World Heritage Traveller

Midden-Amerika 2022

Written by:

  1. Programma
  2. #778: Joya de Ceren
  3. El Imposible
  4. Chalchuapa
  5. San Salvador
  6. Suchitoto
  7. #779: Copán
  8. #38: Antigua Guatemala
  9. Tak’alik Ab’aj
  10. San Andrés Xecul
  11. #780: Quirigua
  12. #39: Tikal
  13. #781: Barrièrerif van Belize
  14. Naar de haaien: Hol Chan
  15. Terugblik Midden-Amerika 2022
    1. Grensovergangen
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Deel 2 van mijn reis door Midden-Amerika gaat door El Salvador, Honduras, Guatemala en Belize. Deel 1 speelde zich af in Mexico.

Dit deel van de reis gaat me als het goed is 3 “nieuwe” landen opleveren. Alleen in Guatemala ben ik al eerder geweest. De dichtheid aan werelderfgoed daarentegen is maar matig: 4 nieuwe.

Ook hier reis ik weer met het openbaar vervoer. De indeling ziet er ongeveer als volgt uit:

DatumProgrammaVerblijf
12 februariVlucht Mexico-Stad – San Salvador.San Salvador (ES)
12-14 februariNaar het enige werelderfgoed van El Salvador, Joya de Ceren (WE1). Verder een dagtocht naar het El Imposibile nationaal park en bezoek aan de hoofdstad zelf.San Salvador (ES)
15-16 februariSanta Ana en de Ruta de Flores. Santa Ana (ES)
17-18 februariKoloniaal plaatsje Suchitoto en de ruïnes van Ciudad Vieja.Suchitoto (ES)
19-21 februariGrens over naar Honduras. Bezoek aan de ruïnes van de Maya-stad Copan (WE2)Copan Ruinas (HO)
22-24 februariNog een grens over, dit keer naar Guatemala. Door naar de oude hoofdstad Antigua.Antigua (GUA)
25-27 februariVerder naar het noorden, naar Quetzaltenango en omgeving. Met o.a. Takalik Abaj.Quetzaltenango (GUA)
28 februari – 2 maartNaar het zuiden, voor o.a. Quirigua (WE3)Rio Dulce (GUA)
3-6 maartOmgeving Flores, o.a. voor een herbezoek aan TikalFlores (GUA)
7-11 maartNaar Belize. Bezoek aan het Belize Barrier Reef (WE4)Ambergris Caye (BE)
12-14 maartHopelijk over land/zee terug naar Mexico.Cancun (MEX)
15-16 maartTerugvlucht naar Amsterdam vanuit Cancun.Thuis

#778: Joya de Ceren

Wat is het?
Joya de Ceren is de archeologische vindplaats van een boerengemeenschap uit de Maya-tijd, die rond het jaar 600 bedolven is onder een lading vulkaanas. De huizen, gebruiksvoorwerpen en landbouwvelden zijn zo goed bewaard gebleven. De nederzetting, waarvan 17 gebouwen zijn opgegraven, is pas in 1976 herontdekt.

Joya de Ceren

Cijfer: 6,5 (Er was meer te zien dan ik gedacht had. Natuurlijk niet van die grootse stenen monumenten zoals in de grote Maya-steden. Maar een dorpje als dit (het had 200 inwoners) had toch ook wel meer dan een paar hutten en schuurtjes. Gecombineerd met het museum ter plekke en de uitstekende informatieborden geeft het je een goed beeld van hun samenleving.)

Toegang: Toegang voor buitenlanders kost 10 US dollar (8,50 EUR)

Hoeveel tijd: Ik was er 5 kwartier.

Opvallend: Met een onvervalste chicken bus overbrug ik de 40 kilometer tussen San Salvador en Joya de Ceren. Het ritje kost maar 0,50 US dollar en de bus stopt voor de entree van de archeologische site. Ik arriveer tegelijk met een busje met Amerikaanse toeristen. Die ontloop ik meteen maar door eerst het museum binnen te gaan.

Gisteren ben ik al in het (Nationaal) Antropologisch Museum van El Salvador geweest, daar kun je vergelijkbare dingen zien als hier. De vondsten bestaan vooral uit keramiek én voedselresten. Die laatsten hebben ze middels gipsafdrukken bewaard, net als in Pompei.

Joya de Ceren

De opgravingen liggen onder twee grote overkappingen. Onder 10 meter vulkanisch as zijn huizen en andere gebouwen van adobe uitgegraven. De daken waren van riet. Je loopt er via een wandelroute om heen, waarbij je de opgravingen van bovenaf bekijkt. Er wordt nog steeds gegraven. Maar de archeologen laten een groot deel van de aslagen intact, ze bieden nog enige stabiliteit voor de kwetsbare resten van zongedroogde steen.

De route loopt langs 10 opgegraven objecten. Het eerste is een groot gemeenschappelijke gebouw.

Joya de Ceren

Een typisch gebouwtje is misschien wel de grootste blikvanger van het hele complex. Het was een temazcal, een zweetruimte die de gezondheid moest bevorderen. Het heeft een koepeldak dat licht is beschadigd door de vulkaanuitbarsting of de voorafgaande aardbeving. Aan het eind van de route staat een replica, waar je dit krappe bouwwerk ook van binnen kunt bekijken (op je knieën).

Joya de Ceren is de afgelopen jaren lang dicht geweest: eerst door verbouwingen en daarna door de Corona-maatregelen. Pas sinds eind vorig jaar is het weer open en sinds kort ook weer “gewoon” bijna elke dag en zonder gids.

Het terrein ligt er erg netjes bij, wat opvalt is de Franse steun die in de restauratie is gaan zitten (ze hebben 70% van de rekening van 1,3 miljoen US dollar betaald). Het museum is gemoderniseerd, er zijn goede informatieborden geplaatst (in het Spaans, Engels en natuurlijk ook in het Frans), de plek is toegankelijk gemaakt voor blinden en de overkappingen zijn ruimer gemaakt zodat je beter zicht hebt op de ruïnes.

Joya de Ceren

Onder de tweede overkapping kun je de resten zien van een keuken, van opslagruimtes en van tuinen. Ook ligt hier het Huis van de Sjamaan. De sjamaan was een vrouw – zijn ging voor in de rituelen rond de maïsoogst. Hier is o.a. een masker opgegraven.

Joya de Ceren

El Imposible

El Salvador was het “nieuwe” land waar ik vooraf aan deze reis door Midden-Amerika het meest naar uit keek. Daarom bleef ik er wat langer om verschillende delen van het land te bezoeken. Het is dichtbevolkt, maar voor het natuurgevoel zijn er vulkanen om te beklimmen. Of je kunt het wat rustiger aan doen zoals ik en naar het Nationaal Park El Imposible gaan: een groot tropisch regenwoud.

Onderweg passeerden we de Santa Ana vulkaan, die het meest wordt beklommen door toeristen. Ook kwamen we veel vrachtwagens beladen met suikerriet tegen.

Santa Ana vulkaan

Ik koos voor El Imposible vanwege de intrigerende naam. Het ligt in het “verre” noordwesten van het land. De naam “El Imposible” (De Onmogelijke) komt uit de tijd dat hier grote cacaoplantages waren. De muilezels hadden het moeilijk om een ​​lastige bergpas over te steken die de cacao naar de havens aan de Stille Oceaan moest brengen.

Ik ging erheen met een auto met chauffeur uit San Salvador. Het is maar 115 km rijden, maar El Salvador heeft een ernstig verkeersprobleem (waarschijnlijk in verband met die hoge bevolkingsdichtheid) en de laatste 13 km naar het park zijn over een zeer slechte onverharde weg. Dus het kostte ons ongeveer 3 uur. Er is zelfs een lokale bus die de weg op worstelt!

Dit laatste stuk laat je ook kennismaken met wat El Salvador ooit was. Ik genoot van het kijken naar de mensen hier, de oudere mannen die trots hun machetes dragen, en de vrouwen die met een zakje meel vers van de molen onderweg waren om de lunch te bereiden. De traditionele houten huizen worden nu vaak vervangen door stenen, gefinancierd met geld dat vanuit de VS naar huis wordt gestuurd (“om te pronken”).

Onderweg naar El Imposible NP

Het park beschermt het grootste nog bestaande bos in El Salvador. Het heeft een bezoekerscentrum en parkgidsen. Ze zijn allemaal erop ingesteld om een ​​gestage stroom bezoekers te ontvangen, maar de vreselijke toegangsweg helpt niet, net als het warme en droge klimaat. Mijn chauffeur vertelde dat lokale toeristen liever ergens naar toe gaan waar het koeler is omdat het altijd al warm is in de steden.

Met mijn gids Rosa ging ik op pad voor een korte wandeling. We gingen naar de eerste Mirador en dan dezelfde weg terug. Het was een vrij vlakke en gemakkelijke boswandeling. Het bos is zo dicht, je ziet weinig anders dan bomen en hun bladeren op de grond.

Nationaal Park El Imposible

Het was een zeer winderige dag en de vogels kwamen niet opdagen, behalve een paar roofvogels die vanaf de Mirador te zien waren. De koningsgier is de meest aansprekende soort van het park. We kwamen nog wel een paar mooie en grote vlinders tegen, vooral een met groen/beige camouflage.

De Mirador is ook het punt waar je de enorme omvang van het bos kunt zien: de “echte” wandelingen hier duren meer dan een dag. Een paar van de inheemse boomsoorten worden uitgelicht langs een interpretatief pad, zoals de chaparrón en ojushte (broodnoot), beide met geneeskrachtige eigenschappen. En er staat veel niet-inheemse bamboe uit de cacaotijd.

Nationaal Park El Imposible

Chalchuapa

Wanneer je het Antropologisch Museum in San Salvador bezoekt, merk je dat de dingen die daar te zien zijn, zich concentreren op twee locaties: Joya de Ceren en Tazumal. Een blikvanger die daar vanuit Tazumal naar toe werd gebracht, is een antropomorfe sculptuur op ware grootte die de godheid Xipe Totec voorstelt.

Tazumal maakt deel uit van het mogelijk toekomstig werelderfgoed Chalchuapa, genoemd naar een stad met een aantal archeologische vindplaatsen. Het zijn ruïnes uit de late preklassieke en de klassieke Maya-periode. De plaats werd nog bewoond toen de Spanjaarden in de 16de eeuw arriveerden.

Tazumal

Ik begon mijn bezoek bij de opgravingen van Tazumal. Het duurt ongeveer een half uur om er te komen met bus 218 vanuit Santa Ana,  een buskaartje kost slechts 0,32 USD. De toegangsprijs voor buitenlanders is 5 USD. Net als Joya de Ceren ziet de site er verzorgd uit. Het kleine museum op het terrein heeft goede keramiek.

Het meest opvallende aan de Tazumal-ruïnes is de manier waarop ze werden gerestaureerd: ze werden in de jaren veertig en vijftig met cement bedekt. Het ziet er echt niet goed uit en het beton begint ook te slijten door hevige regenval en boomwortels. Toch was het een prettige site om rond te lopen, zo als de enige bezoeker op een woensdagochtend. Tazumal wordt nu verder opgegraven door een Japanse universiteit, er lijkt nog veel te ontdekken hoewel het meeste verborgen zal zijn onder de moderne stad.

Tazumal

Het oudere Casa Blanca ligt 1,5 km naar het noorden en is gemakkelijk te voet te bereiken, nog steeds binnen de grenzen van de stad Chalchuapa. Het ligt in een klein, bosrijk gebied, met een overvloed aan vogels, waaronder de altijd betoverende motmot. De bezoekerservaring is vergelijkbaar met die van Tazumal: een toegangsprijs van 5 USD, een goed verzorgde site en een klein museum ter plaatse gericht op de specifieke locatie.

Dit museum heeft goede uitleg (ook in het Engels), maar minder vondsten behalve een gemummificeerde mens. De meest interessante ruïne in Casa Blanca is Structuur 5 met een stele en een altaar ervoor. Waarschijnlijk hebben de Maya hiermee het einde van de bouw willen markeren, of een andere relevante gebeurtenis.

Casa Blanca

Er moet nog een derde locatie zijn, El Trapiche, die nog noordelijker ligt. Ik kon hierover alleen niks op een kaart vinden, het lijkt niet te zijn opengesteld voor bezoekers zoals de andere twee. Dus sloot ik mijn bezoek aan Chalchuapa maar af met de lokale snack yuca con chicharron van een van de “yuquerias” die langs de straat naast Tazumal te vinden zijn.

Chalchuapa, Yuca con chicharron

San Salvador

De Salvadoraanse hoofdstad San Salvador heeft niet zo’n goede naam, maar ik verbleef er toch drie nachten met veel plezier. Het is logistiek een handig punt om de rest van het land te ontdekken omdat veel bussen vanaf hier vertrekken. En ook in de stad zelf zijn wel een paar bezienswaardigheden. Ik overnachtte in de Zona Rosa, een rijkere buitenwijk met veel restaurants en winkels, in het fijne hotelletje Villa Florencia.

Schuin tegenover mijn hotel lag het Antropologisch Museum. Het zag er nogal troosteloos uit toen ik het terrein op liep, en ik vroeg voor de zekerheid nog aan een bewaker of het wel open was. Dat was het geval, en tegen betaling van de buitenlandersprijs van 10 US dollar kon ik naar binnen. De tentoonstelling op de begane grond richt zich op de geschiedenis van de landbouw in El Salvador. Je vindt er onder andere gipsen afgietsels van de planten die door de vulkaanuitbarsting in Joya de Ceren bewaard zijn gebleven uit de Maya-periode.

San Salvador - Antropologisch museum

In de tuin van het museum staan wat grote beelden en stenen met rotstekeningen – zonder uitleg van wie en waar. De beste tentoonstelling vond ik echter op de eerste etage: daar hebben ze beelden en urnen die de oude grafcultuur uit deze regio laten zien.

Na een paar tripjes het land in, wilde ik op mijn laatste ochtend in de stad toch nog iets van de binnenstad zien. Ik bestelde een Uber vanaf mijn hotel, en een paar minuten later zat ik bij een gezellig kletsende jonge vrouw in de auto. Het verkeer staat in het centrum van San Salvador bijna altijd vast, dus we deden er 40 minuten over.

Het centrum is lastig te omschrijven: er is een groot “Latijnsamerikaans” plein met een ruiterstandbeeld en het nationaal paleis. Het wemelt er van de politie en zwaarbewapende bewakers. De helft van het plein is nu echter omgeturnd tot een bouwput, waar een Chinese aannemer de Nationale Bibliotheek probeert te herstellen. Aan de andere kant is een smoezelige winkelstraat met portieken. De meeste “winkels” hier in de buurt zijn trouwens op de grote markt.

San Salvador

Ik vluchtte maar de grote gele kathedraal in. Dit instituut heeft al heel wat meegemaakt: de eerste versie verwoest door een aardbeving in 1873, de tweede door een brand in 1951 en de derde nog in aanbouw toen er binnen 44 mensen werden gedood tijdens de Salvadoraanse burgeroorlog. Tegenwoordig is vooral de afbeelding van Bisschop Romero prominent aanwezig, de vermoorde aartsbisschop die zich tegen de dictatuur had geweerd.  

San Salvador

Het beste van San Salvador had ik voor het laatste bewaard: de kerk van El Rosario. Hij wordt wel “de lelijkste kerk ter wereld genoemd”. En inderdaad, als je er voor staat, dat donkergrijze beton aan dat stoffige plein… Het hek was ook nog eens gesloten en de zon verpestte mijn foto.

El Rosario, San Salvador

Maar volgens al mijn bronnen zou hij toch open moeten zijn. Ik liep er maar eens een rondje omheen, weer over die rommelige markt en langs een afgesloten binnenterrein. En zowaar, aan de zijkant was er een ingang. Ze waren net bezig de boel te openen, je moet zelfs entree betalen en er is een winkeltje met religieuze voorwerpen bij. Eenmaal binnen zie je hoe die lelijke kerk zich transformeert tot iets prachtigs door slim gebruik van gekleurd glas en de zon.

El Rosario, San Salvador

Suchitoto

Toen ik in mijn “volgende” hotel in Copán (Honduras) aankwam en zei dat ik die dag uit Suchitoto was gekomen, vroeg de eigenaar zich af wat iedereen toch plotseling in Suchitoto deed. Nou, het is een pittoresk en heerlijk relaxt plaatsje in het noorden van El Salvador. Het was er bloedheet, dat wel (37 graden), dus ik bracht de middagen door in de hangmat bij mijn hotelkamer.

Suchitoto heeft een historisch centrum uit de Spaans-koloniale tijd, een beetje zoals Antigua of Oaxaca maar dan wat lomer, zonder veel toeristen en met heel ongelijke straatklinkers.

Suchitoto

In de ochtend deed ik twee ‘excursies’: naar het Suchitlán-meer en naar Ciudad Vieja.

Ciudad Vieja (1528) was de eerste nederzetting van de Spanjaarden in El Salvador. Het verhaal is vergelijkbaar met dat van Leon Viejo (1524) in Nicaragua of La Isabela (1493) in de Dominicaanse Republiek. Het zijn allemaal archeologische vindplaatsen uit de vroege koloniale periode. Vooraf had ik geen enkele beschrijving van een recente bezoeker kunnen vinden: ik vroeg me af Is de site bemand? Is het überhaupt geopend?

Mijn nieuwsgierigheid won het van de onzekerheid. Dus de volgende ochtend zat ik in de bus er naar toe. Ciudad Vieja is bereikbaar vanaf de hoofdweg tussen Suchitoto en San Miguel/San Salvador, na zo’n 9 km. Het staat aangegeven en er is een bushalte. Vanaf de hoofdweg is er een onverhard pad dat naar de ruïnes leidt. Er zijn een paar boerderijen langs de weg, maar nergens zag ik mensen.

Ciudad Vieja

Ongeveer halverwege kwam ik een man op een motor tegen. Toen ik controleerde of de weg naar Ciudad Vieja leidde, zei hij: “Ja. Maar er zijn daar alleen maar wat stenen.” Om de hoek had een zwarte hond de controle over het midden van de weg overgenomen. Ik had inmiddels zo ver gelopen dat ik niet wilde omkeren zonder een foto van de ruïnes. Dus pakte ik een flinke steen, wat genoeg was om hem achter het hek van zijn huis te laten ineenkrimpen. Hij had een maatje bij zich, een chihuahua of zoiets. Deze ging voor mijn enkels, maar ik had het met één trap kunnen doden en dreigen was genoeg.

Dit was de laatste horde voordat een geruststellend informatiepaneel in zicht kwam. Bij de ingang is er ook een personeelsgebouw, met een whiteboard waarop de taken van de dag stonden. Ik riep, maar er leek niemand te zijn. Dus ik dwaalde gewoon door naar de site. Het is grotendeels overgroeid. Het meest opvallend zijn de stenen fundamenten van de kerk en het stadhuis.

Ciudad Vieja

Het Suchitlán-meer ligt op loopafstand van het centrum van Suchitoto. Het is een uurtje lopen, bergafwaarts, over de verharde weg maar met mooie vergezichten. Er rijden ook bussen en schattige rode elektrische autootjes, die hier in de omgeving als taxi dienst doen.

Op het eind liep ik wat verkeerd, en kwam via de minder fraaie kant bij het meer aan. Een paar koeien scharrelden er rond tussen het afval dat was aangespoeld. Ik liep over het gras naar het deel dat er wat beter uitzag: hier is een toeristische uitspanning met restaurants en bankjes aan het meer. Allemaal niet spectaculair, maar het was wel een leuke wandeling.

Suchitoto

#779: Copán

Wat is het?
Copán is de archeologische vindplaats van een Maya-stad uit de 5de tot de 9de eeuw. Hij staat vooral bekend om zijn grote hoeveelheid aan artistiek hoogwaardige sculpturen. Bijzonder is de hiërogliefentrap, 72 treden bekleed met de langste tekst van het oud-Amerikaanse continent waarop de geschiedenis van de Copán-dynastie is te lezen.

Copán

Cijfer: 7,5 (Het was een fijn gevoel om weer eens door de ruïnes van een klassieke Maya-stad te lopen. Copán is niet de allermooiste onder de Maya-ruïnes, en ook de jungle is er niet zo indrukwekkend als in Calakmul of Tikal. Toch was het een stad van groot belang en is er nog veel van te zien. Door zijn vele beelden lijkt het een beetje op een Aziatisch tempelcomplex, een satellietstad van Angkor bijvoorbeeld.)

Toegang: Toegang voor buitenlanders tot de ruïnes kost 15 US dollar (13 EUR). Daarnaast betaal je nog 7 US dollar voor het museum.

Hoeveel tijd: Ik was zo’n twee uur bij de ruïnes en een half uur in het museum.

Opvallend: Het complex gaat om 8 uur open, en ik wil er ook al zo vroeg zijn om de drukte en hitte te vermijden. Helaas is het ontbijt in het hotel wat traag, zodat ik “pas” om 8.15 naar binnen ga. Dat is toch nog heel vroeg: er is nog een mannetje druk bezig om alle regenbedekking van de beelden af te halen.

Copán

Er is een pad door het bos dat je langs de hoogtepunten leidt. Er is maar weinig afgeschermd: je bent vrij om allerlei zijweggetjes te nemen, de oude trappen te beklimmen en te ontdekken wat er aan de andere kant van die stenen ligt. Het is nog rustig natuurlijk zo vroeg, en deze vrijheid maakt het alleen nog maar makkelijker om mensen te ontwijken.

Het eerste monumentale complex dat je tegenkomt is het Plein van de Jaguars. Vanaf hier lopen er allerlei (voor het publiek gesloten) tunnels naar de rest van de stad.

Copán

Naar het grootste open plein loop je vervolgens via een klauterroute langs een door boomwortels verwrongen ruïne. Hier ligt de beroemde hiërogliefentrap. Ook is hier het balspelveld.

Op het open terrein staan heel wat steles en andere beelden. Die onder een afdakje zijn originelen, die zonder zijn replica’s. Het is een lekkere plek om rond te dolen of een mooi plekje uit te zoeken om te gaan zitten. Aan de rand van het terrein schreeuwen de vogels (ara’s) je tegemoet.

Copán

Een zijpad vanaf dit veld leidt je naar Núñez Chinchilla. Dit is een sinds 2018 door een Japanse universiteit opgegraven woongebied. Er zijn graven gevonden en monolieten van een type dat je elders in Copán niet ziet.

Copán

In het museum van Copán hebben ze de meest kwetsbare sculpturen verzameld, waarbij ze de originelen ter plekke vervangen door replica’s. Het is een groot gebouw, vooral voor de nagebouwde Rosalila tempel op het middenterrein. Deze is helemaal rood geverfd, zoals de tempels er vroeger uit moeten hebben gezien. Het is wel weer een herinnering dat het stenige grijs van ruïnes niet is zoals het vroeger was. De rest van het museum valt me wat tegen, het is toch zonde dat het allemaal niet meer op de originele plek te zien is.

Copán beeldenmuseum

Na het museum loop ik de uitgang van het complex uit en dan nog 1,5 kilometer het voetpad af naar rechts, naar waar de ruïnes van Las Sepulturas moeten liggen. Dit zijn de opgravingen van een woonwijk uit de Maya-tijd. Het is een prettige wandeling, maar wat ik al vreesde blijkt waar: ze zijn gesloten voor publiek. In totaal loop ik ruim 10 kilometer deze ochtend, door het park en van/naar het plaatsje Copan Ruinas.

#38: Antigua Guatemala

Ik bezocht Antigua voor het eerst in 1997, vandaar het lage volgnummer (38). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in februari 2022.

Wat is het?
Antigua Guatemala was de hoofdstad van het zuidelijk deel van Mexico en Centraal-Amerika in de Spaans-koloniale tijd, tot zijn verwoesting door een aardbeving in 1773. Het klassieke stratenplan uit 1534 is bewaard gebleven, net als veel monumentale gebouwen in barok-stijl uit de 18de eeuw.

Antigua Guatemala

Cijfer: 6,5 (Ik heb mijn beoordeling na mijn tweede bezoek een beetje verlaagd, omdat Antigua echt niet zo geweldig is. Waar andere Spaans-koloniale steden hun (barokke) religieuze instellingen hebben behouden en uitgebreid in de 18de en 19de eeuw, ligt alles in Antigua in puin en is alle rijkdom die er ooit was, onzichtbaar.)

Toegang: Per monument waar je naar binnen gaat betaal je zo’n 20 tot 40 Quetzal (2,30 – 4,60 EUR).

Hoeveel tijd: Een halve dag is genoeg.

Opvallend: Antigua Guatemala werd al heel vroeg een werelderfgoed: in 1979, een jaar na de introductie van de Lijst, in een tijd dat er geen significante onderbouwing nodig was. Net als het Mexicaanse Oaxaca, waar het wat op lijkt met z’n lage en kleurrijke huizen, heeft de stad zich volledig op het toerisme ingesteld. De inheemse bevolking is naar de randen van de stad geduwd, waardoor er ruimte is gemaakt voor een internationale levensstijl met boetiekhotels en McDonald’s. Antigua heeft ook veel taalscholen voor buitenlandse studenten, dus naïeve 19-jarige Amerikanen zijn een belangrijke doelgroep voor de vele bars.

Op mijn ronde door de stad bezocht ik de volgende plekken:

Poort van Santa Catalina: het meest iconische bouwwerk in de stad, gebouwd voor de nonnen om de straat tussen twee delen van hun klooster over te steken zonder gestoord te worden. Foto’s zijn beter in de ochtend, omdat de vulkaan op de achtergrond later op de dag meestal bedekt is met wolken.

Antigua Guatemala

La Merced: één van de weinige gebouwen in Antigua die bestand was tegen de grote aardbeving van 1773. De gele kerk heeft de mooiste façade van de hele stad met ingewikkeld stucwerk; het staat op alle lijstje van de mooiste kerken van Guatemala. Vanwege de stand van de zon is de middag het beste voor foto’s van die façade.

Antigua Guatemala

Las Capuchinas: een goed voorbeeld van een verwoest klooster, waarvan er meerdere in de stad zijn. Toegangsprijs Q40.

De Kathedraal: de gevel is na de aardbeving van 1773 nog intact en doet weer dienst als kerk. De ruïnes van de voormalige kathedraal zijn te bezoeken vanaf een ingang om de hoek tegen een vergoeding van Q20.

Convento Santa Clara heeft een gebeeldhouwde façade (verborgen achter de huidige ingang) en een groot complex met tuinen, kloosters en alles wat je van een klooster mag verwachten. Vanaf de bovenste verdieping heb je een mooi uitzicht op de omliggende bergen. Toegangsprijs Q40.

Iglesia de San Francisco el Grande: een populaire kerk bij de inheemse bevolking omdat het de laatste rustplaats is van de eerste katholieke heilige uit Guatemala.

Als je meer tijd hebt hier, kun je één van de acht extra locaties bezoeken die ook tot het werelderfgoed behoren. Die bevinden zich binnen een straal van 10 km rond Antigua. Ze dateren allemaal uit hetzelfde tijdperk als Antigua zelf (midden 16de eeuw), maar het is onduidelijk wat ze er aan toevoegen.

Tak’alik Ab’aj

Tak’alik Ab’aj is Guatemala’s nominatie voor het nieuwe werelderfgoed van 2022. De plaats was lange tijd een belangrijke handelsstad, van 800 voor Christus tot 900 na Christus. Gedurende die tijd is het niet alleen beïnvloed door de Maya’s en de Olmeken, maar ook door Teotihuacan en regionale makers van dikbuikige beelden die veel voorkomen aan de kust van de Stille Oceaan. Het werd waarschijnlijk bewoond door steeds verschillende etnische groepen.

Tak'alik Ab'aj

Het is een plek die je niet terug zult vinden op de traditionele reisroutes door Guatemala. Het ligt in het uiterste zuidwesten van het land, niet echt dicht bij iets anders dat interessant is, hoewel de omliggende hooglanden en de inheemse dorpen best mooi zijn op een bescheiden Nepalees/Boliviaanse manier.

Ik bezocht Tak’alik Ab’aj als dagtocht met het openbaar vervoer vanuit Quetzaltenango, een grote stad die ook wel bekend staat onder zijn inheemse naam ‘Xela’. Die trip ging in 3 stappen:

  • De chicken bus van het centrale busstation naar Retalhuleu (afgekort tot Reu (“rej-joe”), dus de busroute heet Xela – Reu, wat zoveel beter op de voorkant van een bus past dan Quetzaltenango – Retalhuleu) (1u45 , 20 Quetzal).
  • In Reu met de tuktuk van het busstation La Galera naar de “Terminal de Taxis”. Er stond daar al een andere chicken bus klaar om me naar El Asintal te brengen (20 minuten, 5 Quetzal).
  • Vanuit El Asintal in een tuktuk naar de archeologische vindplaats van Tak’alik Ab’aj (10 minuten, 15 Quetzal).
Tak'alik Ab'aj

De opgravingen liggen in een subtropisch regenwoud, dus het aanbrengen van een cocktail van zonnebrandcrème en muggenspray vooraf is aan te raden. De toegangsprijs voor buitenlanders is 50 Quetzal. Er stonden een paar auto’s op de parkeerplaats toen ik op zaterdagochtend aankwam, maar ik kwam niemand tegen behalve een romantisch stel dat op het gras van elkaar aan het genieten was.

Onderweg kom je ook langs een trieste dierenopvang, waar dieren uit de regio in hokken zitten opgesloten. Ik denk dat die nog wel gesloten moet worden voordat dit werelderfgoed wordt. Op het terrein zelf kwam ik een wild varken tegen, of misschien was het ontsnapt uit de opvang. De site is echter vooral goed voor het spotten van vogels en komt zelfs voor op de route van speciale vogelreizen door de regio.

Er zijn gele en groene pijlen die twee verschillende routes over het terrein aangeven, maar er staat niet bij wat het verschil is. Ik nam de groene, ik denk dat dat de langere route is. Gelukkig had ik een foto gemaakt van de plattegrond bij de ingang, zodat ik een globaal idee had van wat ik onderweg zou moeten zien voor een “compleet” bezoek. De nummers kwamen echter niet overeen met die ter plaatse, maar je kunt verschillende pleinen met ruïnes, stèles en altaren verwachten. Het laatste plein heeft de meeste en mooiste sculpturen, onder andere veel dikbuikige.

Tak'alik Ab'aj

Het is geen gemakkelijke plek om te begrijpen, hier geen spectaculaire bouwwerken zoals in de Maya-steden van Guatemala. Het deed me nog het meest denken aan twee andere laaglandsites langs de Stille Oceaan die ik niet zo lang geleden heb bezocht: Chalchuapa in El Salvador en de Stenen bollen van de Diquis in Costa Rica. Tak’alik Ab’aj is rijker aan overblijfselen dan deze twee, maar staat nog ver af van de artistieke kwaliteiten van bijvoorbeeld Copán.

De stèles hier zijn meestal onleesbaar verweerd (hoewel één van de vroegste inscripties met Maya-hiërogliefen hier ontdekt is), de beelden een beetje vreemd. Bolle stenen die Olmeekse hoofden hadden kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld omgevormd tot dikbuikige standbeelden. De site heeft veel interessante bevindingen opgeleverd voor archeologen om het in een groter geheel te plaatsen en de geschiedschrijving over de Maya en Olmeken te verfijnen, maar deze zijn niet zo duidelijk voor de leek.

Tak'alik Ab'aj

San Andrés Xecul

Vanuit Quetzaltenango, een grauwe stad in het zuidwesten van Guatemala, kun je dagtochten maken naar plaatsen in de omgeving waar de overgrote meerderheid van de bewoners nog inheems is. Ze liggen in het hoogland van de Sierra Madre, boven de 2.000 meter hoogte. Eén daarvan is San Andrés Xecul, slechts 10 kilometer verderop. Ik ging er heen met een Uber en nam de bus terug.

In San Andrés Xecul (een samenstelling van de Spaans-koloniale naam San Andrés en die in het Nahuatl, Xecul) is 99,74% van de bevolking van inheemse komaf (K’iche’). Met name de vrouwen dragen nog traditionele kleding.

San Andrés Xecul

San Andrés Xecul is vooral bekend om zijn kerk – één van de meest bijzondere in heel Guatemala. Hij is niet te missen, hij ligt aan een groot plein waar een markt wordt gehouden. Zijn gele facade is volledig bewerkt met afbeeldingen van religieuze figuren, bloemen en dieren in bonte kleuren en een naïeve stijl. Ik ben er helaas op het verkeerde moment van de dag voor echt goede foto’s: in de ochtend ligt die facade in de schaduw. Binnen zijn mensen op hun knieën aan het bidden.

San Andrés Xecul

Het is weliswaar zwaar lopen tegen de heuvel op, maar het plaatsje heeft nog wel meer te bieden. Een soortgelijk geel kerkje bijvoorbeeld: de Calvario. Ik loop eerst naar de locatie die de navigatie op mijn telefoon aangeeft, maar daar is het niet. Dan probeer ik het op het zicht: van beneden vanaf de markt kun je het hoog tegen de helling zien liggen. In de nauwe straten is dat zicht weg, maar mijn richtinggevoel brengt me er uiteindelijk toch.

San Andrés Xecul

Naast deze kapel, die op de plek van een oude Maya-tempel is gebouwd, ligt een nog actief Maya-altaar. Mensen komen hier offers brengen, die in het vuur opgaan. Er moet in het plaatsje ook een beeld van Maximón zijn, een volksheilige die in deze regio veel vereerd wordt maar een steeds wisselende verblijfplaats heeft in verschillende huizen.

San Andrés Xecul

Verder is het gewoon leuk om hier wat door de straten te dwalen en het dagelijks leven te bekijken. Er is bijvoorbeeld een truck onderweg die bij diverse huizen besteld brandhout aflevert: ze storten de takken gewoon voor de deur op straat. De vrouwen zijn dan nog een tijd bezig om ze in de schuur bij hun huizen te stapelen. In de buurt van het Maya-altaar hangen de gedraaide zwarte koorden te drogen, die de vrouwen hier in hun haarddracht verwerken. Verder liggen er overal honden in het zonnetje te slapen. Ook opvallend in het centrum is deze grote gemeenschappelijke plek om de was te doen.

San Andrés Xecul

#780: Quirigua

Wat is het?
Het Archeologisch park en de ruïnes van Quirigua omvatten de overblijfselen van een regionaal belangrijke Maya-nederzetting. Het is vooral bekend om zijn verzameling beeldhouwwerken en stenen monumenten uit de 8ste eeuw. De uitgehouwen kalenders en stenen met hiërogliefen vormen belangrijke bronnen voor de studie van de Maya-beschaving.

Quirigua

Cijfer: 7 (Dit was het laatste van de 9 Maya-werelderfgoederen op de lijst die ik nog “moest” bezoeken. Vooraf denk je, wat kan het nog toevoegen? Toch hebben ze allemaal iets speciaals, hier is het de kwaliteit van de beelden.)

Toegang: Toegang voor buitenlanders tot de ruïnes kost 80 Quetzal (9 EUR).

Hoeveel tijd: Een uur is voldoende.

Opvallend: De toegangsweg tot het park ligt tussen de bananenplantages. Als een tuktuk me er rond kwart over 3 in de middag heen brengt, moeten we even wachten tot een lading bananen zich verplaatst heeft over de carrousel.

Quirigua bananenplantage

De entree van het park voelt meteen goed. Ik krijg een mooi entreekaartje en een folder over de site in het Engels (beiden zelden gezien deze reis). Het heeft net 2 uur lang hard geregend, maar het bos ontwaakt weer en er zijn veel vogels actief. Het is maar een korte wandeling voor je op het “plein” van de beelden staat.

Quirigua

In 2020 is het park een half jaar gesloten geweest door orkaanschade. Sommige delen hebben 1,8 meter onder water gestaan. Ze hebben veel modder en water af moeten voeren. Maar nu ligt alles er keurig bij. Je loopt langs de monumenten over een vlonderpad, de grond is hier al snel drassig, ook al na de regenbui van vanmiddag.

Op het eerste deel van het terrein staan vooral steles: grote stenen monumenten met inscripties en afbeeldingen van belangrijke personen. Bij de eerste vallen me wat onbedoelde inscripties op, het is “historische graffiti”, deels gemarkeerd met het jaar 1881 toen Quirigua werd bezocht door de Britse archeoloog Maudslay. Het is niet meer te lezen of hijzelf namen en jaartallen in de stele heeft gekrast.

Quirigua

Gelukkig zijn de andere steles onbeschadigd. Toen ze zijn ontdekt lagen ze op de grond, ze staan nu weer fier overeind en meestal ook op de plek waar ze gevonden zijn. De lokale zandsteen is erg sterk, dat is waarschijnlijk de reden dat deze sculpturen beter bewaard gebleven zijn dan die elders in het voormalige Maya-rijk.

Behalve steles zijn er ook altaren en zoömorfe en antropomorfe beelden te zien: dieren als mensen afgebeeld, of mensen met dierlijke eigenschappen. Deze god heet de “drager van de wereld” en heeft een schild als een schildpad.

Quirigua

Aan het eind van het park ligt de Acropolis. Je loopt eerst een aantal steile trappen op, en komt dan bij de resten van het ceremoniële centrum van de stad. Ook ligt hier het balspelveld. Er zijn nog meer met gras overwoekerde onnatuurlijke heuvels op het terrein, hieronder moeten nog meer gebouwen liggen. Maar voor de bouwwerken hoef je op dit moment niet naar Quirigua toe, het gaat echt om de beeldhouwkunst.

Quirigua

Ik overnachtte in het nabijgelegen dorpje Quirigua, in de Posada de Quirigua. Dit is een simpele maar schone en van alle gemakken voorziene lodge, al 17 jaar gerund door een Japanse vrouw. Echt een fijne plek om een paar uur door te brengen: de twee uur die ik moest wachten totdat een tropische regenbui voorbij was, luierde ik lekker in een hangmat. ’s Avonds stond er een overheerlijk Japans menu voor me klaar.

Posada de Quirigua

Ik moest wel steeds denken hoe eenzaam deze vrouw hier moet zijn, er komen tegenwoordig ook nog maar weinig gasten. Aanloop van honden heeft ze wel: zelf heeft ze er maar eentje, maar toen ik aankwam stonden er drie me op te wachten. De buurhonden doen ook alsof ze thuis zijn, de grootste lag tijdens de regenbui zelfs de hele tijd op tafel te slapen.

#39: Tikal

Ik bezocht Tikal voor het eerst in 1997, vandaar het lage volgnummer (39). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in februari 2022.

Wat is het?
Het Nationaal park Tikal is de archeologische vindplaats van één van de belangrijkste Maya-steden, nu omgeven door een dicht regenwoud. Het is de unieke getuigenis van een Maya-gemeenschap die zich over een lange periode heeft ontwikkeld, van jager-verzamelaars tot boeren, met een rijk religieus, artistiek en wetenschappelijk leven. De omliggende natuur kent een grote rijkdom aan zoogdier- en vogelsoorten.

Tikal

Cijfer: 8 (Het is zo groot dat het lijkt of je er eindeloos kunt blijven ontdekken. Soms zag ik anderhalf uur lang niemand anders, terwijl ik op de meer afgelegen paden liep.)

Toegang: Toegang per dag kost 150 Quetzal (17,25 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was er 2 dagen en overnachtte in de Tikal Inn bij de parkingang.

Opvallend: De meeste toeristen gaan met een dagtour naar Tikal, maar ik bezocht het op mijn gemak met het openbaar vervoer op eigen gelegenheid en bleef er 2 nachten. Minibusjes van een bedrijf genaamd Atim vertrekken er een paar keer per dag naar toe vanaf het centrale busstation in Santa Elena (Flores). Mijn bus van 10 uur deed er 1,5 uur over, kostte 50 Quetzal en stopte bij de toegangspoort van het park om je de entreekaartjes voor Tikal te laten kopen.

Sinds mijn vorige bezoek, 25 jaar geleden, was ik vergeten hoe Tikal eruit zag. Het heeft een echt ‘verloren stad’-gevoel, vooral op het hoofdplein. Met zijn witte stucwerkelementen en honingraattorens heeft het een andere bouwstijl dan de andere Maya-sites. Er is veel meer te zien dan de piramides: ik kwam rotstekeningen tegen, stoombaden, waterreservoirs (Tikal had geen andere toegang tot water dan wat werd verzameld uit regenwater), steles, gigantische stucwerkmaskers en ook historische graffiti.

Tikal

Dit keer verkende ik het park in 2 sessies, van 14-17 uur op de eerste dag en de volgende dag van 6-10 uur. Ik liep respectievelijk 10 en 12 kilometer en ik geloof dat ik alles heb bereikt wat er te zien is. De navigatieapp Maps.me werkt er goed en toont de locaties van alle bouwwerken (de kleinere paden worden niet zo nauwkeurig weergegeven). Maar de weg naar de Uitgang (Salida) is door het hele park heen goed bewegwijzerd. Er waren geen speciale coronamaatregelen, er is überhaupt weinig toezicht. Vooral de ochtendsessie was erg rustig, met nauwelijks andere bezoekers in het park.

Tikal

De hoogtepunten vond ik dit keer:

  • Het uitzicht boven het regenwoud vanaf de top va de Mundo Perdido-piramide (het is ook de enige plek waar je telefoon een 4g-signaal oppikt),
  • Het Paleis van de Groeven (een gebouw met gegroefde verticale panelen, te betreden via een smalle doorgang),
  • Complex Q (dubbele piramides gebouwd om het einde van een katun te vieren, een periode van 20 jaar; inclusief stèles en altaren),
  • Tempel V (de eerste grote tempel die werd gebouwd, in 600 na Christus),
  • De twee torens op het hoofdplein.
Tikal

Ik heb op deze reis mijn grote zoomcamera niet mee, dat maakte het spotten van dieren ook wat minder bevredigend. De vogels in Copán en Quirigua zag ik al met lede ogen zitten. Hier in Tikal is het gemakkelijk om zoogdieren te vinden, zeker als je in je eentje rondloopt. Ik zag Brulapen, Geoffroy’s slingerapen, neusbeertjes (pizotes) en agouti’s.

Tikal

#781: Barrièrerif van Belize

Wat is het?
Het Barrièrerif van Belize is een beschermde reeks koraalriffen langs de kust van Belize. Met een lengte van 250-300 kilometer is het het op één na grootste koraalrifsysteem ter wereld, na het Great Barrier Reef in Australië. Het werelderfgoed bestaat uit zo’n 12% van het gehele rif en richt zich specifiek op 7 natuurgebieden op het land en in zee.

Great Blue Hole tour

Cijfer: 6,5 (Het is het meest spectaculaire dat er te zien is in Belize, en zijn status als werelderfgoed is onbetwist aangezien koraalrif op zo grote schaal elders bijna niet meer voorkomt. Het is echter lastig te bezoeken als “gewone” toerist en het riflandschap van Belize heeft niet de schoonheid van ander marien werelderfgoed zoals de Rotseilanden van Palau of de Golf van Californië.)

Toegang: Ik heb geen entree tot een nationaal park betaald, maar was wel een hoop geld kwijt aan de rondvlucht (262 USD).

Hoeveel tijd: Twee dagen om het vanuit de lucht en vanaf het water te zien.

Opvallend: Als je geen duiker bent en slechts een snorkelaar-met-tegenzin, is het moeilijk om dit werelderfgoed  “goed” te bezoeken. Van de 7 locaties is Bacalar Chico NP de enige “land”-component, en dat was ook mijn eerste keuze. Maar vanuit de dichtstbijzijnde stad San Pedro (ook op Ambergris Caye) gaan er geen geplande tours, alleen privébootcharters. Dat zou wel erg kostbaar worden, dus nam ik genoegen met Plan B: een fly-over over het rif. De Great Blue Hole is tenslotte het best te zien vanuit de lucht.

De twee luchtvaartmaatschappijen die Belize rijk is bieden een paar dagen per week rondvluchten over het rif aan, op een vast tijdstip. Ik boekte bij Tropic Air via de chat op hun website voor de volgende dag. Voor de 262 USD had ik veel verder weg kunnen vliegen… Maya Air doet het momenteel goedkoper (215 USD), maar ze reageerden pas op mijn vragen nadat ik mijn vlucht met Tropic al achter de rug had.

Great Blue Hole tour, Ambergris Caye

Mijn vlucht verliep vlekkeloos, we waren 75 minuten onderweg (inclusief een stop bij Caye Caulker om een ​​7de passagier op te halen). Ze vliegen met een Cessna Caravan, alleen stoelen bij het raam. Het is een beetje zoals het ‘doen’ van de Nazca-lijnen, maar dan zonder het nuttige commentaar aan boord. Er was minder kronkelen en draaien hier in Belize, dus geen kans op luchtziekte. Er is genoeg te zien beneden, zoals koraalriffen in zowel rechte als ronde vorm.

Great Blue Hole tour

Het hoofddoel van de vlucht is de Great Blue Hole, een gigantisch zinkgat in de zee. Vanuit de lucht ziet het er niet eens zo groot uit – de diameter is 300 meter. Het meest verbazingwekkende is de perfecte ronde vorm. Je ogen worden er steeds naar toe getrokken.

Great Blue Hole tour

We cirkelden er eerst een paar keer omheen met uitzicht aan de linkerkant, en toen maakte de piloot een bocht om de mensen rechts van het vliegtuig hetzelfde uitzicht te geven. Vanwege de stand van de zon is het misschien beter om aan de linkerkant van het vliegtuig te zitten, maar om 13.00 uur zou er niet veel verschil moeten zijn. Foto’s maken werd meer gehinderd door wat vuile ramen en wat wolken boven ons, die hun schaduwen op de Hole wierpen.

Onderweg passeer je ook 2 van de atollen van het rif: Turneffe Island en Lighthouse Reef. Hier zou het leuk geweest zijn als de piloot had laten weten welke welke was (Lighthouse Reef is degene waar de Great Blue Hole is, ontdekte ik later). In het water zie je ook grotere vissen bewegen, waarschijnlijk haaien.

Great Blue Hole tour

Naar de haaien: Hol Chan

Nadat ik één dag had besteed aan bezoek van het enige werelderfgoed van Belize, het Barrièrerif, vanuit de lucht, had ik nog tijd over om het rif ook vanaf het water te bekijken. Ik had gehoopt naar het nationaal park Bacalar Chico te kunnen, maar de tourorganisaties lieten me al snel weten dat ze daar geen reguliere tours naar toe hebben. Wat ze wel hadden is de populaire snorkeltour naar Hol Chan en Shark Ray Alley.

Ik ging met Searious Adventures; dat bleek een goede keuze want ze hebben een mooie, half overdekte zeilcatamaran – dit in schril contrast tot de motorbootjes die we tegenkwamen zonder enige bescherming tegen de fel brandende zon. We waren met z’n tienen aan boord, de andere gasten kwamen uit de VS en Canada.

Hol Chan snorkeltour

De twee gidsen bestuurden de zeilboot, wij als gasten lagen relaxed op de trampoline op het voordek waar ze zitzakken hadden neergelegd. Na een uurtje varen kwamen we bij wat wel een drijvend dorp leek. Hier is de parkingang van Hol Chan. Parkwachters zijn hier 24 uur per dag aanwezig om te controleren of je wel betaald hebt en of je je wel aan de regels houdt. Voor de 10 USD parkentree (inbegrepen in de tour) krijg je een armbandje om, zodat ze het gemakkelijk kunnen zien.

Mijn eerdere ervaringen met snorkelen zijn nooit zo goed geweest, maar de gidsen hier pakten het voortvarend aan. Ze begonnen met een duidelijke instructie wat je wel en niet moet doen. We kregen een masker en flippers aangemeten (de huur was inbegrepen in de tourprijs van 105 USD), en daarna gingen we in 2 groepjes van 5 achter de gidsen aan. Er waren ook 2 kleine kinderen bij, van een jaar of 5 en 8 schat ik, en die hielden het ook prima vol.

Hol Chan snorkeltour (Caye Caulker)

Hol Chan is een klein zeereservaat met koraal en vooral veel zeegras. Hier is een smalle doorgang uitgesleten in het koraalrif. Het is een populaire plek om te snorkelen omdat het ondiep en kalm is, en je op een klein oppervlak veel kunt zien. Er waren zo’n 10 tot 15 andere boten aanwezig, wat het wel druk in het water maakte en botsingen zo af en toe onvermijdelijk waren. Onze gids zwom vooruit en wees de meest interessante zaken aan, zoals een groene zeeschildpad, een kreeft en onze eerste verpleegsterhaai.

Even varen verderop, in hetzelfde reservaat, ligt Shark Ray Alley. Hier loosden vissers vroeger de resten van de schoongemaakte vis. De haaien weten dat blijkbaar nog steeds, want ze liggen enthousiast te wachten op de tourboten die dat tegenwoordig nadoen. Je dobbert hier met je snorkel achter de boot, de gids keert een emmer met voer om, en de verpleegsterhaaien schieten er met tientallen gelijk er op af. Het is altijd wat triest als er aasvoer nodig is om wilde dieren aan te trekken. Interessanter vond ik eigenlijk dat we hier ook verschillende grote roggen zagen.

We voeren door naar het eiland Caye Caulker. Hier hadden we twee uur om op eigen gelegenheid rond te lopen en te lunchen. Hoewel ook supertoeristisch, heeft Caye Caulker een heel andere sfeer dan Ambergris Caye waarop mijn hotel lag. Het is er kleinschaliger, eenvoudiger. Na het eten van een lekkere gegrilde vis met kokosrijst, besteedde ik mijn tijd er aan het rondwandelen van het volledige eiland.

Caye Caulker

Terugblik Midden-Amerika 2022

Ik had het tijdens mijn wereldreis van 2011 al gemerkt: ik ben niet zo goed in veel landen bezoeken tijdens één reis. Je moet steeds weer wennen en je krijgt er ook steeds minder zin in om weer te verkassen. Dat gevoel had ik ook een beetje toen ik na 6 heerlijke weken in Mexico nog in 4 weken door El Salvador, Honduras, Guatemala en Belize ging reizen. Je gaat landen vergelijken, maar Mexico wint altijd, vanwege de hoge kwaliteit van zijn bezienswaardigheden, de superieure infrastructuur en het lekkere eten.

Toch genoot ik van het vrolijke El Salvador en van de unieke Maya-steden in Honduras en Guatemala. En zelfs van het snorkelen in Belize! Hoogtepunten vond ik:

  • Dwalen over het terrein en klimmen op de ruïnes van Copán.
  • De beelden van Quirigua en mijn leuke gesprekken met de Japanse pensioneigenaresse aldaar, die echt al 17 jaar “aan het einde van de wereld” woont.

Grensovergangen

Over land stak ik de grenzen over via de volgende 4 routes. Ik vind het altijd wel wat hebben om te voet bij een grenspost aan te komen. Nergens was het druk en overal stonden mannetjes om wat overgebleven geld te wisselen naar dat van het “nieuwe” land.

El Salvador naar Honduras: bus Suchitoto – Aguilares, bus Aguilares – El Poy (grens), taxi grens – Ocotepeque, bus Ocotepeque – La Entrada, minibus La Entrada – Copan Ruinas (10,5 uur)

Honduras naar Guatemala: minibus Copan Ruinas – El Florido (grens), bus El Florido – Chiquimula, bus Chiquimula – Guatemala-stad, taxi door de stad, bus Guatemala-Stad – Antigua (8,5 uur).

Guatemala naar Belize: rechtstreekse shuttle van Flores naar Belize City, met overstap aan de grens (5 uur).

Belize naar Mexico: veerboot Ambergris Caye – Belize City, taxi door de stad, bus Belize City – Corozal, taxi Corozal – grenspost, taxi grenspost – Chetumal (7,5 uur).

Om van Honduras naar Guatemala over te steken was een negatief resultaat van een Corona sneltest nodig. Die deed ik eenvoudig een dag van tevoren in Copan Ruinas. Bij de grens zitten de twee grensambtenaren naast elkaar, de Hondurees vroeg nog even of ik alle papieren had en de Guatemalteek keek nergens naar.

Voor de grensovergang met Belize hadden we vooraf 4 uitgebreide formulieren gekregen om in te vullen. Gelukkig hadden ze net per 1 maart de meeste Coronamaatregelen afgeschaft, zodat alleen de entry card werd gebruikt. Ook moet je hier vooraf betalen voor een verplichte verzekering, dat werd wel gecheckt.

Vervoer

Internationale vluchten
Vanuit het zuidelijkste punt in Mexico waar ik was (Oaxaca) zou het nog een heel eind met de bus zijn om Guatemala te bereiken volgens mijn oorspronkelijke route. Ik vond een veel simpeler oplossing: vliegen naar San Salvador vanuit Mexico-Stad met Aeromexico (2 uur, 150 EUR).

Bus
Midden-Amerika is hét terrein van de chicken bus. Deze omgebouwde Amerikaanse schoolbussen domineren het goedkope openbaar vervoer. Vooral El Salvador is een busparadijsje – een ritje door het land kost vrijwel altijd minder dan een dollar en je zit in een bus met de ramen open en waar de vrolijke muziek doorheen schalt.

In Guatemala hebben ze ook wel wat betere touringcars voor de langere afstanden, hoewel die ook niet altijd comfortabel zijn. De 5,5 uur durende rit van Morales naar Flores met Fuente del Norte werd maar liefst 8x onderbroken door een politiecontrole. Steeds moest iedereen weer z’n identificatie laten zien.

Hotels

San Salvador: Hotel Florencia Zona Rosa
Misschien wel het fijnste hotel van de hele reis, het staat zeker in de Top 3. Ze haalden me op van het vliegveld (tegen betaling uiteraard). Er is snelle wifi. Het ligt dichtbij allerlei Amerikaanse restaurants in de luxe wijk San Benito. Er is een heerlijk overdekt dakterras om ’s avonds te zitten. Hete douche. Lekker ontbijt, te kiezen van kaart. Het ligt ook maar een klein stukje lopen van de weg waar je de bus naar Joya de Ceren of Santa Ana kunt pakken, zonder helemaal naar het busstation te hoeven gaan met een taxi.

Kosten: 52 EUR per nacht inclusief ontbijt

Santa Ana: Casa Vieja
Ik had hier een privékamer met badkamer, maar het is een echt hostel. Je wordt er in het Engels aangesproken en de eigenaar probeert zijn tourtjes te verkopen. Oud gebouw, beperkt ontbijt.

Kosten: 20 EUR per nacht inclusief ontbijt

Suchitoto: Hostal Koltin
Een hangmat voor de kamerdeur! Toen was ik al verkocht, ik heb zelfs geen foto gemaakt van mijn kamer. En ook nog een zitje, waar je je ontbijt krijgt geserveerd. Erg rustig, netjes en vriendelijk. Goede wifi. Erg heet ook wel, maar dat is het overal in Suchitoto (37 graden in februari).

Kosten: 31 EUR per nacht inclusief ontbijt

Copan Ruinas: Casa de Café
Boetiekhotel met een mooi terras met uitzicht op de beboste bergen. Veel vogels (en muggen) bij zonsopkomst en zonsondergang. Lekker bed en hete douche. Beetje vreemde buitenlandse eigenaar/manager, die niet echt voor het klantencontact gemaakt lijkt te zijn maar wel de spil is in de aansturing van alles en iedereen.

Kosten: 56 EUR per nacht inclusief ontbijt

Antigua Guatemala: La Galeria
Vriendelijk hotelletje in het centrum. Hier ook muggen. Het ontbijt is te kiezen van de kaart, ook Europees en zonder ei.

Kosten: 50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Quetzaltenango: Hostal Muchá
Hostel dat pretendeert een boetiekhotel te zijn. Niet al te vriendelijk bij de receptie, er kon nooit een goedendag van af. Ik had er een enorme kamer met separate badkamer op de gang. Je hebt de keuze uit een paar gerechten als ontbijt.

Kosten: 35 EUR per nacht inclusief ontbijt

Guatemala-stad: Radisson Hotel & Suites Guatemala City
Zakenhotel in een wijk met andere ketenhotels. De kamer is ruim en netjes. Mocht er al om 12.15 inchecken. Engelstalige Netflix op TV. Restaurants en winkels in de buurt.

Kosten: 71 EUR inclusief ontbijtbuffet

Quirigua: Posada de Quirigua
Beetje moeilijk te vinden, maar paar keer vragen naar “het huis van de Japanse vrouw” helpt. Alleen te boeken via eigen website. Er woont een Japanse eigenaresse met 3 stoere honden, van wie er maar eentje van haar is en de rest dagelijks komt aanlopen. Simpel guesthouse, maar schoon en met lekkere hangmatten. ’s Avonds maakte ze heerlijke Japanse sushi voor me!

Kosten: 20 EUR inclusief ontbijt

Flores: Hotel Villa del Lago
Fris hotel op het eiland Flores. Ik had een kamer met zicht op het water. Snelle wifi. Goede airco.

Kosten: 32 EUR per nacht exclusief ontbijt

Tikal: Tikal Inn
Eén van de hotels bij de parkingang. Rustig, netjes ondanks dat het wat verouderd is. Vriendelijke mensen. Wifi alleen in de lobby. De stroom gaat maar een paar keer per dag aan (rond de etenstijden).

Kosten: 51 EUR per nacht exclusief ontbijt

Flores: Los Amigos
Groot hostel waar ik een prima kamer had met eigen badkamer. Goede airco en goede wifi.

Kosten: 46 EUR per nacht inclusief ontbijt

San Pedro, Ambergris: Belize Budget Suites
Een echte suite, met separate slaapkamer en keuken met broodrooster, koelkast en bestek. Beetje ver van het centrum (2km) maar wel restaurants en supermarkt in de buurt. Snelle wifi. Koude airco. Weinig waterdruk, bijna niet genoeg om af te wassen laat staan te douchen.

Kosten: 67 EUR per nacht exclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Ik was inmiddels wel helemaal klaar met ei bij het ontbijt, gelukkig kon ik in die hotels waar ontbijt inclusief was vaak iets kiezen. Ze hebben meestal ook Amerikaanse pannenkoeken of iets als cornflakes of toast.

Lunch en tussendoor
Het streetfood is hier veel minder aanwezig dan in Mexico. In El Salvador kun je je wel voor een paar dollar volstoppen met pupusa’s. Je kunt zelf je vulling kiezen, sommige eettentjes hebben wel de keuze uit 30 soorten – met bonen en kaas is de traditionele, maar ik vond ook die met wortel erg lekker.

Diner
Echt lekker heb ik vooral gegeten in Belize, waar vis het menu domineert.

Kosten

Hoewel het dagelijks leven hier niet echt duurder is dan in Mexico, had ik meer moeite om binnen budget te blijven. Misschien werd mijn discipline in de loop van de reis minder, maar vooral de kosten voor het eten kon ik niet onder de 15 EUR houden. Tel daarbij nog eens Belize op, waar alles schreeuwend duur is.

LandPer dagHotelsVervoerEtenOverig
El Salvador73 EUR3271321
Honduras95 EUR5741520
Guatemala73 EUR3412206
Belize207 EUR68163192

Leave a comment