- Route Cambodja 2023
- Opnieuw in Phnom Penh
- #827: Sambor Prei Kuk
- Oudong
- #828: Preah Vihear
- Koh Ker
- Banteay Chhmar
- Terugblik Cambodja 2023
Route Cambodja 2023
Deel 1 van mijn Zuidoost-Azië reis van 2023, die me na Cambodja door Thailand-Maleisië-Brunei voert.
In 2007 was ik voor het eerst in Cambodja. Toen richtte ik me vooral op Angkor. Dit keer probeer ik wat meer van het land te zien. Het heeft er inmiddels twee werelderfgoederen bijgekregen, en eentje staat op de nominatie voor dit jaar.

Ik maak de reis grotendeels met het openbaar vervoer, plus privé-vervoer voor de lastige delen:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 3 feb | Vertrek uit Nederland avond ervoor naar Kuala Lumpur. Vandaar door naar Phnom Penh. | Phnom Penh |
| 4 feb | Herbezoek aan Phnom Penh, met o.a. het Nationaal Museum met de standbeelden van Koh Ker. Halve dagtocht naar Oudong, de vorige hoofdstad met een heilige berg vol tempels. | Phnom Penh |
| 5 feb | Dagtocht met OV naar Angkor Borei en Phnom Da, met vroege Khmer-architectuur die sterk was beïnvloed door de Indiase cultuur. | Phnom Penh |
| 6 feb | Bus naar Kampong Thom (3u). Vandaar door naar Sambor Prei Kuk (WE1), een overblijfsel van het Chenla-koninkrijk uit de 6de en 7de eeuw, ruim voor de tijd van de Khmer en Angkor. | Kampong Thom |
| 7 feb | Bus naar Siem Reap (3u). | Siem Reap |
| 8 feb | Dagtocht per taxi naar Preah Vihear (WE2), een rijk gedecoreerd tempelcomplex op de grens met Thailand, en Koh Ker, ook een Khmertempel maar met een trappiramide. | Siem Reap |
| 9 feb | Herbezoek Angkor. | Siem Reap |
| 10 feb | Naar Banteay Chmer via Sisophon (2u+1u) per bus. Bezoek aan het grote tempelcomplex, en overnachting in een homestay. | Banteay Chmer |
| 11 feb | Terug naar Sisophon, via Poipet grens over naar Thailand. | Thailand |
Opnieuw in Phnom Penh
In 2007 was ik ook al eens in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. Ik herinner me van toen vooral dat het er erg druk en heet was. De temperaturen zijn in februari 2023 nog steeds hoog, maar de drukte lijkt minder doordat het verkeer iets geciviliseerder overkomt. Geen massa aan scootertjes meer, maar auto’s, zebrapaden, blindengeleidestroken en verkeerslichten. De stad is ook erg in de hoogte (wolkenkrabbers!) en de breedte uitgedijt.
Nationaal Museum
Ik begin weer met het Nationaal Museum, het ligt vlakbij mijn hotel. Het is een prachtig gebouw uit de Franse tijd, geïnspireerd op Cambodjaanse tempel architectuur. Hoewel het ‘het Nationaal Museum’ heet, is het vooral een archeologisch museum met nadruk op beelden uit het Khmer-rijk. Veel uit Angkor, maar ook andere, oudere steden.
Opgravingen uit Koh Ker hebben mijn bijzondere aandacht vandaag: de Khmer-stad hoopt later dit jaar werelderfgoed te worden. Al bij binnenkomst stuit je op een groot zandstenen beeld van hindoegod Garuda uit Koh Ker. Hoewel het verschil tussen alle stijlen voor de leek moeilijk te zien is, springen ook in de volgende zalen de beelden uit Koh Ker er uit door hun grootte, het gebruik van zandsteen en omdat ze minder verfijnd lijken zijn.
Koninklijk Paleis
Het Koninklijk Paleis ligt om de hoek. Het is een heel groot terrein, maar er is voor toeristen maar één ingang open. Net als in het museum betaal je hier ook 10 dollar entree. Het is er zo tegen 9 uur al behoorlijk druk, met vooral groepen Amerikanen (ook van cruises) en oudere Franse stelletjes met een reisgids in de hand.
Er is maar weinig hier dat beklijft, misschien omdat het er zo nieuw uitziet (het dateert uit de late 19de eeuw). De vele meters lange muurschildering op de binnenmuren van het complex van de Zilveren Pagode vond ik nog het meest interessant.
Boulevards
Ik loop nog wat verder zuidwaarts, op de stoep langs twee brede boulevards en door het Wat Botum Park. Hier staan de grote monumenten van de stad: het Onafhankelijkheidsmonument en een groot standbeeld van Koning Sihanouk bijvoorbeeld.
Opvallend is ook het Cambodjaans-Vietnamees vriendschapsmonument, met drie dramatische beelden in sociaal-realistische stijl. Het is gebouwd als herinnering aan de tijd dat de Vietnamese communisten hun buren bevrijdden van de terreur van de Rode Khmer. Tegenwoordig is Cambodja niet meer communistisch en zijn er af en toe protesten bij het monument.
Choeung Ek Killing Fields
Uit de tijd van de Cambodjaanse genocide in de jaren 1970 bezocht ik eerder al de Tuol Sleng gevangenis. Dit keer kies ik voor de ‘Killing Fields’ van Choeung Ek. Niet omdat ik zo graag gruwelijke dingen bezoek, maar er is gewoon niet zoveel te doen in Phnom Penh. Via Grab (de Aziatische Uber) bestel ik een tuktuk, die me 11 kilometer verderop brengt. Ten tijde van het Rode Khmer regime lag dit buiten de stad, nu reiken de buitenwijken en de Chinese fabrieken en winkelcentra tot vlakbij het terrein.
Bij de 6 USD entree hoort een audiogids, en die vertelt het verhaal en leid je over het terrein. Het was oorspronkelijk een oude Chinese begraafplaats, maar in de jaren 1975-1979 werden dagelijks honderden mensen met bussen aangevoerd vanuit Tuol Sleng waar ze ‘berecht’ waren. Hier aangekomen werden ze meestal meteen gedood (op de meest gruwelijke manieren) en in massagraven gegooid.
Om de één of andere reden had ik een groter terrein verwacht – er waren 1.5-2 miljoen doden. Hier zijn de resten van 8895 slachtoffers gevonden. Maar elke plaats in Cambodja had zijn eigen Killing Fields.
Dit terrein wordt sinds het begin van deze eeuw geëxploiteerd door een Japans bedrijf, dat de opbrengsten van de bezoekers deelt met de Cambodjaanse regering. Over het algemeen is het met zorg en respect gedaan, het verhaal van de audiogids op je koptelefoon is dramatischer dan wat je ter plekke ziet. Tot aan het einde van de rondwandeling het vlonderpad opeens ophoudt en ik ondanks het bordje Please don’t walk on the mass graves toch echt een paar stappen moet zetten in het zand waar de resten van kledingstukken van slachtoffers nog uitsteken.
Centraal op het terrein is als herdenkingsmonument een Boedhistische stupa gebouwd, waarin de schedels van meer dan 5000 slachtoffers worden bewaard. Hier kun je bloemen of wierook achterlaten. Ook vindt hier eens per jaar een grote herdenkingsbijeenkomst plaats.
#827: Sambor Prei Kuk
Wat is het?
De tempels van Sambor Prei Kuk in de opgegraven stad Ishanapura laten een samensmelting zien van Hindoeïstische tradities uit India en Perzië met regionale animistische en Boeddhistische invloeden. Er stonden 186 tempels, gemaakt van baksteen en rijk gedecoreerd. Ze zijn een overblijfsel van het Chenla-koninkrijk uit de 6de en 7de eeuw, ruim voor de tijd van de Khmer en Angkor.
Cijfer: 7 (Sfeervol, en een belangrijke vroege stap in de ontwikkeling naar de Khmer-architectuur die eeuwen later in Angkor zijn hoogtepunt vond.)
Toegang: 10 US dollar + nog eens 10 US dollar voor een gids
Hoeveel tijd: 1,5 uur
Opvallend: Sambor Prei Kuk betekent “Veel tempels in het bos”. En dat is precies wat het is!
Ik bezocht de tempels vergezeld door een lokale gids, haar hond en mijn tuk-tuk-chauffeur uit Kampong Thom die nog nooit voorbij de parkeerplaats was geweest. De gidsen werken voor de lokale Community-Based Tourism-organisatie, die ook homestays en andere activiteiten aanbiedt. De gids had haar meerwaarde: wat je ziet is niet echt zelfverklarend en er zijn maar een paar borden met informatie. Ik vond het ook leuk om haar mening te horen over het toerisme in deze regio en het leven in het algemeen op het platteland van Cambodja.
Het zijn allemaal hindoetempels en ze werden speciaal gebouwd voor de aanbidding van Shiva. Het meest voorkomende kenmerk is de aanwezigheid van de yoni. Helaas zijn veel van de originele beelden die in de tempels stonden geplunderd, of naar musea in Phnom Penh en Frankrijk gebracht.
De tempels vertonen een aantal unieke kenmerken. De achthoekige vorm van een aantal van hen bijvoorbeeld, waarvoor geen Indiase precedent bekend is. En de aanwezigheid van ‘Vliegende Paleizen’: sculpturen op de buitenmuren van de tempels die eruit zien als ramen, met godheden of koninklijke figuren die naar buiten turen. Ook is een deel van de muur om het tempelterrein bedekt met uit steen gehouwen medaillons.
Regenwaterreservoirs voorzagen de tempels van water voor hun grachten en voor landbouwirrigatie. Het tempelgebied is erg groot, op één na bevonden de reservoirs zich buiten de muren.
Sambor Prei Kuk is precies het soort site dat profiteert van de vermelding op de Werelderfgoedlijst: het geeft een impuls aan cultuurbehoud en gemeenschapstoerisme in een landelijk gebied van wat nog steeds een van de minst ontwikkelde landen ter wereld is. Ze zagen twee jaar lang een echte golf van bezoekers nadat ze in 2017 de werelderfgoedstatus hadden bereikt, maar toen moesten ze sluiten vanwege Covid. Toeristen keren nu langzaam terug, maar niet meer dan een handvol individuen per dag.
Japanse en Cambodjaanse restauratieteams zijn sinds 2021 bezig met het herstellen van schade aan verschillende gebouwen. Tijdens mijn bezoek stonden tal van gebouwen in de steigers of waren verboden te betreden vanwege instortingsgevaar.
Oudong
Voor wie zich ooit heeft afgevraagd wat er in Cambodja gebeurde tussen de val van Angkor (begin 15de eeuw) en het begin van het Franse protectoraat eind 19de eeuw: ze moesten herhaalde invasies van hun buren, de Siamezen en Vietnamezen, doorstaan, en er was zelfs een Cambodjaans-Nederlandse oorlog! Oudong was het grootste deel van deze periode de hoofdstad – een rivierhaven en handelsstad in Centraal-Cambodja, ook bekend om zijn zilverwerkplaatsen.
Ik reisde in februari 2023 naar Oudong als een dagtocht vanuit Phnom Penh. Het is nu maar een klein stadje en bussen die kant op rijden niet al te vaak, dus ik koos voor een gedeelde minibus vanaf Phnom Penh’s fraaie Centrale Markt.
Het minibusje wilde niet vol raken, dus reden we de hele route (een uur lang) met slechts 3 passagiers aan boord. Ik werd afgezet bij de toegangsweg naar de berg waarop en omheen de oude stad lag. Daar vond ik gemakkelijk een tuk-tuk voor de laatste 2 kilometer.
Oudong staat op Cambodja’s Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed, maar tot een echte nominatie zie ik het nog niet snel komen. Van de oude handelsstad is eigenlijk niks over. Voor de gemiddelde bezoeker is het tegenwoordig vooral een ‘heilige berg’-ervaring. Het draait allemaal om Phnom Oudong, een heuvelrug, bedekt met animistische, hindoeïstische en boeddhistische tempels en heiligdommen. Het heeft ook stoepa’s ter nagedachtenis aan overleden leden van de koninklijke familie.
Ik kwam zondagochtend rond 10 uur aan en het was zo druk dat de politie zelfs het verkeer moest regelen. Het leek alsof ik ‘het feest’ net had gemist, want tuk-tuks vol met in het oranje geklede monniken vertrokken al weer.
Aan de voet van de heuvel zijn er tal van eetkraampjes, parkeerplaatsen en vrij nieuwe tempels. Hier begint het stenen voetpad dat van het ene uiteinde van de heuvelrug naar het andere leidt. Het pad is goed te volgen op de app Maps.me, maar je kunt ook gewoon alle andere bezoekers volgen. Langs de route is er volop gelegenheid iets te offeren in ruil voor voorspoed.
Het pad staat vol met de ene schrijn, stupa of tempel na de andere. Ik had geen idee waar ik naar keek, hoewel de animistische heiligdommen opvielen met hun onbekende taferelen. De lokale bezoekers leken een vrolijk dagje uit te combineren met picknicken en zo nu en dan een gebed.
Op de heuveltop kom je de oudere stoepa’s tegen voor koning Sisowat (de mooiste van allemaal met de 4 ‘lachende gezichten’ op de top) en koning Ang Duong (bedekt met gepleisterd keramiek), en de Chedei Damrei Sam Poan in Sukhothai-stijl.
De grootste tempel is de Preah Shakyamuni Chedei, die dateert uit 2002 en relikwieën van de Boeddha heeft. Hier was het ook het drukst met pelgrims.
Gedurende de hele route loop je in de volle zon, en het was bloedheet. Ik was dus eigenlijk wel blij toen ik na anderhalf uur aan het einde van de heuvelrug was aangekomen. Er is nog een zijpad dat leidt naar een herdenkingsplek voor de lokale slachtoffers van de Rode Khmer eind jaren zeventig, die zich naast ‘foute’ mensen ook richtte tegen de religieuze bouwwerken.
Voor de terugreis begon ik maar naar de hoofdweg te lopen, aan de voet van de berg waren er geen taxi’s of tuk-tuks beschikbaar. In het ergste geval zou ik de 5 kilometer naar die weg helemaal moeten lopen, waarna ik wel een passerende bus zou kunnen aanhouden. Maar een lege tuk-tuk haalde me uiteindelijk in en hij bood aan om me voor 15 USD helemaal terug te brengen naar het centrum van Phnom Penh. Prima geregeld!
#828: Preah Vihear
Wat is het?
Preah Vihear is een uitzonderlijk voorbeeld van Khmer architectuur, met veel details in zijn decoratie. De resten van dit Hindoeïstische tempelcomplex liggen op een uitstekende rots, op de grens tussen Thailand en Cambodja. Het dateert uit de 11de eeuw.
Cijfer: 7 (Groot en redelijk goed bewaard tempelcomplex op een prachtige locatie.)
Toegang: De entree kost 10 USD voor buitenlanders. Daarnaast moet je een pick-up huren die je de laatste 10 steile kilometers omhoog brengt: 25 USD.
Hoeveel tijd: Een bezoek duurt ongeveer 2 uur. Aangezien het er heet is en je er behoorlijk wat moet lopen, is het aan te raden om de dag te beginnen met Preah Vihear voordat je doorgaat naar Koh Ker en/of Beng Mealea waarmee deze dagtocht vanuit Siem Reap goed te combineren is.
Opvallend: Het is een behoorlijke trip vanuit Siem Reap om de Preah Vihear-tempel te bereiken. We vertrokken om 05.00 uur, om 3,5 uur later op de parkeerplaats aan te komen. Hier koop je je kaartje, maar dan ben je er nog niet: de tempel ligt bovenop een steile berg. Je kunt met een 4wd pick-up de berg op, of achterop een motor.
Ze hadden al een behoorlijk aantal pick-ups klaarstaan: hoewel het een afgelegen plek lijkt, kent het toch een behoorlijk aantal lokale bezoekers en een dagelijkse kleine aanvoer van buitenlanders. Mijn chauffeur die ik voor deze dag had ingehuurd, ‘mister Smarty’, was er sinds 2019 niet meer geweest.
Ik had geen beeld van hoe het eruit zou zien, dus het was allemaal een beetje een verrassing. Het heeft een heel andere setting dan de klassieke Khmer-sites: niet in de jungle, maar in de open lucht op een uitstekende rots. Een 800 meter lange ceremoniële verhoogde weg leidt naar het belangrijkste heiligdom, via trappen en poorten met fijn beeldhouwwerk.
Over het algemeen deed het me veel denken aan Vat Phou in Laos met zijn naga’s en zandstenen palen onderweg. De bijzondere kracht van Preah Vihear ligt in de grootte en de ‘heilige berg’-achtige locatie. Ook is Vat Phou boeddhistisch geworden terwijl Preah Vihear nog grotendeels zijn hindoeïstische oorsprong laat zien (nou ja, behalve die ene monnik die zegeningen uitdeelt in het allerheiligste!).
De onderste trappen en poorten zijn in erbarmelijke staat van onderhoud, nauwelijks overeind gehouden met ijzeren steunbalken. Net als bij andere archeologische vindplaatsen in Cambodja, zijn er momenteel veel restauratiewerkzaamheden aan de gang. Hier leggen ze nu ook het oude afwateringssysteem bloot dat parallel aan de verhoogde weg liep.
De mooiere structuren liggen ongeveer halverwege de wandeling omhoog. Je komt onderweg door vijf gopura’s (toegangspoorten). Deze liggen allemaal in het verlengde van elkaar op de ceremoniële route, zodat je nergens het overzicht hebt wat er daarna nog gaat komen.
De Preah Vihear-tempel is één van de meest betwiste werelderfgoederen van de afgelopen 15 jaar. Hoewel internationale verdragen het aan Cambodja hebben toegewezen, was het tussen 2008 en 2011 het toneel van een militaire impasse en beschietingen met Thailand.
De rust en stilte is nu teruggekeerd op deze plek, het is niet meer nodig om je paspoort te laten zien en de militaire bewakers houden zich op de achtergrond. Er zijn nog enkele kogelgaten in de tempelmuren te zien.
De hoofdtempel ligt vlakbij de rand van het klif, vanwaar je ook mooie vergezichten hebt o.a. op Thailand. Hier is ook de militaire post. Toegang vanuit Thailand is nog steeds niet mogelijk, hoewel er ook trappen vanaf die kant richting het heiligdom lopen.
Op het binnenterrein van de tempel ligt een grote stapel stenen: dat was vroeger de hoogste toren, maar die is in de gevechten kapot geschoten. De componenten zien er nog wel compleet uit, dus wie weet bouwen ze het weer op.
Koh Ker
Koh Ker is Cambodja’s werelderfgoednominatie voor 2023. Het zal al het achtste werelderfgoed uit de tijd van het voormalige Khmer-rijk worden.
Koh Ker is toch wel een trede minder dan de anderen, zowel qua bezoekerservaring als het artistiek/historische niveau. Het dateert uit een relatief korte periode in de 10de eeuw toen het de hoofdstad was van het Khmer-rijk. Het was een tussenstap (zowel in tijd als locatie) tussen Sambor Prei Kuk en Angkor. De vaardigheden op gebied van watermanagement van de Khmer werden hier verder ontwikkeld.
Het ‘beste’ wat de mensen van Koh Ker produceerden, waren kolossale beelden. Helaas zijn er geen overgebleven op locatie en er zijn ook geen replica’s om te laten zien waar ze zouden hebben gestaan. Deze beelden zijn nu te zien in het Nationaal Museum in Phnom Penh en het Musée Guimet in Parijs.
In Phnom Penh verwelkomt een gigantische Garuda uit Koh Ker alle bezoekers bij de ingang van het museum. Hoewel de fijnere nuances in de Khmer-kunst me ontgaan, vond ik de sculpturen uit Koh Ker in het museum gemakkelijk te onderscheiden omdat ze groot van formaat zijn, gemaakt van zandsteen en minder verfijnd.

Ik bezocht Koh Ker op dezelfde dagtour met auto+chauffeur als Preah Vihear. De sites liggen zo’n twee uur uit elkaar, dus het is een lange dag. Eigenlijk zijn ze allebei het best in de vroege ochtend te bezoeken. Sinds 2020 wordt Koh Ker beheerd door de Angkor Enterprise en hebben ze de toegangsprijs voor buitenlanders verhoogd tot 15 USD.
De archeologische vindplaats van Koh Ker is nogal uitgestrekt en er is een auto nodig om van tempel naar tempel te komen. Het kerngebied staat bekend om zijn getrapte piramide. Hier vind je ook een grote watertank en de resten van paleisgebouwen. De tempels liggen hier grotendeels in puin en worden niet meer gebruikt – de lokale bevolking bidt bij het ‘Tombe van de Witte Olifant’ net buiten de muren aan de achterkant.
De ‘piramide’ (het is eigenlijk een platform waar bovenop een 4 meter hoge linga stond) mag je beklimmen. Er is een gemakkelijke houten trap aan de achterkant. Boven vind je vooral een stapel stenen waarvan het onherkenbaar is wat het ooit voorstelde. Als je vanaf deze hoogte over de omgeving uitkijkt, zie je de vele watertanks die bij het complex horen goed.
Het circuit dat je met de auto rondrijdt heeft verder verschillende linga-schrijnen, met nog steeds grote lingam-beelden: niet voor niets was de oude naam van Koh Ker Lingapura. De Pram-tempel, dicht bij de ingang, heeft een fotogenieke set aan overwoekerde heiligdommen.
Omdat het dichter bij Siem Reap ligt dan bij Preah Vihear, lijkt Koh Ker meer bezoekers te trekken. Er zijn twee restaurants en verschillende souvenirstalletjes bij de piramide. De omgeving is dunbevolkt en de mensen zijn voornamelijk cassaveboeren (je ziet het product langs de weg liggen te drogen).
Banteay Chhmar
Het archeologische complex van Banteay Chhmar is het hart van het hedendaagse plaatsje in het noordwesten van Cambodja dat dezelfde naam draagt. De oude site wordt omringd door een brede gracht, nog steeds gevuld met water. De moderne plaats is veel kleiner en voelt als een tijdelijke nederzetting.
Mijn bezoek aan Banteay Chhmar werd georganiseerd door de lokale Community-Based Tourism (CBT) groep. Ik verbleef een nacht bij één van hun gastfamilies, in een fijne kamer op de tweede verdieping van een traditioneel houten woning. Ik lunchte en dineerde in hun CBT-clubhuis, en een lokale gids leidde me rond in het archeologische complex. En één van hun chauffeurs bracht me de volgende dag naar de grens met Thailand bij Poipet.
De man die me eerder op het CBT-hoofdkwartier had ontvangen, had zijn officiële gidsenuniform aangetrokken en pikte me met zijn motor op om aan het eind van de middag naar de opgravingen te gaan. We kwamen geen andere toeristen tegen, er komen er maar een paar per week. De toegangsprijs is 5 USD.
Banteay Chhmar werd eind 12de of begin 13de eeuw gebouwd door koning Jayavarman VII, die ook verantwoordelijk was voor Angkor Thom. Het was een tempelcomplex, gebouwd om het succes van de Khmer in de militaire campagne tegen de Champa te vieren. De entree is recent volledig gerestaureerd dankzij een Cambodjaanse schenker.
Binnen is het terrein nog steeds volledig bedekt met steenpuin; 95% van de gebouwen is in de loop van de tijd ingestort, maar alles ligt er nog. Er is een houten loopbrug over de stenen heen gebouwd, zodat je niet meer hoeft te klauteren. Vanaf die loopbrug kijk je naar beneden in de heiligdommen. Eén van hen heeft een van de weinige gezichtstorens die buiten Angkor te vinden zijn. Ook de zuilengalerijen zijn nog intact.
Het is tot nu toe een mooi complex in Angkor-stijl geweest, maar wat daarna komt is verbluffend: de reliëfsnijwerken op de buitenmuren. De oostgalerij heeft afbeeldingen van meerarmige Avalokiteshvara Bodhisattva’s: één met 32 armen, de anderen met 16, 8, 4, 2.
Oorspronkelijk waren er acht kunstwerken, waarvan er nu zes weer op hun plek staan. In 2020 werden nog twee gravures geretourneerd uit het Nationaal Museum in Phnom Penh, werken die in 1999 vanaf deze locatie waren gestolen.
De volledige galerijmuren worden momenteel hersteld, vele meters zijn al gedaan en er wordt nog steeds aan gewerkt door Cambodjaanse teams.
In tegenstelling tot andere Khmer-sites, zijn de gravures hier niet alleen religieus van aard, maar tonen ze ook scènes uit het dagelijks leven en van de strijd op land en water tussen de Khmer en hun vijanden, de Cham. Aan de noordkant zitten de originele reliëfs nog op hun plek.
Terugblik Cambodja 2023
Praktische info over reis naar en verblijf in Cambodja (2023). Hoe kom je er? Wat kost het? Hoe is het eten?
Het was leuk om weer terug te zijn, na mijn eerste bezoek in 2007. Alhoewel met name Phnom Penh en de infrastructuur gemoderniseerd zijn, is het nog steeds een arm land.
Ik genoot het meest van de afgelegen maar sfeervolle ruïnes van Sambor Prei Kuk, Preah Vihear en Banteay Chmar.
Voorbereiding
Je hebt een visum nodig om Cambodja binnen te raken, maar dat koop je gemakkelijk bij aankomst op het vliegveld van Phnom Penh.
Vervoer
Internationale vluchten
Ik vloog eerst met KLM naar Kuala Lumpur, en vandaar met AirAsia naar Phnom Penh.
Lokaal vervoer
Ik moest er eerst even aan wennen dat ik weer voor het openbaar vervoer moest werken; het staat ver af van de logistieke gelukzaligheid die ik in Brazilië gewend was. Het beste zijn de gedeelde taxi’s, gerund door een mysterieus ondergronds netwerk dat alle lokale bewoners lijken te kennen. Deze zijn snel en comfortabel.
Daarnaast zijn er minibusjes, beheerd door post- en pakketbezorgers. Deze rijden tussen de steden en kunnen vooraf online worden geboekt. De wegen in Cambodja zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, dus de reistijden zijn meestal korter dan wat je online leest. Voor kortere afstanden in en om de steden werkt de app Grab in Phnom Penh en Siem Reap.

Overland naar Thailand
De grensovergang Poipet-Aran over land was vrij eenvoudig (er is hard opgetreden tegen corruptie/omkoping), hoewel het nog steeds ongeveer 1,5 uur duurde om er doorheen te komen, aangezien veel Thaise toeristen ook deze oversteek maken. De hoofdgrensweg bij Poipet is momenteel afgesloten, je moet naar binnen door een lus rond de gebouwen aan de rechterkant te maken (een beetje ver lopen, een moto-taxi bracht me er voor 1 USD).
Ik kon geen vervoer naar Bangkok vinden op de markt aan de Thaise kant van de grens (wat vóór Covid een optie leek, maar het aantal toeristen is nog niet op dat niveau teruggekeerd), het beste is om een tuktuk te nemen naar het centrale busstation van Aran (5 km) waar regelmatig minibusjes naar de hoofdstad vertrekken.
Hotels
Ik sliep in de volgende hotels:
Phnom Penh: Saravoan Royal Palace
Goede locatie bij Nationaal Museum. Inclusief redelijk ontbijt van de kaart en goede koffie. Ruime kamer met zitje, hard bed. Gratis flesjes water, safe en koelkast.
Kosten: 37 EUR per nacht inclusief ontbijt
Kampong Thom: Glorious Hotel and Spa
Grootse entree, maar weinig gasten. Ik kreeg kamer 1 vlak naast de receptie. Schoon en goede wifi. Het ligt een eindje lopen van het echte centrum van Kampong Thom. Het is een typisch hotel voor groepen, je kunt er ook eten.
Kosten: 26 EUR per nacht exclusief ontbijt
Siem Reap: The Bliss Angkor
Boetiekhotel. Lekkere douche. Fijn zitje op kamer en balkon. Hotel weet nog niet zo goed wat het wil zijn (boetiekhotel of standaard midbudget). Kan een 40-50jr oude manager gebruiken die alle gaten opvult en de jonge wat timide staf achter de broek aan zit. Net iets te ver buiten het centrum.
Kosten: 33 EUR per nacht inclusief ontbijt
Banteay Chhmar: CBT Homestay
Kamer op de bovenverdieping van een groot houten familiehuis. Met fan en stopcontacten. De badkamer is gedeeld met de familie, en is heel netjes. Ze staan hier in de buurt al vroeg op: zo rond 5 uur begint de bedrijvigheid.
Kosten: 7 EUR per nacht exclusief ontbijt
Eten
Ontbijt
Bij de hotels in Phnom Penh en Siem Reap was ontbijt inbegrepen. Je kunt er kiezen van een kaart, met meest westerse opties en goede koffie.
Lunch en diner
Amok Fish is nog steeds dé locale specialiteit. Er zijn veel internationale opties te krijgen in de restaurants.

Kosten
Je kunt hier met zowel cash dollars als met Cambodjaanse riel betalen, beide komen ook uit de geldautomaten. Riel hadden wel mijn voorkeur, omdat je dan ook kleinere coupures krijgt (50,000 riel, zo’n 12 EUR, i.p.v. 100 USD).
Ondanks dat Cambodja over het algemeen een goedkoop land is, kwam ik uit op een dagbudget van 109 EUR per dag. Om de afgelegen ruïnes in het noorden te bereiken, moest ik wel privé-transport regelen.
De kosten, gedeeld door 9 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Eten | Vervoer | Overig |
| Cambodja | 109 EUR | 31 EUR | 14 EUR | 45 EUR | 19 EUR |



































Leave a comment