World Heritage Traveller

Zuid-Vietnam 2026

Written by:

  1. Programma
  2. Ho Chi Minh-stad
  3. Cu Chi, Cao Dai en Ben Da
  4. Ho Chi Minh-stad #2
  5. Het land van Oc Eo
  6. Cat Tien
  7. Da Lat
  8. Praktische info

Programma

Ik ben twee keer eerder in Vietnam geweest, maar ben tot nu toe nooit in Zuid-Vietnam, het voormalige niet-communistische en pro-Amerikaanse deel, geraakt.

Het programma is:

DatumDoenPlaats
16-janAvondvlucht met Emirates, met overstap in Dubai.
17-janAankomst 19.30 in de avond. Transfer naar hotel.HCM stad
18-janVolle dag bezienswaardigheden in de stad.HCM stad
19-janLange dagtour naar de Cu Chi tunnels, Cao Dai en de Ba Den berg.HCM stad
20-janNog een dag in HCM stad.HCM stad
21-janBus naar Long Xuyen (9-14).Long Xuyen
22-janTour met taxi naar Oc Eo.Long Xuyen
23-janBus terug naar HCM stadHCM stad
24-janBus naar Nam Cat Tien (4,5 uur). Na de lunch voor het eerst het park in.Cat Tien
25-janBoottocht in de ochtend rondom het park, wandeling in de namiddag.Cat Tien
26-janOchtend in Cat Tien NP, per fiets. Cat Tien
27-janShuttle bus en luxere FUTA bus naar Da Lat. Een paar bezienswaardigheden aldaar in de namiddag.Da Lat
28-janRond het middaguur rechtstreekse vlucht met Air Asia naar Kuala Lumpur.

Ho Chi Minh-stad

Ik ben wel benieuwd wat ik hier aantref. Is het echt zo anders dan Hanoi? Volgens de receptioniste van mijn hotel is het “heel anders”. Het goede nieuws is in ieder geval dat het verkeer niet meer zo chaotisch is als het in Vietnam lang was. Er zijn verkeerslichten en zebrapaden. En ook redelijk goede trottoirs, alhoewel die meestal volstaan met marktkraampjes. Sinds vorig jaar heeft de stad ook een metro, die nog veel verder zal worden uitgebouwd.

Vietnam is daarentegen nog steeds fier communistisch. De rode propagandaposters zijn niet weg te denken uit het straatbeeld.

Ho Chi Minh stad

De eerste stop op mijn stadswandeling is de Jadekeizer pagode. Deze ligt “zomaar” aan een straat, en op het buitenterrein lijkt het niet veel bijzonders. Gewoon een buurttempel zou je zeggen, met wat kitscherige ornamenten. Maar binnen is het een heel ander verhaal: het staat vol met houten beelden met een donkere uitstraling: met hun lange zwarte haren beogen deze godheden de kwade geesten te verjagen. De rondgang eindigt bij een klein maar fijn beeld van één van de belangrijkste spelers binnen het Taoïsme: de Jadekeizer.

Binnen mag je geen foto’s maken. Het was er erg druk met lokale aanbidders, de tempel heeft een mix van Taoistische, Boeddhistische en Confucianistische elementen.

Met stip op de planning vandaag staat het Ho Chi Minh City Museum voor Geschiedenis. Het is een groot museum en beoogt de geschiedenis van heel Vietnam weer te geven. De entree kost 30.000 dong (ca 1 EUR).

Ik ben er vooral om informatie en foto’s te verzamelen over de Oc Eo cultuur (daarover in een paar dagen meer). Deze beschaving uit de nabijgelegen Mekong-delta heeft een hele zaal in dit museum. De overige zalen zijn een potpourri van fasen uit de Vietnamese geschiedenis. Een beetje chaotisch allemaal, maar er zitten wel interessante stukken bij. De uitleg is allemaal in het Vietnamees, Frans en Engels; dat helpt! Het eindigt met onderstaande collectie van grafbeelden.

Ho Chi Minh stad

Na een tussenstop voor een koud drankje kom ik aan in wat ooit het Frans-koloniale centrum van de stad was. Het is vandaag zondag, en de halve bevolking lijkt naar dit deel van de stad getrokken te zijn om zich te vermaken. Mensen nemen TikTok-filmpjes op of laten zich in traditionele kledij fotograferen door een professionele fotograaf.

Het mooiste gebouw hier is zonder twijfel het Centrale Postkantoor. Het is nog steeds als zodanig in gebruik, alhoewel de ruimte vrijwel geheel in beslag is genomen door souvenirstalletjes. Een reuzenposter van Ho Chi Minh houdt een oogje in het zeil.

Ho Chi Minh stad

Het is pas half twaalf als ik bij mijn beoogde lunch-stop aan kom: Com Nieu Thien Ly. Een leuk restaurantje waar al meer mensen zitten te eten. Ik neem (voor een schijntje, 2 EUR) de krokant gebakken rijst met topping van krokant varkensvlees en vissaus.

Op de terugweg naar het hotel loop ik nog langs de roze Tan Dinh-kerk (gesloten voor toeristen op zaterdag en zondag) en het Art Deco-achtige Tanh Dinh marktgebouw. Veel fut om nog iets te bekijken heb ik niet meer; in totaal was deze eerste ronde door Ho Chi Minh-stad 14.000 stappen. Over twee dagen ga ik hier nog een paar andere plekken bezoeken, onder andere die te maken hebben met de Vietnam-oorlog.

Cu Chi, Cao Dai en Ben Da

Om wat plekken ten noorden van Ho Chi Minh-stad te bezoeken, heb ik voor vandaag een tour geboekt. Al om kwart voor 7 in de ochtend komt een minibus me bij het hotel ophalen. Met 6 anderen ga ik op pad.

De eerste bestemming, de berg Ben Da, ligt op maar 100km van Ho Chi Minh-stad, maar volgens de gids gaan we er twee uur en drie kwartier over doen. Het is een hels karwei om in de maandagochtendspits deze grote stad te verlaten.

IMG_1968

De vertraging blijkt zelfs zo erg dat de gids het programma omgooit. Zo gaan we eerst naar de Cu Chi Tunnels. Die liggen in een niet zo vruchtbare omgeving, ze wordt sinds de Franse tijd gebruikt voor rubberplantages en we zien vele bomen langs de weg met hun ‘taps’.

De tunnels van Cu Chi waren een groot ondergronds netwerk van de Vietnamese communisten. Bij ‘Ben Duoc’ is dit opengesteld voor toeristen. Het is een groot en goed verzorgd, op toeristen ingesteld complex. Op het buitenterrein staan buitgemaakte Amerikaanse tanks en bommen tentoongesteld.

Cu Chi tunnels

Dit hele gebied is erg geraakt door chemische bommen van de Amerikanen, maar de bomen zijn langzamerhand aan het teruggroeien. Als start van ons bezoek bekijken we eerst een communistische propagandavideo uit de tijd van de oorlog, waarin de werking van de tunnels aanschouwelijk wordt gemaakt. De tunnels dateren al uit de Franse tijd, maar later zijn ze door de lokale bevolking uitgebreid om zo dicht mogelijk bij de vijandige hoofdstad Saigon te komen. Samen zijn ze 250 km lang.

We wandelen door het jonge bos om de tunnels van dichtbij te bekijken. Het is een ingenieus systeem, met gaten die met elkaar verbonden zijn. Sommige hebben 3 verdiepingen en gaan tot 10 meter diep. Om frisse lucht binnen te laten stromen, werden er uitgangen gemaakt die lijken op termiethopen. De mensen leefden echt onder de grond, kookten er ook en er was een hospitaal.

Cu Chi tunnels
Cu Chi tunnels

Na twee interessante uren bij Cu Chi stappen we weer de bus in. Het is een uur rijden verder naar het noorden voor de Cao Dai-tempel in de stad Tay Ninh. Dit is de hoofdzetel van de Cao Dai-religie, die vooral in deze buurt veel volgelingen kent. Er zouden zo’n 2,6 miljoen aanhangers zijn in Vietnam.

Cao Dai tempel

We komen er iets voor twaalven aan, precies op tijd voor één van de dagelijkse diensten. Het is een kleurrijk schouwspel, met de gelovigen in het wit en de priesters in het geel, blauw en rood. Voor een buitenstaander valt er van deze religie weinig te begrijpen. Het is een mix van alles. De dienst lijkt nog het meest op een boeddhistische, met gebed maar zonder voorganger of preek.

In dit deel van Vietnam is Cao Dai heel populair, en we zien langs de weg nog diverse andere, soortgelijke “kerken”.

Cao Dai tempel

De laatste bestemming van de dag ligt ook bij Tay Ninh. Het is de berg Ben Da. Hier is door een rijke Vietnamees een soort boeddhistisch themapark gebouwd: Sun World. De verering van de berg is gebaseerd op een lokale legende, maar nu is het vooral vertier.

We bereiken de bergtop via een gloednieuwe kabelbaan. Het is opvallend hoeveel Vietnamese toeristen hier zijn, dit is erg duur voor lokale begrippen.

Ba Den

Kosten nog moeite zijn gespaard en alles is in de overtreffende trap qua grootte. Het is wel grappig er een uurtje rond te lopen, maar uiteindelijk hadden we dit deel van de dagtour wel mogen overslaan.

Ba Den

Ho Chi Minh-stad #2

Op mijn tweede dag in Ho Chi Minh-stad focuste ik me op de oorlogsgerelateerde bezienswaardigheden. Ten eerste is daar het Venerable Thich Quảng Đức Monument, ter nagedachtenis aan een boeddhistische monnik die zich in 1963 brandstak als protest tegen de religieuze vervolgingen. Het ligt in een goed onderhouden parkje en hem wordt nog elke dag de eer bewezen.

Ho Chi Minh stad

Het War Remnants Museum trekt waarschijnlijk de meeste toeristen in Ho Chi Minh-stad. Het laat de Vietnamese kant zien van de “Vietnamoorlog” (hier “Amerikaanse Oorlog” genaamd). Het is erg propagandistisch.

Na de lunch begaf ik me naar het Onafhankelijkheidspaleis. Dit is een gerestaureerd, vier verdiepingen tellend paleis dat voorheen de residentie was van de president van Zuid-Vietnam. Het interieur is bewaard gebleven als een soort tijdcapsule van de jaren 60.

Ho Chi Minh stad

Het land van Oc Eo

Vietnam is van plan de archeologische vindplaats Oc Eo – Ba The in 2027 voor te dragen voor de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De site, gelegen op 220 km ten westen van Ho Chi Minh-stad, combineert de prominente berg Ba The met de archeologische overblijfselen van Oc Eo, de typevindplaats van de gelijknamige cultuur.

De site werd voor het eerst geïdentificeerd en opgegraven in 1944 door de Franse archeoloog Louis Malleret. Hij gebruikte luchtfotografie om de contouren van oude kanalen en bouwwerken te ontdekken die onder de rijstvelden begraven lagen. Het bleek dat deze regio tussen de 2e en 7e eeuw na Christus een belangrijk maritiem “kruispunt” was dat Zuidoost-Azië verbond met Zuid-, Zuidwest- en Noordoost-Azië. Het Oc Eo-volk bouwde een uitgebreid netwerk van oude kanalen door de Mekongdelta, waarvan er één zich uitstrekte tot Angkor Borei in het huidige Cambodja. De overblijfselen van hun cultuur onthullen een vermenging van inheemse kenmerken en die van de oude Indiase beschaving, waaronder het hindoeïsme.

Oc Eo - Ba The

Een bezoek aan Oc Eo kan het beste voorafgegaan worden door een bezoek aan het Historisch Museum van Ho Chi Minh-stad. Dit uitgebreide museum heeft een tentoonstellingsruimte die volledig gewijd is aan de cultuur van Oc Eo. Er worden voornamelijk ornamenten van goud, brons en tin tentoongesteld, evenals verfijnde sieraden van glas en halfedelstenen. De inwoners van Oc Eo gebruikten ook veel hout, zelfs voor hun religieuze beelden, waarvan enkele fraaie voorbeelden in het museum te zien zijn. Ze bouwden hun huizen op houten palen aan de voet van de berg Ba Thé, in een gebied dat gevoelig is voor seizoensgebonden overstromingen. De kanalen stelden de bewoners in staat om rechtstreeks vanuit hun huizen per boot te varen.

Ho Chi Minh stad

Het bezoek
De Oc Eo-cultuur was vrij wijdverspreid in Zuidwest-Vietnam, zoals blijkt uit de vindplaatsen van de objecten die in het museum worden tentoongesteld. Volgens de voorlopige sitebeschrijving is de nominatie echter beperkt tot twee clusters van archeologische vindplaatsen rond het huidige dorp Oc Eo. Ik ging erheen met een chauffeur uit de nabijgelegen stad Long Xuyen. Ik had een uitgeprinte lijst meegenomen met een selectie van de plaatsen die ik wilde bezoeken, in het Vietnamees. Om in Oc Eo te komen, is het een uur rijden door het typische landschap van de Mekongdelta, met nog steeds veel kanalen en groene rijstvelden.

Onze eerste stop was de Linh Son Nam-site. Deze staat aangegeven vanaf de hoofdweg in Oc Eo en ik moest 100 meter een steegje in lopen om de site te bereiken. Net als alle andere opgravingen die we bezochten, is ook deze afgedekt met een beschermende hoes, loopt er een wandelpad omheen, staan ​​er bankjes om op te zitten en is er een informatiepaneel in het Vietnamees en Engels. Linh Son Nam bevat twee “architectonische structuren” (waarvan het gebruik onbekend is, mogelijk religieus) en twee graven. Aan de randen van de verder grotendeels bakstenen structuur zijn duidelijke sporen van verrot hout te zien. Ook de afvoerbuizen zijn zichtbaar. Op deze locatie zijn menselijke resten begraven in potten gevonden.

Oc Eo - Linh Son Nam

Ernaast ligt de Linh Son Nam-pagode. Dit is nu een felgele en grote boeddhistische tempel, maar de grond waarop hij staat heeft ook wortels in de Oc-Eo-cultuur. Het huidige gebruik is een goed voorbeeld van de religieuze transformaties die het gebied heeft ondergaan, enigszins vergelijkbaar met Angkor, van inheems naar hindoeïstisch naar boeddhistisch.

Het belangrijkste kenmerk van de pagode is de “Boeddha met vier handen”, een voormalig staand Vishnu-beeld dat door de lokale bevolking is omgevormd tot een zittend Boeddhabeeld. Het is nu zo fel beschilderd en versierd dat het moeilijk te geloven is dat het uit de 5e eeuw stamt (maar alle bronnen die ik kon vinden bevestigen dat dit het originele beeld is).

Oc Eo - Linh Son Nam pagoda

Op zo’n 500 meter afstand ligt Go Ut Tranh. Deze vond ik het mooist van alle locaties, waarschijnlijk omdat de contouren van wat het ooit was het duidelijkst zichtbaar zijn. Het herbergt de overblijfselen van een grote hindoeïstische tempel met drie hindoeïstische heiligdommen (gewijd aan respectievelijk Shiva, Brahma en Vishnu) op een rij. Het werd pas in 2010 herontdekt.

Oc Eo - Go Ut Tranh

Onze laatste stop was Go Cay Thi. Deze ligt een paar kilometer buiten de stad, te midden van de rijstvelden. Het is de enige van de bezochte plekken met een officiële ingang, met een hek dat gesloten kan worden. Alle andere locaties zijn 24 uur per dag open en er zijn geen toegangskosten. Go Cay Thi bestaat uit twee naast elkaar gelegen opgegraven percelen. Dit was de plek waar Malleret in 1944 zijn werk begon. Het zou een stoepa in de stijl van Borobudur kunnen zijn geweest, of een paleisachtig bouwwerk: er is nog geen definitief oordeel over geveld. Voor de toevallige bezoeker valt het nu vooral op door het creatieve metselwerk met gebogen lijnen en verschillende kleuren. Go Cay Thi biedt ook het beste uitzicht op de berg Ba Thé.

Oc Eo - Go Cay Thi

Praktische informatie
De locatie is niet zo gemakkelijk te bereiken. Ik probeerde het eerst met een paar reisorganisaties in Ho Chi Minh-stad (in de hoop op vervoer en een deskundige gids), maar zelfs voor privétours wilden ze niet meewerken. Het is niet gebruikelijk om af te wijken van de standaardroutes door de Mekongdelta, en Oc Eo maakt daar zeker geen deel van uit.

Dus ik heb het zelf gedaan met het openbaar vervoer. Ik verbleef twee nachten in Long Xuyen, de dichtstbijzijnde stad bij Oc Eo. Er rijden dagelijks meerdere bussen van en naar Ho Chi Minh-stad, onder andere van FUTA. De reis duurt 5-6 uur, waarvan het grootste deel van de tijd nodig is om Ho Chi Minh-stad uit te komen. Long Xuyen is een provinciestad waar ze niet veel buitenlanders zien. De receptie van mijn hotel regelde een chauffeur voor de 3 uur durende heen- en terugreis naar Oc Eo, wat 900.000 dong kostte (ongeveer 30 euro). In Long Xuyen bevindt zich ook het An Giang Museum (gratis toegang), dat zeker een bezoek waard is, omdat het meer voorwerpen uit Oc Eo toont, waaronder nog een levensgroot houten religieus beeld.

Cat Tien

Een van mijn voornemens voor 2026 is om meer “goede” bezoeken aan natuurgebieden in mijn reizen op te nemen. Cat Tien National Park in Zuid-Vietnam voldoet daar perfect aan. Hoewel parken zoals deze op het vasteland van Zuidoost-Azië over het algemeen last hebben van de overbevolking en bezoeken niet altijd even goed geregeld zijn, vind je hier tal van diersoorten die uniek zijn voor deze regio.

Een positief aspect van de parken in Zuidoost-Azië is dat ze vaak gemakkelijker te bereiken en goedkoper te bezoeken zijn dan vergelijkbare locaties in Afrika of Zuid-Amerika. Dat geldt ook voor Cat Tien, dat op 4,5 uur rechtstreeks met de bus van Ho Chi Minh-stad ligt. Het park wordt door een smalle rivier gescheiden van het gelijknamige dorp, waar een bloeiende toeristische sector is ontstaan.

Ik verbleef in een prachtig huisje aan de rivier met alle moderne gemakken (sterke wifi, warme douche, airconditioning, ontbijt) voor 23 euro per nacht. Om het park binnen te komen, hoef je alleen maar de veerboot te nemen die je in een paar minuten naar de overkant brengt. De dagelijkse toegangsprijs is slechts 60.000 dong (2 euro) en je kunt de belangrijkste paden van het park op eigen gelegenheid verkennen, te voet of met de fiets.

Cat Tien NP

Cat Tien had voor mij een speciale aantrekkingskracht vanwege de primaten. Onder hen bevinden zich de geelwanggibbon en de schattige, ernstig bedreigde zwartscheendoeks en zilverlangoeren. Dieren zijn notoir schuw in het park, dus ik heb mezelf drie nachten gegund om mijn kansen te vergroten.

Op mijn eerste middag wandelde ik in mijn eentje vanaf het bezoekerscentrum in de richting van de tweede groep stroomversnellingen in de rivier. Ik zag wel wat makaken, een eekhoorn en een neushoornvogel, maar het was er vooral rustig en de dieren die je zag, zaten meestal een paar lagen dieper in het gebladerte.

Cat Tien NP

De volgende ochtend maakte ik om 6 uur ‘s ochtends een boottocht, net rond zonsopgang. Dit bleek de meest succesvolle manier om wilde dieren te spotten. De enige Engelse woorden die de bootman sprak waren “Hallo”, wat hij ook riep als hij een dier spotte. Hij was helemaal weg van de turquoise ijsvogels, waarvoor hij altijd even remde. Mijn trip was echter geslaagd toen we twee groepen zwartscheendoeks zagen. De eerste groep zat in het slechte licht, maar de tweede groep was niet ver van de rivieroever aan het foerageren, in het volle zicht.

Cat Tien NP


We hadden ook onze eerste ontmoeting met de gibbons: eerst hoorden we ze bij de stroomversnellingen luid in de verte “zingen”. En later zagen we er een paar hun indrukwekkende sprongen maken in een boom niet ver van het bezoekerscentrum.

Aan het einde van de middag ging ik er weer alleen op uit. Deze keer sloeg ik linksaf vanaf de aanlegsteiger van de veerboot naar een gebied dat bekend staat om zijn graslanden. Hier vind je het grotere wild van het park, zoals de gaur, de noordelijke rode muntjak en het sambarhert. Het was een flinke wandeling en ik zag bijna niets, behalve een geelkeelmarter die vlak voor me de weg overstak.

Cat Tien NP

De volgende ochtend stond ik vroeg op om naar de gibbons te zoeken. Ik nam de eerste veerboot om 6.30 uur en met een beetje geluk zag ik mijn eerste gibbons vlak bij het bezoekerscentrum, dezelfde plek waar we ze gisteren in de verte hadden gezien. Ik volgde ze een tijdje. Het is ongelooflijk hoe snel ze bewegen; je moet flink doorlopen om ze bij te kunnen houden.

Na het ontbijt in het parkrestaurant was de fietsverhuur open, dus kon ik verder fietsen. Dit is het populairste vervoermiddel in het park, aangezien alle hoofdpaden geasfalteerd zijn. Als Nederlander was het fijn om te zien dat er bij alle bezienswaardigheden fietsenstallingen zijn.

Cat Tien NP

Op de fiets ga je hier bijna te hard, dus ik stopte ook verschillende keren toen ik hardere geluiden uit het bos hoorde komen. Een bijzonder lonende stop was een plek halverwege tussen het bezoekerscentrum en de afslag naar Krokodillenmeer – hier zag ik half opgegeten fruit op de grond en hoorde ik harde geluiden. Ik parkeerde mijn fiets om de neushoornvogels te bekijken, die zoals altijd luidruchtig waren; ze zouden gemakkelijk voor bijzonder onhandige apen aangezien kunnen worden. Plotseling vlogen de neushoornvogels weg, omdat er een familie gibbons verscheen. Zo kreeg ik mijn privé-gibbonwaarneming, inclusief enkele jonge exemplaren met oranje-bruine vacht (die later zwart wordt).

Cat Tien NP

Naast het zoeken naar primaten (wat mijn hoofddoel was), is het park ook een goede plek om vogels te spotten (348 soorten), hoewel deze ook schuw zijn. Er zijn vogelkijkhutten die je kunt huren om de meer bijzondere soorten te fotograferen. Er zijn talloze zijpaden vanaf de hoofdwegen die je naar “bijzondere bomen” leiden, meestal zeer hoge en oude exemplaren.

Cat Tien NP

Al met al vond ik het een prettig park vanwege de vrijheid om zelf op ontdekkingstocht te gaan. Ik heb de soorten gezien waar ik naar op zoek was en heb ook genoten van de geluiden van het bos.

Da Lat

Ik had effectief maar een paar uur in deze stad in de hooglanden. Ik weet niet wat me bezielde toen ik dit zo organiseerde, waarschijnlijk omdat ik had gelezen dat “alles op loopafstand” is. Nou, echt niet. Dalat is een stad met 600.000 inwoners, die verspreid leven over twee heuvels met een meer er tussenin. Het was in de Franse tijd een plek waar men verkoeling zocht. Een beetje zoals de Britse hill stations in India, maar ik vond het ook wel wat weg hebben van Madagascar.

Ik deed een snel rondje langs drie van de bezienswaardigheden in het centrum van de stad, waarbij ik me met een Grab-taxi naar het verste punt liet brengen. Eerst is er het regionale museum: oh, dit is wel erg communistisch!

In de straten in de buurt liggen de meeste Frans-koloniale villa’s, die er nu een beetje vervallen bij staan of in gebruik zijn als restaurant. De straten zijn ook beroemd onder de Vietnamezen voor hun bloeiende bomen. Er zijn zelfs standjes waar je je mooi tussen de bloemen kunt laten fotograferen.

Da Lat

De beste bezienswaardigheid van de stad is echter het oude station. Er rijden alleen nog toeristische treintjes, maar het gebouw zelf trekt veel publiek. Je moet zelfs een entreekaartje kopen om het van dichtbij en van binnen te mogen bekijken.

Het is opgetrokken in Art Deco-stijl, met fleurige kleuren. Helaas is het van binnen minder goed bewaard gebleven, en hebben ze elke beschikbare meter ingezet ten behoeve van de commercie.

Da Lat

Praktische info

Voorbereidingen

Vietnam is tegenwoordig visumvrij. Er valt weinig vooraf te boeken; alles kun je ter plekke regelen.

Vervoer

Ik vloog met Emirates, met ruime stoelen en een goed entertainmentssysteem. Op de heenreis had ik tussen Dubai en Vietnam drie stoelen voor mezelf, net als de rest van de passagiers (het zat maar voor zo’n 40% vol).

Voor de langere afstanden in Vietnam nam ik de bus. FUTA is de populairste en comfortabele maatschappij. Zelfs voor ritten van 4 uur rijden ze met slaapbussen, maar het is erg netjes en goed georganiseerd. Als je langer dan 1,75 meter bent, is het bed wel wat krap.

In het kaartje zit ook vervoer van deur tot deur inbegrepen (met een minibus vanaf het grotere busstation), zodat je nooit voor een extra taxi hoeft te betalen.

Binnen de steden gebruikte ik overal de app Grab (met de cash betaal-optie). Soms voor een auto, maar vaak ook voor de snellere moto.

Overnachtingen

Ho Chi Minh Stad, Hemtouch House: Fris, klein guesthouse in een rustige straat maar dicht bij het centrum. Behulpzaam personeel en veel informatie. 40 EUR inclusief ontbijt op het dakterras.

Long Xuyen, Hoa Binh 1 Hotel: Hotel met vele verdiepingen; het lijkt het beste van de stad. Ook in trek voor bruiloften. Zien weinig buitenlanders maar vriendelijk aan de receptie (spreken een beetje Engels). 27 EUR inclusief goed ontbijtbuffet.

Ho Chi Minh City, The HUB: Frisse, witte kamer zonder veel franje. In de buurt van het vliegveld en niet al te ver van “mijn” busstation. Slechte wifi. 36 EUR

Cat Tien, Green Hope Lodge: Gemoderniseerde kamer (snelle wifi, airco, goed bed) aan de rivier (met zitje en hangmat!) in een familiepension. De oudste zoon spreekt goed Engels en kan allerlei tours en vervoer regelen. Er is ook een restaurant. 23 EUR inclusief ontbijt.

Da Lat, Le Macaron City Center: Mooie kamer, zelfs met ligbad. Wel gehorig in het gebouw en door de straat, vandaar dat er ook oordopjes lagen. 38 EUR zonder ontbijt

Eten

Ontbijt

De Vietnamezen zelf ontbijten meestal warm (met pho of zo), maar voor mij is de Banh Mie een uitkomst. Franse baguette, Vietnamees beleg. Banh Mie Op La is met ei!

Lunch/diner

Vietnam heeft een sterke, eigen eetcultuur en je ziet dan ook bijna geen “buitenlandse” restaurants. Hoe eenvoudiger en kleiner het restaurant, hoe beter je meestal eet.

Kosten

Het is supergoedkoop en je krijgt ook nog eens waar voor je geld.

De kosten, gedeeld door 11 nachten en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld (overig is inclusief tours en entrees):

LandPer dagHotelsEtenVervoerOverig
Vietnam64 EUR33 EUR12 EUR5 EUR14 EUR

Leave a comment