World Heritage Traveller

Zimbabwe 2023

Written by:

  1. Johannesburg
  2. Bulawayo
  3. Great Zimbabwe
  4. Naletale
  5. Van Bulawayo naar Victoria Falls
  6. Victoria Falls
  7. Hwange, Dag 1
  8. Hwange, Dag 2
  9. Hwange, Dag 3
  10. Hwange, Dag 4
  11. Naar Matobo
  12. Matobo, Dag 2
  13. Naar Mana Pools
  14. Chitake Springs, Dag 1
  15. Chitake Springs, Dag 2
  16. Naar Mana Riverside
  17. Mana Riverside, Dag 1
  18. Mana Riverside, Dag 2
  19. Naar Harare & Rustdag
  20. Harare
  21. De terugreis
  22. Terugblik
    1. Tour
    2. Vervoer
    3. Eten
    4. Geld

Johannesburg

De reis begint met een lange dagvlucht naar Johannesburg. Elf uur en dertien minuten maar liefst. Dit komt mede doordat ze tegenwoordig om Niger moeten heenvliegen: de route was dus Marseille – Algerije (veel gezien van de Tamanrasset woestijn) – Mali – Burkina Faso – Nigeria.

Gelukkig had ik bij het online inchecken een upgrade naar Business Class weten te bemachtigen. Ik kan dus lekker op mijn laptop werken. Verder lees ik nog een boek en heb ik 4 afleveringen van een serie gezien; en dan is het al voorbij.

Er staan ook geen rijen bij de immigratie op het vliegveld van Johannesburg – dat heb ik in het verleden wel anders gezien. Een busje van het airporthotel Sunrock Guesthouse komt me halen voor de overnachting.

Bulawayo

Om half acht neem ik de shuttle terug naar het vliegveld. Ook nu staan er geen rijen, dus ik ben er veel te vroeg. De vlucht met Airlink 10.30-11.45 naar Bulawayo in Zimbabwe vertrekt uiteindelijk drie kwartier te laat, ondanks dat er nauwelijks passagiers zijn. Gelukkig is het maar een uurtje vliegen. We krijgen zelfs nog een wrap en wat te drinken onderweg.

Het vliegveld van Bulawayo is maar klein. Ik koop er mijn Zimbabwaanse Visa on arrival voor 30USD en een simkaart van Econet (10GB/30d voor 13 USD). De mannen van Impala Car Rental staan me al op te wachten met een naambordje. De auto staat voor de terminal geparkeerd. Gelukkig werkt de betaling met de credit card en kan ik zo wegrijden.

Ik rijd meteen door naar de andere kant van deze stad, voor een bezoek aan het werelderfgoed van de Khami Ruïnes. Het rijden, zelfs door het centrum, blijkt gemakkelijk. Er is niet zoveel verkeer en men houdt rekening met elkaar. Vanaf de stadsrand volg ik de bordjes ‘Khami Ruins’. De laatste 5km is een zandweg, en je raakts steeds verder weg van de bewoonde wereld.

Bij aankomst blijk ik de eerste en waarschijnlijk ook enige bezoeker van de dag. Entree is 10 USD. Ik struin lekker over het terrein met grote monumenten van gestapelde stenen. Er zijn kleine doorgangen en trappen, en kunstig geconstrueerde muren o.a. in visgraatpatroon.

In de namiddag rijd ik door naar mijn overnachtingsplek in een welvarende buitenwijk van Bulawayo: Travellers Guesthouse. Ik eet ‘s avonds bij de buren.

Great Zimbabwe

Vanochtend staat de autorit naar Masvingo (3.5u/280km) op het programma. Eerst stop ik nog even bij de Greenvale supermarkt om drinken en snacks voor de komende twee dagen in te slaan. De rit over de hoofdweg verloopt zonder problemen. Twee keer moet ik tol betalen bij een officieel tolpoortje: 2 USD per keer. Op het eind is er een omleiding, maar de alternatieve route staat goed aangegeven.

Ik rijd direct naar het Great Zimbabwe Hotel, waar ik zal overnachten. Het ligt vlakbij de ingang. Als de ergste hitte voorbij is, tegen drie uur, ga ik Great Zimbabwe zelf bezoeken. Het is een paar minuten rijden, de entree van 15 USD betaal je bij een entreepost aan een rotonde.

Ik begin mijn bezoek bij het museum. Hier zijn in de achterste ruimte 7 van de 8 originele Zimbabwe Birds tentoongesteld. Ze zijn prachtig. De stenen vogelfiguren werden van hun sokkels afgehakt en geplunderd door verschillende 19de-eeuwse ‘jagers’ en verplaatst naar musea in Duitsland en Zuid-Afrika. Ik ben blij dat ze zijn teruggebracht en te zien zijn in dit museum.

De Great Enclosure is een concentrisch bouwwerk met hoge muren, en lijkt op een gigantisch kruisvaarderskasteel. Het ligt in een mooie omgeving met hoge palmbomen. Via een paar smalle doorgangen kom je uit in de kern, waar de kegelvormige toren opvalt. Op de muren zijn staande stenen te zien, waarop mogelijk vogelfiguren hebben gestaan.

De Hill Ruins liggen helemaal aan de andere kant van het complex – in totaal loop je hier gemakkelijk 4 km, meest onbeschut. De heuvelruïnes liggen .. op een heuvel. Ik loop naar boven via het Ancient Path – dit is de steilste weg, maar geeft je wel een prachtig uitzicht op zowel de Hill Ruins als de Great Enclosure in de vallei. De Hill Ruins zijn veel kleiner dan de Great Enclosure en er is meer gebruik gemaakt van natuurlijke elementen.

Naletale

De dag begint met tanken en ontbijt halen bij de Pick N Pay in Masvingo. Als wisselgeld voor mijn 2 USD bij de supermarkt krijg ik voor het eerst enkele duizenden Zimbabwaanse dollars.

Supermarkt prijzen

Voor de lange rit terug naar Bulawayo kies ik de noordelijke route A4 – A17 – A5. De weg is weer excellent, totdat er bij de afslag naar de A17 richting Gweru een omleiding over een onverharde weg is door wegwerkzaamheden.

Toch kom ik nog redelijk vroeg aan in Shangani. Vanaf dit plaatsje zijn de ruïnes van Naletale te bereiken. Via een zeer slechte onverharde weg van 26 kilometer. Ik wil niet opgeven, maar eigenlijk is het niet te doen.

Eenmaal aangekomen bij Naletale komt de bewaker annex gids verdwaasd uit zijn huis. Hij lag vast te slapen – er komt hier zelden iemand. Hij trekt snel zijn nette kleren aan en dan lopen we samen in een minuut of 15 de heuvel op. Het is erg mistig en fris vandaag (13 graden).

Naletale heeft de mooiste decoraties van alle oude steden van Zimbabwe. Laag voor laag zijn verschillende patronen aangebracht, erg mooi inderdaad.

Als we weer beneden zijn volgt een onaangename verrassing: mijn huurauto wil niet meer starten. De gids constateert onder de motorkap dat de verbinding met de accu is losgetrild door de hobbelweg. Hij haalt zijn gereedschap erbij en verhelpt het probleem. Als ik weg wil rijden, blijkt ook mijn linkerachterband lek te zijn. Dus hij mag nu ook een band gaan wisselen.

Naletale

Met een wat gehavende auto overleef ik ook de 26km terug naar de grote weg. De reserveband houdt het echter niet helemaal tot aan Bulawayo vol – zo’n 18 kilometer voor de stad is ook die lek. De verhuurmaatschappij komt snel een vervangende auto brengen, heel netjes.

Om half 6 arriveer ik bij mijn hotel, de N1 in het centrum van Bulawayo. Daar komen ze even later ook de vervangende auto ophalen, en geven ze me nog een lift naar ‘Steers’ waar ik eindelijk ook mijn maag kan vullen.

Van Bulawayo naar Victoria Falls

Vroeg op pad om in de ‘busstraat’ Lobengula Street een kaartje te bemachtigen voor de bus naar Victoria Falls. Ik slaag meteen bij ExtraCity, de rit van 440km kost 15 USD en de bus vertrekt om 11 uur.

Tot die tijd ga ik ontbijten en nog wat foto’s maken van de binnenstad van Bulawayo. Er zijn nog veel gebouwen van rond 1900.

De bus vertrekt uiteindelijk nagenoeg vol naar Victoria Falls. De rit duurt 6,5 uur. Ik heb wel eens betere bussen meegemaakt dan deze, maar ook slechtere. Het enige echt vervelende is dat er een 2-3 opstelling is, dus de stoelen zijn nogal smal. Gelukkig zit ik naast een klein meisje van een jaar of 10. We stoppen regelmatig om mensen in- en uit te laten stappen. Toeristen zitten er niet in de bus, en de grote meerderheid van de andere passagiers verlaat de bus al in het plaatsje Hwange, 100km voor Victoria Falls.

Het busstation van Victoria Falls ligt in het ‘zwarte’ deel van de stad, een gescheiden buurt van het toeristische gedeelte. Het ziet er wel prettig uit. Ik eet snel iets bij Nando’s, en wil dan verder lopen naar mijn lodge. Maar het is al pikdonker geworden en aan straatverlichting doen ze hier niet. Een taxi is snel gevonden, en voor 5 USD word ik veilig weggebracht – zowel de chauffeur als de beheerdster van de lodge waarschuwen me om vanwege de wilde dieren hier niet in het donker over straat te gaan.

Victoria Falls

Ik was in 2019 ook al een paar dagen in Victoria Falls, dus nu ‘hoef’ ik niks meer. Ik luier wat in de ochtend in het hotel en werk mijn websites bij.

Rond lunchtijd loop ik naar het centrum om iets te gaan eten. Het wordt een krokodilwrap, die naar gegrilde kip smaakt.

En vandaar door naar de Watervallen. Net als vorige keer loop ik erheen – misschien verbeeld ik het me, maar het lijkt of het voetpad nu verder doorgetrokken is, tot aan de souvenirmarkt. Mijn vorige bezoek was in juni. Nu, in augustus, is het er veel droger, en heb je bij geen van de uitkijkpunten een regenjas nodig. De basaltrotsen zijn ook veel beter te zien doordat er minder nevel is.

Ik loop in anderhalf uur de standaardroute af langs de watervallen en door het bos. Een schok is wel dat in 4 jaar tijd de entree hier omhoog gegaan is van 30 naar 50 USD! Aan de Zambiase kant is het nog steeds 20 USD.

Hwange, Dag 1

Om 9 uur vertrekken gids Mike en ik vanaf de Drift Inn in Victoria Falls. We gaan nog twee Australische medereizigers ophalen, de derde sluit later vandaag aan.

In een uur of 2 rijden we naar Hwange NP. We gaan het park in via de Robins camp entry. Onderweg vallen de mooie herfstkleuren op, in dit van gebladerte ontdane bos. We eten een vroege lunch in de mooie Robins lodge.

De rit naar ons eigen kamp, Kapula, is dan nog 2-3 uur. In het park zien we roan antilopes, olifanten en zebra’s. We maken een tussenstop bij de Deteema dam – één van de vele kunstmatige waterbronnen waar dit park bekend om staat. Het zit er vol turquoise vogeltjes.

De komende 4 nachten kamperen we in het privé-kamp Kapula Platform. Het is omheind en heeft vaste voorzieningen zoals een koelkast, douche en wc, plus een fantastische hide met uitzicht op een waterput. Er arriveren maar liefst 13 olifanten tegelijk in de namiddag. In de avond struinen er zelfs twee leeuwen voorbij. We slapen in ruime tenten voorzien van een echt bed.

Hwange, Dag 2

Opstaan om 6 uur en ontbijt met fruit en brood met pindakaas. Om half 7 vertrekken we voor de eerste game drive. Het is nog fris in de ochtend, zeker in een open jeep. Mijn 3 medereizigers en de gids zijn warm ingepakt.

We rijden eerst naar het moederkamp van Kapula. Dat ligt bij een grote dam (Masuma). Vanuit een populaire hide kun je hippo’s, krokodillen en veel vogels spotten. In de verte zien we ook de twee leeuwen liggen luieren die gisteravond langs ons kamp liepen.

We rijden verder het mopane-bos in en laten de jeep achter voor een wandeling van 2 uur. Bernard de tracker voorop met een claxon, Mike de gids erachter met een geweer, en dan de toeristen in een rijtje. We zien sporen van neushoorns en de onvermijdelijke olifanten. Een rond holletje in het zand blijkt de valkuil van een mierenleeuw te zijn, een roofzuchtige insect. Behalve een olifant aan de andere kant van een droge rivier komen we tijdens de wandeling geen dieren tegen.

Terug in de jeep stoppen we bij Mafas Pan, waar 25 olifanten zich verzameld hebben. Er is ook een heel kleintje bij. Ze zijn allemaal druk aan het badderen. Een wrattenzwijn waagt zich er van de verste rand tussen.

Om half 12 zijn we terug in het kamp, waar de lunch (salade) en een siësta wachten. Om half 4 maken we nog een rondje. We spenderen weer de meeste tijd bij de Masuma Dam. Daar hebben zo’n 80 olifanten zich verzameld, en kuddes komen en gaan. Ook de 2 leeuwen zijn er nog, ze worden op een afstand gehouden door de olifanten.

Hwange, Dag 3

Weer om half 7 op pad. We rijden verder weg dit keer, naar een deel van het park dat we nog niet bezocht hebben. Onderweg zien we twee honingdassen en een uiltje.

Het gebied rond Shuma is veel minder bebost dan we eerder zagen. We komen zowaar ook twee andere jeeps met toeristen tegen. Eentje wijst ons op vijf leeuwen onder een boom. Ze liggen zo verscholen en in de schaduw dat ze bijna niet te zien zijn.

Even verderop stuiten we op een kudde van ruim 100 buffels. We volgen ze een tijdje als ze door het zand lopen. We settelen bij een waterput en wachten daar tot ze ook komen drinken, wat ze uiteindelijk ook doen.

De middagtour gaat op speciaal verzoek terug naar Mafas Pan. Veel olifanten nemen er een modderbad en daarna een zandbad. De kleintjes hebben moeite de glibberige kant op te klimmen. We zitten er met onze neus bovenop maar worden getolereerd. Ik hou me vooral bezig met vogels fotograferen (ik probeer een olifantloze dag), en zie ook nog een mooie roodbruine slanke mangoeste.

Op de terugweg zien we onze eerste duiker en veel kudu’s.

Hwange, Dag 4

Vroeg op pad, kwart over 6. ‘s Nachts zijn er hyena’s en leeuwen gehoord. We doen eerst een rondje zonder succes bij de Masuma dam. Daarna rijden we door naar weer een ‘nieuw’ deel van het park. Hier is een groot stuwmeer en mensen mogen er vissen. Er is een mooi aangelegde picnickplek bij. Wij gaan een wandeling maken langs de in dit seizoen droge rivierbedding. Het is weinig productief.

Op de weg terug rijden we langs zoutpannen. Een tegemoetkomende jeep kondigt leeuwen aan. Die blijken niet moeilijk te vinden: de twee jonge mannetjes liggen onder een boom pal naast de weg. We komen vandaag meer jeeps tegen dan de andere dagen, misschien omdat hier meer lodges in de buurt. Ze zien er luxe uit, de auto’s althans.

Het middagprogramma begint vroeger vandaag: om kwart voor drie rijden we naar een andere kampeerplek, om die te verkennen voor een volgende reis (vooral om te checken of er wel water is). We treffen er 4 mannen aan die een neushoorn monitor project aan het doen zijn. Het is een hogerliggend terrein met rode grond, ook een mooie omgeving.

Op de weg terug kijken we nog een keer bij het modder- en stofbad bij Mafas Pan. Ook op de weg komen we dit keer veel olifanten tegen.

Naar Matobo

We vertrekken weer vroeg, om 6 uur. Voor de lange verplaatsing naar Matobo rijden we over de hoofdweg dwars door Hwange, via Main Camp. Het is een erg slechte weg, maar zo vroeg in de ochtend kun je toch iets tegenkomen: in dit geval een Afrikaanse wilde hond plots midden op de weg. Hij blijft gelukkig even rustig staan voor de foto’s – het kost me een minuut om te realiseren dat ik niet door de voorruit hoef te fotograferen, maar ook gewoon een raampje open kan draaien.

We stoppen om 12.30 in Bulawayo voor lunch. Dat doen we bij hetzelfde restaurant als ik op de eerste avond at, New Orleans. Ik neem dit keer fish&chips.

Op het parkeerterrein worden we overgedragen aan Andy. Hij zal ons 1,5 dag in Matobo gidsen, terwijl onze eigen gids Mike de voorraden gaat bijvullen in Bulawayo en de jeep laat upgraden met een zonnedak, een extra rij zitplaatsen en zelfs trapjes om in te stappen.

Het park ligt zo’n 40 km buiten Bulawayo. Na onze bagage gedropt te hebben in het moderne Rowallan Camp, waar we permanente tenten hebben met eigen (modern) sanitair, rijden we direct door met Andy Matobo in. Het gebied wordt gebruikt door bewoners uit de buurt: vrouwen mogen er gras snijden voor hooi (een deel moeten ze afgeven aan het park, het grootste deel mogen ze houden), en we zien koeien grazen. Je hoort hun koebellen overal. Minder prettig zijn de bosbranden die zijn overgeslagen.

We stappen uit bij de Nswatugi rotstekeningen. Deze zijn te vinden in een half-open grot, zo’n 15 minuten klimmen vanaf de parkeerplaats. Het zijn allemaal afbeeldingen in het rood, van mensen en dieren.

Matobo, Dag 2

Vandaag hebben we een volle dagtour in Matobo met Andy. We vertrekken om half 7 en nemen picknicklunch mee. Het belangrijkste doel is het Game Park, dat aan de andere kant van de verharde weg door het park ligt. Hier heb je echt een 4WD nodig.

We gaan eerst naar de Bambata-grot, via een verschrikkelijk slechte weg. Vanaf de parkeerplaats hier kost het nog ongeveer 20 minuten wandelen over granieten heuvels tot de grot. Onderweg zijn de uitzichten op de omgeving prachtig. De grot is niet groot maar gevuld met een verscheidenheid aan rotstekeningen in oker en rood. Er is een ceremoniële dans afgebeeld, en er is een kleurrijke formatie waarvan men denkt dat deze mierenhopen voorstelt.

In het Game Park zijn talloze diersoorten opnieuw geïntroduceerd. Het grootste succesverhaal zijn de de witte en zwarte neushoorns. Ze hebben er een behoorlijk aantal, alleen al dit jaar zijn er 8 baby’s geboren. Ze worden onthoornd, maar mogen vrij rondlopen. De gespecialiseerde gidsen weten wie er in welk gebied rondhangt.

We volgen hun pootafdrukken met de auto en als we dichtbij komen, gaan we te voet – de gids gewapend met een pistool – op pad om ze te bekijken. In de ochtend zien we een gezin van drie van dichtbij, in de middag zien we een moeder met baby, die snel wegrennen als ze ons zagen. Dit is het dichtst dat ik ooit bij ‘Afrikaanse’ neushoorns ben geweest, nog wel vijf op één dag!

Naar Mana Pools

Het ontbijt is vandaag al om half 5, want we gaan de lange doorsteek door Zimbabwe maken naar het uiterste noorden. Je krijgt ook letterlijk een dwarsdoorsnede van Zimbabwe te zien. Zoals kleinschalige goudmijnen, en apparatuur te koop daarvoor langs de weg. We zien de spoorlijn, waarvan al het koper is gestolen en waardoor er dus geen elektrische treinen meer rijden.

Ook komen we langs een blauwe bessen-kweker, die al zijn producten in stenen potten heeft geplant. Het bedrijf is eigendom van een blanke boer die rond 2000 zijn grond is kwijtgeraakt tijdens de landhervormingen, en die nu terug geleasd heeft. Met de potten kan hij zo weer verkassen als nodig.

We lunchen met een build-your-own-burger bij Saucey Sue’s, een verrassend sfeervol wegrestaurant. Op het laatste stuk over de ‘grote weg’ is veel vrachtverkeer.

We gaan het park uiteindelijk binnen via de Chimutsi entrance, waarna nog een lange stoffige weg volgt tot we tegen 4 uur bij ons kamp komen: Chitake #3.

Chitake Springs, Dag 1

Veel leeuwengehuil vannacht, en wat gescharrel rond mijn tent van wat een hyena bleek te zijn. We ontbijten tegen zessen, en gaan dan aan de wandel over de oeverrand langs de rivierbedding. Al bij de eerste bocht stuiten we op een stel hyena’s en gieren bij een karkas. Eentje gaat er snel met een groot bot vandoor.

Verderop zien we een boom vol dwergpapegaaien.

En overal staan statige baobabs, het meest kenmerkende aan dit landschap. We komen op het terrein van de leeuwen. Het kost heel wat speurwerk en een tip van een gids van Natureways (de andere groep die hier langs de rivier kampeert) om ze te vinden. Uiteindelijk vinden we er vier onder een grote baobab, zo te zien uit te rusten met hun buikje vol.

We hebben een lange siesta van 10 tot half 4. We zitten een tijdje in de opgedroogde rivierbedding, maar er komt niet veel langs. In mijn tent werk ik een tijdje op mijn laptop, totdat ik wat voorbij zie schuiven. Ik denk dat het een miljoenpoot is, maar nadat ik kok Mike erbij heb gehaald blijkt het een schorpioen te zijn. Hij doodt en begraaft hem; gids Mike zegt later dat hij niet giftig was.

In de namiddag doen we eerst een korte wandeling. We zien twee soorten bijeneters.

Daarna doen we nog een jeeptour, o.a. naar Mana’s versie van de Avenue of the Baobabs, waar we de zonsondergang beleven.

Chitake Springs, Dag 2

We doen vrijwel dezelfde ochtendwandeling als gisteren, maar zien weinig. We volgen een spoor van leeuwen, maar vinden ze niet. We lopen over de resten van een oude keramiekfabriek – voordat het een nationaal park werd, leefden er een substantieel aantal mensen op deze plek. Deze zijn allemaal overgebracht naar een onherbergzame plaats elders in het land.

Terug in het kamp gaan we een rondje maken met de jeep in hetzelfde gebied. Daarmee stuiten we op een groep van ca 15 leeuwen. Er zijn 4 jongen bij, maar die houden ze goed verscholen. We zien ze pas als de hele groep zich verplaatst.

We wachten na de lunch op een uitkijkpunt op de buffels, die zouden moeten gaan drinken. De buffels komen niet (of zijn al geweest). Behalve wat bavianen en impala’s blijft het stil in de rivierbedding en het wordt een saaie middag.

Naar Mana Riverside

In de vroege ochtend doen we nog een poging iets te zien in de Chitake Springs. We blijven dit keer laag in de rivierbedding. Alleen de groepen vogels (dwergpapagaaien en roodbekwevers) komen ons vermaken.

We verplaatsen ons dan met hele kamp naar een andere kant van het park, dat bekend staat als Mana Riverside. Het is zo’n twee uur rijden over een saaie rechte weg. We stoppen 10 minuten bij de Gate om van de wifi gebruik te maken.

Mana Riverside heeft een heel andere sfeer dan Chitake: geen baobabs meer maar loofbossen. Het lijkt wel een Engels landschapspark of de Hoge Veluwe. Alleen is het gras niet groen maar geel. We hebben een mooie kampeerplaats aan de Zambezi, ‘New BBC’ genaamd.

In de namiddag doen we een eerste game drive. We zien veel verschillende diersoorten zonder veel moeite. Veelal zijn ze ook te zien in het bijzondere blauwe licht onder de bomen, waar Mana Pools bekend om staat.

Mana Riverside, Dag 1

We vertrekken om 6 uur voor een lange game drive door het park (tot 12.30). We komen veel andere jeeps onderweg tegen, het is hier veel drukker dan we tot nu toe tijdens deze reis gewend zijn. We ontmoeten bestuurders met en zonder humor, en krijgen (soms) tips. Op de lijst komen een gestreepte jakhals, een nieuwe soort neushoornvogel, en nestelende bijeneters.

We rijden door savanne-achtig gebied, deel zelfs met palmbomen. Cheetahs en wilde honden houden ervan, maar we zie ze niet. We traceren ook de iconische olifant Boswell, die op zijn achterbenen kan staan. In deze tijd van het jaar heeft hij dat niet nodig, want er is voldoende op de grond te vinden. Hij heeft altijd wel een schare ‘fans’ achter zich aan, van toeristen te voet die erg dichtbij komen.

Bij terugkomst in het kamp blijken onze tenten te zijn doorzocht door bavianen. Bij mij hebben ze niets meegenomen, bij een van de anderen een flesje medicijnen.

Speciaal voor de twee fotografen in de groep gaan we in de namiddag nog terug naar de oeverwand waar de bijeneters af- en aan vliegen.

Mana Riverside, Dag 2

Vanochtend verkennen we een ander deel van het park, daar waar de grootste van de 4 ‘Pools’ (meertjes) liggen waar Mana Pools zijn naam aan dankt. We komen weer door een soortgelijk savanneachtig gebied als gisteren. De oogst van vandaag is bijzonder mager. We stappen nog even uit bij een paal die aangeeft hoe hoog het water ooit heeft gestaan.

Van 11 tot 15 uur relaxen we bij de tenten, maar het is erg warm. In de namiddag maken we de laatste gamedrive, meer een ‘foto-drive’ om de olifanten in het blauwe licht te vangen.

Naar Harare & Rustdag

Het einde van de safari – wat rest is nog de lange verplaatsing naar Harare. We vertrekken al om 6 uur uit ons kamp, omdat we om 8 uur bij de toegangspoort zijn om opgehaald zouden worden door een shuttle. Het is weer een lang, saai stuk, maar aan het eind zien we nog een paar leeuwen een drooggevallen rivier oversteken.

De shuttle heeft vertraging, zodat gids Mike hem nog een uurtje tegemoet rijdt. Het verkeer op deze route is erg druk, vooral met vrachtwagens die heen en weer pendelen tussen de Copper Belt van Zambia, de Zuidafrikaanse havenstad Durban en de staalfabrieken in dat land. We moeten zelfs een paar keer stoppen voor wagens van buitengewone breedte, die de hele weg nodig hebben.

Omdat we al laat zijn, kopen we alleen wat drinken en snacks bij Saucey Sue’s. Pas om kwart over 2 zijn we in Harare – bij het vliegveld waar een van de Australiers nog net op tijd is voor haar vlucht. Ik word afgezet bij mijn B&B in de ambassadewijk in het noorden van de stad.

Na gedoucht te hebben eet ik in de namiddag bij Chicken Basket, een leuk terras zo’n 20 minuten lopen verderop.

De volgende dag heb ik een rustdag ingepland om aan de foto’s en de website te werken. Voor lunch loop ik naar het Arundel winkelcentrum, waar ik lekker eet bij het hippe Café Veldemeer.

Harare

Op mijn laatste dag in Zimbabwe ga ik nog een uurtje het centrum van Harare in, via de app TaxiF krijg ik een vrouwelijke rijdster.

Ik stap uit bij het ‘Museum for Human Sciences’. Zimbabwe heeft geen echt nationaal museum, maar de belangrijkste antropologische en culturele vondsten liggen hier in Harare, terwijl het natuurhistorisch museum in Bulawayo de natuurschatten afdekt. Het museum hier in Harare geeft een adequate uitleg van de geschiedenis tot aan de komst van de kolonisten – daarna wordt het waarschijnlijk te politiek. Ik ben er in een half uurtje doorheen; de entree voor buitenlanders is 10 USD.

Vanaf het museum loop ik het Central Business District in. Het ziet er niet al te florissant uit, veel zwervers en alles heeft wel betere tijden gekend. Maar dat beeld kan ook komen door het verhaal over de seriemoordenaar die hier recent actief was (en straatkinderen vermoordde) waarmee de safarigids ons vermaakte.

Er zijn wel een paar interessante voorbeelden van 20ste eeuwse architectuur te zien in Harare. Zoals het Eastgate Shopping Centre met zijn duurzame ontwerp dat gebaseerd schijnt te zijn op een termietenheuvel. En het strakke Cecil House. Het Town House is dan wat meer in koloniale stijl.

De terugreis

Om 9 uur neem ik de luchthavenshuttle van het hotel. Het is een half uurtje rijden door de stad die ik nu wel zo’n beetje ken. Om 9.45 gaat de check-in van South African Airlines open en krijg ik mijn boardingpas die ik online niet had kunnen downloaden. Het vliegveld van Harare is niet groot en in een kwartiertje ben ik door de formaliteiten heen. We vertrekken vanaf de nieuwe terminal. Het is er rustig. De vlucht is met een grote Airbus 320. We krijgen zowaar een volledige maaltijd op de anderhalf uur durende vlucht, zelfs de beste die ik in tijden heb gehad.

Door de bordjes International Transfer te volgen ben ik zo door de controles in Johannesburg, en in 10 minuten gesetteld in de comfortabele SLOW lounge (met echte kaas!). De terugvlucht verloopt soepel. Ik geniet van de Air France Business Class, waar je in de 1-2-1 opstelling een soort cabine voor jezelf hebt.

Terugblik

In drie weken wist ik het hele land te doorkruisen via diverse vormen van vervoer. Ik vond het een heel gemakkelijk land en kwam nergens een onvriendelijke Zimbabweaan tegen.

Hoogtepunten van deze reis waren Great Zimbabwe (zonder meer de belangrijkste archeologische site zuidelijk van de Sahara), de modder- en stofbaden van de olifanten bij Mafas Pan in Hwange NP, de volle dag met neushoorns en rotskunst in Matobo en de landschappen van Mana Pools.

Tour

Een belangrijk deel van deze reis was een 13-daagse safari met Khangela Safaris door Hwange, Matobo en Mana Pools. Er waren 3 medereizigers (allen Australiërs), verder werden we begeleid door gids/eigenaar Mike, zijn rechterhand Bernard en twee kampondersteuners (Mike en Shima). De uitvoering was solide en professioneel. We hadden stevige tenten en kregen geen enkele lekke band. Verbeterpunten waren de summiere communicatie vooraf (Mike zit meestal in de bush) en de spot-kwaliteiten van de gidsen (het zijn meer trackers/jagers).

Vervoer

De overige 10 dagen reisde ik zelfstandig rond met deels een huurauto (gehuurd by Impala in Bulawayo) en deels met het openbaar vervoer. Tussen de grote steden rijden de hele dag door frequent bussen, het is alleen even zoeken vanwaar ze vertrekken.

Eten

Gefrituurde kip is het meest populaire gerecht, je vind talloze kiprestaurants in de steden en langs de weg. Gelukkig aten we tijdens de safari gevarieerder, met een scala aan ‘comfort food’ zoals spaghetti bolognese en barbecue.

Geld

De US dollar is in de praktijk de gebruikte munt in Zimbabwe. Ik betaalde zoveel mogelijk vooraf via credit card en Wise transfer, zodat ik mijn cash op zak enigszins kon beperken. Vooral 1, 2 en 5 biljetten zijn gewenst, dat wisselgeld is er bijna niet.

Leave a comment