- Route
- #836: Pergamon
- #837: Troje
- Iznik
- Sivrihisar
- Gordion
- Konya
- #838: Çatalhöyük
- Tlos
- #839: Xanthos-Letoön
- Kaunos
- #840: Aphrodisias
- #841: Safranbolu
- #842: Selimiye moskee
- Edirne
- Terugblik West-Turkije 2023
Route
In 1992 maakte ik een georganiseerde rondreis van drie weken door Turkije met de toepasselijke naam ‘All Turkey’. We bezochten inderdaad zowat heel Turkije, langs de Zwarte Zee tot in het verre oosten met Ani, Van en Diyarbakir. Die reis leverde me maar liefst acht ‘vinkjes’ op voor plekken die later werelderfgoed zijn geworden. En een paar jaar geleden was ik nog eens in Istanbul en Bursa op eigen gelegenheid.
Hoewel ik dus al veel van Turkije gezien heb, heb ik nog een paar regio’s te doen, met name langs de westkust. Doel van deze reis zijn zeven nieuwe werelderfgoederen, drie plaatsen die in respectievelijk 2023/2024/2025 op de nominatie staan en nog zomaar wat interessante plekken langs de route.

Ik maak de reis deels met het openbaar vervoer (inclusief binnenlandse vluchten) en deels met een huurauto:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 26 apr | Vlucht met Lufthansa naar Izmir via Frankfurt. Auto ophalen en 1.5 uur doorrijden naar Bergama in de vroege avond. | Bergama |
| 27 apr | Bezoek aan de opgravingen van Pergamon (WE1). Dan de auto in voor Troje (WE2), 2.5 uur verderop. | Troje |
| 28 apr | Lange rit naar het oosten, met o.a. een stop in Iznik (bekend om z’n tegels). | Bozuyuk |
| 29 apr | Rijden naar Konya, via de Grote Moskee van Sivrihisar en de opgravingen van Gordion. | Konya |
| 30 apr | Hele dag in Konya, met zijn moskeeën en madrassa’s uit de tijd van de Seljoeken. | Konya |
| 1 mei | Eerst naar de opgravingen van de prehistorische stad Catalhoyuk (WE3), iets buiten Konya. Dan verder rijden naar de zuidkust via Aspendos. | Belek |
| 2 mei | Naar Xanthos-Letoon (WE4), opgravingen van de Lycische beschaving, en het verwante Tlos. | Patara |
| 3 mei | Via de rotstombes van Kaunos naar de opgravingen van de Hellenistische stad Aphrodisias (WE5), bekend om zijn marmer. | Aphrodisias |
| 4 mei | Terugrijden naar Izmir en auto inleveren op vliegveld. Vlucht in namiddag met Pegasus naar Ankara. | Ankara |
| 5 mei | Vroeg herbezoek aan het Museum van Anatolische Beschavingen in Ankara. Dan 3 uur met de bus naar Safranbolu (WE6), een Ottomaans handelsstadje. | Safranbolu |
| 6 mei | Bus terug naar Ankara. Doorvliegen naar Istanbul met Turkish Airlines. Vanaf het vliegveld rechtstreekse bus naar Edirne. | Edirne |
| 7 mei | Bezoek aan de Selimiye-moskee (WE7) en andere bezienswaardigheden van Edirne. | Edirne |
| 8 mei | Bus terug naar Istanbul en vandaar terugvliegen naar Izmir met Turkish Airlines. | Izmir |
| 9 mei | Kort bezoek aan het oude centrum van Izmir in de ochtend. Vlucht Izmir – Amsterdam via Frankfurt. | Thuis |
#836: Pergamon
Wat is het?
Pergamon omvat de ruïnes van een omvangrijke Hellenistische stad, die vanaf 281 voor Christus de hoofdstad was van de Attalid-dynastie die over het westen van Klein-Azië regeerde. De Attaliden werden een bondgenoot van Rome en later werd Pergamon de hoofdstad van de Romeinse provincie Azië. Het stond bekend om zijn fraaie bouwwerken en zijn geneeskrachtige heiligdom, de Asklepion. De fries van het Grote Altaar in Pergamon werd eind 19de eeuw door Duitse archeologen verwijderd en is vanaf 1901 tentoongesteld in het speciaal gebouwde Pergamonmuseum in Berlijn.
Cijfer: 6,5 (De Akropolis en het Asklepion van Pergamon zijn het bezoeken waard. Het is vooral indrukwekkend hoeveel moeite er is gestoken in het afvlakken van de heuveltop om de grootse gebouwen te kunnen bouwen die elke fatsoenlijke stad in de Oudheid nodig had. Toch beklijft er bij mij maar weinig na dit bezoek: het ontbreekt aan iets iconisch – al het mooie bevindt zich waarschijnlijk in het museum in Berlijn.)
Toegang: 200 Turkse lira voor de Akropolis, 180 lira voor de kabelbaan erheen, en nog eens 180 lira voor het Asklepion. In totaal zo’n 27,50 EUR.
Hoeveel tijd: Halve dag
Opvallend: Na overnacht te hebben in Bergama sta ik al op het openingsuur van half 9 bij de kabelbaan naar de Akropolis. Ze moeten zelfs voor mij alleen het ding in werking zetten. Het is een steile klim omhoog en onderweg zie je al de verschillende muren die hier in de Oudheid zijn gebouwd.
Met nog een Turks gezinnetje ben ik de enige bezoeker. Het is fris en regen dreigt, dus ik beperk me tot de hoogtepunten. De bewegwijzering (blauwe stippen op de stenen) en de interpretatieborden zijn een beetje rommelig, dus uiteindelijk dwaal je maar wat rond. Gelukkig mag dat, je kunt overal in en op. Er groeien veel wilde bloemen op het terrein en ook de vogels doen hun best.
Het meest complete gebouw op het boventerrein – na wederopbouw tot aan de jaren negentig – is het Trajaneum. Dit is een tempel uit de Romeinse periode. De Romeinen construeerden een speciaal platform ondersteund door bogen om het gewicht te kunnen dragen.
Vooral het theater profiteert van de grote hoogteverschillen, die een prachtige steile tribune mogelijk maakten. Links ervan ligt de plek waar het ‘Berlijnse’ Pergamon-altaar heeft gestaan. Nu is alleen de fundering nog over, verweerd tot een lage groene heuvel met een paar bomen erop.
Ik ga ook weer met de kabelbaan naar beneden, en pak dan de auto naar de andere kant van de stad waar het Asklepion ligt. Onderweg kom ik nog langs één van de zeven andere werelderfgoedlocaties (de meesten zijn vervallen grafheuvels): de Rode Basiliek.

Het Asklepion ligt op vlak terrein en heeft een lieflijke setting met veel gras en bloemetjes. Ik moet de site dit keer delen met een schoolklas.
Opvallend genoeg zijn de borden met uitleg in het Engels hier een stuk beter dan verderop bij de Akropolis. Zo lees ik over de ‘selectie aan de poort’ – zwangere vrouwen en ongeneeslijk zieken waren niet welkom en werden letterlijk aan de eerste toegangspoort geweerd. Voor de andere zieken had het gezondheidscentrum veel therapieën in de aanbieding, die varieerden van aderlating en heilzame baden tot aan het interpreteren van dromen door priesters.
#837: Troje
Wat is het?
De archeologische site van Troje omvat resten van een stad die wordt geïdentificeerd met het Homerische Troje. Op het terrein zijn verschillende steden opeenvolgend gebouwd en in lagen opgegraven; Troje VI zou de legendarische stad zijn en het centrum van de Trojaanse oorlog, zoals beschreven door Homerus in de Ilias. Troje bestond uit een versterkte citadel met paleizen en administratieve gebouwen, omgeven door een uitgestrekte versterkte benedenstad.
Cijfer: 5 (Het is de meest gehypte en de meest toeristische plek die ik tijdens mijn reis door het Westen van Turkije tegen ben gekomen. Ter plekke rest er weinig memorabels uit de hoogtijdagen van Troje.)
Toegang: Een combiticket voor museum en opgravingen kost 350 TL (17,50 EUR).
Hoeveel tijd: Twee uur.
Opvallend: De resten van Troje liggen in een klein plaatsje, dat al haar geld op het toerisme heeft ingezet. Sinds vijf jaar is het enorme Museum van Troje dé trekpleister. Er is plek genoeg voor de vele schoolklassen en bussen met toeristen. Via hellende paden loop je over de vier verdiepingen, waar ook veel lege ruimte is.
Het museum is gewijd aan de hele regio waarin Troje lag. De Polyxena sarcofaag, uit de 6de eeuw voor Christus en in uitstekende staat, vond ik het meest indrukwekkend.
Op de bovenste verdieping hebben ze een tentoonstelling van replica’s van ‘schatten’ uit Troje die elders ter wereld in musea te vinden zijn. De hoop is duidelijk dat die ooit nog terug gaan komen en dan hun plek vinden in dit museum. Het meeste ligt in Moskou, na een tweede keer te zijn geroofd – ditmaal na de Tweede Wereldoorlog door de Russen meegenomen uit Duitsland, waar het eerst door de ontdekker Schliemann heen was gesmokkeld.
De opgravingen liggen een kleine kilometer verderop. Hier volg je een korte route over een vlonderpad tussen de ruïnes door. Als er nog een zichtbare vorm is, dan stamt het meestal uit de Romeinse tijd (Troje IX). Je gaat toch gefocust op zoek naar iets uit Troje VI, maar daarvan is er heel weinig. Uit de oudste periode (Troje I, ca. 3000 voor Christus) zijn enkele muren van huizen opgegraven, met de stenen in visgraat patroon.
Iznik
Íznik is Turkije’s werelderfgoednominatie 2024. Waarschijnlijk gaan ze andermaal voor de ‘gelaagde’ benadering (net als bij Pergamon), die historische continuïteit presenteert van de prehistorie tot het Ottomaanse rijk. Vier specifieke onderwerpen springen er uit voor Íznik: de productie van keramische tegels, de Byzantijns-Ottomaanse architectuur, de interactie van de stad met het nabijgelegen meer en haar rol in de geschiedenis van het Christendom.
Íznik heeft tegenwoordig 22.000 inwoners en een bruisend, voetgangersvriendelijk stadscentrum. Ik begon met het verkennen van de geschiedenis van keramische tegels, aangezien ik onlangs in het Islamic Arts Museum in Kuala Lumpur enkele mooie voorbeelden van Iznik-tegels zag.
Zoek naar ‘Çini fırınları’ op Google Maps en je komt aan op de archeologische vindplaats waar ze de ovens van Iznik aan het uitgraven zijn. Je moet ze van achter een hek bekijken, maar de vondsten zijn gelabeld met borden die groot genoeg zijn om een idee te krijgen van waar je naar kijkt (“keramisch afval”, “ovenhaard”, “waterput”).
Het onlangs omgedoopte Museum van Turks-Islamitische kunst zit in een prachtig historisch gebouw. Het was een Ottomaanse openbare gaarkeuken en karavanserai. Nu heeft het één tentoonstellingsruimte die volledig is gewijd aan het Iznik-tegelwerk en zijn geschiedenis. Je ziet dat de kleuren en ontwerpen in de loop van de tijd veranderden.
Verspreid over de stad staan veel gebouwen uit het Ottomaanse tijdperk. De mooiste is de Groene Moskee, met zijn betegelde minaret en uitgesneden marmeren decoraties.
Er is nauwelijks iets over van de christelijke geschiedenis van Iznik, dat destijds bekend stond als Nicea. Het meest prominente voorbeeld is de Hagia Sophia, onlangs omgevormd van een museum tot een moskee. Het interieur voelt zielloos aan: het vertoont nog steeds schade van meerdere branden sinds de 15de eeuw en is meest een grote open ruimte zonder decoratie. Het enige opvallende detail dat ik zag was het Byzantijnse mozaïek (“opus sectile”?) vlak achter de ingang, dat in de jaren vijftig werd blootgelegd na het verwijderen van een vloerlaag.
Iets meer over de rol van Iznik in de geschiedenis van het Christendom is te vinden in het Archeologisch Museum van Iznik. Dit museum is pas begin dit jaar geopend en zit in een enorm, modern gebouw. Het lijkt te zijn gemodelleerd naar dat in Troje, maar heeft gelukkig van de fout daar geleerd dat je niet alle ruimte hoeft te gebruiken als je nog niet genoeg inhoud hebt.
Het neemt je mee door de geschiedenis van Iznik en de regio rond het meer. Er is een formidabele sarcofaag uit Hisardere te zien en de twee concilies in Nicea worden uitgelegd, waar de christelijke bisschoppen bijeenkwamen om over belangrijke geloofskwesties te beslissen. Ze beweren dat de eerste (325 n.Chr.) feitelijk buiten de stadsmuren van Nicea/Iznik werd gehouden, en de tweede (787 n.Chr.) in de Hagia Sophia in de stad.
Over het algemeen lijkt Iznik helemaal voorbereid om later dit jaar de ‘werelderfgoedkeuring’ te ondergaan. Alle bezienswaardigheden hebben tweetalige informatiepanelen, het nieuwe museum heeft op tijd zijn deuren geopend en de straten zien er schoon en gezellig uit. Alleen aan de stadsmuren vinden nog de laatste restauratiewerkzaamheden plaats.
Sivrihisar
De Grote Moskee van Sivrihisar is een gemakkelijke stop onderweg van Iznik naar Gordion, aangezien de hoofdweg het plaatsje Sivrihisar passeert. De moskee staat trots op het centrale plein, omringd door een 14de-eeuws mausoleum, een Ottomaanse klokkentoren en enkele beelden van een man met tulband die volgens mij het lokale folkloristische karakter Nasreddin Hodja verbeelden.
De moskee dateert uit de 13de eeuw, zoals blijkt uit stenen inscripties boven de deuren. Het is nog steeds in gebruik voor het gebed, dus je moet je schoenen uitdoen en vrouwelijke reizigers moeten hun hoofddoek om. Een uitleg in het Engels over de geschiedenis is te lezen buiten, net naast de hoofdingang. Er komt niet veel natuurlijk licht het gebouw binnen, je kunt na binnenkomst zelf de elektrische verlichting aandoen om het interieur beter te kunnen bewonderen.
De moskee staat bekend om zijn architectuur uit de tijd van de Seltsjoeken, die vanuit Centraal-Azië grote delen van Turkije hadden veroverd op het Byzantijnse Rijk. En meer in het bijzonder het innovatieve gebruik van houten palen als draagsysteem voor het dak. Het aantal dat in Sivrihisar werd gebruikt (67), was uitzonderlijk groot. Hout werd ook gebruikt in het plafond en als afscheiding met het vrouwengedeelte van de moskee.
Oppervlakkig zien de zuilen eruit als kale boomstammen, maar sommige zijn aan de bovenkant fijn versierd met uitgesneden bloemen- en andere motieven. Een paar zuilhoofden hebben zelfs spolia: stenen ornamenten, die afkomstig zouden zijn uit de nabijgelegen oude Hellenistisch-Romeinse stad Pessinus.
De preekstoel is gemaakt van notenhout en stamt ook uit de 13de eeuw. Het wordt beschouwd als een meesterwerk van Seltsjoekse houtbewerking. Oorspronkelijk behoorde het echter niet tot deze moskee – het werd hierheen verplaatst vanuit een kleinere moskee in een andere stad in 1924.
De moskee zag er anders uit dan wat ik van tevoren op de foto’s had gezien en opgemaakt uit de beschrijving – de kleur is verdwenen sinds de laatste restauratie, misschien moet er nog wat worden gedaan, of houden ze deze meer natuurlijke uitstraling? Vroeger was de buitenmuur groen geverfd, maar dat pleisterwerk was een latere toevoeging en het is bekend dat de moskee oorspronkelijk kale stenen muren had. De bovenste delen van de houten zuilen waren vroeger groen, rood en zwart geverfd, maar daarvan zag ik tijdens mijn bezoek geen enkele kleur terug.
Al met al is een bezoek aan Sivrihisar een leuke onderbreking van het rijden van lange afstanden in Anatolië, maar verwacht niets spectaculairs.
Gordion
Gordion was de hoofdstad en het culturele centrum van de Frygische beschaving. De Frygiërs kwamen naar Anatolië vanuit wat nu Bulgarije en Griekenland is. Het zou overdreven zijn om te zeggen dat ze een invloedrijk volk waren: na een bloeiperiode in de 8ste eeuw voor Christus, toen ze over grote delen van Anatolië heersten, werden ze onder de voet gelopen door achtereenvolgens de Lydiërs, Perzen, Alexander de Grote, Kelten en Romeinen. Ze leven echter nog voort in het hedendaagse taalgebruik, zoals de Gordiaanse knoop (genoemd naar Gordion: een onontwarbare knoop) en “the Midas touch” (genoemd naar hun koning Midas: waarbij alles wat hij aanraakte veranderde in goud).
De archeologische opgravingen van Gordion liggen diep in het platteland, in wat een verarmd gebied lijkt. Toen ik erheen reed, zag ik tientallen mensen met stokken in de velden rondprikken – waren ze op zoek naar vogeleieren of paddenstoelen?
Gordion lijkt niet veel bezoekers te trekken, ik kwam op zaterdagochtend slechts drie andere auto’s tegen. Het gebied dat toegankelijk is voor bezoekers bestaat uit het museum, de Midas-grafheuvel aan de overkant van de straat en de overblijfselen van de citadel aan de andere kant van het plaatsje. De toegangsprijs voor de combinatie museum/grafheuvel is een bescheiden 40 TL, en de ruïnes zijn gratis te bekijken.
Het museum is klein en al ouder, maar je komt er zeker meer te weten over de Frygiërs. Je kunt bijvoorbeeld voorbeelden van hun script zien; het lijkt een beetje op Grieks. Ze maakten ook aardewerk; een grappige ontwikkeling is dat ze in latere jaren volledig zwart of donkergrijs aardewerk produceerden (in plaats van het versierde en kleurige eerder), zodat ze zouden lijken op de meer prestigieuze ‘moderne’ potten van ijzer.

De Frygiërs bouwden grote grafheuvels voor hun heersers. Er zijn er meer dan 100 in de directe omgeving van Gordion. Elk hield de overblijfselen van slechts één persoon. De Midasheuvel is nu nog steeds 53 meter hoog en dat is na 2763 jaar erosie. In het midden is (voor de hedendaagse bezoekers) een lang recht pad uitgehouwen, waar aan het eind nog steeds de houten ‘krat’ (van ongeveer 3x3m) te zien is waarin het lichaam van de overleden koning lag. Naar verluidt is “het graf het oudste nog bestaande houten bouwwerk ter wereld” – houd dat in gedachten als je een beetje teleurgesteld voor de stapel houten balken staat die lijkt op een rudimentaire blokhut.
De grafgiften zijn verwijderd en nu te zien in het Museum van Anatolische Beschavingen in Ankara, dat een hele afdeling aan Gordion heeft gewijd. Binnenin is een groot houten scherm gevonden. Ze hebben ook mooie houten dierensculpturen en zelfs de schedel van koning Midas!

Met de auto reed ik terug naar het begin van het dorp. Hier kunnen de ruïnes van de citadel van Gordion worden bezocht. Er loopt een voetpad omheen van waaraf je naar beneden de opgravingen in kijkt. Ongeveer 15 informatiepanelen met interessante weetjes over de Frygische cultuur en geschiedenis vergezellen de uitkijkpunten. Deze borden lijken een recente toevoeging te zijn en ze doen hun werk goed – en ze rekken de wandeling tot een half uur of zo. Het best bewaarde deel van deze site is één van de oudste: de toegangspoort uit de 9de eeuw voor Christus.
Gordion is een vrij bescheiden bezienswaardigheid, maar toch de moeite waard omdat de drie componenten museum, grafheuvel en citadel samen een goed beeld van de Frygiërs geven. De tentoonstelling met grafvondsten die ik een week later in Ankara zag, maakte het helemaal af.
Konya
Ik koos ervoor om twee nachten in Konya te blijven, en zo een pauze te nemen van het dagelijkse auto rijden tijdens mijn roadtrip door West-Turkije. Dat bleek een goede keuze: het is een moderne stad waar genoeg te zien en te doen is. Ik liet de auto achter bij mijn hotel, 11 km aan de rand van de stad, en gebruikte de tram om rechtstreeks naar de Aladdin-heuvel te gaan. In het centrum wordt nog flink gebouwd, het lijkt erop dat een hele wijk plaats gaat maken voor blitse winkels en appartementen.
Konya staat op de Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed met de ondertitiel “Een hoofdstad van de Seltsjoekse beschaving”. De focus ligt dus op de Seltsjoekse dynastie (11de-13de eeuw) en zijn architectuur. Ik begon met een bezoek aan twee madrassa’s uit die periode: de İnce Minareli Madrasah (gesloten wegens renovatie, maar met heel mooie gevel) en de indrukwekkende Karatay Madrasah, ook al met een kunstig uit steen gesneden facade. Bij de laatste madrassa kun je wel naar binnen. Het heeft prachtig groenig tegelwerk.
Tussen de bouwputten door liep ik naar de Sirçali Madrasa: ik vond deze ook gesloten (voor renovatie?), maar je kunt door het hek een blik werpen op de binnenplaats met wat tegelwerk. Een andere madrassa, geïntegreerd in het Sahib-i Ata-complex, ligt naast het Archeologisch Museum van Konya.
De monumenten op de top van de Aladdin-heuvel, het logistieke centrum van de stad, stammen ook uit de Seltsjoekse periode. Voor mij zagen ze er een beetje te ‘schoon’ en overdreven gerestaureerd uit. De Aladdin-moskee is blijkbaar het belangrijkste monument, maar ik ging er niet naar binnen omdat een grote schoolklas me net voor was. Je kunt wel zonder beperkingen een binnenplaats oplopen, waar twee gerestaureerde graftombes te zien zijn.
Natuurlijk zijn er ook interessante gebouwen uit andere tijden in Konya, meestal uit het (latere) Ottomaanse Rijk. Er is zelfs een moskee (de Aziziye) met elementen in barok- en rococostijl! Deze ligt in het hart van de oude markt, waar het prettig wandelen is.

Voor de lunch streek ik neer op een terrasje – met de jas aan, want het was maar een graad of 12. Ik bestelde de lokale specialiteit Etli ekmek, een soort heel dunne pizza.
Konya is ook de thuishaven van de Mevlevi-orde, volgelingen van een 13de eeuwse Perzische soefi-mysticus. Bij besluit van Atatürk is zijn mausoleum veranderd in een ‘museum’ – maar tegenwoordig zie je daar weer veel biddende mensen. Het is het drukst bezochte ‘museum’ van Turkije, met jaarlijks ruim 3 miljoen bezoekers. Ook toen ik er was waren er veel lokale dagjesmensen.
Binnen zijn meerdere graftombes te zien. Centraal staat de grote sarcofaag van Mevlana, daaromheen staan meerdere andere van onder andere familieleden van hem. Allen dragen een symbolische tulband.
Turkije koos ook de Mevlevi Sema (de ceremonie uitgevoerd door de wervelende derwisjen) als eerste vermelding op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed. Ik wou graag een voorstelling zien en werd op het goede spoor gezet door een lokale man die me aansprak in het Mevlana Museum. Ik had het geluk dat er net die middag één gepland stond.
Sinds het einde van Covid worden er twee keer per week (zaterdagavond en zondagmiddag) Sema-ceremonies voor publiek gehouden in het Irfan Cultural Center in Konya. Dit is een intieme zaal, met 200 zitplaatsen en enkele staanplaatsen op het balkon. Voor ‘mijn’ sessie van half drie begonnen ze 45 minuten vooraf met het uitdelen van gratis kaartjes met stoelnummers. Zo kreeg ik een zitje op de derde rij. Het publiek bestond voor 95% uit Turkse bezoekers.
Wat volgde was een volledige religieuze ceremonie die begint met het plaatsen van een rode schapenvacht op de vloer en verder bestaat uit gebed, muziek, poëzie, plechtige groeten aan de sjeik en elkaar, en natuurlijk het wervelen van de derwisjen. Deze beweging heeft enkele strikte regels (het hoofd is bijvoorbeeld een beetje naar het hart gekanteld), maar elke derwisj leek ook zijn persoonlijke stijl te hebben (het is geen gechoreografeerde dansgroep). Een videoscherm aan het balkon toonde uitleg per scène in het Turks en het Engels, wat erg nuttig was. Het optreden duurde een uur en was erg indrukwekkend.
#838: Çatalhöyük
Wat is het?
De neolithische site van Çatalhöyük bestaat uit twee kunstmatige heuvels met overblijfselen van menselijke bebouwing uit de periode 7.400-5.500 voor Christus. Ze behoren tot de oudste opgegraven gebouwen ter wereld en zijn in unieke staat gezien hun leeftijd. Dit was een grote nederzetting (tot 10.000 inwoners) en hij werd permanent bewoond. Er zijn huizen van in zon gedroogde baksteen gevonden, evenals muurschilderingen en andere decoraties zoals rituele vrouwenfiguurtjes van klei. De nederzetting werd voor het eerst opgegraven tussen 1961 en 1965.
Cijfer: 5,5 (Het is echt heel oud en de werelderfgoedstatus laat ik onbetwist, maar de bezoekerservaring is zoals zo vaak bij dit soort opgravingen helaas maar matig.)
Toegang: Gratis.
Hoeveel tijd: Half uur.
Opvallend: Çatalhöyük ligt niet ver van de grote stad Konya, maar in een desolate streek. Je rijdt er gemakkelijk naar toe via een verlaten snelweg, alleen de laatste 10 kilometer is het een plattelandsweggetje.
De laatste 100 meter zijn momenteel zelfs onverhard: ze zijn er iets groots aan het bouwen, zo te zien een nieuwe bezoekerscentrum met ruimte voor souvenirwinkels en een restaurant. De uitkijktoren staat al. Tot dat complex gereed is, moet je het doen met een heel bescheiden museum met feitelijk alleen maar uitleg en geen originele vondsten, en enkele nagemaakte huizen.
De huizen laten goed zien hoe de decoratie van binnen was: met muurschilderingen en reliëfs aan de wand. De mensen gingen hun huizen in via een ladder vanaf het dak. Ze hadden geen ramen of deuren – de replica heeft dat wel, met de grappige vermelding “dit is alleen voor moderne bezoekers, het originele huis had geen deur!”
De opgravingen zijn gedaan op twee heuvels en over beide is een grote overkapping aangebracht om ze tegen weer en wind te beschermen. Helaas was de tweede, zuidelijke heuvel gesloten tijdens mijn bezoek. Ik zag vlak voor mij iets de tent van ‘Heuvel 1’ inschieten – het leek op één van de alomtegenwoordige Turkse straathonden. Binnen zag ik hem niet meer, maar de pootafdrukken overal in het zand vertelden genoeg.
Wat er te zien is zijn de lemen vloeren van de woningen, de muren ertussen en grote, ronde gaten. Deze laatsten waren graven: de inwoners begroeven hun voorouders onder hun huizen.
Een week later bezocht ik het Museum van Anatolische Beschavingen in Ankara, waar de beste vondsten uit Çatalhöyük worden tentoongesteld. Het is toch jammer dat je ter plekke geen idee hebt gekregen van hun muurschilderingen, vrouwenbeeldjes en gebruiksvoorwerpen; misschien als het nieuwe bezoekerscentrum af is dat ze dan ook wat originele vondsten terug gaan plaatsen.

Tlos
De zeven grootste steden van de Lycische beschaving vormden in de 1ste eeuw voor Christus de Lycische Liga – een ‘democratisch’ stelsel, maar met sommige steden met meer stemmen dan andere. ‘Lycisch’ verwijst in deze periode naar een regionale identiteit: de mensen in deze kuststreek leefden officieel onder Perzische, Hellenistische en Romeinse heerschappij, maar hadden veel autonomie.
Ik concentreerde mijn bezoek op Tlos, misschien wel het beste van de zeven en in sommige opzichten zelfs beter dan Xanthos, de Lycische stad die al werelderfgoed is. Bij het aanrijden wist ik al dat het een goed bezoek zou worden: de ligging van Tlos, tussen steile heuvels en ravijnen, is adembenemend. Het opgegraven gebied is compact, met de Akropolis en de uit rotsen gehouwen graven aan de rechterkant, het stadion in het midden en het theater en de baden aan de linkerkant.
De bezoekersfaciliteiten zijn hier heel basaal, maar je hoeft ook maar een relatief lage toegangsprijs van 40 TL te betalen. Parkeren doe je gewoon ergens aan de kant van de weg. De paden naar de uit rotsen gehouwen graven zijn erg glad met losse stenen. Er is ook geen bewegwijzerde route. Maar het is ook leuk om de verschillende elementen zelf te ontdekken. Er waren behoorlijk wat buitenlandse toeristen aanwezig ondanks de relatieve onbekendheid van de plek.
Ik begon bij de graven die in de heuvels zijn uitgehouwen. Op de klim naar boven passeerde ik al twee van de sarcofagen die zo kenmerkend zijn voor de Lyciërs: stenen doodskisten op een voetstuk geplant.
De uit rotsen gehouwen graven hebben strakke gevels, maar zijn simpel van binnen met slechts een paar stenen banken. De klim eindigt bovenaan bij de citadel, die tot in de 19de eeuw in verschillende etappes werd gebruikt en uitgebreid. Op weg naar beneden nam ik een ander pad en kwam uit bij een onbekend gebouw dat volledig afgesloten leek te zijn.
Daarna liep ik in de richting van het theater, zo’n 500 meter verderop aan de andere kant van de weg. Je komt langs de thermen, waarvan het Grote Bad is omgebouwd tot een Byzantijnse kerk.
Het theater zelf ondergaat momenteel een grote verbouwing, het hele middengedeelte van de rijen zitplaats lijkt te zijn ingestort – nog steeds een zichtbaar resultaat van de aardbeving in 141 na Christus die het grootste deel van de stad verwoestte? Ze hebben nu een kraan aan het werk gezet om materialen weg te takelen van het terrein.
#839: Xanthos-Letoön
Wat is het?
Xanthos-Letoon is de archeologische vindplaats van twee nabijgelegen monumenten uit de 5de en 4de eeuw voor Christus die de Lycische beschaving vertegenwoordigen. Xanthos was het centrum van cultuur en handel in het oude Lycië. Het heiligdom van Leto (de Letoön) was één van hun belangrijkste religieuze centra. De Lyciërs hadden hun eigen schrift, en in Xanthos en Letoon zijn twee- en drietalige inscripties gevonden die hebben geholpen bij het ontcijferen van de Lycische taal.
Cijfer: 6,5 (Het is – ongewoon voor Turkse bezienswaardigheden – nogal een chaotische plek, en het nabijgelegen en vergelijkbare Tlos is eigenlijk ‘beter’. Maar als je vasthoudend blijft rondstruinen vind je vooral de Lycische rotsgraven en sarcofagen die de moeite waard zijn.)
Toegang: 50 TL (2,5 EUR).
Hoeveel tijd: Een uur.
Opvallend: Ik bezocht alleen Xanthos, in Letoön is naar verluidt nog minder te zien. ‘Ergens’ langs de weg ligt de Xanthos Acropolis, met z’n theater en resten van drie monumentale tombes. Het is niet zo’n groot terrein en de meest Hellenistisch-Romeinse ruïnes stellen weinig voor in vergelijking met andere sites in Klein-Azië.
De blikvangers zijn ook hier al de typisch Lycische pilaartombes. Het stenen ‘graf’ balanceerde metershoog bovenop de stenen pilaar, zo prominent dat de overleden hooggeplaatste personen dagelijks in beeld bleven. Helaas zijn de mooist versierde elementen van deze tombes lang geleden al naar het British Museum in Londen “ontvoerd” zoals het informatiebord het noemt.
In een hoekje van het terrein staat een intrigerende, hoekige zuil: een stèle met inscripties in de Lycische en Griekse taal, die ertoe heeft bijgedragen dat het Lycische schrift ontcijferd werd.
Het grootste deel van de bezoekers laat het hier bij (20 minuten is al veel), maar de stad lag verspreid over meerdere heuvels dus er is nog meer te ontdekken. Dit begint achter de parkeerplaats en staat niet aangegeven. Het lijkt of je alleen bij nog wat meer magere resten uit de Hellenistische, Romeinse en Byzantijnse tijd komt, maar je moet de smalle wandelpaadjes heuvelop blijven volgen. Op Maps.me kun je zien waar je ongeveer loopt en hoe je weer terug kunt komen.
Het was lekker om zo een tijdje in de natuur te wandelen en me te laten verrassen door wat ik aan zou treffen. Kort werd ik opgeschrikt door een hevig gesis – ik dacht van een slang, maar het bleek een boze schildpad waar ik bijna op was gestaan. Her en der verspreid liggen Lycische sarcofagen in het gras tegen de hellingen. Sommige hebben nog reliëfs in goede staat.
Als je helemaal omhoog klimt, kom je bij uit de rotsen gehouwen tombes zoals ze ook in Tlos te zien zijn. Vanaf dit uitkijkpunt zie je ook dat de hele omgeving tegenwoordig in gebruik is voor tomatenkassen.
Kaunos
De resten van de antieke havenstad Kaunos liggen aan de ‘overkant’ van de rivier de Kalbis, gezien van de badplaats Dalyan aan de Turkse Middellandse Zeekust. Het was een souvereine stad tot de 4de eeuw voor Christus; daarna zag het Grieken, Perzen, Romeinen en Byzantijnen komen en gaan, maar de ruïnes hebben vooral een Hellenistisch karakter.
Het was even zoeken naar een gratis parkeerplaats in Dalyan, maar het is klein genoeg om overal heen te kunnen lopen dus je kunt gerust wat verder weg gaan staan. Het is een heel toeristisch plaatsje, vooral populair bij buitenlandse bezoekers. Aan de waterkant ligt een houten uitkijkplatform, vanwaar je al een mooi zicht hebt op de uit de rotsen gehouwde tombes aan de andere kant. De facades van deze graven zien er uit als Griekse tempels.
Een roeibootje kan je heen en weer brengen naar Kaunos – een retourtje kost 25 TL. De boot legt aan bij het wandelpad dat – van een afstandje – langs de tombes loopt. In het begin van de wandeling kom je ook nog langs een ingangshek vanwaar je dichterbij zou moeten kunnen komen, maar dat was gesloten. Ik had spijt dat ik mijn grote camera met zoomlens niet had meegenomen op deze reis – die heb je wel nodig voor echt goede foto’s van de tombes.
Daarna is het nog een half uurtje lopen naar de ruïnes van Kaunos. Er mogen ook auto’s rijden over deze weg, maar het is smal en autoluw. Het ligt in een beschermd natuurgebied en is veel minder uitbundig bebouwd dan gebruikelijk in Turkije. Het laatste deel van de route gaat flink omhoog, zeker midden in de zomer zal dit een hete, vermoeiende wandeltocht zijn.
De site met opgravingen ziet er op het eerste gezicht uit als zovele hier in deze streek. Het heeft resten van een theater, Romeinse baden en een Byzantijnse kerk. De meer speciale elementen zijn die gerelateerd aan de geschiedenis als havenstad. Zo was er een ‘windrichtingen’ platform (foto hieronder), met een diameter van ruim 13 meter, waarop ze de ligging van straten baseerden. Ook is er een inscriptie met van toepassingen zijnde wetten en regels in de zijmuur van één van de gebouwen in het centrum.
#840: Aphrodisias
Wat is het?
Aphrodisias omvat de overblijfselen van een antieke stad met tempel voor Aphrodite en marmergroeven. De site is representatief voor de uitbreiding van de Hellenistische cultuur in het zuidwesten van Anatolië vanaf de 3de eeuw voor Christus. In de stad zijn ook andere opmerkelijke monumenten zoals het theater, het marktplein, het auditorium, de openbare baden en het stadion opgegraven. Marmer van hoge kwaliteit werd een paar kilometer verderop gedolven en in de werkplaatsen van Aphrodisias tot sculpturen verwerkt. De beeldhouwers waren bekend over heel de Romeinse wereld.
Cijfer: 7 (Dit was de grootste verrassing onder de zeven nieuwe werelderfgoederen van deze reis. Zo’n overdaad aan marmeren beelden, en goed ook dat deze allemaal hier waar ze gemaakt zijn worden tentoongesteld en niet in een of ander museum ver weg.)
Toegang: 150 TL (7,50 EUR) voor museum en opgravingen.
Hoeveel tijd: Anderhalf uur.
Opvallend: Ik bezocht Aphrodisias in de late namiddag. Al vanaf half april zijn de openingsuren van de meeste bezienswaardigheden in Turkije erg ruim: vaak zijn ze tot 7 uur in de avond open, en Aphrodisias is dat ook. Er waren maar weinig andere bezoekers op dit uur.
Het bezoek begint bij het museum. Wat er buiten staat is al imposant: ‘reuzenhoofden’ van marmer, beelden van dieren, en versierde sarcofagen. Allemaal in wit-gelig, soms een beetje verweerd, marmer.
Binnen staan vooral beelden van goden en van burgers die zichzelf lieten vereeuwigen. Er is een hele tentoonstellingszaal gewijd aan een waanzinnige collectie van marmeren reliëfs uit het Sebasteion, de Tempel van de Keizers. Er waren er oorspronkelijk 200, die 90 meter lange wanden bedekten. Elk reliëf beeldt een ‘exotisch’ volk uit binnen het rijk van keizer Augustus, van oostelijk Afrika tot aan het westen van Spanje.
Dit galopperende paard is gemaakt van zeldzaam blauw-grijs marmer. Oorspronkelijk zaten er ook nog een verguld bronzen zadel en een ruiter op.
Na het museum maak je een rondwandeling over het uitgestrekte terrein van opgravingen via goed aangegeven, verharde paden langs de monumenten uit de oudheid. Enkele daarvan zijn ‘gerestaureerd door anastylose’ (weer in elkaar gezet met oorspronkelijk materiaal). Zo is er het halfronde Bouleuterion, een soort gemeentehuis annex ontmoetingscentrum, en de Tetrapylon, de toegangspoort tot de tempel van Aphrodite.
Op het verste gedeelte van de opgravingen ligt wat volgens de Turken het meest complete nog bewaard gebleven stadion uit de hele antieke wereld is. Er konden 30.000 bezoekers in. In de Hellenistische tijd werd het gebruikt voor sportwedstrijden, later is het door de Romeinen aangepast om er ook gladiatorgevechten met dieren te kunnen houden. Het ziet er uit of het zo weer gebruikt kan worden.
#841: Safranbolu
Wat is het?
Safranbolu is een voorbeeld van een typisch Ottomaanse handelsstad. Het speelde een sleutelrol in de karavaanhandel tussen Europa en de Oriënt. In de oude stad zijn veel oude gebouwen bewaard gebleven, waaronder moskeeën, graven, fonteinen, baden, karavanserais, een klokkentoren, en honderden particuliere huizen. De naam van de stad is afgeleid van saffraan, aangezien Safranbolu een centrum voor de saffraanteelt en -handel was.
Cijfer: 6 (Het oude centrum is een coherent geheel van traditionele huizen en publieke gebouwen. Bijzonder voor Turkije omdat daar de binnensteden vaak heftig gemoderniseerd zijn, maar je ziet het vaker in Albanië, Bosnië, Macedonië en zelfs Azerbaijan. )
Toegang: Gratis. Ik ben nergens naar binnen geweest.
Hoeveel tijd: 2 uur
Opvallend: Ik kwam via de ‘achteringang’ aangelopen vanaf het busstation, zo’n twee kilometer verderop in de ‘nieuwe’ stad. Maps.me stuurde me door allerlei verlaten straatjes richting mijn pension, ook in zo’n oud huis. De vloeren waren van hout en kraakten. Verder was alles er klein van binnen.
Een paar straten verderop, beginnend vanaf het centrale plein, stapte ik in een andere wereld. Die van de flanerende dagjesmensen en de bus met Chinese toeristen. Elk gebouw in de binnenstad is nu een souvenirwinkel of restaurant. De oude karavanserai, één van de grotere publieke gebouwen, is nu zelfs geheel overgenomen door een hotel (plus restaurant, koffieshop en souvenirwinkels).
Het badhuis, stammend uit de 17de eeuw, sprak me het meest aan. Het is nog steeds in gebruik.
#842: Selimiye moskee
Wat is het?
De Selimiye-moskee en het sociaal-religieuze complex in Edirne wordt beschouwd als het hoogtepunt in de carrière van de beroemdste Ottomaanse architect, Sinan. De moskee werd gebouwd tussen 1569 en 1575, en dankt zijn schoonheid aan de symmetrie van het gebouw en de optimale lichtval binnen. Het heeft een grote koepel omringd door vier 71 meter hoge minaretten. Het aangrenzende gebouwencomplex heeft een sociale functie met religieuze achtergrond en omvat twee madrasa’s, een bazaar, een binnenplaats en een bibliotheek.
Cijfer: 8 (Fijn om weer eens een echt meesterwerk te mogen bezoeken. Als de restauratie klaar is, ga ik zeker nog eens terug en dan valt het cijfer misschien nog wel hoger uit.)
Toegang: De toegang tot de moskee is gratis. In twee van de bijgebouwen zijn musea, waarvoor je wel moet betalen (50 TL/ 2,50 EUR).
Hoeveel tijd: Anderhalf uur (en veel langer als alles weer open is).
Opvallend: Vooraf twijfelde ik nogal of ik Edirne en deze Selimiye-moskee in mijn West-Turkije-route zou opnemen. Dit omdat hij sinds 2021 grondig wordt gerestaureerd (zou het in deze toestand toch de moeite waard zijn om te bezoeken?), én omdat het tijdrovend is om vanuit Istanbul in Edirne te komen.
Maar uiteindelijk besloot ik de knoop door te hakken en West-Turkije als geheel ‘af te ronden’. Ik loste het logistieke probleem op van de vele files in en om Istanbul door een rechtstreekse bus te nemen van het veel oostelijker gelegen vliegveld van Istanbul naar Edirne. Het bedrijf Istanbul Seyahat maakt deze rit elke twee uur en doet er drie uur over.
Vooraf had ik geen betrouwbare informatie kunnen vinden over de staat van de verbouwingen van de moskee. Ik wist alleen dat hij de hele tijd open zou blijven voor bezoekers en gelovigen. Tijdens mijn bezoek in mei 2023 trof ik het gebouw volledig in de steigers aan – met uitzondering van één van de minaretten. Toch maakte de enorme omvang van het gebouw en de delicaat slanke minaretten indruk op me. Het ligt op een heuvel en ook de zichtlijnen zijn beschermd, zodat je er steeds een goede kijk op hebt.
Ik ging op zoek naar een ingang. Vanuit de overdekte markt (ook onderdeel van het werelderfgoed-complex) en een openbaar toilet kun je bij de minaret die vrij is van steigers het gebouw betreden. Ik vermoed dat maar 15% van het interieur momenteel toegankelijk is. Je hebt toegang tot één smalle vleugel – de fijn uit steen gesneden details en de geglazuurde tegels (allemaal uit Iznik) verraden toch al de artistieke rijkdom van het gebouw.
De rest van de moskee gaat op het moment volledig schuil achter kartonnen scheidingswanden, waarop ze grote foto’s hebben aangebracht van de dingen die je niet kunt zien. Bouwvakkers waren druk bezig (zelfs op zondag); het project zal naar verwachting in maart 2025 worden afgerond, maar het zal wel langer gaan duren, zoals operaties van deze omvang gewoonlijk doen.
Nadat ik binnen was geweest, liep ik langzaam een volledige lus rond de buitenmuren. Ik ging ook naar het Turks-islamitische kunstmuseum, dat is gehuisvest in de voormalige Dar’ül Hadis Madrasa die deel uitmaakte van het sociale complex dat bij de moskee hoorde. Tot mijn eigen verbazing lukte het me om, zelfs in deze staat, anderhalf uur bij dit werelderfgoed door te brengen.
Edirne
Edirne ligt in een hoekje van het Europese deel van Turkije. Het heeft geen eigen vliegveld en is daarom wat lastig te bereiken vanuit de rest van het land omdat je altijd eerst voorbij Istanbul moet. Het makkelijkst is het eigenlijk als een dagtocht vanuit Bulgarije, vanuit de grootste nabijgelegen stad Plovdiv. Er waren ook heel wat Bulgaarse toeristenbussen en dagjesmensen aanwezig de dag dat ik er rondliep. Turkse winkeliers spraken me zelfs aan met Dobar Den!
De grootste bezienswaardigheid is de Selimiye-moskee, maar ook de rest van de stad heeft genoeg te bieden. Meer historische moskeeën bijvoorbeeld, zoals de Ottomaanse Üç Şerefeli met z’n zuurstokachtige minaretten.
Een plezierige wandeling van twintig minuten brengt je naar het Complex van Sultan Bayezid II. Dit was een vroeg hospitaal annex kuuroord. Het ligt nog steeds prachtig in het groen, aan de rivier en weg van de stedelijke bebouwing. Te voet nader je het via een bruggetje aan de achterkant. Aan de voorkant moet je het entreekaartje kopen (als je tenminste in het museum naar binnen wilt) en zag ik verschillende tourbussen hun Turkse en Bulgaarse dagjesmensen uitladen.
Het hospitaal werd gebouwd in 1442 en wordt gezien als de voorloper van de moderne ziekenhuizen. Mensen werden genezen met therapieën die varieerden van aderlaten tot rustgevende muziek. Deze behandelingen en hun patiënten zijn nu in de verschillende ruimtes weergegeven met mannequins. Het is in ieder geval een prachtig bewaard integraal complex in een rustgevende omgeving met tuinen met bloemen. Het heeft een moskee in het midden en aan weerszijden de behandelruimtes en de gaarkeuken.
De lunch gebruikte ik weer in het centrum van Edirne. Het centrale gebied rond de Selimiye-moskee is een plezierige plek om buiten te zitten en mensen te kijken. Ik at er dé specialiteit van de stad: heel dun gesneden kalfslever (tava ciğer) met zeer hete saus.
De Eski-moskee is de oudste van de stad. Ook deze heeft de rood-witte banen ter versiering van het interieur, maar ook met grootste Islamitische calligrafie (vergelijkbaar met Bursa).
In de wijken net iets buiten het centrum zie je nog steeds veel traditionele houten huizen, een beetje zoals in Bulgarije.
Ook vind je hier een grote, gerestaureerde synagoge. Hij dateert van 1906, toen hier nog een grote joodse gemeenschap leefde. Nu wordt hij onderhouden door de religieuze autoriteit van de Turkse staat.
Terugblik West-Turkije 2023
Praktische info over reis naar en verblijf in Turkije (2023). Hoe kom je er? Wat kost het? Hoe is het eten?
Turkije is een erg gemakkelijk land om in rond te reizen. Ze houden er van toeristen – zeker in het westen – en men helpt je graag in het Engels of Duits. De infrastructuur is prima. Ik deed dit rondje nadat ik al twee keer eerder in deze regio was geweest, dus de echt grote krenten in deze pap (Istanbul, Bursa, Cappadocië) had ik er al eerder uitgevist. Ik moest het nu doen met 7 vrij recente werelderfgoederen; meest goed maar niet spectaculair. Alle sites zijn trouwens uitstekend voorzien van uitleg in het Turks en Engels, en goed onderhouden.
Hoogtepunten van deze reis waren de steden Edirne en Konya.
Vervoer
Internationale vluchten
Ik vloog heen en terug met een combinatie van Lufthansa en Sun Express (een joint venture van Lufthansa en Turkish Airlines) tussen Amsterdam en Izmir, via respectievelijk Frankfurt en München. Weinig comfort, maar de vluchten zijn maar kort. München is een verschrikkelijk vliegveld om over te stappen – standaard gebruik van bussen (die op elkaar moeten wachten) van en naar de vliegtuigen, twee terminals die niet met elkaar verbonden zijn, slechte informatieborden.

Binnenlandse vluchten
In Turkije maakte ik drie korte vluchten: van Izmir naar Ankara, van Ankara naar Istanbul en van Istanbul weer naar Izmir. De eerste met Pegasus, de laatste twee met Turkish Airlines.
Huurauto
Voor de eerste 9 dagen huurde ik via Rentalcars.com een auto bij Boyacar op het vliegveld van Izmir. Het was de goedkoopste optie en ik kreeg een vrij nieuwe middenklasser mee. De afhandeling verliep zonder problemen. Mijn route maakte gebruik van tolwegen: deze worden elektronisch verrekend via een kastje in de auto (HGS). Een paar dagen na inleveren verrekende de huurmaatschappij die kosten (ca. 20 EUR) met de borg van 100 EUR.

Het wegennet is goed en intuïtief, met genoeg plekken om te stoppen voor benzine of een drankje/lunch. Chauffeurs gedragen zich over het algemeen goed, hoewel ze je van rechts kunnen besluipen als je voor een stoplicht staat te wachten. De infrastructuurinvesteringen lijken een beetje overboord te zijn gegaan met de snelwegen met meerdere rijstroken rond Konya, aangezien ze nauwelijks gebruikt lijken te worden.
Verkeerspolitie is een normaal verschijnsel langs de kant van de weg, en ik werd drie keer aangehouden bij routinematige verkeerscontroles (in 25 jaar rijden in NL ben ik maar één keer aangehouden…). Beetje irritant, maar de agenten waren allemaal vriendelijk en wensten me Gute Reise.
Openbaar vervoer
Van en naar Safranbolu en Edirne gebruikte ik een langeafstandsbus. Deze kun je makkelijk vooraf boeken via de website/app Obilet, die ook buitenlandse creditcards en paspoortnummers accepteert. De bussen hadden een 2+1 configuratie, zodat je ruim kunt zitten. Op de bus naar Safranbolu kregen we ook wat te drinken en snacks.

Binnen de steden Izmir, Ankara, Edirne en Konya was ik afhankelijk van het lokale stadsvervoer. Er is zeker geen tekort aan bussen, trams en metro’s in deze grote steden – maar veel succes als je er als toevallige bezoeker voor probeert te betalen. Elke stad heeft zijn eigen ‘Kart’ (Izmirim Kart, Konya Kart, Ankara Kart, etc.) die je moet opladen en swipen voordat de tourniquets opengaan. Ze hebben allemaal verschillende instructies, die een beetje een raadsel zijn voor de niet-Turkse spreker. Het grootste probleem is het kopen van een nieuwe kaart – soms te doen in supermarkten (Konya), een kiosk (luchthaven van Izmir) of god weet waar in Ankara. Alleen in Edirne was het makkelijk aangezien je daar ook met een creditcard kunt inchecken.

Hotels
Ik sliep in de volgende hotels:
Bergama: Berksoy Hotel
Hotel voor groepsreizen aan de rand van de stad. Makkelijk te vinden en eenvoudig parkeren. Goed ontbijtbuffet. Wat verouderd interieur en hard bed.
Kosten: 37 EUR per nacht inclusief ontbijt
Troia: Troia Pension
Simpel pension met een paar kamers achter een souvenirshop/restaurantje en pal tegenover het Troje museum. Koude douche, goed bed.
Kosten: 30 EUR per nacht inclusief ontbijt
Bozuyuk: Grand Cali
Ruime kamer in groots hotel met enorm eigen parkeerterrein. Geschikt voor toeristenbussen. Moderne badkamer met regendouche.
Kosten: 48 EUR per nacht inclusief ontbijt
Konya: Gherdian Gold
De meest vreemde hotelkamer die ik ooit heb gehad: een rond bed en een separaat kantoortje! Hotel ligt in een buitenwijk, parkeren is gratis en gemakkelijk. Vlakbij loopt de tram naar het centrum. Goed ontbijtbuffet. Eigen restaurant is ook goed maar aan de dure kant. In de buurt zijn er verder geen restaurants, wel een supermarkt en een broodjeszaak. Op de eerste avond werd er ook een mand met fruit in de kamer bezorgd. Beetje vreemde wifi-toegang, niet geënt op buitenlandse gasten.
Kosten: 57 EUR per nacht inclusief ontbijt
Belek: Selin Otel Spa
Simpel toeristenhotel aan de rand van het badplaatsje Belek, maar op loopafstand van supermarkt en restaurants. Kamer met balkon.
Kosten: 46 EUR per nacht exclusief ontbijt
Patara: Apollon Hotel
Nog een vakantiehotel. Dit was nauwelijks open, ze leken nog met de voorbereidingen voor het zomerseizoen bezig.
Kosten: 30 EUR per nacht inclusief ontbijt
Aphrodisias: Anatolia Hotel
Dit ligt ergens langs de weg in de buurt van de opgravingen van Aphrodisias. Op mijn navigatie kon ik het hotel niet vinden, dus meldde ik me maar bij het restaurant met dezelfde naam. Dat is van dezelfde uitbaters. Ik kon er eerst eten, en mocht daarna achter een kennis op de brommer aanrijden naar een moderne kamer ergens in het dorp.
Kosten: 60 EUR inclusief ontbijt
Ankara: Bugday Hotel
Goed hotel in het centrum, op loopafstand van het treinstation en het museum. Goed buurtrestaurant vrijwel naast de deur.
Kosten: 39 EUR per nacht inclusief ontbijt
Safranbolu: Badeli Konak
Traditioneel huis met houten vloeren (schoenen bij de voordeur laten). Ligt net iets buiten het toeristische centrum van het plaatsje en op een half uurtje lopen naar het station. Kleine kamer en nog kleinere badkamer met onbruikbare douche.
Kosten: 29 EUR per nacht inclusief ontbijt
Edirne: Maca Hotel
Klein hotel boven een koffiezaak. Op loopafstand van de bezienswaardigheden en restaurants in het centrum.
Kosten: 31 EUR per nacht inclusief ontbijt
Izmir: Emens Hotel
Net zakenhotel in het centrum van de stad. Moderne kamer. Het beste ontbijtbuffet van de hele reis.
Kosten: 55 EUR per nacht inclusief ontbijt
Eten
Ontbijt
Ontbijt is belangrijk in Turkije: bij alle hotelovernachtingen was het inbegrepen. Meestal stond er een groots buffet te wachten, met verschillende soorten kaas, verse tomaat, groene en zwarte olijven, eieren en lekkere zoete en hartige broodjes.

Lunch en Diner
Tijdens de lange autoritten stopte ik voor lunch graag bij de keten Köfteci Yusuf. Daar krijg je een köfte-menu voor minder dan 5 EUR, inclusief drankje, salade, brood en ajvar dipsaus.
Verder at ik veel kebab en af en toe een regionale specialiteit. Na verloop van tijd krijg je wel zin in een heel andere keuken, maar die vind je niet zo veel in de monocultuur van Turkije.

Kosten
Cash is hier nog steeds koning, alhoewel je in ketenrestaurants en bij hotels wel met een kaart kunt betalen.
Ik kwam uiteindelijk uit op 110 EUR per dag. Eten en openbaar vervoer zijn erg goedkoop. Ik huurde een auto en nam drie binnenlandse vluchten wat de kosten voor vervoer natuurlijk opdreef.
De kosten, gedeeld door 14 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Turkije | 110 EUR | 41 EUR | 15 EUR | 44 EUR | 10 EUR |






























































Leave a comment