World Heritage Traveller

Syrië 2025

Written by:

  1. Programma
  2. #986: Damascus
  3. Damascus – Nieuwe stad
  4. #987: Palmyra
  5. Wijnregio in de Vlakte van Homs
  6. #988: Krak des Chevaliers
  7. Homs en Hama
  8. #989: Aleppo
  9. #990: Oude dorpen van Noord-Syrië
  10. Apamea
  11. Ugarit
  12. Latakia, Tartus en Arwad
  13. Onderweg
  14. Maaloula
  15. #991: Bosra
  16. Praktische info

Programma

Het lijkt een onmogelijke opgave een goed moment te vinden om naar Syrië te gaan: in de afgelopen 25 jaar heb ik al twee keer een reis geannuleerd zien worden en andere kansen aan me voorbij zien gaan. Dit voorjaar besloot ik door te pakken en een 10-daagse reis te boeken naar Syrië.

Het programma is:

DatumDoenPlaatsHotel
6-septOpgehaald vanuit Beiroet voor start groepstour Syrië. Eerste bezoek aan Oud Damascus.DamascusDar Al Mamluka
7-septHele dag in Oud en Nieuw Damascus.DamascusDar Al Mamluka
8-septPalmyra, Vallei van HomsEl-BeitAt the winery
9-septKrak des Chevaliers, Homs, HamaAleppoRiga Palace
10-septAleppo hoogtepuntenAleppoRiga Palace
11-septSerjilla, Apamea, Saladin castleLatakiaLa Mira
12-septUgarit, Arwad, TartusTartusShahin
13-septSafavia, St. Moses Monastery, MaaloulaDamascusBeit Al Mamluka
14-septBosraDamascusBeit Al Mamluka
15-septDamascus en terugreis naar BeiroetBeiroetRamada Downtown

#986: Damascus

Wat is het?
De oude stad Damascus is één van de oudste continu bewoonde steden ter wereld. Het is ook een belangrijke stad in de islamitische geschiedenis en cultuur, als hoofdstad van het Omajjaden-kalifaat. Zijn Grote Moskee is één van de oudste en grootste ter wereld.

Grote Moskee, Damascus

Cijfer: 8 (Het is een heel fijne, intacte historische binnenstad.)

Toegang: Het meeste is gratis te bezoeken. Sommige van de stadspaleizen vragen 25,000 SYD (ca. 2 EUR) entree.

Hoeveel tijd: Twee dagen

Opvallend: Twee zaken springen er echt uit bij Damascus, waardoor het zich onderscheidt van bijvoorbeeld Istanbul of Caïro. Ten eerste het volledig bewaarde en nog in dagelijks gebruik zijnde karakter van de oude stad. De soukhs zijn enorm en vol winkelend publiek.

Damascus Soukh

En ten tweede wat er allemaal schuil gaat achter onopvallende deuren in de nauwe straten van die binnenstad. We verbleven in twee verschillende, naar boutique hotels omgebouwde stadspaleizen: Beit Al Mamlouka en Dar Al Mamlouka. Beiden hebben een serene atmosfeer van binnen en de traditionele binnenplaats met zitje en fontein.

Damascus Beit al-Mamlouka

Er zijn ook nog grotere stadpaleizen te bezoeken, zoals het Al Azem Paleis en Maktab Anbar. Deze tonen de traditionele opbouw van de Syrische paleizen, met een deel waar de mannen de gasten ontvangen, een gedeelte voor de vrouwen en een gedeelte voor de bedienden. We kregen ook toegang tot een stadspaleis gebouwd door een Syrisch-joodse familie afkomstig uit Spanje, dat een combinatie van Syrische en Andalusische elementen laat zien (Bait Farhy).

Bait Farhy

Achter die deuren gaat soms ook vertier schuil: binnenplaatsen zijn nu in gebruik als café – waar je shisha kunt roken of iets (niet-alcoholisch) kunt drinken.

Damascus By Night

Damascus – Nieuwe stad

Naast het oude gedeelte, dat een werelderfgoed is, bezoeken we ook andere delen van de stad.

Daar ligt het Nationaal Museum. De collectie ziet er weer goed uit. Het is niet heel groot, maar er zijn goede stukken uit diverse periodes van Syrië’s (antieke) geschiedenis.

Verderop in de stad liggen het Presidentieel Paleis en de belangrijkste overheidsgebouwen. Aan het ministerie van Defensie is nog duidelijk de schade te zien die een Israelische raket een paar maanden geleden heeft aangericht.

Zo’n drie kilometer buiten Damascus ligt Jobar. Deze plaats was jarenlang het centrum van de strijd tussen de opstandelingen en het regeringsleger, maar Damascus bereikten ze nooit. Jobar is nu volledig verwoest en er lijkt niemand meer te wonen (wel heeft er een optimist er een koffiestalletje langs de weg geopend).

Jobar

Jobar huisvestte een 2000 jaar oude synagoge, eeuwenlang bezocht door joden van heinde en verre. Tussen het puin is het lastig hem terug te vinden, maar met wat hulp van de mensen bij de koffiestop staan we toch bij de resten.

Jobar synagoge

#987: Palmyra

Wat is het?
Palmyra bestaat uit de ruïnes van een rijke karavaan-oase die verder werd ontwikkeld onder Romeinse heerschappij. Keizer Caracalla maakte het tot één van de grootste steden van het Romeinse Rijk met nieuwe straten, bogen, tempels en standbeelden. Dankzij de verhalen over de pracht en praal van reizigers in de 17de en 18de eeuw, was Palmyra ook van invloed op de ontwikkeling van de neoclassicistische architectuur.

Palmyra

Cijfer: 7,5 (Je kunt nog steeds wel zien hoe groot en prachtig het was, maar helaas is er tijdens de oorlog hier veel vernietigd.)

Toegang: De regio is alleen met een permit te bezoeken.

Hoeveel tijd: 2,5 uur, of langer, maar het is er erg heet.

Opvallend: Palmyra ligt behoorlijk afgelegen: op de drie uur durende rit van Damascus zagen we alleen woestijn. Je hebt nog steeds een speciale vergunning nodig om er te komen (ik bezocht het in september 2025), maar als je eenmaal op de archeologische vindplaats zelf bent, is er niets: het zal wel op de een of andere manier “onder controle” staan van het Ministerie van Toerisme, maar er is geen toezicht en er worden geen kaartjes verkocht. Vijf bedoeïenen wachten op de dagelijkse aanloop van toeristen om kameelritten en souvenirs te verkopen. Ze zijn behoorlijk wanhopig en volgen je overal.

Palmyra

Het is een enorm gebied, overal ruïnes. We hebben er 2,5 uur doorgebracht, en hoewel ik de 12.000 stappen heb gehaald, hebben we nog niet alles gezien. We kwamen rond 9 uur ‘s ochtends aan om de verzengende hitte in dit gebied voor te zijn, maar om 11.30 uur was de zon zo fel dat ik me terugtrok in de schaduw van de bus. En er waren natuurlijk weinig andere toeristen, alleen wat Syrische dagjesmensen uit Damascus. Het was alsof je de Akropolis helemaal voor jezelf had.

De Tempel van Baäl was ooit een van de belangrijkste hoogtepunten van Palmyra. Hij ligt bergopwaarts van de belangrijkste woonwijk. De buitenmuren werden in de Arabische tijd omgebouwd tot een citadel en die is redelijk goed bewaard gebleven. Maar binnen is nu nog maar één eenzame boog te zien, plus een enorme puinhoop waar ooit de Tempel stond. Zelfs als je, net als ik, hier nog nooit bent geweest en niet echt weet wat je mist, is de verwoesting schokkend. De Tempel werd opgeblazen door ISIS tijdens de eerste van hun twee verblijven hier. Ze bezetten deze regio en de plek in 2015 en 2016. Het enige wat je nu kunt doen, is door het puin lopen en kijken of je nog iets interessants ziet. Ik vond een paar bouwstenen met mooie reliëfs.

Palmyra

Een ander pijnlijk verlies is de Tetrapylon, het monument dat op de kruising van de twee wegen in het midden van de woonwijk stond. Hier zijn de zuilen als dode bomen omgevallen.

Dit gebied is bezaaid met de gebruikelijke openbare monumenten van een Romeinse stad, zoals een klein theater. De hoofdwegen worden verbonden door de beroemde ‘Grote Colonnade’, maar de rij is tegenwoordig verre van compleet.

Palmyra

De site is indrukwekkend, met zijn uitgestrektheid en de vele hoge zuilen die er nog steeds te zien zijn. Toch ontbreekt de kers op de taart die de site zo bijzonder maakte ten opzichte van andere Grieks-Romeinse sites, vanwege de daden van ISIS.

Palmyra staat ook bekend om zijn grafkunst. Helaas zijn de graven ter plekke nu niet meer te bezoeken, maar in het Nationaal Museum in Damascus is een volledig intacte versie van één ervan bewaard gebleven (het bevindt zich in de kelder). Het Hypogeum van Yarhai is rijkelijk versierd met afbeeldingen van de familie Yarhai, die hier in een massagraf werd begraven. Alle familieleden zijn afgebeeld in een portretsculptuur uit de tijd dat ze 30 jaar oud waren.

Nationaal Museum

Wijnregio in de Vlakte van Homs

Vanuit Palmyra maakten we de lange rit naar het noordwesten van Syrië. We reden zelfs al “voorbij” het Krak des Chevaliers (in de verte te zien omdat het zo groot is). We zitten ten westen van Homs, in wat de ‘Vlakte van Homs’ wordt genoemd. Dit is een uitloper van de bekende Bekaa-vallei in Libanon.

De wegen worden steeds smaller en meer slingerig. We hebben eigenlijk geen idee waar we naar toe gaan, de gids heeft het over “bij de mensen thuis” en slapen waar we we eten. Dat laatste blijkt in het gehucht Be’it te zijn. Het is een Maronitisch-Christelijk gebied dat zo afgelegen ligt dat het geen oorlogsgeweld heeft gezien. Maar er is wel ander leed, zo leren we van over de vrouw die de zelfgemaakte lunch verzorgt (haar man is “verdwenen” onder Assad).

De halve familie komt er gezellig bijzitten en we horen over de concrete migratieplannen naar Australië van het jongere deel.

Bekaa vallei

Slapen doen we iets verderop in het dorp. Daar is een wijnfabriekje waar we een wijnproeverij doen. De druiven komen overigens van elders, dichterbij Homs, om het dorp groeien alleen olijfbomen.

De eigenaar is een echte liefhebber van het wijn maken. Aan zijn huis te zien gaat het hem goed. Hij verkoopt zijn hele productie in Syrië. We mogen veel proeven, inclusief deze blauwe wijn!

Bekaa vallei

#988: Krak des Chevaliers

Wat is het?
Krac des Chevaliers en Qal’at Salah El-Din zijn de belangrijkste overgebleven kruisvaardersforten. De Krak was het hoofdkwartier van de Hospitaalridders in Syrië tijdens de kruistochten en wordt gezien als een archetype van een middeleeuws kasteel. Beide kastelen liggen op hoge bergruggen, belangrijke verdedigingsposities. Ze hebben ook elementen uit de vroege Byzantijnse en latere islamitische periode.

Krak des Chevaliers

Cijfer: 7,5 (Met name Krak des Chevaliers is uitzonderlijk imposant. En het staat nog steeds fier overeind.)

Toegang: De gebruikelijke 25,000 SYP (2.5 EUR) voor buitenlanders.

Hoeveel tijd: zo’n twee uur in Krak des Chevaliers en een uur bij het Kasteel van Saladin.

Opvallend: De twee kastelen liggen erg ver uit elkaar (160 km). We begonnen met het Krak des Chevaliers: het heeft weinig schade geleden door de recente oorlog en aardbeving. Het is ook een gevestigde toeristische trekpleister, met toegangsprijzen, uitleg in het Engels en zelfs een werelderfgoed plaquette.

Alles aan het kasteel is enorm, want het is gebouwd voor paarden. De soldaten die hier gestationeerd waren, konden het twee jaar volhouden zonder bevoorrading van buitenaf. Een bezoek vereist tegenwoordig een behoorlijk aantal trappen om overal te komen.

Krak des Chevaliers

Hoewel er binnen weinig decoratie is, is het kasteel indrukwekkend vanwege het vernuft van het ontwerp. Er is de bijna onneembare buitenmuur, dan een gracht, en dan nog een volledig kasteel binnenin! Het bevatte een moskee, baden, de Hal van de Ridders en talloze paardenstallen. Alles verkeert in redelijk goede staat, aangezien er tot voor kort opgravingen en restauraties plaatsvonden in Crac. De Hongaarse archeologische missie die de Syrische autoriteiten daarbij helpt, ontdekte vorig jaar zelfs een geheim pad in een van de muren.

Krak des Chevaliers

Een paar dagen later bezochten we het Kasteel van Saladin. Ook dit is spectaculair gelegen en te bereiken via een weg met haarspeldbochten. Het ligt midden in de bossen, waar de Krak in een opener landschap ligt. Bij de smalle toegangsweg staan ​​twee enorme pilaren die in de Byzantijnse tijd uit de rotsen zijn gehouwen – ze dienden vroeger als ophaalbrug. Zelfs vanaf de parkeerplaats moeten we nog een paar steile trappen beklimmen om de poort te bereiken.

Kasteel van Saladin

Een lokale gids wachtte ons daar op – het kasteel is niet altijd open en ontvangt tegenwoordig weinig bezoekers. Vroeger reden er zelfs grote tourbussen naar toe. Het heeft wel vergelijkbare elementen als de Krak (paardenstallen, wachttorens), maar dan op kleinere schaal. Alleen de enorme cisterne, die eng is om in te kijken, valt echt op.

De muren van dit kasteel reiken ver: in dat afgelegen deel bevinden zich de gebouwen uit de Byzantijnse tijd. Wij bekeken ze alleen vanuit een raam in de citadel. In de verte zagen we rookpluimen: volgens de lokale bewoners veroorzaakt door drone-aanvallen op de landbouwgrond.

Kasteel van Saladin

Homs en Hama

We starten de dag in de stad Homs, het epicentrum van de Syrische Burgeroorlog. Het centrum heeft nog steeds veel schade en de souk heeft nog niet zijn oude glorie hervonden.

Homs

Alleen de Khalid Ibn al-Walid Moskee staat er al weer aardig bij. Dit Ottomaanse bouwwerk werd in 2019 opgeknapt met geld van de Tsjetsjeense leider Kadyrov die een fanatiek supporter van Assad was.

Homs

Een uurtje rijden verder naar het noorden ligt Hama. De waterraderen van Hama zijn één van de meest iconische beelden van Syrië.

Op de grond vallen ze echter tegen. Tenminste, als je er buiten het seizoen naartoe gaat: de raderen draaien alleen in de winter en de lente, want alleen dan is er voldoende water. De rivier de Orontes is in september bijna leeg, op de hopen plastic afval na die helaas zo vaak in Syrië voorkomen. Het is ook moeilijk om de grote houten raderen van dichtbij te zien of om goede uitkijkpunten te bereiken om foto’s te maken. Het beste punt in het stadscentrum is vanaf de brug.

Hama

We zien er vijf in het stadscentrum; de overige twaalf of zo liggen verspreid over het platteland rond Hama. Volgens mijn gids zijn ze indrukwekkender omdat ze zich in een mooiere natuurlijke omgeving bevinden.

Hama zelf heeft zijn kleine historische stadszone goed bewaard (althans het deel dat overbleef na de anti-Assadopstand van 1982, die bruut werd beëindigd), en je kunt de loop van de aquaducten volgen. De Bradt-gids voor Syrië uit 2006 prijst Hama aan als een aangename stad om te overnachten, maar wij brengen er een half uur door, inclusief het proeven van de lokale snack Halawet el-jeben (“zoetheid van de kaas”, een mix van griesmeel, kaas en clotted cream).

Hama

#989: Aleppo

Wat is het?
De oude stad Aleppo is een handelsstad die beïnvloed is door vele latere heersers, zoals de Romeinen, Byzantijnen, Ajjoebiden, Omajjaden, Mamelukken en Ottomanen. Het is één van de oudste bewoonde steden in de geschiedenis. De oude stad is gecentreerd rond de Citadel, een belangrijk werk van Arabische militaire architectuur.

Aleppo

Cijfer: 7,5 (Heel interessante stad maar helaas erg beschadigd.)

Toegang: Alleen voor de citadel moet je entree betalen (25.000 SYP).

Hoeveel tijd: Een volle dag.

Opvallend: Samen met Palmyra presenteert Aleppo het meest trieste verhaal van het Syrië op dit moment. Vroeger trokken tours er twee dagen voor uit, waarbij de nacht werd doorgebracht in een van de traditionele Syrische huizen die tot hotel waren omgebouwd, zoals die nog steeds in Damascus te vinden zijn. Helaas zijn deze laatste net zo verwoest als de rest van de Oude Stad door de gevechten tijdens de burgeroorlog en de aardbeving van 2023. Net als de meeste andere buitenlanders en zakenmensen verbleven wij in het moderne Riga Palace Hotel, net buiten de stad.

Er is echter nog genoeg te zien om een ​​hele dag te vullen. We begonnen onze wandeling bij het Baron Hotel. Het interieur van dit beroemde hotel raakte zwaar beschadigd tijdens de aardbeving. Van buiten ziet het er nog steeds goed uit. Het is al maanden gesloten en staat te koop.

Baron Hotel, Aleppo

De Maronitische kathedraal werd getroffen door een bom, waarbij het houten plafond en een van de klokkentorens werden verwoest. De kathedraal is gerestaureerd met Italiaans geld en ziet er weer prachtig uit. Net als in de rest van Aleppo is marmer het belangrijkste bouwmateriaal. De kathedraal bedient 200 Maronitische families in de stad.

Sint-Elias kathedraal, Aleppo

Net als in Mosul (Irak), dat ik eerder dit jaar bezocht, lijken de kerken en moskeeën eerst gerestaureerd te zijn, maar de huizen en winkels liggen nog steeds in puin. De Grote Moskee is momenteel niet toegankelijk – deze heeft zware schade opgelopen, maar de minaret is in ieder geval al herbouwd.

We klommen op een van de ingestorte gebouwen om een ​​overzicht te krijgen van de Oude Stad. Zo’n 60% van dit gebied bestond uit souks en karavanserai. Volgens berichten is inmiddels 30% van de souks hersteld en de werkzaamheden worden gefinancierd door de Aga Khan Trust. Maar hoewel de daken en structuren er weer staan, is er nauwelijks sprake van normaal leven. We zaten een tijdje in een koffiehuisje te kletsen met de buren, wat de meeste winkeliers de hele dag lijken te doen.

Aleppo

Enkele traditionele elementen zijn nog steeds te vinden. Typisch voor Aleppo zijn de stalletjes met gratis drinkwater. Ze worden geschonken door een familie en dragen een schild met de naam van de overledene die ze willen herdenken.

Aleppo Souk

We betraden ook een karavanserai uit de 13e eeuw, die nauwelijks beschadigd is. De hamam, die prachtig gerestaureerd is en waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 11e eeuw, is ook prachtig gerestaureerd.

Aleppo Hammam

Er is ook minstens één historische zeepfabriek die nog steeds in gebruik is in de Oude Stad. In de Jebeili Zeepfabriek exporteren ze zeep gemaakt van olijfolie en laurier naar Frankrijk en China. Het productieproces is traditioneel (en ze lijken kinderarbeid niet te schuwen, of in ieder geval jonge jongens in dienst te hebben). De fabriek was open voor bezoek, terwijl stukken zeep die maandenlang hadden moeten “rijpen”, op kwaliteit in dozen werden verpakt. De zeepproductie zelf vindt alleen plaats tijdens het olijvenoogstseizoen, dat in november weer begint.

Aleppo zeepfabriek

Laat in de middag vervolgden we onze weg naar de Citadel, Aleppo’s meest prominente bezienswaardigheid. Deze torent als een berg uit boven de Oude Stad. De citadel is tijdens de oorlog nooit van de regeringstroepen afgenomen, maar heeft wel schade opgelopen. Tijdens de restauratie mogen alleen toeristen en “organisaties” naar binnen (met vergunning); de lokale bevolking moet zich tevreden stellen met het zicht van buitenaf.

Aleppo Citadel

Je vindt er een diepe kerker, een slecht gerestaureerd Romeins theater en delen van het voormalige Ayubbid-paleis. De Troonzaal van het paleis, waar de Mamelukse sultans hun bezoekers ontvingen, heeft nog steeds enige grandeur.

#990: Oude dorpen van Noord-Syrië

Wat is het?
De oude dorpen van Noord-Syrië zijn de overblijfselen van plattelandsgemeenschappen uit de late oudheid en het vroege christendom. De bewoners van dit kalkstenen berglandschap bekeerden zich geleidelijk tot het christendom. Ze werden geïnspireerd door kluizenaars zoals Sint Simeon, die veel pelgrims trok. Er zijn zo’n 40 verlaten dorpen te vinden, vaak met goed bewaard gebleven monumenten.

Serjilla

Cijfer: 7,5 (Een prachtige plek in een idyllische omgeving. Ik had graag meer van deze “Dode Steden”, zoals ze in de volksmond worden genoemd, willen verkennen)

Toegang: De entree is gratis op het moment, er is geen toezicht.

Hoeveel tijd: Een uurtje voor alleen Serjilla.

Opvallend: De oude dorpen van Noord-Syrië waren tijdens de Syrische burgeroorlog onbereikbaar vanwege hun nabijheid tot de frontlinie tussen het Syrische leger en de “rebellen”hoofdstad Idlib. Nu de voormalige rebellen het hele land in handen hebben, is deze regio ook toegankelijk voor toeristen. Ik bezocht Serjilla, het best bewaarde dorp, maar de kerk van de Sint-Simeon-Stylieten (verder naar het noorden) werd onlangs ook door mijn gids aangedaan met een buitenlandse toerist.

Serjilla is afgelegen voor West-Syrische begrippen: het ligt aan de rand van een groot kalksteenmassief. Kalksteen wordt in dat gebied nog steeds gewonnen in dagbouwgroeven. Het is een ruig gebied met slechts enkele olijfbomen. De smalle toegangsweg is hobbelig. We werden verwelkomd met de aanblik van een herder met een grote kudde schapen die de site overstak – het zou een fantastische foto zijn geworden als de zon aan de andere kant had gestaan!

Serjilla

De site is, zoals zoveel nu in Syrië, onbewaakt. Mijn Bradt Guide of Syria uit 2006 spreekt van een “loket”. Maar nu is er geen. De staat van de gebouwen, gezien het feit dat ze gebouwd zijn in de 5e tot 7e eeuw, is uitstekend. Het is “bevroren in de tijd, alsof de mensen gewoon weg zijn en al hun bezittingen hebben achtergelaten. De indeling van de stad is volledig herkenbaar, met de baden en het andron (“mannenhuis” – waar de lokale mannen zaten te kletsen) op een toplocatie aan het centrale plein, en de huizen eromheen verspreid.

Serjilla

De inwoners leidden een eenvoudig boerenleven: ze waren hierheen gemigreerd vanwege overbevolking elders, moesten de kalksteenbodem beheersen en slaagden er uiteindelijk zo succesvol in dat ze zich de bouw van een badhuis en christelijke gebedshuizen konden veroorloven. Zowel wijn- als olijfpersen zijn te vinden tussen de overblijfselen bij hun huizen. Bij de ingang liggen versierde sarcofagen.

Serjilla

Apamea

Hoewel minder bekend, komt Apamea qua belang van zijn Romeinse overblijfselen dicht in de buurt van de regionale grootheden Efeze en Palmyra. De stad bloeide voor het eerst op tijdens de Macedonisch-Hellenistische Seleucidische periode en werd later een belangrijke Romeinse provinciehoofdstad met 117.000 inwoners. De stad werd in de loop van haar geschiedenis vele malen beschadigd (door aardbevingen en oorlogen), herbouwd en gerestyled.

Apamea verwierf recentelijk enige bekendheid vanwege het “maanlandschap van plunderaarsgaten”: bewijs van grootschalige industriële plunderingen die plaatsvonden tijdens de Syrische Burgeroorlog, zoals onderzoekers van verre op satellietbeelden konden zien. De gaten werden gegraven door lokale schatzoekers die op zoek waren naar oude artefacten toen de beveiliging wegviel. Vanuit de lucht (GoogleEarth) zag het er zo uit:

Ik deelde de foto vooraf met mijn Syrische gids, die sinds de oorlog niet meer in Apamea was geweest, en hij was geschokt. Recentere satellietbeelden laten zien dat sommige gaten nu overwoekerd zijn, maar op de locatie zelf vallen ze nog steeds op. Direct links van het begin van de Grote Colonnade zagen we een groot gat waarin nog steeds een schop en een kruiwagen lagen.

Apamea

Dat er tot op de dag van vandaag geplunderd wordt, werd bevestigd toen we twee mannen met een metaaldetector tegenkwamen, die ons munten wilden verkopen die ze op de locatie hadden gevonden. De locatie wordt niet bewaakt door de autoriteiten, een terugkerend verhaal voor Syrisch erfgoed in 2025.

De Grote Colonnade van Apamea staat er gelukkig nog steeds, hoewel er 17 meter aan zuilen aan de zuidkant en 23 meter aan de noordkant verloren is gegaan. In totaal overspande de zuilengang 1800 meter, wat 600 meter langer is dan die in Palmyra. Het was de hoofdas van de Romeinse stad, met belangrijke openbare gebouwen eromheen. De zuilengangen waren over de gehele lengte geplaveid met rijke mozaïeken. Sommige zuilen zijn ontworpen als spiraalvormige fluiten, een vrij zeldzame stijl die gedurende een korte periode populair was in het Oost-Romeinse Rijk.

Apamea

De wandeling naar het einde van de zuilengang is zo lang dat ik hem niet helemaal heb voltooid en mijn superzoomcamera heb gebruikt om foto’s te maken van wat zich aan het einde bevindt.

Ugarit

Ugarit (of Ugrarit) ligt net buiten de Syrische kuststad Latakia. De archeologische vindplaats is omheind, bemand, heeft informatiepanelen in het Arabisch, Engels en Frans en vereist entreegeld. De plaats staat vooral bekend om zijn revolutionaire rol in de geschiedenis van het schrift: de schrijvers in deze handelsstad vonden het eerste fonetisch schrift uit, het eerste alfabet met 30 letters, om tegemoet te komen aan de sprekers van vele verschillende talen die op doorreis waren en hun diensten nodig hadden.

Ugarit

Hun stad bloeide in de late bronstijd, in het tweede millennium voor Christus, toen het Ugaritische koninkrijk gebieden beheerste tot diep in wat nu Noordwest-Syrië is. Natuurlijk weet ik wat we kunnen verwachten bij een bezoek aan een plek die zo oud is als deze, maar mijn vier reisgenoten haakten af ​​bij de eerste aanblik van dit veld met stenen. Ze wachtten in de schaduw bij de ingang tot ik mijn privétour met een lokale gids zou afronden.

De plek werd pas in 1928 herontdekt en is grotendeels onopgegraven. Toch zijn de contouren van het enorme Koninklijk Paleiscomplex duidelijk te zien: het telde maar liefst 90 kamers. Een groot deel van het terrein is nu overwoekerd met onkruid – meer een teken van de vruchtbaarheid van de grond hier dan van gebrek aan onderhoud, zo werd mij verteld. We vonden zelfs de afgestoten huid van een slang, dus vanaf dat moment probeerden we gebieden met hoog gras te vermijden.

Ugarit

De archiefruimte waar de kleitabletten met het Ugaritische alfabet werden gevonden, is nu slechts een overwoekerd kamertje met een bord ter herinnering aan de historische gebeurtenis. De kleitabletten zijn grotendeels naar het Louvre verscheept, samen met Ugaritische sculpturen en zegels.

De Bradt Guide to Syria wijdt maar liefst 3 pagina’s aan Ugarit, een teken van het belang ervan. Er wordt met name aandacht besteed aan de waterwerken: resten van kanalen zijn overal te zien. Ze werden gebruikt om de weelderige fonteinen, het zwembad en de baden van het paleis van water te voorzien.

Over het algemeen deed de locatie me denken aan Kerkuane in Tunesië, hoewel dat Punisch-Fenicische werelderfgoed ongeveer 1000 jaar jonger is. De Oegariten hadden culturele banden met de (latere) Feniciërs, omdat ze een vergelijkbare Semitische taal spraken, actief waren in de zeehandel en dezelfde goden aanbaden, zoals Baäl. Zoals met zoveel van deze zeer oude locaties, zijn ze indrukwekkender op papier dan in het echt, maar het is een enorm historische plek waarvan we, dankzij de gevonden tabletten, behoorlijk wat weten.

Latakia, Tartus en Arwad

We overnachtten twee dagen op rij aan de Syrische kust. De badplaatsen Latakia en Tartus zijn nog steeds in trek bij binnenlandse toeristen. Er zijn grote strandhotels en het leven lijkt er wat uitbundiger. We hadden er ook een rustmoment in de reis, dus veel bezienswaardigheden heb ik er niet gezien. Wel maakte ik ‘s avonds nog deze foto van de voormalige Kathedraal van Tartus, ooit opgetrokken door de kruisvaarders.

Kathedraal van Tartus

En we maakten een excursie naar Arwad, een klein eiland dat in het begin van het tweede millennium voor Christus door de Feniciërs werd bewoond. Het nog steeds bewoonde eiland ligt aan de overkant van de Syrische havenstad Tartus (het oude Tortosa), die mede door de vestingwerken werd beschermd. In de tijd van de kruistochten werd het door de kruisvaarders gebruikt als bruggenhoofd. Het was het laatste stuk land dat de kruisvaarders in het Heilige Land in handen hadden.

Arwad

Ik had er nog nooit van gehoord, maar in de oudheid was dit een belangrijke plaats. Strabo schreef erover en het komt voor in de Amarna-brieven en de Bijbel. Het bloeide van het tweede millennium voor Christus tot ongeveer 1300 en probeert nu een comeback te maken in het Syrische toerisme.

Hoewel het op onze route stond, probeerde onze gids ons ervan te weerhouden te gaan, omdat eerdere toeristen die hij erheen had gebracht het smerig vonden en hem waarschuwden het van de route te halen. Maar we waren koppig: mijn reisgenoten waren wel in voor een boottochtje en ik wilde een obscuur, mogelijk toekomstig werelderfgoed verkennen.

Het eiland is een populair uitstapje vanuit de stad Tartus: vanuit de jachthaven vertrekken voortdurend openbare veerboten voor de overtocht van 20 minuten. Op een zaterdagmiddag duurde het niet lang voordat onze boot vol zat met Syrische dagjesmensen.

Arwad

Ik stelde me het voor als het Keniase Lamu; er is ook geen gemotoriseerd verkeer op Arwad. Maar het is veel meer een verlengstuk van Syrische kustplaatsen zoals Latakia en Tartus. En, ja, ze zouden meer kunnen doen aan de afvalinzameling (vooral plastic), maar het viel mee met het vuil.

In het centrum van het eiland bevindt zich een citadel van kruisvaarders-, Mamelukken- en Ottomaanse oorsprong en een aantal souvenirwinkels. Een wandeling langs de kust van het hele eiland (het is slechts 800 bij 500 meter) is de moeite waard.

Arwad

Het meest opvallend zijn de wallen, die het best zichtbaar zijn aan de noordkant van het eiland. Deze werden gebouwd door de Seleuciden of zelfs de Feniciërs, met behulp van blokken die uit de natuurlijke rots van het eiland waren gehouwen en soms vermengd met de rotsbodem. Een kleine islamitische gebedsplaats is ook in de rots geïntegreerd. Aan de zuidkant produceert een scheepswerf nog steeds traditionele houten schepen.

Al met al is het een aangenaam uitstapje van een uur of twee als je in Tartus bent en wat tijd over hebt. Maar ik kan me niet voorstellen dat dit ooit genomineerd zal worden als werelderfgoed.

Arwad

Onderweg

Onderweg van Tartus naar Maaloula doen we nog een paar korte stops. De eerste is een spontane: de gids ziet vanuit een ooghoek een glimmend groen gebouwtje. Hij herkent het als een heiligdom van de Alawieten. Deze zijn allemaal groen, als symbool van vruchtbaarheid. We parkeren de bus een eindje verderop (pal naast het schrijn is een militair checkpoint) en lopen achterom.

Binnen staat een tombe, er wordt wierook gebrand en is er een heilzame steen. Er wordt uit de koran gebeden, maar de Alawieten vieren ook christelijke en heidense feestdagen. Ze worden vaak tot de Sji’ieten gerekend, omdat ze de opvolgingslijn van Ali volgen in de Islam, maar het is meer een vreemde mix typisch voor het Midden-Oosten.

Heiligdom Alawieten, Khirbat al-Ma'za

Daarna stoppen we in het plaatsje Safida, waar nog een toren uit de Kruisvaarderstijd overeind staat.

Safida

Rond lunchtijd komen we aan bij Mar Musa, het Klooster van de Heilige Mozes. Het ligt erg afgelegen en voor het eerst worden de chauffeur en gids veel vragen gesteld bij het checkpoint. Ze zijn bang dat we er willen overnachten en dan raken ze het overzicht kwijt.

We nemen echter alleen een kijkje van veraf. Het is een erg steile wandeling met trappen om omhoog te klimmen, alhoewel het niet meer dan 25 minuten schijnt te kosten. Het beste is echter om hier vroegn in de ochtend te komen, niet alleen vanwege de hitte maar ook vanwege de stand van de zon.

Mar Moussa

Maaloula

Eén van de charmes van het Midden-Oosten is het voortbestaan ​​van afgelegen christelijke gemeenschappen. Deze diversiteit is de kracht van de regio, maar ook de bron van veel onvrede. Maaloula is zo’n christelijk toevluchtsoord, en het wordt waarschijnlijk zelfs de volgende nominatie van Syrië voor Werelderfgoed. Het zou een “interessante” keuze zijn, een beetje zoals de Taliban die verslag uitbrengen over de staat van instandhouding van Bamiyan. Maaloula heeft het zwaar te verduren gehad in 2013/2014 toen het werd ingenomen door het Al Nusra Front, waarvan de voormalige leider nu de president van Syrië is.

De route van mijn reis was zo gepland dat we in Maaloula zouden zijn tijdens de Heilige Kruisverheffing, een jaarlijks terugkerend Christelijke feestdag van de lokale gemeenschap. Bij het naderen van de stad was de beveiliging ongetwijfeld aangescherpt: gewapende soldaten keken in de kofferbakken van auto’s en er waren ook honden (om bommen te ruiken?). Deze bewakers zijn allemaal 18- tot 20-jarige moslims met lange baarden, aangesteld door het nieuwe regime.

De ligging van de stad, op 1500 meter hoogte, is nog steeds prachtig, maar de gebouwen zijn flink beschadigd. Op de heuvels rondom de stad zie je recent toegevoegde christelijke symbolen, zoals een groot beeld van de Maagd Maria en een van Sint Charbel (een heilige in de Maronitische Kerk). Er is ook een soennitische moskee: de religieuze verdeling in de stad is ongeveer fiftyfifty, met meer christelijke Syriërs die vertrekken. Deze demografische veranderingen hebben ook gevolgen voor het voortbestaan ​​van de Aramese taal in de stad, één van de weinige plekken waar die nog gesproken wordt.

Maaloula

We begonnen ons bezoek bij St. Sarkis, een klooster van de Melkitische katholieke denominatie. Het werd gebouwd op de resten van een heidense tempel, en de hoefijzervormige altaartafel zou een christelijke aanpassing zijn van een heidens altaar (dat drainagekanalen had voor bloedoffers). Het klooster was ook rijk aan oude iconen. Helaas werden er tijdens de Burgeroorlog verschillende gestolen. Slechts twee werden teruggevonden en zijn teruggeplaatst. Het altaar is ook een replica.

Maaloula

Het klooster verkoopt lokaal geproduceerde wijn, die ze graag rond laten gaan om te proeven (zoet!), en heeft een goed gesorteerde winkel voor pelgrims en toeristen.

We hadden geen tijd om het andere hoofdklooster van Maaloula, het Grieks-orthodoxe klooster van Sint Thecla, te bezoeken, omdat de vrouw die ons ontving bij Sint Sarkis ons vertelde dat we snel naar het stadsplein moesten gaan, aangezien de kruisprocessie op het punt stond te beginnen. En inderdaad, we kwamen net op tijd aan om een ​​kleine groep christenen op straat te zien die een groot houten kruis droegen. Zo’n 100 inwoners, vergezeld door bijna evenveel toeristen als bewakers, brachten het kruis via de hoofdweg van het dorp naar de voet van de berg. Ik liep met de processie mee en moet zeggen dat het een vreemd gevoel was, een beetje alsof ik getuige was van het einde van een eeuwenoude traditie.

Maaloula Feest van het Kruis

Aan het einde van de weg klom de kern van de groep processiegangers (inclusief de oudere priesters) via een steil pad tegen de rotswand op en verscheen uiteindelijk op de top. Om 7 uur precies werden twee kruisen met elektrische lampen opgericht (het houten kruis was om onverklaarbare redenen aan het begin van de klim tegen een rots achtergelaten). Er werd vuurwerk afgestoken in de stad en sommige bedrijven ontstaken kerstversieringen. Een feestelijk vuur volgde. Misschien typerend voor de vele partijen in dit deel van de wereld is dat de katholieken van Maaloula feestvierden op de top van een klif, terwijl de orthodoxen (kleiner in aantal) hetzelfde deden op de heuveltop aan de andere kant van de stad.

Maaloula Feest van het Kruis

We hadden het perfecte uitkijkpunt gevonden om beide gemeenschappen in de gaten te houden: de ruïnes van het Safir Hotel, verwoest in 2014 (voor velen was het sowieso een doorn in het oog; het “heeft zich de toplocatie met uitzicht op het dorp toegeëigend, waardoor de skyline in het gedrang komt” (Bradt Guide 2006)).

Gelegen op een derde klif hoog boven Maaloula, bekeken we het schouwspel vanaf het voormalige terras van het hotelrestaurant. De enige andere aanwezigen waren vier bebaarde bewakers. Het gerucht ging dat het regime de christenen van Maaloula had toegestaan ​​om op elke gewenste manier feest te vieren en dat de beveiliging hen zou beschermen. Toch waren de mensen op hun hoede en het eindigde zeker niet in een groot straatfeest, zoals vroeger gebruikelijk was. Het meest indrukwekkend waren de vuren die op de heuveltoppen werden aangestoken, waarbij onder meer tientallen oude autobanden in brand werden gestoken om donkere rook te creëren.

Maaloula Feest van het Kruis

#991: Bosra

Wat is het?
De oude stad Bosra herbergt uitgebreide overblijfselen van Nabateese, Romeinse, Byzantijnse en Omajjadische bouwwerken. Als Romeinse kolonie en een belangrijk handelscentrum langs karavaanroutes, beschikte de stad over vele monumenten, zoals het goed bewaard gebleven theater. In de Byzantijnse periode werd Bosra de zetel van een aartsbisschop en werd er een kathedraal gebouwd. Bosra wordt ook geassocieerd met een belangrijke episode uit het leven van de profeet Mohammed.

Bosra

Cijfer: 7 (Een beetje doods, wat meer uitleg zou het goed hebben gedaan.)

Toegang: Je hoeft nergens entree te betalen.

Hoeveel tijd: 1,5 uur.

Opvallend: Vijf maanden geleden was ik vlakbij Bosra, toen ik Umm al-Jimal bezocht. Dat Jordaanse werelderfgoed ligt slechts 25 kilometer verderop en zou binnen de invloedssfeer van Bosra hebben gelegen. Hoewel de twee steden het kenmerkende zwarte basalt als belangrijkste bouwmateriaal delen, was Bosra duidelijk de meest prominente stad tijdens de Romeinse en Byzantijnse tijd.

We bezochten Bosra als dagtrip vanuit Damascus; de rit duurt slechts 1 uur en 45 minuten enkele reis. Het is een makkelijke afslag vanaf de strategische hoofdweg naar Amman. In de verte zagen we de Druzenstad Suwayda, de enige plaats die tijdens onze reis verboden terrein was verklaard vanwege gevechten in juli 2025 (niet op onze route). Alles was in orde op de grond in Bosra, maar hier en daar wat overgebleven graffiti getuigde van de prominente rol die de stad had gespeeld bij de omverwerping van het regime van Assad.

Bosra

Bosra heeft duidelijk een Oude Stad en een Nieuwe Stad. We parkeerden bij de ingang van de citadel (ja, er is er nog eentje in Syrië – ze bouwden graag kastelen). Deze is echter de omhulling van het grote Romeinse theater. Het is prachtig bewaard gebleven, inclusief het podium, en behoort tot de allerbeste in zijn soort. Het terrein van de citadel bevat ook een aantal mooie mozaïeken en sculpturen.

Bosra

Vooraf had ik een kaartje gemaakt met alle historische bezienswaardigheden. Ter plekke bleken ze er nog allemaal te zijn. De Omari-moskee, bekend als een van de oudste moskeeën in de islam, is het meest in het oog springend. De vierkante minaret en de open binnenplaats (nu overdekt met een plastic dak) zijn typerend voor vroege moskeeën. Wikipedia vermeldt de moskee als verwoest tijdens de oorlog (waarschijnlijk door een verwisseling met een moskee met dezelfde naam elders), maar hoewel het dak wat schade had opgelopen door beschietingen, leek de algehele staat mij in orde. De moskee is ook weer in gebruik als moskee.

Bosra

Toen ik me vooraf in de stad verdiepte, had ik verwacht dat de oude stad overwoekerd en overbebouwd zou zijn. Het Hippodroom, online bestempeld als “zeer moeilijk te zien”, is niet te missen als je vanaf het dak van de citadel naar het zuiden kijkt. Bosra lijkt meer op een stad met rechte straten en staande gebouwen ​​dan op een archeologische vindplaats. Tot voor kort woonden de lokale bewoners in of naast de oude gebouwen (of gebruikten ze als spolia), maar deze praktijk lijkt tijdens de oorlog te zijn uitgestorven.

Sommige delen hebben te lijden gehad van recente opgravingen/plunderingen en verschillende monumenten zijn zwaar beschadigd. Het “Bed van de Koningsdochter” is verwoest: dit was een goed bewaard gebleven Kalybe, een Romeinse openbare gevel die uitsluitend bestemd was voor het tentoonstellen van een standbeeld, waar rituelen voor werden uitgevoerd. Ze zijn van plan het te restaureren.

Bosra

Praktische info

Voorbereidingen

De belangrijkste voorbereiding is US dollars halen, omdat vrijwel alles in Libanon en Syrië cash betaald moet worden. Met de trein toog ik naar Amsterdam, waar ik bij Pott Change 150 EUR bespaarde op 2000 dollars ten opzichte van het GWK.

Voorts boekte ik de tour naar Syrië bij SyrianGuides. Ik trof het met een groepje van slechts 4 medereizigers (uit de VS, Engeland en Canada). De organisatie was ook uitstekend.

Vervoer

We werden met een minivan opgehaald in Beiroet. De reis door de rest van het land maakten we met een 20-zits minibus – dat was erg comfortabel voor 5 toeristen en 1 gids. De bus was nieuw, de airco goed en de chauffeur bekwaam.

Overnachtingen

Damascus, Dar Al Mamlouka: Boutique hotel in een gerenoveerd stadspaleis. Erg mooi van binnen. Goede kamer, goede wifi.

El Beit, Guesthouse: Nette kamers in het gebouw behorende bij de wijnproeverij. Vast bedoeld om de half-dronken reizigers een bed te kunnen bieden. Erg vriendelijk, ontbijt lekker buiten op de binnenplaats. Geen wifi en nauwelijks telefoondatabereik.

Aleppo, Riga Palace: alle sfeervolle hotels in de oude binnenstad zijn vernietigd tijdens de oorlog, dus verbleven we (net als alle andere westerlingen en zakenmensen in de stad) in dit moderne hotel op loopafstand van het centrum.

Latakia, La Mira: kolos met goedkope afwerking van binnen, echt strandhotel met mooi zeezicht vanaf het balkon. Heel druk met Syrische toeristen.

Tartus, Shahin Tower Hotel: groot, verouderd hotel. Ligging kon beter, te ver om te lopen naar de haven of restaurants.

Damascus, Beit al Mamlouka: van dezelfde keten als het eerste hotel, en net zo mooi en goed. Fantastisch ontbijt.

Eten

Het eten is één van de grootste pluspunten van Syrië. Het is wat in het buitenlands als “Libanees” te boek staat (“Syrisch” verkoopt niet zo goed), maar dan gevarieerder. Het noordwesten van het land is erg vruchtbaar en ze produceren alles zelf.

Ontbijt

Mijn Angelsaksische medereizigers misten soms wel iets warms bij het ontbijt, maar mij kun je niet gelukkiger maken dan met “Libanees” brood en dit:

Damascus ontbijt

Lunch/diner

De lunch, laat gegeten, is de meest uitgebreide maaltijd van de dag. Deze was inbegrepen in de kosten van de tour en de organisatie wist er elke dag iets speciaals van te maken, met recepten uit een bepaalde streek. Zoals deze kersen-kebab uit Aleppo:

Aleppo kersenkebab

Snacks

Voor ‘s avonds of tussendoor is er altijd wel een shwarma standje in de buurt. Verder zijn de Syriërs verzot op allerlei koekjes en desserts (voor mij waren deze meestal te zoet).

Damascus dessert

Kosten

Het is een erg goedkope bestemming. Vrijwel alles was inbegrepen in de kosten van mijn tour, die 1700 USD bedroeg inclusief eenpersoonskamer. Voor een fles water betaal je zo’n 0,50 EUR, voor een shwarma 2-3 EUR.

Je krijgt (september 2025) hele stapels Syrische ponden in ruil voor 150 USD:

Leave a comment

Previous:
Next: