- Programma
- Kuranda Railway
- #993: Wet Tropics
- #994: Great Barrier Reef
- #995: K’gari
- #996: Gondwana regenwoud
- Coombabah Lakelands
- Praktische info
Programma
Hoewel Nieuw-Zeeland het hoofddoel is van mijn reis Down Under in 2025, maak ik een tussenstop van een week in het noordoosten van Australië.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats |
| 4-nov | Aankomst om 5.30 in de ochtend uit Denpasar. Ontbijten in de stad en dan de trein in voor de dagtrip naar Kuranda. | Cairns |
| 5-nov | Dagtocht naar het Great Barrier Reef. | Cairns |
| 6-nov | Dagtocht naar Daintree National Park. | Cairns |
| 7-nov | Vliegen naar Brisbane, en met huurauto 4 uur door naar het noorden. | Hervey Bay |
| 8-nov | Dagtocht naar K’gari / Fraser Island. | Hervey Bay |
| 9-nov | Terugrijden naar de regio Brisbane. | Nerang |
| 10-nov | Bezoek aan Lamington Nationaal Park en Coombabah Lakelands, en dan terug naar Brisbane om auto in te leveren. | Brisbane |
Kuranda Railway
Mijn vlucht uit Bali komt al heel vroeg in de ochtend aan in Cairns, veel te vroeg om in een hotel in te checken. Ik eet dus eerst maar een uitgebreid ontbijt in één van de vele coffeeshops die de binnenstad rijk is. Daarna loop ik naar het treinstation, waar ik om half 10 op de trein naar Kuranda stap. Ik had vooraf een kaartje besteld, maar de toeristentrein zit lang niet vol.
Het klassieke treinstel slingert zich door de buitenwijken van Cairns de heuvels in.
Er is een stop op het Barron Gorge station, vanwaar je een uitkijkpunt hebt over de gelijknamige kloof.
Na twee uur boemelen komen we aan in Kuranda. Het is een zeer toeristisch plaatsje, waar ik wat verveeld rondloop. Uiteindelijk doe ik nog een korte wandeling langs de rivier, waar met moeite enkele vogels te ontdekken zijn.
#993: Wet Tropics
Wat is het?
De Wet Tropics van Queensland bestaan uit vochtige tropische regenwouden met een grote verscheidenheid aan dier- en plantensoorten. Het bevat de overblijfselen van het grote Gondwana-bos dat 50 tot 100 miljoen jaar geleden Australië en een deel van Antarctica bedekte. De plek herbergt veel endemische flora.
Cijfer: 7,5 (Het is een mooie gelegenheid om te zien hoe het leven er zo ver ten noorden van Cairns aan toegaat. Maar ik heb nog steeds een beetje een probleem met dit en het andere Australische boserfgoed: het zijn de planten en insecten die de dienst uitmaken, terwijl ik mijn bossen liever vol primaten en andere grotere zoogdieren heb. Deze ecologische niche in de natte tropen van Queensland wordt bedekt door de boomkangoeroes, maar die kom je zeker niet tegen op een niet-gespecialiseerde tour.)
Toegang: Geen, maar de tour naar Daintree kostte 136 EUR (inclusief lunch).
Hoeveel tijd: Volle dag op z’n minst. Ik was er twee dagen: één in Barrington Tops Nationaal Park (zie Kuranda, hierboven) en één dag in Daintree Nationaal Park.
Opvallend: In Daintree National Park hebben zich franjeriffen ontwikkeld langs het kustregenwoud, een kenmerk dat het best te zien is bij Cape Tribulation. De riffen maken deel uit van het Great Barrier Reef, een ander Werelderfgoed, dus de twee liggen hier aaneengesloten – je kunt met één droge voet in het ene werelderfgoed staan en met de andere natte voet in het andere.
Ik bezoek het park tijdens een lange dagtocht vanuit Cairns. Als je een auto hebt, kun je het ook zelf doen, maar je hebt wel voldoende tijd nodig. De rit ernaartoe (Cape Tribulation ligt ongeveer 140 km ten noorden van Cairns) volgt de kust via de Captain Cook Highway. Het is een mooie rit over een smalle, kronkelige weg, met hier en daar wat wegwerkzaamheden (het hele gebied is gevoelig voor overstromingen). Vrij snel zie je het Daintree-gebergte aan de horizon.
We worden uit de bus gebonjourd als we de Daintree River bereiken. Deze rivier markeert de grens van Daintree National Park en ook tussen de zones met landbouw en jungle (waar mensen off-grid moeten leven). Auto’s moeten de veerboot nemen – onze chauffeur vertelt ons dat de gemeente dit wel prettig vindt, het levert hen een vast inkomen op en houdt ook het aantal bezoekers beheersbaar.
Vanaf hier maken we een boottocht van ongeveer 12 km over de rivier. Het tij is uitzonderlijk hoog, wat niet goed is voor het zicht op de rivieroevers. Er zouden ook veel krokodillen en lange slangen moeten zijn. Toch is het een mooie tocht tussen de mangrovebossen en de jungleachtige kustlijn. We vinden een vrouwtjeskrokodil, die zich goed laat zien. Deze hele regio, inclusief rivieren, meertjes en de kust, wemelt van de krokodillen en er vallen elk jaar menselijke slachtoffers.
Aan de overkant van de rivier worden de wegen steiler en smaller. We stoppen bij het uitkijkpunt Alexandra, vanwaar we een weids uitzicht hebben over de kust van Daintree. Dit gebied ten noorden van de rivier bestaat ook niet alleen uit bos: het is een lappendeken van privéterreinen en een nationaal park. Vooral in het meest zuidelijke deel wordt veel verbouwd: voornamelijk theeplantages en tropische fruittuinen (ze verkopen er heerlijk ijs van).
We lunchen in de Heritage Lodge (samen met zo’n 8 andere groepen, op de een of andere manier gaan ze allemaal naar dezelfde plekken). De lodge heeft een mooi, wild pad waar je de typische planten en bomen van het gebied kunt spotten.
We gaan verder naar het noorden, eerst naar de Madja Boardwalk. Deze ligt dieper in het nationale park, met een donker bos en een mangrovebos. De wandeling duurt ongeveer 45 minuten. Je ziet er de planten en bomen die specifiek zijn voor de natte tropen en een lange geschiedenis hebben, zoals Hope’s cycaden en waaierpalmen. De planten doen hier hun uiterste best om het bladerdak te bereiken en wat zonlicht te vangen. En onze chauffeur/gids vind aan het einde een paar schattige pepermunt-wandelende takken.
Onze laatste stop is bij Cape Tribulation. Hier eindigt ook de verharde weg. Het heeft een uitgestrekt strand en het karakteristieke regenwoud dat tot aan de zee reikt. Het landschap is vergelijkbaar met wat ik zag in de zuidoostelijke Atlantische wouden van Brazilië.
#994: Great Barrier Reef
Wat is het?
Het Great Barrier Reef is ‘s werelds grootste koraalrifsysteem, bestaande uit zo’n 2500 individuele riffen en 900 eilanden die zich over een afstand van 2000 kilometer langs de kust van Queensland uitstrekken. De koraalriffen herbergen een enorme biodiversiteit, met dugongs, walvissen, dolfijnen en schildpadden als de meest opvallende zeedieren.
Cijfer: 7,5 (Al met al heb ik een leuke dag gehad zonder de Wow!-levels te halen die nodig zijn voor een 8. Ik vond de verscheidenheid aan planten-, vogel- en andere diersoorten die ik nergens anders had gezien, geweldig. Aan de andere kant wordt het ook overgeëxploiteerd, vooral bij resorts zoals Green Island. Ik had vaak niet het gevoel dat ik een natuurlijk werelderfgoed bezocht.)
Toegang: Geen, maar de dagtour kostte 113 EUR.
Hoeveel tijd: Een hele dag, of veel langer als je van duiken of snorkelen houdt.
Opvallend: Het Great Barrier Reef (GBR) stelt een “niet-watermens” zoals ik voor hetzelfde probleem als verschillende andere mariene locaties: hoe creëer je een bevredigend bezoek zonder dat je natte voeten hoeft te krijgen? Een rondvlucht zou een optie zijn, maar dat heb ik al gedaan bij zijn “neefje” Belize Barrier Reef. Uiteindelijk kies ik voor een dagtocht naar twee eilanden, inclusief een tocht met een boot met glazen bodem over het rif.
Ik vertrek vanuit de aangename stad Cairns, waar riftours een massaproduct zijn en de focus ligt op fysieke activiteiten (van duiken tot paragliden). De veerboot naar mijn eerste eiland heeft zo’n 200 passagiers en onderweg wordt er helemaal geen informatie over het park gegeven. Ik had vooral medelijden met de medewerker met het T-shirt met de tekst “Cultural Guide”, die de hele 45 minuten van de transfer bezig was met het uitdelen van wetsuits en flippers in de juiste maten aan de snorkelaars.
Fitzroy Island, een continentaal eiland dat zich zo’n 10.000 jaar geleden van het vasteland heeft afgescheiden, blijkt verrassend weelderig te zijn. Veel van de eilanden in dit gebied zijn bedekt met regenwoud. Ik negeer het hoofdpad naar de snorkelstranden (en het lawaai van de bar in de verte) en sla af voor de Secret Garden Walk. Dit is een stenig bospad, ongeveer 20 minuten heen en terug. Ik zie veel skinken, een soort hagedissen, één van de belangrijkste diersoorten op het eiland. Ik speur ook naar vogels, want Fitzroy is een beschermd gebied vanwege de vele Australische muskaatduiven die hier in de zomer komen nestelen en foerageren.
Ik heb alleen tijd voor deze korte wandeling (er zijn ook langere wandelingen mogelijk), want om 11.00 uur wordt ik terugverwacht bij de steiger voor de tocht met de boot met glazen bodem. Ik heb er nog nooit een gedaan en vind het nogal kitscherig (het wordt geadverteerd voor “kinderen en niet-zwemmers”), maar het valt uiteindelijk mee. Er zijn maar 10 passagiers aan boord en de gids legt veel uit over het koraal dat we zien. Fitzroy heeft een eigen randrif en de boot zweeft boven een gedeelte met een verscheidenheid aan koraalsoorten. Fotograferen is echter niet makkelijk, omdat er wat reflectie van de zon is en alle kleuren in eerste instantie turquoise lijken.
Om 11.45 uur vertrek ik met de veerboot naar mijn volgende bestemming: Green Island. Het ligt ongeveer 35 minuten verderop. Het mooiste aan Green Island ontdek je direct als je van boord gaat: de lange pier is een goede plek om vissen en schildpadden te spotten en de zeegrasvelden te bekijken. Het kleine eiland zelf is een toeristische trekpleister, omdat het grotendeels bezaaid is met resorts. Het winkel- en eetgedeelte is echter verrassend goed voor vogels, want ze weten precies waar ze moeten zijn om de restjes te vinden. Hier zag ik ook de Australische muskaatduif die ik op Fitzroy had gemist.
Ik heb 3 uur op het eiland, wat lang is (ik had liever zoveel tijd op Fitzroy Island gehad). Ik maak een rondwandeling over het eiland, deels over het strand en deels door het bos. Ik ga vroeg terug naar de boot en blijf er zitten tot ze beginnen met “het voeren van de vissen”, een emmer vol kleine visjes die overboord wordt gegooid, met als doel een verscheidenheid aan vissen aan te trekken. Wat kan ik zeggen – de meeuwen kennen dit dagelijkse ritueel ook.
#995: K’gari
Wat is het?
K’gari (voorheen Fraser Island) is het grootste zandeiland ter wereld. Het heeft meer dan 100 schone zoetwaterduinmeren, spectaculaire duinformaties, zandkliffen en zandstranden. Op het zand groeien tot wel 50 meter hoge bomen.
Cijfer: 6,5 (Ik twijfel of ik K’gari nou wel of niet leuk vond. Hoewel het de hele dag door het zand rijden avontuurlijk aanvoelt, zit je grotendeels vast in de binnenkant van een voertuig en mag je er alleen uit bij stops zoals Lake Mackenzie, dat, ondanks zijn oorsprong als een hooggelegen duinmeer, meer op een doorsnee zwembad lijkt. Ik heb het woord ‘overgeëxploiteerd’ al eerder gebruikt in de context van het Australische natuurlijke werelderfgoed, en K’gari is daar slechts een voorbeeld van (waarom worden er zoveel mensen toegelaten? Waarom worden er twee resorts gebouwd met bars en zwembaden?, Waarom al die races op het strand?).)
Toegang: Geen. De tour kostte 187 EUR (inclusief lunch en transfers van en naar Hervey Bay).
Hoeveel tijd: Een volle dag.
Opvallend: Er lijkt niet veel variatie te zijn in hoe je K’gari kunt bezoeken; de enige keuze die je moet maken is of je er overnacht of niet. Omdat een tweede dag vooral extra tijd op het strand of in een van de meren zou brengen, bezoek ik het eiland tijdens een dagtocht vanuit Hervey Bay. Ik neem de veerboot vanaf River Heads om 8.30 uur en ging om 17.15 uur terug.
Het opmerkelijk lange eiland is al vanaf het vasteland te zien, hoewel de overtocht nog steeds 45 minuten duurt. Er zijn ongeveer twaalf auto’s aan boord, plus zo’n 50 mensen. Op het eiland voegen zich daar nog eens extra mensen bij een van de resorts. Drie grote 4WD-bussen vol – en het is nog niet eens hoogseizoen. Verschillende privé-4WD-auto’s (de enigen die op de uitsluitend zandwegen van het eiland mogen rijden) zijn ons al voorgegaan, en binnen een minuut of 10 zit er eentje vast in het zand. Hij wordt door een andere auto weggesleept, en gelukkig is dit onze enige vertraging overdag.
Wat me het meest verbaast aan het eiland, is hoe bosrijk het is. De meeste foto’s tonen het 120 kilometer lange strand, waardoor je zou denken dat het hele eiland er zo uitziet. Maar het is in werkelijkheid bedekt met bos, zelfs een beetje regenwoud. En het groeit allemaal op zand. Tot de status van Werelderfgoed in 1992 werd het gebruikt voor houtkap, en het voormalige houthakkerskamp van Central Station getuigt daarvan. De eerste houthakkers waren vooral gecharmeerd van de zeer hoge en rechte bomen op het eiland, die ze gebruikten voor scheepsmasten en andere scheepsbouw. Tegenwoordig worden de bossen vooral bedreigd door brand: de chauffeur-gids vertelde een verhaal over een accidentele brand in 2020, die 10 weken duurde om te blussen en waarbij iedereen op het hele eiland werd geëvacueerd. De planten en bomen zijn sindsdien weer gegroeid en het ziet er groener uit dan ooit tevoren.
Mijn hoofddoel van de reis is om een wilde dingo te zien en er mooie foto’s van te maken. Ik zit aan de rechterkant van de bus (aan de zeekant) en ben bang dat er aan de andere kant, vanuit het bos, een dingo zou opduiken. Maar onze eerste loopt gewoon in de branding en krijgt natte pootjes. Ik kan die goed bekijken en slaag erin de beste foto’s te maken die ik kon door het raam van een bus (ik vraag me af waarom ze geen safaribussen gebruiken waar de ramen helemaal open kunnen?). Later zien we er nog vier, verdeeld over drie verschillende waarnemingen. De chauffeur vertelt me dat er in de afgelopen 16 weken maar één tour is geweest waarbij ze er geen hadden gezien.
De dingo’s leken net magere honden. Ze laten zich niet afschrikken door mensen of hun voertuigen: als opportunistische aaseters hebben ze geleerd dat waar mensen zijn, ook voedsel is.
De rest van de dag bezoeken we 75 Mile Beach, het schipswrak, de Pinnacle Rocks, Eli Creek en Lake Mackenzie. Dit zijn de belangrijkste bezienswaardigheden van het eiland en het is overal druk (het eiland ontvangt jaarlijks 500.000 bezoekers). We maken ook twee verplichte stops bij het resort in het binnenland om de lokale economie te ondersteunen.
#996: Gondwana regenwoud
Wat is het?
De Gondwana-regenwouden van Australië staan bekend om hun geologische kenmerken en hun unieke weergave van de evolutionaire geschiedenis van de Australische regenwouden. Ze omvatten 41 verschillende parken in Queensland en New South Wales, die liggen op vulkanische schilden ontstaan na het uiteenvallen van het continent Gondwana.
Cijfer: 5 (Bos, en niet veel meer dan dat.)
Toegang: Gratis
Hoeveel tijd: Ik was er anderhalf uur.
Opvallend: Deze heb ik tijdens mijn wereldreis van 2011 overgeslagen. Er staan gewoon te veel bossen op de Australische Werelderfgoedlijst! Maar ik moet hem nu wel meenemen, terwijl ik in Queensland ben. Het is een uitgestrekt gebied met een onbekend aantal componenten en er is weinig officiële UNESCO-informatie over beschikbaar.
Het verschil met de Wet Tropics van Queensland waar ik een paar dagen geleden ben geweest is dat de Gondwana-regenwouden voornamelijk subtropische en gematigde regenwouden zijn, waar de Wet Tropics gekenmerkt wordt door tropisch regenwoud. De Gondwana-regenwouden bewaren oude plantengroepen zoals primitieve coniferen en varens, en vormen een belangrijk centrum voor de evolutie van de Australische zangvogels.
Voor mijn bezoek heb ik Lamington National Park uitgekozen. Ik overnacht in het stadje Nerang (een buitenwijk van de Gold Coast), en de volgende ochtend is het slechts 45 minuten rijden naar de Binna Burra parkingang. Ik probeer er vroeg bij te zijn, in de hoop wilde dieren langs de weg tegen te komen. Koala’s in het wild zien staat hoog op mijn verlanglijstje voor deze reis naar Australië, en ik kan ook wel wat betere foto’s van kangoeroes gebruiken. Langs de toegangsweg naar Lamington waarschuwen verschillende borden voor overstekende koala’s. Er staat zelfs een knipperend bord, zoals bij wegwerkzaamheden, maar ik kwam niets tegen…
Lamington NP heeft twee ingangen; ik koos voor het Binna Burra-gedeelte. Vanaf hier starten verschillende wandelingen. De parkeerplaats is drukker dan ik had verwacht voor een bewolkte maandagochtend, maar ik denk dat mensen hier vroeg aankomen om aan een van de langeafstandswandelingen te beginnen. Ik doe het rustig aan met een combinatie van het Rainforest Circuit en de Tullawallal Loop. Dit zijn beide smalle maar goed onderhouden bospaden. Het bos is dichtbegroeid en er zijn pogingen gedaan om interessante boom- en plantensoorten met bordjes aan te wijzen (maar niet erg succesvol). De bomen zijn inderdaad een beetje anders dan die in de Wet Tropics, maar beide zijn gespecialiseerd in varens.
Het meest opvallend zo vroeg in het bos is het “gezang” van de vogels overal om je heen. Door de dichtheid van het bos is het moeilijk om de zangers te zien, maar ze maken wel vreemde geluiden. Ik heb een glimp kunnen opvangen van de groene katvogel, wiens zang klinkt als een huilende mensenbaby.
Coombabah Lakelands
Vooraf had ik een flinke studie gemaakt waar in de regio Brisbane de beste kans zou zijn om kangoeroes and koala’s in het wild te zien. Ik kwam uit bij Coombabah Lakelands, gelegen in een buitenwijk van de stad Gold Coast. Ondanks de nabijheid van de grote stad is dit een beschermd drasland, en het maakt zelfs deel uit van de internationale RAMSAR-lijst.
Helaas was het wat regenachtig, maar net als een enkele tientallen anderen liet ik me er niet van weerhouden de paden af te lopen. Ik begon met de Kangaroo Trail. Hier zaten zeker wel 100 kangoeroes bij elkaar. Sommige zelfs op of naast het pad. Omdat je ze niet helemaal kunt vertrouwen, liep ik er net als met loslopende koeien maar met een boog omheen.
Na de kangoeroes kun je doorsteken naar de Koala Trail. Hier kom je eerst door een imposant stuk drasland. De bomen hier zijn Melaleuca.
Vlak daarna start de habitat van de koala’s. De gemeente doet z’n best om bomen te planten en in stand te houden waar de koala’s van houden. Maar ze zijn nog steeds niet gemakkelijk te zien. Er loopt een groepje van drie mensen voor me, en zij spreken een plantsoenarbeider aan met de vraag of ze recent nog ergens gezien zijn. We worden naar het verste deel van het veld gestuurd, daar in de achterste bomen zouden er een paar moeten zitten.
Het helpt om meerdere paren ogen aan het werk te hebben, want de beestjes zijn maar klein en de bomen hoog. Een vrouw uit het groepje heeft uiteindelijk succes. De koala zit wat ineengedoken (vanwege de regen?) stil op een hoge tak. Foto’s maken is lastig, maar toch ben ik blij er eentje gezien te hebben.
Praktische info
Voorbereidingen
Voor Australië en Nieuw-Zeeland schafte ik een Internationaal Rijbewijs (type 1949) aan bij de ANWB (18,95 EUR). Deze variant is slechts één jaar geldig.
Ook boekte ik al mijn hotels, huurauto’s en dagtours vooraf, variërend van enkele maanden tot in de laatste week voor vertrek.
Online verkreeg ik ook het eVisitor visa, dit is gratis. In het begin moet je veel identificerende gegevens invullen en een e-authenticator app installeren, maar daarna is het gewoon Submit. Het visum zat daarop direct in mijn mailbox.

Vervoer
Voor de 4 dagen in zuidelijk Queensland had ik een auto gehuur bij ACE. Het kostte nogal wat tijd om de auto in handen te krijgen en ze hebben voor een luchthavenvestiging belachelijk korte openingsuren (7-17 uur). Maar de auto was prima, met zelfs nieuwe snufjes als een lichtje in de buitenspiegel die gaat branden als er een auto je gaat passeren. Naar het internationaal rijbewijs werd niet gevraagd.

Overnachtingen
Voor contact met personeel of ontbijt moet je hier niet zijn. Meestal kreeg ik een code toegestuurd en kon ik me zelf de kamer binnenlaten.
Cairns, Abbott Boutique Hotel: Moderne kamers in een onopvallend gebouw in het centrum. Niet echt een hotel, receptie ‘s nachts niet aanwezig. 105 EUR

Hervey Bay, Shelly Beach Motel: Gerenoveerde kamers, heel netjes. Met keukentje. 87 EUR.

Neranga, Nightcap: soort doorreishotel langs de snelweg. Wel een nette, ruime kamer. 84 EUR

Brisbane, Airport Clayfield Motel: Ook een gemoderniseerd motel, vlakbij het vliegveld. 106 EUR

Eten
Ontbijt
Geen enkele van mijn hotels bood ontbijt aan. Een enkele keer ging ik buiten de deur ontbijten, maar meestal maakte ik zelf iets uit de supermarkt. Alle kamers hadden wel koffie, waterkokers en een koelkast.
Lunch/diner
Beste keus zijn vaak de Aziatische restaurants, gerund door immigranten.
Kosten
Het is niet meer zo extreem duur als toen ik in Australië was gedurende mijn wereldreis van 2011. Toch lopen de kosten op door de tours en de grote afstanden die te overbruggen zijn.
De kosten, gedeeld door 8 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Australië | 239 EUR | 97 EUR | 27 EUR | 54 EUR | 61 EUR |






















Leave a comment