World Heritage Traveller

Reisverslag Madagaskar 2023

Written by:

  1. Route
  2. Centrale Hooglanden
  3. #844: Regenwouden van de Atsinanana
  4. Anja
  5. #845: Ambohimanga
  6. Antananarivo
  7. Westkust
  8. #846: Tsingy de Bemaraha
  9. Mantasoa
  10. Andasibe
  11. Terugblik Madagaskar 2023
    1. Visum
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Route

Madagaskar is één van de meest unieke plekken ter wereld, omdat het zich al 60 miljoen jaar los van andere continenten heeft ontwikkeld. Ik ga er vooral heen voor de zoogdieren (108 soorten maki’s/lemuren!), maar ook de kameleons en de inheemse cultuur zijn niet te missen.

Ik heb de reis zelf samengesteld en georganiseerd, en doe het deels met het openbaar vervoer (inclusief binnenlandse vluchten) en deels met een auto met chauffeur (vanwege de slechte wegen in Madagaskar). Er liggen 4 nieuwe werelderfgoederen (WE) te wachten:

DatumProgrammaVerblijf
5 juniVlucht met Air Austral 14.40-15.15 van Réunion naar Madagaskar.Antananarivo
6 juniOpgehaald voor rit naar AntsirabeAntsirabe
7 juniDag in Antsirabe. Bezoek aan de meren Andraikiba and Tritriva.Antsirabe
8 juniAvondwandeling in het Ranomafana NP, onderdeel van de Regenwouden van de Atsinanana (WE2).Ranomafana
9 juniDagbezoek aan Ranomafana NP. Zuidwaarts doorrijden naar Ambalavao.Ambalavao
10 juniBezoek aan het Anja-reservaat, bekend om zijn ringstaartmaki’s. Start terugrit naar het noorden via Ambositra.Ambositra
11 juniBezoek aan houtbewerkers in Ambositra en terugrijden naar de hoofdstad.Antananarivo
12 juniBezoek aan het Koninklijk paleis in Ambohimanga (WE3) en de graven en cultuur van de Merina.Antananarivo
13 juniBezoek aan de Rova van Antananarivo en musea in de stad.Antananarivo
14 juniBuffer/rustdagAntananarivo
15 juniVlucht naar Morondova in het westen, met Madagaskar Airlines (12.00-13.10).Morondova
16 juniLange rit met 4wd naar Bekopaka voor het Tsingy NP.Bekopaka
17 juniPetit Tsingy. Tsingy de Bemaraha NP (WE4).Bekopaka
18 juniGrand Tsingy.Bekopaka
19 juniLange rit terug naar Morondova.Morondova
20 juniRustdag in Morondova of dagtour naar Kirindy en/of Avenue de Baobabs.Morondova
21 juniTaxi-brousse terug naar Antananarivo (hele lange dag).Antananarivo
22 juniBuffer/rustdagAntananarivo
23 juniDagtocht naar Mantasoa, een industrieel erfgoed.Antananarivo
24 juniTaxi-brousse naar Andasibe (3u).Andasibe
25 juniBezoek Andasibe NP (Perinet/Analamazaotra gedeelte).Andasibe
26 juniBezoek Mitsinjo Reserve en avondwandeling.Andasibe
27 juniTaxi-brousse terug naar Antananarivo. Terugvlucht met Air France om 23.55 via Parijs.Vliegtuig
28 juniTerugkeer in Amsterdam om 13.45Thuis

Centrale Hooglanden

Mijn reis door Madagaskar begon met een rondreis van een week door de Centrale Hooglanden met een privéauto + chauffeur/gids. Met een gemiddelde snelheid van minder dan 40km per uur door kuilen in de weg en trage vrachtwagens waren we bijna elke dag lang onderweg. Maar ik bleef genieten van het uitzicht op de landbouwterrassen, het zeboe-vee en de bakstenen huizen met drie verdiepingen, het meest voorkomende type op het platteland. Sommige hebben zelfs een decoratief patroontje in hun baksteenontwerp. Op zondag zagen we naast veel kerkgangers ook evenementen als hanengevechten, Jeu de Boules-wedstrijden en voetbalwedstrijden opduiken langs de weg.

DSCN5822

In de stad Antsirabe heerst nog een waardige sfeer uit de tijd als Franse koloniale hoofdstad. Het voormalige treinstation is een architectonisch monument, evenals het bejaardentehuis waar we zelfs formeel toestemming voor moesten vragen om het te mogen fotograferen.

Antsirabe

Antsirabe is gelukkig een autoluwe stad. De pousse-pousses (riksja’s getrokken door mensen) zijn er nog steeds, maar slechts in kleine aantallen. Later kwamen we er meer tegen in Ambositra. Fietsen is nu dé activiteit in Antsirabe, en ik maak een heerlijke mountainbiketocht van 20 km over onverharde landelijke wegen naar het vulkanische meer van Tritriva.

We pikten uitstekende mountainbikes en helmen op bij een kleine verhuurder naast het Trianon hotel. Samen met de jonge fietsgids Jimmy ging ik op pad, terwijl de auto ons later weer op zou halen. We fietsten eerst de stad uit, langs de bierfabriek. Vanaf daar sloegen we een schitterende onverharde weg in ‘achterlangs’. Je fietst hier pal langs de rijstvelden.  Mannen kwamen ons tegemoet met volgeladen karren getrokken door twee zeboes. Verder ook veel mensen te voet of op de fiets.

IMG_2265

De rit eindigt met een steile klim (die ik lopend aflegde), want het meertje ligt bovenop een heuvel. We gingen meteen te voet verder, aan de hand van een lokale gids. Het meer is omgeven door bossen en we zagen voor het eerst wat vogels, waaronder de karakteristieke Madagaskarwever (Red Fody). De chauffeur was inmiddels ook gearriveerd en die had lunch meegebracht (belegd stokbrood van het onvolprezen restaurant Chez Jenny), wat we aan het meer opaten.

Lake Tritriva

Telkens terugkerende elementen in het landschap waren ook de graven van de Merina-bevolking – familiegraven die om de vijf jaar worden geopend voor de ‘draaiing van de botten’-ceremonie.

DSCN5735

Langs de weg vinden allerlei commerciële activiteiten plaats. Onder de koopwaar waren gekookte eieren, levende kalkoenen, brandhout en strohoeden. De meest voorkomende industrieën waren de ‘baksteenfabrieken’ en steenhouwers.

In Ambatolampy bezochten we een kleine aluminiumfabriek waar ze – onder zeer ongezonde omstandigheden – pannen in alle maten maken van gerecycled aluminium. En in Ambositra gingen we naar twee houtbewerkers, die sierstukken en huishoudelijke gebruiksvoorwerpen maken waarbij ze ook slim gebruik maken van herbruikbare materialen zoals oude autobanden.

Ambositra

#844: Regenwouden van de Atsinanana

Wat is het?
De Regenwouden van de Atsinanana zijn de resterende bossen waarin Madagaskar’s unieke biodiversiteit overleeft. Het grootste deel van het planten- en dierenleven op het eiland heeft zich de afgelopen 60 miljoen jaar in isolatie ontwikkeld; tot 90% van de hier gevonden soorten is endemisch. De regenwouden liggen verspreid over zes nationale parken op steil terrein in het oosten van het land.

Ranomafana NP

Cijfer: 8 (Het is een groene oase in het kale en zanderige Madagaskar. En de plek waar ik mijn eerste maki’s zag.)

Toegang: De entree kost, zoals alle nationale parken in Madagaskar, 55.000 Ariary (12 EUR). Daarnaast moet je verplicht een tour met lokale gids doen, waarvan de prijs afhangt van de duur. Beide zaten al inbegrepen in de kosten van mijn tour van een week door de Centrale Hooglanden.

Hoeveel tijd: Een avond en een ochtend.

Opvallend: Uit de werelderfgoedlocaties kies ik ervoor om het Ranomafana Nationaal Park te bezoeken, omdat dit het gemakkelijkst te bereiken is. Na twee dagen rijden vanuit de hoofdstad via Antsirabe langs kale rode grond en landbouwterrassen, is het daar opeens: het regenwoud! Zelfs in het droge seizoen regent het hier ’s nachts vaak. Er is zelfs nog meer water aanwezig via de rivier met een grote waterval naast de toegangsweg.

Ranomafana NP

Ik verblijf één nacht in het dorp Ranomafana; zo kun je na aankomst de nachtwandeling maken en de volgende ochtend de dagdieren bezoeken. Als je geïnteresseerd bent in een gespecialiseerd onderwerp zoals vogels kun je je er makkelijk langer vermaken – het park heeft drie delen, waarvan in het belangrijkste de meeste maki’s leven en de andere twee hun eigen kwaliteiten hebben.

De nachtwandeling wordt tegenwoordig uitgevoerd langs de weg parallel aan de ingang van het park – het is verboden om de parkgrenzen in het donker te betreden omdat mensen verdwaald raakten en/of stroperij. Ik ga met een lokale gids, voor wie dit bijbaantje een welkome aanvulling is op zijn inkomen als bananenboer. Hij heeft scherpe ogen, vooral voor kameleons. We zien veel soorten, sommige heel klein en andere van behoorlijke omvang. Ze veranderen van kleur als we ze meer van boven en van dichtbij bestuderen, de kunst is om dan snel de andere kant te bekijken waar de originele kleuren nog aanwezig zijn.

Ranomafana NP

Maki’s komen ook voor in dag- en nachtactieve soorten. Ons doel voor de nacht is de bruine muismaki. De gidsen (er is er nog één aanwezig langs de weg met een stel toeristen stel op sleeptouw) wrijven bananengeur op een boomtak om ze te lokken – we zien er al snel eentje, maar de plek werd voornamelijk gebruikt door een rat die de maki wegjaagt. Later, op een andere plek, krijgen we oogschijnsel via de zaklampen. Inzoomend met mijn camera blijkt het inderdaad de muismaki te zijn, een klein beestje dat ons aankijkt met twee wijd opengesperde ogen.

De volgende ochtend rond half acht beginnen we aan de wandeling in het park, nadat we een kaartje hadden gekocht bij de receptie. Het ticket toont de Gouden bamboemaki, het uithangbord van dit park en de reden waarom het is opgericht. Met de gids gaan we op pad om wat planten en vogels te zien maar vooral maki’s natuurlijk. Een spoorzoeker loopt vooruit om naar deze zoogdieren te zoeken. Het hoofdpad in het park is vrij eenvoudig (een beetje op en neer) en geplaveid met grote stenen blokken. Helaas komen de maki’s meestal niet in de buurt van het pad, hoewel het bekend is dat sommigen van hen in de vroege ochtend de onlangs gerenoveerde brug over de rivier nemen.

De soorten waar Ranomafana vooral bekend om staat, de verschillende bamboemaki’s, ontbijten in een stukje dicht bamboebos. Als de tracker een maki heeft gevonden, moet je de heuvel op en over boomstammen klauteren om dichtbij genoeg te komen om ze te zien. De hele ervaring doet me denken aan Mgahinga NP in Oeganda, waar je in een vergelijkbaar bamboebos op zoek gaat naar Golden Monkeys.

Ranomafana NP

Gelukkig zijn maki’s relaxter in de buurt van mensen en beter bestand tegen geluid dan bijvoorbeeld apen. Gidsen en spoorzoeker schreeuwen naar elkaar door het bos. En de maki’s blijven knabbelen aan hun bamboescheuten zelfs met 6 fotograferende toeristen onder hun boom.

We zien uiteindelijk drie soorten in de loop van 3,5 uur: de ernstig bedreigde Grote Bamboemaki (ziet eruit als een grote teddybeer), de eveneens ernstig bedreigde Gouden Bamboemaki, en de minder bedreigde (status: kwetsbaar) Roodbuikmaki, die leeft ook in andere parken maar wordt niet zo vaak gezien. Deze maki-soorten leven als koppels of gezinnen en zijn redelijk stil, dus ze zijn niet gemakkelijk zelf te spotten.

Ranomafana NP

Op de weg terug wandelen we over een rustig bospad. De gids weet hier nog een wandelende tak en een prachtig gecamoufleerde bladstaartgekko voor me op te sporen.

Anja

Een halve dag rijden verder naar het zuiden vanaf Ranomafana NP ligt het onmisbare Anja-reservaat (je spreekt het uit als Anzha). Het wordt gerund door de lokale gemeenschap en beschermt een klein stukje bos rond enorme granieten rotsblokken. Het is een prachtige omgeving.

Anja Reserve

Een lokale gids staat al te wachten om me mee te nemen op een wandeling van twee uur door het reservaat. Het eerste gedeelte gaat over een eenvoudig pad door een droog bos.

Dit is het leefgebied van zo’n 40 families ringstaartmaki’s, de grootste concentratie van maki’s in heel Madagaskar. ’s Nachts rusten ze in grotten (één gezin per grot), ’s ochtends komen ze via de rotsblokken naar beneden naar het bos om te ontbijten met de vruchten, water te drinken bij het meertje en met open armen te ‘zonnebaden’ om hun buikjes warm te krijgen.

Anja Reserve

Hier is geen ‘tracker’ nodig om de beestjes te vinden: het is maar een klein gebied en de ringstaartmaki’s maken veel lawaai. Omdat ze in groepen van 15-20 exemplaren leven, in tegenstelling tot veel andere soorten maki’s, is het vooral interessant om te zien hoe ze met elkaar omgaan en communiceren.

Anja Reserve

We wachten een hele tijd bij het water om te kijken of de maki’s komen drinken. Er zijn ook een paar andere toeristen aanwezig, die staan er al een uur. Maar het is mistig en wat fris vandaag, dus de maki’s zijn laat aan hun ochtendroutine begonnen.

Wij klimmen verder omhoog en komen een paar maki’s tegen die over de rotsen lopen, wat mooie plaatjes oplevert.

Anja Reserve

De gids heeft een hele klauterpartij voor mij in gedachten, die eindigt bij een uitkijkpunt over de rotsen. Aan de achterkant moet je dan weer naar beneden, daarvoor is zelfs een touw opgehangen zo steil is het.

Behalve als verblijfplaats voor de maki’s dienen de rotsen hier ook als familiegraven van de lokale Betsileo-bevolking. De stenen constructies lijken op onmogelijke plekken te zijn gebouwd, de gids vertelt dat ze er met behulp van touwen en ladders naar toe klimmen.

Anja Reserve

#845: Ambohimanga

Wat is het?
De Koninklijke heuvel van Ambohimanga was van de 15de tot de 19de eeuw het politieke, religieuze en culturele centrum van Madagaskar. De ommuurde stad, met stenen toegangspoorten, drie paleizen, begraafplaatsen en heilige plekken, heeft een mengeling van Malagassische en Europese bouwstijlen. De heuvel is ook bedekt met heilige bossen, een heilig meer en landbouwterrassen. Het is nog steeds een pelgrimsplaats voor de lokale bevolking voor de verering van het voormalige koningshuis en de voorouders.

Ambohimanga

Cijfer: 8 (Het is een prachtige plek om te bezoeken omdat het in goede staat verkeert en zoveel lagen heeft: het getuigt van het eerste verenigde Malagassische koninkrijk, het begin van diens interactie met de buitenwereld net voor de koloniale tijd, en een hedendaagse plaats van aanbidding.)

Toegang: Dit zat inbegrepen in mijn tour, maar aan de tickets lees ik af dat de kosten 10,000 Ariary (2 EUR) zijn voor de entree en 2,000 om (buiten) te mogen fotograferen. De entree werd twee keer betaald omdat ik twee begeleide activiteiten deed.

Hoeveel tijd: Ik bracht er 3 uur door met een rondleiding door het paleiscomplex en een boswandeling.

Opvallend: Hoewel het slechts 20 km af ligt van de hoofdstad Antananarivo, duurt het met de auto bijna een uur om er te komen. Het verlaten van het drukke stadscentrum is het moeilijkst, daarna volgt een mooie rit langs de rijstvelden. Ambohimanga is één van de vele heuvels in dit gebied. Vanaf de weg zie je ook het graf van de koninklijke astroloog op de aangrenzende, iets hogere heuvel. Ook liggen er overblijfselen van een paleis tussen deze twee heuvels. De heuvel van de astroloog is een populaire plek voor lokale ceremonies, de enige manier om er te komen is door naar boven te lopen.

Ambohimanga

We begonnen het bezoek aan Ambohimanga na binnenkomst via de Koningspoort. Lokale adel begon deze heuveltop vanaf de 15de eeuw te gebruiken, maar het meeste van wat je nu ziet dateert uit het begin van de 19de eeuw. Het Malagassische koningshuis was een promiscue groep, de gids vertelde verhalen over de koningin die al haar minnaars liet vermoorden of de premier die uiteindelijk met drie van de koninginnen trouwde (de koning had er 12).

Het oudste overgebleven bouwwerk is het paleis van de koning, een traditioneel Malagassisch houten gebouw, slechts iets groter dan de gewone huizen, maar met interessante kenmerken van binnen. Zo sliep de koning bovenin en aan de achterzijde: slechts in uitzonderlijke gevallen kregen bezoekers hem te zien.

Ambohimanga

Aan de achterkant van dit ‘paleis’ liggen de gerestaureerde graven van de voorouders van de eerste koning. Wat er nog over was van de menselijke resten is opnieuw begraven, nadat ze in 1897 door de Fransen naar Antananarivo waren gebracht.

Het naastgelegen paleis van de koningin, daterend uit 1871, heeft duidelijk Europese invloeden. Tegen die tijd waren de Malagasi zich meer bewust van de buitenwereld en raakten ze verbonden met buitenlandse royalty. Geschenken uit België, Spanje en de Britse koningin Victoria zijn bewaard gebleven.

Ambohimanga

Hoewel de hier aangerichte koloniale schade groot was (de Fransen wilden de Malagassische geest breken), heeft het de essentie van de plek niet vernietigd en de beheerders zijn er duidelijk trots op. De stenen schijf waar de koninklijke zeboes werden geslacht, staat nog steeds op zijn plaats en de jaarlijkse offers gaan door, zoals te zien is aan de nieuwe zeboe-hoorns in de verzameling die aan de heilige vijgenboom zijn genageld.

Ambohimanga

De boswandeling van twee uur vereist een extra toegangsprijs en een andere gids, en is niet altijd beschikbaar. Het zorgde voor een verdieping van mijn begrip van de site in het algemeen, dus ik kan hem aanraden. Het bos ligt binnen de grotere omheining van de Koninklijke heuvel en de grote verscheidenheid aan planten en bomen werd om praktische en spirituele redenen onderhouden. Het is bijna een botanische tuin en delen ervan staan er al honderden jaren. Sommige planten zijn voor medicinaal gebruik, andere leveren bladeren voor het zetten van thee en sterke houtsoorten zoals het Madagaskar-palissander werden gebruikt voor de constructie van gebouwen. De lokale bevolking mag de bladeren en vruchten nog steeds gebruiken, maar de bomen niet kappen.

Ambohimanga

Het dichte bos diende ook als extra verdedigingslaag en langs de paden kom je oude poorten en de resten van een diepe gracht tegen. Er was een poort voor het gewone volk, wat de hoofdtoegangsweg was voordat de Fransen de huidige maakten via de koninklijke poort. En er was een poort die alleen werd gebruikt om overledenen naar boven te dragen. Alle poorten hebben een grote stenen schijf die op zijn plaats kan worden gerold om hem te sluiten. De poorten werden bewaakt door gewapende soldaten en hadden ook heggen bovenop de muren.

Ambohimanga

Tot slot zou ik het kleine café met panoramisch terras aan de parkeerplaats bovenop de heuvel willen aanbevelen. Hier maken ze een prima Porc au Ravitoto, varkensvlees in een saus van geplette en gekookte cassaveblaadjes die een beetje naar pittige spinazie smaakt. Het taboe op het eten van varkensvlees op deze Koninklijke heuvel – opnieuw ingesteld na de verwoestende cycloon van 2012 – lijkt niet al te strikt te worden nageleefd!

Antananarivo

De hoofdstad van Madagaskar is een intimiderende plek, een overbevolkte metropool gebouwd tegen en tussen een aantal heuvels. Geïmproviseerde markten zijn er overal op de trottoirs, dus mensen lopen op straat, waardoor auto’s eeuwig in de file staan. Ook is er geen gebrek aan daklozen en bedelende kinderen, en doen mensen hun behoefte op straat.

IMG_2508

Meer kalmte is er te vinden in de bovenstad, een architecturale mix van Aziatische en Europese invloeden in de smaak van de koninklijke en politieke elite van het land in de 19de eeuw. Dit ligt op de top van de hoogste heuvel. Hier begonnen de ‘belangrijke’ mensen hogerop te leven, en hoe verder je naar beneden gaat hoe armer het wordt. Het voelde volkomen veilig om alleen in de bovenstad rond te lopen. Alleen in de buurt van de Rova (het paleis van de koningin) kwam ik een aantal ‘gidsen’ tegen, maar die stopten al snel met het aanbieden van hun diensten toen ik ze negeerde.

Haute Ville Antananarivo

Omdat mijn pension al halverwege bergop lag, heb ik het hele gebied te voet verkend. Als je uit de lager gelegen delen van Tana komt, zoals bij het meer, is het aan te raden om een taxi naar de Rova te nemen en dan naar beneden te lopen. Mijn wandeling begon met zo’n 300 treden de historische Escalier Tavao op – in de vroege ochtend wordt deze door de gespierde jongens van de stad gebruikt als buitengym. Ze helpen elkaar met hun routines, zoals het doen van squats de trap helemaal op en neer.

Haute Ville Antananarivo

Als je eenmaal de trap overwonnen hebt, is de resterende route vrij eenvoudig. In totaal heb ik slechts zeven kilometer gelopen tijdens de 3,5 uur die ik in het gebied doorbracht.

Een goede eerste stop onderweg is het Fotomuseum: een modern gebouw dat historische foto’s toont die aan elkaar zijn gevlochten tot korte films over Malagassische onderwerpen, waaronder één in kamer #1 over de historische gebouwen van Tana. Er was ook een interessante tentoonstelling over de lamba, het traditionele kledingstuk van Madagaskar (een rechthoekige doek) die je nu zelden nog gedragen ziet. Ze hebben ook een hip museumcafé waar je koffie met iets lekkers kunt nemen.

Haute Ville Antananarivo

In de bovenstad staan veel 19de-eeuwse kerken, de meeste in een stijl die lijkt te zijn geïmporteerd van het Engelse platteland. Dit komt doordat het Christendom in het midden van de 19e eeuw door de London Missionary Society op het eiland is geïntroduceerd. Dus toen de eerste Madagassische/Merina-koningin zich tot het christendom bekeerde, werd ze protestant. Tegenwoordig vind je in elke Malagassische stad nog steeds zowel protestantse als door de Franse kolonisator gestichte katholieke kerken.

Haute Ville Antananarivo

Het Andafiavaratra-paleis was het paleis van de premier aan het einde van de 19de eeuw (die het land bestuurde met de laatste koningin, vlak voor de Franse koloniale machtsovername). Het is nu een museum, maar helaas is het om onbekende redenen omheind en gesloten.

Een opmerkelijk gebouw in de buurt is het voormalige gerechtsgebouw, gebouwd in 1881 in de stijl van een Griekse tempel zonder muren.

Haute Ville Antananarivo

Ten slotte is er de Rova, een groot complex, dat naast het monumentale paleis dat je vanuit heel Tana kunt zien, ook houten ‘hutten’ omvat die dienden als koningspaleizen (vergelijkbaar met Ambohimanga), koninklijke graven en de eerste kerk die voor de koningin werd gebouwd.

Ook dit is gesloten voor renovatie, al sinds 1995 nadat het door brand bijna volledig was verwoest. Als je naar achteren loopt, kun je door het hek naar binnen kijken en de kerk en één van de houten constructies zien. Het zag er allemaal goed gerestaureerd en netjes uit, ik vraag me af waarom ze nog steeds niet heropend zijn.

Haute Ville Antananarivo

Westkust

Mijn hoofddoel voor de westkust is het werelderfgoed Tsingy de Bemaraha. Realistisch gezien is er geen gemakkelijke manier is om dit park aan de westkust van Madagaskar te bereiken. Een retourtje duurt minimaal 5 dagen vanaf de hoofdstad Tana. Tot overmaat van ramp moet het tegenwoordig worden bezocht als onderdeel van een gewapend konvooi vanwege zorgen over de veiligheid, aangezien er langs de route overvallen zijn gepleegd. Er is geen openbaar vervoer naartoe, alles moet per 4WD worden gedaan, hoewel de zeer rijken een vliegtuigje kunnen charteren en landen op een landingsbaan die zo’n 8 kilometer van Grand Tsingy ligt.

Mijn tocht naar de Tsingy begint met een binnenlandse vlucht naar Morondava. De lokale vliegmaatschappij Tsaradia staat niet bekend om zijn punctualiteit, maar bij mijn vlucht blijft de vertraging beperkt tot 20 minuten. Het is maar een klein vliegtuig, voor zo’n 50 passagiers, en hij gaat maar twee keer per week.

IMG_2515

De volgende ochtend vertrek ik in een 4WD met chauffeur en gids op weg voor een volle dag rijden. De weg naar Tsingy vanuit de kustplaats Morondava (195km/8u) begint met een passage door de bekende Avenue van de Baobabs. We stappen uit en lopen het fraaiste stuk – het deel waar de baobabs dicht bij elkaar staan is niet zo groot. Het is erg fotogeniek, maar om nu helemaal naar dit deel van Madagaskar af te reizen voor alleen dit (zoals sommige toeristen doen)…

Avenue of the Baobabs

Vanaf dat punt is de zandweg alles wat er is – Tsingy is daarom ook ontoegankelijk tijdens het regenseizoen. Iets verderop ligt de afslag naar Kirindy Forest, een nationaal park dat sinds Covid erg te lijden heeft gehad: mensen verlieten de plek, de honden kwamen binnen en de fossa (het grootste roofdier van Madagaskar) die er voorheen makkelijk te zien was vertrok nadat hij niet genoeg voedsel meer kon vinden.

Het volgende beetje opwinding komt na 4 uur bij de oversteek van de Tsribihina-rivier bij Belo: het duurt ongeveer een half uur met een eenvoudige veerboot die vier 4WD’s kan vervoeren. Het is een heel spektakel als de auto’s erop worden geladen.

Belo sur Tsiribihina

De boottocht is een prettige onderbreking van het gehobbel in de auto. Kleine bootjes maken de oversteek met lokale passagiers, en mensen gebruiken de rivier om te vissen of om de was in te doen.

De lunch wordt genuttigd in Belo, een grotere stad waar een paar goede restaurants zijn. Vanuit Belo zou het gewapende konvooi vertrekken, maar op de een of andere manier hebben we het gemist hoewel we ons meldden bij de legerpost aan de rand van de stad. Ze wuifden ons gewoon door. We kwamen genoeg gendarmerie langs de weg tegen om het veilig genoeg te laten voelen.

Dit is een minder dichtbevolkt gebied en de weinige dorpen zien er erg arm uit. Op de terugweg vertelde de gids dat hij hier eens een paar dagen vast had gezeten met een paar backpackers, nadat de auto stuk was gegaan. Er is hier geen schoon drinkwater en geen dorpjes waar ze iets te eten verkopen, dus het was nogal een beproeving.

Onderweg naar Bekopaka

De conditie van de zandweg werd er zeker niet beter op naarmate we dichter bij onze bestemming kwamen: in de laatste 20 kilometer moesten we twee keer een diep stuk water doorkruisen met de 4WD. Gelukkig kwamen we niet vast te zitten.

Onderweg naar Bekopaka

De tocht eindigde met een tweede veerboot – een korte vaart maar, om de rivier de Manambolo te doorsteken naar het plaatsje Bekopaka bij de ingang van het Tsingy de Bemaraha nationaal park.

#846: Tsingy de Bemaraha

Wat is het?
De Tsingy de Bemaraha is een spectaculair geërodeerd landschap van tot 100 meter hoge kalkstenen karsttoppen met scherpe pieken. Het ligt aan de drogere westkant van Madagaskar. In zijn droge loofwouden leven vele bedreigde diersoorten, waaronder 11 soorten maki’s en 17 endemische reptielensoorten.

Grand Tsingy

Cijfer: 7,5 (De tocht ernaar toe is eigenlijk het spectaculairst en de omgeving mag er ook zijn. Op de Tsingy zelf raakte ik snel uitgekeken.)

Toegang: Zoals in alle parken van Madagaskar betaal je zowel voor de entree als voor de begeleide tours, en dat twee keer in mijn geval omdat ik er twee dagen was. De kosten waren 55,000 Ariary (12 EUR) per dag aan entree en 165,000 Ariary (36 EUR) voor de lokale gids.

Hoeveel tijd: Eén of twee dagen. Omdat het zo ver rijden is en ik ook wat meer van de omgeving wilde zien, koos ik voor twee dagen.

Opvallend: In de vroege ochtend meldden we ons bij het parkkantoor in Bekopaka. Omdat er ooit geld uit het kantoor is gestolen, moeten de toegangsprijzen tegenwoordig worden betaald via mobiele geldoverboeking (mijn gids deed dat voor mij). Wel kan de betaling van de verplichte rondleidingen, die veel duurder zijn, contant worden gedaan. Ik denk dat de toegangsgelden naar Parcs Madagaskar gaan en het tourgeld lokaal blijft.

Ik had twee dagen in het park gepland, hoewel de meeste mensen het op één dag doen aangezien de meeste tours maar een halve dag duren. Op de eerste dag combineerde ik een boottocht en een bezoek aan de Petit Tsingy.

Manambolo Gorge

Het park grenst in het zuiden aan de rivier de Manambolo; de kloof “is een landschappelijke attractie die bijdraagt aan de intrinsieke waarden van Bemaraha”, aldus de werelderfgoedevaluatie. We navigeerden er in twee aan elkaar gebonden houten kano’s doorheen, voortbewogen en bestuurd door een lokale ‘poler’. De rivier, die zich over een lengte van 370 km helemaal door het kalksteenmassief snijdt tot aan de zee, is in dit droge seizoen niet diep. Er zijn krokodillen, maar de enige wilde dieren die we zagen waren vogels. Meest dimorfe zilverreigers, die hier nestelen.

We stapten twee keer uit de kano om grotten te bekijken, één waar de gids enthousiast op druipsteen wees en de andere waar we een mooie nachtvlinder zagen. Verderop, hoog tegen de kliffen, zijn ook de overblijfselen van Vazimba-graven te zien. De witte schedels van de oudste Malagassische voorouders die daar liggen zijn zelfs met het blote oog zichtbaar.

DSCN6545

Terug aan land liepen we naar de ingang van de Petit Tsingy die naast het dorp ligt. Het heeft een creatief toegangsbord gemaakt van stukjes tsingy, inclusief een UNESCO-logo.

Wandelen in de Tsingy is een vaardigheid waar je even aan moet wennen – de rotspieken zijn behoorlijk scherp, maar meestal kun je ze zijdelings wel vasthouden. Ze zullen niet gemakkelijk breken. Je moet je in het ‘labyrint’ beneden door nauwe doorgangen wurmen, waar een persoon die 5 kilo zwaarder is dan ik al echt moeite zou hebben. Klimmen gebeurt via goed gepositioneerde treden, en met behulp van leuningen, touwen en ladders. Al deze door de mens gemaakte toevoegingen waren in goede staat en droegen echt bij aan mijn vertrouwen om hier veilig doorheen te komen.

Uiteindelijk moet ik zeggen dat ik de ervaring meer ‘interessant’ vond dan echt spectaculair – de Petit Tsingy is slechts een klein stukje Stenen Woud, waardoor een wandeling maximaal 1,5 uur duurt.

Petit Tsingy

De volgende dag vertrokken we om 6 uur naar de Grand Tsingy. De ingang tot dit hoofddeel van het park ligt 17 kilometer ten noorden van Bekopaka, dus we begonnen met nog een uurtje rijden. Dit stuk weg is nog slechter dan de andere die we tot dan toe hadden gereden, en we kwamen zelfs vast te zitten op de terugweg (maar mijn chauffeur, mijn gids en de plaatselijke parkgids slaagden erin ons uit te graven).

Er is een parkeerplaats net buiten het bos, vanwaar de Grand Tsingy-wandelingen beginnen. We deden het Andamozavaky Circuit in de ‘gemakkelijke’ richting (heen door het bos, terug door het labyrint). Er waren nog een paar andere buitenlandse toeristen aanwezig met hun gidsen die allemaal dezelfde route kozen.

Grand Tsingy

De wandeling begint gemakkelijk in het bos rondom de Tsingy. Het is de thuisbasis van maki’s en we hadden goede waarnemingen van Decken’s Sifaka (met een baby op de rug) en de roodvoorhoofdmaki. De meeste toeristen rennen hier doorheen op weg naar de Tsingy-pieken, maar ik nam mijn tijd om foto’s te maken en de maki’s te bekijken.

Grand Tsingy
Grand Tsingy

Na anderhalve kilometer bereik je de eerste ladder en daar begint de pret. Ik voelde me net een bergbeklimmer, met een harnas om, mezelf vastklikkend aan de touwen die aan de moeilijkere delen zijn vastgemaakt, en ladders beklimmend om van gezichtspunt naar gezichtspunt te gaan. Het is verbazingwekkend hoe ze deze stenige toppen toegankelijk hebben gemaakt om te ze van dichtbij te bekijken. De ladders zijn stevig vastgenageld en erg gemakkelijk. Als je erge hoogtevrees hebt moet je het maar niet proberen, maar ik vond het niet zo eng. Ik was vooral geconcentreerd om van punt naar punt te komen.

Grand Tsingy

Zelfs de beroemde brug valt in werkelijkheid erg mee – hij is niet zo lang als hij er op foto’s uitziet en opnieuw erg stevig (en je zit vastgeketend).

Na een paar Tsingy-pieken beklommen te hebben had ik er wel genoeg van. Het is wat het is (googelen op 5 foto’s van ‘Tsingy de Bemaraha’ geeft je de bekendste vergezichten) en het komt zonder veel verrassingen, hoewel een bloeiende bloem op de kale rotsen wel een mooi gezicht was.

Ik heb enorm genoten van de hele expeditie om er te komen en dit deel van Madagaskar te ervaren. Al met al was het één van de meest avontuurlijke werelderfgoedbezoeken die ik tot nu toe heb gedaan. We slaagden erin om het gebied ook weer veilig te verlaten, dit keer met twee gewapende soldaten achter in ‘mijn’ 4WD (geen van de andere auto’s wilde ze hebben!), terwijl we het konvooi naar buiten leidden terug naar Morondava.

Mantasoa

De oude industriële site van Mantasoa bewaart de overblijfselen van een revolutionaire ontwikkeling in Madagaskar in de jaren 1830. De eerste Malagassische koningin, Ranavalona, wilde onafhankelijker worden van Europese mogendheden en vooral haar eigen moderne wapens produceren. Om dit te bereiken, schakelde ze de Franse schipbreukeling Jean Laborde in, die technische ervaring had. De dwangarbeid van 20.000 Malagassische mannen werd gebruikt om het industriële gebied te ontwikkelen, en later vonden 1.200 mannen werk in de fabrieken. De site werd alleen gebruikt tussen 1841 en 1855 totdat Laborde uit de gratie raakte en in ballingschap ging.

Mantasoa ligt ongeveer 50 kilometer van Antananarivo, maar we deden er 3,5 uur over. We gingen met een normale auto, in een 4WD kan het een half uur of meer sneller zijn, vooral de laatste 10 kilometer is de weg erg slecht. Het gebied is veel dichter (her)bebost dan de regio rond de hoofdstad en wordt doorkruist door een rivier; de nabijheid van bos (dennen) en water (moerassen werden veranderd in kunstmatige meren) was wat Laborde naar deze plek trok voor zijn industrieterrein . Mantasoa is tegenwoordig een gemeente met ongeveer 10.000 inwoners, verspreid over verschillende dorpen.

Mantasoa

Het industriële erfgoed van Mantasoa staat op Madagaskar’s Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed. In de beschrijving worden vijf specifieke locaties onderscheiden, maar die liggen dicht bij elkaar in het plaatsje en er is meer erfgoed uit deze periode tussendoor te vinden. We begonnen bij het voormalige huis van Laborde, een indrukwekkend houten gebouw naar het voorbeeld van de boerderijen in zijn geboortestreek Auch. Een vraag van mijn reisgenoot van vandaag, werelderfgoedreiziger-op-de-fiets en boomnerd Michael, bracht aan het licht dat het niet meer de originele palissanderversie is.

Het landgoed heeft een grootse entree met trappen en twee fallische symbolen die de bovenkant van de trap bewaken. Aan beide zijden van het hoofdgebouw staan kleinere stenen huisjes voor arbeiders. Het huis is nu een museum en we werden verwelkomd door de conciërge die de geschiedenis uitlegde (in het Frans). De collectie is bescheiden, maar opmerkelijk zijn de schaalmodellen van het industriële terrein zoals het er in de hoogtijdagen uitzag en een kaart waarop te zien is hoe de producten van Mantasoa naar Tana werden verscheept.

Mantasoa

De overige locaties liggen meer aan de rand van het dorp. Er bleek zelfs een echte ‘erfgoedroute’ (het Circuit Jean Laborde) te zijn bewegwijzerd, met stenen markeringen met een geelgeverfde top. Ook heeft elke locatie een verklarend bord.

Helaas was deze uitleg niet al te verhelderend, dus het grotere plaatje van hoe het destijds allemaal werkte ontging me. Een lokale gids was inmiddels met ons aan het meelopen, maar hoewel hij de weg goed kende, was zijn verhaal moeilijk te begrijpen.

Mantasoa

De locaties die we bezochten, waren:

  • Het zwembad van koningin Ranavalona I: dit bleek een leeg bassin van kalkmortel te zijn. Het maakte hier deel uit van haar woning en het water in het zwembad werd voortdurend ververst. Later las ik dat ze de arbeiders graag aan het werk zag en luisterde naar het lawaai van de fabrieken en waterraderen.
  • De ‘Carburerende oven’, waarvan slechts een eenzame schoorsteen is overgebleven naast het voetbalveld.
  • De Hoogoven, de meest indrukwekkende van de industriële overblijfselen. Het werd voornamelijk gebruikt voor de fabricage van kanonnen en geweren.
  • Het graf van Laborde, wat ligt op een heuveltop en is versierd met nog een fallisch symbool. De constructie zou in ‘hindoeïstische stijl’ zijn, maar leek me erg Europees.
  • Onderdeel van de industriële geschiedenis van Mantasoa is ook de huidige Lycée Technique waar de kanonwerkplaats en de kaarsen-, zeep- en aardewerkfabriek waren gevestigd.
Mantasoa

Als ze erin slagen het hele verhaal wat beter uit te leggen, kan hier een interessante nominatie uit voortkomen. Voor nu is het vooral een aangenaam dagje uit weg van de drukte van Antananarivo.

Andasibe

Andasibe is de bestemming in Madagaskar die het eenvoudigst te bereiken is op eigen gelegenheid met het openbaar vervoer. Ik nam de Cotisse bus van 10 uur uit Tana, en 5 uur later (inclusief lunchstop) werd ik afgezet op de kruising naar het plaatsje. De weg slingert zich door de heuvels, wat de rit minder fijn maakt voor mensen met wagenziekte. Ik zat naast een meisje van een jaar of 10 dat al een plastic zakje bij de hand hield en na verloop van tijd steeds meer moest overgeven. Met gebarentaal slaagde ik erin van plaats te wisselen met haar moeder, die achter me zat. Zo bleef ik schoon, wat niet gezegd kan worden van haar zusje die de volle laag over zich heen kreeg.

Andasibe

Vanaf de kruising met de doorgaande weg is het zo’n 2 kilometer lopen naar het nationaal park en 5 naar het plaatsje Andasibe en mijn hotel. Er rijden ook tuktuks en lokale bussen, maar ik vond de frisse lucht wel even fijn. Andasibe zelf bleek een authentiek marktdorp, zoals je ook in de bergen van Nepal tegen zo kunnen komen. Met alle dagen markt, en zelfs een soort kermis met draaimolen en gokspelletjes. Het treinstation (nu nog maar schaars in gebruik) is groots in koloniale stijl.

Andasibe

In en om Andasibe zijn eigenlijk 4 natuurgebieden te bezoeken (en nog wat dierentuinachtige attracties, die ik maar over heb geslagen). Het nationaal park Analamazoatra-Mantadia bestaat uit 2 delen: naast het centrale deel is er ook een afgelegen deel (Mantadia, bestaand uit oerbos) wat 17km hobbelen over een slechte weg vraagt en eigen vervoer. En er zijn twee natuurreservaten gerund door de lokale gemeenschap: Mitsinjo en VOIMMA. Ik verbleef 2 dagen / 3 nachten in dit gebied, en ging met een lokale gids op pad waarvan ik de contactgegevens had gekregen van mijn gids tijdens de tour over de Centrale Hooglanden.

We startten in Analamazoatra, het meest bezochte van alle Malagassische nationale parken. Het is fris deze ochtend. Ik kies de Indri 2 tour, die 3 uur moet gaan duren. Er zijn ook al wat andere toeristen op pad met hun gids, en de gidsen helpen elkaar dieren te vinden. Het bezoek levert gemakkelijk resultaat op: ik heb drie ‘nieuwe’ maki-soorten aangevinkt, plus nog een vrijwel onzichtbare bladstaartgekko. De Indri is de grootste makisoort; we vonden er een paar hoog in het bladerdak, maar ze wilden niet bewegen omdat het te koud was. Levendiger was een groep diadeemsifaka’s, die ook niet schuw naar mensen is.

Analamazaotra - Diadeemsifaka

De volgende dag bezocht ik V.O.I.M.M.A, een gemeenschapsreservaat grenzend aan het nationale park in Andasibe. Het is rustiger en een deel van de inkomsten gaat naar projecten voor de lokale gemeenschap zoals waterpompen (van de opbrengsten van het nationaal park zien ze lokaal weinig terug). We vonden hier al snel de bruine maki en kregen ook een beter zicht op de Indri terwijl deze langzaam naar beneden kwam voor het ontbijt. De gidsen weten precies waar hun favoriete ontbijtplek is, dus een tijdje staan wachten leverde uiteindelijk het gewenste resultaat op.

VOIMMA - Indri

Als klap op de vuurpijl vond de lokale parkgids me een Parsons kameleon – hij had hem 2 dagen eerder in dezelfde struiken gezien. In slow motion bewoog hij nu omhoog over een tak. Deze grote, kleurige kameloen stond al op mijn verlanglijst vanaf het begin van deze Madagaskar-reis, maar ik had hem tot nu toe niet gezien.

VOIMMA - Parson's kameleon

Terugblik Madagaskar 2023

Het was een stevige reis van bijna een maand naar twee eilanden in de Indische Oceaan. Réunion is om snel te vergeten, met uitzondering van het ruige vulkaanlandschap. Madagaskar was fascinerend, met zijn kalme en vriendelijke mensen en unieke dierenwereld.

Hoogtepunten van deze reis waren de ringstaartmaki’s in Anja Reserve, de expeditie naar Tsingy de Bemaraha en gewoon het dagelijks leven in de Centrale Hooglanden.

Visum

Voor toegang tot Madagaskar is een visum nodig. Dit kun je makkelijk bij aankomst op het vliegveld krijgen voor 30 EUR. De visumstickerprinter haperde bij mijn een beetje, zodat ik ook het visum van de persoon na mij in mijn paspoort kreeg. Dat leverde bij mijn vertrek nog wat opwinding op omdat het verlopen was, maar gelukkig accepteerde men mijn uitleg al snel.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog heen met Air France naar Réunion. Als je dit vanuit Nederland doet moet je je in Parijs verplaatsen van Charles de Gaulle airport naar Orly. Dit gaat vrij gemakkelijk met de trein (1x overstappen), maar kost je zo een uur. Op de terugweg vloog ik van Tana naar Parijs CDG. De vluchten waren niet erg vol en de middenstoel werd vaak vrijgehouden – gelukkig ook op mijn rij, zodat ik ruim kon zitten.

Tussen Réunion en Madagaskar gebruikte ik Air Austral. Een prijzige vlucht van anderhalf uur.

Binnenlandse vluchten
Met Tsaradia vloog ik van Antananarivo naar Morondava. De maatschappij heeft geen goede naam, maar ik ondervond geen problemen. Wel is het erg duur (208 EUR) voor een vlucht van minder dan een uur. Voor binnenlandse vluchten opent het vliegveld van Antananarivo pas twee uur vantevoren, en je moet buiten wachten als je eerder bent (ze hebben wel bankjes).

Auto met chauffeur/gids
Voor twee delen van deze reis heb ik een auto met chauffer/gids gehuurd. Beide bij kleinere, lokale aanbieders. Voor de Centrale Hooglanden gebruikte ik MadacarTour: professioneel, relatief goedkoop, goed georganiseerd (overal stond al een goed Engelssprekende gids uit het netwerk van de eigenaar te wachten), entreekosten en gidsen inclusief in de prijs.

Voor Tsingy gebruikte ik R’Jan Tsingy Expedition. Ik had zijn contactgegevens gekregen van een kennis; hij is meer een fixer dan een gids, en regelde een lokale 4WD met chauffeur voor deze tocht.

Het wegennet zit vol met gaten, dus op de verharde wegen kom je niet veel verder dan 40 kilometer per uur en op de onverharde 20 kilometer.

Openbaar vervoer
Tussen de steden rijden zogenaamde Premium busjes: ze vertrekken op tijd en nemen niet meer passagiers mee dan er zitplaatsen zijn. De bekendste maatschappij is Cotisse, die ik ook twee keer gebruikte. Het is vrij comfortabel, maar er zijn geen veiligheidsriemen en maar één chauffeur voor de ellenlange ritten.

Binnen de steden ging ik meestal te voet.

Hotels

Ik sliep in de volgende hotels:

Antananarivo (Madagaskar): Maison d’Hôtes Mandrosoa
Sereen landhuis op een heuvel boven de drukke markt in het centrum. Modern en stijlvol van binnen, veel lekkere plekjes om buiten te zitten. Goede wifi, heet water en lekker ontbijt. Ik verbleef hier zelfs drie keer verspreid over drie weken. Vooral de duurdere (40 EUR) kamer aan de voorkant is heerlijk.

Kosten: 25-40 EUR per nacht inclusief ontbijt

Antsirabe: Vohitsoa
Groots opgezet hotel op een terrein met huisjes, vast uit tijden dat er meer groepstoeristen kwamen. Nu was ik de enige gast. Het ligt iets buiten de stad. Mooi zwembad en zelfs een petanque baan.

Kosten: inbegrepen in mijn tour

Ranomafana: Le Grenat
Hotel bestaande uit eenvoudige huisjes, in het plaatsje. Geen wifi. Wel een muskietennet. Goed ontbijt en restaurant.

Kosten: inbegrepen in mijn tour.

Ambalavao: Zongo
Complex met ruime stenen huisjes met eigen terrasje. Wifi alleen bij receptie. Ontbijt karig, avondeten goed. Ook hier weer geen andere gasten.

Kosten: inbegrepen in mijn tour.

Ambositra: L’Artisan
Houten huisjes, mooi terrein. De huisjes zijn heel klein van binnen maar schoon en van alle gemakken voorzien. Wisselvallige wifi, soms ook in het huisje soms niet. Lekker eten en muziek ’s avonds. Het ligt middenin het chaotische plaatsje dus het is wel gehorig.

Kosten: inbegrepen in mijn tour.

Morondova: Select Hotel
Modern hotel langs de grote weg in de stad. Koopje voor 17 EUR. Matige Wifi. Vlak naast een tankstation met een redelijk gesorteerd supermarktje.

Kosten: 17 EUR exclusief ontbijt

Bekopaka: L’Orchidee de Bemaraha
Wat verouderde kamer, maar goed bed met muskietennet. Fijne veranda om ’s middags te zitten. Weinig gasten ook hier.

Kosten: 30 EUR per nacht inclusief ontbijt

Antananarivo: Valiha Hotel
Het slechtste hotel van deze reis, vooral ook omdat ik het steeds vergeleek met mijn eerdere hotel in deze stad (maar dat was volgeboekt). Chaotische eerste indruk (zelf bed opmaken), in lawaaiige omgeving. Gekozen omdat het ‘vlakbij’ het Cotisse busstation en de Waterfront Mall ligt, maar dat betekende een stoffige wandeling langs bandenboeren en markt. Ook viel de stroom regelmatig uit, ze lijken geen eigen generator te hebben.

Kosten: 34 EUR per nacht inclusief ontbijt

Andasibe: Lemur Lodge
Groots opgezet terrein en populair bij groepen. Het ligt een eindje buiten het plaatsje en wat ver van het nationaal park, maar voor dat laatste belden ze een tuktuk voor me. Zeer goed Engelssprekende en efficiënte front office. Het eten in het restaurant is OK maar niet groots; je moet hier bijna wel eten omdat het hotel zo afgelegen ligt.

Kosten: 45 EUR per nacht inclusief ontbijt

Antananarivo (Ivato): San Cristobal Airport Hotel
Ik gebruikte dit om een dag bij te komen voorafgaande aan de terugvlucht. Modern, ruim, mooi.

Kosten: 60 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
In de hotels krijg je meestal een baguette, iets met ei en fruit. Na verloop van tijd gaat de eentonigheid je een beetje tegenstaan, vooral ook omdat ik zelden een ei neem.

Het lokale ontbijt langs de weg dat ik ook een aantal keer mocht genieten bestaat uit koffie en een soort rijstpoffertjes. Ik kon maar niet wennen aan de Malagassische koffie, het is erg slap.

Lunch en Diner
Als je de goede restaurants weet te vinden, is het eten in Madagaskar erg goed en tegen een lage prijs. Tijdens de tours stopten we bij de beste ‘internationale’ restaurants van een stad, of bij de betere lokale.

De lokale keuken heeft veel typische gerechten, ook met een Aziatische inslag zoals de misao (bami). Mijn favoriet was de Porc au ravitoto. Alles wordt vergezeld van een enorme berg met rijst, soms met een bakje bouillon erbij om het wat minder droog te maken.

Kosten

Madagaskar is heel duur en heel goedkoop tegelijk. Het probleem zit hem in het transport – sommige plekken zoals Tsingy de Bemaraha zijn zo lastig te bereiken dat je dagenlang een 4WD met chauffeur moet huren. Ook is er sprake van het kunstmatige hoog houden van prijzen, vooral de Engelse en Amerikaanse tours zijn extreem duur en de lokale organisaties blijven vasthouden aan dat prijspeil (400 EUR per dag is geen uitzondering) en hun vaste routes.

Meestal moet je cash betalen. Het opnemen van Malagassische Ariary verliep zonder problemen, hoewel je wel een paar keer achter elkaar moet pinnen om aan een substantieel bedrag te komen. Het grootste briefje is 20.000 Ariary waard, zo’n 4,5 EUR.

Ik kwam uiteindelijk uit op 160 EUR per dag. Eten en openbaar vervoer zijn erg goedkoop, en voor 25-40 EUR krijg je een keurige hotelkamer met ontbijt.

De kosten, gedeeld door 23 dagen en exclusief internationale vluchten, waren als volgt verdeeld. Een deel van de hotel- en entreekosten zat ook in de tours, dit is niet uitgesplitst:

Per dagHotelsEtenVervoerToursEntreesOverig
16027*12168810*7

Kosten per dag in EUR

Leave a comment