- Programma
- #970: Fort Jesus
- Mombasa
- #971: Heilige Mijikenda Kaya-bossen
- #972: Gedi
- #973: Oude stad Lamu
- #974: Mount Kenya
- #975: Keniaanse Riftmeren
- #976: Thimlich Ohinga
- Praktische info
Programma
Ik was nog nooit echt in Kenia geweest: ooit sliep ik er een nacht en reed vervolgens direct door naar Tanzania. Dit keer doe ik een veelomvattende, zelfgeorganiseerde reis van 2,5 week met het openbaar vervoer langs 7 werelderfgoederen.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats | Hotel |
| 4 juni | Vlucht met Kenya Airways via Londen en Nairobi. | Onderweg | Vliegtuig |
| 5 juni | Aankomst Mombasa in de vroege ochtend. Bezoek Fort Jesus (WE1) en de Oude stad van Mombasa. | Mombasa | Hotel Sapphire |
| 6 juni | Bezoek aan Kaya Kauma, één van de Heilige Mijikenda Kaya-bossen (WE2) als halve-dagtour. | Mombasa | Hotel Sapphire |
| 7 juni | Met bus of matatu naar Watamu (2u). Vanaf daar bezoek aan de ruïnes van Gedi (WE3). | Watamu | Simba House |
| 8 juni | Bezoek aan het Arabuko-Sokoke park | Watamu | Simba House |
| 9 juni | Met taxi naar vliegveld van Mombasa. Vlucht naar Lamu met Skyward Express in de middag. | Lamu | Amu House |
| 10 juni | Oude stad van Lamu (WE4). Later op de dag eiland verkennen en met een dhow op het water. | Lamu | Amu House |
| 11 juni | Vlucht naar Nairobi met Jambojet. | Nairobi | Best Western Plus Meridian Hotel |
| 12 juni | Bus of Matatu naar Naro Moru (3-4u). | Naro Moru | Naro Moru River Lodge |
| 13 juni | Dag relaxen en vogels kijken rond de lodge | Naro Moru | Naro Moru River Lodge |
| 14 juni | Dagtocht naar het Ngare Ndare bos, onderdeel van Mount Kenya (WE5) | Naro Moru | Naro Moru River Lodge |
| 15 juni | Taxi naar Nyeri, en vanaf daar in een kleine 3 uur verder naar Nakuru. | Nakuru | Midland Hotel |
| 16 juni | Safari van een halve dag in Lake Nakuru Nationaal Park, onderdeel van de Riftmeren (WE6) | Nakuru | Midland Hotel |
| 17 juni | Bus naar Kisumu (4 uur) | Kisumu | Imperial Hotel Express |
| 18 juni | Lange dagtocht naar Thimlich Ohinga (WE7) | Kisumu | Imperial Hotel Express |
| 19 juni | Vlucht Kisumu – Nairobi met Kenya Airways | Nairobi | Panari Hotel |
| 20 juni | Vlucht Nairobi – Amsterdam met Kenya Airways | Thuis | Thuis |
#970: Fort Jesus
Wat is het?
Fort Jesus in Mombasa is een fort dat door de Portugezen werd gebouwd om de handel in de Indische Oceaan te controleren. Later kwam het onder Arabische, Swahili- en Engelse controle. Het fort was het eerste fort in Europese stijl dat buiten Europa werd gebouwd. Het was een nieuw type vestingwerk dat bestand was tegen kanonvuur en is gebouwd volgens het renaissance-ideaal.
Cijfer: 5 (Het is een oud fort zoals er zoveel op de Werelderfgoedlijst staan. Wel één van de alleroudsten trouwens in de overzeese gebieden van de Europese zeemachten.)
Toegang: 1250 Keniaanse shilling (8,5 EUR).
Hoeveel tijd: 45 minuten.
Opvallend: Het fort ligt in het hart van Oud Mombasa, en is ook vanaf mijn hotel goed te bereiken. Ik neem een tuktuk die me voor de deur afzet. Er hangen zoals verwacht veel gidsen rond, maar die negeer ik. Betalen voor je kaartje kan eigenlijk alleen digitaal, maar voor buitenlandse bankkaarten werkt dat vaak niet goed dus verkoopt men me maar een kassabon in ruil voor cash geld.
Het fort is zo’n 10 jaar geleden flink opgeknapt met geld en hulp uit Oman. Waarschijnlijk om die reden is het Omaanse deel van de geschiedenis van het fort nogal overbelicht. Er zijn in ieder geval een paar prachtige Omaanse houten deuren teruggeplaatst.
Uit de Portugese tijd is het San Mateus bastion het meest interessant. Hier zijn muurschilderingen gevonden, aangebracht door zeelieden en soldaten in de 17de eeuw. Ze zijn in 1967-1968 van de muur verwijderd, gerestaureerd en weer teruggeplaatst.
Verder zie je op het terrein vooral de standaarddingen van een fort: de torens, de kanonnen, de waterput. Het is desondanks een drukbezochte plek, zowel door toeristen als lokale schoolkinderen.
Mombasa
Vanaf Fort Jesus loop je zo Oud-Mombasa in. Dit is een rustig deel van de stad met weinig verkeer, waar je nog veel gebouwen ziet uit de geschiedenis van deze havenstad sinds de 16de eeuw. Kenmerkend zijn de brede, houten balkons. Eén van de mooiste is dit oude postkantoor (1899), dat werd gebouwd om Indiase arbeiders berichten naar huis te laten sturen.
Terwijl ik hier zo op mijn gemak liep, werd ik slachtoffer van een vreemde aanslag! De moordpoging werd gepleegd door een Keniaanse geit, die besloot te vluchten uit zij gevangenschap en van een balkon naar straatniveau sprong. Zijn hoef kneusde mijn hand blauw, maar hij had net zo goed op mijn hoofd kunnen landen. Het moet een absurd tafereel zijn geweest om te zien, maar de Kenianen laten zich niet afschrikken door een beetje chaos en onvoorspelbaarheid.
Typisch voor de Swahili-architectuur van Mombasa is ook het decoratieve pleisterwerk rond de ramen en deuren.
#971: Heilige Mijikenda Kaya-bossen
Wat is het?
De Heilige Mijikenda Kaya-bossen bestaan uit de overblijfselen van talloze versterkte dorpen (kaya’s) die door de Mijikenda-bevolking als heilig worden beschouwd. De kaya’s bestaan uit een cirkelvormige palissade in het bos, met huizen en een ontmoetingsplaats voor de ouderen. De dorpen werden gesticht in de 16de eeuw, maar zijn nu verlaten en worden beschouwd als de verblijfplaatsen van hun voorouders. Ze worden vereerd als heilige plaatsen en worden daarom onderhouden door raden van ouderen. De toegang is beperkt, wat een positieve invloed heeft gehad op de biodiversiteit van de bossen.
Cijfer: 5,5 (Het was een enerverende tocht die uiteindelijk toch succesvol uitpakte.)
Toegang: Onderhandelbaar! Ik betaalde uiteindelijk 8.000 KSh (56 EUR)
Hoeveel tijd: Anderhalf uur.
Opvallend: Het is lastig zo’n Kaya te bezoeken, en dan specifiek eentje van de zeven die deel uitmaken van dit werelderfgoed. Na enig zoekwerk stuitte ik op Kaya Kauma. Ik ging erheen met een privétour van een halve dag vanuit Mombasa met Diani Summer Tours.
Kaya Kauma wordt beheerd door de Raad van Oudsten van de Kauma, een van de negen groepen die samen bekendstaan als de Mijikenda. Het ligt op ongeveer twee uur rijden ten noorden van Mombasa. Mijn chauffeur begon zijn introductie met: “Ik ben er nog nooit geweest, maar ik heb een plan.” Gelukkig was hij een volhardende man, want we waren amper de grote stad uit toen hij werd gebeld door zijn contactpersoon, de secretaris van de Raad van Oudsten. De secretaris verklaarde dat, hoewel er van tevoren een bezoek was afgesproken, het niet zo’n geweldige dag was omdat het vandaag een islamitische feestdag was én er een dode in het dorp te betreuren viel. De chauffeur antwoordde dat hij een toerist bij zich had en toch zou komen. Een halfuur later kreeg hij opnieuw een telefoontje, met de mededeling dat de afgesproken prijs niet voldoende was – de man uit Kauma eiste nu 25.000 KSh (ongeveer 175 euro). Een belachelijk bedrag voor Keniaanse begrippen, dat noch de reisorganisatie, noch ik wilden betalen, maar de chauffeur reed gewoon door naar onze bestemming. Later kreeg hij een geruststellender telefoontje van een andere man uit het dorp vlakbij de Kaya (Jaribuni), die zei dat we er wel uit zouden komen.
De laatste 12 km naar de Kaya gaat over een vreselijke weg die een auto met hoge bodem en een ervaren chauffeur vereist. Er is nergens bewegwijzering, dus ik leidde mijn chauffeur met behulp van Google Maps-navigatie. In Jaribuni stapte de lokale contactpersoon in onze auto en reden we verder naar het bos. In de laatste kilometer zagen we eindelijk een bord met de tekst ‘Kaya Kauma – het Heilige Mijikenda-bos’. We kwamen aan de rand van het bos terecht, waar we konden parkeren en de voorzitter van het Kaya Kauma Conservation Committee stond ons op te wachten.
Na een vriendelijk welkom hervatten de financiële onderhandelingen zich. Het bleek dat de Kauma een “Bhutaanse” benadering van toerisme hanteren: “hoogwaardig, weinig impact”. Mijn chauffeur, die van Diani Beach kwam, betoogde dat de Kaya’s in zijn regio (bekend om het massatoerisme) gemakkelijk toegankelijk zijn en een lage prijs hebben. De Kauma vroegen 25.000 KSh voor een bezoek aan het heilige binnengebied van de Kaya, of 15.000 KSh voor een bezoek aan alleen het bos. Ik koos voor het laatste en we wisten de prijs uiteindelijk te verlagen tot 8.000 KSh.
Vervolgens volgden we de Kauma-functionaris het bos in. Hoewel alle Kaya’s door verschillende groepen zijn aangelegd, delen ze vergelijkbare kenmerken. Een daarvan is een traditioneel pad, de mwara; doorgaans leiden er maar twee van dergelijke paden naar de Kaya. Dat pad leidde ons eerst langs de boomkwekerij, waarmee de Kauma het natuurlijke bos ‘aanvullen’ met planten en bomen die eetbare vruchten dragen. Het bos zelf is dicht, maar niet erg hoog. Delen ervan zijn ‘afgezet’ met stroken rode stof. We kwamen bij de ingang van het heilige gebied terecht, en zoals afgesproken mochten we er niet in. Mensen die wel naar binnen mogen, moeten hun schoenen achterlaten en een offer achterlaten in een grote kruik. De ingang heeft een hele rij stroken rode stof, plus resten van een palissade die vroeger werd gebruikt om vreemden buiten te houden.
Vlak voor de ingang bevindt zich ook de (ongemarkeerde) begraafplaats van de clanleiders – onze gids vertelde dat zijn voorouders daar begraven lagen. Een zijweg leidde ons naar een open plek in het bos, waar het Kaya Kauma Comité nu bijeenkomt. Een oudere man woont er permanent. Voor hem en ten behoeve van het comité werden er op traditionele wijze vier formidabele strohutten gebouwd. Ze hebben sterke deuren van twijgen en zelfs ‘ramen’.
We zaten een tijdje bij de man om te praten. Er werd een gastenboek voor bezoekers tevoorschijn gehaald: voor 2025 was ik de zesde persoon die in het boek schreef. Ik bladerde erdoorheen, maar herkende geen enkele naam uit de werelderfgoedgemeenschap. De jaren 2023 en 2024 zagen er niet veel drukker uit dan 2025, waarschijnlijk zo’n 20 berichten per jaar.
#972: Gedi
Wat is het?
De historische stad en archeologische vindplaats Gedi omvat de overblijfselen van een Swahili-kustnederzetting en maritiem handelscentrum dat floreerde tussen de 12de en 15de eeuw. De stad, verlaten in de 17de eeuw, had binnen- en buitenmuren, met een indeling naar sociale klasse. Ook de kenmerkende stratenstructuur, enkele zuilengraven, het paleis en de twee grote moskeeën zijn bewaard gebleven. De meeste gebouwen zijn gebouwd van koraalsteen uit de Indische Oceaan.
Cijfer: 6 (Voor het eerst originele Swahili-architectuur voor mij, dat was interessant. Het is verder niet zo groot en ook niet zo spectaculair.)
Toegang: 550 KSh (3,80 EUR)
Hoeveel tijd: Een uurtje.
Opvallend: De ruïnes van Gedi zijn populair, waarschijnlijk vanwege hun gunstige ligging bijna direct aan de hoofdweg tussen Mombasa en Malindi langs de Keniaanse kust. Ik arriveer bij de kruising met een matatu uit Mombasa en spring achterop een motor voor de laatste 1,5 km naar de ruïnes.
Net als overal tegenwoordig in Kenia is het een circus bij de ingang, omdat ze alleen online betalingen accepteren, wat voor buitenlanders lastig is. Er hangen dus tussenpersonen rond die voor een kleine commissie een kaartje voor je kopen via hun telefoon.
Na betaling ontwijk ik de gidsen en ga alleen verder. De bewegwijzering is slecht, maar dat maakt niet uit: er is een binnenste zone waar alle monumentale gebouwen staan en een buitenste zone met voornamelijk bos en hier en daar een muur. Samen vormen ze twee ringen. Ik had van tevoren recensies gelezen die vrijwel zonder uitzondering lovend waren over de gidsen die de inheemse Sykes-apen bananen voerden. Gelukkig lijkt deze praktijk inmiddels te zijn afgeschaft, er staan borden met “dieren niet voeren” en ik zie slechts een paar apen van veraf.
De geschiedenis van Gedi is goed onderzocht. Het was een laatmiddeleeuwse Swahili-kusthandelsstad, maar het ligt 6 km van de zee en is omgeven door bos. Deze locatie (en het feit dat het al vroeg werd verlaten) heeft bijgedragen aan de goede staat van de overgebleven gebouwen, iets wat het onderscheidt van andere Swahili-kustnederzettingen. Met zijn bosrijke omgeving lijkt Gedi vooral op een kleine Maya- of Khmer-site, met een centraal terrein waar de belangrijkste gebouwen, zoals het paleis en diverse moskeeën, stonden.
De stenen gebouwen zijn nog redelijk te herkennen, maar in hun tijd werden ze omringd door veel meer lemen gebouwen waar de gewone mensen woonden (daar is niks meer van terug te vinden). Onder de monumenten springen de stenen pilaargraven er uit. Die pilaargraven zijn kenmerkend voor de architectuur aan de Swahili-kust. Het belangrijkste graf hier in Gedi lijkt op een schoorsteen en heeft in steen uitgehouwen decoraties. Door zijn hoogte van 3 meter is hij van veraf te zien, wat waarschijnlijk ook de bedoeling was.
#973: Oude stad Lamu
Wat is het?
De oude stad Lamu is het oudste en best bewaarde voorbeeld van een Swahili-nederzetting in Oost-Afrika. De stad heeft tot op de dag van vandaag haar authentieke bouwstructuur behouden, met culturele invloeden uit Europa, Arabië en India. Als conservatieve en gesloten gemeenschap heeft Lamu een belangrijke religieuze functie en is het tevens een belangrijk centrum voor onderwijs in de islamitische en Swahili-cultuur.
Cijfer: 7 (Hoewel nergens de tijd natuurlijk echt stilstaat, is het Oude Lamu behoorlijk authentiek door z’n conservatief-Islamitische inborst, stratenpatroon en typische architectuur. Ondanks dat veel van de traditionele huizen in buitenlandse handen zijn, is het niet echt gegentrificeerd, de restaurants en guesthouses zijn bescheiden en het leven gaat gewoon door zoals altijd in de smalle straatjes.)
Toegang: Gratis. Ik betaalde alleen 550 KSh voor de toegang tot het museum en 3000 KSh voor een stadswandeling met gids.
Hoeveel tijd: Ik was er anderhalve dag.
Opvallend: Ik verbleef twee nachten in een gerenoveerd traditioneel huis in een van de smalle steegjes van de oude stad van Lamu. Ik genoot ervan wakker te worden gemaakt door de oproep tot gebed (dit is een conservatieve islamitische gemeenschap) en ‘s ochtends te genieten van een stevig Swahili-ontbijt. Door de dikke muren was mijn kamer de hele dag vrij donker, maar in deze huizen zorgt de binnenplaats, de zitjes in de openlucht en het dakterras voor een briesje en vitamine D (handig voor de moslimvrouwen die vroeger niet naar buiten mochten). Het was vroeger niet makkelijk om zo’n huis binnen te komen – er is een enorme houten voordeur plus een aangrenzende wachtruimte buiten (zie foto). Er bestaan nog steeds veel van dergelijke huizen in de oude stad, vaak gekocht door buitenlanders omdat ze te duur zijn voor de lokale bevolking (niet alleen de aankoop, maar ook de renovatie en het onderhoud).
Ik liep alle straten van de stad meermaals door, één keer ook met een privégids. Het startpunt is het centrale plein, achter de witte bogen van ‘Welkom in Lamu, een UNESCO Werelderfgoed’ en voor het Lamu Fort. Het fort werd aan de kust gebouwd, maar er staat nu een blok gebouwen en een corniche tussenin op land dat tijdens de Britse periode op de zee werd gewonnen. Het plein is een populaire ontmoetingsplek en er staan overal bankjes waar (voornamelijk) mannen kunnen vertoeven.
Vanaf hier kun je de twee met elkaar verbonden stadsdelen inlopen, het nieuwere (eind 19e eeuw) met stenen gebouwen en het oudere met metselwerk van mangrovehout, modder en koraal. Het vervoer gebeurt nog steeds grotendeels te voet, hoewel er ezels worden ingezet om zware lasten te dragen.
Er zijn ook wat motoren en tuktuks. Ik merkte dat de kleine steegjes er redelijk schoon uitzagen – de gids vertelde me dat de stad ze schoonmaakt, en er is ook de natuurlijke kracht van regenwater dat van de heuvel naar de haven stroomt. Alle straten zijn verbonden met kleine kanalen. In de straten leven ook veel zwerfkatten, die er vaak slecht verzorgd uitzien. Mensen tolereren ze omdat ze ratten vangen, wat een probleem kan zijn in de oude huizen.
Er is een overdekte markt in een herbouwd gebouw. Ze verkopen voornamelijk fruit, groenten en (volgens mijn gids) “derderangs vis” (het beste van de dagelijkse vangst gaat rechtstreeks naar restaurants of het vasteland). Op het eiland worden alleen mango’s en kokosnoten geoogst, dus de meeste producten op de markt worden geïmporteerd.
De stad zou ook zo’n 40 moskeeën hebben. De meeste mensen zijn soennieten, maar er zijn ook enkele sjiitische en wahabistische moskeeën. We bezochten de oudste moskee van de stad, de Msikiti Wa Pwani. Net als vele andere moskeeën is deze van buitenaf nauwelijks als moskee te herkennen. Er is geen zichtbare minaret. In het nieuwere deel van de stad ligt de huidige hoofdmoskee. Deze heeft ook een gerenommeerde madrassa, die studenten van heinde en verre aantrekt (de leraren zijn Egyptisch).
De lokale gebruiken moderniseren langzaam een beetje, en je ziet tegenwoordig veel vrouwen op straat, hoewel velen van hen volledig bedekt zijn met een niqab die ook het gezicht bedekt. Toeristen wordt ook verzocht zich bescheiden te kleden, wat betekent dat ze in ieder geval hun schouders en knieën moeten bedekken.
Het Lamu Museum is te vinden aan de Corniche. Het is gevestigd in een prachtig gebouw aan de kust, met arcades en een veranda. Net als het museum bij Fort Jesus in Mombasa is het onlangs gerenoveerd met de Omaanse overheid als sponsor. De Omani’s willen waarschijnlijk een stukje van hun voormalige rijk terug, aangezien de banden tussen Oman en de Swahili-kust worden benadrukt. Ook worden de Omaanse sultan(en) en Omaanse forten verheerlijkt op de bovenste verdieping van het museum.
#974: Mount Kenya
Wat is het?
Mount Kenya National Park beschermt het Afro-alpiene gebied rond Mount Kenya, de op één na hoogste berg van Afrika met 5199 meter. De berg is een uitgedoofde vulkaan met 12 overgebleven gletsjers op de hellingen, die zich snel terugtrekken. Ook zijn er verschillende kleine meren en is het het belangrijkste waterwingebied voor twee grote rivieren in Kenia. Het gebied omvat ook de Lewa Wildlife Conservancy en het Ngare Ndare Forest Reserve in de uitlopers van de bergen, die op de migratieroute van de Afrikaanse olifant liggen.
Cijfer: 6,5 (Ik genoot van mijn verblijf in de Naro Moru River Lodge met z’n prachtige vogels en planten, maar de kenmerkende hogere vegetatiezones van Mount Kenya zijn helaas niet zo makkelijk te bereiken.)
Toegang: De entree was inbegrepen in mijn dagtour, die 250 USD kostte.
Hoeveel tijd: Ik was 3 nachten in de omgeving, waarvan een halve dag in de kernzone (Ngare Ndare Forest).
Opvallend: Ik schat dat 90% van de “bezoeken” hier van een afstandje zijn. Zelfs dan is de berg, met zijn karakteristieke ruige, met gletsjers bedekte toppen, niet altijd even goed te zien, omdat hij vaak in wolken gehuld is. Het beste dat ik kon krijgen was een silhouet om 7 uur ‘s ochtends vanaf het terrein van mijn lodge.
Mount Kenya staat bekend om zijn verschillende vegetatiestroken met Afro-alpiene flora van de voet tot de top. Ik verbleef 3 nachten in de Naro Moru River Lodge, een kleine oase buiten de parkgrenzen, waar je de vegetatie en het dierenleven van de lagere regionen van de berg op 1970 meter hoogte kunt ervaren. ‘s Nachts kun je het gekrijs van de boomklipdassen horen, en kom je veel vogels tegen die typisch zijn voor de regio (de vogellijst van de lodge bevat maar liefst 399 soorten). De bergbijeneters gaven een goede show, maar mijn favoriet was de Bergdrongovliegenvanger met zijn kenmerkende witte ring rond de ogen.
Om het kerngebied van het werelderfgoed te betreden, zijn er drie opties: Mount Kenya National Park, Lewa Wildlife Conservancy en Ngare Ndare Forest. De laatste twee waren latere uitbreidingen en omvatten ook de olifantencorridor, waar Afrikaanse olifanten met het seizoen migreren, weg van de berg als het te koud wordt en terug als het te droog wordt in de laaglanden. Ze hebben hier zelfs een olifantentunnel, om de hoofdweg te vermijden!
Ik besloot het nationale park niet te bezoeken, omdat alle wandelingen daar zwaar leken (bergopwaarts op grote hoogte). Lewa Conservancy is een voormalig privéreservaat, nu eigendom van een NGO, met alleen exclusieve accommodaties op het terrein en zeer hoge toegangsprijzen (198 USD per dag). Dus bleef over Ngare Ndare Forest, dat wordt beheerd door een lokale organisatie die ecotoerisme promoot.
Ik ging erheen met een chauffeur/gids van mijn lodge. Als je de bevolkingsdichtheid in dit gebied ziet en de vele boerderijen (die voornamelijk bloemen en lijnzaadolie produceren), begrijp je meteen wat een succes het is geweest op het gebied van natuurbehoud dat het resterende bos van Ngare Ndare nu beschermd is. We pikten een gewapende ranger op bij de ingang, omdat alle verkenningen hier te voet plaatsvinden en er wilde dieren rondlopen (waaronder de vrij gevaarlijke olifanten en zwarte neushoorns). De ranger begon met te vertellen dat hij gisteren een waarschuwingsschot moest lossen toen hij een olifantenfamilie tegenkwam tijdens het begeleiden van een groep toeristen.
Het programma dat Ngare Ndare aanbiedt, staat vast: er is een boswandeling van 3 km naar een natuurzwembad, en daarna word je naar de Canopy Walkway gestuurd. Je betaalt per toerist per dag, plus een vergoeding voor een voertuig en een gids (alles wordt alleen via M-Pesa geïnd). Ik denk dat je een paar dagen van tevoren moet aankondigen dat je komt, tenminste, dat staat op hun website, en ze moeten natuurlijk wel rangers beschikbaar hebben.
De wandeling was een beetje een combinatie van een wandelsafari en een bospad. Op één giraffe na kwamen we geen grote dieren tegen, maar we zagen wel hun sporen. Ze zijn erin geslaagd om het aantal zwarte neushoorns op de locatie van Lewa Conservancy en Ngare Ndare in de loop der jaren op te krikken tot meer dan 270 (toen de locatie in 2013 werd geregistreerd waren het er slechts 74). Tussen de bomen vielen de Afrikaanse olijfbomen en de rode ceders op.
Ik sloot mijn bezoek af bij de Canopy Walkway (die ze “de brug” noemen). Het lijkt wel van ijzerdraad gemaakt, net als een hek. En hij is 450 meter lang. Vanwege het tijdstip zagen we niet veel vogels vanaf de brug, hoewel ik wel oog in oog kwam te staan met een prachtige Hartlaubs toerako.
#975: Keniaanse Riftmeren
Wat is het?
Het Keniaanse merensysteem in de Grote Riftvallei bestaat uit drie sodameren in het stroomgebied van de vallei, bekend om hun hoge concentratie kleine flamingo’s. Lake Elementaita, Lake Nakuru en Lake Bogoria zijn ondiep, alkalisch en hydrogeologisch met elkaar verbonden door ondergrondse watersijpeling. De alkaliniteit van de drie meren bevordert de overvloedige groei van groene algen, die voedsel vormen voor de kleine flamingo’s die zich in grote aantallen in de meren verzamelen en tevens broedende grote witte pelikanen en trekvogels aantrekken.
Cijfer: 6,5 (Het is te duur voor wat het is: een omheind ‘safaripark’ met geïntroduceerde diersoorten)
Toegang: 60 USD voor buitenlanders.
Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 6 uur.
Opvallend: Sinds ongeveer 2015 kampt het Keniaanse merenstelsel met ernstige overstromingen. De oorzaken zijn nog niet volledig duidelijk, maar de hogere jaarlijkse regenval, degradatie van het omliggende land door ontbossing en verstedelijking, en mogelijk zelfs het ‘sluiten’ van de tektonische platen onder de Rift spelen een rol. De overstromingen houden de flamingo’s weg van hun ooit zo geliefde leefgebied, omdat ze niet in diep water kunnen waden en het zoutgehalte van het water ook is veranderd.
Ik bezocht het werelderfgoed tijdens een privésafari van een halve dag in Lake Nakuru National Park. De stad Nakuru ligt direct aan de rand van het park, dus het kost niet veel moeite om er te komen. Vlak achter de poorten wordt al duidelijk welke gevolgen de overstromingen voor Lake Nakuru hebben gehad. Langs de kustlijn staat een bos van dode bomen en zelfs enkele elektriciteitsmasten staan nu in het meer. De parkbeheerders moesten ook een nieuwe weg aanleggen om bezoekers te kunnen ontvangen. En het is niet meer mogelijk om met de auto een hele lus rond het meer te maken. We kwamen op ongeveer 60% en keerden toen om.
Er zijn niet veel wegen in het park, dus het is aan te raden om het op een doordeweekse dag te bezoeken, aangezien het in het weekend erg druk kan zijn met Keniaanse dagjesmensen. Alle dieren zijn duidelijk gewend aan mensen die vrij dicht langsrijden, zelfs de normaal gesproken zo schuwe impala’s keken er niet van op. Nu de flamingo’s grotendeels verdwenen zijn, zijn de pelikanen de belangrijkste soort bij het meer.
Op het land zijn de neushoorns de sterren. Lake Nakuru NP heeft zowel witte als zwarte neushoorns – ze werden hier in 1984 geïntroduceerd en floreren sinds het park omheind is en er geen stroperij meer is. Ze zijn gemakkelijk te zien en bewegen zich vaak in kleine groepjes. Andere opvallende waarnemingen tijdens mijn gamedrive waren onder andere een paar Rothschild giraffen met witte sokken en een slapende mannetjesleeuw.
Het landschap kent zijn ups en downs – er zijn veel saaie stukken, maar vooral aan de oevers van het meer ook een paar uitstekende. Mijn beste ervaring met de Grote Riftvallei was echter al een dag eerder, toen mijn matatu van het Mount Kenya-gebied naar Nakuru zich met halsbrekende snelheid in deze depressie in het landschap stortte.
#976: Thimlich Ohinga
Wat is het?
De archeologische site Thimlich Ohinga omvat vier grotere versterkte nederzettingen die de best bewaarde voorbeelden zijn van stapelmuurbouw rondom het Victoriameer. De omheiningen van gestapelde stenen muren omvatten gemeenschappelijke nederzettingen (Ohingni) met boerderijen, veeteelt en ambachtelijke bedrijven. Ze werden vanaf de 16de eeuw gesticht door de vroege herdersgemeenschappen van het Victoriameer.
Cijfer: 5,5 (Interessant om dit deel van Kenia en de lokale bevolking te leren kennen.)
Toegang: 500 KSh (3,5 EUR).
Hoeveel tijd: Anderhalf uur, plus de lange rit er naar toe.
Opvallend: Dit is op het moment één van de twintig minst bezochte plaatsen in de werelderfgoedgemeenschap. Slechts drie reizigers waren er vóór mij, en deze lage populariteit werd bevestigd door een blik op het gastenboek, dat ongeveer tien vermeldingen per maand voor 2025 liet zien. De locatie ligt gewoon te ver van de algemene Keniaanse toeristische routes, die zich richten op de stranden aan de oostkust en de safariparken in het centrum. Het ligt echter wel dicht bij het Victoriameer in een mooie landelijke omgeving.
Ik kwam er met een chauffeur/gids vanuit Kisumu (de vierde grootste stad van Kenia), vanwaar dagelijks vluchten naar Nairobi vertrekken en waar je prima kunt overnachten, eten en winkelen. We deden er 3 uur en 20 minuten over om er te komen. De afstand is slechts 163 km, maar de laatste 19 km is over een onverharde weg – zand met wat stenen en kuilen, maar goed te doen met een 4×4. Vanaf die weg staat Thimlich ook aangegeven. Na ongeveer 12 km stond de weg verderop onder water (dit is mogelijk niet het geval als je later in het droge seizoen aankomt) – een voorbijganger wees ons een omleiding aan, die ook duidelijk zichtbaar was op maps.me.
Hoewel heel Kenia digitaal is geworden, accepteert deze site alleen contante betalingen. De toegangsprijs voor buitenlanders bedraagt momenteel 500 KSh (3,50 EUR). Later hoorde ik dat het personeel zich in de steek gelaten voelt door de Nationale Musea van Kenia en de provincie; er is bijvoorbeeld geen elektriciteit of stromend water op de site. Het is ook een goed idee om je eigen lunch mee te nemen, aangezien er in de omgeving niets te vinden is. De reisorganisatie had voor de chauffeur en mij de Keniaanse favoriet kip-met-friet ingepakt.
Al deze tekenen van afgelegenheid en onbekendheid doen niets af aan de toewijding van het personeel. Je krijgt een rondleiding over de site, die ongeveer 1,5 uur duurt. De rondleiding begint bij het ‘modelcomplex’, waar de woningen zijn nagebouwd van de mensen die met hun vee leefden binnen de stenen omheiningen die nu Thimlich Ohinga vormen. De gids legde hun gebruiken uit, waaronder de prominente rol van de eerste vrouw in de familieopstelling (de patriarch had er vier).
Vervolgens betraden we de eerste van de vier overgebleven omheiningen in Thimlich Ohinga. Direct naast de poort vind je een schattige zelfgemaakte houten werelderfgoedplaquette. De poorten en de muren zijn bijna te perfect gerestaureerd. De droge stenen muren hebben grotere (onbewerkte) stenen aan de buitenkant en een laag kleine stenen in het midden om ze stabiel te houden. Aan weerszijden van de enige ingang bevinden zich uitkijktorens, wat het defensieve karakter van het bouwwerk bevestigt. De ingangen zijn ook laag, om naderende mensen verder te hinderen.
Binnen de muren is er niet veel meer over – hier zouden de hutten van de verschillende familieleden hebben gestaan, gemaakt van modder en stro. De site beslaat een vrij groot gebied en delen ervan zijn overwoekerd, sommige (zoals het vierde complex op een heuvel) zo erg dat het niet meer toegankelijk is. Er zijn opgravingen gedaan in de jaren 80, waarbij resten van ijzersmelting werden gevonden. Je kunt er ook slijpstenen zien, én ik zag de steen waarop een eeuwenoud spel werd gespeeld.
We bezochten drie van de complexen, waarvan de derde een kenmerkende “dubbele poort” had, waar grotere en kleinere dieren in en uit konden lopen.
Hoewel de uitgestrekte muren oppervlakkig gezien lijken op die van Groot-Zimbabwe en de sites een traditie van droge steenbouw delen, is Thimlich Ohinga veel jonger (zo’n 600 jaar) en was het “gewoon” een plek waar een paar uitgebreide families woonden (deze Ohingni kwamen vroeger veel voor in de pastorale gemeenschappen van het Victoriameer), in plaats van een hoofdstad van een invloedrijk koninkrijk zoals Groot-Zimbabwe. Al met al is het dus geen spectaculaire bestemming, maar het is toch de omweg waard, omdat het de bijzondere regio van het Victoriameer toevoegt aan de reisroute door Kenia.
Praktische info
Voorbereidingen
Voor aankomst moet je online een ETA invullen. Het vraagt wat details, maar binnen een minuut had ik de goedkeuring binnen.
Kenianen gebruiken M-Pesa als digitaal betaalsysteem om goederen en diensten te betalen. Zelfs de predikant die ons kwam zegenen voor een matatu-reis naar Nakuru accepteerde fooien via M-Pesa. Als je zelfstandig reist, kun je het beste je eigen M-Pesa-account aanmaken (je hebt een fysieke SafariCom-simkaart nodig). Voor kortere reizen of begeleide safari’s kun je nog steeds geld overmaken met contant geld, een creditcard en Wise-geldoverschrijving.
Bovendien kunnen vrijwel alle parken en culturele monumenten alleen worden betaald via het Ecitizen-portaal. Je maakt hier al een account aan wanneer je de ETA aanvraagt om het land binnen te komen. Ecitizen voor buitenlanders werkt of niet – ongeveer 90% heeft geen problemen, maar er zijn online veel klachten te vinden; het werkte voor mijn ETA, maar ik heb het nooit werkend gekregen voor parkbetalingen. Het hele systeem (dat bedoeld is voor Kenianen om openbare diensten aan te vragen, zoals een nieuw paspoort en allerlei vergunningen) is veel te ingewikkeld om alleen een toegangskaartje te betalen. De oplossing is om een Keniaan een kaartje te laten regelen. Soms kun je het in de laatste stap zelf regelen door je fysieke creditcard aan de kassier te overhandigen.
Vervoer
Ik vloog met Kenya Airways: heen was dat door veranderde vluchttijden via Londen en Nairobi naar Mombasa, terug rechtstreeks van Nairobi naar Amsterdam. De toestellen waren was aan de oude kant. Op de terugreis had ik 3 stoelen voor mezelf, net als alle andere gasten in Economy Comfort. Ook had ik twee binnenlandse vluchten met de lowcost maatschappijen Skyward Express en Jambo. Verwacht ook hier niet veel punctualiteit, maar het kwam uiteindelijk allemaal goed.
Kenia is dichtbevolkt, wat ook betekent dat er behoefte is aan frequent openbaar vervoer. Ik gebruikte meestal matatu’s, minibusjes (zie foto hieronder), die prima te doen zijn zolang je niet erg lang bent of veel bagage hebt. Ze nemen niet meer passagiers mee dan er zitplaatsen zijn (de politie voert regelmatig controles uit) en de meeste zijn expressbussen, wat betekent dat er onderweg niet gestopt hoeft te worden. Qua snelheid en kosten zijn ze moeilijk te verslaan.
In de steden is het het makkelijkst om gewoon achterop een motor te springen (boda boda). Daarnaast was ik het meest trots op mijn transfer van 100 KSh (0,70 EUR) met een gedeelde taxi van Kenyatta Airport naar het Central Business District in Nairobi, waarvoor de luchthaventaxi’s normaal gesproken 20-25 USD vragen.
Overnachtingen
Ik was erg tevreden met mijn keuze van hotels, alleen die in Watamu zou ik niet aanbevelen. De kamers waren zonder uitzondering zeer schoon en vaak was er een prima ontbijt inbegrepen, een paar keer zelfs al vanaf half 7 in de ochtend.
Mombasa, Hotel Sapphire (72 EUR met ontbijt): vriendelijk, schoon en modern hotel. Ik mocht al om 10 uur mijn kamer betrekken, heel fijn. Ligging ook heel goed, paar minuten lopen van grote supermarkt. En goed eigen restaurant.

Watamu, Simba House (54 EUR exclusief ontbijt): groot huis in de Italiaanse villawijk; nette kamer, verder nogal onpersoonlijk (de Italiaanse eigenaar spreekt nauwelijks Engels). De airporttransfer die ik hier boekte bij zijn contactpersoon was een drama – hij arriveerde een half uur te laat en wist in Mombasa de weg naar het vliegveld niet.

Lamu, Amu House (38 EUR, ontbijt apart betalen): traditioneel huis in de oude binnenstad, eenvoudige kamer, goed ontbijt.

Nairobi, Best Western Plus Meridian Hotel (45 EUR inclusief ontbijt): prettig en praktisch hotel in het Central Business District van Nairobi. Ruime, schone kamer en alles werkt. Goed restaurant.

Naro Moru, Naro Moru River Lodge (140 EUR half-pension): gelegen te midden van prachtige tuinen en een bos langs de rivier. Mijn kamer was de helft van een bungalow, met terras. Wat problemen met te heet of te koud water in de douche, en ook het eten had iets beter gekund. Maar de ligging maakt alles goed.

Nakuru, Midland Hotel Nakuru (64 EUR met ontbijt): Stijlvol hotel uit de koloniale tijd in het begin van de 20ste eeuw. Rustig maar toch midden in het centrum. Goed restaurant.

Kisumu, Imperial Hotel Express (64 EUR met ontbijt): IBIS-achtig hotel zonder fratsen aan een hoofdstraat van Kisumu, recht tegenover een goede supermarkt. Uitstekend ontbijtbuffet, al vanaf half 7 ‘s ochtends.

Nairobi, Panari Hotel (95 EUR): Groot airporthotel, een beetje in het niets tussen het vliegveld en het centrum. Alles goed geregeld, inclusief een gratis transfer naar het vliegveld.

Eten
Het eten was één van de prettige verrassingen van Kenia. Er is een gevarieerd aanbod. Vooral in de kuststreek was het goed: vis natuurlijk, maar ook veel Indiase invloeden. In het binnenland zijn ze iets meer gehecht aan de Brits-koloniale stijl, of de overal te krijgen kip-met-friet. Je eet vrijwel overal al voor 1.000 KSh (ca. 7 EUR).

Kosten
Openbaar vervoer en eten zijn erg goedkoop, en ook de hotels bieden waar voor je geld. De enige grotere kostenpost zijn de entrees tot nationale parken en georganiseerde dagtours.
De kosten, gedeeld door 15 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Kenia | 177 EUR | 77 EUR | 13 EUR | 18 EUR | 69 EUR |



































Leave a comment