World Heritage Traveller

Krakau 2023

Written by:

#835: Mijn van Tarnowskie Góry

Wat is het?
De Lood-zilver-zinkmijn van Tarnowskie Góry had een omvangrijk ondergronds waterbeheersysteem, dat ook water leverde aan de industrie en bewoners van de omliggende regio. De mijn is tijdens twee fasen in gebruik geweest: in de 15de-17de eeuw en van 1784-1910. Het opgegraven lood en zink kwam tegemoet aan de grote vraag tijdens de periode van industrialisatie.

Mijn van Tarnowskie Gory

Cijfer: 4 (Over het algemeen lijkt het erop dat ze alles wat nog beschikbaar is ‘gepimpt’ hebben om een ​​bezoek te rekken tot 90+ minuten. Ze richten zich ook vooral op gezinnen met kleine kinderen en schoolgroepen, en als niet-Pools sprekende ben je duidelijk in het nadeel.)

Toegang: 65 zloty (13,80 EUR) voor een tour in het Pools. Tours in het Duits of Engels (schaars gegeven buiten het hoogseizoen) kosten 90 zloty.

Hoeveel tijd: Ruim anderhalf uur.

Opvallend: Een bezoek aan deze mijn is goed te doen als een dagtrip vanuit Krakau, maar kost behoorlijk wat tijd. Je moet eerst naar de naastgelegen grote stad, Katowice. Dat is niet zo moeilijk vanuit Krakau, maar mijn trein had 20 minuten vertraging wat het hele schema in de war schopte. Vanuit Katowice is er normaliter een trein van een private maatschappij naar Tarnowskie Gory, maar deze rijdt in ieder geval tot januari 2024 niet en wordt vervangen door een bus. Ik had al zoiets gezien op de website waarop ik de treinkaartjes boekte, maar ze hadden er niet bijverteld dat de vervangende bus vertrekt van het busstation, zo’n 10 minuten lopen van de hoofduitgang van het treinstation.

Na vertrek om 9.55 uit Krakau was ik uiteindelijk pas om 13.15 uur op het station van Tarnowskie Gory. Vandaar is het nog 3,5 kilometer naar de mijn. Hiervoor nam ik op de heenweg een taxi. Deze zette me af bij dit gebouw in een buitenwijk van Tarnowskie.

Het ziet er voldoende ‘mijn-achtig’ uit, maar het is volledige nieuwbouw en pas gemaakt in 1956 toen dit een museum werd. De mijn hier sloot al in 1933.

De Tarnowskie-mijnen (‘Góry’ betekent mijnen) produceerden vooral Galena, een looderts dat één van de vroegste mineralen is die door mensen werden gebruikt omdat het heel gemakkelijk te smelten is. Het wordt al sinds de oudheid gedolven en verwerkt, ook in precolumbiaans Noord-Amerika. De Romeinen gebruikten het al voor hun sanitair binnenshuis.

Galena kan kleine zilverkorrels bevatten (0,2 – 1,2% in het geval van Tarnowskie) en wordt soms gebruikt voor zijn zilver, aangezien het zilver 300 keer meer waard is dan een gelijk gewicht aan lood. Bij Tarnowskie was dit echter zelden het geval – het leverede vooral het lood dat nodig was voor het smelten en raffineren van zilver dat elders (Karpaten, Ertsgebergte) werd gevonden.

Mijn van Tarnowskie Gory

De focus van dit werelderfgoed ligt op de ondergrondse mijn en de waterbouwkunde, en je moet mee op een rondleiding om dit te zien. In het hoogseizoen zijn er ook frequente rondleidingen in het Engels, maar ik moest wachten op eentje in het Pools die om half 3 zou starten. Ik kreeg wel wat printjes met uitleg in het Engels mee voor onderweg.

De bezoekerservaring is niet zo best. Het museum op de tweede verdieping is bijvoorbeeld best aardig, maar je mag alleen met de gids naar binnen. De uitleg duurt te lang voor kleine kinderen en buitenlandse bezoekers zoals ik die op een Poolstalige tour zijn geplaatst. De uitleg die je hebt meegekregen kun je niet lezen want ze houden de zalen donker. Waarom plaatsen ze niet gewoon een paar informatieborden in het Pools en Engels en laten ze de bezoekers in hun eigen tempo laten rondkijken? Ook zouden ze ondertitels kunnen toevoegen aan de video die je aan het begin te zien krijgt.

Na het museum ga je met een lift naar beneden het gangenstelsel in. Het is niet zo diep: de ertsaders hier liepen horizontaal en waren relatief oppervlakkig. Deze omgeving had de neiging om water vast te houden. Om bij de ertsafzettingen te kunnen komen, moest het water worden weggepompt en via een uitgebreid drainagenetwerk worden herverdeeld.

Je loopt door de gangen (sommigen erg laag, dus de helm die we op moeten is geen overbodige luxe). Aan het eind ga je met een bootje door de waterafvoer. Overal is het donker, dus de uitleg op papier had ook hier geen zin.

Mijn van Tarnowskie Gory

Krakau

Mijn eerste bezoek aan Krakau was begin februari 2005, en op de weinige foto’s die ik nog heb zien de gebouwen er somber uit en ligt er een laag sneeuw op de grond. Dus plande ik deze hernieuwde kennismaking voor april, vol vertrouwen in een paar warme en zonnige lentedagen. Oh, wat had ik het mis! Het vroor ’s nachts en ook overdag kwam de temperatuur niet boven de 2 graden. Maar ik was goed voorbereid met een lange lijst met dingen die ik wilde bekijken, zowel buiten als binnen.

Op mijn eerste middag in de stad sloot ik aan bij een Free Walking Tour met focus op de wijk Kazimierz. Maar liefst 36 buitenlandse toeristen kwamen opdagen, wat bevestigt dat Krakau nog steeds een populaire stedentripbestemming is. Gelukkig werd de groep in tweeën gesplitst met elk een gids. De tour melkt nog steeds het succes van de film Schindler’s List uit 1993 uit.

In Kazimierz zijn verschillende synagoges uit de 16de en 17de eeuw en een joodse begraafplaats bewaard gebleven, hoewel er na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks joden terugkeerden. De meeste synagoges hebben ook een nieuwe bestemming gekregen, zoals een mooie boekhandel waar we even binnenkeken.

Remah Synagoge

We hielden een korte pauze op het Nowy-plein, het voormalige joodse marktplein en ook de plek waar dieren ritueel werden geslacht. De centrale rotunda is er nog, een onooglijk rond bakstenen gebouw waar je nu vooral fastfood kunt kopen.

We liepen veel op deze tour, ook naar het voormalige getto aan de overkant van de rivier. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Krakau’s centrum en Kazimierz in gebruik als hoofdkwartier van de nazi’s, die de stad volledig ver-Duitsten. Joden werden eerst uit de stad verdreven en vanaf 1941 opgesloten in een getto in een buitenwijk. Deze wijk is veel minder goed gerestaureerd, alleen een klein stukje van de gettomuur is nog bewaard gebleven.

De volgende ochtend vertrok ik al om 8 uur voor een wandeling vanuit mijn hotel, vroeg naar buiten gelokt door de blauwe lucht en de zon. Ik begon met de route tegen de klok in van Hotel Polonia naar Wawel via Planty Park. Dit park bevindt zich niet in het hart van de stad, maar omzoomd het in een hoefijzervorm. Het volgt de contouren van de oude verdedigingsmuren.

Het is een ontspannen wandeling en onderweg is genoeg te zien. Aan je linkerhand staan de imposante overgebleven torens van de stadsmuur en de goed bewaarde vestingpoort, als je naar rechts kijkt zie je mooie art nouveau gebouwen en zelfs wat art deco.

Krakow - Planty parkwandeling

Op de Wawel-heuvel sloeg ik het kasteel over, maar ging wel de kathedraal binnen. Je moet hiervoor entree betalen in een gebouwtje tegenover. In het begin voelt de kathedraal een beetje rommelig en benauwd aan, omdat het niet in één stijl gebouwd is maar steeds opnieuw uitgebreid door opeenvolgende heersers in verschillende stijlen. Maar als je de tijd neemt, is het zeker genieten van de Sigismund-kapel en de tombes van de crypte. Veel Poolse koningen en ook de laatste overleden president liggen hier begraven.

Via een houten trap klom ik ook naar boven om de klok van Sigismund te zien – een 13 ton zware bronzen klok (bel) uit 1520 die alleen bij speciale gelegenheden wordt geluid.

Krakow - Wawel

Daarna liep ik het hart van de stad in en bezocht ik:

De St. Andreaskerk: het oudste bewaard gebleven gebouw in Romaanse stijl. Statig van buiten met een heel barok altaar aan de binnenzijde, achter een afgesloten hek.

De St. Adalbertskerk: een mooie kerk op het centrale plein. De stenen gedeeltes dateren van het origineel uit de 11de eeuw, toen het een belangrijk gebedshuis was voor rondreizende handelaren.

Krakow binnenstad


De Basiliek van de Heilige Drievuldigheid: heel gotisch, ook het interieur.

De Mariakerk: een meesterwerk van baksteengotiek, met een kleurrijk interieur en een groots altaar. Voor deze kerk moet je entree betalen (15zl).

De buitenkant van de St. Barbarakerk ernaast.


Collegium Maius: dit herbergt het museum van de oudste universiteit van Polen (1364), en één van de oudste van Centraal-Europa, met bekende voormalige studenten zoals Copernicus en Paus Johannes Paulus II. Ik sloot hier aan bij de goed verzorgde rondleiding in het Engels (18 zl, toegang was woensdagmiddag gratis).

Het museum heeft een uitgebreide en hoogwaardige verzameling historische wetenschappelijke objecten. Eén daarvan is de Jagiellonische wereldbol (uit ca. 1510) met zijn zeer vroege weergave van Amerika (liggend ergens in de buurt van Madagaskar). Ook heeft het globes van de Nederlandse 16de eeuwse cartograaf Blaeu:

Krakow Universiteit

Uiteindelijk spendeerde ik anderhalve dag in Krakau, liep 22 kilometer, maar het lukte me niet om alles af te vinken wat ik had willen zien. Voor het Czartoryski museum (dat een bekend werk van Leonardo da Vinci heeft en vele andere klassiekers) kon ik bijvoorbeeld geen kaartjes meer krijgen.

In vergelijking met Praag of Boedapest is Krakau intiemer en heeft het een zwaardere focus op het middeleeuwse. Het is ook meer ‘zichzelf’: minder kosmopolitisch maar ook minder slonzig. De straten en gebouwen kunnen een beetje grijs zijn (vooral als de zon niet schijnt), maar het heeft mooie Italiaanse renaissancepleinen, sierlijke kerkinterieurs in verschillende stijlen en de magnifieke Lakenhal.

Krakow binnenstad

Positief vanuit bezoekersperspectief is ook dat de historische binnenstad nagenoeg autovrij is. En als je al een hoofdstraat moet oversteken, stoppen auto’s steevast bij oversteekplaatsen of zelfs als je gewoon op de stoeprand blijft aarzelen – tot zichtbare verbazing van de toeristen uit landen waar daar niet op gerekend kan worden.

Abdij van Tyniec

Er is een uitgebreide, internationale werelderfgoednominatie in voorbereiding voor plaatsen verbonden met Cluny. Deze Benedictijnse abdij in Frankrijk stond tussen de 10de en 18de eeuw aan het hoofd van een netwerk van kloosters, die dezelfde leer volgden. Eén van de maar liefst 105 locaties in 9 landen die op de voorlopige lijst staan is de Abdij van Tyniec in Polen. Het ligt maar zo’n 15 kilometer buiten het oude centrum van Krakau, dus het was een eenvoudige aanvulling op mijn stedentrip.

Je kunt elk half uur met bus 112 rechtstreeks naar het dorpje Tyniec. De bussen in Krakau stoppen voorbij de rotonde aan de overkant van de brug bij het Wawel-kasteel. Was het de afgelopen dagen vooral koud maar wel droog en soms zelfs zonnig, op deze vrijdag was het zeer donker en viel er regen die omsloeg naar hagel. Maar ja, je moet volhouden als je dit allemaal wilt zien. En nog meer als je een halte te ver bent uitgestapt in het centrum van Tyniec…

Abdij van Tyniec

De abdij ligt op het puntje van een heuvel, zo’n 600 meter lopen, licht stijgend, vanaf de bushalte. Vanaf de overkant van de rivier de Vistula ziet het er als een imposante vesting uit, vanaf deze ‘achterkant’ zie je het pas als je er bijna bent. Ik bezocht het op Goede Vrijdag, dus was niet zeker of het open was. Gelukkig stonden de poorten tot het binnenterrein wijd open.

Het volledig ommuurde complex bestaat uit een ‘kasteel’ (met administratieve functie), een kerk, het klooster, en een grote binnenplaats met o.a. een waterput. Alles is meerdere malen verwoest en weer opgebouwd. In het klooster zit een museum, maar daar hadden ze een briefje op de deur geplakt met in het Pools: ‘gesloten’. De naastgelegen souvenirwinkel was wel open, prettig om daar even te schuilen voor het gure weer en de lekkere koekjes en potjes jam te bestuderen.

Abdij van Tyniec

Steeds meer mensen spoedden zich het terrein op naar de kerk, waar om 12 uur de dienst begon. Ik keek er even binnen, en zag dat het goed vol zat. Het altaar hier is van een opvallend zwart marmer. Van de verbintenis met Cluny heb ik niks meegekregen. Er staan wat borden met informatie op het binnenterrein, maar die gaan alleen over de lokale functie van dit klooster en zijn lange geschiedenis die terug gaat tot de 11de eeuw. Pas in 1739 sloot het zich aan bij de congregatie van Cluny. De banden tussen beide kloosters waren er al veel langer en ook de stichting van de abdij van Tyniec wordt toegeschreven aan een monnik uit Cluny, die zich in Polen vestigde en bisschop van Krakau werd.

Abdij van Tyniec

Leave a comment