Volubilis, Moulay Idriss
- Terugblik Marokko 2009
Route Marokko
Route voor een reis van een week naar Fez, Marrakech en omgeving.
| Van dag tot dag | ||
| Datum | Gedaan | Verblijf |
| 27 december | Vanaf Schiphol met Transavia naar Marrakech: vertrek om 6.30 uur. 3,5 uur vliegen, een uur tijdsverschil. Met airportbus 19 vervolgens pijnloos naar het centrum, en vandaar te voet naar mijn hotel in het nieuwe deel van de stad.Heel wat afgesjouwd de rest van de dag: de souks, Djemaa El-Fna plein en Koutoubia-moskee bezocht. Aan het eind van de middag nog heerlijk op het terras in de zon zitten lezen, met een pot traditionele Marokkaanse muntthee bij de hand. | Marrakech |
| 28 december | Om half 9 op pad. Eerst aan de wandel naar het station, om vast een kaartje naar Fes voor overmorgen te kopen. Daarna met de Hop-on-Hop-off bus Marrakech verder verkend (werelderfgoed #1): El Bahia Paleis, Dar Si Said museum, Palmeira, Tombes van de Saadiërs. Tussendoor nog een toertje voor morgen naar het Atlas-gebergte geboekt, en in de zon op een terras heerlijke brochettes gegeten.Het avondeten bestond uit een cappuccino en stokbroodje Goudse kaas, en om 6 uur was ik verbrand en uitgeput weer terug in het hotel. | Marrakech |
| 29 december | Dagtocht naar de Ksar van A?t-Ben-Haddou (werelderfgoed #2). Om half 7 ’s ochtends opgehaald, om half 9 ’s avonds weer thuis! Met 10 andere Europeanen in een minibusje door het Atlas-gebergte, langs Berbermarkten en -dorpjes, de stad Ouarzazate en natuurlijk het werelderfgoed. Inclusief prima warme lunch met salade, tajine met kip, limoen en olijven, en mandarijnen na. | Marrakech |
| 30 december | Met de trein naar Fes, een rit van 7 uur. Vanaf het schone en moderne treinstation van Marrakech vertrekt de trein keurig op tijd om 9 uur in de ochtend. Er zijn veel toeristen aan boord, waaronder zelfs een groep Japanners. Ik deel mijn eersteklascoup? met 2 Amerikanen, 2 Japanners en 1 Marokkaan.Het is vandaag flink bewolkt. En ook het landschap onderweg is niet om over naar huis te schrijven. Ik kom de tijd door met het wegwerken van de achterstanden in mijn reisverslagen. De lunch in de vorm van weer een stokbroodje kaas heb ik zelf meegebracht. Om kwart voor 5, een half uur te laat, komen we eindelijk aan in Fes. Ik ga weer lopend op zoek naar het hotel dat vlakbij het station moet liggen. Maar als ik een paar straten ver niets kan vinden, ga ik weer terug naar het station voor een taxi. Ondanks dat ik het adres heb en een kaartje, weet de chauffeur het ook niet. Gelukkig brengt de mobiele telefoon uitkomst: ik bel het hotel, en laat de taxichauffeur met hen praten om de locatie te achterhalen. Het blijkt uiteindelijk nog wel redelijk in de buurt te zijn, maar feitelijk onvindbaar als je de weg niet weet. De ontvangst (in het Engels nog wel) is verder hartelijk, en ik meld me meteen maar aan voor het diner om half 9. Het is inmiddels zes uur en al donker geworden. Het dagmenu blijkt te bestaan uit lamstajine met pruimen. Lekker! | Fez |
| 31 december | ’s Nachts is de regen echt met bakken uit de lucht gekomen. Tegen 9 uur klaart het gelukkig wat op, en kan ik aan de wandel naar de medina van Fez (werelderfgoed #3). Daar de hele ochtend door de wirwar van straatjes rondgelopen, gelukkig in de zon. Geëindigd bij de beroemde leerlooiers en ververs.Met een rood taxi-tje terug naar de Nieuwe Stad, en daar lekker gegeten. Dan begint het ook weer te gieten. Rest van de dag geluierd voor de TV (Charlie Chaplin marathon op Arte) en met de laptop op schoot. | Fez |
| 1 januari | Zelf georganiseerde volle dagtocht per trein en taxi. Bezoek aan de medina van Meknes (werelderfgoed #4), de Romeinse opgravingen van Volubilis (werelderfgoed #5) en de pelgrimsplaats Moulay Idriss. Het is vandaag nog steeds bewolkt en fris. | Fez |
| 2 januari | Vandaag schittert de zon weer. Ik zit helaas bijna de hele dag in de trein terug naar Marrakech. Op een haar na de trein gemist: zelf al vrij laat wakker, dan de receptie die pas om kwart over 8 open ging en ikzelf weer die de pincode van mijn creditcard vergeten was (en op moest gaan zoeken op de laptop). Met behulp van wat sprintjes en een taxi kon ik toch nog op tijd in de comfortabele zetels van de eerste klas plaatsnemen. De reis verliep verder weer rustig, en ik kon weer flink aan het werk voor de websites. De laatste avond in Marrakech me vermaakt met de optredens op het Djemaa el-Fna plein. | Marrakech |
| 3 januari | Heerlijk geslapen in de stille en donkere kamer van de Riad. Je hebt er geen wekker nodig want het ligt vlak naast de moskee, zodat je om kwart voor 6 wakker wordt gezongen. Met de airportbus naar het vliegveld. De vlucht naar Amsterdam blijkt anderhalf uur vertraagd, het is nog niet binnen gekomen uit het Nederland. Later blijkt dat bijna alle vluchten problemen hebben: het is mistig in de ochtend in Marrakech, en veel vliegtuigen moeten uitwijken naar Casablanca of rondjes blijven vliegen. De vertrekhal hangt/zit dus vol. Het is zelfs nog lastig een plekje op de grond te vinden. Tegen twaalven mogen we aan boord van het Transavia-toestel, maar dan komen we in een file terecht: Marrakech heeft maar 1 vertrek/landingsbaan, en die is overbezet door de problemen van die ochtend. Uiteindelijk komen we half 6 Nederlandse tijd op Schiphol aan, en ben ik iets voor zevenen thuis. Wel koud hier (0 graden), maar gelukkig geen sneeuw. | Th |
Eerste verkenning van Marrakech
Ik moest dan wel belachelijk vroeg opstaan vandaag, maar het voordeel is dat je dan ook vroeg op je bestemming bent. Transavia vliegt keurig volgens schema, en ik kan met gemak de airportbus van 10 uur halen naar het centrum van Marrakech. Weg van de smeltende sneeuw in Nederland. En een kennismaking met weer een nieuw land.
Hoe ziet het er hier uit? Brede boulevards met palmbomen, daar houden ze klaarblijkelijk van. Het is een erfenis uit de Franse koloniale tijd. Ook olijf- en sinaasappelbomen zie je regelmatig gewoon langs de kant van de weg. En veel gebouwen van roze-rode steen: Marrakech heeft niet voor niets de bijnaam ‘de Rode Stad’.
Nadat ik mijn spullen gedropt heb in het hotel, ga ik te voet naar het oude centrum, de medina. Ik wil naar het museum van Marrakech en de Ben Youssef Madrassa. Die liggen in het noordoosten. Je komt er via de souks, de marktstraatjes. Ze zijn smal en een en al bochten. Er wordt veel toeristische rotzooi verkocht. Sinds Marrakech door diverse goedkope vliegmaatschappijen op de kaart is gezet, is dit een echte trekpleister geworden voor met name Fransen en Engelsen.
Ik loop voor mijn gevoel steeds naar het noordoosten. Je loopt er redelijk op je gemak, de verkopers zijn niet al te actief. Mijn verbazing is echter groot als ik na een half uur weer precies voor de poort blijk te staan waar ik begonnen was. Nou ja!
Nu ik weer aan deze kant van de stad ben uitgekomen, ga ik eerst maar eens lunchen aan het beroemdste plein van de stad. Djemaa El-Fna moet na zonsondergang een enorm spektakel zijn, met artiesten en eetstalletjes. Zo rond lunchtijd is het vooral een groot marktplein, met een eenzame slangenbezweerder en wat zielige aapjes.
Om toch nog wat cultureels mee te pakken deze dag, loop ik op de terugweg langs de Koutoubia-moskee. Je mag er als niet-moslim niet naar binnen. Maar je gaat toch vooral voor zijn schitterende minaret. Deze heeft als voorbeeld gediend voor de Giralda-toren in Sevilla, en stamt oorspronkelijk uit de 12e eeuw.
Kriskras Marrakech
De bezienswaardigheden van Marrakech zijn over alle uithoeken van de stad verspreid. Het is te veel om het allemaal lopend te doen. Om het de toeristen makkelijk te maken, hebben ze dus ook hier het fenomeen Hop-on Hop-off Bus geïntroduceerd. En wat is er nou lekkerder dan in het zonnetje in een open bus door een fraaie stad te worden gevoerd?
Mijn eerste stop is halte 13, het El Bahia-paleis. Het is een flink groot paleiscomplex dat dateert uit de 19e eeuw. Voor een euro entree mag je de poort binnen. Het ziet er van buiten niet bijzonder uit, maar om elke hoek blijken er weer nieuwe mozaiëken, houtsnijwerken en pronkkamers te zijn. Rondom steeds weer opduikende binnenplaatsen zijn de mooiste doorkijkjes, bewerkte ramen en deuren. De kenmerkende stijl waarin het allemaal is ontworpen, is het meest bekend vanuit Andalusië (Granada en zo), maar stamt hier uit het zuiden van Marokko en werd door de Moren noordwaarts getransporteerd.
Na er ruim een uur te hebben rondgekeken, loop ik via wat fraaie rode achterafstraatjes door naar mijn volgende bestemming. De route naar Dar si Said staat zowaar met borden en pijlen aangegeven – dat is heel wat in een stad die straatnaamborden overbodig lijkt te vinden. Dar si Said is een museum, gehuisvest in ook al een oud paleis uit het begin van de 20e eeuw. In de ruimtes worden o.a. traditionele tapijten, keramiek en zilveren sieraden tentoongesteld. Het paleis zelf is echter lang niet zo mooi als het El Bahia.
Na de lunch pak ik de eerst vertrekkende bus voor het vervolg van mijn Marrakech-bezoek. Al snel kom ik er achter dat deze een andere route blijkt te volgen dan die van vanochtend: de Romantische Route. Daarbij ga je niet door de stad, maar door de buitenwijken.
Hoofddoel van deze route is het palmenbos Palmeraie. Het zijn er heel veel inderdaad, aangeplant in de 19e eeuw. We rijden er met de bus doorheen, een echt goede gelegenheid om te stoppen en uit te stappen is er niet echt (of het moet bij de golfbaan zijn). De omgeving hier ziet er wel wat armoediger uit dan het centrum. Je krijgt er ook meer het ‘woestijngevoel’. Zand, bergen, hier en daar een kameel.
Na deze onvoorziene omzwerving ga ik maar op eigen kompas (en dus te voet) verder. Ik loop weer door de rode straatjes van de medina, en begin al het een en ander te herkennen van de vorige keren.
Achter de Kasbah-moskee in het zuiden van de stad liggen de graftombes van de Saadiërs. Deze zijn pas aan het begin van de 20e eeuw herontdekt en onder het puin vandaan getoverd. De Saadiërs zwaaiden in de 16e en 17e eeuw de scepter over Marokko.
Voor de belangrijkste grafkamer staat zelfs een rij van zo’n 150 toeristen! Ik ga er ook maar in staan, het moet haast wel de moeite waard zijn. Na een minuut of 20 kom ik eindelijk ook vooraan te staan bij het hekje. De ruimte waar je inkijkt is van onder tot boven versierd met mozaïeken, bewerkt steen en goud. De tombes zelf zijn van Italiaans marmer: zo baden de Saadiërs zelfs na hun dood nog in rijkdom.
Aan de andere kant van de Atlas
De Hoge Atlas scheidt de dichtbevolkte regio’s in het noordwesten van Marokko van het woestijnachtige zuidoosten. Vanuit Marrakech maak ik met een internationaal groepje van 11 een dagtocht naar deze streek. Aziz is onze bekwame chauffeur, die ook nog eens behoorlijk Engels (en Frans) spreekt én ons steeds op de afgesproken tijd het busje in loodst.
Onze eerste stop is bij een Berbermarkt langs de kant van de weg. Ezelkarren rijden af en aan om de koopwaar te transporteren. Je kunt er veel plastic spul kopen, maar ook levende geiten, schapen en ezels. Op die laatsten kun je zelfs een proefrit maken.
De Hoge Atlas is echt hoog: hier bevindt zich de hoogste berg van Noord-Afrika, de Toubkal (4165 meter). Onze route gaat over een wat lagere pas, de Col du Tichka op 2260 meter. Op de bergtoppen in de verte liggen toefjes sneeuw.
Aan de andere kant van de bergpas wordt het landschap steeds dorder en de bevolking armer. Je ziet kinderen geiten hoeden en oude vrouwen langs de kant van de weg sjouwen gebukt onder een stapel brandhout groter dan henzelf.
Ik heb deze dagtocht natuurlijk niet zomaar uitgekozen: het is dé manier om weer een afgelegen werelderfgoed te bezoeken. De Ksar van Aït Ben Haddou is een vestingstad. We stoppen eerst bij het uitkijkpunt vanwaar je de hele lemen vestingstad kunt zien liggen, met zijn rug strategisch tegen een bergwand.
We worden afgezet in het modernere deel van het plaatsje en krijgen een uur om de plek te bekijken. Er is een rivier die het oude van het nieuwe deel scheidt. De lokale bewoners springen hier handig op in door transport op ezels en paarden aan te bieden naar de overkant. Ik kies voor een dik ezeltje – mijn eerste keer op een ezel geloof ik!
De Ksar is een echt fort, met steile torens die ongewenste bezoekers afschrikken. Tegenwoordig mag iedereen naar binnen, als je maar 10 dirham betaalt. Binnen de muren ligt een echt stadje, met vele straten, poorten, grote en kleine huizen, een moskee en souvenir/kunstwinkels. In het uur dat me hier gegeven is loop ik de vele trappen op tussen de huizen door naar het uitzichtpunt bovenaan.
Geen dagtocht compleet zonder een commercieel intermezzo. Hier in Marokko gaat het dan om tapijten of, zoals vandaag, om Argan-producten. Argan is een boomsoort die in het zuiden van Marokko voorkomt, en amandelachtige pitten voortbrengt. Coöperaties van vrouwen bewerken het spul, en maken er olie en zeepproducten van. Aan mij hebben ze niets kunnen slijten, maar er zijn er in zo’n groepje als van vandaag toch altijd wel een paar souvenirjagers die wat kopen.
De laatste stop, voor we aan de vier uur durende rit terug beginnen, is in de stad Ouarzazate. Ook hier is weer een medina te bekijken, net zoals in Marrakech, Meknes en Fes. Ik kies er echter voor om lekker in de zon te gaan zitten en het voorbijkomende publiek (toeristen en Marokkanen) te bekijken vanachter de glazen van mijn zonnebril.
Medina van Fez
In de medina van Fez is het notoir lastig om je weg te vinden. Ik strand eerst in een woonwijk, maar daarna ontwikkel ik een truc: ik achtervolg een kleine groep Fransen met een officiële gids. Wanneer ze stoppen om naar hem te luisteren, word ik plotseling erg druk met het maken van foto’s op die plek zodat ik ze niet inhaal. Uiteindelijk leiden ze me naar de Bab Boujloud-poort, waarvandaan ik alleen verder durf (ik kan me hier laten leiden door de gekleurde bordjes van de speciale wandelroutes).
Het is verleidelijk om deze medina te vergelijken met die in Marrakech. De verschillen zijn echter duidelijk: de muren van Fez geel zijn in plaats van roze, de straten zijn smaller in Fez en er zijn minder toeristen. Aan de andere kant: Fez mist de grootse monumenten die Marrakech heeft, hoewel de Bou Inania Madrasa wel de moeite waard is van de paar Dirhams entree. Haar pracht is verborgen achter een houten deur in het midden van de souks.
Mijn route doorkruist de medina van het westen naar het noordoosten. Op die manier eindig ik in de leer souk met zijn beroemde leerlooierijen. De bakken met kleurstof, met de arbeiders tot aan hun knieën in erin, zijn het handelsmerk van de Fez Medina. Om dit te bekijken, moet je één van de leerwinkels binnengaan die terrassen hebben. Ik volg een andere groep Fransen naar binnen, en kan in en uit gaan zonder lastiggevallen te worden om iets te kopen.
De leerlooierijen zijn het meest sprekende voorbeeld van alle ambachten die ooit gebruikelijk waren in de medina. Ze deden me denken aan mijn bezoek eerder deze maand aan de dhobi Ghats in Mumbai, waar het wasgoed van duizenden wordt gedaan door mannen zwoegen in water en zeep. Beide zijn overblijfselen van tijden die elders al lang vervlogen lijken te zijn.
Meknes, Volubilis, Moulay Idriss
Vandaag ga ik met de trein naar een stad in de buurt van Fez, Meknes. Meknes is één van de vier Marokkaanse koningssteden (naast Marrakech, Fez en Rabat) en ook een werelderfgoed. Het is droog vanochtend, maar ook heel somber bewolkt en de trui gaat weer aan.
Al om half 10 sta ik op het centrale plein van Meknes. Het is vandaag Nieuwjaarsdag, en dat heeft toch wel zichtbare gevolgen hier. Vrijwel alle winkeltjes in de souk zijn gesloten. Ook het Dar Jamaï museum, dat door de Lonely Planet wordt aangeprezen als een van de beste van Marokko, houdt zijn deuren dicht. Ik loop een rondje door de oude stad, maar er is niet veel dat mij kan bekoren. Op een gegeven moment gaan alle medina’s van Marokko er ook wel een beetje hetzelfde uitzien.
Omdat alles zo gesloten lijkt en het weer me ook niet vrolijker maakt, besluit ik Meknes maar te laten voor wat het is. Ik heb namelijk nog twee andere bestemmingen voor vandaag op het programma staan: de Romeinse opgravingen van Volubilis en de pelgrimsplaats Moulay Idriss. Deze liggen vlakbij elkaar op zo’n 30 kilometer afstand van Meknes.
Ik loop terug richting het station, waar in de buurt de taxi’s richting Moulay Idriss zouden vertrekken. Ik ben nog niet eens bij de halte, als er al een Grand Taxi naast me stopt. Hier in Meknes zijn dat grote zilveren Mercedessen. De chauffeur vraagt of hij me heen en terug naar Moulay Idriss en Volubilis mag brengen. Zo’n privétourtje is natuurlijk het handigste en ik stem toe. Ook voor de chauffeur een goede deal, want hij zet lachend de twee andere passagiers uit de taxi die er al in zaten. Die moeten nu maar zien hoe ze bij hun bestemming komen, maar dat is vast geen probleem want het stikt hier in Marokko van de taxi’s.
We rijden eerst naar Volubilis. Dit ligt in een vruchtbaar gebied vol olijfbomen. Geen wonder dat het al sinds de 3e eeuw voor Christus bewoond is. De Romeinen namen het over in het jaar 50, en ontwikkelden het tot een stad van zo’n 20.000 inwoners.
Dat het een flinke stad geweest moet zijn, kun je nog steeds zien aan de omvang van de opgravingen. Het is een groot terrein met alle vaste Romeinse ijkpunten: een forum, baden, een triomfboog.
Er lopen hier veel groepen toeristen rond. Eén Duitse groep heeft wel een heel luide gids. Hij schreeuwt zijn publiek zo hard toe, dat ik ongewild ook wat van zijn feitjes meepik. De helft van de Romeinse stad ligt hier nog onder de grond verborgen. Zo hebben ze het theater, wat er toch in elke Romeinse stad wel geweest is, nog niet kunnen vinden.
Volubilis staat vooral bekend om zijn mozaïeken uit de Romeinse tijd. De particuliere huizen hier waren bedekt met artistieke tegelvloeren. In sommige gevallen alleen motiefjes, in andere ook hele mythologische verhalen.
Ik had met de chauffeur afgesproken dat ik ongeveer een uur weg zou blijven. Deze tijd kun je hier makkelijk doorbrengen, er is veel te zien en het terrein is uitgestrekt.
We rijden verder naar Moulay Idriss. Het plaatsje ligt tegen en tussen twee heuvels aangeplakt, en bestaat uit allemaal witte gebouwen. Een prachtig gezicht. Dat is echter niet de reden van zijn bekendheid – het is de belangrijkste pelgrimsplaats voor Marokkaanse moslims. Hier staat het mausoleum van Moulay Idriss, een achterkleinzoon van de profeet Mohammed en stichter van de Marokkaanse Idris-dynastie.
De taxi stopt onderaan het plaatsje op de markt. Vandaar loop ik door de nauwe straatjes richting mausoleum. Een houten slagboom weerhoudt de niet-moslims van het binnengaan. De moslims zelf moeten er ook bukkend onder door, deze gebogen houding is meteen een bewijs van eer voor de heilige die hier begraven ligt.
Vanaf het mausoleum word ik op sleeptouw genomen door een “gids”. Meestal probeer ik deze pseudo-gidsen, die een zakcentje bij willen verdienen, te negeren. Maar ik bedenk me dat het hier in de nauwe straatjes wel eens van pas kan komen. De man, die een mix van Engels en Duits spreekt, laat me eerst aan de zijkanten van het mausoleum naar binnen gluren. Mannen en vrouwen zitten er in rijen te bidden – het is vrijdag.
Daarna gaan we heel wat trappen op, naar een terras boven het plaatsje. Hier heb je een schitterend uitzicht over de helft van het dorp.
Tot slot slingeren we via de andere heuvel en de andere helft van het dorp weer naar beneden. We komen langs het badhuis voor vrouwen, te zien aan de takkebossen die klaar liggen om verbrand te worden. En we passeren de enige cilindervormige minaret in Marokko.
Het is allemaal wel wat later geworden dan afgesproken, maar de Grand Taxi staat weer braaf op me te wachten. Hij brengt me netjes terug naar het station van Meknes, waar ik nog een uurtje op de trein terug naar Fez moet wachten.
Terugblik Marokko 2009
Van 27 december 2009 tot en met 3 januari 2010 reisde ik door Marokko. Slechts 3,5 uur vliegen en je bent in een zonniger klimaat en heel andere cultuur. Ik overnachtte in Marrakech en Fez, en maakte vanuit die twee koningssteden ook nog uitstapjes in de omgeving. Marokko bleek een eenvoudig te bereizen land, ook voor een vrouw alleen.
In 8 dagen heb ik veel van het land kunnen zien. De paleizen van Marrakech, de leerververijen van Fez, de lemen vesting van Aït Ben Haddou en het pelgrimsplaatsje Moulay Idriss horen tot de hoogtepunten. Op den duur gaan de steeds terugkerende overdekte winkels in de souks en de geglazuurde tegeltjes je wel wat tegenstaan (dat had ik in Meknes, de 3e koningsstad). Ook het landschap was, zo in de winter, nogal eentonig. De vele ezeltjes in het straatbeeld bleven echter leuk!
Marokko is een makkelijk land om op eigen gelegenheid rond te reizen. Het openbaar vervoer is goed geregeld en de mensen waar je mee te maken krijgt spreken Frans en vaak ook wat Engels. Marrakech is door zijn vliegveld voor goedkope vliegmaatschappijen een echte toeristenplaats geworden voor mensen uit heel Europa. Het vaart er economisch zichtbaar wel bij. De omgeving van Fez, in het noorden van het land, ziet er wat rommeliger en armoediger uit. Toch zien ze hier ook nog genoeg toeristen, zelfs in december, en is men vriendelijk en behulpzaam.
Vervoer
Tussen de steden heb ik met de trein gereisd. Marrakech heeft een fraai glimmend nieuw station. Het is er allemaal heel overzichtelijk en makkelijk om een kaartje te kopen. Een eersteklas treinkaartje Marrakech-Fes (7 uur rijden) kost 295 Dirham (27 EUR). De trein is vergelijkbaar met treinen in West-Europa. De zitplaatsen zijn verdeeld over coupées, zoals in Duitse treinen.
Tussen Fes en Meknes heb ik tweedeklas gereisd. Ook niks mis mee, hoogstens wat minder beenruimte dan eerste klas. En minder toeristen. De rit van een klein half uur kostte 20 dirham (1,80 EUR).
Hoewel ik veel gelopen heb, nam ik toch af en toe ook een taxi. En dat dan vooral om niet te verdwalen. Je hebt Petit Taxi’s en Grand Taxi’s. De Petit Taxi’s (kleine Peugeotjes en zo, felrood in Fes en lichtblauw in Meknes) zijn voor in de stad. Ze rijden over het algemeen op de meter, en nemen soms meer mensen mee die dezelfde kant op moeten.
Grand Taxi’s zijn grote Mercedessen waar 6 passagiers in passen. Ze rijden naar plaatsen in de omgeving, en vertrekken als ze alle stoelen gevuld hebben.
Kosten
Marokko is niet spotgoedkoop, maar het prijspeil ligt nog wel een niveautje lager dan West-Europa. Entreeprijzen zijn zonder uitzondering laag, meestal 10 dirham (0,80 EUR). Ook standaard etenswaren (brood, water) kost maar een paar dirham. Als je wilt eten in een beetje leuk restaurant, ben je zo’n 80 dirham kwijt voor een hoofdgerecht. De dagtour met Imzi Tours naar de Hoge Atlas kostte 40 EUR (inclusief lunch). De taxihuur voor een halve dag in Meknes 300 dirham (27 EUR).
Accommodatie
Amani Residence in Marrakech. Schoon en vriendelijk hotel in de buurt van het treinstation, in het nieuwe deel van de stad dus. Het is een minuut of 20 lopen over brede boulevards naar het oude centrum.
Het ontbijt bestaat uit Franse broodjes, koffie en vers sinaasappelsap.
(Gratis) draadloos internetten kan alleen in de lobby, maar daar hebben ze wel lekkere banken om in te zitten en komen ze je je drankje brengen vanuit het naastgelegen café.
Prijs: 48 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.booking.com/hotel/ma/amani-residence.html?sid=2d35d088a158bcaef02ea470a02ef600;label=postbooking_directions
Dar Aliane in Fez. Een huis in het nieuwe deel van de stad. Het is ongeveer 15 minuten lopen naar het station, en een klein half uur naar de medina (het oude centrum).
Prima ontbijt met croissants, Marokkaanse pannenkoekjes en brood, pruimenjam en smeerkaas. Draadloos internet en satelliet-TV op de kamers.
Verder wel wat onvolkomenheden, met name in de badkamer, waardoor dit hotel toch niet echt zijn geld waard is.
Prijs: 79 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.booking.com/hotel/ma/dar-aliane-fes.html?sid=2d35d088a158bcaef02ea470a02ef600;label=postbooking_directions
Riad Le Jardin Secret in Marrakech. Dit is echt onvindbaar. De taxi zet me af bij de moskee in de buurt, en vraagt een rondhangend mannetje me voor 10 dirham tot aan de deur te loodsen. En zelfs hij moet onderweg nog een keer vragen. Het ligt echt in een zijstraat van een zijstraat in de medina. Later wijst het hotelpersoneel me een eenvoudige sluiproute via twee garagedeuren, en dan is het allemaal niet zo moeilijk meer en kan ik zelfs in het donker de weg terugvinden.
De Riad is een groot traditioneel huis uit de jaren ’30. Hoge plafonds, prachtig bewerkte deuren en ramen. De kamer en vooral ook de badkamer zijn schitterend. Het personeel (een vrouw die steeds dienst lijkt te hebben en een jongen die helpt koffers dragen en de weg wijzen) is supervriendelijk.
Prijs: 120 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.riadjardinsecret.net/
Eten en drinken
Veel variatie is er niet, maar de tajines en brochettes zijn lekker genoeg om vaker te eten. Heerlijk is het brood dat je van ’s ochtends tot ’s avonds overal bij krijgt.
Muntthee, zie en krijg je overal. Met veel suiker, lekker in de warmte.
Een tajine, een soort stoofschotel, staat overal op de kaart. Meest gangbaar is de tajine met kip, citroen en olijven. Ook lekker is die met lamsvlees en pruimen.





















Leave a comment