Deel 5 van mijn Reis van Miami naar Patagonië in 2024, die me door het zuiden van Argentinië voert en gestart is in de VS, Jamaica, de Dominicaanse Republiek en Uruguay en doorgaat naar Chili.
- Van Colonia naar Buenos Aires
- Buenos Aires
- Naar Bariloche en Esquel
- Los Alerces
- Naar Perito Moreno
- Cueva de las Manos
- Terug naar Esquel
- Bariloche
- El Calafate
- El Chalten
Van Colonia naar Buenos Aires
De boottocht duurt ruim een uur. Het aanmeren bijna net zo lang – we horen later dat het water zo hoog staat dat ze de loopbrug niet kunnen gebruiken. Iedereen moet dus door een smalle doorgang en uiteindelijk via de autoroute van boord. Ook buiten de aankomsthal is het een chaos. Ik loop dus snel een paar straten verder om vandaar een Uber in te schakelen. Dat gaat gelukkig vlot, net als het inchecken in het statige Hotel Chemin. De eerste kennismaking met de valutaproblemen van Argentinie krijg ik hier al: ik krijg 10% korting op de kamerprijs omdat ik met dollars betaal en ik krijg een briefje met adressen van wisselkantoren. Cash dollars en euro’s zijn hier op het moment goud waard.
Buenos Aires
Ik was al eens eerder in Buenos Aires, dus ik ‘hoef’ dit keer niet zoveel. Op het programma staan twee werelderfgoed-gerelateerde gebouwen. Maar eerst ga ik even geld wisselen: bij een door het hotel aangereden wisselkantoortje krijg ik zonder poespas 220.000 pesos voor mijn 200 EUR. Het is een grote stapel, dus ik berg een deel op in mijn rugzak in het hotel.
Als eerste loop ik daarna naar de Confederación General del Trabajo (CGT) aan Azopardo Street 802. Dit is een van de gebouwen gerelateerd aan de arbeidersbeweging die opgaan voor een internationale nominatie binnen een paar jaar. De vakbeweging is nog springlevend in Argentinië en ook dit gebouw is nog in gebruik.

Als niet-lid mag je er niet naar binnen, en je mist dus de vergaderzaal met naar men zegt een imposante muurschildering en het Peron-museum. Wel is er een mozaïek op de gevel te zien die Evita Peron afbeeldt.
Ik loop dan verder naar het Retiro trein station, waar je een Mitre trein naar Rivadavia zou moeten kunnen pakken (dichtbij mijn volgende bestemming). Het spoor blijkt echter gestremd, dus ik drink maar een koffie op het station en neem dan een Uber richting ESMA.

Het ESMA was een marine academie waar in de jaren 70 tijdens de militaire junta tegenstanders van het regime werden opgesloten, verhoord, gemarteld en uiteindelijk uit ‘verdwenen’. De hele campus wordt nu beheerd door mensenrechtenorganisaties.

Terug in het centrum, met een Uber weer, eet ik lunch bij het aangename Italiaanse restaurant Chiquilin.
Naar Bariloche en Esquel
Om 7 uur neem ik een Uber naar het vliegveld Ministro Pistarini (Ezeiza) voor de vlucht naar Bariloche met Aerolineas Argentinas van 9.20-11.40.
Bariloche is een populaire vakantiebestemming (vooral voor Argentijnen), maar het vliegveld stelt niet veel voor. In de overprijsde cafeteria eet ik een snelle lunch voor ik de weg op ga.
Bij Hertz haal ik mijn huurauto op. Ik rijd dan naar de plaats Esquel. Het eerste gedeelte is erg druk met vrachtverkeer dat moeilijk de hellingen op komt, dus erg vlot gaat het niet. De route laat twee landschappen zien: de bergen en blauwe meren net ten zuiden van Bariloche, en een hoogvlakte in het latere deel.

Ik overnacht in het hostel Dormis Aca en kan parkeren in de straat. In de namiddag loop ik het gezellige centrum van Esquel in en eet op een terras bij Maria Castana.
Los Alerces
Ik eet ontbijt in mijn hostel, maar voor de lunch haal ik om 8 uur broodjes bij Panificadora Esquel.
Vandaar rijd ik meteen door naar de centrale ingang van het Los Alerces Nationaal Park, zo’n 34km buiten Esquel. Ik stop bij de toegangspoort, maar om de een of andere reden hoef ik geen entree te betalen. Ze hebben hier net ernstige bosbranden achter de rug, misschien is dat de oorzaak?

Voor de activiteiten in het park moet je nog een stuk verder zijn. Ik begin bij Villa Futulaufquen waar het bezoekerscentrum is, maar dat blijkt gesloten. Ik loop wel het rotskunstpad af daar in de buurt (kwartiertje). De rotstekeningen zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden abstracte figuren. Wel geniet ik van de Mirador die er net boven ligt en uitzicht biedt over Lago Futulaufquen. Niet voor de laatste keer doet Los Alerces me aan de Canadese Rockies denken.
Dan is het 20km rijden over een onverharde weg naar de Mirador Lago Verde. Via een wandelpad bereik je het uitkijkpunt, met prachtig zicht op het gelijknamige meer.

Een paar km terug naar beneden ligt de Pasarela Rio Arrayanes, een voetgangersbrug met goed uitzicht op de rivier. Hier laat ik mijn auto achter op een betaalde parkeerplaats. Ik maak er de wandeling naar de Alerce Solitario gemaakt – de boomsoort naar welke dit park vernoemd is. Het is niet bepaald een fotogenieke boom, en hier staat er maar eentje (dieper in het park zijn er hele bossen van, maar die zijn alleen bereikbaar met een boottour die vandaag niet wordt aangeboden).

Ik eet de lunch die ik heb meegenomen in de haven van Puerto Chucao vanwaar die boten normaal vertrekken. Ongeveer 200 meter verder langs het pad is er dan nog een heel mooi uitzichtpunt vanaf een strand aan de overkant van het meer van Menendez naar de Torrecillas-gletsjer.
Terug bij de auto rijd ik nog een km verder naar beneden en parkeer dicht bij de rivier op een groot perceel (ook betaald). Hier is het begin van de route naar Viejo Lahuan. Het is een aangenaam koel bospad om uit te komen bij weer een andere Alerce-boom die niet meewerkt (ze groeien naar de rivieroever en ‘keren hun rug’ naar de boskant waar het pad loopt).
Op de terugweg ontmoet ik een ouder Argentijns echtpaar dat op mij staat te wachten – ze durfen niet verder te gaan op het pad omdat het wordt geblokkeerd door een hele familie koeien, waaronder twee baby’s en naar de Argentijnen denken één stier (ik ben daar minder zeker van). Uiteindelijk jaagt het maken van harde geluiden hen weg.
Om 5 uur ben ik terug in het hotel. ‘s Avonds eet ik lekker uitgebreid bij La Esquina in het centrum.
Naar Perito Moreno
Een lange rit vandaag, met maar weinig mogelijkheden voor stops onderweg. Ik begin maar met de benzinetank aan te vullen in Esquel. De rit gaat 537km lang over de Ruta Nacional 40. Het is een saaie, rechte weg. Meestal kun je er wel 100km per uur rijden.
Zo’n 100km voor de plaats Rio Mayo is het wegdek heel slecht, voor zo’n 20-30 km. Gelukkig is er weinig verkeer dus kun je ook de andere weghelft gebruiken. Enig entertainment komt van rhea’s en guanaco’s langs de weg.

Ik eet een late lunch van pasta bij Restaurante los Carreros in Rio Mayo. Daarna is het nog maar anderhalf uur naar Hotel Kelman in de plaats Perito Moreno.
Cueva de las Manos
Als ik om 7 uur wegrijd is het nog donker. Maar ik wil de hitte voor zijn en heb wel een eindje te rijden. Het is anderhalf uur over de grote weg (RN40) en dan nog een uur over een grindweg. De guanaco’s zijn mijn enige gezelschap. Ze staan dichtbij de weg, maar zijn schichtig als er een auto aankomt.
Na 88 kilometer passeer ik de eerste ingang tot het werelderfgoed Cueva de las Manos. Vooraf heb ik getwijfeld of ik deze zou nemen: volgens de website zou het te doen moeten zijn met een gewone auto, maar er zijn steile hellingen. Ter plekke staat er een handgeschilderd bordje bij: Solo 4×4.
Ik ben blij dat er nog een andere ingang is, zo’n 32 km verderop. Ook deze ingang staat goed aangegeven. Het is een veel vlakkere weg, helemaal van grind. Je rijdt er gemakkelijk 50km per uur.

Ik kom net na half 10 aan bij de receptie. Hier moet je je aansluiten bij een tour, die elk uur vertrekt. Na mij komen er nog 6 mensen, zowel Argentijnen als toeristen die met mijn tour van 10 uur meegaan. De hond gaat ook mee net als de Spaanssprekende gids.
Het eerste deel van de wandeling (het totaal is maar 1.5km) genieten we ook van het uitzicht over de kloof. Het eerste deel van de wandeling (het totaal is maar 1.5km) genieten we ook van het uitzicht over de kloof. De rotstekeningen hier zijn ze goed bewaard omdat ze de hele dag in de schaduw blijven en beschut zijn door de vallei en de overhangende rotsen.

De specialisatie hier is negatief-afgebeelde handen, gemaakt door een hand op de rots te leggen en er met een pijpje verf over te blazen. Ze hebben ze in rood, geel, zwart en wit. Uit de vroege periode (de oudste schilderingen zijn 7000 jaar oud) stammen ook nog wat afbeeldingen van guanaco’s, maar veel zijn dat er niet.

Terug naar Esquel
Ik vertrek om kwart voor 8 na het hotelontbijt voor de rit terug naar Esquel. Er is maar één weg, de Ruta Nacional 40, dus ik weet precies wat er komen gaat. Op de een of andere manier gaan de 6.5 uur m me gemakkelijker af dan op de heenrit, het is ook zonniger. Ik zie weer volop guanacos langs de weg, net als rhea’s en zelfs een vos.

Op strategische punten zijn er politiecontroles. Daar heb ik steeds door kunnen rijden, maar nu moet ik een keer stoppen. Argentinie heeft nog altijd wat militaristische trekjes en ook deze controle wordt uitgevoerd door bewapende militairen. Maar het is niet veel meer dan een verkeerscontrole, ze willen je rijbewijs en autopapieren zien. De militair spreekt zelfs behoorlijk goed Engels, terwijl ik zijn basisvragen (waar kom je vandaan en waar ga je naar toe) ook wel in het Spaans had kunnen beantwoorden.
Onderweg stop ik 3x bij een tankstation: een keer om te tanken (de benzine kost hier echt niks, zo’n 77 cent per liter), een keer voor koffie en een keer voor lunch met empanadas.
In Esquel overnacht ik dit keer in het goedkope Hospedaje Amilcar, een ‘gewoon’ huis met vriendelijke eigenaar en nette kamer. Ook op loopafstand van het centrum van Esquel, waar ik weer ga eten bij La Esquina net als een paar dagen geleden. Het is hier ‘s avonds lekker lang licht, tot half 9 of zo. De lokale mensen vinden het al koud worden, maar het is nog heerlijk.
Bariloche
Ik vertrek om kwart over 7 voor de rit terug naar Bariloche. Het is een stralende dag en ik geniet van de uitzichten onderweg. Ik doe er dit keer netto maar 4 uur over – gelukkig is er nauwelijks (vracht)verkeer. Onderweg stop ik nog om te tanken en voor ontbijt.
Al om kwart voor 12 kan ik de auto achterlaten op het vliegveld en neem ik een taxi de stad Bariloche in. Ik ga eerst wat eten voor ik incheck in het statige hotel Tres Reyes. Op mijn kamer doe ik eerst wat administratie voor mijn komende bezoek aan Chili. Daarna ga ik het centrum van deze kant Alpenresortachtige stad verkennen.

Het museum van Patagonie is het bezoek waard voor de aandacht voor de inheemse Mapuche cultuur. Aan de waterkant zie ik hevige golven in het meer waaraan Bariloche ligt. Er zitten wat interessante vogels en je kunt er lekker uitwaaien, maar spectaculair is het niet. Het is er wel erg druk met toeristen.

El Calafate
Al voor half zes staat de taxichauffeur voor de deur. Zo vroeg in de ochtend zijn we zo op het vliegveld van Bariloche, wat maar heel klein is.
De vlucht naar El Calafate in het verre zuiden duurt anderhalf uur. Je ziet geen besneeuwde gletsjers onderweg, wel een mooi blauwe, slingerende rivier door het grauwe landschap.

Op het vliegveld informeer ik naar een taxi direct naar Perito Moreno, de gletsjer, maar ze vragen 160usd (volgens anderen zou het voor 70 a 80 usd moeten kunnen vanuit de stad). Ik pak dus eerst maar de shuttlebus naar het centrum. Onderweg whatsapp ik met mijn accommodatie voor morgen en zij komen met de optie om mee te gaan vandaag van 13-19 uur naar de gletsjer met Koot tours. Dat is zo geregeld en als ik in de stad aankom ga ik hen eerst even betalen.
Ik moet een paar uur de tijd doden in het toeristische centrum van El Calafate. Ik brunch in het Pietro’s Cafe, struin door de winkelstraat die al net zo mondain is als die in Bariloche en bezoek het hoofdkwartier van het Nationaal park Los Glaciares. Hier vind je een soort botanische tuin met inheemse planten en historische feitjes inzoomend op de Argentijnse soevereiniteit (ze zijn het nog steeds niet eens met de Chileense buren over waar de grens hier loopt).
Hoewel het pas 12 uur is, waag ik vast een poging om in te checken in mijn pension voor vannacht. De kamer is gelukkig al klaar dus ik kan ook wat spullen achterlaten.
Om 1 uur vertrek ik met 6 anderen (Argentijnen, Zwitsers) in een minibusje voor de rit van 80km naar de Perito Moreno gletsjer. Het is een kaal landschap tot in de verte de pieken opdoemen. Onderweg moeten we bij de parkingang 12000 pesos (12usd) entree betalen.

De gletsjer is te bekijken vanaf een serie van uitkijkplatforms, die via eenvoudige trappen met elkaar verbonden zijn. Het is er flink druk, maar zeker op de minder centrale rode en blauwe routes kun je rustig lopen. Wat je van de gletsjer ziet is een brede ijswand, ruim 4 kilometer. Je hoort hem continu piepen en kraken en er vallen stukken ijs in het water. In het omringende meer drijven ook losse ijsbergen rond.

Drie uur is genoeg om alles te zien. Om 6 uur komt het busje ons weer ophalen. Onderweg stoppen we nog even om Calafate vruchten te proeven die groeien aan struiken langs de weg. Het zijn blauwe bessen, die een beetje naar druiven smaken. De stad Calafate is ernaar vernoemd.

‘s Avonds eet ik bij Cocina in de hoofdstraat. Goede ravioli maar verhoudingsgewijs duur.
El Chalten
Als een hotel aangeeft dat het ontbijt om half 7 beschikbaar is, ben ik altijd al een beetje voorzichtig. Ik wacht vandaag tot 6.40 om aan te schuiven, een ander stel zit er al, en de eigenaar schiet pas in actie daarna. Ik weet nog net wat koffie en toast weg te werken voordat ik om 7 uur aan mijn wandeling van een half uur naar het busstation begin.
Alle bussen (een stuk of 8 naar Puerto Natales en El Chalten) vertrekken op hetzelfde moment – het is er druk en ‘mijn’ bus naar El Chalten vertrekt als laatste. Het is 200km rijden naar deze plaats die aan de noordkant van het Los Glaciares nationaal park ligt. Het is een zeer rustgevende busrit, met op het eind zicht op de hele bergketen met zijn besneeuwde pieken.
Vanaf het busstation start ik met de Condor wandeling van 1 uur. Je loopt hier gewoon een pad tegen een berg op, vanaf waar je goede vergezichten hebt en inderdaad 1 of 2 condors in de verte kunt spotten. Het is er erg druk met andere toeristen.
Terug in El Chalten eet ik een calorierijke lunch bij het Anohiketeka restaurant. Dat levert me genoeg energie op voor de volgende wandeling: eentje van 3 uur naar de Mirador Torres.

Dit is meer een echte bergwandeling. Het is niet overdreven steil, maar wel technisch door de vele stenen. Het staat gemarkeerd als ‘gemakkelijk’, maar elders in de wereld zou dit toch echt wel ‘gemiddeld’ zijn. Het lukt me het uitkijkpunt te bereiken, wat eigenlijk een beetje een teleurstelling is omdat er teveel bomen in de weg staan. Ook is het er weer druk met andere mensen, dus ik keer al snel weer om.

Terug in El Chalten neem ik een drankje bij La Esquina. Pas helemaal aan het eind van de middag, rond 5 uur, laat de bekende berg FitzRoy zich in volle glorie zonder bewolking zien.

De bus terug met CalTur vertrekt keurig om 18 uur. Ik heb lekker weer twee stoelen voor mezelf. Ik heb bijna 15km gelopen vandaag De overnachting is in het Matices Hostel, pal naast het busstation dat een eindje buiten het centrum van El Calafate ligt.
Lees verder in Deel 6: Chili
Leave a comment