Programma
Het lijkt een vreemde combinatie: het Tunesische eiland Djerba en de Franse regio Bretagne. Er zijn echter meer vluchten vanuit Frankrijk naar Djerba dan uit Nederland, dus ik zie mijn kans schoon om twee tot nog toe onbezochte plekken in één tripje te stoppen.
Het programma is:
| Datum | Doen | Plaats | Hotel |
| 9-mrt | Trein naar Parijs. Vlucht naar Djerba met Transavia via Parijs Orly. | Houmt Souk | Dar Lola |
| 10-mrt | Werelderfgoed Djerba | Houmt Souk | Dar Lola |
| 11-mrt | Vlucht Djerba – Nantes met Transavia. Auto ophalen op vliegveld. Bezoek aan Carnac. | Auray | Ibis Auray |
| 12-mrt | Autorit naar noordwesten van Bretagne, met ommuurde kerkjes in Finistère. | Auray | Ibis Auray |
| 13-mrt | Ochtendbezoek aan Locmariaquer. Vlucht in de namiddag Nantes – Amsterdam met KLM. | Thuis | Thuis |
#957: Djerba
Wat is het?
Djerba weerspiegelt hoe de lokale gemeenschappen zich aanpasten aan het leven in een waterarme omgeving. Tussen de 9de en de 18de eeuw was het eiland verdeeld in kleine, geclusterde buurten die zelfvoorzienend waren. Het belangrijkste handelscentrum op het eiland was Houmt-Souk en er waren twee stedelijke woonwijken voor Joodse gemeenschappen. Opmerkelijke overblijfselen onder de 31 componenten zijn de synagoge van Ghriba, de kerk van St. Nicolas en vele moskeeën.
Cijfer: 4 (Het is al niet erg monumentaal, maar vooral het gebrek aan uitleg ter plekke maakt het nog slechter.)
Toegang: Je hoeft nergens te betalen maar je kunt ook vrijwel nergens naar binnen.
Hoeveel tijd: Een dag heb je toch wel nodig om een deel van de verspreid liggende 31 locaties te bezoeken.
Opvallend: Voor mijn bezoek probeerde ik een representatieve selectie te maken uit de locaties zonder een auto te hoeven huren. In de ochtend bezocht ik 4 onderdelen in en ten noorden van de hoofdstad Houmt Souk.
De medina van Houmt Souk was de handelsstad waar alles eindigde. Slechts een klein deel maakt onderdeel uit van het werelderfgoed (de oude funduqs, de overdekte markt, de moskee van de Turken en de Sint-Jozefkerk; maar niet Borj El Ghazi Mustapha bijvoorbeeld). Het voelt als een kleinere versie van de medina van Tunis, en zelfs in de vroege ochtend is het helemaal ingericht om de Franse en Duitse strandtoeristen te ontvangen.
Ik liep toen door naar een ander onderdeel, de kerk van Sint-Nicolaas. Een bordje op de deur zegt dat deze alleen op donderdag van 10-13 uur open is. De grote kerk (zie foto bovenaan) is alleen te zien vanaf het trottoir aan de overkant van de straat.
Mijn volgende doel was de moskee van Sidi Smain, gelegen langs de Houmt Souk Corniche. Ik liep er naar toe, er is een trottoir en zelfs een fietspad, maar het was een hete en saaie wandeling. Dit is een van de versterkte moskeeën die een verdedigingssysteem langs de kust vormden. Het ligt tegenover een veel mooiere nieuwere moskee met dezelfde naam.
De laatste die ik ‘s ochtends bezocht, was de moskee van Sidi Zekri. Deze ligt nog eens 7 kilometer verder langs de kust, en hiervoor nam ik een taxi. De moskee bevindt zich in wat lokaal bekend staat als de ‘toeristenzone’, hoewel het vooral wordt omringd door woestenij en half afgebouwde appartementengebouwen. Het is een ondergrondse moskee met een interessant ontwerp, maar je kunt er niet in.
‘s Middags ging ik zuidwaarts, eerst met de taxi naar Erriadh. Vroeger bekend als Hara Seghira, was dit een belangrijke Joodse wijk. Het is nu een klein stadje dat de selfie-menigte verleidt met “Djerbahood”, straten vol muurschilderingen. Ik had geen idee waar ik voormalige Joodse bezienswaardigheden kon vinden, zoals de yeshiva die in het nominatiedossier wordt beschreven.
Ik liep toen 10 minuten door om de El Gribah-synagoge te bereiken. Ik had online gelezen dat er entreegeld is en dat je je paspoort moet laten zien, maar er werd niet om gevraagd. Je tas moet door een beveiligingsscanner, maar dat is alles. Tunesische militairen bewaken de toegangsweg aangezien de locatie de afgelopen decennia te lijden heeft gehad van verschillende terroristische aanslagen. Je kunt het interieur van de synagoge vrij bezoeken (het is dagelijks geopend, behalve op zaterdag, in de ochtend en late namiddag) en foto’s maken. Ernaast ligt een binnenplaats met kamers voor Joodse pelgrims.
Carnac
De aanstaande werelderfgoedmeeting van 2025 zal Carnac waarschijnlijk op de Lijst zetten. ‘Carnac en oevers van de megalithen van Morbihan’ is een cultuurlandschap en bestaat uit vier componenten met duizenden staande stenen en graven.
Carnac is een vertegenwoordiger van de Europese megalithische traditie sinds het Neolithicum, waartoe ook de megalithische tempels van Malta en meerdere locaties in het Verenigd Koninkrijk en Ierland behoren, zoals Stonehenge en Brú na Bóinne. Carnac behoort tot de absolute top tussen zijn soortgenoten. Het genomineerde gebied is ongeveer 4x zo groot als Stonehenge/Avebury en 6x de locaties op Malta. De oudste delen dateren aanzienlijk van vóór Stonehenge en overlappen met de vroegste tijdlijnen van Newgrange en Ħaġar Qim.
Ik begon mijn bezoek bij de ‘Alignements’ (steenrijen?) van Carnac. De winter is een goede tijd om hier te komen, omdat je dan alleen op het pad tussen de stenen mag lopen (in andere seizoenen mag dat alleen met een gids). Ook zijn er over het algemeen veel minder bezoekers, ik kwam één schoolklas tegen die net een bus instapte en verder een paar lokale wandelaars. Het was zelfs zo rustig dat het een beetje ongemakkelijk werd op de afgelegen stukken.
Toegang tot de steenrijen is ook gratis van oktober tot maart. Ik had geluk met het weer begin maart: zonnig, blauwe luchten.
Ik parkeerde bij de Ménec-alignements en ging toen te voet verder. Niets kan je voorbereiden op de eerste aanblik van de eindeloze rijen netjes gerangschikte staande stenen. Ik liep het grootste deel van het ‘Alignments-pad’ dat Ménec verbindt met de andere Alignments. Het is een goed onderhouden en bewegwijzerd pad, meest gemaakt van planken. Je kunt ook met de auto gaan, want ze hebben allemaal (kleine) parkeerplaatsen.
Het beste gedeelte vond ik aan het begin van de Kermario Alignement: hier worden de staande stenen hoger, is er een complete dolmen te vinden en krijg je het iconische uitzicht op de glooiende heuvels bedekt met rijen stenen.
Je loopt hier langs enkele boerderijen en langharige schapen grazen tussen de menhirs.
Aan de andere kant van deze rijen ligt een uitkijktoren, maar helaas is de late namiddag niet het beste moment van de dag voor foto’s vanaf daar omdat deze naar de zon is gericht. Ze zouden ook wel wat meer borden met uitleg mogen plaatsen, hoewel ik begrijp dat er niet veel bekend is over het idee achter de Alignements. Hier en daar zie je nog steeds borden die zijn achtergelaten door mensen die zich verzetten tegen de omheining van het hele gebied.
Twee dagen later ging ik naar het Locmariaquer-onderdeel van het aanstaande werelderfgoed. Hemelsbreed ligt het slechts 8 km van de Alignments, hoewel het over de weg iets verder is. Het belangrijkste gedeelte hier is een cluster van drie grote monumenten. Er moet 7 EUR entreegeld worden betaald, maar ze laten je een goede video bekijken die context biedt.
De individuele monumenten (een 140m lange tumulus, een dolmen en de grote gevallen menhir) hebben ook informatiepanelen.
De ruïnes van de Grote Menhir – gevallen en gebroken, mogelijk door een aardbeving – zijn het meest indrukwekkend. Delen zijn hergebruikt als spolia in de dolmen op de site, ze hebben ook wat eenvoudige tekeningen plus een beetje historische graffiti.
Rondrit Bretagne
Bretagne was de enige regio op het vasteland van Frankrijk waar ik nog niet eerder was geweest, maar de aanstaande nominatie van Carnac gaf me een goede reden om te gaan en er ook een paar dagen rond te kijken. Ik kan niet zeggen dat Bretagne veel anders aanvoelde dan Noord-Frankrijk in het algemeen, hoewel de tweetalige bewegwijzering het een exotische draai geeft.
Op mijn tweede dag daar reed ik naar het departement Finistère (een van de vier Bretonse departementen), want daar zijn deze “ommuurde parochiekerken” te vinden (het Franse “Enclos paroissiaux” is niet zo goed te vertalen in het Nederlands).
De afstanden hier zijn niet te onderschatten: Bretagne is ongeveer zo groot als België en Luxemburg samen. Ik werd een beetje gehinderd door de beperkte kilometerlimiet van mijn huurauto – een paar kleine lettertjes die ik over het hoofd had gezien bij het boeken (500 km in 2 dagen is echt niet genoeg). Uiteindelijk heb ik een route gemaakt die mijn extra kosten binnen de perken zou houden én die ten minste twee van de meest aanbevolen kerken uit deze Franse potentiële werelderfgoednominatie omvatte.
Ik maakte echter een eerste stop bij een kleinere kerk, de Saint-Pierre-kerk in Pleyber-Christ. De parochiekerken zijn gemaakt volgens een strikt model en een voorbeeld als dit laat je vertrouwd raken met de vaste onderdelen (een omringende muur, gewelfde poort, ossuarium, calvarie en kerk met torenspits). De omheinde kerk neemt nog steeds een centrale positie in het centrum van het kleine stadje Pleyber-Christ in: zoals alle andere in deze serie is de kerk nog steeds de parochiekerk en dus goed onderhouden. Andere onderdelen zijn gesloopt of herbouwd, zoals de gewelfde poort die is vervangen door een monument voor de Eerste Wereldoorlog.
De Notre-Dame et Saint-Thégonnec-kerk in Saint-Thégonnec wordt over het algemeen beschouwd als het hoogtepunt onder de Bretonse parochiekerken. Saint-Thégonnec heeft tegenwoordig slechts 2700 inwoners, maar dit is een groot en uitbundig bouwwerk, gefinancierd in de 17de eeuw door wat de rijkste gemeenschap van de regio was. Met name het ossuarium en het ensemble op de binnenplaats waaronder de calvariesculptuur zijn prachtig.
Ongeveer 20 minuten verderop ligt de Saint-Suliau-kerk van Sizun. Dit is ook een grote en prominente kerk. Hier springen de buitenmuur van het ossuarium, versierd met beelden van de apostelen, en het interieur van de kerk eruit. Ik was ook in de twee andere kerken binnen geweest, maar vond ze maar zo-zo, omdat ze op “normale”, rooms-katholieke kerken lijken. De kerk in Sizun is echter rijk aan houten sculpturen in een kleurrijke, bijna naïeve stijl.
Deze parochies werden gefinancierd door de lokale bevolking die welvarend werd van de linnenindustrie en zijn goede voorbeelden van volksarchitectuur, aangezien er alleen regionale kunstenaars werden ingehuurd.
Dit zou ook zo’n makkelijke site zijn om te nomineren als werelderfgoed, want alles lijkt er al te zijn: het zijn allemaal beschermde monumenten, die in goede staat worden gehouden door de parochies, en 23 ervan zijn verenigd in een of andere associatie. De kerken die ik bezocht zijn gratis en open voor toegang overdag, alleen de ossuaria hebben een beperkter schema (afgestemd op het toeristenseizoen).
Praktische info
Voorbereidingen
Voor Tunesië kocht ik vooraf voor een paar EUR een e-sim via Airalo. Deze werkte prima.
Vervoer
Op Djerba is de taxi het beste vervoermiddel: ze zijn er volop, rijden altijd op de meter en kosten maar een paar EUR voor een rit van 15-20 minuten. Ik gebruikte ze ook om van en naar het vliegveld te komen, dat kostte 11 dirham in de avond en 6 overdag (2 EUR).
Helaas is het openbaar vervoer in Bretagne niet zo goed en goedkoop. Ik huurde daarom een auto vanaf het vliegveld van Nantes bij Hertz. Ik kreeg een prima, nieuwe Citroen C3 mee. Helaas had ik de kleine lettertjes van het huurcontract niet zo goed bekeken: er bleek een limiet van slechts 500 kilometer in de huurprijs te zijn inbegrepen (ze vertelden het me wel keurig bij vertrek aan de balie). De afstanden zijn echter flink hier, dus achteraf moest ik wat bijbetalen.
Overnachtingen
Houmt Souk, Dar Lola: Zeer nette kamer in oud huis in de binnenstad. Goed ontbijt. Ik was de enige gast. 46 EUR.
Auray, Ibis: Simpel Ibis-hotel, handig gelegen aan de snelweg en vlakbij een groot bedrijventerrein met supermarkt en goede bakkerij. 63 EUR.
Eten
Het eten op Djerba, in Houmt Souk, was erg goed en goedkoop! Eén avond had ik een rijk gevulde paëlla met verschillende soorten vis en schelpdieren, de andere een bord vol Tunesisch standaardeten met kofta en de onvermijdelijke harissa.
Hét gerecht van Bretagne zijn de crèpes. Elk plaatsje, ook de kleine waarin de parochiekerken liggen die ik bezocht, heeft wel een crèperie. Hieronder een galette (een hartige crèpe van boekweitmeel) gevuld met een Bretons worstje, gekaramelliseerde uien en camembert.
Kosten
Al met al was dit geen dure trip. Ik vloog meest met low cost maatschappijen en de overnachtingen waren niet duur. Ontbijt en lunch is ook goedkoop te halen in Franse supermarkten en bakkerijen.
De kosten, gedeeld door 5 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Djerba en Bretagne | 113 EUR | 43 EUR | 20 EUR | 47 EUR | 3 EUR |



















Leave a comment