- Programma
- #958: Umm Al-Jimal
- #959: As-Salt
- Amman
- Baghdad
- #960: Babylon
- Karbala
- Najaf
- #961: Ahwar van Zuid-Irak
- #962: Samarra
- #963: Hatra
- Mosul en Nineveh
- #964: Göbekli Tepe
- #965: Arslantepe
- #966: Divriği
- Praktische info Jordanië
- Praktische info Irak
- Praktische info Turkijë
Programma
In april ga ik in twee weken een flink gat op mijn reiskaart inkleuren, alhoewel ik in alle drie landen al eerder ben geweest. Het hoofddoel is Irak, dat ik bezoek via een groepsreis. Daarvoor en daarna ruim ik de restjes op in Jordanië en Turkije. Maar liefst negen nieuwe werelderfgoederen liggen op me te wachten.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats | Hotel |
| 9-april | Vlucht naar Amman met Lufthansa 11.15-22.10. | Amman | Kaya |
| 10-april | Bezoek aan Umm Al-Jimal (WE1) | Amman | Kaya |
| 11-april | Bezoek aan As-Salt (WE2) | Amman | Kaya |
| 12-april | In Amman. Vlucht naar Baghdad met Royal Jordanian 18.30-20.00. | Baghdad | Al Sadeer Palace |
| 13-april | Start van tour. City Tour Baghdad. | Baghdad | Al Sadeer Palace |
| 14-april | Eerst naar Babylon (WE3). Daarna door naar Karbala voor het Mausoleum van Imam Hussain. | Karbala | Awlad al Hassan |
| 15-april | Bezoek aan Najaf: Wadi-al-Salaam begraafplaats en het Imam Ali schrijn | Nassiriya | Al Sumaryon |
| 16-april | Ziggurat van Ur en de moeraslanden van Mesopotamië (WE4) | Baghdad | Al Sadeer Palace |
| 17-april | Bezoek aan Samarra (WE5) en Hatra (WE6). | Mosul | Bachtabia |
| 18-april | Bezoek aan Mosul en de muren van Nineveh. Verder naar Erbil, waar de tour eindigt. | Erbil | Quartz Hotel |
| 19-april | Nachtvlucht met Turkish Airlines naar Gaziantep. Huurauto ophalen en bezoek Göbekli Tepe (WE7). | Adiyaman | Ramada by Wyndham |
| 20-april | Bezoek Arslantepe (WE8) en Divrigi (WE9). | Elbistan | Ramada by Wyndham |
| 21-april | Terugrit naar Gaziantep. Vlucht terug naar Amsterdam in de namiddag. | Schiphol | Ibis Budget |
#958: Umm Al-Jimal
Wat is het?
Umm Al-Jimāl omvat de goed bewaarde overblijfselen van een landelijke nederzetting op het Hauran-plateau daterend uit de 5e-8e eeuw. Het ontwikkelde zich organisch, met de bouw van kerken en huizen in een kenmerkende lokale basaltstijl en het hergebruik van gebouwen die door de oude Romeinen waren achtergelaten. Het pragmatische en duurzame karakter van de architectuur weerspiegelt de agro-pastorale levensstijl van de bevolking in deze grensregio van Noord-Jordanië en Zuid-Syrië.
Cijfer: 6,5 (Het leukste is eigenlijk dat je hier vrij mag ronddwalen)
Toegang: De entree is gratis.
Hoeveel tijd: 1,5 uur. Het is een erg groot terrein, maar ook veel van hetzelfde.
Opvallend: Ondanks de relatieve onbekendheid wordt Umm Al-Jimāl geprezen als “de droom van iedere archeoloog”. Het is niet moeilijk om hier foto’s te maken die doen denken aan een Romeins-Byzantijnse vindplaats, en de nog eerdere Nabateeërs kwamen hier ook al, maar 90% bestaat uit inheemse architectuur gebaseerd op lokaal beschikbare en fijn gehouwen basaltstenen.
Het museum verheerlijkt de “inheemse bevolking [waarschijnlijk Arabische nomaden die zich hier vestigden]… die hun tradities voortzetten en geen marionetten waren van de verschillende heersers”; de werelderfgoedstatus is ook uitsluitend gebaseerd op de landelijke levensstijl van deze Hauraniërs. In die tijd, rond 500-800 na Christus, was Umm Al-Jimāl een welvarende stad gebaseerd op landbouw en bediende de volgende grote stad, Bosra (tegenwoordig 80 km rijden met de auto, omdat je een grenspost naar Syrië moet vinden, maar hemelsbreed of per kameel is het slechts 25 km).
De archeologische site is nog steeds gratis toegankelijk en is zowel via het zuiden (waar een vriendelijk toeristenpolitiebureau is) als via het noordwesten (grenzend aan de centrale straat van de moderne stad) te betreden. De zuidkant is de hoofdingang en de eerste stop hier is het kleine museum. Het is gevestigd in een gerestaureerd huis, typisch voor de streek, gebouwd met stevige zwarte basaltstenen om de hitte te weerstaan en met de paardenstallen erin. In de museumcollectie vallen de meertalige inscripties op, zoals de Dushara-inscriptie op een cultussteen met tekst in zowel het Grieks als het Nabatees.
De plattegrond toont een route langs 33 monumenten verspreid over deze uitgestrekte site. De paden zijn niet bewegwijzerd, dus je kunt er gewoon op verkenning gaan, wat ook een van de charmes van de plek is. Als je een informatiepaneel ziet, moet het bijbehorende gebouw iets interessants hebben en je bent vrij om tussen het puin door te lopen. Er waren geen andere toeristen aanwezig toen ik er was, ik zag alleen wat lokale bewoners die een stukje afsneden van hun route door de stad.
Een belangrijk overblijfsel uit de Romeinse tijd is het enorme reservoir, dat sinds de succesvolle restauratie van een waterkanaal in 2019 weer met regenwater is gevuld. Dit is een voorbeeld van hoe de lokale Hauraniërs de locatie gebruikten: ze maakten goed gebruik van wat er was overgebleven uit de Romeinse en Byzantijnse periode en verwerkten het in hun stad. Dit is ook te zien aan het enthousiaste gebruik van spolia in de huizen: veel huizen zijn versierd met christelijke symbolen uit de kerken.
Het meest intacte gebied is het westelijke deel, dat grenst aan de moderne stad. Straten met huizenrijen zijn er nog steeds, waarvan vele met karakteristieke buitentrappen. Hier vind je ook enkele van de belangrijkste gebouwen, zoals de Westkerk (met de bogen bijna compleet), de kathedraal en het praetorium (mogelijk de residentie van een Romeinse gouverneur). De route eindigt bij de kazerne.
#959: As-Salt
Wat is het?
As-Salt – De plaats van tolerantie en stedelijke gastvrijheid vertegenwoordigt de periode van de ‘Gouden Eeuw’ van deze stad (1860 tot 1920). In de late Ottomaanse periode zag het een toestroom van handelaren uit Nablus, Syrië en Libanon en transformeerde het in een bloeiende handelsstad. Er werden architectonisch elegante gebouwen gebouwd, in een mix van Ottomaanse traditie en de Nablusi-stijl met honingkleurige lokale steen. Christelijke als islamitische gemeenschappen leefden hier samen.
Cijfer: 5 (Ik had er geen hoge verwachtingen van maar het viel niet tegen; er zijn veel meer goudkleurige laat-Ottomaanse gebouwen bewaard gebleven dan ik dacht)
Toegang: Het is het centrum van de oude stad, dus geen entree.
Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 1,5 uur. Het ligt tegen meerdere hellingen aan, dus als je helemaal naar boven wilt klimmen ben je meer tijd kwijt.
Opvallend: Het ligt maar zo’n 30 kilometer ten westen van Amman, maar ik had mijn bezoek gepland op vrijdag – de dag waarop het meest in Jordanië gesloten is en ook het openbaar vervoer beperkt rijdt. De beste uitvalsbasis bleek toch nog het noordelijke busstation, waar geen bus te zien was maar een taxichauffeur me voor 10 JD (13 EUR) wel wilde brengen. Geen al te gek bedrag, dus we gingen op weg. Onderweg kwamen we 2 politiecontroles tegen, ze waren iedere auto aan het checken maar wij werden doorgewuifd.
De chauffeur zette me af bij het centrale plein van de medina van As-Salt. Ik had een lijstje bij me met bezienswaardigheden, maar besloot eerst maar wat rond te gaan lopen. Je komt eerst in de Souk, het oude winkelhart van de stad. Bij het binnentreden zie je meteen de klokkentoren en de katholieke kerk, twee kenmerkende gebouwen.
Het grotendeel van de winkels in de Souk was nog gesloten. Het is ook niet veel meer dan één lange straat. Net als al het oude in de stad zijn de winkelgebouwen gemaakt van gele zandsteen.
Ik vond al snel een interessant weggetje omhoog, leidend naar de orthodoxe kerk. Hier staan wat meer monumentale Ottomaanse gebouwen (en nog meer kerken). De straten zijn opgefleurd met muurschilderingen met de stad als thema.
Terug naar beneden kwam ik uit op het Al-Ain plein, waaraan de Grote Moskee huist. Het was net de tijd van het vrijdagmiddaggebed (rond 1 uur), dus druk in de straten. Dit hele plein is mooi gerenoveerd. De meeste aandacht trekt het grote wooncomplex met kenmerkende ramen en natuurlijk weer die geel-gouden kleur.
Vanaf dat complex kun je ook foto’s maken van de oude stad die tegen de helling aan de overkant geplakt is (zie foto bovenaan).
Tot slot liep ik terug naar het busstation, langs nog wat oude huizen. Aan de kant van de weg stond al een minibus te wachten. “Naar Amman?” – inderdaad. Nog 10 minuten tot hij helemaal vol zat, en vervolgens scheurde hij in 40 minuten naar het centrum met wat stops onderweg (kosten: 0.5 JD).
Amman
Ik was voor het eerst enkele dagen in Amman, maar kwam er toch niet toe om iets van de lokale bezienswaardigheden te bezoeken (het was nogal regenachtig en er is ook niks echt aantrekkelijks).
Een uitzondering maakte ik echter voor het Jordan Museum. Gebouwd in 2014, dit is nu het nationaal museum van Jordanië. Ik vind het altijd interessant welke verhaallijn ze voor hun eigen land hebben verzonnen.
Hier begint het met: we hebben water nodig! Aan de bedoeïnen zijn de eerste ruimtes gewijd. Daarna volgt een chronologisch overzicht van de oudste bewoners van dit land. Onder de hoogtepunten zijn de neolithische kleibeelden die hier in Amman zijn gevonden, en die ook de oorsprong van het museum vormden.
Verder zijn er veel kleinere stukken verzameld van archeologische vindplaatsen in heel Jordanië. De Nabateeërs en hun Petra hebben een eigen zaal. De rondgang eindigt bij stukjes van de Dode Zee-rollen, in een verduisterde ruimte waar je geen foto’s mag maken.
Na een half uur stond ik al weer buiten! Al met al erg teleurstellend.
Baghdad
We beginnen ons bezoek aan de stad bij het Nationaal Museum. De start is een beetje stroef om half 10: ze zijn open maar de security man die het poortje moet bemannen is nergens te vinden. Na een tijdje rondhangen en zitten kunnen we toch door.
Het is een groots museum, heropend in 2015 nadat diverse waardevolle objecten waren gestolen in 2003. Enkele zalen zijn gesloten zoals de Sumerische, maar er blijft genoeg over, verspreid over twee verdiepingen. We blijven er twee uur.
De meest indrukwekkende zalen zijn de grote collectie Assyrische reliëfs uit Khorsabad. Ook is er veel Assyrisch ivoor. De Hatra-collectie, met indrukwekkende meer dan levensgrote beelden, is ook erg goed.
Rijdend door de straten van Baghdad doet de stad vrijwel normaal aan, afgezien van hier en daar een tankkanon en kogelgaten in gebouwen. Het voelt niet benauwend en je kunt vrij door de straten lopen.
“Oud Bagdad” is het gebied van waaruit het Abassiden-kalifaat (762-1258) heerste en waar later ook de Ottomanen hun hoofdkwartier hadden. Het is nauw verbonden met zijn ligging aan de oostelijke oever van de Tigris. Bagdad profileert zichzelf tegenwoordig als de ‘Hoofdstad van het Arabische Toerisme 2025’, en dit is een focusgebied in de stad voor toeristen. Het gebied is sinds 2017 in een restauratieproces (het was in de decennia daarvoor verwaarloosd en beschadigd) en bruist weer.
We naderen het te voet, over de brug, vanwaar je al een panoramisch uitzicht hebt over de omgeving met enkele opvallende betegelde minaretten en koepels. Het is ook de locatie van de oude soek, waarvan een deel nog steeds in een overdekte markthal is gevestigd. Ze verkopen schoolspullen en een paar souvenirs, er is een Boekenstraat en het beroemde ‘intellectuele’ Shabandar Café, plus een aparte Kopermarkt met ambachtslieden die er al generaties lang werken.
De eerste van de monumentale gebouwen die we binnengaan is Al-Qishleh, een voormalig Ottomaans militair hoofdkwartier. Het is op zichzelf al een prachtig gebouw; je kunt door de bovenste gangen lopen, want er is een koffiebar geopend. De belangrijkste attractie bevindt zich echter in de tuin, een klokkentoren die bekendstaat als “een geschenk aan de koning van Irak door de Britten in 1927” (het binnenwerk was dat), maar de toren zelf werd 50 jaar eerder door de Ottomanen gebouwd “om de militaire troepen op de basis ‘s ochtends te alarmeren voor het appél”.
We vervolgen onze tocht met een korte boottocht over de Tigris langs de monumentale rivieroever. Er wordt geen uitleg gegeven over welke gebouwen we passeerden – de schipper geeft er de voorkeur aan om westerse popliedjes uit de jaren 80 via de geluidsinstallatie te laten klinken. De gebouwen, op de klokkentoren na, zijn sowieso niet zo zichtbaar, omdat de meeste wat verder naar achteren liggen en de rivieroever is versterkt tegen overstromingen.
De belangrijkste attractie aan het einde is het Abassidenpaleis. Helaas gaan we het niet bezoeken, de lokale gids zegt dat het ‘s middags gesloten is. Maar ik vermoed dat hij vindt dat één belangrijk Abbasidenmonument voldoende is voor een algemene stadsrondleiding, en daarvoor gaan we naar het Al-Mustansiriya-schoolgebouw. Dit was het hogere onderwijscentrum van de Abbasiden, niet alleen theologisch, maar ook wetenschappelijk, met geneeskunde en wiskunde. Je betreedt het grote complex via een monumentale poort.
Binnen wacht een gebouw van twee verdiepingen, gebaseerd op een vier-iwan-plattegrond. Je zou kunnen stellen dat er veel vergelijkbare bouwwerken in Iran en Oezbekistan zijn, maar dit is op zichzelf al een uitzonderlijk monument en wordt nog steeds beschouwd als een van de meest authentieke en best bewaarde Abassidische architectonische werken wereldwijd. Het dateert uit 1227.
Aan het eind van de middag gaan we nog naar het Martelaarsmonument, Dit werd in 1983 door Saddam gebouwd voor de martelaren uit de Iran-Irak-oorlog. Officieel zijn ze gesloten voor verbouwing op het moment, maar onze gids weet de poort te openen via een belletje naar de site manager. Overal slingeren bouwparafernalia en de eeuwige vlam brandt niet. Toch is het één van de meer smaakvolle monumenten uit de tijd van Saddam Hussein.
#960: Babylon
Wat is het?
Babylon is de archeologische vindplaats van wat ooit een van de grootste en oudste stedelijke nederzettingen in Mesopotamië was. Het omvat de – grotendeels niet opgegraven – overblijfselen van de oude Neo-Babylonische hoofdstad, haar stadsmuren en tempels. Vooral tijdens de regering van Nebukadnezar II (604-561 v.Chr.) rezen er monumentale bouwwerken, zoals de Etemenanki ziggurat en de Ishtarpoort. Babylon had ook een blijvende impact op de wereldcultuur vanwege haar ‘exotische’ Hangende Tuinen en de Toren van Babel.
Cijfer: 6 (Het vervult het absoluut niet zijn potentieel. De basiservaring voor bezoekers is oké: er zijn duidelijke wandelpaden, zelfs enkele ‘bushaltes’ voor wat schaduw, en er is uitleg in het Engels. Je hoeft echter niet ver te lopen om onkruid en afval te zien. Het moet gezegd worden dat ze er geen doekjes om winden dat de reconstructies uit het Saddam-tijdperk niet accuraat waren; onze gidsen wezen ons altijd direct naar de originele elementen. Het is jammer dat er zo weinig vooruitgang is geboekt met zowel de opgraving als de interpretatie, aangezien de site ook een enorm toeristisch potentieel voor Irak heeft.)
Toegang: 25.000 Iraqi dinar (16,75 EUR).
Hoeveel tijd: Twee uur.
Opvallend: Babylon ligt op 1,5 uur rijden van Bagdad, dus komen er wel wat dagjesmensen en toeristen; er zijn er zo’n 20 aanwezig tegelijk met ons. Aan de receptie wijzen ze je een gids toe. We krijgen een vrouw die alleen Arabisch spreekt, maar ze geeft het al snel op omdat we al een lokale gids bij ons hebben die de locatie goed kent.
De eerste indruk is nogal pijnlijk – het begint met een imitatie van de Isjtarpoort, maar dan gebouwd op de totaal verkeerde plek en met beschilderde bakstenen in plaats van geglazuurde tegels. Daarachter ligt een klein museum, met weinig vondsten van de locatie zelf (hoewel er één origineel fragment van de Isjtarpoort in een geglazuurde muur staat, we zagen er ook al een paar in het Nationaal Museum in Bagdad en de rest bevindt zich natuurlijk in Berlijn). Een muurschildering toont de stad zoals die ooit was, of zoals men dacht dat ze was toen de Duitsers er tussen 1899 en 1918 opgroeven. Maar sindsdien zijn er veel twijfels gerezen over de exacte locaties. Je zult er bovengronds sowieso niet veel van zien. Ook de Eufraat stroomt hier niet meer.
Je komt dan aan bij de gereconstrueerde stad, gebouwd bovenop de archeologische vindplaats. Alles wat boven je voeten ligt, is in wezen nieuwbouw uit het Saddam-tijdperk. Het is gemakkelijk te onderscheiden, omdat het eruitziet als schone legoblokjes. Pas als je beter kijkt, zie je soms een originele onderste boog, vaak beschadigd door water. Er zijn ook een paar originele stenen met een spijkerschriftinscriptie, sommige op ooghoogte, dus die moeten verplaatst zijn.
De herbouwde monumenten zijn enorme, lege paleizen met een processieweg ertussen. In één van de hoeken bezoeken we ook een graanschuur, de koele plek waar de Babyloniërs zaden bewaarden voor moeilijke tijden.
Aan de rand van het terrein wordt het interessanter wat betreft originele overblijfselen. Hier zijn de resultaten te zien van recentere opgravings- en restauratiewerkzaamheden, hoewel die erg langzaam verlopen en er momenteel niet actief aan gewerkt lijkt te worden. Daar is de Ninmakh-tempel, een zeldzaam bouwwerk van leemsteen.
Het zwaartepunt van de opgravingen lijkt nu te liggen op de oorspronkelijke locatie van de Isjtarpoort. Deze ligt ver onder het maaiveld, maar je kunt wel in de poort kijken. Ook deze vertoont ernstige waterschade, maar ze hebben wel de originele contouren van de sculpturen gevonden. Er is ook een zonnewijzer en de (Hettitische?) Leeuw van Babylon, die ooit deel uitmaakte van Nebukadnezars privémuseum, is daar ook tentoongesteld.
Als we het terrein met de bus verlaten, maken we nog een korte stop bij wat tegenwoordig wordt beschouwd als de oorspronkelijke locatie van de Toren van Babylon. Je ziet alleen een gat in de grond waar een kleine vijver is ontstaan.
Karbala
Deze stad staat langs de weg al aangeduid als “Holy Karbala”. Het is één van de twee heilige steden van de Sjiieten in het zuiden van Irak. Hier ligt de zoon van Ali en kleinzoon van Mohammed, Ibrahim, begraven nadat hij sneuvelde in de slag van Karbala.
We rijden de stad binnen via twee checkpoints, waar de lokale gids de bus verlaat om onze paspoorten te laten zien. Ook rijden we over een brug over de rivier de Eufraat.
In de namiddag gaan we te voet naar het mausoleum van Ibrahim. Ik heb al vast mijn meer zedige kleding aangetrokken (blouse met lange mouwen en een hoofddoek). Er zijn twee zones waar wordt gecontroleerd of je niks gevaarlijks bij je hebt (in 2007 is er hier een autobom ontploft die vele doden maakte).
Bij de laatste controlepost regelt de gids een abaya voor mij en de twee andere vrouwelijke medereizigers, zodat we in stijl het terrein opkunnen. De mijne is veel te lang, dus ik moet hem steeds met mijn hand vasthouden om er niet over te struikelen. Een medereizigster heeft zelf een Pakistaanse variant meegenomen, maar die baart zoveel opzien dat ze later via een achteruitgang het terrein weer moet verlaten.
Er liggen hier twee mausolea tegenover elkaar: dat van Hussein en ook een voor Abbas, zijn halfbroer en belangrijkste legeraanvoerder. Beide zijn zo ‘s avonds druk met bezoekers en kleurig verlicht.
We gaan het mausoleum van Hussein binnen aan de vrouweningang. Het is er erg druk, vrouwen duwen in de rij en zijn emotioneel dat ze de tombe van hun heilige kunnen aanraken. Het kost ons een half uur dringen, dus dezelfde ervaring bij het mausoleum van Abbas slaan we maar over.
Over het algemeen vond ik het niet zo indrukwekkend als de Soefi-heiligdommen die ik in Pakistan bezocht, of Medina in Saoedi-Arabië. Dit hier is toch wat kleinschaliger en rechtlijniger. Het is wel bijzonder dat je als niet-moslim overal naar binnen mag en zelfs foto’s mag nemen zolang je niemand in de weg staat.
Najaf
Najaf in Zuid-Irak is de heiligste stad voor de sjiitische islam, omdat het de Tombe van Ali herbergt – “de” Ali, schoonzoon van de profeet Mohammed, met wie de sjiieten zich afscheidden van de door de soennieten erkende stroming. Hij werd in 661 vermoord in het nabijgelegen Koefa en in Najaf begraven (hoewel sommigen geloven dat zijn stoffelijk overschot zich elders bevindt, hebben de kaliefen sinds de 8ste eeuw Najaf als zodanig erkend en is het uitgegroeid tot een enorm bedevaartsoord).
De Tombe van Ali is nu gehuisvest in een blits mausoleum, dat keer op keer is herbouwd en verfraaid. Deze tombe in Najaf is duidelijk degene waar de meeste aandacht ligt en waar het geld naartoe stroomt, veel meer dan die in Karbala. De buitenkant is bedekt met geglazuurde tegels en op het binnenterrein staan die enorme parasols die je ook in Medina ziet, om de pelgrims schaduw te bieden om te zitten en te bidden. Niet-moslims mogen ook naar binnen. Voor vrouwen betekent dit dat ze bij de ingang een abaya moeten lenen. De rij voor de tombe is ook hier behoorlijk opdringerig; mensen kunnen niet wachten om het hek eromheen aan te raken of er een lintje aan te knopen.
Op ongeveer 500 meter afstand ligt de Wadi Al-Salam-begraafplaats, waar naar verluidt de graven liggen van 6 miljoen sjiieten die dicht bij Ali begraven willen worden. De begraafplaats beslaat 6 vierkante kilometer en is erg dichtbevolkt. Wegen lopen er dwars doorheen, zodat mensen het graf van hun dierbare kunnen bekijken, maar er moet altijd wel wat over de graven van anderen geklommen worden. De meeste mensen worden begraven in individuele graftombes of familiegraven met een paar cellen boven elkaar. Levensgrote portretten geven aan wie waar begraven ligt. Er wordt “rozenwater” verkocht om over de graven te gieten (het is gewoon normaal water in roze flessen!).
Vroeger was begraven hier gratis en was er geen sprake van een vaste volgorde. Tegenwoordig moeten families betalen voor een stuk grond om het als begraafplaats te gebruiken. Als bezoeker kun je het van dichtbij bekijken of – indrukwekkender nog – vanaf het dak van de nabijgelegen parkeergarage. Alleen daar ervaar je hoe uitgestrekt de begraafplaats is.
#961: Ahwar van Zuid-Irak
Wat is het?
“De Ahwar van Zuid-Irak: toevluchtsoord van biodiversiteit en het landschap van overblijfselen van de Mesopotamische steden” beslaat de moerassige delta die de thuisbasis was van de vroege Sumerische beschaving. Het ligt in de gezamenlijke delta van de rivieren Tigris en Eufraat, de rivier die landbouwgrond levert via irrigatie. Het omvat drie archeologische vindplaatsen van stedelijke centra met monumentale openbare architectuur (Ur, Uruk en Tell Eridu) en vier draslanden (de Huwaizah Marshes, Central Marshes, East Hammar en West Hammar Marshes) die belangrijk zijn voor vogeltrek en vissoorten.
Cijfer: 8 (Echt een klassieke site, zowel voor de Ziggurat van Ur als het landschap waar de Moerasarabieren hun thuis hebben)
Toegang: Inbegrepen in mijn tour.
Hoeveel tijd: Al met al zo’n 6 uur inclusief verplaatsingen en lunch.
Opvallend: Dit hadden eigenlijk twee werelderfgoederen moeten zijn: één voor de vindplaatsen van de oude Sumerische beschaving en één voor de “Nieuwe” Moerassen. Ik bezocht één locatie van elk.
De moerassen zijn de zogenaamde “Nieuwe Moerassen”, die ongeveer 3000 jaar geleden ontstonden toen de oorspronkelijke moerassen bij de Sumerische steden uitdroogden en de kustlijn naar het zuidoosten verschoof. Ze zijn bekend vanwege hun vogelpopulatie en de connectie met het leven van de moeras-Arabieren, wier traditionele levensstijl is vereeuwigd in het boek van Wilfred Thesiger.
Al in de stad Nasiriya zijn de moerassen aangegeven met de wereldwijd bekende bruine verkeersborden. We rijden 1 uur en 15 minuten naar een plek waar ze een ontvangstruimte hebben gebouwd met boten voor toeristen en een paar rieten huizen. Het ligt vlakbij het glimmend zilveren Martelarenmonument in Chabaish, waar ze bij de ingang zelfs een werelderfgoedplaquette hebben die het onderdeel Centrale Moerassen aangeeft.
Dit Martelarenmonument herdenkt de strijd van de moeras-Arabieren tegen Saddam Hoessein, die een bijzondere hekel aan hen had omdat ze actief in opstand kwamen tegen zijn regime, sjiitische moslims zijn en een onafhankelijke levensstijl leiden. Het netwerk van waterwegen leende zich uitstekend voor guerrilla-achtige gevechten, die Saddam ertoe aanzetten de beruchte Drooglegging van de Moerassen in de jaren 90 te starten, bedoeld om de levensstijl van de moeras-Arabieren uit te roeien.
Na een korte uitleg over het leven van de moeras-Arabieren en een versnapering in de rieten “welkomsthut”, gaan we voor een tocht van 1,5 uur in smalle, lage motorbootjes door de Centrale Moerassen. Een politieboot vaart steeds voor ons uit. Het gebied kampt nog steeds met te lage waterstandproblemen (de Turkse dam bij Diyarbakir krijgt de schuld), maar het is een verfrissend groene en schone plek voor Iraakse begrippen. De mensen leven van buffels en wat toerisme; ze wonen meestal niet meer op de rieten eilanden (ze gaan ‘s nachts naar huis voor modern comfort). De moerassen leveren niet veel vis op.
Langs de kanalen staan nog steeds talloze rieten hutten, sommige erg mooi van ontwerp. Ons wordt verteld dat het ongeveer 10 dagen duurt om er een te bouwen en dat ze ongeveer 10 jaar meegaan. Vroeger voegden ze wel 4 lagen riet toe als regenbescherming (nu doen ze er gewoon een plastic zeil overheen). We ankeren bij een rieten eiland waar 3 mannen een paar buffels verzorgen. Deze enorme en slechtgehumeurde beesten zijn duur en worden voornamelijk gehouden om melk te produceren.
Tijdens de boottocht komen wee ook verschillende vogels op de oevers tegen (kieviten, zilverreigers, ijsvogels), maar de schippers lijken er niet veel om te geven en ze worden zeker niet waardig genoeg geacht voor een stop. Het is echter niet moeilijk voor te stellen dat de vogels blij zijn dat deze moerassen nog steeds bestaan in een verder hopeloos droog gebied.
Op de terugweg richting Baghdad bezoeken we ook de Ziggurat van Ur. Hier komen we zelfs twee groepjes buitenlandse toeristen tegen!
#962: Samarra
Wat is het?
De archeologische stad Samarra omvat de overblijfselen van een monumentale, uitgestrekte hoofdstad van het Abbasidische Rijk. Haar architectonische en artistieke innovaties verspreidden zich naar de andere delen van de islamitische wereld, zoals gebeeldhouwd stucwerk en een nieuw type keramiek. Tot de architectonische hoogtepunten behoren de Grote Moskee uit de 9de eeuw met zijn spiraalvormige minaret.
Cijfer: 7 (Vooral de Abu Dalaf-moskee is erg de moeite waard. Maar er is hier nog veel werk te doen.)
Toegang: Ik geloof niet dat we ergens entree hebben betaald.
Hoeveel tijd: Het ligt verspreid over meerdere locaties rond de stad. We waren er zo’n 2 uur.
Opvallend: Hoewel Samarra vooral bekend is om zijn spiraalminaret, is het veel meer. Het is de archeologische vindplaats van een stad die kortstondig de hoofdstad van de Abbasiden was. Zij bouwden het als een geplande stad op het platteland, ver weg van de bevolking van Babylon, om “een nieuwe koninklijke cultuur te creëren die draait om uitgestrekte paleisachtige terreinen, publiek spektakel en een schijnbaar onophoudelijke zoektocht naar ontspannen genot”. Beschouw het als een vroege versie van een van die nieuwe hoofdsteden die je ook ziet in Brazilië (Brasilia), Indonesië (Nusantara) en Myanmar (Naypyidaw). De vindplaats is verspreid over 10 locaties in en rond de moderne stad Samarra, en een aantal daarvan waren in april 2025 open voor bezoekers, hoewel de dichtheid aan controleposten hier nog steeds hoger is dan elders in Irak.
We beginnen bij de Grote Moskee. Deze ligt in een bijzonder lelijk deel van de stad, bijna als een industrieterrein. Een touw voorkomt dat we te dichtbij komen en de moskee of de minaret betreden. De laatste, in de vorm van een Mesopotamische ziggurat, is nog steeds een plaatje. Van de moskee is niet veel meer over dan de buitenmuren. Beide worden gerestaureerd (de officiële reden voor de sluiting), maar er lijken geen werkzaamheden gaande te zijn.
Wanneer je de stad uitrijdt en de woestijn intrekt, zijn de restanten van de Abbasidische stadsmuren nog steeds duidelijk te zien. We rijden zo’n 15 kilometer verder naar de Abu Dalaf-moskee. Ik geniet er vanaf het begin enorm van: de rij bogen en de spiraalvormige minaret verschijnen net aan de horizon in het woestijnlandschap.
Deze moskee werd gebouwd door een latere Abbasidische kalief dan de “Grote”, maar de minaret heeft hetzelfde ontwerp (alleen iets kleiner). Je mag deze nog steeds beklimmen, maar ik kom niet ver omdat de “trap” smal en winderig is. Het aangrenzende openluchtterrein van de moskee is intact en enorm. Het is een heerlijke plek om op eigen houtje te verkennen en ik moet me laten overhalen om terug in de bus te stappen…
Tot slot gaan we naar het Koninklijk Paleis (Dar al-Khilafa). Hoewel dit er van buiten uitziet als een bouwplaats, is er behoorlijk wat vooruitgang geboekt met de restauratie/reconstructie om het om te vormen tot een herkenbaar Abbasidisch paleis (vergelijkbaar met wat je in Oud-Bagdad aantreft). Sommige zalen zijn gedecoreerd met geometrische en florale stucwerken.
Net als de meeste andere Iraakse werelderfgoedlocaties staat Samarra nog steeds op de gevarenlijst en lijken ze moeite te hebben om een uitweg te vinden. De locatie is zo groot dat ze niet weten waar ze moeten beginnen, en het uitgestrekte gebied met beperkt toezicht nodigt ook uit tot illegale indringers.
#963: Hatra
Wat is het?
Hatra omvat de ruïnes van een versterkte stad die de Parthische macht symboliseert die lange tijd die van Rome bedreigde.
De vestingwerken bestaan uit een cirkelvormige dubbele muur, het best bewaarde voorbeeld van een ontwerp dat typisch is voor de regio. Hatra was in de 1e en 2e eeuw na Christus een belangrijk handelscentrum met een bevolking van gemengde afkomst, wat resulteerde in de verering van Griekse, Syrische, Babylonische en Fenicische goden in het belangrijkste heiligdom. Dit is nog steeds te zien in de inscripties en decoratie van de tempels.
Cijfer: 7 (Het is in vrij complete staat maar toch had ik er meer van verwacht.)
Toegang: Inbegrepen in mijn tour, maar anders de standaard 25.000 dinar (16.5 EUR).
Hoeveel tijd: Een uur. Dat was ook alle tijd die we hadden vanwege de naderende zonsondergang.
Opvallend: Hatra is één van de hoogtepunten van het Nationaal Museum in Bagdad: het is de oorsprong van die grappige beelden van mannen met krullend haar en een verbaasde uitdrukking, die een hand opsteken alsof ze “Hallo!” willen zeggen. De oude stad, gebouwd door de Parthen, dateert grotendeels uit de 1e en 2e eeuw na Christus. Met zijn zuilen en kapitelen is het duidelijk geïnspireerd door de “globale” architectonische trends van de Klassieke Oudheid.
De archeologische vindplaats Hatra ligt een stukje rijden van de hoofdweg, in de woestijn. Dit gebied heeft veel strijd met ISIS gekend en sjiitische milities houden het nog steeds in de gaten, aangezien het grenst aan de woestijn, die uiteindelijk naar Syrië leidt. De meeste dorpen in het gebied zijn verlaten. Je ziet er nog steeds kogelgaten en vindt er nog steeds afgedankte kogels op de grond, maar de plek is opgeknapt, inclusief het herstellen van beschadigde sculpturen en reliëfs. Deze hebben niet de kwaliteit van die je in musea vindt (ze zien er wat verweerd uit), maar ik denk dat dat altijd al zo is geweest in de moderne geschiedenis van de locatie en niet het gevolg is van het recente conflict.
We komen ongeveer een uur voor zonsondergang aan, wat een beetje laat is, en we moeten de inleiding van de beheerder overslaan om het beste uit onze tijd ter plaatse te halen. Het was echter de moeite waard geweest om het verhaal te horen, aangezien ter plekke elke vorm van interpretatie ontbreekt.
De kern van de versterkte stad bestaat uit een multicultureel tempelcomplex, met hallen die elk aan een specifieke godheid zijn gewijd. Je kunt er eentje via een trap naar het dak beklimmen, vanwaar je een goed overzicht hebt over de gehele site. De stad is gebouwd op een cirkelvormig grondplan en omgeven door een dubbele muur.
Mosul en Nineveh
De noordelijke stad Mosul is een buitenbeentje binnen de Iraakse huidige en toekomstige werelderfgoederen. Enerzijds is het waarschijnlijk de stad die het zwaarst getroffen is tijdens de recente conflicten (hoewel het nabijgelegen Nimrud het ook erg te verduren had). Anderzijds is het de enige stad die een grootschalige internationale reddingsmissie kent.
De Oude Stad van Mosul staat symbool voor de periode van de Turks-Mongoolse invasies. De Turkse Zengid-dynastie heerste van 1127 tot 1222 vanuit Mosul over Noord-Irak en Syrië. De stad, gelegen aan de belangrijkste handelsroutes van die tijd, stond bekend om zijn metaalbewerking en miniatuurschilderkunst. Het belangrijkste monument dat uit deze periode is overgebleven, is/was de Al-Nouri-moskee en haar scheve minaret.
Helaas was het juist deze moskee die door ISIS werd opgeblazen tijdens hun terugtrekking uit Mosul. Hun zwarte vlag wapperde al vanaf de minaret sinds Abu Bakr al-Baghdadi hier in 2014 het kalifaat claimde. Na het verlies van de Slag om Mosul in april 2017 bliezen ze de minaret op met explosieven in een “laatste daad van woedend verzet”.
De eerste indruk van de Oude Stad in april 2025 is er nog steeds een van verwoesting. Het gebied langs de westelijke oever van de Tigris ligt volledig in puin en een deel ervan is al met de grond gelijk gemaakt. De smalle steegjes van de Oude Stad werden gebruikt voor een guerrillaoorlog tijdens de Slag om Mosul. Hier bevindt zich de wijk uit het Ottomaanse tijdperk – waarschijnlijk meer qua indeling dan qua authenticiteit van de gebouwen, aangezien de meeste er voor mij niet zo oud uitzien (veel beton). Alle bestaande gebouwen zijn ontdaan van explosieven, maar er lijkt geen vast plan te zijn voor wat ermee moet gebeuren.
De Al-Nouri-moskee ligt een paar blokken verder landinwaarts in het centrum van de stad en was de belangrijkste moskee. Het moskeecomplex is nog steeds omheind als een bouwplaats, maar we mogen naar binnen nadat we onze namen hebben geregistreerd op een lijst bij de beveiliging.
De minaret is nu volledig gerestaureerd, in al zijn vroegere scheve glorie, “als een buigende man”. Hij is ook indrukwekkend hoog. Ze werken nog steeds aan de moskee zelf – het interieur van het gebouw (dat sowieso niet zo “authentiek” was als de minaret, omdat het vele malen herbouwd was) laat nog veel te wensen over, hoewel de massieve marmeren zuilen interessant zijn. Ze zijn ook oudere versies van de moskee eronder tegengekomen en zullen die bevindingen ook zichtbaar maken.
Een ander opmerkelijk aspect van Mosul is altijd het naast elkaar bestaan van verschillende culturele groepen geweest. Er zijn verschillende kerken in het stadscentrum, van verschillende denominaties.
Net zoals de Al-Nouri-moskee, maken het Notre-Dame de l’Heure-klooster en de Tahera-kerk maken deel uit van het project ‘Revive the Spirit of Mosul’. Het project, dat in 2018 van start ging met een donatie van 50 miljoen dollar door de VAE en nog eens 48 miljoen dollar door de EU, werkt samen met UNESCO, het Iraakse ministerie van Cultuur en ICCROM aan de restauratie van deze monumenten.
Het Dominicaanse klooster Notre-Dame de l’Heure ziet er als nieuw uit en de werkzaamheden aan de Tahera-kerk zijn net afgerond (we mogen die kerk niet betreden omdat de priester bang is dat we de tapijten bevlekken vóór de aanstaande grote opening). Het Dominicaanse klooster is behoorlijk indrukwekkend, met glas-in-loodramen en een dak vanwaar je een goed uitzicht over de stad hebt. Religieuze activiteit is er slechts sporadisch – er zijn nauwelijks christenen meer in Mosul-stad, hoewel er meer zijn in dorpen in het omliggende gouvernement Nineve. Het Revival Project probeert ook een kleine erfgoedwijk nieuw leven in te blazen met een museum en enkele Ottomaanse herenhuizen.
Het nabijgelegen Nineveh is wederom een klassieker op de lijst van Iraakse monumenten. Hoewel het al vroeg bestond als handelskolonie ten tijde van de oude Mesopotamische beschavingen, kwamen de hoogtijdagen van Nineveh met de Neo-Assyriërs in de 9de eeuw voor Christus en besloegen deze een relatief korte periode. Het was hun laatste hoofdstad en het einde van het Assyrische Rijk. In die tijd was het zelfs de grootste stad ter wereld.
De archeologische vindplaats Nineveh is nu te vinden in Mosul, aan de overkant van de rivier van de Oude Stad. Je ziet vooral de aarden wallen eromheen. Het binnengebied ligt, zoals zoveel dingen in Irak, grotendeels onopgegraven nadat de Assyrische sculpturen er eind 19de eeuw vandaan werden meegenomen en naar musea over de hele wereld werden gebracht. Het gebied is beschermd, maar sommige arme mensen hebben er hun kamp opgeslagen.
Naast de muren zijn de poorten het meest opvallend. We bezoeken er twee, die erg op elkaar lijken. Je hebt veel verbeeldingskracht nodig om er monumentale ingangen van een bloeiende stad in te zien. De poorten hebben ook veel schade opgelopen door ISIS.
#964: Göbekli Tepe
Wat is het?
Göbekli Tepe omvat de oudste bekende monumentale megalithische structuren ter wereld. De archeologische vindplaats bestaat uit een tell van ongeveer 15 m hoog. Van het 10e tot het 9e millennium v.Chr. werden hier cirkels van massieve T-vormige stenen pilaren opgericht. Meer dan 200 pilaren, rijkelijk versierd met afbeeldingen, in ongeveer 20 cirkels zijn momenteel bekend. Ze zijn gebouwd door een gemeenschap in transitie van jagen en verzamelen naar landbouw.
Cijfer: 7 (Het is interessant omdat het zo oud is, maar veel te zien is er ook weer niet.)
Toegang: 21 EUR (in Turkse lira, te betalen in cash of credit card).
Hoeveel tijd: Een uur.
Opvallend: Het ligt nog steeds erg afgelegen, ik kom er vanaf de snelweg door een kilometer of 30 door dorpjes en plattelandsweggetjes te rijden. Ze hebben er verkeersdrempels geplaatst tegen het vele sluipverkeer. Dat is wel nodig want bezoekers krijgen ze hier wel: meer dan 1 miljoen per jaar! Ik ben er op een zaterdagochtend en word al 3 kilometer voor de ingang door de politie naar een aanvullende parkeerplaats gedirigeerd. Vanaf daar haalt een bus je op om je naar de site te brengen.
Bij de ingang kun je gelukkig met een credit card de entree betalen, want ik heb nog steeds geen Turkse lira weten te bemachtigen (de geldautomaten op het vliegveld van Istanbul werkten niet). Naast de entree is een multimediale ‘experience’ gebouwd die je meer zou moeten vertellen over Göbekli Tepe, maar het is nogal oppervlakkig gedaan.
Ik ga snel door naar de vindplaats. Deze ligt op een heuvel. Er rijden shuttlebussen af en aan, maar ik ga net als vele anderen gewoon te voet om niet in de lange rij te hoeven staan. De opgravingen zijn “bedekt” met een hoog tentdoek, zodat de zon niet op de stenen valt. Dit is goed gedaan, en je kunt ook 360 graden om de hele vindplaats heen lopen.
Als je goed kijkt zie je op de meeste van de stenen zuilen reliëfs, vaak van dieren. Je hebt er soms wel een zoomlens voor nodig om ze te onderscheiden. Het meest fascinerende is hier hoe oud het allemaal is (6000 jaar ouder dan Stonehenge) en hoe verfijnd de decoraties zijn.
#965: Arslantepe
Wat is het?
Arslantepe omvat de archeologische overblijfselen van een laat-chalcolithisch paleis, dat getuigt van het leven van de elite ca. 3400 jaar voor Christus en de vroegste vormen van staatsbestuur. Het “paleis” is een groot lemen complex van verschillende gebouwen. De muren hebben hun witte pleisterwerk en rode en zwarte muurschilderingen behouden.
Cijfer: 5,5 (Het is wel heel erg niche.)
Toegang: Gratis.
Hoeveel tijd: Half uur.
Opvallend: Arslantepe ligt bij de stad Malatya, diep in het binnenland. Ik rijd er in ruim 2 uur naar toe via goede, maar slingerende bergwegen die me bijna misselijk maken (of het komt door de hoeveelheid winegums die ik ondertussen aan het eten was).
De opgravingen liggen aan de rand van de stad. Niet moeilijk te vinden maar geen parkeerplaats vlakbij. Ik parkeer maar op de stoep, dat lijkt zo te horen. Ik sta vlakbij een nieuw gebouwd bezoekerscentrum dat nog niet open is. Het Turkse bureau voor Toerisme heeft zeker ook grootse plannen voor Arslantepe, net zoals ze al alle andere Turkse werelderfgoederen succesvol vermarkt hebben.
De entree is hier nog gratis. Bij de ingang vind je enkele mooie reliëfs en beelden die hier gevonden zijn, maar van een latere periode dateren.
Het oude lemen paleiscomplex is ook hier bedekt onder een tent. In tegenstelling tot Göbekli Tepe mag je hier wel tussen de opgravingen door lopen – ze hebben tapijten neergelegd. Dat geeft wel een intiemer gevoel, maar ja, waar moet je eigenlijk naar kijken behalve lemen muren? Een paar hebben oude tekeningen, in kleur. Er is er eigenlijk maar één echt goed te zien (zie boven), de andere zijn erg verweerd.
#966: Divriği
Wat is het?
De Grote Moskee en het Ziekenhuis van Divriği vormen een meesterwerk van islamitische architectuur. Het ontwerp uit het begin van de 13de eeuw toont een unieke synthese van moskee- en ziekenhuisfuncties binnen één complex. Het monument wordt vooral geprezen om zijn buitengewoon uitgebreide en diverse stenen decoraties op de portalen. Het vertegenwoordigt een hoogtepunt in de Seltsjoekse Anatolische kunst, beïnvloed door meerdere tradities, waaronder Armeense, Byzantijnse, Iraanse en Syrische architectuur.
Cijfer: 7 (De uit steen gehouwen portalen zijn echt prachtig.)
Toegang: Gratis.
Hoeveel tijd: Een uurtje.
Opvallend: Ik ben blij dat ik de Grote Moskee en het Ziekenhuis van Divriği kan bezoeken nadat de restauratie in mei 2024 is afgerond. Het complex ligt bergopwaarts boven de oude stad; als je met de auto komt, kunt je het beste de lokale bewegwijzering naar “Ulu Cami” volgen om de ergste smalle straatjes van de stad te vermijden. Er is voldoende parkeergelegenheid in de buurt van het gebouw. Ik weet niet of het voorheen ook zo was, maar er is een aangelegd park aan de voet van de heuvel, vanwaar je het volledige complex met zijn karakteristieke zeshoekige koepel kunt bewonderen.
Het gebouw wordt beheerd door het Ministerie van Religieuze Zaken. Dit betekent dat de toegang gratis is, maar ook dat er allerlei waarschuwingen zijn over “gepaste kleding”. Een paar lokale vrouwen en ik worden gevolgd door een ijverige bewaker, die een bijzondere hekel lijkt te hebben aan vrouwen en steeds in de weg loopt. Er zijn maar drie mannen aan het bidden in de grote moskee, dus ik denk dat ze het religieuze belang van de plek niet moeten overschatten. Er is nauwelijks interpretatie over de waarde van het monument ter plaatse.
Iedereen, inclusief de Turkse moslimbezoekers die de overgrote meerderheid vormen, komt hier om de gebeeldhouwde portalen te bekijken. De werelderfgoedinscriptie dateert uit een tijd waarin alles om monumenten (architectuur) draaide, dus het gaat vooral over de gewelfconstructie en een koepel met een oculus. De versierde portalen maken het gebouw echter zo bijzonder. Ze zijn zo uitbundig dat het bijna Latijns-Amerikaanse barok lijkt. Maar het doet me ook denken aan de Armeense Monastieke Ensembles in Iran; men denkt dat christelijke meesters ook aan het Divrigi-complex hebben gewerkt. Er zijn nu speciale uitkijkplatforms om elk van de portalen te bewonderen, en het is de moeite waard om er even te zitten om het licht te zien veranderen of te wachten tot de selfie-poseerders weer weg zijn.
Het interieur is open en eveneens gerestaureerd. Het voormalige ziekenhuis had een vergelijkbare functie als het Sultan Bayezid II-complex in Edirne, maar is klein van formaat en het is moeilijk te achterhalen waarvoor het vroeger werd gebruikt. Er was een fontein (voor watertherapie?), die nu is afgezet met een paar lelijke palen om te voorkomen dat mensen erin vallen. De moskee is te betreden via de volgende poort (alleen voor mannen?) of via de hoofdpoort twee deuren verderop. Ik vond het nogal somber. Over het algemeen is het decoratieschema van de portalen niet doorgetrokken naar binnen.
Praktische info Jordanië
Voorbereidingen
Er is een soort ‘entreegeld’ (geen echt visum) vereist van 40 JD. Je zou het vooraf online moeten kunnen betalen, maar de website werkt op dit moment niet goed. Je kunt het ook makkelijk ter plekke bij aankomst doen – de plichtplegingen zijn beperkt tot het overhandigen van je paspoort en een creditcard voor de betaling.
Vervoer
Dit keer maakte ik voor het eerst gebruik van het openbaar vervoer in Jordanië. Het is een zeker voor buitenstaanders ondoorzichtig systeem, volledig gebaseerd op vraag en aanbod. Voor mijn bezoeken aan Umm Al-Jimal en As-Salt gebruikte ik de minibus en de ‘witte taxi’ (gedeelde taxi). Het handigste knooppunt in Amman is het Noordelijke Busstation – meer een parkeerplaats zonder enige service, maar met wat rondvragen kom je wel in de juiste minibus terecht. De ritten zijn erg goedkoop, ongeveer 1 JD (1,30 EUR) voor een uur.
Voor verplaatsingen binnen Amman gebruikte ik de app Careem, wat prima werkte. Het viel op dat de meeste chauffeurs uit de middenklasse kwamen en in mooie, nieuwe auto’s rondreden.
Overnachtingen
Hotel Kaya (Amman): modern, schoon en vriendelijk hotel, zo ongeveer halverwege het centrum en het noordelijke busstation. Ook op loopafstand van de Abdali Mall, een winkelcentrum met goede restaurants. Ontbijt was ook in orde. Enige minpunt is dat ze er ook bruiloften houden, dus in het weekend kan het lawaaierig zijn (maar de muziek ging niet lang door).
Eten
Ik heb niet veel bijzonders uitgeprobeerd dit keer, want ik was er maar 3 dagen. Ik houd erg van de Libanese keuken (moutabal!) en het was niet moeilijk om dat ook hier in Amman te vinden. Het ontbijt in het hotel was ook een mix van Europees en Jordaans-Libanees.
Kosten
Het verblijf is niet zo duur voor een reis in Jordanië buiten Petra om.
De kosten, gedeeld door 3 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Jordanië | 141 EUR | 82 EUR | 12 EUR | 27 EUR | 20 EUR |
Praktische info Irak
Voorbereidingen
Het Irakese visum is sinds kort ook online beschikbaar en is geldig voor zowel Federaal Irak als Iraaks Koerdistan. Inclusief alle kosten was ik 155 EUR kwijt. Ik had mijn visum binnen 7 uur retour in mijn mailbox. Op het vliegveld van Baghdad ruil je het formulier in voor een stickervisum.

Tour
Ik nam deel aan een 6-daagse tour van Lupine. Net als mijn vorige ervaring (in Kameroen en de Centraal-Afrikaanse Republiek) was de organisatie en communicatie weer uitstekend. De rest was OK maar niet bijzonder – de lokale gids was niet zo’n goede prater, de route was te gehaast en het commentaar oppervlakkig.
Vervoer
We werden rondgereden in een ruime, nieuwe minibus met airco. De wegen zijn over het algemeen goed.
Overnachtingen
De hotels waren allemaal prima 3-sterren (Irakese 4 en 5 sterren) kwaliteit:
Baghdad: Al Safeer Palace: goed hotel waar alles werkt, ook restaurants, wisselkantoren en een supermarktje naast de deur. Beste ontbijt van de tour.
Karbala: Awlad al Hassan Hotel: fijne kamer, lekker bed en ook hier weer een goed ontbijtbuffet.
Nassiraya, Hotel Sumarion: kitsch lobby, balzaal van een kamer. Bed ligt niet al te goed en geen lichtknopjes bij het bed.
Mosul, Bachtabia Hotel: ook OK, maar in een buurt waar het verder lopen is naar een supermarkt of restaurant.
Erbil, Quartz Hotel. Erg modern en luxe, ik zou hier graag mijn lichaam een paar uur hebben laten rusten, maar ik moest om 10 uur ‘s avonds al weer door naar het vliegveld.
Eten
Het eten in Irak is vooral goedkoop en veel. En dan vooral de standaard-Arabische dingen zoals kebab en rijst met kip.
Het ontbijt beviel me eigenlijk nog het beste, door zowel het verse brood als lekkere linzensoep.
Onderweg aten we regelmatig bij een fastfoodrestaurant een broodje falafel of zoiets.
Eén van de typisch Iraakse specialiteiten is Masgouf (gegrilde karper). Het duurt een uur om te garen aan het open vuur en ziet er beter uit dan het smaakt.
Kosten
Vrijwel alles zat inbegrepen in mijn tour, voor eten en taxi’s van en naar het vliegveld gaf ik tezamen slechts 100 USD uit in 6 dagen.
De kosten, gedeeld door 6 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Tour | Eten | Vervoer | Overig |
| Irak | 485 EUR | 442 EUR | 10 EUR | 5 EUR | 28 EUR |
Praktische info Turkijë
Voorbereidingen
Weinig nodig. Ik huurde alleen vooraf een auto via Rentalcars.com.
Vervoer
Ik reed rond in een prima kleine Citroën van Cizgi Rentacar. Ze waren me vergeten op te halen op het vliegveld, maar daarna verliep alles vlotjes. Autorijden is gemakellijk in deze regio, veel grote wegen met weinig verkeer.
Overnachtingen
Er zijn weinig goede hotels in deze regio. Ik koos twee keer voor een Ramada by Wyndham (ook populair bij Chinese tourgroupen), in Adiyaman en Elbistan. Die in Adiyaman ligt in een handige buurt met veel restaurants.
Eten
Ik zat vooral in de auto, heb niet uitgekeken naar bijzondere restaurants. In Divrigi at ik Sivas Köfte.
Kosten
Ik koos vooral voor efficiëntie, met autohuur en goede hotels, om mijn programma in 2.5 dag te kunnen afwerken
De kosten, exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Turkije | 193 EUR | 87 EUR | 15 EUR | 75 EUR | 15 EUR |



































































Leave a comment