World Heritage Traveller

Schotse Hooglanden

Written by:

Introductie

“Flow Country”, het grootste hoogveengebied van Europa, was de op één na dichtstbijzijnde Werelderfgoedlocatie die ik nog moest bezoeken, maar een reis naar de Schotse Hooglanden is het grootste deel van het jaar erg duur. Dus, met enig optimisme, koos ik voor begin maart, wanneer de kosten voor vluchten naar Inverness, hotels en autohuur nog steeds de helft of minder zijn dan tijdens het korte hoogseizoen of zelfs april/mei. Het is vroeg genoeg om als laagseizoen te worden beschouwd, maar ook laat genoeg om hagel en sneeuw te vermijden.

Dag 1

Ik arriveerde vroeg in de middag op het vliegveld van Inverness. Ik was hier al een paar keer eerder, en het lijkt nog steeds alsof je via een achterdeur het Verenigd Koninkrijk binnenkomt. De grenscontrole is in een container, en ze doen er vrij lang over omdat hier allerlei nationaliteiten voorbijkomen die gaan aanmonsteren op schepen of booreilanden.

Op mijn eerste middag in de regio probeerde ik de Munsary & Shielton-component van het werelderfgoed te bezoeken. Deze ligt langs de A9, de weg tussen Inverness en mijn overnachtingsplaats Thurso.

Windmolen langs A9, Schotland

Hoewel hier en daar wel wat veen te zien is, bleek het een beproeving iets van dichtbij te bekijken. Het is een dichtbevolkt gebied (voor Schotse begrippen), bezaaid met enorme windmolenparken. Er worden er zelfs nog meer bijgebouwd, wat leidt tot veel verkeer en afgesloten wegen.

Mijn doel was om de Grey Cairns van Camster (neolithische grafheuvels) te bereiken, maar ik kwam via een omleiding in een soort lus terecht en ben er nooit aangekomen… Wel duiken er frequent “staande stenen” uit de Bronstijd op – deze zijn bij Achavanich.

Standing Stones Achavanich

Inmiddels was ik ook te laat om mijn geplande wandeling in het Munsary Peatlands natuurreservaat aan te vangen, dus reed ik maar rechtstreeks door naar Thurso.

Dag 2


Na een nacht in het vrij aangename Thurso, verscheen er ‘s ochtends vroeg een stralende zon. Ik begon mijn verkenningstocht van het “echte” grote veengebied door de kustweg A836 westwaarts te nemen. Mijn eerste stop was bij Strathy Pools. Dit is een supergemakkelijke kennismaking met wat deze Werelderfgoedlocatie te bieden heeft: je parkeert naast de weg en loopt 5 minuten bergopwaarts richting een elektriciteitsmast. Je loopt over veen en ziet in de verte je eerste groep dubh lochans (zwarte poelen).

Flow Country

De A836 bleek een schilderachtige route om te rijden en er zijn verschillende vergelijkbare korte stops te maken. Bij Loch Meadie kun je bijvoorbeeld wandelen naar een meer dat in de verte te zien is (3 km heen en terug).

Mijn doel met deze route was Mòine House: het wordt beschreven als gelegen in het meest sfeervolle deel van Flow Country, en dat bleek inderdaad zo te zijn. De bergen zijn hier hoger en sommige toppen waren nog steeds met sneeuw bedekt. ​​De ruïnes van het huis (een voormalige residentie en onderdak voor vermoeide reizigers) vormen een schilderachtige aanvulling.

Moine House

Vanaf het huis kun je over de oude weg lopen, die zich aan beide kanten uitstrekt. Er zijn informatiepanelen en je kunt de veengebieden en kleine poelen van dichtbij bekijken. Je kunt ook proberen de vele verschillende soorten veenmos te onderscheiden.

Moine House

Vanuit Mòine ben ik dezelfde weg teruggereden tot de afslag naar de B871. De ‘B’ zegt het al: dit is een landweg, grotendeels eenbaans. Je moet even wennen aan het gebruik van de frequent aanwezige passeerstroken, wanneer er een ander voertuig aankomt. Deze wegen moeten een hel zijn in de zomer, wanneer dit een geliefd gebied is voor camperaars. Maar als je op een Werelderfgoed-avontuur bent, is dit een prima weg om te nemen, omdat hij tussen de kerngebieden van twee component doorloopt en uiteindelijk uitkomt in West Halladale.

Vanaf het einde van deze weg is het slechts een korte omweg naar Forsinard Flows. Ik heb hier eerst lekker geluncht in de theesalon van Forsinard Lodge. Voorts zocht ik naar het WHS-bordje voor het treinstation – het zit op zo’n onhandige plek dat het nauwelijks zichtbaar is. En ik heb de Dubh-lochain Trail gelopen. Ik had deze korte wandeling bijna overgeslagen, omdat het veengebied hier niet veel toevoegde aan wat ik al had gezien. Maar het is de moeite waard om de uitkijktoren te beklimmen, want vanaf daar heb je een uitzicht over de met elkaar verbonden poelen, die typisch zijn voor dit gebied.

Forsinard Flows


Vervolgens reed ik zuidwaarts via de A897. Dit is ook een mooie, eenbaansweg, met schapen die het landschap verfraaien. Ze gedroegen zich goed aangepast aan het verkeer en gingen aan de kant als ze een auto hoorden aankomen. Ik zag in de verte ook twee grazende edelherten met grote geweien. Een belangrijk aspect van het Flow Country Werelderfgoed is dat ongeveer 83% van het gebied in particulier bezit is (hoewel er slechts 20 mensen wonen). Schaaphouderij en hertenjacht zijn twee van de belangrijkste activiteiten.

De belangrijkste bezienswaardigheid in dit gebied is de Morven, een steile berg waarvan de lagere hellingen bedekt zijn met veen.

Flow Country

Ousdale Broch

Laat in de middag verlaat ik het veengebied en maak nog een omweg om toch één van de brochs te zien: droogstenen torens uit de IJzertijd. Het is een flinke wandeling vanaf de parkeerplaats: eerst een half uur steil naar beneden en dan terug natuurlijk weer steil omhoog. Het ligt erg onbeschut, dus is het niet geschikt voor een regenachtige dag.

Als je er voor staat (vanuit de verte is het nauwelijks te zien), vallen de ronde vorm en de goede staat op. Het is enkele jaren geleden gerestaureerd. Het doel van deze brochs (er zijn er honderden in Schotland) is niet helemaal duidelijk; waarschijnlijk waren het verdedigingswerken of schuilplaatsen.

Ousdale Broch

Praktische info

In totaal heb ik 580 km gereden (vanaf de luchthaven van Inverness) in anderhalve dag. Dit geeft een goed beeld van de omvang van het gebied en de inspanning die het kost om er een goed beeld van te krijgen. Omdat ik voor deze tijd van het jaar prachtig weer had, had ik er makkelijk langer kunnen blijven. Ik had helaas geen tijd om de meeste culturele bezienswaardigheden in de regio te bezoeken, zoals brochs (prehistorische droogstenen torenhuizen) en clearing villages (nederzettingen die door gedwongen migratie zijn verlaten).

Vervoer

Ik huurde voor twee dagen een auto bij Hertz. Ik kreeg een lavendelkleurige Toyota Yaris mee, een hybride auto. Hij reed erg fijn (automaat) en kostte me slechts 30 EUR aan benzine voor de 2 dagen.

Overnachtingen

Thurso, Pentland Lodge House: typisch Engels pension, maar wel gemoderniseerd en erg vriendelijk. Populaire plek, zelfs begin maart was ik lang niet de enige gast. Makkelijk parkeren en op loopafstand van restaurants in het centrum. 103 EUR met ontbijt.

Inverness, Courtyard by Marriott Inverness Airport: modern en comfortabel hotel pal voor het vliegveld – 1 minuut lopen van de autohuur en 2 minuten naar de vertrekhal. 91 EUR inclusief uitgebreid ontbijtbuffet.

Eten

Als ik in het Verenigd Koninkrijk ben, kijk ik altijd uit naar drie dingen om te eten: fish & chips, goed Indiaas en Nando’s! Ik slaagde deze keer met de laatste twee, hoewel de “Indiër” een Bangladeshi bleek en de Nando’s in Inverness wel heel erg fast-foody.

Kosten

Het kan er schreeuwend duur zijn, maar zo in maart is het wel te doen. Ook had ik nog 25 Schotse ponden van een eerdere reis gevonden, die ik ook heb opgemaakt.

De kosten, gedeeld door 2 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:

LandPer dagHotelsEtenVervoerOverig
VK192 EUR97 EUR25 EUR70 EUR0 EUR

Leave a comment

Previous: