World Heritage Traveller

Jamaica 2024

Written by:

Dit is Deel Twee van een 39-daagse reis van Miami naar Patagonië.

  1. Naar Jamaica
  2. Port Royal en Kingston
  3. Blue Mountains en Bob Marley

Naar Jamaica

13 February 2024 – 31°

In de ochtend rijd ik terug naar het vliegveld van Miami. Er is veel langzaamrijdend verkeer zo aan het eind van de ochtendspits. En de security op Miami Airport is ook niet de snelste. Maar ik ben toch nog ruim op tijd voor mijn vlucht met American Airlines naar Jamaica.

Hij vertrekt om 12.10 en de vliegtijd is nog geen anderhalf uur. De bemanning moet snel werken om iedereen onderweg nog van een drankje en een zakje pretzels te voorzien. Op het vliegveld van Kingston volgt een aangename verrassing: wachttijden konden hier voorheen erg oplopen, maar ze hebben nu alles geautomatiseerd! Het is een systeem dat ik geloof ik in Canada ook eens gezien heb – je checkt jezelf het land in als het ware. Ze hebben zo’n 30 terminals staan en het gaat razendsnel.

Buiten de aankomsthal staat de chauffeur van mijn Bed&Breakfast al te wachten. Hij moet nog even de auto ophalen van een verre parkeerplaats, maar dan kunnen we de stad door naar de wijk New Kingston. Ze rijden hier links. Verder vallen vooral de hoge bergen op en een enorme cementfabriek aan de kust.

Na gesetteld te zijn in Eventuality B&B loop ik een paar straten verder om wat te eten. Ik neem de lokale specialiteit: patties! Met vlees gevulde deegpasteitjes van de keten Juici Patties. Aan dezelfde grote weg zitten nog meer restaurants en om de hoek een goed uitgeruste supermarkt, dus qua eten ga ik me hier de komende dagen wel redden.

Port Royal en Kingston

14 February 2024 – 30°

Vandaag ga ik Kingston en directe omgeving verkennen, met het openbaar vervoer. De stad heeft een goed bussysteem en een ritje kost maar 70 Jamaicaanse Dollar (0,40 EUR). Dit is een onlangs gereduceerde prijs (van 100 JD) om de inflatie tegen te gaan. Google Maps geeft de bushaltes goed aan en ik heb vooraf opgezocht welke busnummers ik moet hebben.

De eerste etappe, naar Port Royal, start wat moeizaam omdat ik de weliswaar goede bus maar in de verkeerde richting pak. De chauffeur wijst me echter de weg en bij een busstation kan ik makkelijk overstappen. Bus 98 gaat dan verder rechtstreeks naar Port Royal, zo’n 45 minuten verderop. De binnenkant van de ramen van de bus zijn beplakt met bijbelspreuken! Gisteren bij de landing van het vliegveld begon er ook al een passagier hardop God te bedanken – het Christendom leeft hier sterk.

Port Royal ligt op een “tombolo” – een zandstrook die eilandjes met elkaar is gaan verbinden. Hier ligt ook het vliegveld. Port Royal zelf is een kalm vissersplaatsje. Mijn belangrijkste bestemming hier is Fort Charles. Het fort is in 2021 gerestaureerd en volledig toegerust om bezoekers te ontvangen. De toegangsprijs voor buitenlanders bedraagt 15 USD en is inclusief een goed verzorgde rondleiding over het terrein.

Dit fort was een van een rij van vijf die de haven van Kingston beschermden – de andere vier verdwenen onder water tijdens de dodelijke aardbeving en tsunami van 1692 die Port Royal de bijnaam ‘Sunken City’ gaf. Het deelt de punt van het schiereiland met de kustwacht en we horen hen tijdens de tour schietoefeningen doen.

Wat je nu in Fort Charles ziet, is vooral de 19de-eeuwse incarnatie, maar gebouwd op de 17de-eeuwse overblijfselen die in de vorm van een schip zijn ontworpen. Het fort werd hergebruikt nadat de stad in puin was gevallen, maar z’n orientatie moest veranderen omdat het niet langer omringd was door water. Het kreeg een indrukwekkend nieuw langeafstandskanon bij de Victoria and Albert Battery.

Het stadje Port Royal verken ik via een korte wandelroute, aangeboden door het bureau voor toerisme op hun website via een kaartje. Bij alle haltes zijn informatieborden aanwezig. Twee gebieden van groot belang in het 17de-eeuwse verhaal van de ondergang van Port Royal zijn nu surrealistische ‘bezienswaardigheden’: er is een verharde parkeerplaats die bovenop Chocolata Hole is gebouwd (waar de schepen werden schoongemaakt) en een voetbalveld dat de overblijfselen bedekt van Lime Street, het commerciële centrum van vóór 1692 dat gedeeltelijk onder water stond. De aardse overblijfselen zijn opgegraven, maar werden opnieuw afgedekt voor hun behoud.

De enige zichtbare overblijfselen uit de 17de eeuw zijn “vermoedelijk” delen van de muren van de voormalige vrouwengevangenis – een gebouw dat sinds 1710 “14 orkanen, 6 aardbevingen en 2 rampzalige branden” heeft overleefd.

Nog een opmerkelijk historisch gebouw in de stad is het Naval Hospital – het werd in de 19de eeuw gebouwd met geprefabriceerde gietijzeren onderdelen die vanuit Engeland waren verscheept. Het ziet er indrukwekkend uit, maar je kunt er niet in, er staat op een bord dat er aan de restauratie wordt gewerkt.

Het kost wat moeite om terug te komen richting New Kingston waar mijn B&B ligt, omdat ik bij de verkeerde halte in het centrum uitstap. Het is een hele tijd wachten op bus 83, langs de kant van een stoffige weg in een vervallen buurt. Tientallen gedeelde taxi’s rijden in de tussentijd al voorbij, maar met de bus ben ik meer zeker waar ik uiteindelijk beland.

De bus arriveert toch nog en brengt me vlakbij het Devon House. Dit is een landhuis uit 1881. Je kunt er een rondleiding krijgen (het werd gebouwd voor Jamaica’s eerste zwarte miljonair), maar net als de meeste andere bezoekers kom ik er om te eten. Er zijn diverse restaurants en snackwinkels. Bij de bakkerij haal ik twee patties die ik op het terras opeet. Vanaf het Devon House is het dan nog een korte wandeling van een minuut of 20 naar mijn overnachtingsadres. Het was een heel hete dag vandaag.

Blue Mountains en Bob Marley

15 February 2024 – 32°

Half acht ontbijt en dan snel even naar de supermarkt in de buurt om wat water en snacks in te slaan voor de wandeling van vandaag. Ik ga naar Hopewell Park, onderdeel van het Blue & John Crowe Mountains National Park. Via de B&B heb ik een auto met chauffeur geregeld, die me om half 9 komt ophalen. De chauffeur blijkt zeer praatgraag, wat wel grappig is gedurende de rit van een uur. Al snel verlaten we de drukte van Kingston en zitten we op de smalle bergweg naar het park. Hij kent iedereen die we tegenkomen en weet overal wel iets over te vertellen. “Kijk, daar is een vuilniswagen!” Meer zorgen heeft hij over het watertransport – bronwater wordt uit de Blue Mountains gehaald met tankwagens en dan in de stad gebotteld.

De weg is hier erg smal en bochtig, dus je moet goed opletten als je een toeterende tankwagen hoort aankomen. We redden het zonder kleerscheuren tot het park. De entree is 10 USD en je kunt verschillende wandelingen doen. Ze zijn allemaal vrij kort (de langste is een uurtje), dus de parkwachter raad aan er twee te combineren. Ik begin met de Oatley Mountain Trail. Deze had ik vooraf al via internetresearch geselecteerd, omdat deze door primair bos gaat en zo het ecosysteem van het werelderfgoed Blue & John Crow Mountains het best benadert. Ongelukkig genoeg is de kernzone van het werelderfgoedgebied feitelijk onbereikbaar en moet je het doen met dit deel in de bufferzone.

Het is een lekker koele wandeling door het bos. Je ziet vooral veel varens, mossen en bromelia’s. Plus prachtige vergezichten op de steile, beboste bergen overal om je heen. Het hoogste punt van de wandeling ligt op 1345 meter. Het pad is goed onderhouden en vrij duidelijk, hoewel er hier en daar wel een kruising te veel is waar je over na moet denken. Maar de ranger had gezegd dat het allemaal rondwandelingen zijn en je niet kunt verdwalen.

Als ik weer bij het beginpunt ben aangekomen ga ik door naar de Waterfall Trail. Deze loopt eerst via een ander, kort pad: de Blue Mahoe Trail. Hier stikt het van de vogels, meest hele kleine. Het park is behalve om zijn planten ook gewaardeerd om zijn endemische vogelsoorten. Met mijn telefooncamera zijn ze wat lastig vast te leggen, maar ik ‘scoor’ toch nog een inheems vogeltje, de Jamaicatiran. Met de chauffeur heb ik een stop van 2 uur afgesproken, dus ik heb niet de tijd om de hele wandeling naar de waterval af te maken. Maar ik heb genoeg gezien. We rijden weer helemaal naar beneden. Onderweg zijn we nog een Jamaicaanse mangoest de weg oversteken (deze zijn in de 19de eeuw hierheen gehaald uit India en houden erg van bananenplantages).

De chauffeur zet me weer af bij de B&B in Kingston. Ik ga lunchen bij het superpopulaire Island Grill, een soort Jamaicaanse McDonalds – met alleen maar lokale gerechten.

Na een korte siesta ga ik om half 3 te voet naar het Bob Marley museum. Iedere Jamaicaan die ik de afgelopen dagen sprak vroeg me of ik er al geweest was. Het is zonder twijfel de meest populaire toeristische attractie hier. Ik sluit me met zo’n 30 anderen aan bij een rondleiding, die elk half uur wordt gegeven in het huis waar Bob een tijd heeft gewoond en ook muziek heeft opgenomen. Het is een goed onderhouden villa uit de Brits-koloniale tijd. We zien de muziekstudio en veel foto’s en enkele bezittingen. De tour duurt 5 kwartier en de gids gaat erg de diepte in, wat lang voor de niet-fan maar toch ook wel met interessante weetjes. Zo leerde ik dat Bob vader was van maar liefst 54 kinderen!

Leave a comment