- Yaounde
- Bertoua
- Yakodouma
- Aankomst in de C.A.R.
- Dzanga Bai
- Bai Hokou
- Sangha Lodge
- Kamp van de Baka
- Terug naar Bertoua
- En terug naar Yaounde
- Stadstour Yaoundé
- Mefou en Mbalamayo
- Parijs in de sneeuw
Yaounde
7 January 2024 – 33°
Ondanks de mooie kamer in hartje Rotterdam heb ik niet zo goed geslapen vanwege het vele lawaai op de gang. Maar ik ben in ieder geval op tijd voor het ontbijt en de trein. Deze vertrekt om 7.58 naar o.a. Brussel, Eurodisney en Parijs Charles de Gaulle airport. Met een kwartiertje vertraging komen we aan, om kwart voor 11.
Ruim op tijd voor de vlucht van 14 uur. Ik ga bij de gate zitten en ontmoet al vast 2 medereizigers, Adel uit Florida en Dan uit Boekarest.
In het vliegtuig van Air France weet ik twee stoelen voor mezelf te bemachtigen. De vlucht van 7 uur gaat redelijk snel voorbij – ik kijk 9 afleveringen van een Franse misdaadserie, ik mis alleen hoe het afloopt in deel 10!

Het vliegveld van Yaounde is maar klein. Ze staan klaar om deze vlucht snel af te handelen. Je moet je vaccinatiebewijs laten zien (vanwege gele koorts) en dan in de rij staan om je e-visa te laten omwisselen voor een sticker in je paspoort. Vooraf hebben we online een formulier ingevuld voor de douane, maar naar de zo verkregen QR-code wordt niet gevraagd.
Buiten de aankomsthal staat de chauffeur van het hotel, La Rochelle, al te wachten op ons drieën. Het is dan nog een half uur rijden door de verlaten straten van de Kameroenese hoofdstad voordat we tegen 11 uur het hotel bereiken. De kamer ziet er goed uit en ik val als een blok in slaap.
Bertoua
8 January 2024 – 36°
Na een goede nacht en een heel behoorlijk ontbijt (met lekker verse pain au chocolat), vertrekken we om 9 uur van het hotel voor onze 3-daagse expeditie naar Sangha. We zijn een zéér internationale groep van 15, plus lokale gids, lokale helper en de Engelse reisleidster van Lupine.

We gaan eerst naar de supermarkt om wat water en snacks in te slaan. Wisselgeld hebben ze niet veel, dus ik krijg er twee repen chocola bij om het bedrag rond te maken. Die eet ik meteen maar op want anders zijn ze zo gesmolten.
De rit van vandaag is 350km lang. Hij voert langs bossen en landbouwgronden – vooral de ananas doet het goed hier. De lokale gids vertelt het een en ander over het land – zo is het ondanks de Franse taal en het stokbrood nooit een klassieke Franse kolonie geweest (alleen een mandaatgebied na de Eerste Wereldoorlog). Het was wel een Duitse kolonie voor een korte periode vanaf 1884. Hier en daar zien we nog wat resten van gebouwen uit die tijd langs de weg, maar het Duitse zie je er niet aan af.

De weg is volledig geasfalteerd en zonder kuilen, dus we kachelen aardig door met zo’n 70-80km per uur. De andere weggebruikers zijn ook vooral bussen en vrachtwagens.
We eten lunch in een vakantieoord voor Franse toeristen in de stad Abong Mbang. Daar staat al een prima buffet (8 eur) voor ons klaar, dat de reisleidster vooraf heeft besteld om het tempo erin te houden. Onderweg komen we langs heel veel checkpoints met politie, maar meestal kunnen we zo doorrijden. Behalve de laatste van vandaag: de politievrouw stapt de bus in en gaat alle ‘namen’ voorlezen op onze passagierslijst. En dan moet je je hand opsteken als je je naam hoort. Na 2x herhalen vang ik iets op als ‘Engelo’ – dat moet mijn geboorteplaats Hengelo zijn! De politie hier spreekt alleen Frans, terwijl Kameroen officieel tweetalig is (“Net als Canada”).
Om half 5 komen we aan in Bertoua, waar we overnachten in het Martino Hotel. Het is een keurig 2-sterren hotel. Ik relax wat op mijn kamer en maak gebruik van de wifi. We eten ook het diner in het hotel en het buffet met vis, vlees, groenten en vers fruit is heerlijk.
Yakodouma
9 January 2024 – 37°
We vertrekken vandaag om half 8. Eerst gaan we langs de bakkerij annex supermarkt om dingen te kopen voor lunch. Het is verbazingwekkend hoe elk stadje hier een goede Franse bakker heeft.
De gids vertelt over de bejaarde president van Kameroen (91) die al 40 jaar aan de macht is. Hij kan er niet bij dat de bejaarden die het land regeren niet met pensioen gaan. Op de parkeerplaats bij de bakker zien we een foto van de president met zijn jongere, met een weelderig kapsel getooide vrouw.
De eerste 80km vandaag gaan nog over dezelfde goede asfaltweg als gisteren. We rijden via Batouri, dat bekend staat om ziijn goudmijnen die nu door Chinezen worden geëxploiteerd. Dit is qua natuurschatten de rijkste regio van Kameroen, maar de lokale bevolking krijgt er weinig voor terug.
Vanaf half 11 rijden we de onverharde weg op. Het heeft al tijden niet geregend, dus de weg is goed berijdbaar alleen wat stoffig. Zelfs de bladeren aan de bomen zitten onder het rode stof. Het is niet heel warm, dus we rijden meest met de ramen dicht. Toch komt er een fijne stoflaag op je, dus ik houd mijn sjaal voor mijn gezicht. De wegen zijn vlak en goed berijdbaar, met zo’n 40-50 km per uur.

We komen niet zoveel tegen onderweg anders dan wat simpele huizen. De mensen lijken hier allemaal pal aan de weg te wonen. Het meest spectaculair zijn de Fulani, nomadische herders met hun grote kuddes van zo’n 100 koeien (zeboes) die gebruik maken van de weg.

Vlak voor onze eindbestemming zien we nog een vluchtelingenkamp van voornamelijk moslims die tijdens de laatste onrust (zo’n 10 jaar geleden) in de Centraal Afrikaanse Republiek het land zijn ontvlucht.
Om half vier komen we aan bij de katholieke missie in Yakodouma, een ruim complex met een grote ‘Duitse’ kerk. De kamers zijn simpele cellen met een bed met muskietennet, tafel en stoel, maar een nacht moet wel lukken hier. We eten hier ook. Ze hebben hun best gedaan met kip, vis en groenten, inclusief (Duitse) zuurkool!

Aankomst in de C.A.R.
10 January 2024 – 38°
Na een goede nacht staat om 5.20 ontbijt met stokbrood en chocopasta voor ons klaar. We vertrekken om 6 uur als het net licht is. In het plaatsje doen we wat boodschappen in de supermarkt, maar ze hebben niet veel. Je hebt een zaklamp nodig om de waar te bekijken – er is geen elektriciteit.
We rijden vandaag 209km naar Libongo. Langs de weg zien we voor de huizen witte producten te liggen drogen: het is cassava. Verder zijn er weer veel trucks met hout, en houtfabrieken. Soms zagen ze grote gevelde bomen al in dunne plankjes voordat ze vervoerd worden.
We komen ook langs de afslag voor het Lobéké Nationaal Park. De toeristische voorzieningen daar schijnen erg vervallen te zijn. Het gebied eromheen is wel in gebruik: als jachtreservaat.

Om 12 uur zijn we in de ‘grensplaats’ Libongo. Hier mogen we bij een simpel guesthouse onze zelf meegebrachte lunch opeten. Ze verkopen er ook koude drankjes. De lokale gids vervult alvast wat paspoortformaliteiten met onze paspoorten op zak.
Om 12.30 rijden we door naar het dorp Bela, waar onze boot naar Sangha Lodge in de Centraalafrikaanse Republiek al ligt te wachten. Aan de overkant van de rivier haalt de gids visastempels voor ons in de paspoorten. Het kost een minuut of 20.

Daarna varen we nog twee uur over de Sangha rivier, waar het rustig is op een enkele visser na. Om half 4 arriveren we bij de lodge. Hier krijg ik een ruime kamer met veranda en gedeelde badkamer. En met uitzicht op de rivier.
Dzanga Bai
11 January 2024 – 38°
Ik sta voor 6 uur op zodat ik nog een wandeling over de paden om de lodge kan maken. Behalve een overvliegende neushoornvogel kom ik niks tegen.
Ontbijt is om half 7, en om 7 uur vertrekken we voor het dagprogramma. We zijn verdeeld over 2 groepen. Ik zit vandaag in de olifantgroep, wat betekent een excursie naar Dzanga Bai. Van de lodge rijden we eerst in een minuut of 20 naar het parkhoofdkwartier. Hier worden we aangemeld en krijgen we een parkranger mee. Het park wordt gerund door het Wereldnatuurfonds. Dan is het nog 40 minuten rijden over een zandweg door het dichte bos.

Vanaf een parkeerplek gaan we te voet verder. Het eerste deel moet je door water waden, dus ik verwissel mijn wandelschoenen voor sandalen. Het is niet heel diep en de ondergrond is van zand zonder veel oneffenheden, dus het loopt prettig en het water is lekker koel.

Daarna lopen we nog 45 minuten door het bos. Het is een vrij gemakkelijk pad. Als het licht begint te worden (minder bomen) en we olifanten horen, komen we aan bij de houten uitkijktoren vanwaar we neerkijken op Dzanga Bai. Er staan stoelen, we hebben lunch mee en het is overdekt tegen de zon, dus je houdt het hier wel een paar uur uit. Er zijn wel irritante steekvliegen.
Van 10 tot 2 blijven we op het uitkijkplatform. Er zijn een stuk of 80 olifanten aanwezig (steeds andere, ze komen en gaan), plus een stuk of 6 bosbuffels die lekker in een modderpoel liggen. De olifanten zijn vrij druk met graven naar mineralen, modderbaden nemen en de mannetjes vechten af en toe met een rivaal via hun slurf. Andere dieren zien we helaas niet, het lijkt er ook op dat de olifanten het terrein domineren en er liever geen anderen bij hebben. Zelfs de buffels worden na een tijdje weggejaagd.
Om 2 uur vangen we de terugtocht aan – dezelfde wandeling en rit als op de heenrit. In het bos weet ik nog een grijswangmangabey te spotten, de eerste apensoort van mijn verlanglijstje van 6 voor deze trip. Voorheen trokken deze op samen met de gorilla’s van Bai Hokou en waren ze gemakkelijk te zien, maar nu moet je ofwel geluk hebben of een aanvullende dagexcursie boeken.
Met een paar reisgenoten informeer ik naar dat laatste als optie voor onze ‘vrije dag’, maar de prijs van 140 EUR per persoon en de 70% slagingskans houdt ons tegen. Om 4 uur zijn we terug bij de lodge. Degenen die de gorillatrek hebben gedaan komen pas om half 6 en zwaar bezweer terug: ze hebben ver moeten lopen. ‘s Avonds eten we heerlijk vis uit de rivier.
Bai Hokou
12 January 2024 – 39°
De dag begint weer bij het parkhoofdkwartier. Hier moeten we vanochtend een corona-test laten doen, zodat we de gorilla’s niet besmetten met deze ziekte. Gelukkig komt iedereen er in een kwartiertje zonder problemen doorheen.

Na zo’n anderhalf uur rijden door de dichte bossen arriveren we om 9 uur bij Bai Hokou. Hiervandaan vertrekken de gorilla trekkings. Nadat vorig jaar twee silverbacks zijn omgekomen (door natuurlijke omstandigheden), hebben ze hier nog maar één groep die bezocht kan worden. Het is het gezin van Makumba, die 40 jaar oud is. Hij heeft twee vrouwen en vier kinderen (inclusief een tweeling).
Deze laaglandgorilla’s leven in kleinere groepen dan de berggorilla’s die ik eerder al eens zag in Oeganda en Congo. Onze groep van 8 reizigers wordt verder in tweeën gesplitst. Ik sluit me aan bij de ‘langzame’ groep, zodat ik onderweg ook nog de tijd heb om foto’s te maken. De Franse onderzoeker Andrea, die het gorillaprogramma hier coordineert, gaat met ons mee.
In de bai moet je weer een watertje oversteken (ik neem niet eens de moeite mijn schoenen uit te trekken), maar daarna is het een vlakke boswandeling. De locale trackers ‘glijden’ als het ware door het bos, waar de grotere gestaltes van de toeristen toch vaak in de takken verzeild raken.
Het kost ons twee uur om de bosschages met gorilla’s te bereiken. Daar moeten we 20 minuten wachten tot de snelle groep klaar is. We eten in de tussentijd de meegebrachte lunch op.

De gorilla’s maken het ons niet gemakkelijk, zeker niet in het begin waarin ze diep tussen de bladeren verscholen zitten en ons steeds de rug toekeren. Na een half uurtje gaat het beter en gaan er twee rustig zitten eten. We zien ook een moeder met een klein jong van een jaar op de rug.
Op de terugrit naar de lodge zien we nog een wilde gorilla de weg oversteken. Later op de foto’s blijkt het een silverback te zijn, het dominante mannetje van de volgende groep die ze proberen te habitueren – hij is alvast aan het oefenen. We hebben vandaag in totaal 14,8 km gelopen en zijn om half 6 terug in de lodge.
Sangha Lodge
13 January 2024 – 38°
De eekhoorns zijn erg actief deze ochtend en we zien er een breeduit tegen een boom geplakt. Om 8 uur is er ontbijt. De groep gaat daarna een dorpje bezoeken. Ik blijf bij de lodge om een lange wandeling te doen.

Het is een fijne boswandeling van zo’n 3km. Het pad is breed en met een simpel kaartje van de lodge vind je de weg wel. Het meest aanwezig zijn de neushoornvogels, die maken zoveel lawaai. Ik zie twee apen in een verre boom, te ver om te zien welke soort het is.

Om 11 uur ben ik terug bij de lodge. Ik relax op de veranda van mijn kamer tot het om 1 uur tijd is voor lunch.
Als de zon weer aan het zakken is maak ik nogmaals dezelfde wandeling als vanochtend, maar dan andersom. Halverwege hoor ik alarmgeroep uit de bomen – het blijken 3 grote witneusmeerkatten te zijn, zittend op een kale boomtak. Ze hebben mij gezien en zijn er niet blij mee. Ik wel en ik weet een aantal goede foto’s te maken.
Kamp van de Baka
14 January 2024 – 39°
Om half 7 is er het laatste ontbijt in de lodge. Om 7 uur stappen we op de boot om de hele terugreis van 3 dagen naar Yaounde aan te vangen. De boottocht gaat alvast een stuk sneller dan op de heenreis, want we varen nu stroomafwaarts. De grensformaliteiten kosten ook niet veel tijd. Net als vorige keer kunnen we op de boot blijven en regelt de lokale gids de stempels in onze paspoorten.
De bus staat al klaar aan de andere kant van de rivier, in Kameroen. Ik bemachtig een plekje voor in de bus. Het is er veel minder stoffig dan achterin en ook minder benauwd.
Al snel rijden we de bush in – we stoppen voor een dorp van de Baka pygmeeën. Het ligt prachtig diep in het woud, bereikbaar via een wandeling van 10 minuten over een pad door het hoge gras. We worden al van verre met gezang begroet. Je gaat het ‘dorp’ binnen via een rieten ‘deur’.

In een open ruimte in het bos staan een stuk of 10 hutten van bladeren. We moeten ons eerst melden bij de chief (getooid met een verentooi), die bekijkt of we welkom zijn. Hij heeft een eigen vertaler, onze lokale gids kan hem niet verstaan. Daarna gaan de vrouwen een dans opvoeren, samen met een karakter getooid als een bewegende struik die de bosgeest Ejengi verbeeldt. Ze hebben een soort receptiehut, waar de chief nog wat trucjes opvoert.

Daarna charteren ze twee jongetjes die een wedstrijdje doen wie het snelst in een boom klimt. De loofhutten worden meestal voor een paar weken bewoond, als ze in het bos aan het jagen en verzamelen zijn. Sommigen wonen er ook permanent. Er zijn vandaag in ieder geval veel mensen aanwezig, zo’n 40 vrouwen en zeker zoveel kinderen. Mannen zijn er ook, maar die participeren niet actief behalve als drummers.

Na 45 minuten moeten we weer weg. Er komt ook een nieuw groepje toeristen aan, het zijn Tsjechen (alleen mannen), we zagen ze eerder bij de aanlegplaats van de boot.
De rest van de middag rijden we alleen maar. De enige opwinding komt bij een soort moeras / open veld, waar we een stel apen zien. Het zijn Guereza-apen, zwart met wit. Het lijken wel maki’s uit Madagaskar, zo springen ze over het veld.
Om half 6 zijn we weer bij de katholieke missie in Yakodouma. Ik krijg dit keer een van de geupgrade kamers – niet veel beter maar wel met een eigen badkamer. We eten om 7 uur. Hetzelfde als vorige keer maar wel goed gezien de omstandigheden.
Terug naar Bertoua
15 January 2024 – 35°
Om 7 uur is er ontbijt en om half 8 het vertrek. Om half 10 komen we de Fulani herders weer tegen. Ze komen uit het noorden van Kameroen om hun vee in de Republiek Congo te verkopen. De koeien (het zijn zeboes) leveren 600 tot 1000 eur per stuk op.

De rest van de rit verloopt zonder iets opmerkelijks. We zijn blij als we bij Batouri de asfaltweg weer bereiken. De gids vertelt dat de regering van plan is om komend jaar de asfaltweg helemaal door te trekken naar Yokadouma – dat scheelt zo een halve reisdag.
Na nog een supermarkt stop in Bertoua voor koude drankjes en snacks zijn we om half 4 weer in het hotel waar we 7 dagen geleden ook sliepen. Ik heb zelfs dezelfde kamer. Het is heerlijk om al het rode zand van je af te kunnen douchen, dat zich de afgelopen 2 dagen op je huid en kleren heeft vastgezet.
En terug naar Yaounde
16 January 2024 – 36°
Vandaag de laatste etappe van de ‘thuisreis’: de rit naar Yaounde. We volgen weer het vaste stramien: om 7 uur ontbijt (ze hebben zelfs honing dit keer!), om half 8 vertrek en dan een eerste stop bij de supermarkt voor drankjes en snacks. De rit vandaag is over een goede asfaltweg, zo’n 330 km lang.
Het enige probleem wordt veroorzaakt door een medepassagier: hij heeft sinds gisteravond koorts en rillingen, en gevreesd wordt voor malaria. Bij onze lunchstop in de ‘Duitse’ stad Abong Mbang – bij hetzelfde mooie restaurant als op de heenweg – regelen ze een dokter en wordt de diagnose bevestigd. Hij krijgt een extra dosis medicijnen en we kunnen (met hem) de weg vervolgen.

Onderweg is het vrij druk met vrachtverkeer en ook een paar controleposten. Eentje wil zelfs onze visa zien – meestal komt de gids er wel van af met een stapel kopieën van onze paspoorten. Om 4 uur zijn we terug in het hotel in Yaounde.
Stadstour Yaoundé
17 January 2024 – 35°
Op de officieel laatste dag van deze rondreis doen we nog een stadstour door de hoofdstad van Kameroen, Yaounde. Er leven 3.5 miljoen mensen. Het verkeer kan soms druk zijn door de vele gele taxi’s die er rondrijden. Het centrum is gevuld met overheidsgebouwen, een Franse kathedraal en het ‘I love Cameroon’-monument gecentreerd rond een voetbal. Vanwege het officiële karakter van de vele gebouwen moet je hier voorzichtig zijn met foto’s maken.

We bezoeken het Reunificatiemonument, gemaakt in de jaren 70 toen het Engelstalige en Franstalige deel van Kameroen samengingen. Het is in de vorm van een dubbele helix. Als je helemaal naar boven loopt merk je dat hij een beetje heen en weer beweegt – iedereen gaat maar weer snel naar beneden. In de kelder is een tentoonstelling over het werelderfgoed in de regio.

Daarna rijden we de armere buurten in. We komen door een wijk met flats speciaal voor ambtenaren. En we stoppen in de Ebitak ‘favela’, waar we een voetbalschool voor weeskinderen en jongeren uit arme gezinnen bezoeken.
De rit eindigt bij een uitkijkpunt over de stad en een souvenirmarkt. De meeste medereizigers doen zich tegoed aan houten aandenkens tegen lage prijzen. Bij Club Monteiro eten we een barbecue lunch bij het zwembad. We nemen van de chauffeur en lokale gids. En eigenlijk ook van de groep, want een aantal vliegt al vannacht naar huis.
We zijn om half 3 terug in het hotel. De rest van de middag relax ik op mijn kamer. Voor het avondeten haal ik broodjes en yoghurt bij een bakkerij en supermarkt even verderop.
Mefou en Mbalamayo
18 January 2024 – 34°
Om 8 uur vertrekken we met een uitgedund groepje van 7 voor een laatste excursiedag in de buurt van Yaoundé. Onze terugvlucht naar huis is pas laat in de avond, en de hele dag op je hotelkamer zitten wachten is ook niks.
Met twee auto’s rijden we eerst anderhalf uur de stad uit naar het Mefou reservaat. Dit is een private stichting waar verweesde primaten worden opgevangen: gorilla’s, chimpanzees en verschillende soorten apen. Onze komst blijkt niet gereserveerd te zijn, wat voor wat verwarring en wachten zorgt. Maar na een half uur komt er toch een gids om ons rond te leiden.
Het reservaat bestaat uit een ruim bosgebied dat omheind is. De dieren worden gevoerd en hebben slaapplaatsen in hokken, maar soms kiezen ze ervoor buiten te blijven en hun eigen nest te maken. Er lijkt geen moeite te worden gedaan ze weer terug in de natuur te plaatsen. Zeker voor de kleinere apensoorten is dat vreemd, die vinden hun weg wel overal in het land.

Mefou wordt zo een soort rusthuis – echt aangepast voor toeristisch bezoek zijn ze ook niet, er zijn geen uitkijkplatforms bijvoorbeeld om over de hekken heen te kunnen kijken.
Om half 12 zijn we klaar met de wandeling en rijden we door naar het volgende natuurgebied. Het is het Mbalamayo Forest Reserve. Het ligt prachtig aan de op één na grootste rivier van Kameroen (de Sangha rivier die we ook bevaren hebben is de nummer 1). Hier krijgen we eerst weer een uitgebreide lunch voorgeschoteld waar we de afgelopen 12 dagen zo aan gewend zijn geraakt.
Daarna stappen we in koppeltjes van twee laag op het water liggende houten kano’s in. Een roeier peddelt ons voort, eerst tegen de stroom in. We varen door een mangrovebos en eindigen na 45 minuten aan de waterkant waar we aan boord gaan voor wat de grootste en/of oudste boom van Afrika schijnt te zijn.

Na een paar minuten lopen in het bos staan we inderdaad voor de immense boom, met een omvang van 8 meter en een hoogte van 83 meter. Hij is 1300 jaar oud.

Zo tegen half 4 vangen we de terugrit naar Yaounde aan. Het is niet ver, maar we komen in Yaounde in een heuse file terecht. Onderweg horen we dat de Air France vlucht vertraagd is tot 1.15 uur in de nacht, dus de late terugkeer in het hotel om half 6 deert ons niet. Ik mag een kamer van een medereiziger gebruiken om te douchen en me om te kleden. Ik eet nog een vis in het hotel en om half 10 worden we opgehaald om naar het vliegveld te gaan.
Parijs in de sneeuw
Vanwege de vertraging arriveren we pas om 8.55 in Parijs. Hierdoor mis ik ook mijn geboekte trein naar huis, maar het hele treinverkeer blijkt in de knoop door de sneeuwval van de dagen ervoor.
Ik weet mijn kaartje om te wisselen naar een vertrek 3 uur later. Dan wordt op Parijs CDG treinstation omgeroepen dat we maar naar Gare du Nord moeten gaan – vandaar zullen de treinen naar België en Nederland vertrekken. Ik probeer nog een keer om te boeken, maar ook die trein wordt geannuleerd. Uiteindelijk krijg ik via de Eurostar ticket office op Gare du Nord te horen dat ik maar moet proberen op een trein te geraken – alle zitplaatsen zijn uitverkocht voor de rest van de dag.
Wonderwel lukt het me met de trein van 14.22: er staan tientallen hoopvolle reizigers te wachten, maar ik sta vrij voor aan. Een paar minuten voor vertrek, nadat alle passagiers met een reservering zijn ingestapt, mogen wij het ook proberen. Ik bemachtig een klapstoeltje in de gang, en vanaf Brussel vind ik op aangeven van de conducteur zelfs een zitplaats. Dus al met al lukt het vrij goed. Om 5 uur zijn we in Rotterdam, waar ik een nog een kort trein- en busritje heb voor ik weer thuis ben.
Leave a comment