World Heritage Traveller

Letland en Denemarken 2023

Written by:

  1. Riga
  2. Kuldīga
  3. Jēkabpils
  4. Daugava Riviervallei
  5. Slagelse

Riga

Het is mijn tweede bezoek aan deze stad en ik arriveer op een regenachtige namiddag. Gewapend met paraplu waag ik me toch weer naar de wijk met Art Nouveau – de facades zijn prachtig.

Voor het eerst ga ik ook het Art Nouveau museum in. Het is niet zo spectaculair – de binnenzijdes van deze huizen zijn niet zo rijk als die van de Art Nouveau in Brussel.

De rest van de stad kon me net als de vorige keer niet zo bekoren, er lijkt niet zoveel vrolijkheid te zijn in Letland.

Kuldīga

Van het vliegveld van Riga haalde ik mijn huurauto op, en reed in anderhalf uur naar Kuldiga. Dit historische plaatsje in het westen van Letland komt later dit jaar op de Werelderfgoedlijst. Het ligt in een wat saaie, landelijke omgeving maar de entree hier is groots.

Het ligt aan een brede rivier en er is een waterval/stroomversnelling. De gebouwen aan de ‘waterkant’ van de stad vormen een mooi ensemble van 19de eeuwse regionale architectuur.

Kuldiga blijkt erg populair onder de Letse dagjesmensen en de straten staan vol auto’s. Er zijn restaurants met terrassen en souvenirwinkels.

Jēkabpils

Vanuit Kuldiga reed ik in de middag 3.5 uur oostwaarts, naar de stad Jekabpils. Hier had ik een hotel in het centrum, geheel zelfbediening dus nogal een gedoe met codes intypen en de juiste kastjes weten te vinden.

Jekabpils zelf is een aparte stad – ze hebben er een soort cult voor de astronoom Struve, die hier één van zijn meetpunten voor zijn Boog neerplantte. Deze ligt nu in een keurig parkje, dat naar hem is vernoemd. In de binnenstad is zelfs een grote muurschildering met zijn beeltenis.

Verder heeft Jekabpils een groot orthodox klooster en een marktplein met sculpturen.

Daugava Riviervallei

Een uurtje ten zuiden van Jekabpils, vlakbij de stad Daugavpils, begint een groot natuurgebied: de Bochten van de Opper-Daugava. Het is een rivier die in dit deel van zijn loop vele bochten maakt.

Ik reed erlangs tot aan Kraslava via een parallelweg. Met enige regelmaat zijn er dingen te bekijken. Het voormalige kasteel Dinaburg vergt een wandeling door een spookachtig bos.

Beter zijn de hoge uitkijktorens, vooral op Vasargelišķu Skatu Tornis sta je precies in een bocht van de rivier. Ik kom maar weinig mensen tegen hier, alleen locale grootouders met twee jonge kinderen die dezelfde route aan het doen zijn.

Aan het eind van de dag ben ik weer terug in Riga. Ik lever mijn auto weer in en breng de nacht door in een hotel bij het vliegveld.

Slagelse

De volgende ochtend loop ik in een kwartiertje naar de vertrekhal voor mijn vlucht van 7.05 naar Kopenhagen. Vandaar ga ik met de trein naar Slagelse.

Zes kilometer buiten deze middelgrote stad liggen de ruines van de Vikingburcht Trelleborg. Helaas is er geen OV, dus ik ga lopen – eerst over een fietspad en dan in de berm van de B-weg.

Bij het fort staat de parkeerplaats al aardig vol: dit is een populaire bestemming voor gezinnen met kinderen. Er zijn ook veel Nederlanders en Belgen.

Voor de meer archeologisch geïnteresseerde zijn er alleen de resten van dit Vikingfort – in de vorm van aarden wallen en een drooggevallen gracht. In zijn hoogtijdagen waren zowel het voorterrein als het binnenterrein bezet door ‘langhuizen’. Nu zie je daarvan alleen een reconstructie.

Na nog een lunch met een typisch Deens broodje liep ik de 6km weer terug naar het station van Slagelse, waar ik de rechtstreekse trein naar Kopenhagen Airport pakte.

Aan het begin van de avond stond ik weer op Schiphol.

Leave a comment