
Om 7 uur zit ik al op de fiets om naar het station te rijden. Ik wil op tijd uit Gouda vertrekken voor de gereserveerde IC Trein R-dam Brussel-Centraal van 8.11-10.12. De rit verloopt zonder problemen en op het station van Brussel (waar ik een metrodagkaart koop) ga ik meteen door met de metro naar station Merode vlakbij het Jubelpark.
Het Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel heeft (tot 14 april) een tentoonstelling over het werk van Josef Hoffmann, de architect/ontwerper van het Stoclethuis. Bijzondere tentoonstellingen als deze zouden in Amsterdam al lang van tevoren uitverkocht zijn, maar hier, in dit bescheiden museum in een extra groot gebouw aan het Jubelpark, zijn er voldoende kaartjes verkrijgbaar aan de balie en slechts een handjevol bezoekers (meest Nederlanders) dwaalt door de zalen.

In de eerste tentoonstellingsruimte maken we kennis met Hoffmann, zijn rol in de Weense Successieoorlog en de centrale positie van het Gesamtkunstwerk in zijn werk. Er zijn veel van zijn schetsen, enkele meubels en serviesgoed, maar zijn beste werken lijken in Weense musea te zijn achtergebleven. De maquettes van gebouwen die hij ontwierp, zoals Cabaret Fledermaus, spreken me het meest aan.
In het verlengde van deze tentoonstelling (pas in januari toegevoegd na weer een ruzie met de familie Stoclet) is een 3D-impressie van het interieur. Het heet “Stoclet 1911 – Restitutie” en is toegankelijk op hetzelfde ticket als de Hoffmann-tentoonstelling. De video die het interieur van het gebouw toont zoals het was in de beginjaren (1911-1915) werd gemaakt door de Faculteit Architectuur van de Universiteit Brussel. Het kostte hen 2 jaar. Gebaseerd op oude foto’s, schetsen en plannen en gepresenteerd als film, kun je het interieur van het Stoclethuis binnenstappen en rondlopen.

De video begint met een blik naar buiten zoals het was in 1911, toen de gevels wit waren en de ornamenten glanzend. Je komt dan in een reeks kamers. In een van de gangen staat een opmerkelijke binnenfontein. We zien het podium van het kleine theater dat ook deel uitmaakt van het gebouw. Een aantal ruimtes heeft zwartmarmeren muren, wat in combinatie met het – ik kan het niet anders zeggen – ‘gedateerde’ rood-bruine meubels van Hoffmann doet denken aan een nachtclub uit de jaren zeventig. De beste kamer lijkt de eetzaal te zijn: deze ziet er zeer elegant uit en is versierd met friezen van Gustav Klimt.
Nadat ik de tentoonstelling heb gezien, kan ik een kort herbezoek aan het gebouw zelf niet weerstaan. Het ligt slechts één metrohalte verwijderd van het museum, van Merode naar Montgomery. Er staan drie auto’s op de parkeerplaats, dus het lijkt erop dat hier nog steeds van alles gaande is, ook al is het huis sinds 2002 niet meer bewoond. Door langzaam langs het hek te lopen, kun je enkele Art Nouveau-details vastleggen.

Terug in het centrum eet ik bij Pois Chiche – een populaire pseudo-Libanees. Daarna ga ik twee plekken op België’s Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed bezoeken. Het eerste is het Justitiepaleis. Vooral erg groot, ik loop er helemaal omheen. De facade staat in de steigers maar aan de achter- en zijkant kun je ook de klassiek-geïnspireerde decoratie zien.

Via de Grote Markt, die in de zon ligt die de gouden details goed laat uitkomen, loop ik dan naar de St. Hubertusgalerijen. Dit is wellicht de eerste met publiek geld gefundeerde winkelstraat (1847). Dergelijke galerijen zie je ook in Parijs, Milaan en zelfs Den Haag. Het was bestemd voor de rijken, maar het is nu niet meer zo bijzonder en ik kan me niet voorstellen dat België dit ooit gaat nomineren.

Om 16.50 neem ik de trein terug van Brussel-Centraal naar Rotterdam. Ik heb een 1e klas kaartje en zit lekker rustig. De rit duurt een half uur langer dan gepland door mensen op het spoor bij Antwerpen Centraal.

Leave a comment