- Route
- Naar Seoul via Parijs
- Seoul naar Busan
- Gimhae en Busan
- Bangudae en Ulsan
- Tongdosa
- Suncheon
- Naar Japan
Route
Dit is deel 1 van een 5-weekse reis naar Zuid-Korea en Japan.
| Datum | Programma | Verblijf |
| 28 augustus | Vlucht naar Seoul (Air France): 9.30-10.50 Parijs, 13.25-8.40 Seoul | Vliegtuig |
| 29 augustus | Bus door naar Busan. | Busan |
| 30 augustus | Metro naar Gimhae voor Gaya Tumuli werelderfgoed #920. Middag in Busan City. | Busan |
| 31 augustus | Per bus naar de petrogliefen in Ulsan. | Ulsan |
| 1 september | Bus terug via het Tongdosa klooster (werelderfgoed #921). | Busan |
| 2 september | Bus naar Suncheon. Daar bezoek aan Suncheon Ecological Reserve (werelderfgoed #922). | Suncheon |
| 3 september | Bus terug naar Busan. Daar vervolgvlucht 16.00-18.15 met Korean Air naar Tokyo Narita. | Japan |
Naar Seoul via Parijs
28 August 2024 – 31°
De bus om 6.28, en dan de trein naar Schiphol.
Vlucht naar Seoul (Air France): 9.30-10.50 via Parijs. We vertrekken een half uur te laat omdat het in het vliegtuig te heet is en ze het eerst moeten koelen. De vlucht naar Parijs duurt maar 50 minuten.
Ik heb 2,5 uur overstaptijd, ruim genoeg alhoewel je van terminal 2F waar de Europese vluchten aankomen naar 2E (M gates) je zelfs nog een stuk met de bus moet. Maar je hoeft je handbagage niet opnieuw te laten scannen. Om 11.45 strijk ik neer in de lounge, waar ze heerlijke kaasjes hebben als lichte lunch.
De vlucht naar Seoul duurt van 13.25-8.40.
Seoul naar Busan
29 August 2024 – 29°
We landen na 11.5 uur, net na 9 uur in de ochtend op het vliegveld van Seoul. Omdat ik op stoel 2 zit ben ik zo buiten. Er is ook niemand bij de grenscontrole- in het vliegtuig heb ik al een aankomstkaartje ingevuld. Ik krijg een kleine sticker in mijn paspoort en kan dan door.
Ook daarna is het rustig. Ik pin een stapel won en koop een TMoney kaart waarmee je o.a. het stadsvervoer kunt betalen. Mijn bus naar Busan vertrekt pas om 10.50, dus er is eerst nog tijd voor een cappuccino bij Starbucks. Ik heb mijn busticket online geboekt, maar ik ga voor de zekerheid ook maar even langs het loket. Daar ruilen ze het inderdaad nog om voor een echt kaartje. Dan is het nog 45 minuten wachten bij bushalte 4 (ze hebben er tientallen), gelukkig zijn er goede zitplaatsen.

De rit in een comfortabele bus duurt 5h20 min. We stoppen onderweg één keer bij een wegrestaurant. Naar mijn hotel, de Toyoko Inn Busan Seomyeon, is het dan nog maar een klein stukje met de metro.
Rond zessen loop ik nog een rondje door het Busan Citizens Park, niet ver van het hotel. Dit was lange tijd een Amerikaans legerkamp. Nu is het een gewoon park voor de buurt, maar je kunt er nog wel uitkijkposten zien en enkele exemplaren van ‘Quonset Huts’. Dit waren gemakkelijk in elkaar te zetten prefab hutten die in het Koreaanse klimaat prettiger waren dan tenten.
Gimhae en Busan
30 August 2024 – 31°
In de ochtend neem ik de Light Rail naar de voorstad Gimhae, waar ook het internationale vliegveld van Busan ligt. Hier ligt een locatie van de ‘Gaya Tumuli’: koninklijke graven van de Gaya Confederatie, een rijk dat van de eerste tot de zesde eeuw dominant was hier in het zuiden van Zuid-Korea.
De Gimhae Daeseong-dong ligt pal naast het station. Alle graven waren op heuvels gebouwd, alhoewel die nu een beetje wegvallen tussen de vele hoogbouw. Helaas is het bijbehorende museum op het moment gesloten, dus mij rest niks anders dan wat langs de nauwelijks te onderscheiden graven te lopen.
Met de Light Rail en vervolgens de metro reis ik verder terug naar het centrum van Busan. Vlakbij het Toseong metro station liggen nog twee monumenten uit de tijd van de Koreaanse Oorlog, toen Busan als een van de weinige steden uit de handen van de communisten wist te blijven.
De Tijdelijke Presidentiële Residentie was de werk- en verblijfplaats van Syngman Rhee, destijds de president van Zuid Korea. Het is een interessant gebouw waarin Westerse en Japanse invloeden gemengd zijn: van buiten lijkt het heel westers maar binnen is het meer Japans. Twee video’s van 7 minuten elk geven meer context aan de situatie in Busan gedurende de Koreaanse Oorlog. De oude filmfragmenten brengen de periode echt tot leven.
Niet ver daar vandaan ligt het Ami-dong Tombstone Village. Het is nog een hele klim om er te komen. Ami-dong was een van de delen van de stad waar de oorlogsvluchtelingen terecht kwamen toen de kampen in de stad vol waren. Gedurende de Japanse bezetting van Korea was hier een begraafplaats, maar de vluchtelingen veranderden het in woonruimte. Het heeft wat weg van een Braziliaanse ‘favela’, met smalle straatjes, volop trappen en kleurrijke huisjes. Alleen is het hier wel een stuk veiliger. Er wonen trouwens nog steeds mensen hier.
Bangudae en Ulsan
31 August 2024 – 36°
Vooraf brak ik mijn hoofd hoe het best bij de petrogliefen van Bangudae te komen, een mogelijk toekomstig werelderfgoed. Gisteravond zag ik echter opeens het licht, het blijkt supergemakkelijk per trein vanuit Busan. Routebeschrijvingen voor het openbaar vervoer kunnen nogal verwarrend zijn in Zuid-Korea omdat Google Maps er niet werkt.
Het kost slechts 21 minuten om vanuit Station Busan in een van de frequente treinen naar het Ulsan KTX-station te rijden (8.400 Won). Op dat station pak ik een taxi uit de rij voor de resterende rit van 15 minuten (12.000 Won).
De ‘Petrogliefen langs de Bangucheon-stroom’ zijn de nominatie van Zuid-Korea voor 2025. Vooral in het Ulsan Petrogliefen Museum bij de ingang zijn ze ervan overtuigd dat het zal worden ingeschreven. Informatiepanelen geven de mijlpalen in het nominatieproces weer, een kaart toont alle rotstekeningen ter wereld en ik krijg een boekje met uitleg over de waarde van de site. De tentoonstelling in het museum is een voorproefje van wat we in het nominatiedossier zullen zien: een meeslepend verhaal over hoe de lokale bevolking tijdens het late neolithicum en de vroege bronstijd afhankelijk was van de walvisjacht voor hun levensonderhoud. Ze hielden zo veel van de walvissen dat ze talloze gravures maakten op de rotsen langs de rivier, mogelijk als een vorm van aanbidding. Sommige bronnen zeggen dat het ook het vroegste bewijs is dat tot nu toe is gevonden van de praktijk van walvisjacht wereldwijd.
De belangrijkste set rotstekeningen heet Bangudae. Je loopt er in een half uurtje naar toe vanaf het museum. Onderweg kun je op stenen aan de waterkant nog een paar pootafdrukken van dinosaurussen zien. De rotstekeningen zijn gegriefd in een rotswand aan de overkant van de rivier, gezien vanaf een uitkijkplatform. Een tijger is de meest zichtbare tekening, de walvissen zijn nauwelijks te onderscheiden vlekken. Ook de zon helpt niet mee om de figuren te zien, ze kunnen beter een overkapping plaatsen bij het uitkijkpunt.
Om bij het andere paneel met rotstekeningen te komen, Cheonjeon-ri, is een serieuzere wandeling nodig. Er is een smal pad door het bos, dat op en neer gaat en erg modderig is als het heeft geregend. Over het algemeen is dit een erg nat gebied, gevoelig voor overstromingen. Je merkt het ook aan de hoeveelheid muggen en libellen die je tegenkomt langs het pad – en ik zie zelfs een grote pad. De beloning hier bij het tweede deel is dat je deze rotstekeningen van dichtbij kunt bekijken, maar zelfs dan zijn de interessantere figuren moeilijk te zien (ik kan bijvoorbeeld de draak niet vinden, hoewel er een verklarend bord voor staat).
Erg bijzonder is het allemaal niet, maar de Koreanen hebben hun best gedaan om een bevredigend bezoek te bieden dat ongeveer 2,5-3 uur duurt als je alle onderdelen (het museum, de twee panelen met petrogliefen en de dinosaurussensporen) te voet bekijkt. En het is allemaal gratis.
Met een combi van Uber-taxi en bus reis ik dan door naar de stad Ulsan, waar ik overnacht in de Toyoko Inn Ulsan Samsan.
Tongdosa
1 September 2024 – 32°
Om de snelheid erin te houden neem ik vanochtend een Uber taxi naar Ulsan KTX station. Vanaf daar is het gemakkelijk om door te reizen naar de Tongdosa tempel. Dit is een populaire plek, dus aan bussen geen gebrek. Het is ook maar 30 minuten rijden in bus 13.
Vanaf de bushalte loop je eerst een half uur over een breed bospad om bij de tempel te komen. Zo kom je al meteen in de serene stemming. Tongdosa is één van de drie belangrijkste Boeddhistische tempels van Zuid-Korea. Het is ook onderdeel van het werelderfgoed Sansa, dat zeven Koreaanse bergkloosters omvat.
Op het tempelterrein wordt meteen duidelijk dat dit een actieve religieuze plek is. Het hoofdgebouw zit vol gelovigen, er is ook een dienst bezig. Vanuit dit gebouw heb je via de achterkant zicht op het allerheiligste: een stupa met relikwieën van Boeddha (naar verluidt: een gewaad, een bedelschaal en een bot uit zijn schedel), meegenomen uit China door de stichter van Tongdosa in de 7de eeuw. Foto’s maken is hier verboden. Als je aan de linkerkant om het hoofdgebouw heen loopt en de traptreden van een tempeltje beklimt, kun je net over de muur kijken waarachter de stupa ligt.
De oudste gebouwen op het terrein dateren nu uit de 17de en 18e eeuw: ze zijn allemaal van hout, dus er is meermalen opnieuw gebouwd. Er zijn geen Boeddha-beelden (ze hebben immers de relikwie!), maar wel andere decoratieve elementen zoals stenen pagodes en muurschilderingen.
Ik spendeer anderhalf uur op het complex, neem nog een dure koffie op de terugwandeling en reis dan met bus 12 rechtstreeks door naar Busan. De bus stopt bij een metrostation in de buurt van het Nopo busstation (Beomeosa), en dan kun je met de metro verder de stad in.
Ik verblijf vannacht in Hotel Andrest in Busan West / Sasang. Ik eet in het nabijgelegen uitgaanscentrum bij Mr. Sushi – een vriendelijke, kleine sushitent.
Suncheon
2 September 2024 – 32°
Ik neem al de bus van 7.05 naar Suncheon, zodat ik zoveel mogelijk kan doen na aankomst in deze stad. Ik wil zowel naar het dorpje Naganeupseong als naar het werelderfgoed Getbol. Deze twee liggen elk aan een andere kant van Suncheon, dus het kost wat tijd om ze te combineren. De bus is van de maatschappij Kumho. Het is niet bijzonder luxe, maar wel OK. De rit duurt 2.5 uur, inclusief één stop.
Vanaf het busstation van Suncheon loop ik de hoek om naar waar de bussen naar Naganeupseong zouden moeten vertrekken. Bussen genoeg, maar niet die ik zoek. Ik neem daarom maar een Uber om de 20km te overbruggen. Taxi’s zijn hier in Korea niet duur gelukkig.
Naganeupseong is een dorpje dat zijn historische lay-out volledig bewaard heeft. In Korea heet dat een “Folk Village”: een openluchtmuseum waar nog mensen wonen. Ik moet hier eerst 4.000 Won betalen om naar binnen te mogen. Het dorp is nog volledig omringd door een brede stadsmuur. Binnen de muren hebben de traditionele huizen rieten daken. Het lijkt erop dat de mooiste huizen nog bewoond zijn, en die zijn lastig van dichtbij te bekijken. Er is een enkele tentoonstellingsruimte en bij sommige huizen worden opvoeringen gehouden van ambachten en tradities. De bewoners zijn vooral druk met het verbouwen van groenten en fruit – de grotere velden liggen buiten de stadsmuren.
Het kan me niet heel erg bekoren, het leukst is nog wel de wandeling over de stadsmuur vanaf waar je beter zicht hebt op de verschillende huizen en gebouwen. Na een uur heb ik het wel gezien en pak ik de bus aan de overkant van de weg terug naar Suncheon.
Ik haal wat te eten bij een supermarkt en pak dan bus 66 naar Suncheonman Wetland. Suncheonman is een beetje de Koreaanse tegenhanger van de Waddenzee, maar wel op veel kleinere schaal. Land dat door getijden droog komt te liggen en vogels dus. Vanaf de ingang van het terrein (entree is 10.000 Won (7 EUR) – duur voor Koreaanse normen) is het nog een hele wandeling om bij iets interessants te komen.
Helaas is het Yongsan-observatorium, vanwaar je zonsondergangfoto’s van de zoutmoerassen kon maken, sinds eind vorig jaar gesloten vanwege renovatie. Je loopt nu vooral over een vlonderpad door rietvelden. Het enige dat ik zie bewegen zijn wat krabbetjes. Ik loop ook nog het ‘Werelderfgoedpad’ dat rechts begint, net voor de hoofdbrug die naar de rieten promenade leidt. Maar zelfs vanaf de uitkijkpunten langs dat pad zie je alleen een zee van riet. Ook zijn er maar weinig vogels, misschien omdat het september is.
Na 2 uur vind ik dat ik genoeg moeite heb gedaan en neem ik de bus terug naar de stad. Ik overnacht in het Hotel Iam in Suncheon.
Naar Japan
3 September 2024 – 29°
Vanuit Suncheon moet ik eerst weer terug naar Busan. Bij een van de fraaie koffietentjes bij het busstation eet ik eerst ontbijt. Dan neem ik om 9.35 uur de bus naar Busan. Een kaartje kopen heeft nogal wat voeten in de aarde, omdat er alleen nog maar kaartjesautomaten zijn. Deze accepteren alleen Koreaanse credit cards. Na wat rondkijken vind ik er gelukkig ook nog eentje in de rij die ook cash accepteert.
Dit is een luxe bus, in een 2+1 configuratie. Net als op de heenrit zit hij lang niet vol. De bus stopt bij het Nonpo busstation, vanwaar ik met de metro verder reis naar de andere kant van de stad. Vanaf het vliegveld van Busan vlieg ik vandaag met Korean Air naar Tokyo Narita. Het is maar een klein vliegveld, maar je kunt er wel alle kanten op in Azië.












Leave a comment