- Programma
- Beruwala
- Galle en omgeving
- #1002: Sinharaja
- Anuradhapura
- Ritigala
- Jaffna
- De eilanden Delft en Nainativu
- Colombo
- Praktische info
Programma
In 1996 was ik voor het eerst in Sri Lanka. Nu, 30 jaar later, bezoek ik wat minder toeristische delen, inclusief het noorden van het eiland. Dat was destijds onbereikbaar vanwege de langdurige burgeroorlog.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats |
| 31-jan | Aankomst met AirAsia vanuit Kuala Lumpur om 21.50. | Negombo |
| 1-feb | Bus naar Colombo, trein naar Beruwala, bezoek aan Beruwala en dan met de bus door naar Galle. | Galle |
| 2-feb | Herbezoek Galle en tripje naar een tempel in de omgeving. | Galle |
| 3-feb | Opgehaald door auto met chauffeur, rit van ca. 4 uur. Bezoek werelderfgoed Sinharaja (avondwandeling). | Deniyaya |
| 4-feb | Ochtend nog in het Sinharaja reservaat. Dan rit naar omgeving Colombo (4 uur). | Malabe |
| 5-feb | Rit naar Anuradhapura. Herbezoek aan de tempels van Anuradhapura per fiets. | Anuradhapura |
| 6-feb | Bezoek aan het bosklooster Ritigala. | Anuradhapura |
| 7-feb | Bus naar Jaffna. Bezoek aan stad. | Jaffna |
| 8-feb | Dagtour naar de eilanden Delft en Nainativu. | Jaffna |
| 9-feb | Lange rit naar Colombo (9 uur inclusief korte stops voor ontbijt en lunch). | Colombo |
| 10-feb | Dag in Colombo. Avondvlucht naar huis met Emirates. | Colombo |
Beruwala
Mijn eerste dag in Sri Lanka gebruik ik om langzaam met het openbaar vervoer langs de kust naar het zuiden af te zakken. Ik start in Negombo, niet ver van het vliegveld waar ik de avond ervoor laat ben aangekomen. Tussen Negombo en Colombo ligt een expresweg (met tol), die het vervoer tussen de twee steden duidelijk vergemakkelijkt heeft. Van het busstation in Negombo rijden minibusjes af en aan. De rit naar de hoofdstad kost zo slechts 50 minuten.
In Colombo loop ik naar het treinstation ‘Maradana’. Vanaf hier rijden forenzentreinen langs de kust. Het is vandaag zondag, dus erg rustig. Kaartjes zijn er alleen in de derde klas, maar het is gewoon een soort metro. Het station zelf is enerzijds zwaar verouderd, maar het heeft ook wel weer een klassiek-brits-koloniale charme.
Het is een leuke rit naar Beruwala, de plaats die ik heb uitgezocht voor een lunchstop. Nou blijkt het niet zoveel voor te stellen voor de lunch, ik neem maar wat hartige samosas. Dan ga ik te voet naar het meer historische deel van de stad, een wandeling door rustige (maar hete) straten.
Beruwala speelde in de Middeleeuwen een belangrijke rol als handelsstad aand de Maritieme Zijderoute. De belangrijkste bezienswaardigheid die daaraan nu nog gelinkt is, is de “oude” moskee, de Kechchimalai-moskee. Volgens de legende introduceerden Jemenitische handelaren hier de islam in Sri Lanka; het stadje is nog steeds overwegend islamitisch. De moskee (uit 1911, met gevels in Hollandse stijl) ligt op een mooie plek aan de kust.
Het mooiste uitzicht heb je aan de achterkant, vanwaar je tientallen kleurrijke vissersboten kunt zien liggen. De hele omgeving is een populaire attractie voor de lokale bewoners.
Met een tuk-tuk laat ik me terugbrengen naar de hoofdweg door Beruwala. Daar is het eenvoudig om op een bus te springen naar mijn volgende bestemming, Galle.
Galle en omgeving
Mijn eerste (her)kennismaking met Galle viel niet bepaald mee. Het is er zó toeristisch. Echt, iedereen die in de strandresorts van de Sri Lankaanse zuidkust verblijft doet een dagje Galle. Zeurende taxi- en tuktukchauffeurs, koffie- en souvenirshops. Ik trek me eerst maar even terug in mijn pension.
De volgende ochtend maak ik in alle vroegte een rondwandeling over en langs de muren van het Fort Galle. Dat is het beste dat je hier kunt doen: de staat van het geheel is verbluffend goed, en vroeg in de ochtend is het nog rustig en niet te warm. De schoolkinderen maken zich op voor de formele start van de schooldag en de aanstaande sportdag.
#1002: Sinharaja
Wat is het?
Het Sinharaja-bosreservaat is een heuvelachtig, ongerept regenwoud dat een schatkamer is van endemische soorten, waaronder bomen, insecten, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren.
Cijfer: 6 (Het is niet erg wild en het ligt pal tegen de bewoonde wereld aan, wat niet goed kan zijn voor de natuur hier. De olifanten zijn er bijna uitgestorven: er zijn er nog 2 over, beide mannetjes. De gidsen lijken zich vooral te richten op de ‘snelle succesjes’ – een slang, een kleurrijke hagedis, wilde fruitbomen; ze weten waar die dieren elke dag te vinden zijn en die blijven netjes zitten voor foto’s. Vogels en zelfs apen zijn veel lastiger.)
Toegang: Geen idee. De entreeprijs was inbegrepen in mijn tour vanuit de lodge (28 USD).
Hoeveel tijd: Een avond en een ochtend.
Opvallend: Hoewel Sinharaja me van tevoren niet enorm aantrok, en ik zelfs overwoog om het als dagtocht vanuit Galle te bezoeken, kon ik de verleiding niet weerstaan om er te overnachten. Een natuurpark bezoeken in de middaghitte is immers nooit een goed idee. Ik verbleef in de aan te bevelen Rainforest Mount Lodge, op ongeveer 500 meter van de Pitadeniya-ingang van het park. Het is een pension van een lokale familie, die bezig is de faciliteiten te moderniseren en naar een luxere standaard te brengen.
Het pronkstuk van mijn Deluxe Kamer was het balkon met uitzicht over de weelderige vallei. Vanaf hier spotte ik gemakkelijk een tiental vogelsoorten, waarvan de Sri Lankaanse grijze neushoornvogel de meest opvallende was. Ook zag ik verschillende toque-makaken.
‘s Avonds maakte ik een nachtwandeling met de zoon van de eigenaar. We dwaalden voornamelijk door de straten van het boerendorp, met een korte uitstap naar een ‘achterdeur’ van het bos. Zowel de velden als het afval bleken goede leefomgevingen te zijn voor bepaalde soorten: we zagen een grote bruine visuil, een giftige slang (Sri Lankaanse krait) en een civetkat (waarschijnlijk de kleine Indiase civetkat).
Mijn doel voor het bezoek aan het reservaat zelf de volgende ochtend was om te proberen enkele endemische diersoorten te vinden. Onder de zoogdieren is de paarsgezichtlangoer, een bedreigde langstaartaap. Tot mijn verbazing trof ik de langoeren al aan bij onze eerste stop net na de ingang van het park. Ik herkende meteen de geluiden van apen die op zoek zijn naar hun ontbijt. Deze paarsgezichtlangoeren zijn vreemde wezens: ze hebben niet echt een paars gezicht. En ze komen in twee kleuren voor: de ‘standaard’ zwart/grijs/bruine exemplaren en de witte.
Een van de recentere ‘ontdekkingen’ in Sinharaja is het voorkomen van witgekleurde exemplaren van deze paarsgezichtlangoer. Ze werden pas in 2011 wetenschappelijk beschreven. Het verhaal is dat ze alleen het gebied bij de twee zuidelijke ingangen van het park leven, een gebied dat vroeger, voor de upgrade van de weg, moeilijk toegankelijk was. Bovendien vinden ze het prettig om dicht bij het dorp te zijn, vanwege de vruchten van de moestuinen, en ze hebben geleerd de mensen daar niet te vrezen.
Andere hoogtepunten van mijn 3,5 uur durende ochtendwandeling zijn het observeren van een paartje Sri Lankaanse blauwe eksters (de belangrijkste vogelsoort van Sinharaja) die een nest met twee kuikens verzorgden. En een piepklein uiltje, onmogelijk met het blote oog te zien, maar met veel geduldige hulp van een Nederlands vogelaarspaar en hun gids, heb ik goede foto’s kunnen maken.
Sinharaja is ook berucht om zijn bloedzuigers. In tegenstelling tot de twee andere bloedzuigerparken die ik tijdens deze reis bezocht (Cat Tien, FRIM), is Sinharaja het hele jaar door nat en zijn er altijd bloedzuigers. Ik hoorde veel toeristen erover klagen, maar ik bleef ongeschonden. Mijn gidsen gebruikten de truc om mijn schoenen en sokken in te wrijven met een flinke dosis zout water voordat we aan de wandelingen begonnen. De beestjes hebben niet eens geprobeerd over me heen te kruipen.
Anuradhapura
Anuradhapura is één van de twee werelderfgoederen die ik herbezoek sinds 1996. Niet zozeer omdat het het beste is, maar omdat het een handige tussenstop is op mijn reis naar het noorden van Sri Lanka.
Ik kom er rond het middaguur aan en spring meteen op de fiets (geleend van mijn guesthouse) voor een rondje tempels en paleizen. De entreeprijs is hier 30 USD – wel veel voor een middagje, maar ik wil het toch ook niet overslaan. Van mijn eerste bezoek herinner ik me eigenlijk niets.
Fietsen in het archeologisch park is gelukkig rustig. Mijn eerste stop is de Ruwanwelisaya-stupa. Het is een van de heiligste plekken van Anuradhapura omdat het relieken van de Boeddha huisvest. Het complex wordt redelijk stevig bewaakt. Mijn fiets kan ik kwijt in een klein fietsenrek achter het kantoortje van de politie.
Ik moet er nog wel een beetje inkomen met de rondwandeling rond de stoepa op sokken. Het is er druk.
Ik besluit daarna helemaal door te fietsen naar Kuttan Pokuna, twee sierlijke oude baden die vroeger deel uitmaakten van een klooster. Nu is het een lekker rustige plek om wat rond te kijken.
Aan de overkant van de straat ligt de Samadhi Buddha, een prachtig boeddhistisch beeld in een parkje. Hier zijn zo mogelijk nog minder mensen – alleen apen en honden. Ik laat mijn fiets achter aan het begin van de toegangsweg, maar je kunt er bijna helemaal heen fietsen.
Op de weg terug stop ik bij de reusachtige Jetavanaramaya stupa. Ik kan me niet herinneren dat ik hier in 1996 ook ben geweest. Dit is wel heel imposant. Er is bijna niemand. De lucht is aan het betrekken, maar toch begin ik aan de ronde om de stupa. Helaas houd ik het net niet droog – van het laatste stukje moet ik terugrennen naar mijn schoenen, die snel aantrekken en dan onder een grote boom gaan staan schuilen.
Drie vrouwen die werken aan het onderhoud van het terrein staan er ook. Zij hebben wel paraplu’s bij zich, waarvan ik er eentje mag lenen om samen met hen weer bij de ingang en mijn fiets te komen. Zoals meestal in Sri Lanka is het een typische tropische bui, hevig maar ook kort. Een half uurtje later is er niets meer aan de hand en kan ik rustig naar mijn pension terugfietsen.
Ritigala
De oude boeddhistische meditatiekloosters van Sri Lanka hebben een kenmerkende architectuur die verschilt van die van reguliere boeddhistische kloosters en stoepa’s. Het zijn kloosters in het bos, met een uitgebreid netwerk aan paden aangelegd voor de wandelende meditatie die door asceten en arhats wordt beoefend.
Van deze kloosters bezocht ik Ritigala. Dit is een gemakkelijke trip van een halve dag met een chauffeur vanuit Anuradhapura (ik betaalde 40 USD). De laatste 12 km van de weg naar Ritigala zijn erg slecht, met grote gaten en deels onverharde wegen. Je krijgt het gevoel dat je een jungle binnenrijdt, omdat het bos steeds dichter wordt: de locatie is omgeven door een natuurreservaat. De lokale boeren hebben elektrische hekken geplaatst om de olifanten buiten te houden. De boeren overnachten zelfs in boomhutten om hun land te beschermen.
Aan het einde van de toegangsweg ligt een legerbasis. Dit gebied was een fysiek strijdtoneel tijdens de Tweede JVP-opstand (1987-1990). Het bergachtige landschap en de dichte jungle bleken goede schuilplaatsen voor de JVP-rebellen (de JVP is sinds 2024 de regeringspartij van Sri Lanka, dus het is onduidelijk of we ze nog wel rebellen kunnen noemen – het waren marxistisch-leninistische opstandelingen en de gevechten met de toenmalige regering waren zeer bloedig). Vanwege de verschillende interne conflicten in Sri Lanka was het Ritigala-gebied van eind jaren 80 tot het einde van de burgeroorlog in 2009 verboden terrein voor toeristen. De top van de Ritigala-berg is nog steeds een militair gebied met beperkte toegang.
Als ik op een doordeweekse ochtend rond 9 uur bij de ingang van de site aankom, is het verrassend druk. Er staat een bus vol Franse toeristen, plus verschillende andere individuele bezoekers. Ook is het leger bezig met de voorbereiding van een ceremonie, inclusief een ontbijtbuffet en de aankomst van VIP’s. Ik betaal een toegangsprijs van 1830 roepies (waarschijnlijk een omrekening van een vast bedrag in Amerikaanse dollars).
Er zijn niet veel borden die aangeven hoe je moet lopen, maar ik volg gewoon een Sri Lankaans stel het bos in. Al snel kom je op de verharde paden die speciaal voor meditatie zijn ontworpen, en dan spreekt alles voor zich. De trappen zijn goed gedoseerd en er zijn regelmatig plateaus om even op adem te komen. Onderweg kom je dubbele plateaus tegen (verbonden door stenen bruggen), ‘rotondes’ of cirkelvormige structuren bedoeld voor wandelmeditatie, en rituele vijvers.
Het eindigt allemaal bij een grote, oude boom. De wandeling kost mij 1 uur en 15 minuten, maar het regende een beetje, dus ik bleef nergens lang staan om ‘alles in me op te nemen’.
Ik heb het aanbod van een gids aan het begin van het pad afgeslagen, maar het was misschien beter geweest om er wel een te nemen, want die kan je de interessantere zijpaden wijzen. Sommige zijn wel bewegwijzerd (zoals ‘stenen brug’), maar ik miste bijna wat bekend staat als het ziekenhuis, want op de heenweg was ik langs het aangrenzende gebouw aan de linkerkant gelopen en dit zijpad begint aan de andere kant. En een gids zou me zeker naar de “prachtig gebeeldhouwde toiletten” hebben geleid, een van de bijzondere elementen van de site.
Vorig jaar bezocht ik een plek die vergelijkbaar aanvoelde: het Hetsu-miya heiligdom, onderdeel van het Werelderfgoed van Okinoshima in Japan. Beide locaties begonnen als openluchtrituelen voordat er permanente gebouwen waren. Hetsu-miya heeft nog steeds zijn oude openluchtlocatie, Takamiya Saijo, die dezelfde ascetische levensstijl in het bos weerspiegelt die je in Ritigala aantreft.
Jaffna
Jaffna stond met stip op nummer één van de plekken die ik op deze reis wilde bezoeken. Door de Sri Lankaanse burgeroorlog was het lang een lastig te bereiken gebied. Dat is het nu niet meer, maar zijn locatie helemaal op de noordelijke spits van het eiland zorgt toch nog wel voor logistieke uitdagingen. De treinen rijden momenteel niet, dus ik koos voor een ‘discobus’ (een gammele privébus die op hoge snelheid de wegen afrijdt) vanuit Anuradhapura.
De bus dropt me in het centrum van de stad, bij de markt. Deze heeft een verbluffende modernistische uitstraling.
De busrit is zo vlot gegaan dat ik direct maar doorloop naar het Jaffna Fort. Het stamt uit de Nederlands-koloniale tijd en is een indrukwekkend ‘waterfort’, met bescherming van de zee aan één kant en van grachten aan de andere kanten.
Later in de middag loop ik van mijn pension naar de resterende bezienswaardigheden. Het wandelen gaat hier prima, het zijn een soort lanen met tropische begroeiing.
Mijn eerste stop is de Poothathamby Arch Chankiliyan Thoppu. Deze poort is een schaars overblijfsel uit de tijd van het Koninkrijk Jaffna. Het is pas gerestaureerd, of beter gezegd heropgebouwd uit brokstukken.
Aan de overkant van de straat ligt het Manthiri Manai, het koninklijk paleis uit dezelfde periode. Het is in zeer slechte staat. Datzelfde geldt voor andere oude gebouwen langs dezelfde weg.
Het bekendste gebouw van Jaffna is de Nallur Kandaswamy Tempel. Het is de belangrijkste tempel van de stad, en geheel in de uit Zuid-India bekende Tamil-Hindoe stijl met kleurrijke poorten en torens.
De eilanden Delft en Nainativu
Om kwart voor 7 de volgende ochtend sta ik aan de poort van mijn hotel. Mijn gids voor vandaag, Jenu, staat al klaar. Met haar motorfiets, want we gaan eerst met de motor naar de haven van Kurikadduwan. Dat is zo’n 50 minuten rijden. Een lange zit achterop de motor, maar het landschap maakt veel goed. Je rijdt langs de vissers en de vogels in dit kustlandschap.
Aangekomen bij de veerboot naar Delft Eiland blijken we zeker niet de enige te zijn. Het is zondag, dus er zijn veel dagjesmensen. Ook zijn er een stuk of 5 andere buitenlandse toeristen. Voor de veerboot zijn twee rijen: één voor de inwoners van Delft en één voor de rest. De inwoners krijgen voorrang en mogen als eersten de boot op. De rest mag aan boord zolang de maximum capaciteit van 100 passagiers niet wordt overschreden. Geteld wordt er niet echt, en aan boord heeft een tiental mensen geen zitplaats. Een stapeltje reddingsvesten (20?) ligt ergens onbenut in een hoek. Je moet de rit uitzitten in de ruimte onder het dek, want bovenop is er geen plaats voor zoveel mensen.
Na een uurtje varen bereiken we Delft. Hier stappen we in een tuktuk om een eilandtour te doen. Ondanks zijn afgelegen ligging is toerisme niet vreemd in Delft. Tuktuks rijden een vaste route rond het eiland, inclusief alle “bezienswaardigheden”. Het meest trots lijken ze te zijn op de verwilderde paarden, achtergebleven uit de Portugese tijd. Het is inderdaad opmerkelijk hoeveel het er zijn (ca.500). Ze leven in grote groepen. Zo op het oog zien ze er gezond uit.
De tour vervolgt met twee bijzondere bomen (een grote baobab en een grote banyan). En diverse ruïnes uit de Nederlandse en Britse geschiedenis van het eiland. Heel mooi op het zuidelijke puntje van het eiland ligt de Queen’s Tower, gebouwd door de Britten om het land op te meten. In het binnenland zien we resten van het Nederlandse fort en een fraaie duiventil uit dezelfde periode.
Voor de tour over Delft eiland had ik één verzoeknummer: St. Mary’s Church. Dit zou een kerk in de Oratorische stijl moeten zijn, geintroduceerd door missionarissen vanuit Goa in de (Nederlandse) tijd dat katholieken op het eiland onder druk kwamen te staan. Na wat rondvragen en mijn aanwijzing dat het een blauwe kerk moet zijn, vinden we hem uiteindelijk gemakkelijk in de hoofdstraat. Het is een mooi, locaal kerkje, meest van hout. Binnen zijn de Oratorische kenmerken, zoals een dubbele rij houten zuilen, goed te zien.
Voor de lunch krijgen we bij een camping annex restaurant een goede viscurry voorgeschoteld. Hier kunnen we ook van de hangmatten gebruik maken voor een siësta, alvorens de veerboot weer terug vertrekt. De terugtocht is een ware beproeving omdat het nu veel warmer is en er weinig frisse lucht binnenstroomt.
Terug in de haven van Kurikadduwan maken we nog een korte uitstap naar een ander eiland, Nainativu. Dit is gelukkig maar een kwartiertje varen en je kunt aan dek zitten. Dit eiland is bekend om zijn grote hindoetempel, die populair is bij de locale Tamil hindoes. Zo op een doordeweekse dag is er niemand in dit grote oranje bouwwerk. Maar tijdens het jaarlijkse festival worden mensen massaal aangevoerd – de vele boten in het haventje, die nu zonder passagiers zijn, zijn daarvan het bewijs.
Om 5 uur gaat de laatste veerboot terug. Wij stappen daarna weer op de motor en rijden terug naar Jaffna, waar we in de schemering aankomen.
Colombo
De Sri Lankaanse hoofdstad heeft niet zo’n goede naam. Maar ik krijg toch het idee dat het met de jaren wel leefbaarder is geworden. Er zijn brede trottoirs en je loopt er op je gemak rond, in ieder geval in het centrum en in de wat luxere woonwijk waar ik mijn laatste dag besteed.
In die wijk ligt ook de voormalige residentie van de Sri Lankaanse modernistische architect Geoffrey Bawa. Het huis kan alleen bezichtigd worden met een rondleiding die je van tevoren moet boeken. Je zou zeggen dat hij in het buitenland niet zo bekend is, maar tot mijn grote verrassing zijn er nog een stuk of 10 andere toeristen op deze tour. Allen behoorlijk verfijnde kunstliefhebbers zo op het oog. De tour zelf is ook professioneel van opzet en doet niet onder voor die in andere landen voor soortgelijke objecten.
Bawa maakte het Europese modernisme meer leefbaar en paste het aan op het klimaat van Sri Lanka. Er is veel ‘buiten’ in het interieur, met planten en open ruimtes. Hij hield ook van het geluid van de regen.
Het dakterras is fantastisch. Eigenlijk is alles in een staat waarin je er zo zou willen intrekken. De gastenkamer is zelfs te huur voor overnachtingen, maar wel erg prijzig.
Op loopafstand van de villa ligt het Nationaal Museum. Het zit in een groots Brits-koloniale constructie uit de late 19de eeuw.
De collectie is erg uitgebreid en elke glorieperiode uit de geschiedenis van het eiland komt voorbij (de meer pijnlijke kwesties laten ze onbenoemd). Het is zaal na zaal, in een ouderwetse opstelling, maar toch niet al te rommelig. De kwaliteit van het getoonde is behoorlijk goed.
Tot slot loop ik nog langs het Onafhankelijkheidsmonument. Daar in de buurt ga ik een keertje luxe lunchen, bij een Thais restaurant zowaar, voor ik me klaarmaak voor de terugvlucht naar huis.
Praktische info
Voorbereidingen
Voor Sri Lanka moet je vooraf online een ETA invullen. De kosten zijn 50 USD. Binnen een dag kreeg ik de bevestiging retour.
De auto met chauffeur die ik voor een paar dagen inhuurde (via MySL Travel) boekte ik een week of twee voor vertrek.
Vervoer
Ik was van plan zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te doen, maar dat is niet helemaal gelukt. Het grootste probleem zijn de huidige verstoringen op het (binnenlandse) treinnetwerk, veroorzaakt door de cycloon van november. De reparatiewerkzaamheden zullen in ieder geval tot eind maart 2026 duren.
De treinen en bussen die ik wel heb kunnen gebruiken, reden frequent en waren makkelijk te nemen. Het comfort laat echter te wensen over – door diverse omstandigheden zijn ze constant aan het pleisters plakken in plaats van te investeren in iets dat beter aansluit bij de eisen van 2026. De veerboot naar Delft Island was ronduit verschrikkelijk.
Daarom moest ik een paar keer noodgedwongen een auto met chauffeur huren. Hoewel dit over het algemeen populair is onder toeristen in Sri Lanka, is het voor een soloreiziger een behoorlijk dure optie, met 70-100 euro per dag inclusief alles. Chauffeurs zijn makkelijk online te boeken.
Overnachtingen
Ik koos mid-budgetaccommodaties om de totale kosten laag te houden en toch een goede nachtrust te hebben zonder last van insecten of erger. Ik betaalde gemiddeld 36 EUR. Wat je daarvoor momenteel in Sri Lanka krijgt, zijn door families gerunde pensions met gemoderniseerde kamers. Ze hadden allemaal goede bedden, airconditioning, wifi (behalve één) en warm water in de badkamer. Sommige hadden ontbijt inbegrepen. Ik zocht naar een beoordeling van 8 of hoger op Booking.com en heb vervolgens de recensies over hygiëne nauwkeurig bekeken. Ik kan ze allemaal aanbevelen.
Negombo, Optimum Residencies: handig hotel niet ver van het vliegveld. Gratis ophaalservice, goed ontbijt, schone kamer. 40 EUR

Galle, The Entrance: nette kamer in een pension aan huis. Goede ligging aan een rustige zijstraat in het Fort. Geen ontbijt. 39 EUR.

Deniyaya, Rainforest Mount Lodge: prachtig gelegen pension. Ik had hier een gemoderniseerde kamer met heerlijk balkon. Eigenaren organiseren ook tours in en om het park en er is een eigen restaurant. 51 EUR inclusief goed ontbijt. Geen wifi (maar wel 4g).

Malabe, Yamu Lanka Inn: handig pension als je op doorreis bent en een nacht in Colombo wilt vermijden (dit ligt aan de snelweg). Gerund door een Poolse en haar Srilankaanse man, kamer heeft ook een meer Europese touch. Het ligt in een nette woonwijk waar verder niet veel in de buurt is. Eten kun je bestellen via UberEats. 21 EUR zonder ontbijt.

Anuradhapura, Sapumal Lodge: zeer schoon pension, goed bed, goede wifi, ruime badkamer. De ligging lijkt wat buitenaf maar is op loopafstand van restaurants en een goede koffietent, en het busstation. Gratis fiets te leen om naar de tempels te gaan. 15 EUR zonder ontbijt.

Jaffna, Jaffna City Palace Hotel: gloednieuw hotel iets buiten het centrum. Alles nog schoon en glanzend. Receptie voor verbetering vatbaar (niet altijd aanwezig en beperkt Engels-sprekend). 45 EUR (met ontbijt, maar ik was telkens te vroeg weg).

Colombo, Granny’s House: boetiek-achtig huis in nette buurt, vlakbij Bawa’s Residence en het Nationaal Museum. Ruime kamer met alle voorzieningen. 44 EUR. Geen ontbijt, maar er tegenover zit een goede koffie- en lunchtent.

Eten
Ontbijt
Het Srilankaanse ontbijt bevalt me wel, maar ik heb er helaas te weinig van kunnen genieten. Soms was er geen ontbijt inbegrepen in het hotel, of was ik te vroeg al weer weg. Dan kocht ik ergens koffie en een broodje.
Voor tussendoor zijn de vele soorten verse vruchtensappen een uitkomst.
Lunch/diner
De Srilankaanse keuken is als Sri Lanka over het algemeen: het is best lekker, maar ook weer niet geweldig. Je zult niet snel ergens in het buitenland een Srilankaans restaurant vinden.
Wat je overal kunt eten in Sri Lanka is “rijst met curry”. Dat is meestal een berg rijst met een stuk of 4 curries, zoals met linzen, vis of vlees. Elke keer zat er wel weer iets anders bij: in Jaffna hadden ze curry met okra, onderweg had ik eens curry met pompoen.
Een ander populair gerecht is chicken kottu. Dat is bami op z’n Srilankaans. In plaats van mie gebruiken ze reepjes roti.
Kosten
Het is er op zich niet zo duur, zo at ik al eens een geweldig rijst met curry buffet voor 1,50 EUR. Maar het binnenlands vervoer is lastig en de paar dagen met auto met chauffeur hakten er flink in.
De kosten, gedeeld door 11 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Sri Lanka | 114 EUR | 36 EUR | 15 EUR | 45 EUR | 18 EUR |



































Leave a comment