World Heritage Traveller

Senegal en Gambia 2025

Written by:

  1. Programma
  2. #948: Gorée
  3. Dakar
  4. #949: Saint-Louis
  5. #950: Djoudj
  6. Toubakouta
  7. #951: Saloum Delta
  8. #952: Kunta-Kinteh eiland
  9. Farafenni en River Gambia National Park
  10. #953: Steencirkels van Senegambia
  11. #954: Niokolo-Koba NP
  12. #955: Land van de Bassari
  13. Praktische info

Programma

Als start van het reisschema in 2025 ga ik naar West-Afrika. Deze reis voerde mij eerst naar Mauretanië, en daarna naar Senegal & Gambia. Deze geografisch verstrengelde buurlanden bezoek ik in 2 weken met openbaar vervoer en een privé-tour voor de afgelegen gebieden.

Het programma is:

DatumDoenPlaatsHotel
7 janVlucht Nouakchott – Dakar (21.15-22.20) met Air Senegal.DakarUnion Amicale Corse
8 janRustdag in Dakar.DakarUnion Amicale Corse
9 janBezoek aan het Eiland Gorée (WE1).DakarUnion Amicale Corse
10 janKathedraal en Museum voor Afrikaanse kunst in Dakar.DakarUnion Amicale Corse
11 janNaar Saint-Louis per minibus. In de middag bezoek aan het Eiland Saint-Louis (WE2).Saint-LouisNdar Ndar House
12 janBezoek aan Djoudj (WE3)Saint-LouisNdar Ndar House
13 janPrivé-transfer 6.5 uur richting het zuiden, naar Toubakouta.ToubakoutaKeur Niaye
14 janDorpswandeling met gids in de ochtend en boottocht door de Saloum Delta in de namiddag (WE4).ToubakoutaKeur Niaye
15 janGrensovergang naar Gambia bij Karang, vandaar naar Barra en met de veerboot naar Banjul. Ca. 4 uur in totaal, inclusief 2u wachttijd voor de boot.Banjul (Bakau)Roc Heights
16 janStart privé-tour, met bezoek aan Kunta Kinteh eiland (WE5), Farafenni markt, River Gambia NP en Wassu steencirkels (WE6).JanjanburehHappy Corner Lodge
17 janSenegal in via Sabi. Vroeg in de middag aankomst in Wassadou. Boottour einde middag.WassadouWassadou Camp
18 janSafari in Niokolo-Koba NP (WE7). Daarna 3u doorrijden naar het land van de Bassari.AfiaTako Mayo
19 janBezoek aan Dindefelo waterval en Andiél Betik dorp (WE8). Terugrit van zo’n 6u naar Gambia.BasséSwiss
20 janTerugrit naar Banjul (6u)Vliegtuig

#948: Gorée

Wat is het?
Het eiland Gorée was een belangrijke handelspost voor Europeanen vanaf de 15de eeuw. Goederen zoals graan, pinda’s en ivoor, maar ook slaven, werden vanaf hier verhandeld en verder getransporteerd naar andere continenten.

Goree

Cijfer: 6 (Het is een plezierige plek om een tijdje rond te dwalen en de meeste gebouwen zijn in goede staat. Er ontbreekt echter iets unieks.)

Toegang: De veerboot kost 5700 CFA voor een retour (8 EUR). Voor het historisch museum betaalde ik 3000 CFA (4,50 EUR).

Hoeveel tijd: Ik ging heen met de boot van 10 uur en terug om 14 uur.

Opvallend: Het is slechts 20 minuten lopen van het centrum van Dakar naar de ‘Gare Maritime’ vanwaar de veerboten naar Gorée vertrekken. Dit is een goed georganiseerde dienst, met online dienstregelingen, duidelijke ticketprijzen (al jaren onveranderd, zo lijkt het, 5200 XOF voor de retour plus 500 belasting), en een wachtlokaal met veel zitplaatsen en een Franse bakkerij.

Voor het beste zicht bij aankomst op Gorée moet je aan de rechterkant gaan zitten. De overtocht duurt slechts 20 minuten. De boot zat goed vol, meest met Franse groepstoeristen.

Gorée blijkt een prettige plek om op eigen houtje rond te dwalen. Er zijn geen auto’s en geen aanhoudende verkopers of wannabe-gidsen. Het heeft veel pittroeske steegjes die de moeite waard zijn om te bekijken. De meeste gebouwen dateren uit de late 18de en 19de eeuw en zijn gebouwd door de Frans-Afrikaanse Creoolse, of Métis, gemeenschap van handelaren. Deze kleurrijke gebouwen zijn goed bewaard gebleven, althans hun gevels.

Goree

De twee uiterste punten van het eiland vond ik het interessantst. Aan de zuidpunt staat een geschutsbatterij die dateert uit de Tweede Wereldoorlog en het controversiële Gorée-Almadies Memorial, een betonnen constructie die in 1999 werd toegevoegd. Als je de heuvel hier op en af loopt tot aan het voetbalveld, heb je een mooi uitzicht over het eiland.

Je komt ook langs een reeks vervallen gebouwen, waar krakers hun intrek hebben genomen samen met hun geiten.

Goree

Aan de andere kant van het eiland vind je het Fort d’Estrées. Dit Franse koloniale bouwwerk is nu in gebruik als een historisch museum. Ik was de enige bezoeker hier. Nadat ik de toegangsprijs van 3000 XOF had betaald, kreeg ik een iPad-audiogids in het Engels om me door de 12 tentoonstellingsruimtes te leiden.

Het museum belicht de geschiedenis van heel Senegal (niet alleen Goree) en ik vond het behoorlijk interessant.

Goree

In het museum vind je geen overdreven uitspraken zoals dat Gorée “het grootste slavenhandelscentrum van de Afrikaanse kust” was – dit statement gemaakt bij inschrijving als werelderfgoed is sindsdien feitelijk onjuist gebleken; Gorée was op z’n ‘best’ een kleinere doorvoerhaven voor slaven.

Om die reden koos ik ervoor om het “Slavenhuis” elders op het eiland niet te bezoeken: er wordt een volledig gefabriceerde geschiedenis gepresenteerd, bedoeld om Afro-Amerikaanse toeristen te lokken.

Dakar

Ik verbleef maar liefst 3 volle dagen in de Senegalese hoofdstad Dakar. Deze waren vooral bedoeld om uit te rusten van mijn Mauretanië-reis. En ik ging naar het werelderfgoed Gorée.

Tussendoor verkende ik het centrum wat vanuit mijn gunstig gelegen hotel pal achter het Presidentieel Paleis. Je hoeft je hier geen zorgen te maken over de veiligheid: op iedere straathoek staat een gewapende militair. Ook het wandelen door de rest van het centrale deel van de stad is plezierig: er zijn goede trottoirs en veel zebrapaden waarvoor de auto’s ook daadwerkelijk stoppen.

Dakar

Dit is natuurlijk een erg welvarende wijk, met ook ambassades inclusief de Nederlandse. En veel internationale restaurants, ik at er Italiaans en Libanees. Enkele zwerfkinderen doen je eraan herinneren dat dit niet een goed beeld van Dakar of Senegal geeft.

De buurt heeft een aantal mooie Art Deco-gebouwen, zoals de kathedraal. Helaas vond ik de deuren gesloten.

Dakar

Even verderop ligt het Théodore Monod Museum voor Afrikaanse kunst, ook al in zo’n groots gebouw uit de jaren 30 van de 20ste eeuw. Alleen de begane grond van de tentoonstellingsruimte wordt benut. Ze hebben er kunst uit heel West-Afrika. Uit Senegal zijn deze houten poppen van een man en een vrouw gemaakt door de Bassari, wier dorpen ik later deze reis hoop te bezoeken.

Dakar

#949: Saint-Louis

Wat is het?

Het eiland Saint-Louis is een opmerkelijk voorbeeld van een koloniale stad met een stilistische homogeniteit. Er is koloniale architectuur van hoge kwaliteit, meest daterend uit de 19de eeuw toen de stad de hoofdstad was van Frans-Senegal.

Saint-Louis

Cijfer: 5 (Het geheel is goed bewaard gebleven, maar er zit weinig leven in en er zijn geen gebouwen die er uit springen.)

Toegang: Geen entree.

Hoeveel tijd: Zo’n 2 uur om alle straten op het eiland een keer op en neer te lopen.

Opvallend: Ik arriveerde met een minibus (“combi”) vanuit Dakar’s Gare Routière des Baux Maraîchers, een rit van 5 uur, voornamelijk vanwege de sterke verkeersopstoppingen op een derde van de route in Thies. De bus zet je af bij het busstation op het vasteland van Saint-Louis, vanwaar het een korte taxirit over de Faidherbe-brug naar het eiland is. De brug dateert, net als de rest van het koloniale erfgoed, uit het einde van de 19de eeuw en maakt dus deel uit van het ingeschreven gebied. Het lijkt op een horizontale Eiffeltoren.

Saint-Louis

De stedenbouwkundige opzet van de smalle strook die het eiland omvat, volgt een strak rechthoekig plan. De beste manier om de stad te verkennen is dus door de ene straat naar boven te lopen en de volgende straat naar beneden.

Het meest opvallend in de architectonische vormgeving van de koloniale gebouwen zijn de smeedijzeren balkons, houten luiken en het gebruik van felle kleuren. Er is een moskee, een kerk, een postkantoor en administratieve gebouwen, allemaal daterend uit de hoogtijdagen van Saint-Louis, toen het de Franse koloniale hoofdstad van Senegal was. Geen enkel gebouw valt echter op; de kracht ligt in de algehele homogeniteit.

Saint-Louis

Eén van de beste voorbeelden is ‘Les Signares’, genoemd naar de rijke Métis-vrouwen (gemengd ras) die een aristocratie binnen de stad vormden en societybijeenkomsten en bals hielden in hun woningen.

Saint-Louis

De straten zijn keurig geveegd en is er niet teveel afval aangespoeld aan de kades. Of misschien ben ik gewoon immuun geworden voor vuil, nadat ik onlangs een maand in India heb doorgebracht. Toch verkeert een behoorlijk aantal van de oude gebouwen in een slechte staat en lijken de levensomstandigheden van de mensen ook niet geweldig. Het eiland is niet gegentrificeerd, ondanks een paar coffeeshops, hotels en restaurants. Vergelijkingen met Cuba zijn snel gemaakt, maar het is niet zo goed als Havana en lijkt meer op Camagüey.

Ik verbleef twee nachten in de kernzone in een van die mooie oude huizen, het Ndar Ndar House, met een gammel houten balkon versierd met smeedijzeren roosters aan mijn kamer. Ik durfde er niet mijn volle gewicht op te zetten…

#950: Djoudj

Wat is het?

Het Djoudj Nationaal Vogelreservaat is een drasland in het noorden van Senegal. Het beslaat een groot meer en omliggende waterwegen. Het is de plek waar meer dan anderhalf miljoen vogels komt overwinteren en een belangrijk broedgebied voor pelikanen, aalscholvers, en reigers.

Djoudj

Cijfer: 8 (De pelikanen zijn echt spectaculair in aantal en activiteit.)

Toegang: Was inbegrepen in mijn tour, maar is naar verluidt 5,000 XOF per persoon en 10,000 voor de auto (22,50 EUR samen).

Hoeveel tijd: De tour duurde van 9-14 uur. We waren anderhalf uur op het water.

Opvallend: Zowel Banc d’Arguin, dat ik eerder op deze reis bezocht, als Djoudj Bird Sanctuary zijn cruciaal voor het behoud van trekkende watervogels in West-Afrika. Banc d’Arguin is vooral belangrijk vanwege zijn rol als overwinteringsplek, terwijl Djoudj bekend staat om zijn broedkolonies. Een ander verschil met Banc D’Arguin is dat het geen kustgebied is, maar een binnenlands wetland rond een meer. Het is meer gericht op flamingo’s en pelikanen in plaats van steltlopers.

Ik ging erheen met een chauffeur uit Saint-Louis. De reis is het beste te doen met een 4WD, omdat de weg grotendeels onverhard is en veel kuilen heeft, maar we kwamen ook een paar gewone oranje taxi’s tegen (die rijden erg langzaam). We slaagden erin om de ingang van het park te bereiken na 1u15min. Onderweg wees de chauffeur me op de rijstvelden (nu droog maar functioneel in de zomermaanden), de Peul-dorpen en de Mauritaanse vissers die de Senegal-rivier overstaken die de grens vormt. We zagen ook onze eerste dieren – een groep huzaarapen die de weg overstaken.

Bij binnenkomst in het park passeerden we een meer met groepen flamingo’s – deze soort zouden we later in het park niet meer zien. Na de parkformaliteiten (je moet betalen voor de auto en voor de buitenlandse toerist) was het nog 20 minuten rijden naar de aanlegsteiger. Hier voegde ik me bij twee Franse stellen en een vogelgids in een kleine maar overdekte motorboot. Onze eerste pelikanen dobberden al rond in deze poel.

Djoudj

Het bleek dat de grote witte pelikanen de sterren van de show zijn in Djoudj. Er zijn natuurlijk nog andere soorten, veel aalscholvers (3 soorten), reigers, jacana’s en we zagen een visarend. Een varaan zwom door de beek en onder onze boot door, en er waren wrattenzwijnen te zien op het droge.

Maar de Wauw-momenten kwamen van de pelikanen. Ze voeden zich in grote groepen op het water en vliegen er dan weer met volle kracht uit in een V-vormig patroon. En ze nestelen met duizenden op een stinkende modderbank in het midden van het park. Dat is echt een spektakel om te zien, alle mannelijke en vrouwelijke pelikanen bij elkaar om hun jongen te beschermen.

Djoudj

Toubakouta

Toubakouta is een heet plaatsje in de Saloum Delta dat op beperkte schaal het (vogel)toerisme hier ondersteunt. Maar het is vooral ook een gewoon Senegalees dorp. Met een gids van mijn B&B Keur Niaye doe ik in de ochtend een dorpswandeling.

Toubakouta

We kijken eerst binnen bij het ziekenhuisje, waar het gelukkig rustig is. Ze hebben ook een ambulance om zwaardere gevallen naar de stad te brengen. Aan de andere kant van de straat ligt de zwangerschapskliniek, waar de wachtruimte vol zit met aanstaande moeders die op afspraak komen voor een echo of iets anders. Ook is er een kleine zaal waar we een pasgeboren baby aanschouwen.

Er wonen 3000 mensen in Toubakouta en het is nogal ruim van opzet. De wandeling duurt dan ook ruim 2 uur. Ook omdat de gids iedere voorbijganger kent en die (lang) moet begroeten. De straten zijn breed, de hoofdstraat heeft de bijnaam ‘Champs Elysees’ omdat het lange rechte weg is met hoge bomen omringd. De straten zijn onverhard. Brommertaxi’s pendelen mensen heen en weer. Het ziet er allemaal heel vredig en vriendelijk uit.

We kijken binnen bij de molenaar, waar mensen hun graan kunnen laten vermalen. En bij de bakker die eindeloze rijen baguettes in de steenoven aan het schuiven is. Handwerkers hebben bedrijfjes in hout en metaal waar je op maat een bed kunt laten maken.

Toubakouta

Op de dagelijkse markt verkopen vrouwen voornamelijk groente en fruit. Er zijn tomaten, wortels, uien, maniok, zoete aardappelen. Maar ook gedroogde of gerookte vis en schelpdieren, soms zelfs in minizakjes (wat tot veel plastic vervuiling in de straten leidt).

Toubakouta

Aan de rand van het dorp zien we enkele glimmende, moderne huizen die nogal contrasteren met de rest van Toubakouta. Ze zijn van Senegalezen die in Frankrijk wonen en hier graag willen laten zien hoe goed het hun gaat. De meeste ‘gewone’ mensen hier leven in familie-compounds. We mogen binnenkijken bij het verblijf van de vader van de gids – er zijn slaapruimtes rond een ruime binnenplaats, een keuken en wat fruitbomen.

Toubakouta

#951: Saloum Delta

Wat is het?

De Saloum Delta is een door de mens bewerkt landschap van eilanden en van de zee terug gewonnen land. Vanaf 2000 jaar geleden hebben de mensen hier schelpen gebruikt om hoger gelegen stukken land te creëren waarop mensen konden wonen en planten en dieren hun leefgebied vonden. Ook werden deze schelpenheuvels gebruikt als grafheuvels.

Saloum Delta

Cijfer: 7,5 (Zeer sfeervolle en interessante site; dit soort menselijk leven gecentreerd rond weekdieren is zeldzaam.)

Toegang: De privé-boottour kostte 55 EUR.

Hoeveel tijd: De boottocht duurde 2,5 uur, maar dit is echt een omgeving om wat langer te blijven.

Opvallend: Mensen bezoeken de Saloum-delta vooral voor het mangrovelandschap en om vogels te spotten, maar het is een werelderfgoed geworden om een heel andere reden: de traditie van het verzamelen van schelpdieren en het voortbestaan van historische schelpenheuvels.

Mijn B&B bood een ‘menu’ aan van maar liefst 24 tours en andere activiteiten, maar mijn ogen bleven al hangen bij #2: een late middagboottocht naar L’île aux coquillages (het Schelpeneiland). Dus om 16.30 uur stapten bootman Ibu en ik in de grote houten, gemotoriseerde pirogue en gingen we het water op. Het water van de zijrivieren van de Saloum-rivier is kalm (hoewel de Delta getijden kent). Het is een goed gebied om te vissen: een van de andere gasten had de dag ervoor twee grote barracuda’s gevangen, die we ‘s avonds als heerlijk diner hadden!

Dichtbij de stad zie je houten rekken in het water staan. Deze houden netten vast voor de kunstmatige productie van oesters. Maar de oesters groeien ook op natuurlijke wijze op de wortels van de mangroves, die het overheersende type vegetatie langs de oevers van de rivier vormen. We zagen verschillende vrouwen deze weekdieren verzamelen tijdens eb. De mangroves leveren ook honing, die door de lokale bevolking aan toeristen wordt verkocht.

Saloum Delta

Na een korte onderbreking bij een bijzonder dicht mangrovebos, waar we een moerasmangoest verrasten, naderden we uiteindelijk het schelpeneiland Dioron Boumak. Het heeft een geërodeerd schelpdierenstrand waar je kunt ankeren, wat we deden, en daarna stapten we aan land. Het strand bestaat volledig uit hopen kleine, lege kokkels. Maar dat is nog niet alles: de top van het eiland ligt op 12 m, allemaal bestaande uit lagen schelpdieren. Er is een pad dat je bergopwaarts en over het eiland voert, met enkele steile beklimmingen.

Saloum Delta

Deze schelpenheuvels werden lang als natuurlijk beschouwd, maar ze werden gecreëerd door oude verzamelaars van weekdieren, mogelijk om wat extra droog land te creëren in een gebied dat gevoelig is voor overstromingen. Dioron Boumak wordt nu verondersteld minstens 1500 jaar oud te zijn en is een van de grootste en best bewaarde archeologische schelpenhopen van de Saloum Delta.

Er staan ​​verschillende grote en oude baobabs op de top, een symbool van zijn leeftijd. Er zijn ook grafheuvels, hoewel deze niet zijn gemarkeerd. De gids wees op de heilige status van een van de oudste baobabs op de top van de heuvel. Sommige vondsten van het eiland, zoals een schelpenketting, zag ik al eerder in het Historisch Museum van Gorée.

Saloum Delta

Deze schelpenheuvel-boottocht is behoorlijk populair: toen wij er waren, waren er nog 4 andere boten (waaronder één met 20 Poolse toeristen en hun gevolg, allemaal in dezelfde soort boot als ik in mijn eentje), maar mijn gids zei dat er soms zelfs 15 boten tegelijk zijn. Ze volgen allemaal dezelfde route, dus mangroves – schelpenheuvel en dan eindigend bij zonsondergang bij een bepaald stuk mangrovebos waar ‘s nachts massa’s vogels invliegen om te slapen.

#952: Kunta-Kinteh eiland

Wat is het?

Kuntah Kinteh Eiland en gerelateerde sites omvat 7 plekken gelieerd aan de Afrikaans-Europese ontmoeting van de 15de tot de 20ste eeuw. Via de Gambia Rivier werd het binnenland bereikt, en goederen en slaven aangevoerd.

Kunta Kinteh eiland

Cijfer: 6,5 (Vooral op het eiland kun je je de historie inbeelden.)

Toegang: Je betaalt hier alleen voor de boot naar Kunta Kinteh eiland en het kleine museum in Juffureh. Beide waren inbegrepen in mijn tour.

Hoeveel tijd: Een halve dag als je de verschillende componenten langs de rivier wilt zien.

Opvallend: De monding van de rivier Gambia wordt geflankeerd door twee Britse forten uit de late 19de eeuw en is het beste te ervaren vanaf de Barra-veerboot. Ik heb deze veerboot twee keer genomen, een keer van de noordoever naar de zuidoever en een keer andersom. Het is een geweldige introductie tot het land voor slechts 35 Dalaisi (0,50 EUR). Een overtocht duurt tegenwoordig 25-30 minuten sinds ze vorig jaar een nieuwe motor in de laatste overgebleven veerboot hebben gezet.

Barra

Hoewel ik 1,5 uur moest wachten tot hij aan de Barra-kant vertrok, vergat ik het fort (Fort Bullen) van dichtbij te bekijken. De stoffige omgeving en het chaotische verkeer zijn niet erg uitnodigend. Aan de kant van Banjul probeerde ik naar de Six Gun Battery te lopen, maar de toegang leek geblokkeerd te worden door de aanwezigheid van het zwaarbewaakte State House ernaast. Beide forten zijn echter vanaf de veerboot te zien en zijn erg klein. Het is de breedte van de rivier die het meest indrukwekkend is.

Een dag later reisde ik met mijn chauffeur+gids nog een uur verder landinwaarts naar het stadje Albreda. Hier zijn nog twee andere onderdelen te vinden. Er is het grote CFAO-gebouw, dat nu in gebruik is door een vrouwencollectief, maar nog steeds herkenbaar is als het pakhuis dat het ooit was. En er is de “Portugese kapel”. Gedeeltelijk verwoest, dateert het mogelijk uit de 15e eeuw, aangezien de Portugezen hier toen waren. Het informatiepaneel op de site roept echter twijfels op of dit ooit een kapel was. Het was waarschijnlijker onderdeel van een Frans handelscomplex uit de late 17e eeuw, die vaak werden gebouwd met een Portugees geïnspireerd ontwerp.

Albreda

Vanaf de pier van Albreda, op 500 meter van zowel de “kapel” als het pakhuis, kun je een gemotoriseerde pirogue huren om je naar Kunta Kinteh Island te brengen. De “Roots”-toeristenhausse van 20 jaar geleden is verdwenen (zoals ik ook in Gorée heb gemerkt), dus er zijn tegenwoordig weinig bezoekers op het eiland. Het is erg klein (en onbewoond), maar met een perfecte strategische ligging in het midden van de rivier, zodat het zowel de binnenlandse handel als de Europeanen die vanuit de Atlantische Oceaan arriveerden, kon controleren. Het is vaak van eigenaar gewisseld (Frans, Nederlands, Brits, en het was ook in het bezit van de hertog van Koerland), maar de ruïnes die je nu ziet zijn nog zoals toen de Britten ze in 1779 achterlieten.

Hier op het eiland komt de geschiedenis van deze plek het meest tot leven, je ziet gewoon die Europeanen daar zitten met hun geweren gericht op onbekende naderende schepen, of boekhouden over de goederen die binnenkomen.

Kunta Kinteh eiland

Het onderhoud van alles, inclusief het eiland zelf dat erodeert, lijkt te ontbreken. Baobabbomen nemen het eiland langzaam over.

Op weg verder naar het oosten bezochten we ook het Maurel Frères-gebouw in Juffureh. Dit Britse pakhuis uit de late 19de eeuw, een onopvallend bakstenen gebouw dat geel en blauw is geverfd, wordt gebruikt als een klein museum over de transatlantische slavenhandel.

Farafenni en River Gambia National Park

Farafenni is een stad in het noorden van Gambia, vlakbij een grensovergang met Senegal. Dagelijks vindt hier een grote markt plaats waar vooral ook Senegalezen hun waar verkopen – Senegalezen & Gambianen reizen zonder gedoe de grens over.

Rijkelijk aanwezig zijn de kolanoten, die tot op de dag van vandaag in Gambia gebruikt worden bij officiële gelegenheden zoals een huwelijk of begrafenis.

Farafenni

Vanaf het Kairoh Garden restaurant in Kuntaur maken we daarna een boottocht in het River Gambia Nationaal Park. We bezoeken daar de Baboon Islands, een tropisch regenwoud waar sinds 1979 chimpanzees zijn geherintroduceerd. Ze komen uit de illegale handel – er zijn er nu zo’n 150 die zelfstandig leven op het hoofdeiland. Mensen mogen er niet aan land, maar ze worden wel elke dag bijgevoederd door park rangers om 4 uur.

De beestjes weten het tijdstip natuurlijk precies, dus al om half 4 als wij komen aanvaren zitten er al veel klaar.

River Gambia National Park

#953: Steencirkels van Senegambia

Wat is het?

De Steencirkels van Senegambia vormen een prehistorische archeologische site die bestaat uit vier grote groepen megalithische monumenten en bijbehorende begraafplaatsen. Meer dan 1.000 stenen cirkels zijn hier te vinden langs de rivier Gambia. De staande stenen werden gewonnen uit nabijgelegen laterietgroeven met behulp van ijzeren gereedschappen.

Wassu

Cijfer: 6,5 (Van de 4 locaties bezocht ik alleen de cirkels van Wassu, in het noorden van Gambia. Het is bijzonder dat zo’n oude site nog bewaard is gebleven te midden van de landbouwvelden.)

Toegang: Inbegrepen in mijn tour, maar volgens de website van Wassu is de entree 50 Dalasi (0,66 EUR).

Hoeveel tijd: Zo’n 30 minuten.

Opvallend: De stenen cirkels van Wassu zijn te zien in de toeristische promotievideo van Gambia (“The Smiling Coast of Africa”) die wordt getoond op de luchthaven van Banjul en ze staan ook op het 50 dalasi-bankbiljet.

Wassu

We bezochten het aan het einde van een lange dag rijden en sightseeing, het ligt vlak bij de noordelijke hoofdweg naar Janjanbureh. De officiële openingstijden zijn 8 tot 5, maar we kwamen om 6 uur aan en de vrouw die kaartjes verkocht en de lokale gids waren er nog steeds (misschien had mijn gids van tevoren gebeld om onze aankomst aan te kondigen). Er is een kleine tentoonstellingsruimte, maar de belangrijkste bevindingen bevinden zich in het Nationaal Museum in Banjul.

Op het terrein staan 11 afzonderlijke stenen cirkels, die allemaal worden beschouwd als begraafplaatsen voor individuen of groepen mensen. Het heeft de hoogste steen (2,59 m) van alle 4 componenten verspreid over Senegal en Gambia. Deze dateren op z’n vroegst uit 750 na Christus, terwijl de datering van de Senegalese zustersite Sine-Ngayene na recent archeologisch onderzoek is teruggebracht tot 950 v.Chr.

Er zijn de laatste tijd geen opgravingen gedaan in Wassu, maar de lokale gids vertelde ons dat ze een verzoek hadden ingediend voor financiering om de ene cirkel op te graven die een beetje afwijkt van de rest. Er is een horizontale stenen plaat in het midden van de cirkel.

Wassu

Alle staande stenen hebben nu een verzameling kleine stenen bovenop, toegevoegd door bezoekers die dit zien als geluksbrengers.

We liepen ook naar de groeve, een mogelijke uitbreiding van dit werelderfgoed. Er is een smal pad door het olifantsgras vanaf de achterkant van de groep stenen cirkels dat je er in 5 minuten naartoe leidt. Je kunt zien waar ze in de rode rotsen hebben gesneden en er liggen wat stenen die waarschijnlijk niet als perfect werden beschouwd. Het is onderdeel van een heuvel, dus de stenen die voor de begraafplaatsen zijn gebruikt, konden ze gewoon naar beneden laten rollen.

Wassu

#954: Niokolo-Koba NP

Wat is het?

Niokolo-Koba National Park aan de oevers van Gambia en andere rivieren staat bekend om zijn diversiteit aan wilde dieren. Het grootste deel van het park bestaat uit relatief vlakke bosachtige savanne en semi-aride Soedanese bossen, afgewisseld met draslanden.

Niokolo-Koba NP

Cijfer: 5,5 (Hard werken om er een beeld van te krijgen. Toch blij met mijn 12 gespotte soorten zoogdieren.)

Toegang: Inbegrepen in mijn tour.

Hoeveel tijd: 5,5 uur. Het park is enorm, dus zelfs met zoveel tijd zie je maar een beetje.

Opvallend: Niokolo-Koba, vernoemd naar de Niokolo-rivier en de Kob-antilope, is een enorm park in het westen van het land. Bij de inschrijving als werelderfgoed was het rijk aan zoogdieren, waaronder “een grote populatie olifanten”, maar na tientallen jaren van stroperij (die pas de laatste jaren is ingeperkt), is daar nog maar weinig van over. Het heeft chimpanzees, leeuwen en andere locatiegebonden zoogdiersoorten die zich vastklampen aan hun bestaan ​​en die zwaar worden gesteund door natuurbeschermings-NGO’s zoals Panthera. Toch is het opmerkelijk gezien de omstandigheden dat zulke kleine en geïsoleerde populaties het zo lang hebben volgehouden in West-Afrika.

Verwacht echter niet dat je ze zult zien, die olifanten of leeuwen die zo talrijk zijn in Zuidelijk en Oostelijk Afrika – ze zijn hier slechts met een dozijn of zo in een vrij ontoegankelijk park.

Niokolo-Koba NP

Met mijn Gambiaanse chauffeur en gids verbleef ik in Camp Wassadou, dat net aan de overkant van de rivier Gambia ligt, waar het park begint. Er waren ongeveer 20 andere gasten aanwezig, wat aangeeft dat er nog steeds toeristen binnenkomen. Op de middag van onze aankomst maakten we een korte boottocht op de rivier, wat geen succes was. Het werd zelfs ingekort omdat de motor na 20 minuten kapotging, dus we moesten terug peddelen. We zagen wat bijeneters en geelgroene meerkatten op de oevers van de rivier.

Wassadou

De volgende dag gingen we voor de volledige safari. Daarvoor moet je de hoofdingang langs de hoofdweg binnengaan, met je eigen voertuig en met een verplichte parkwachter die met je meegaat. Entreegelden moeten daar ook worden betaald. We deden wat een 5,5 uur durende lus bleek te zijn, aangezien het minstens 1,5 uur duurt voordat je ergens aankomt (het Simenti-gebied) met ten minste enige activiteit van dieren.

De rit ernaartoe is over een ruw, hobbelig zandpad. Dit deel bestaat voornamelijk uit bos, waaronder een onverwacht teakbos. Talrijke termietenheuvels zorgden voor wat extra kleur – we zagen er een waar kleine mangoesten hun thuis hadden gevonden.

Niokolo-Koba NP

Ons eerste zoogdier was een Oribi, een kleine antilope. Later, in de meer open gebieden van Simenti waar ook een meer is, werd het aantal waarnemingen frequenter. Ik eindigde met een zoogdierenlijst van 10, inclusief de Buffon’s kob, Roan-antilope, waterbok en een jakhals. We zagen nog 2 extra soorten in de buurt van de lodge: huzaarapen en West-Afrikaanse rode franjeapen. Helaas had ik mijn superzoomcamera niet meegenomen op deze reis, dus ik keerde terug zonder goede foto’s van deze dieren, hoewel ze helemaal niet schichtig waren.

Niokolo-Koba NP

Het was een lange en uiteindelijk vermoeiende rit (je moet nog eens 1,5 uur rijden om het park weer uit te komen), hobbelig, stoffig en heet. Het is het zeker niet waard voor de ‘gewone’ toerist: mijn gids zou zijn organisatie niet aanraden om het park op te nemen in toekomstige routes en ook in Camp Wassadou was de teneur “bespaar jezelf de moeite”. Maar ik ben blij dat ik ben gegaan, want er zijn nog maar weinig vergelijkbare plekken in West-Afrika over en die zijn nog moeilijker te bereiken (zoals Pendjari in Benin of Comoé in Ivoorkust).

#955: Land van de Bassari

Wat is het?

Land van de Bassari, cultuurlandschappen van de Bassari, Fula en Bedik, representeert een geïsoleerde, multiculturele samenleving van landbouwgemeenschappen. Een mix van Bassari, Fula en Bedik-volkeren leeft in dorpen die zijn ontstaan vanuit verschillende migratiegolven van waarschijnlijk de 11de tot 13de eeuw. De dorpen liggen in een heuvelachtig, moeilijk toegankelijk landschap.

Andiél

Cijfer: 7,5 (Schilderachtige ligging van de dorpen, en het verhaal erachter waarom ze zo geïsoleerd zijn gaan leven.)

Toegang: Inbegrepen in mijn tour. Er moesten wat kleine bedragen aan lokale gidsen en het dorpshoofd betaald worden, maar volgens mij nergens meer dan 5000 XOF (7,50 EUR)

Hoeveel tijd: Halve dag

Opvallend: Bassari Country grenst bijna aan dat andere West-Senegalese werelderfgoed, Niokolo Koba National Park. Je moet echter wel om het park heen rijden (2,5-3 uur) om bij de Bassari te komen. Onderweg zie je al veel traditionele huizen in gemengde dorpen langs de kant van de weg.

We beginnen ons bezoek in Dindefello. Dit is een typisch gemengd dorp op lager gelegen grond, voornamelijk bewoond door Fula en met ook ‘moderne’ huizen. Het heeft een mooie ligging met de enorme bergwand van het Fouta Djalon Massif erachter. Aan de hoofdstraat ligt een bezoekerscentrum waar je een lokale gids moet ophalen en moet betalen voor toegang tot de waterval.

Dindefelo

De Dindefello Waterval is de trots van de regio, maar het is moeilijk om je een grote waterval voor te stellen in dit droge landschap. We moeten een half uur door het bos lopen om er te komen. Het pad grenst aan een rivier, waar vrouwen hun wasgoed schoonmaken door het op stenen te ‘slaan’. Het geluid klinkt als geweerschoten.

De waterval stelt niet teleur, een lange, steile val van de rotsen. Eronder is een poel gevormd; mijn gids en chauffeur proberen het uit, maar het water is te koud in de vroege ochtend om te zwemmen.

Dindefelo

De gids had me beloofd om ook een ‘echt echt’ dorp te bezoeken. Na wat overleg met de mannen bij de receptie van Dindefello, krijgen we een contactnummer van een lokale gids die ons toegang kon geven tot Andiél. Dit is een Bedik-dorp, onderdeel van Bedik Bandafassi.

Het is 20 minuten rijden. De gids staat al langs de kant van de weg te wachten en hij wijst ons de weg naar het dorp. We rijden langs een groot legerkamp en parkeren onze auto onder een boom bij een boerderij.

Andiél

Vanaf daar moeten we lopen – maar waarheen? Er doemt een steile rotswand op, maar vanaf de grond is er geen dorp te zien. Bij nadere beschouwing is er een soort natuurlijke trap tegen de rotsen. Via deze bereiken we het dorp in 20 minuten.

De voorouders van de Bedik hebben deze verborgen locatie gekozen om hun tradities te behouden en niet te assimileren in de islamitische cultuur van de Fula. De Bedik zijn nog steeds overwegend animistisch, hoewel dit dorp ook een katholieke kerk heeft (een ronde rieten hut zoals alle andere, maar met een kruis op het dak). Het grootste verschil met de dorpen langs de weg is dat de hutten in de bergdorpen veel dichter op elkaar zijn gebouwd – een extra verdedigingslaag.

Andiél

We beginnen ons bezoek door een paar dorpsnotabelen en het dorpshoofd, die het niet goed maakt (het lijkt erop dat hij een beroerte had gehad), de hand te schudden. Er wordt wat geld betaald en daarna kunnen we vrij rondkijken in het dorp. De lokale vrouwen hebben in de tussentijd een uitstalling van souvenirs opgezet om te verkopen, voornamelijk armbanden van kralen. Kinderen volgen ons overal.

Andiél

Andiél is het eerste dorp op deze bergkam – als je verder loopt, kom je nog meer geïsoleerde Bedik-dorpen tegen. Het heeft 235 inwoners. De katholieke missionarissen hebben er een apotheek en een school gebouwd, maar die laatste is nu in verval geraakt. Als ik het goed heb begrepen (de lokale gids en ik communiceerden in gebrekkig Frans, zelfs mijn Gambiaanse gids met Wolof, Mandinka en Fula in de aanbieding kan geen gemeenschappelijke taal met hem vinden), gaan de kinderen nu naar school op de legerbasis onderaan de heuvel. Een van de grootste gevaren van het leven in dit dorp is tegenwoordig de bosbrand – een stuk rond het dorp wordt opzettelijk afgebrand om te voorkomen dat er branden overslaan.

Praktische info

Voorbereidingen

Voor taxi’s in Senegal downloadde ik de Yango app. Ik gebruikte hem maar één keer.

Ik gebruikte de e-sim van Ubigi voor Senegal (zelfde als die voor Mauretanië) en eentje van Airalo voor Gambia. Vooral de laatste was niet al te stabiel, maar dat kan ook door de situatie in Gambia komen. De stroom valt daar ook nogal eens uit.

Voor Senegal en Gambia was geen visum nodig ten tijde van mijn bezoek. Ik passeerde 3x een landsgrens en vloog in en uit, zonder problemen.

Vervoer

Ik vloog met Air Senegal van Nouakchott naar Dakar. Vooraf had ik mijn twijfels, maar het alternatief Mauritania Airlines klonk niet veel beter. De vlucht vertrok echter op tijd, we kregen nog een lekker broodje te eten op de 1u5minuten durende vlucht. Ook op het vliegveld van Dakar verliep alles soepel. Een chauffeur gestuurd door mijn hotel haalde me op voor de rit van 45 minuten naar het centrum.

Tussen Dakar en Saint-Louis reisde ik per minibus. Deze hebben de oude sept-places vervangen op dit traject. Voor 9 EUR mocht ik 5 uur lang genieten van de middelste stoel voorin. Geen veiligheidsgordels dus de gevaarlijkste plek van allemaal. Maar ik kon gelukkig mijn bagage en één been kwijt in de ruimte van de passagier op de bijrijdersstoel.

De veerpont Barra-Banjul is ook een klassieker. Het lijkt wat chaotisch doordat het er vaak druk is en er veel mensen omheen hangen die wat willen verkopen, bedelen of een preek houden. Maar uiteindelijk koop je gewoon een kaartje voor 50 cent bij een loket, gaat zitten in de wachtruimte, gaat aan boord wanneer de toeter gaat en neemt plaats op een stoel op het dek. De overtocht duurt maar 25 minuten.

Barra

Terug vloog ik uit Banjul met Vueling via Barcelona naar Amsterdam. Banjul International Airport is maar klein en toch wat chaotisch, maar uiteindelijk kwam ik er zonder problemen doorheen. Barcelona bleek ook een prima plek voor een nachtelijke overstap – veel ontbijttentjes waren nog/al open om 4 uur ‘s nachts.

Overnachtingen

Dakar, Union Amicale Corse: Het is een Frans (Corsicaans) compound direct achter het Presidentieel Paleis. Uitstekende locatie voor alle bezienswaardigheden. Goed ontbijt op terras aan zee. Nette kamer met goed bed.

Saint-Louis, Ndar Ndar House: B&B in een mooi traditioneel huis op het Eiland van Saint-Louis, boven een koffieshop.

Saint-Louis

Toubakouta, Keur Niaye: Echt Frans hier, maar heerlijk. De eigenaresse spreekt goed Engels maar de meeste gasten in de slechts 4 kamers zijn Frans. Gezamenlijk diner, erg goed. Heerlijk bed. Veel tours te regelen, die ze zelf organiseren met eigen boot en gidsen.

Banjul (Bakau), Roc Heights: Ruim en schoon 3-sterrenhotel waar niemand lijkt te verblijven. Vriendelijk personeel.

Jajanbureh, Happy Corner Lodge: Eenvoudig guesthouse in het centrum. Goed bed en wifi.

Wassadou, Wassadou Camp: Grote lodge met hutjes. Beetje verouderd maar goede ligging en goed eten.

Afia, Tako Mayo: Mooi zicht op de bergen. De kamers zijn in traditioneel ronde huisjes. Eten niet bijzonder en toegangsweg is niet onderhouden.

Basse, Swiss: Soort motel aan de uitvalsweg naar deze tweede stad van Gambia. Schone kamer maar erg basic. Ze hebben ook geen ontbijt / restaurant. Wel wifi.

Eten

Ontbijt

In Senegal genoot ik van de vele Franse ontbijtjes. Zelfs in Gambia hebben ze de voorliefde voor baguettes overgenomen, maar dan vaak in combinatie met een omelet.

Toubakouta

Lunch en diner

Traditioneel staat er meestal vis of kip op het menu. In de B&B in Toubakouta hadden we één avond door een medegast gevangen barracude op het menu: heerlijk! In de locale restaurants grillen ze de vis meestal en doen er dan ‘yassa’ bij als saus (vooral bestaand uit uien). In Gambia en West-Senegal eten ze meestal kip en dan wordt het wel wat eentonig.

Saint-Louis

Kosten

Een groot deel van de kosten zat in de all-inclusive privé-tour die ik deed in Gambia en het westen van Senegal. Ook in het noorden van Senegal droegen dagtours bij aan de hoge kosten.

In totaal gaf ik 253 EUR per dag uit, exclusief internationale vlucht.

Leave a comment