- Programma
- Vulkanen van Auckland
- Bay of Islands
- Rotorua
- Napier
- #997: Tongariro
- Kaikoura
- Marlborough Sounds
- Pupu Springs
- Abel Tasman Nationaal Park
- #998: Te Wahipounamu
- Christchurch
- Arrowtown
- Praktische info
Programma
Het wordt mijn eerste keer in Nieuw-Zeeland, en misschien ook wel de laatste keer. Dus ik probeer zoveel mogelijk van het Noord- en Zuid-Eiland te zien.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats |
| 11-nov | Vlucht van Brisbane naar Auckland. Aankomst 14.40 (het is 3 uur later dan in Australië). Auto ophalen, inchecken in hotel en kort bezoek aan Auckland’s vulkanische velden. | Auckland |
| 12-nov | Rit naar het noorden, naar Kerikeri (4u). Bezoek Kerikeri oude koloniale gebouwen. | Kerikeri |
| 13-nov | Bezoek Waitangi Treaty Grounds en Russell (via veerboot uit Paihia). | Kerikeri |
| 14-nov | Rit naar Rotorua (6u). Wandeling langs Sulphur Point. | Rotorua |
| 15-nov | Rijden naar Napier (2u45) en stadswandeling met gids. | Napier |
| 16-nov | Rijden naar Tongario NP, kloksgewijs rondje om park en enkele wandeling. | Turangi |
| 17-nov | Terugrit naar Auckland via Lake Taupo. Vlucht naar Christchurch met Jetstar in vroege avond. | Christchurch |
| 18-nov | Rijden naar Kaikoura (2.5u). Bezoek Ohau Point Lookout en Point Kean. | Kaikoura |
| 19-nov | Rijden naar Picton (2u). Boottour in de namiddag door de Marlborough Sounds. | Picton |
| 20-nov | Rijden naar Pupu Springs (4u), en een uur terug om bij het Abel Tasman NP uit te komen. | Kaiteriteri |
| 21-nov | Boottour en wandeling in Abel Tasman NP. | Kaiteriteri |
| 22-nov | Rijden naar Franz Josef Glacier (6.5u). Bezoek aan Okarito Lagoon. | Franz Josef Glacier |
| 23-nov | Helicoptertour naar Mt Cook vanuit Fox Glacier. Wandeling Matheson Lake en Franz Josef Glacier. | Franz Josef Glacier |
| 24-nov | Wandelen en pinguins zien bij Monroe Beach (1.5u). Doorrijden naar Wanaka via de Haast Pass (4u). | Wanaka |
| 25-nov | Rijden naar Christchurch (5u). | Christchurch |
| 26-nov | Ochtend in centrum van Christchurch. Vlucht in de middag naar Queenstown. | Queenstown |
| 27-nov | Excursie voorafgaand aan de cruise: wijnproeverij en Arrowtown. | Schip |
Vulkanen van Auckland
In aankomst verblijf ik in de buurt rond het vliegveld. Dit geeft me de gelegenheid een kort bezoek te brengen aan de Ōtuataua Stonefields. Dit is een component van een mogelijk toekomstig werelderfgoed, dat de vulkanen eert waarop en om Auckland gebouwd is.
Hemelsbreed is het maar 5 minuten van mijn hotel, maar er is een weg afgesloten en de ingang is alleen bereikbaar via 30 Ihumatao Quarry Road, Māngere. Je parkeert naast het hek. Een vrouw is net gestart met haar honden uit te laten op het terrein en ze staan voor het informatiebord. Dat sla ik eerst maar over, maar dat had ik beter niet kunnen doen. Het is wel duidelijk waar hier de oude vulkaankrater is en er loopt een pad in het gras naar toe.
Maori leefden in dit gebied voor 800 jaar tot de Britse kolonisten kwamen. Het is nog steeds een zeer omstreden gebied. De Maori lieten “Stonefields” achter, muurtjes om hun landbouwgebieden in de Polynesische traditie. Ze verbouwden hier groenten zoals taro en zoete aardappel die ze van hun thuiseilanden hadden meegenomen.
Na mijn rondje rond de vulkaan ben ik weer terug bij de ingang en lees ik wat er op het informatiebord staat. Het blijkt dat de vindplaatsen van de stenen nog achter de vulkaan heuvel liggen, in een deel dat ik niet heb gezien. Ik heb echter geen zin om terug te gaan.
Bay of Islands
De Bay of Islands, gelegen aan de noordoostkant van het Noordereiland, herbergt de mogelijk toekomstige werelderfgoederen Kerikeri Basin en de Waitangi Treaty Grounds. Daarnaast heeft ook de plaats Russell op Bay Island zich kandidaat gesteld. Ze hebben allemaal betrekking op hetzelfde deel van de Nieuw-Zeelandse geschiedenis: de eerste decennia van de co-existentie tussen de Britten en de Maori in de eerste helft van de 19de eeuw.
Ik bezocht deze drie locaties op één dag, met Kerikeri als uitvalsbasis.
Kerikeri Basin
Al tijdens de autorit vanuit Auckland merkte ik dat deze regio aan het Engelse platteland doet denken: groene glooiende heuvels, smalle, bochtige wegen, wat vee en regen is nooit ver weg. Zowel de Maori als de Britten vonden de vruchtbare grond en de gemakkelijke bereikbaarheid per boot een reden om zich in de regio te vestigen. In Kerikeri woonden de Maori aanvankelijk in een vesting op de heuvel, genaamd Kororipo pa. De Britten vestigden hier een missiepost in dezelfde baai, waarvan het Mission House (1822 – het oudste nog bestaande gebouw van Nieuw-Zeeland) en de Stone Store (1836) nog steeds te vinden zijn.
Het geheel ligt in een tuin aan de rivier, compleet met vijvers vol eenden. Het is pittoresk, maar de uitleg is niet erg diepgaand. Ik loop tussen de verschillende onderdelen door, maar na 45 minuten heb ik alles wel gezien.
Russell
Het stadje Russell ligt aan de overkant van de baai van Paihia, op ongeveer 25 minuten rijden van Kerikeri. Russell was de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland en verdiende zijn geld met de walvisvaart. Het stond ook bekend als “het hellegat van de Stille Oceaan”, met veel alleenstaande mannen die dronken en relaties hadden met Maori-vrouwen. Tegenwoordig is het een chique toevluchtsoord voor Britse en Nieuw-Zeelandse gepensioneerden. De straat langs de baai is het meest interessant, met elegante houten huizen. Een toekomstige nominatie zou ook het nabijgelegen stadje Ōkiato kunnen omvatten, de eerste hoofdstad van het land.
Je bereikt het met een kleine veerboot vanaf de Paihia-pier (18 NZD retour, elke 20 minuten, betalen bij de toeristeninformatie op de pier). Ik bren er ongeveer een uur door, inclusief een bezoek aan het lokale museum en een drankje in de koffieshop in de Franse Pompallier-missie.
Waitangi Treaty Grounds
Slechts een paar kilometer van Paihia liggen de Waitangi Treaty Grounds, verreweg de populairste bestemming voor toeristen en schoolgroepen in dit gebied. Van tevoren was ik er nogal sceptisch over, omdat ik me afvroeg of er wel iets te zien was of dat het meer een herdenkingsplek was. Ook de belachelijke prijs voor buitenlanders van 74 NZD (37 EUR) schrikte me af. Maar uiteindelijk breng ik er bijna 3 uur door! Het terrein is enorm en ik heb optimaal gebruik gemaakt van mijn dure ticket door zowel de rondleiding als de culturele show bij te wonen. Er is ook een tuin met bomen en planten uit Nieuw-Zeeland.
In 2016 opende er een modern museum gewijd aan de geschiedenis van Nieuw-Zeeland. Ze gaan dus verder dan de teksten van het Verdrag van Waitangi en richten zich op de Britten en Maori die het land hebben gevormd. Ik zal niet zeggen dat het geweldig is, maar voor een buitenstaander die niets van de Maori-cultuur weet, zijn er zeker interessante elementen in het museum, tijdens de rondleiding en bij de culturele show.
En ik had het geluk om de grote ceremoniële oorlogskano Ngatoki Matawhaorua te zien vertrekken voor een oefensessie.
Rotorua
Ik kon mezelf niet voorbij de eerste indruk van Rotorua bewegen: een Amerikaans aandoende, smakeloze stad waar de geur van zwavel overal te ruiken is. Rotorua staat bekend om zijn geothermische activiteit en zwavelbronnen. De meeste daarvan worden (zeer) commercieel geëxploiteerd en vooraf had ik er geen kunnen ontdekken waar ik wel naar toe zou willen.
Ik beperkte me daarom tot het publiek toegankelijke deel. Aan de rand van het centrum van de stad ligt een groot kratermeer. Dit is nu het centrum van veel vertier. Er leven Zwarte zwanen, die zijn overgekomen uit Australië.
De wandelroute die ik vooraf had gedwonload zou me langs de randen van het meer door het natuurgebied moeten leiden. Maar delen van de route waren door overstromingen afgezet. Ik volgde dus maar de weg, die me uiteindelijk tot het vlonderpad aan Sulphur Bay leidde. Hier kun je het melkachtige water en wat bubbelende modderpoelen zien, maar niets dat zo bijzonder is dat het het bezoek de moeite waard maakte.
Later, tijdens mijn cruise, sprak ik een Nieuw-Zeelandse die blij was dat ik me zo uit durfde te spreken over Rotorua. Voor veel buitenlandse bezoekers staat dit hoog op het lijstje in Nieuw-Zeeland, maar het is de vraag waarom. Ga lekker naar IJsland zou ik zeggen.
Napier
Napier is een omweg als je een snelle rondreis over het Noordereiland maakt, maar het was een van de plaatsen die ik het liefst wilde zien tijdens mijn reis door Nieuw-Zeeland. Toen ik vanuit Rotorua kwam, zag ik zelfs een bord met “volgende tankstation 130 km”, wat de afgelegen ligging van Napier wel aangeeft. Maar de weg die volgde was erg mooi. En aan het einde ligt deze nog steeds drukke haven en een levendig stadje met laagbouw. Het heeft 66.000 inwoners.
Parkeren is een beetje een gedoe, want bijna elke parkeerplek is betaald en je mag er meestal maar 2 uur parkeren. Maar ik had een rondleiding geboekt bij de Art Deco Trust van Napier, die op zich al 2 uur zou duren. Uiteindelijk ontdekte ik dat parkeren na 14 uur op zaterdag gratis is, dus ik hoefde maar een klein bedrag te betalen en kon mijn auto de rest van de dag laten staan.
We waren met een groep van ongeveer vijftien mensen op de begeleide wandeling, onder leiding van twee dames op leeftijd. Eerst woonden we een presentatie bij in het prachtige gebouw van de Art Deco Trust, en daarna wandelden we een flink stuk door de stad. De presentatie gaf ons wat achtergrondinformatie over waarom Napier er tegenwoordig zo uitziet. De stad werd in 1931 getroffen door een zware aardbeving, die niet alleen bijna het hele stadscentrum met de grond gelijk maakte (en zo’n 260 doden eiste), maar ook de grond met 2 meter omhoog bracht. Het omliggende gebied was vroeger een lagune en is nu vlak land, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt voor een vliegveld. De meeste mensen woonden echter vroeger op de heuvels en hun huizen bleven onbeschadigd.
Het centrum van Napier werd zeer snel herbouwd, in ongeveer twee jaar, omdat het een belangrijke zeehaven was voor de scheepvaart van wol en vlees. Tijdens dit proces werden de straten verbreed en werden bouwstijlen gebruikt die in de jaren 30 in de mode waren: de Spaanse Mission-stijl, de Prairie-stijl, het gestripte classicisme en art deco. Het bestaan van Napier is op zich al opmerkelijk: in de jaren 30 werd er wereldwijd niet gebouwd, omdat er door de financiële crisis geen geld was.
Napier telt zo’n 160 monumentale panden, en dat is een flink aantal. We hebben er tijdens de rondleiding slechts een selectie van gezien; ik heb er van tevoren een uur rondgelopen en er nog een paar gezien, maar het kost je zeker een paar uur om de meesten te bekijken. De straten van Napier zijn verder versierd met palmbomen, die grotendeels in de jaren 20 uit de VS zijn geïmporteerd. De felle kleuren van de gebouwen zijn van later datum – toen ze in de jaren 30 werden gebouwd, waren ze allemaal grijs.
De kracht van Napier ligt in de combinatie en mix van stijlen uit de jaren 30, met hier en daar Maori-ornamenten voor een lokaal tintje. Sommige lijken wel goedkopere versies van de werken van Frank Lloyd Wright. Over het algemeen zijn de gevels in traditionele stijl: de winkels eronder zijn modern en huisvesten goedkope winkels en Indiase restaurants. Helaas konden we nergens naar binnen, hoewel we wel even binnen hebben gekeken in een schoenenwinkel waar onlangs het originele plafond is hersteld.
Van mij krijgt Napier een dikke pluim en ik hoop het volgend jaar weer terug te zien op de nieuwe Nieuw-Zeelandse voorlopige lijst voor het Werelderfgoed.
#997: Tongariro
Wat is het?
Het Tongariro National Park is een associatief cultureel landschap van vulkanen die een spirituele betekenis hebben voor de Maori.
Cijfer: 7,5 (Je oog wordt steeds getrokken naar die (soms met sneeuw bedekte) pieken, die het landschap van verre domineren. Ik kan me de fascinatie van de Maori voorstellen, hoewel de Teide-vulkaan en de Etna voor mij nog streepjes voor hebben op globale schaal.)
Toegang: Gratis
Hoeveel tijd: Ik was er een dag, maar onder goede omstandigheden kun je je gemakkelijk 2 dagen vermaken in dit gebied.
Opvallend: Nu ik aftel naar mijn 1000ste bezochte Werelderfgoed, is het doel zo dichtbij dat ik geen vinkje meer kan missen in deze laatste stappen voordat mijn perfecte plan in duigen valt. Ik schrok dus toen ik hoorde over de verwoestende bosbrand die minder dan een week voor mijn bezoek aan Tongariro National Park (#997) was uitgebroken. Gelukkig gaf de officiële website van het park aan wat wel en niet mocht, waardoor ik toch nog een waardevol bezoek heb gehad.
Op 16 november reed ik langs het getroffen gebied, dat zichtbaar is rond de afslag naar het begin van de Tongariro Alpine Crossing. Het is opmerkelijk hoe dicht het bij de hoofdweg en de toeristische voorzieningen ligt, dus het zou me niet verbazen als uiteindelijk blijkt dat menselijk handelen de oorzaak is.
Eén van de dingen die ik wel kon doen, was de Ohakune Mountain Road rijden. Deze weg loopt steil omhoog over een afstand van 17 km van het stadje Ohakune naar het skigebied Turoa. Ik had verwacht dat het er druk zou zijn, aangezien de rest van het park grotendeels gesloten was (en het was een zeer zonnige zondag), maar dat viel mee. Ik begon aan de voet van de berg met de Mangawhero Forest Walk (gemakkelijk, 1 uur). Daarna reed ik helemaal naar de top en zag het landschap veranderen van bos naar struikgewas en uiteindelijk naar kale lavastenen.
Op de terugweg keek ik nog even naar de mooie Mangawhero-watervallen en besloot ik de Waitonga Falls Track over te slaan, omdat die begon als een gewone boswandeling. Sinds Australië ben ik wel een beetje klaar met die hoge bomen en varens…
Naast het hoofdgebied is er een tweede component. Deze ligt ongeveer 5 km ten noordoosten van het hoofdgebied.
Een aanrader om in dit gebied te wandelen is de Rotopounamu-route. Dit is een gemakkelijke tot middelzware rondwandeling rond het gelijknamige meer; ik deed er 1 uur en 45 minuten over. Het meer ligt in een krater en heeft een groenachtige kleur. Het is voornamelijk een boswandeling, aangezien je het meer alleen vanaf drie stranden kunt zien. De wandeling is ook populair bij vogelaars, omdat je langs het pad diverse inheemse vogels kunt horen en zien.
Kaikoura
Het is maar 2,5 uur rijden vanuit Christchurch naar Kaikoura, maar de weg is weer eens een slechte. In mijn ‘nieuwe’ huurauto gaat steeds de melding “Bestuurder is vermoeid, neem een pauze” aan. Dat komt vast door het continue gestuiter van links naar rechts op deze doorgaande weg naar het noorden.
Al voor Kaikoura krijg je prachtige vergezichten over de kolkende zee. Ik rijd nog zo’n 20 kilometer door. Mijn eerste doel is de Ohau Point Lookout. Dit is zeker geen geheim, er staan al zo’n 20 auto’s op de parkeerplaatsen langs de weg. Al direct na het uitstappen zie je ze: de Nieuw-Zeelandse zeeberen. Deze leven hier in een kolonie.
Ze liggen op de rotsen vlak onder het hek dat de weg van hen scheidt. De meesten liggen uit te rusten. Er zijn veel jonkies bij. We zien er een paar vechten en een jong drinken bij de moeder. Je kunt een voetpad aflopen zodat je een heel stuk van de kustlijn en de vele zeeberen (honderden) kunt zien. Als ze net gezwommen hebben zijn ze zwart en glad, maar vele anderen zijn roodbruinig of grijzig.
Ik eet lunch (voor de zoveelste keer fish&chips) in het zeer toeristische centrum van Kaikoura. Daarna rijd ik door naar Point Kean, de punt van het schiereiland waarop het plaatsje ligt.
Vanaf hier kun je kustwandelingen maken als je vanaf de parkeerplaats rechtsaf slaat (naar het zuiden). De keuze is ofwel bovenlangs of langs de kustlijn. Ik loop bovenlangs, verder van de vele vogels en de ook aanzienlijke aantallen zeeberen die hier ook liggen. Maar de vergezichten zijn mooi en het is aangenaam lopen door het gemaaide gras. Het waait er enorm.
De plek is ook populair bij de vogels. Ik zie veel roodsnavelmeeuwen (met rode snavels én rode voetjes, een inheemse soort), de bonte aalscholver die statig op rotsen staat, en onderstaande Paradijscasarca, een eend die ook inheems is in Nieuw-Zeeland.
Marlborough Sounds
Ik heb speciaal een halve dag en een nacht in Picton ingepland voor een boottocht door deze wateren die het Noordereiland van het Zuidereiland scheiden. Hier komt de veerboot uit Wellington aan, en overdag is het er in de straten een drukte van belang. ‘s Avonds is het meeste dicht.
Ik ben ruim op tijd aan komen rijden uit Kaikoura om in te schepen voor de boottour om half 2 met eKo Tours. Er hebben zich veel mensen aangemeld zodat we verdeeld worden over een grote en een kleinere boot. Gelukkig ben ik ingedeeld op de laatste.
Het is duidelijk een tour met natuurfocus: we krijgen verrekijkers te leen en aan boord hebben ze geplastificeerde kaarten met afbeeldingen van de zoogdieren en vogels die je onderweg kunt zien. De aalscholvers doen zich tegoed aan de lokale mosselen.
Vogels op het water spotten is een kunst apart, en het lukt mij niet snel de ene soort van de andere te onderscheiden. Maar niet te missen is de kleine of blauwe pinguin (dwergpinguin officieel in het Nederlands). Ook deze soort komt oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland.
De Marlborough Sounds staan ook bekend om hun aantrekkingskracht op dolfijnen. We varen te midden van twee scholen ‘Dusky Dolphins’ (donkergestreepte dolfijnen), die zich goed op de foto laten zetten. Later komen we ook de veel schuwere Hectordolfijnen tegen, die endemisch zijn in Nieuw-Zeeland.
De tour maakt een stop op het eiland Motuara. Hier kun je een wandeling maken naar de top, of zoals ik doe, wat op eigen gelegenheid rondlopen. Het is erg klein, maar het is een sport om enkele bijzondere vogels in het dichte bos te ontdekken.
Mijn beste vondst is een Geelvoorhoofdkakariki (een groene papegaai), maar die zit te ver voor een foto. Gemakkelijker gaat het met de endemische tieke (Zuidelijke zadelrug) en de immer bedrijvige Zuidereilandvliegenvanger.
Op de terugvaart worden we verwend met warme chocolademelk en koekjes. Het was een succesvolle tocht, een echte aanrader voor dit deel van Nieuw-Zeeland.
Pupu Springs
Tijdens mijn eerste voorbereidingen voor mijn reis naar Nieuw-Zeeland schrapte ik het Kahurangi National Park al snel omdat het “te moeilijk en te ver weg” was. Wat wel op mijn reisschema terechtkwam, was een korte omweg naar de Te Waikoropupū Springs (ook bekend als Pupu Springs), gelegen op ongeveer een uur ten noordwesten van Abel Tasman National Park. De dag voor mijn bezoek ontdekte ik echter plotseling dat deze bronnen ook in de beschrijving van het mogelijk toekomstige werelderfgoed Kahurangi worden genoemd.
Hierboven schreef ik “een uur ten noordwesten van Abel Tasman NP” – maar er ligt een vervelende bergpas tussen de twee. De weg kronkelt en draait, en beide richtingen op moet ik 20 minuten stoppen omdat de weg is afgesloten voor reparaties. Ondanks de inspanning om bij de Pupu Springs te komen, zijn ze een populaire bezienswaardigheid. Er staan minstens 20 auto’s/campers op de parkeerplaats als ik aankom. Statistieken wijzen op zo’n 50.000 bezoekers per jaar.
Deze bronnen zijn bijzonder omdat het de grootste koudwaterbronnen op het zuidelijk halfrond zijn, en ook vanwege de uitzonderlijk hoge waterkwaliteit. Het is tevens een heilige plaats voor de Maori. Je kunt de bronnen bezoeken via een houten wandelpad van een kilometer, dat langs verschillende zeer heldere bronnen loopt en vanwaar je het snelstromende water kunt zien. Het water komt van onder de karstformaties in de regio, waar regenwater tot wel 10 jaar wordt vastgehouden voordat het hier naar buiten stroomt.
Al met al is het een leuke korte tussenstop van een half uurtje tijdens een roadtrip, maar niet groots genoeg om op zichzelf de status van Werelderfgoed te rechtvaardigen. Meer indrukwekkend is Kahurangi National Park zelf (een wildernis met pittige wandelingen) of het natuurreservaat Farewell Spit. Die laatste plek had ik graag bezocht als ik meer tijd had gehad: je kunt er realistisch gezien alleen per boot komen, tijdens een dagtrip vanuit Collingwood.
In deze omgeving maak ik nog wel een korte omweg naar het Abel Tasman monument, zo’n 20 minuten rijden langs de kust. De Nederlander Tasman was de eerste Europeaan die Nieuw-Zeeland aandeed. Hij overnachtte in de Golden Bay, waar dit monument werd geplaatst in 1942. Het stelt een modernistische expressie van de zeilen van een schip voor.
Je komt er door via een voetpad een heuveltje op te lopen. Het geheel is niet zo goed onderhouden.
Abel Tasman Nationaal Park
Het Abel Tasman park is veelbezocht vanwege zijn Abel Tasman Coast Track, een 60km lange meerdaagse wandelroute. Maar mensen komen er vast ook voor de lange zandstranden, zoals te vinden in mijn overnachtingsplaats Kaiteriteri.
Ik heb vooraf een slimme route gevonden voor een stukje wandelen en een langer stuk varen. Je kunt met een groter schip langs de kust varen, maar ook met de watertaxi. En met die laatste (Abel Tasman Aquataxi) heb ik twee ritten geboekt. Ze komen me halen van het strand van Kaiteriteri. De taxi’s liggen zo ondiep dat ze maar een kort loopbruggetje nodig hebben om aan te kunnen leggen op het strand zelf.
We zijn met zo’n 12 man aan boord en de taxi is echt een taxi: hij stopt bij verschillende stranden om mensen op te halen of achter te laten. Op de heenreis stopt de schipper nog wel één of twee keer om ons rotsen met of zonder vogels te laten fotograferen, maar verder vaart hij stevig door.
Ik heb geboekt tot aan het strand van Onetahuti, zo’n 1u15 minuten varen. Ik ga er als enige van boord en de schipper geeft me nog wat aanwijzingen mee om het wandelpad van de Abel Tasman Coast Track te vinden. Eerst het hele strand aflopen en dan bij een oranje pijl landinwaarts.
De route is eenvoudig te vinden en er zijn ook wat andere wandelaars op het pad, als onderdeel van de langere route (met zware rugzakken!). Hier bij Onetahuti is niet lang geleden een vlonderpad en brug aangelegd, zodat de route altijd begaanbaar is. Voorheen moest je wachten op laagtij.
Het voelt alsof ik smokkel, want ik heb het eenvoudigste stuk van de route uitgekozen: van Onetahuti naar Awaroa is het maar 1 uur en 15 minuten lopen. En het is zelfs supereenvoudig, het pad is nagenoeg vlak. Het laatste stuk loopt flink naar beneden, het is dus niet aan te raden deze wandeling andersom te doen als je het makkelijk wilt.
En dan aan het einde wacht de Awaroa Lodge. Een chique lodge waar je als wandelaar ook wat kunt eten en drinken. Ik zit heerlijk buiten in de zon op het terras met mijn vistaco’s.
De watertaxi terug heb ik voor half 2 geboekt. Ik heb zelfs nog een uur over en ga een uurtje op een bankje aan het strand zitten. De terugreis naar Kaiteriteri blijkt er eentje met overstap, duurt 1 uur en 45 minuten en geeft me zelfs 2 “natte landingen” – het water is zo hoog komen te staan dat de bootjes het zand van het strand net niet meer halen. Desondanks was het een heerlijke dag in de zon in prachtige natuur met weinig andere mensen in zicht.
#998: Te Wahipounamu
Wat is het?
Te Wahipounamu omvat een reeks beschermde gebieden in het zuidwesten van Nieuw-Zeeland. Hier hebben tektonische en glaciale processen een berglandschap gevormd, bezaaid met fjorden, gletsjermeren, gletsjers en morenen.
Cijfer: 7,5 (Het is een prachtig gebied, maar je ziet er ook niet echt dingen die je niet elders op de wereld kunt vinden. Ik geef toch de voorkeur aan het ruigere Patagonië.)
Toegang: Alle parken en natuurreservaten zijn gratis toegankelijk en de toegang voor bezoekers wordt goed gereguleerd door het Ministerie van Natuurbehoud.
Hoeveel tijd: Enkele dagen, het is een heel groot gebied en ik ging nog niet eens zo ver zuidelijk als Fiordland.
Opvallend: Ik doorsneed het van noord naar zuid. Ik verliet het gebied via de Haast Pass, dus ik heb Fiordland overgeslagen om de drukte en de kosten van Queenstown en de cruises te vermijden, aangezien ik al snel tien dagen op een schip zou zitten. Over het algemeen vond ik het zuidwesten de meest toeristische en duurste regio van Nieuw-Zeeland.
Okarito Lagoon
Voordat ik aan mijn grote reis begon, zag ik een documentaire op tv over Okarito Lagoon en de witte reigers die er leven. Dit is een moerasgebied in het uiterste noorden van Te Wahipounamu. Ik was er helemaal door gefascineerd en zette deze lagune bovenaan mijn lijstje met dingen die ik in de regio wilde doen. Het water is de thuisbasis van de Nieuw-Zeelandse witte reiger. Dit is een zeer elegante vogel die tijdens het broedseizoen lange pluimen op zijn rug krijgt. De documentaire was duidelijk precies op het juiste moment opgenomen en met alle benodigde toegang. Als gewone bezoeker moet je deelnemen aan een rondleiding om hun broedkolonie in Waitangiroto te bezoeken.
Ik ging in mijn eentje naar Okarito Lagoon, wat een grote teleurstelling was. Ten eerste is er een vlonderpad dat dwars door een dichtbegroeid moerasgebied naar niets leidt. Aan de andere kant van het dorp, dat zijn oorsprong vindt in de tijd van de goudkoorts, kun je wel kijken waar de lagune begint, maar er is geen vogel te bekennen, behalve de scholekster.
Helikoptervlucht naar Fox Glacier en Mount Cook
Ik besloot pas twee dagen voor mijn aankomst om een helikoptervlucht in dit gebied te maken. Het uitzicht op deze gletsjers is tegenwoordig zo beperkt dat het neerkomt op: “Je komt niet ver en je ziet niet veel”. Er zijn niet veel andere dingen te doen rond de Franz Josef Glacier en de Fox Glacier, dus zocht ik naar een helikoptervlucht, ondanks het knagende gevoel dat al die helikopters die hier rondvliegen ook niet goed kunnen zijn voor de snel terugtrekkende gletsjers.
Mijn rondvlucht van 35 minuten was met vier andere mensen (die achterin moesten zitten) en gelukkig kreeg ik de stoel naast de piloot toegewezen. Net als de twee andere keren dat ik in een helikopter zat, voelde het in het begin kwetsbaar aan (veel meer dan in een klein vliegtuig). Maar ik begon er al snel van te genieten toen we langs alle mooie plekken vlogen: Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, en Mount Tasman, vlakbij, de op één na hoogste. We landden op een vlak, met sneeuw bedekt gebied bovenop de Fox Glacier. Hier konden we een beetje rondlopen. Wat je vanaf de top duidelijk kunt zien, is dat verschillende subgletsjers uitmonden in de grote gletsjer die bekend staat als de Fox Glacier.
Op de terugweg volgden we de hoofdstroom van de gletsjer de vallei in. Het met sneeuw en ijs bedekte deel houdt snel op; wat overblijft is alleen nog maar rotspuin. De Fox Glacier trekt zich sinds 2009 terug en heeft zo’n 900 meter verloren, hoewel er tussen 1985 en 2009 wel eens een meter per week vooruitging – dus misschien is het een patroon van eb en vloed.
Lake Matheson
Vlakbij het stadje Fox Glacier ligt Lake Matheson, een andere populaire attractie. Het is een groot gletsjermeer waar je op heldere dagen de weerspiegeling van Mount Cook kunt zien. Er is een rondwandeling omheen die ongeveer 1,5 uur duurt. Het is een zeer gemakkelijke wandeling en lijkt voor iedereen te doen, dus het is populair bij gezinnen. Mount Cook was verborgen achter wolken toen ik er was, dus ik zag de volledige weerspiegeling niet.
Franz Josef Glacier
In de vroege avond bezocht ik de Franz Josef Glacier met de auto en te voet. Het pad is tegenwoordig nog maar 30 minuten lang; nadat de rivier in 2020 van loop veranderde, werd het oorspronkelijke pad onbegaanbaar. Toch is het de populairste wandelroute in de omgeving en een enorme parkeerplaats is aangelegd voor al die toeristen. Je kunt de ijsmassa in de verte zien, maar het is nauwelijks de moeite waard om te bekijken.
Een mooie omweg vanaf de parkeerplaats is het Peter’s Pool-pad – slechts een zijpad van ongeveer 20 minuten, maar het leidt naar een prachtig keteldalmeer. Het weerspiegelt de Franz Josef-gletsjer en ik vond het mooier dan de grotere gletsjer bij Lake Matheson. Als je een tijdje bij het meer zit, zie je verschillende vogels. Ik vond vooral de Tui (een kleurrijke inheemse vogel van Nieuw-Zeeland, met een witte pluim op zijn nek) erg mooi. Ik had ze al eerder in de bossen gezien, maar hier zijn ze makkelijker te fotograferen.
Monro Beach
De volgende dag stond ik vroeg op om te proberen Fiordland-pinguïns te zien, een soort die endemisch is voor Nieuw-Zeeland. De Monro Beach Walk (1,5 uur heen en terug, gemakkelijk) biedt toegang tot de broedplaatsen van ongeveer 30 paren.
De wandeling zelf is ook prachtig, omdat je door een dicht, jungleachtig kustregenwoud loopt. Er is een leuke hangbrug om over te steken en veel houten vlonders om je voeten droog te houden.
Eenmaal op het strand wist ik dat ik naar rechts moest lopen, maar ik zag geen pinguïns in de buurt van de rotsen of in het water. Ik maakte me zorgen dat ze al vertrokken waren (ze gaan meestal ‘s ochtends vroeg vissen en keren ‘s avonds laat terug).
Maar toen ik me omdraaide, viel mijn oog op iets heel wits in de struiken hoog tegen de klif. Twee pinguïns op de uitkijk!
- Tips om de pinguïns op deze plek te zien:
- Ze zijn er alleen van juli tot begin december.
- Je moet binnen 2 uur voor eb aankomen; anders wordt “hun” deel van het strand ontoegankelijk.
- Ze bevinden zich aan de uiterste noordkant van het strand (rechts als je vanaf het bospad komt).
- Er is ook een exclusieve Wilderness Lodge ernaast als je je kansen op het zien van pinguïns wilt vergroten.
Haast Pass
Ik verliet de kernzone via de Haast Pass. Deze weg door Mount Aspiring National Park biedt sublieme uitzichten op de steile bergkammen. Ondanks de ‘Pass’ in de naam is er onderweg niet veel hoogteverschil te overbruggen. Het is een erg populaire route en veel parkeerplaatsen bij de korte wandelingen die vanaf hier bereikbaar zijn, stonden vol. Dit gold ook voor de wandeling van een uur naar Blue Pools, die ik van tevoren had uitgekozen. Dus ben ik gewoon doorgereden naar mijn eindbestemming Wanaka, dat al buiten de kernzone lag, maar met een prachtig bergpanorama achter het meer.
Christchurch
De naam van Christchurch is voor altijd verbonden met de zware aardbeving die het trof in 2011. Ik had hier een ochtend voorafgaand aan mijn vlucht naar Queenstown, en besloot een stadswandeling te doen. De uitgestrekte botanische tuinen zijn een goede plek om te parkeren, tegen lage kosten.
Vandaar liep ik de binnenstad in via een door mezelf uitgestippelde route. Het is moeilijk te zeggen hoe de stad veranderd is door de aardbeving als je er nog niet eerder bent geweest. Nu vallen vooral de vele laagbouw en de groene elementen op. En de monumenten: op deze lege plek stond het kantoor van CTV, één van de grootste makers van slachtoffers van de beving, met 115 doden.
Een ander bevingsverhaal is de kathedraal. Deze werd zwaar getroffen en men heeft geprobeerd hem weer op te bouwen. Onlangs zijn ze daar echter mee gestopt, omdat de kosten te hoog waren. Het gebouw staat nu half in de steigers in het hartje van de stad.
In de tussentijd hebben de Anglicaanse bewoners van Christchurch wel een andere, tijdelijke kathedraal gekregen. Deze ‘Kartonnen kathedraal’, een ontwerp van een Japanse architect, vind ik stiekem veel interessanter. Hij is nog steeds in gebruik en erg ruim en licht van binnen.
In een parkje vind ik nog het standbeeld van de Antarctisch onderzoeker Robert Scott. Christchurch was vroeger de “poort tot Antarctica” en adverteert daar nog steeds mee, maar veel tastbaars is daar niet van terug te vinden. Tijdens mijn cruise twee weken later is er een spreekster die werkt voor het Canterbury Museum in Christchurch en ons met poolgerelateerde tekeningen laat kennis maken – dus dat museum kan ook de moeite waard zijn in deze kleinschalige, Brits aandoende stad.
Arrowtown
In het programma voor mijn cruise zat één overnachting in Queenstown en dan een ‘vrije ochtend’, voordat we op de bus stappen naar de haven van Bluff waar het schip ligt. Vooraf had ik al wat rondgekeken wat ik nog in Queenstown kon doen, en mijn oog viel op Arrowtown. Het stadje een overblijfsel uit de tijd van de goudkoorts in het zuiden van Nieuw-Zeeland. Bij het inchecken voor de cruise echter blijkt dat de organisatie voor ons een gratis excursie voor die ochtend in petto heeft, met een wijnproeverij en een bezoek aan Arrowtown. Die wijn hoef ik eigenlijk niet, maar Arrowtown wordt me zo wel heel gemakkelijk gemaakt.
De wijn doen we al om 8.45 in een soort resort (Ayrburn), waar mensen hun feesten en partijen kunnen houden en er zelfs een “retirement village” wordt gebouwd (erg populair in Nieuw-Zeeland). Na drie slokjes is het voorbij en we maken nog een wandeling over het terrein. Helaas is het erg druilerig weer.
We rijden dan door naar Arrowtown. Het blijkt een erg toeristisch plaatsje, met een hoofdstraat waar ze de commerciële gebouwen en woningen uit het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw goed hebben geconserveerd. Ze dateren van de bloeitijd van het stadje door de vondst van goud in de nabijgelegen rivier in 1862.
Een belangrijk deel van dit goudkoortsverhaal is ook de komst van Chinese arbeiders. Hun voormalige woonwijk ligt iets buiten het centrum en is een beschermd monument geworden. Ze arriveerden in de jaren ’70 van de 19de eeuw, toen de Europeanen deze mijnregio al achter zich hadden gelaten. De resten van hun hutten zijn in de 1980s opgegraven, en enkele zijn gerestaureerd.
Praktische info
Voorbereidingen
Voor Australië en Nieuw-Zeeland schafte ik een Internationaal Rijbewijs (type 1949) aan bij de ANWB (18,95 EUR). Deze variant is slechts één jaar geldig.
Ook boekte ik al mijn hotels, huurauto’s en dagtours vooraf, variërend van enkele maanden tot in de laatste week voor vertrek.
Vervoer
Op beide eilanden huurde ik een auto. Hier werd wel naar het Internationaal Rijbewijs gevraagd. Het rijden in Nieuw-Zeeland is op zich erg gemakkelijk (het is nergens echt druk), maar de staat van de wegen is vrij belabberd. Er zijn vaak wegwerkzaamheden, smalle wegen, “one lane bridges”. Meestal mag je niet harder dan 80 kilometer per uur, wat het rondreizen tijdrovend maakt.
Overnachtingen
Auckland, Manha Hotel: Nieuw en fris hotel bij het vliegveld. Ruim parkeren, moderne kamers. 85 EUR inclusief ontbijt.

Kerikeri, Avalon Resort: Mooi gelegen in landschapstuin. Helaas regende het dus ik heb het zitje en het buitenterrein nauwelijks kunnen gebruiken. 85 EUR.

Rotorua, Motel Rotorua: typisch motel maar wel met gerenoveerde kamers. 88 EUR.

Napier, Bella Vista Motel: zelfde verhaal. 99 EUR.

Turangi, Small Stays at the Quarters: simpele maar moderne kamer in houten lodge. Slechts 71 EUR.

Christchurch, Golden Hotel: nieuw, modern hotel in de stad, maar desondanks goed bereikbaar en met eigen parkeerterrein. Hoogbouw, wat je hier niet veel ziet. Met bemande receptie, en beneden hebben ze een leuk café waar je kunt ontbijten. 111 EUR.

Kaikoura, Kaikoura Quality Suites: net terrein pal aan de doorgaande weg. 83 EUR.

High Street Living Motel, Picton: simpel motel aan de hoofdstraat van Picton. Desondanks gewoon parkeren voor de voordeur van de kamer. Mocht hier de auto ook vast stallen terwijl ik op pad was met een halve dagtocht. 79 EUR.

Kaiteriteri, Kaiteriteri Reserve Cabins: feitelijk een heel grote camping waar ze ook wat huisjes en kamers hebben. Weinig privacy maar net huisje met keuken en badkamer. 92 EUR.

Franz Josef Glacier, Bellavista Motel: net motel, vriendelijke receptie. In het centrum op loopafstand van alles. 156 EUR.

Wanaka, Wanaka Hotel: Groot groepshotel in het centrum. Wat verouderd maar wel OK. Goed café om ‘s ochtends te ontbijten. 122 EUR.

Queenstown, Holiday Inn Remarkables Park: We verbleven hier één nacht voorafgaand aan de cruise (hotelkosten inbegrepen). Meest in het oog springend was de gratis minibar met drankjes en snacks!

Eten
Het is vergelijkbaar met wat je in Australië vind. Als je echt goed wilt eten moet je denk ik in de grote steden zijn en in de duurdere restaurants.
Ontbijt
In geen van de hotels was ontbijt inbegrepen of boden ze het überhaupt aan. De kamers hadden vaak wel een half-keukentje met koelkast, waterkoker en broodrooster zodat je zelf ‘s ochtends iets kunt maken.
Lunch/diner
Je eet er hamburgers, fish & chips of Aziatisch.

Kosten
Nieuw-Zeeland bevindt zich al enkele jaren in een financieel-economische crisis, en dat betekent dat de New Zealand Dollar zwak staat ten op zichte van de EUR. Het kostenniveau was zo’n 80% van dat in Nederland.
De kosten, gedeeld door 19 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Nieuw-Zeeland | 199 EUR | 100 EUR | 28 EUR | 51 EUR | 20 EUR |


















































Leave a comment