World Heritage Traveller

Brazilië 2022

Written by:

  1. Programma
  2. Manaus
  3. #811: Centraal-Amazone gebied
  4. Belém
  5. Lençóis Maranhenses
  6. #812: São Luis
  7. #813: Fernando de Noronha
  8. #814: Olinda
  9. #815: Serra da Capivara
  10. #816: São Francisco plein
  11. #817: Salvador de Bahía
  12. Forten van Recife en Salvador
  13. #818: Pampulha
  14. #819: Zuidoostelijke Atlantische woudreservaten
  15. #820: Sitio Roberto Burle Marx
  16. #821: Discovery Coast
  17. #822: Valongo kade
  18. Rio de Janeiro (deel 2)
  19. Terugblik Brazilië 2022
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Het reisjaar eindigt met een stevige trip van 5 weken naar het noorden van Brazilië. In 2004 (18 jaar geleden!) reisde ik al eens 4 weken door het zuiden. Dit keer richt ik me op het Amazonegebied en de steden & natuurgebieden langs de noordoostelijke kust.

Het programma, inclusief 11 ‘nieuwe’ werelderfgoederen, is:

DatumProgrammaVerblijf
22 novVlucht Amsterdam – Sao Paulo met KLM: 9.55-18.00. Transfer naar Viracopos airport buiten de stad.Campinas
23 novVlucht naar Manaus met Azul.Manaus
24 novBezoek aan monumenten en musea van Manaus.Manaus
25 novVlucht naar Tefé met Azul. Opgepikt voor 3-daags programma van de Uakari Lodge.Mamirua
26 novMamirua Reserve, onderdeel van het Centrale Amazonegebied (WE1)Mamirua
27 novNog een dag in Mamirua, boot tours en wandelingen.Mamirua
28 novTerugvlucht naar Manaus.Manaus
29 novVlucht naar Belem. Bezoek aan het theater en de markt Ver-o-Peso.Belem
30 novVlucht naar Sao Luis. Vanaf vliegveld transfer naar Barreirinhas.Barreirinhas
1 decTour naar Lencois Maranhenses Nationaal Park, duingebied.Barreirinhas
2 decBus terug naar Sao Luis (3.5 uur). Bezoek aan het koloniale centrum van Sao Luis (WE2).Sao Luis
3 decVlucht naar Recife.Recife
4 decVlucht naar het eiland Fernando de Noronha (WE3).Fernando de Noronha
5 decBoottour & wandelingen op het eiland.Fernando de Noronha
6 decBoottour & wandelingen op het eiland.Fernando de Noronha
7 decVlucht terug naar Recife. Door naar Olinda, half uurtje verderop.Olinda
8 decHistorisch centrum van Olinda (WE4), groot geworden vanaf de 16de eeuw door de suikerhandel.Olinda
9 decStadsbezoek Recifie, met de forten Sao Tiago en Do Brum (“De Bruyn”).Recife
10 decVlucht naar Petrolina. Auto ophalen en 3.5 uur doorrijden naar Coronel Jose Diaz voor het Serra da Capivara nationaal park (WE5).Coronel Jose Diaz
11 decTour door het park, met o.a. oude rotstekeningen.Coronal Jose Diaz
12 decIn de middag terugrijden naar Petrolina, en doorvliegen naar Recife. Vandaar de nachtbus in naar Aracaju.Nachtbus
13 decAankomst in Aracaju in de ochtend.Aracaju
14 decBezoek aan het Sao Francisco-plein (WE6) in het plaatsje Sao Cristovao.Aracaju
15 decNaar Salvador per bus (5u).Salvador de Bahia
16 decBezoek aan het historisch centrum van Salvador de Bahia (WE7).Salvador de Bahia
17 decVlucht naar Belo Horizonte.Belo Horizonte
18 decBezoek aan de wijk Pampulha (WE8), met haar moderne architectuur.Belo Horizonte
19 decBus naar Sao Paulo, en nog een bus naar Peruibe aan de kustPeruibe
20 decVogels en bos in de Zuidoostelijke Atlantische woudreservaten (WE9)Peruibe
21 decBus naar Rio de Janeiro.Rio de Janeiro
22 decBezoek aan de tuinen van Roberto Burlio Marx (WE10), in de buitenwijken van Rio.Rio de Janeiro
23 decTour of herbezoek delen van RioRio de Janeiro
24 decBezoek aan de Valongowerf (WE11), waar de Afrikaanse slaven aankwamen in Brazilië. Wandelroute door het centrum. Terugvlucht KLM naar Amsterdam om 20.50.Vliegtuig
25 decAankomst 12.15 uur.Thuis

Manaus

Manaus is de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Deze staat heeft een oppervlakte vergelijkbaar met Noordwest-Europa – het had dus best een land op zich kunnen zijn, des te meer omdat het ver verwijderd ligt van de traditionale machtsbases van Brazilië aan de zuidwestkust. Ik geraak er na 3,5 uur vliegen vanuit Sao Paulo. Manaus is een belangrijke havenstad aan de rivieren Rio Negro en Amazone, en heeft daardoor een goed bevaarbare toegang tot de Atlantische Oceaan. Er wonen nu zo’n 2 miljoen mensen.

Dé blikvanger van de stad is het Amazonas Theater. Dit is een overblijfsel uit de late 19de eeuw, toen de regio een enorme economische bloei doormaakte door de handel in rubber. De ondernemers werden zo rijk dat ze allerlei luxe goederen uit Europa lieten overkomen. Ook verfraaiden ze hun stad: er kwam een tram, straatverlichting én een prestigieus theater.

Manaus - Amazonas Theater

Het theater kun je als toerist overdag gemakkelijk bezoeken. Na betaling van 20 Reais (3,60 EUR) krijg ik een goed Engels sprekende gids mee die me door het gebouw zal loodsen. Er zijn ook groepen Brazilianen aanwezig. We kijken eerst in de grote zaal. Er kunnen 701 toeschouwers in – 700 ‘gewone’ en de gouverneur, die een speciale loge heeft. Het gehele interieur is uit Europa geïmporteerd: ijzerwerk uit Engeland, kristallen kandelaars uit Frankrijk, stoffen uit België, marmeren zuilen uit Italië.

Manaus - Amazonas Theater

Naast de grote zaal zijn er nog andere ruimtes in het theater, zoals een prachtige balzaal. De zuilen zijn hier van bruin marmer, en moeten bomen voorstellen. De groene kruin is op de verdieping erboven geschilderd. De houten vloeren van de gangen zijn ingelegd met afwisselend licht- en donkerbruin hout: dit symboliseert de ‘ontmoeting’ van de twee rivieren bij Manaus. Voor het theater is de straat nog deels bedekt met rubberen klinkers: deze gebruikten ze aan het begin van de 20ste eeuw zodat het geluid van de koetsen de opvoeringen in het theater niet zouden verstoren.

Manaus - Amazonas Theater

Ik blijf anderhalve dag in Manaus – niet omdat er zoveel te zien is, maar ik had voor de zekerheid een bufferdag ingepland om mijn aanstaande meerdaagse trip naar het Amazone regenwoud niet in gevaar te brengen. Dus ook voor de tweede dag heb ik een lijstje met af te vinken dingen in Manaus. Ik begin bij het Museo do Homen do Norte – het museum van de inheemse bewoners van het noordwesten van Brazilië. Het ligt zo’n 4 kilometer buiten het centrum en ik ga er heen met een Uber.

Het museum zit in een cultureel complex, met een bioscoop en andere expositieruimtes. Net als gisteren al een paar keer word ik ook hier enthousiast verwelkomd door goed Engels sprekende jongens en meisjes die een informatiestandje bemannen van het Bureau voor Toerisme van Amazonas. Eén begeleidt me naar het museum en roept een gids. De entree is hier gratis.

Manaus - Museu do Homem do Norte

De jonge gids, vandaag getooid in een Braziliaans voetbalshirt omdat de ploeg moet spelen op het WK, gaat wat snel door de zalen van het museum heen. Maar er zijn zeker interessante dingen. Grote hoofdtooien bijvoorbeeld, gemaakt van de veren van kleurige vogels. En deze “handschoenen” die onderdeel zijn van een volwassenwordingsritueel bij jongens van de Satere-Mawe stam in het Amazone-gebied. Ze krijgen stekende mieren op de handschoen gesmeerd en moeten dan de pijn 5 minuten lang verbijten.

Manaus - Museu do Homem do Norte

Vanaf het museum laat ik me door een Uber afzetten bij het Rio Negro Paleis, niet ver van het centrum. Dit gele ‘paleis’ werd in 1903 door een rubberbaron van Duitse komaf gebouwd. Later werd het gebruikt als paleis van de gouverneur en nu is het een cultureel centrum.

Manaus - Rio Negro Paleis

Te voet ga ik verder door het centrum, waar het verrassend ontspannen rondlopen is. Ik ga op zoek naar meer historische gebouwen en vind onder andere uit de glorietijd van Manaus:

  • Aux Bon Marché – een winkel waar ze dure Franse kleding verkochten,
  • Kathedraal – wel groot maar niet zo interessant (de publieke en commerciële gebouwen profiteerden duidelijk meer van de rubberboom dan de religieuze),
  • Douanegebouw – een bruin monster aan de haven met een ingebouwde vuurtoren, het geheel werd geprefabriceerd in Engeland en hier in 1909 neergezet,
  • Klokkentoren – uit 1929, met een uurwerk uit Zwitserland,
  • Rio Branco paleis – nu zo zwaar bewaakt dat je er bijna geen foto van kunt nemen (het is eigendom van justitie).
Manaus - Havendouane

De ochtend sluit ik weer af in de buurt van het theater. Ze hebben er een stalletje waar ze de regionale specialiteit van verse açaí bessen vermalen met schaafijs verkopen. Lekker verfrissend in de klamme hitte van deze stad!

Na het middaguur blijken alle winkels en restaurants te sluiten in afwachting van de voetbalwedstrijd die Brazilië vandaag op het WK speelt. De doelpunten worden gevierd met veel gejuich en zwaar vuurwerk…

#811: Centraal-Amazone gebied

Wat is het?
Het Beschermd Centraal-Amazone gebied bestaat uit 4 natuurreservaten in het noordwesten van Brazilië, die samen de belangrijkste ecosystemen van de Amazone laten zien. Het gaat o.a. om várzeabos, dat seizoensgebonden overspoeld wordt door slibrijk riverwater, en zwartwaterrivieren. Anavilhanas, bestaande uit zo’n 400 eilanden, is de op één na grootste rivierarchipel ter wereld. Het gebied staat verder bekend om zijn vis, de vele plantensoorten en endemische vogels.

DSCN9435v2

Cijfer: 8 (Ik koos voor een bezoek aan de sublocatie ‘Mamirauá’. Het bleek rijk aan vis, vogels, en kaaimannen, en ook vijf verschillende soorten apen lieten zich goed zien. Dit gebied is meer door mensen aangetast dan dat andere Amazone-werelderfgoed, Manu NP in Peru. Ook is het landschap minder spectaculair. De manier van bescherming, door de lokale gemeenschappen, is echter uniek. Ook het várzeabos is fascinerend.)

Toegang: “Gratis” – er is geen formele ingang tot het Mamiraua reservaat, maar in de kamerprijs van de lodge is een opslag opgenomen voor het beheer van het gebied.

Hoeveel tijd: Ik was er 3 dagen.

Opvallend: Het reservaat ligt ruim 500 kilometer ten westen van Manaus. Dus ik moet eerst een uurtje naar Tefé vliegen, een bruisende rivierhavenstad met 60.000 inwoners. Er loopt geen weg naar toe. Iedereen legt hier aan met een bootje om boodschappen te doen, en ook grote passagiersboten maken de vaart over de Amazone-rivier tussen Manaus en Tefé. Stroomopwaarts kost dat twee dagen.

Ik word van het vliegveld opgehaald voor nog eens anderhalf uur reizen per boot naar de Uakari Lodge, waar ik drie nachten ga verblijven in het reservaat. Een Braziliaanse jonge vrouw, Jacqueline, is mijn reisgenote voor de komende dagen.

Amazonegebied, Tefé

De vaart gaat het eerste uur over de zeer brede Amazone-rivier, die hier plaatselijk Solimões heet. Ondanks dat er geen borden staan, is het meteen duidelijk wanneer we het Mamiraua-reservaat invaren: we verlaten de hoofdrivier. Bij deze kruising zien we voor het eerst roze en grijze dolfijnen springen.

Al snel passeren we een nauwe doorgang, waarna de eerste memorabele natuurbelevenis volgt. Hier staan duizenden grote zilverreigers en aalscholvers langs de waterkant klaar om te vissen. Het is vooral een mooi gezicht dat de witte en zwarte vogels zo gemengd staan.

Amazonegebied, Mamiraua

Het bijzondere van Mamiraua ligt in het behoud van een várzea-bos, dat elk regenseizoen overspoeld wordt door het water uit vruchtbare rivieren vanuit de Andes. Op onze eerste middagexcursie krijgen we te zien welk effect de overstromingen hebben op de lokale flora en fauna. We bezoeken een eiland waar het verschil in waterpeil wel 12 meter kan zijn. Het leefgebied is alleen geschikt voor dieren die kunnen vliegen, zwemmen of in bomen leven. Je zult hier geen tapirs of capibara’s vinden…. Zelfs de mieren en termieten bouwen hun nesten hoog in de bomen in plaats van op de grond. Jaguars overleven ook in de bomen, maar ze zijn half zo groot als hun soortgenoten elders.

Vanwege het seizoensgebonden karakter van deze plek is een bezoek in mei (precies aan het einde van het regenseizoen wanneer het waterpeil het hoogst is) totaal anders dan een bezoek in november. In het droge seizoen profiteren de kaaimannen en vogels van de vissen die dan opgesloten zitten in een kleiner gebied. In het natte seizoen heb je een grotere kans om zoogdieren te zien, omdat ze hun toevlucht moeten nemen tot de bomen. Tijdens deze eerste rustige wandeling, vooral bedoeld om bomen aan te duiden, zien we echter toch zonder veel moeite al vier soorten apen.

Amazonegebied, Mamiraua

Het paradepaardje van Mamiraua is de pirarucu (arapaima), de grootste zoetwatervis in Zuid-Amerika. Verder zijn er twee soorten rivierdolfijnen: roze en grijze. En er zijn 64 soorten elektrische vissen. De dolfijnen zijn zoals altijd moeilijk te fotograferen. De arapaima sprongen de hele dag op en neer voor mijn hut bij de (drijvende) lodge. Andere gasten van de lodge zijn gekomen voor een weekje sportvissen en ze hebben het blijkbaar naar hun zin.

De geschiedenis van het Mamiraua-reservaat en de Uakari Lodge is fascinerend. Het reservaat is in 1986 gestart om de uakari-aap te beschermen. Al snel werd echter duidelijk dat de lokale bevolking geen ruimte meer zou hebben om te vissen en het land te bewerken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dus werd het reservaat veranderd in een gebied voor gemengd gebruik. Mensen uit de 14 gemeenschappen werken in de lodge en patrouilleren op de rivier, en elke gemeenschap ontvangt jaarlijks een deel van de inkomsten van de lodge om aan projecten te besteden. Met deze aanpak zijn ze erin geslaagd om illegale houtkap en visserij een halt toe te roepen.

De seizoensgebonden stijging van de waterstanden heeft ook gevolgen voor de lokale bevolking. Mamirauá wordt bewoond door kleine ribeirinho-gemeenschappen. Om de overstromingen het hoofd te bieden, wonen de mensen in huizen op palen. Ze hebben drijvende tuinen en drijvende zonnepanelen om deze voorzieningen het hele jaar door beschikbaar te houden. Op de ochtend van de tweede dag bezoeken we één van deze gemeenschappen: Caburini.

DSCN9326

We worden rondgeleid door een man van 79, die hier met een groot deel van zijn familie woont. Het regent nogal hard deze ochtend, zodat we moeten schuilen in de kerk, het klaslokaal en op de man’s veranda voordat we weer ‘naar huis’ kunnen.

Hij vertelt ons dat ze jaarlijks bijna al hun kippen verkopen of opeten voordat het regenseizoen begint (de kippen kunnen namelijk niet vliegen of zwemmen). Door de overstromingen blijft er ook veel zand achter, waardoor het strand elk jaar groter wordt en de huizen verder van de rivier komen te staan. Ze gebruiken het strand om bonen en watermeloenen te verbouwen. Ze redden ook de eieren van schildpadden en brengen ze naar het beschermde gebied van het Mamiraua-meer nadat ze zijn uitgekomen.

DSCN9321

Het is zaterdag en er zijn inmiddels ook een paar weekendgasten in de lodge aangekomen. Met hen (4 personen) doen we in de namiddag de grote excursie naar het meer van Mamiraua, het hart van het reservaat. We varen met een open motorboot, eerst door ‘het kanaal’ en dan het meer in zover we kunnen. Het water staat zo laag dat we niet tot het einde kunnen doorvaren.

DSCN9442

Het kost niet veel moeite om onderweg mijn meest gewilde vogel te zien: in het Nederlands heet hij blijkbaar anioema, maar zijn Engelse naam is veel passender: de Horned Screamer. Als een eenhoorn heeft hij een puntige, verhoornde structuur voor op z’n kop die wel 10 centimeter lang kan worden.

DSCN9405v2

Mamiraua heeft twee soorten apen die nergens anders in de wereld meer voorkomen: de zwarte doodshoofdaap (vergelijkbaar met de gewone, maar met zwart haar op zijn kop) en de intrigerende witte uakari. De zwarte doodshoofdaapjes laten zich gemakkelijk zien, we zagen ze gisteren al op de eerste wandeling.

De uakari heeft een volledig witte vacht en een felrood gezicht – hij lijkt niet op een andere aap, het is bijna op een albino. We hebben het geluk er eentje tegen te komen tijdens deze boottocht, langs het ‘kanaal’. Hoewel we hem maar even zien, toont het dier zijn pluizige witte lichaam goed door op een bladloze tak te lopen. En hij draait zijn hoofd om, zodat we ook zijn kenmerkende rode gezicht kunnen zien.

DSCN9369

Als we terugvaren naar de lodge is het al donker. De gids en de bootsman hebben schijnwerperslichten mee om zo de ogen van dieren langs de waterkant te kunnen ‘vangen’. Dat blijkt hier in Mamiraua een hele klus: de rivier ligt namelijk vol met kaaimannen, en het enige dat je ziet is honderden van hun oogjes laag bij het water. Af en toe houdt er eentje ons voor de gek door op de kant te gaan liggen.

DSCN9515

Op de laatste ochtend maken we een stevige boswandeling van 4,5 uur lang. We zien onze eerste eekhoorns met een enorme pluizige staart, en vinden een slapende luiaard in een boom. Ook komen we nog een groep uakari’s tegen in het bos, maar ze zijn er moeilijker te zien (alleen af en toe een witte ledemaat). Aan het vogelfront spotten we een mini-uiltje (de Braziliaanse dwerguil) en een toekan (de Azara-arassari).

DSCN9566

Onze laatste excursie is een kanotocht. Gids Manuel peddelt en de Braziliaanse en ik liggen lui in de boot. Zo’n kano heeft twee voordelen: hij is stil en ligt laag op het water. Je bent dus bijna op ooghoogte met de watervogels.

We zien een aantal nieuwe soorten, maar de Amerikaanse schaarbek steelt de show. Als het nog licht is, staat hij geduldig met zijn vaste buurman de grootsnavelstern langs de waterkant. Als het begint te schemeren, gaan ze echter aan het werk. Laag scheren ze over het water om een visje op te pikken, pal voor en langs de kano.

DSCN9653

Belém

Belém is dat andere product van de Rubber Boom in het noordwesten van Brazilië. Het ligt aan de monding van de Amazonerivier en is tegenwoordig de hoofdstad van de staat Pará. Het centrum maakt een wat rommelige indruk, met veel graffiti, kapotte stoeptegels en slapende zwervers.

Net als Manaus heeft het een prachtig theater. Het ligt op een prominente plek in de stad, omringd door een aantal andere monumenten uit dezelfde tijd. Vanuit het raam vanuit mijn hotelkamer kijk ik er op uit. De rest van de stad met 1,4 miljoen inwoners heeft veel hoogbouw.

Belem

Het Teatro do Paz in Belém is de oudste van de twee Amazonetheaters (uit 1878). Sinds de volledige restauratie in 2002 wordt het weer regelmatig gebruikt voor opera’s. Je kunt hier alleen naar binnen met een rondleiding (in het Portugees). De entree kost slechts 6 reais (1,10 EUR), maar moet contant worden betaald wat een grote uitzondering is in het huidige Brazilië. Ik was er op dinsdag om 14 uur, samen met 3 Braziliaanse toeristen.

Belem

De entreehal is erg mooi – het ademt de sfeer van Art Nouveau. Mozaïeken op de vloer symboliseren de eenheid tussen de Portugezen en de inheemse bevolking van de Amazone.

Belem

De grote theaterzaal is redelijk vergelijkbaar met die in Manaus, ook hoefijzervormig, met rieten fauteuils, vrijmetselaarssymbolen en speciale stoelen voor de politieke elite (met de erezetel voor de gouverneur van de staat). Het plafond heeft een enorme bronzen kroonluchter die in de Verenigde Staten is gemaakt.

Belem

De grootste bezienswaardigheid van Belém is echter Ver-o-Peso, de regionale markt die hier al 300 jaar bestaat. Het ligt aan de rivier en is verspreid over verschillende locaties, geordend op product. Ik liep er in de vroege ochtend vanuit het stadscentrum naartoe en dwaalde een uur in mijn eentje rond. Het gebied voelde niet onveilig en er is ook politie zichtbaar aanwezig.

Het begint met een groot aantal halfoverdekte marktstalletjes. Hier verkopen ze voornamelijk groenten en fruit, waaronder lokale favorieten zoals de gele tucupisaus gemaakt van de wortel van maniok en tapiocameel.

IMG_8038

Intrigerende kleine flesjes bevatten geneeskrachtige kruiden en parfums gemaakt van inheemse planten.

IMG_7970

De ijzermarkt, ook wel de vismarkt genoemd, is een iconisch neogotisch bouwwerk met vier torens. Binnen wordt alleen vis verkocht, en hier zag ik de gigantische pirarucu, die ik telkens voor mijn hut in Mamiraua op en neer zag springen, dood op het aanrecht liggen.

IMG_7974

Direct erachter liggen de kades, waar de vis uit boten wordt gelost en ook direct vers op straat wordt verkocht. Ze liggen aan een plein met een gietijzeren klokkentoren uit Engeland en een rij kleurrijke koloniale gebouwen.

IMG_7985

De Açaí-beurs wordt in de open lucht gehouden. Handelaren verkopen açaí-bessen uit rieten manden. Ze worden voornamelijk gebruikt door de alomtegenwoordige lokale açaí-sapwinkels en restaurants.

IMG_7991

Op de terugweg loop ik langs de Solar da Beira: dit indrukwekkende neoklassieke gebouw is nu vooral een expositieruimte. Binnen is er niet veel te zien, met uitzondering van enkele handwerk- en souvenirverkopers.

Tot slot: de Mercado Municipal oftewel de vleesmarkt. Met zijn bescheiden ingang aan de overkant van de straat van Solar da Beira valt het niet zo op. Maar van binnen heeft het een prachtig Art Nouveau-ontwerp, met gietijzeren trappen en stalletjes die perfect zijn gemaakt voor het slachten en verkopen van vlees.

IMG_8033

Ik denk dat ik de belangrijkste Amazone-specialiteiten die hier te koop zijn, goed heb kunnen zien, zelfs zonder gids. Voor de echte sfeer was ik er misschien iets te laat. Ik had gelezen dat de beste bezoektijden tussen 7 en 10 uur zijn, en ik was er om half 8. De actie van de boten was echter al lang achter de rug en de arbeiders waren al bezig de dokken schoon te spuiten. Ik wist dat de Açaí-markt bijzonder vroeg begint (rond 5 uur ’s ochtends), maar ik denk dat ongeveer hetzelfde geldt voor alle andere verse producten die per boot aankomen, zoals de vis.

Lençóis Maranhenses

Het Lençóis Maranhenses National Park (LMNP) staat op de nominatie om op korte termijn werelderfgoed te worden. Het is een landschap van zandduinen, met daartussen meren die ontstaan zijn door regenval. Het is geen woestijn (daarvoor regent het hier in het noorden van Brazilië veel te veel) en er is geen permanente waterbron.

IMG_8070

De dichtstbijzijnde grote stad met een vliegveld is São Luis. Voor een korte verkenning van het park is de stad Barrerinhas de beste overnachtingsplaats. Ik wist rechtstreeks vanaf de luchthaven van São Luis een plekje te vinden in een gedeelde minibus naar Barreirinhas. Aan de parallelweg bij het vliegveld stonden een paar minibusjes te wachten. Eén van hen had een bordje ‘Barrerinhas’ en de chauffeur nam me graag mee als extra passagier.

In Barreirinhas zijn tal van touroperators die tochten naar LMNP aanbieden. Ze doen allemaal hetzelfde en ze poolen met elkaar om hun auto’s te vullen. Ik koos voor een zonsondergangtour van een halve dag naar Lagoa Bonita. We waren met 10 passagiers, allemaal Brazilianen behalve ik. De tour kostte slechts 90 reais (nog geen 17 EUR). Vanuit Barreirinhas moet je eerst de oversteek maken met een pontje.

IMG_8071

Toegang tot het park is alleen mogelijk via een gids met een vierwielaangedreven auto, aangezien de wegen in het park zanderig en modderig zijn en steil op en neer gaan. Je moet je stevig vasthouden, en als je aan de zijkant zit van de open truck zwiepen de takken tegen je lichaam.

De rit van 45 minuten gaat grotendeels door een bosrijk gebied en ik was verrast om te zien dat daar ook mensen wonen en het land bewerken. Er zijn zelfs wat simpele restaurants en souvenirstalletjes.

DSCN9804

Bij één van die restaurantjes laten we de truck achter. Hier start de klim naar het zandduinengebied. Maar we moeten eerst zo’n 300 meter door regenwater waden dat tot halverwege je kuiten komt. Dan volgt er nog een korte zanderige klim. Op blote voeten doe je beide het best: het voelt echt heerlijk!

DSCN9809

Het uitzicht vanaf de eerste zandheuvelrug is al verpletterend. Vanaf dit moment hebben we ‘vrij’ om te zwemmen of de duinen te verkennen. Er zijn hier twee grote meren gevormd (ik geloof dat ze Lagoa da Prata heten), en ik wandelde een volledige ronde rond één van hen. Het Lagoa Bonita ligt nog iets verderop (net zichtbaar op onderstaande foto), maar het zou volgens de gids op dit moment niet bereikbaar zijn vanwege een te hoge waterstand.

DSCN9817

Op mijn wandeling liep ik deels over de ongerepte zandige duinruggen, maar ik kreeg ook natte voeten in het koele water door de kustlijn een stukje te volgen. Het is nergens echt diep.

DSCN9847

Er zitten vissen in de meren en er zijn ook vogels. Ik zag een paar kleine plevieren en Amerikaanse steltkluten met hun lange poten.

Kraagplevier in Lençóis Maranhenses

Eigenlijk kun je het LMNP het best zien vanuit de lucht. Het park is beroemd om en vernoemd naar het ‘verfrommelde laken’-effect, met ontelbare rimpelingen en plooien in het zand veroorzaakt door winderosie. Als je tussen de duinen loopt zie je dat bijna niet, hoogstens wat tweekleurige hobbels.

Maar als je het bekijkt via de terreinweergave op Google Maps, zie je pas hoe apart het geheel er uit ziet:

De zonsondergang stelt vandaag niet veel voor, daarvoor is het te bewolkt. We wachten vanaf vijf uur een tijdje op een zandheuvel om toch te kijken. Het meest valt nog het opstuivende zand op als je zo een tijdje stil zit. De achterkant van mijn benen wordt helemaal gezandstraald.

IMG_8103

#812: São Luis

Wat is het?
Het Historisch centrum van São Luis is een voorbeeld van een Portugees-koloniale stad, die is aangepast aan de lokale klimaatomstandigheden. De gebouwen hadden hoge, smalle ramen, balkons met gietijzeren balustrades, houten veranda’s en werden aan de buitenzijde versierd met geglazuurde kleurrijke tegels (azulejos). Het erfgoed bestaat uit zo’n 4000 gebouwen in de binnenstad, variërend van herenhuizen tot eenvoudige woningen.

IMG_8130

Cijfer: 8 (Het is verassend mooi. En veelomvattend ook, er zijn zoveel monumenten in koloniale, neoclassicistische en Art Deco-stijl. En ik geef het een halve bonuspunt vanwege de sfeer: niet alleen vanwege het enthousiasme voor het Braziliaanse elftal op een wedstrijddag, maar vooral ook het spontane optreden van een Bumba Meu Boi groep waar ik getuige van mocht zijn.)

Toegang: Ik ben niet op veel plekken naar binnen geweest, maar ik hoefde nergens te betalen.

Hoeveel tijd: Een halve dag plus een nacht.

Opvallend: Mijn eerste indruk van São Luis was meteen al een goede. Ik kwam met de bus aangereden vanuit Barreirinhas, waar ik het Lencois Maranhenses park had bezocht. En al bij de stadsgrens van São Luis stonden er borden met het werelderfgoedlogo. De stad heeft zichzelf ook een bijnaam gegeven: Stad van de Tegels.

Ik arriveerde op een dag waarop het Braziliaanse elftal op het WK een wedstrijd moest spelen. Na de twee eerdere groepswedstrijden wist ik inmiddels al wel wat dat voor mij als toerist betekende: alles gaat ongeveer een uur van tevoren dicht, en het is maar de vraag of er na de wedstrijd alsnog iets open gaat. Vooral iets te eten vinden is dan een uitdaging: op de eerdere wedstrijddagen at ik respectievelijk met iets uit een supermarkt en bij de Burger King.

Ik deed dus maar snel een eerste rondje door de stad, en stuitte op een groot scherm en veel supporters. Om het plein stonden kraampjes opgesteld waar ze bier en snacks verkochten. Daar moest ik het dan maar mee doen vanavond.

IMG_8140

Ik verbleef in een pension in het hart van het historische centrum, en net toen ik ’s avonds begon te denken dat dit qua geluidsoverlast niet de beste keuze was, begon er luide muziek van de straat te komen. Live drummen was het, en zeker niet uitgevoerd door beginners. Vanuit het open raam in de lobby zag ik een groep dansers gekleed in ‘Indiaanse’ kostuums en trommelende cowboys. Een Bumba Meu Boi-groep! Deze specifieke folkloretraditie komt uit Maranhão en staat ook op de lijst van immaterieel erfgoed van UNESCO. Ze beelden via muziek en dans een 18de eeuwse legende uit waarin een slavenmeisje en een os centraal staan.

Bumba-Meu-Boi Unidos de Santa Fé

Ik bekeek het optreden vanaf de ‘achterkant’ en zag de drummers heen en weer rennen naar een vuurtje. Daar verwarmden ze telkens hun geitenleren tamboerijnen om ze te stemmen.

Bumba-Meu-Boi Unidos de Santa Fé

De volgende ochtend begon ik vroeg aan een zelfverzonnen stadswandeling langs de monumenten van de stad. In de historische binnenstad hebben ze borden staan met plattegronden die de bezienswaardigheden binnen de grenzen van het werelderfgoed aangeven. Op die plattegronden staan maar liefst 73 monumenten en 29 pleinen, en dat aantal bleek niet overdreven.

De ‘bovenstad’ (op de plaats van het oorspronkelijke Franse fort uit 1612) bevat de belangrijke openbare gebouwen, waaronder het stadhuis en de zetel van de deelstaatregering. Ze zijn gebouwd in neoklassieke stijl en in goede staat. Supergrote kerstversieringen nemen momenteel bijna het hele aanzicht over.

IMG_8253

Ik was al om 8 uur ’s morgens aan mijn wandeling begonnen, blijkbaar de tijd dat alle daklozen wakker beginnen te worden. Er waren veel straatvegers en ook wat politie in de buurt, dus het werd niet ongemakkelijk. De stad heeft voornamelijk dieptepunten gekend sinds de katoenexport aan het einde van de 19de eeuw failliet ging (dat is wat het stadsbeeld in die periode deed ‘bevriezen’), maar het is nu weer op de weg omhoog.

Veel van de historische gebouwen zien er fris en glanzend uit en de openbare ruimte lijkt verzorgd. Het is echter nog ver verwijderd van de boetiekhotels of de toeristische hordes van bijvoorbeeld Cartagena in Colombia (waar het een beetje op lijkt).

IMG_8312

Ik passeerde de kathedraal (die nog niet open was) en liep door een aantal winkelstraten. Hier zag ik voorbeelden van de bescheiden kleine woningen, één of twee verdiepingen, die ook hun gevels hebben versierd met azulejos. Tot nu toe had ik alleen huizen met meerdere verdiepingen en balkons gezien waar dat was gedaan.

Alle monumentale panden hier lijken te koop of worden gebruikt door winkels als C&A, en één is zelfs een parkeergarage. Net als in Manaus en Belem zijn de meeste gebouwen gemaakt voor commercieel en openbaar gebruik en is het aantal kerken beperkt.

IMG_8270

Wat me ook opviel is dat er niet alleen veel historische gebouwen met azulejo gevels over zijn, er is ook behoorlijk wat Art Deco uit de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Opmerkelijke gebouwen in die stijl zijn de voormalige Roxy Cinema, het postkantoor en het Palacio de Commercio.

IMG_8298

Op mijn weg terug naar de waterkant vond ik de Franciscaanse kathedraal nu wel open. Het is de moeite waard om naar binnen te gaan, want het heeft een opvallend verguld altaar, een plafondschildering met een Bijbels tafereel in een landschap met palmbomen, en natuurlijk veel azulejos op de vloeren en muren.

Verder naar het zuiden passeerde ik een gebouw dat ooit een slavenmarkt huisvestte (vensters ontbreken). In het marktgebouw Mercado das Tulhas was niet al te veel bedrijvigheid toen ik er langs liep.

IMG_8329

Ik eindigde in het Casa do Maranhão. Dit is gevestigd in het voormalige douanekantoor, op een mooie locatie aan het water. De twee verdiepingen zijn nu in gebruik als folkloremuseum, met een goede collectie kostuums en andere voorwerpen die verband houden met immaterieel erfgoed in heel Brazilië.

Hier trof ik natuurlijk ook weer veel verwijzingen naar Bumba Meu Boi, waaronder rijk versierde ossen waar het hele verhaal om draait.

IMG_8356

#813: Fernando de Noronha

Wat is het?
De Braziliaanse Atlantische eilanden: Fernando de Noronha en Atol das Rocas zijn essentieel voor het behoud van de diversiteit van het zeeleven in de zuidelijke Atlantische Oceaan. De eilanden liggen ruim 340 kilometer van de Braziliaanse kust in de open oceaan. Vissen, walvisachtigen, zeevogels en schildpadden foerageren hier voordat ze de oversteek maken naar Afrika.

Fernando de Noronha

Cijfer: 8 (Ik bezocht alleen Fernando de Noronha, het Rocas atol is verboden voor toeristen. Het nationaal park op en om Noronha is zeer goed georganiseerd en onderhouden. Het is niet zo uniek als bijvoorbeeld de Galapagoseilanden, maar de grote hoeveelheid dolfijnen en het strand van Leão zijn indrukwekkend.)

Toegang: Je betaalt bij aankomst op het vliegveld een milieutax per dag (87 reais / 16 EUR). Verder is een parkpas nodig, die je op een aantal plaatsen op het eiland zelf kunt kopen. Deze kost 358 reais (66 EUR) en is geldig voor 10 dagen. Hij komt in de vorm van een creditcard-achtig kaartje met het werelderfgoedlogo erop. Deze moet je steeds laten scannen als je het park binnengaat, ook als je de boot op gaat.

Fernando de Noronha

Hoeveel tijd: Ik was er 3 dagen.

Opvallend: Je kunt alleen vanaf de Braziliaanse steden Natal en Recife naar Fernando de Noronha vliegen. Ik koos voor Recife, een vlucht van 1 uur en 20 minuten. In de ochtend vertrekken er meerdere vluchten, ze vliegen ook maar met kleine vliegtuigen met maximaal 50-70 passagiers. Ik werd zelfs op een eerdere vlucht gezet (voor het eerst dat mijn naam werd omgeroepen op het vliegveld!), waarschijnlijk om wat gewicht aan het vliegtuig toe te voegen. Met een VIP busje werd ik naar het vliegtuig vervoerd, waar maar een stuk of 12 passagiers in zaten.

Het eiland is zo klein, 17 vierkante kilometer, dat je het pas ziet liggen als de daling al lang is ingezet. De aanvliegroute laat al wel een voor Fernando de Noronha typisch landschap zien.

Fernando de Noronha

Op mijn eerste middag liep ik van het stadje Remedios naar de noordpunt van het eiland. Dit is ook onderdeel van het nationaal park en het werelderfgoed, maar hier hoef je niet te betalen. Ik zag er mijn eerste lokale strand, de overblijfselen van twee Portugese forten en een aantal vulkanische eilanden voor de kust. Met behulp van mijn superzoomcamera ontdekte ik op één van die eilanden mijn eerste opvallende vogel: de Maskergent.

De volgende ochtend maakte ik een boottocht van 3 uur langs de westkust. We waren met een groepje van 12, allemaal weer uitsluitend Brazilianen behalve ik. Buitenlandse toeristen komen hier niet veel.

We cirkelden eerst rond de Secundaire Eilanden, dezelfde die ik gisteren vanaf de kust zag. Visueel de meest aantrekkelijke is het eiland Cuscuz, in de vorm van een bowlingbal. De zwarte resten van lavastromen zie je ook veel aan de kust, aangezien deze archipel van vulkanische oorsprong is. De vreemd gevormde hoogste top van het eiland, Morro do Pico, blijft ook steeds de aandacht trekken.

DSCN0020

Precies in de beroemde Baía dos Golfinhos (“de enige bekende plaats ter wereld met zo’n grote populatie dolfijnen”) kwamen we de langsnuitdolfijnen tegen. Ze bewogen zich snel in koppeltjes voort, maar lieten zich goed zien door volledig uit het water te springen.

DSCN0097v2

Op de terugweg hadden we tijd om te zwemmen bij het strand van Sancho. Ik bleef aan boord, bestudeerde de bomen langs de kust en vond daarin veel paartjes roodpootgenten.

Zelfs de kleurrijke tropische vissen kon ik goed zien vanaf de boot, het water is erg helder.

DSCN0206

Op de derde dag deed ik een 6 kilometer lange, zelf verzonnen wandeling langs de zuidelijke bezienswaardigheden. Ik begon bij Praia de Leão, het mooiste strand dat ik op het eiland heb gezien. Het heeft een bijzonder gevormde rots in de baai en een indrukwekkende reeks natuurlijke poelen.

DSCN0278

Tussen de rotsen zag ik een rotscavia rondscharrelen, een schattig knaagdier maar een soort die geintroduceerd is op het eiland.

DSCN0294

Vlakbij ligt het Sao Joaquim Fort: alleen 4 roestige kanonnen zijn ervan overgebleven. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht op de Baai van Sueste. Deze baai is de broedplaats voor schildpadden, en heeft de enige mangrove in de Zuid-Atlantische Oceaan en het laatste stukje Atlantisch regenwoud dat voorkomt op de eilanden. Behalve de mangrove zijn deze echter niet gemakkelijk te zien of te onderscheiden.

DSCN0335

Op de ochtend voor mijn terugvlucht bezocht ik Baia Golfinhos en Sancho Beach. Deze twee had ik eerder al vanaf zee had gezien. Baia Golfinhos is waar de dolfijnen ontbijten. Ze komen iedere dag hier langs en eten hier voordat ze de oceaan in zwemmen. Het uitkijkpunt is open vanaf 6.30 uur, zo vroeg beginnen ze langs te komen. Ik was er om 7.30 uur en zag nog steeds veel kleine groepen arriveren, in totaal ongeveer 40 individuen in een uur tijd.

DSCN0443v2

Het uitkijkpunt bevindt zich recht boven een rust- en nestplaats van roodpootgenten, dus die kon ik ook beter op de foto krijgen.

DSCN0437

Vanaf de baai loopt er een 1200 meter lang kustpad naar Sancho Beach, dit is een zeer aangename wandeling die een paar hagedissen en meer vogels aan mijn lijstje toevoegde. Sancho Beach is het breedste zandstrand van het eiland en wordt het meest gebruikt om te zwemmen.

DSCN0481

#814: Olinda

Wat is het?
Het Historisch centrum van Olinda herbergt een aantal religieuze en civiele gebouwen die bijzonder zijn qua architectuur en decoratie. Het is ook een groene stad door z’n vele bermen, tuinen en heggen. De stad dankte haar rijkdom aan de suikerrietindustrie van de 17de eeuw.

IMG_8460

Cijfer: 6,5 (Het is wel mooi, maar ook een beetje doods.)

Toegang: Naast de gratis te bezoeken kerken ben ik alleen naar binnen geweest in het Franciscaner klooster: 5 reais (0,90 EUR).

Hoeveel tijd: 2,5 uur.

Opvallend: Olinda is zo’n typisch pittoreske koloniale stad zoals er zo veel zijn in Latijns-Amerika. Kleurrijke huizen, geplaveide straten, gelardeerd met te veel kerken (barokke natuurlijk!) voor zijn omvang. Ik verbleef er 3 nachten midden in het oude centrum in Hotel 7 Colinas, een uitspatting aangezien ik nu halverwege mijn rondreis door Brazilië ben. Het heeft weelderige tuinen, een zwembad en een aardig restaurant.

De stad werd herbouwd door de Portugezen nadat de Nederlanders het in 1630 tot de grond toe hadden afgebrand, dus het meeste van wat je nu ziet dateert uit de late 17de of 18de eeuw. Het lijkt helemaal geen stratenplan te hebben: de wegen zijn steil, met ongelijke kasseien, en liggen verspreid over de heuvels. En het is bloedheet!

Gebouwen hier worden beschermd door hekken en honden, een stuk beveiliging dat me pas begon op te vallen sinds ik in Recife aankwam – het noorden van Brazilië dat ik tot nu toe had meegemaakt (van Manaus tot Sao Luis en Fernando de Noronha) was erg ontspannen. Een paar vage figuren hangen rond in de grotendeels lege straten van Olinda (want: heet!). En wat straatverkopers proberen je een schilderij of een rondleiding door de stad te verkopen. Op verschillende huizen staat een bordje dat ze te huur zijn tijdens carnaval, een groot festival hier in Olinda.

IMG_8474

Ik heb er 2,5 uur rondgelopen in de vroege ochtend en ik denk dat ik het meeste wel heb gezien. De meest opmerkelijke gebouwen zijn de Sao Bento-kerk (1761), de Atlantic Club (1920) en het observatorium (1890). Ik vond de kathedraal teleurstellend.

Het hoogtepunt voor mij was echter het Franciscaner klooster, met zijn binnenmuren helemaal bedekt met azulejos die zowel het verhaal van St. Franciscus als “profane taferelen” van edelen, kinderen, jagers, schepen en vissers uitbeelden. Het heeft ook indrukwekkend houtsnijwerk in de 17e-eeuwse kapel van het kapittel.

IMG_8502

#815: Serra da Capivara

Wat is het?
Het Nationaal park Serra da Capivara getuigt van één van de oudste bekende beschavingen in Zuid-Amerika. Er zijn archeologische vondsten gedaan zoals vuurhaarden en stenen gereedschappen. Ook zijn er tot 25.000 jaar oude rotstekeningen te zien. Alles is pas in de jaren zestig van de 20ste eeuw herontdekt, en heeft bijgedragen aan de kennis over het patroon van vestiging van de mens in Zuid-Amerika.

DSCN0622

Cijfer: 8 (Heel groot, met veel locaties met rotskunst, die ook nog eens goed bewaard is gebleven door het droge klimaat. Het is ook zeer oud, met wellicht de oudst bekende sporen van de mens op het Amerikaanse continent, en daardoor extra bijzonder dat het zo goed geconserveerd is.)

Toegang: De entree is gratis, maar je moet een lokale gids meenemen. Die kost R$200 (37 EUR) per dag.

Hoeveel tijd: Ik was er anderhalve dag.

Opvallend: Het begon al avontuurlijk toen bleek dat het autoverhuurbedrijf in Petrolina waar ik een huurauto geboekt had, niet meer bestond. Gelukkig was er bij het vliegveld een vestiging van Movei, een grote Braziliaanse maatschappij, en die had nog wel een auto voor mij beschikbaar. En ook nog eens tegen een flink lagere prijs. Petrolina (dat in een andere staat ligt) was lange tijd het dichtst bijzijnde vliegveld bij Serra da Capivara, 330km rijden. Vanaf december 2022 zijn er ook vluchten naar Sao Raimundo Nonato, een stuk dichterbij op 30km afstand.

Het was een eenvoudige rit, met lange rechte wegen waarop ik maar twee keer hoefde af te slaan. Je moet alleen een beetje uitkijken voor de koeien en geiten op de weg.

Ik overnachtte vlakbij de ingang van het park in het pension Casa Barreirinho. Een prima plek, eigendom van een Duitser en zijn Braziliaanse vrouw. Hij hielp me aan de contactgegevens van gidsen die in het park hun werk mogen doen. De eerste die ik via whatsapp contacteerde was direct beschikbaar.

De volgende ochtend meldde Antoniel zich om 8 uur bij het pension. Met hem in de auto reed ik naar de hoofdingang van het park, bij Pedra Furada. Hier hoefden we ons alleen in te schrijven. Al snel lieten we de auto staan en gingen we lopen. Antoniel ontpopte zich tot mijn ‘personal trainer’: hij liep stevig door en hield van klimmen.

DSCN0564

Het was niet eens zo’n slecht idee om dat klimmen op de vroege ochtend te doen. We liepen een rotspad op dat naar een panoramisch uitzichtpunt leidt. Hier heb je zowel zicht over de bossen als de rotsformaties. Boven groeien vooral cactussen en wat lage planten.

De vegetatie hier heet caatinga, voornamelijk bestaand uit kleine, doornige bomen die elk seizoen hun bladeren laten vallen. Er hangt een soort “Voor en Na”-foto in het bezoekerscentrum, die de enorme seizoensverschillen in het landschap laat zien. In december trof ik het weelderig en groen aan.

Na wat meer bescheiden voorproefjes, zagen we bij Pedra Furada en Meio de grootste panelen met rotskunst. Beide hebben ook archeologische opgravingen aan de voet van de rots, hier zijn o.a. de resten van vuurhaarden gevonden waarvan de zeer oude datering van deze plek is afgeleid.

DSCN0602

De variatie in afbeeldingen die we gedurende de tour zien is groot: je ziet mensen aan het werk (vissen, honing verzamelen (met één hand voor de ogen)), aan het dansen (in een rij, om een boom, of op elkaars schouders), en “de eerste Amerikaanse kus”. En natuurlijk afbeeldingen van veel verschillende dieren die hier voorkwamen toen het nog een stuk natter was.

Bijna alle rotsschilderingen in het park zijn in het rood, maar hier is ook wit, geel en grijs gebruikt.

DSCN0692

In de namiddag bezocht ik op eigen gelegenheid de twee musea die verband houden met de site – één over de culturele geschiedenis (Museu do Homem Americano), en de andere over de natuur. De één ligt bij de parkingang, de ander in de buurt van de stad Sao Raimundo Nonatao. Beide zijn zeer modern, misschien een beetje te veel gericht op de schoolkinderen, die in aantal de belangrijkste bezoekers van het park zijn. Toch zijn deze musea lovenswaardig omdat ze zijn ontworpen om de vondsten uit het park dicht bij hun oorspronkelijke vindplaats te houden.

Tegen de avond lag ik lekker in de hangmat bij het pension, genietend van de vogels om me heen.

DSCN0735

De volgende ochtend was Antoniel al weer ruim voor 8 uur paraat. Dit keer reden we naar een andere ingang van het park: Desfiladeiro. Hier moesten we ons ook weer inschrijven. In dit gedeelte van het park zijn de bomen wat hoger en zijn er minder rotsen. Maar de rotskunst is er misschien nog wel mooier!

We begonnen met de favoriete plek van de gids: Pajau. Hier zijn de rotstekeningen op een bijna witte grond aangebracht, zodat ze heel goed te zien zijn. Het is ook een perfecte schuilplaats, onder een ruime overhangende rots en met prachtig uitzicht over de bossen (en waar vroeger de rivier was).

DSCN0747

De volgende plek is ook bijzonder: hier staan de rotsschilderingen op kiezels die uit de rivierbedding stammen.

DSCN0785

Tussendoor bezochten we ook nog twee kloven, en keken we bij een aantal bomen waarvan de gids wist dat er soms een Amerikaanse oehoe zit. Helaas zagen we hem niet.

De laatste locatie was Baixao da Vaca. Deze lange rotswand ligt in een indrukwekkende kloof. Er zijn veel kleinere maar zeer heldere schilderingen te zien.

DSCN0811

Bijna elke plek met rotskunst wordt nu bewoond door rotsmoko’s, een caviachtige soort die hier endemisch is. Ze trekken zich niks aan van de menselijke bezoekers en plassen de rotsen onder. Ze zijn verwant aan de (veel grotere) capibara’s, waarnaar het park is vernoemd maar die daar door de droogte niet meer voorkomen.

Er is geen permanente waterbron in het park, hoewel het tijdens het regenseizoen last kan hebben van plotselinge overstromingen. Als je door het park rijdt, zul je zeker alle afwateringskanalen opmerken die zijn gegraven door de parkautoriteiten (het zijn net omgekeerde verkeersdrempels). Zo blijft het park het hele jaar toegankelijk.

#816: São Francisco plein

Wat is het?
Het São Franciscoplein in de stad São Cristóvão laat een mix van Spaanse en Portugese koloniale architectuur zien, uit de periode in de 17de eeuw toen beide landen verenigd waren in een politieke unie. Het vierhoekige centrale plein van deze rivierhavenstad, de enige Plaza Mayor in een Portugees-koloniale stad, wordt omringd door belangrijke religieuze en publieke gebouwen.  

IMG_8673

Cijfer: 5 (Het blijft ook na mijn bezoek een raadsel waarom alleen dit pleintje is uitgekozen als werelderfgoed.)

Toegang: R$10 (1,85) voor de entree tot het Museum voor Sacrale Kunst.

Hoeveel tijd: Anderhalf uur.

Opvallend: São Cristóvão is een klein plaatsje in de staat Sergipe. Ik trok er meteen heen vanuit de nachtbus Recife-Acaraju, het is een half uurtje rijden met een Uber vanaf het busstation van Aracaju.

Ik had er al niet veel van verwacht, maar o wat is het plein klein. En er is niks te beleven, de straten in het hele plaatsje lijken trouwens uitgestorven. Om het plein staan de Franciscaanse kerk (foto hieronder), het Provinciaal Paleis en nog een kerk/voormalig hospitaal als herinneringen aan de koloniale tijd. Sao Cristovao werd gesticht in 1590 en wordt gezien als de op 3 na oudste stad van Brazilië.

Om er toch nog wat tijd in te investeren, meldde ik me bij het Museum voor Sacrale Kunst. Dat is het soort museum dat ik meestal oversla (veel gewaden van priesters en gouden bekers en zo). Hier lijkt het de enige manier om toegang te krijgen tot de Franciscaanse kerk en het klooster. Er is zowaar nog een toerist uit Sao Paulo die ook een rondleiding wil, dus krijgen we een gids mee. Deze doet erg zijn best en doet zijn relaas grotendeels in het Engels.

Het museum leidt ons niet door de kerk en niet door het klooster (daar zitten nog 3 monniken en die willen geen bezoekers). Wel door een aantal fraaie ruimtes met originele houten vloeren – we moeten zelfs beschermende plastic hoesjes om onze schoenen doen. Ook in de tentoongestelde kunst, meest uit de 18de en 19de eeuw, staat het houtsnijwerk centraal.

IMG_8700

#817: Salvador de Bahía

Wat is het?
Het Historisch centrum van Salvador de Bahia getuigt van een havenstad uit de koloniale tijd. Europese, Amerikaanse en Afrikaanse culturen kwamen hier samen van de 16de tot de 18de eeuw. Het was de Portugees-koloniale hoofdstad tot 1763. Op een steile heuvel ligt de bovenstad met zijn felgekleurde huizen, fijn stucwerk en 16de eeuwse stratenplan.

IMG_8769

Cijfer: 7 (Je komt hier vooral voor de Afro-Braziliaanse sfeer en het eten. De tastbare cultuur bestaat met name uit kerken uit de koloniale tijd.)

Toegang: De meeste kerken vragen 5 R$ entree, de mooiste 10 R$ (1,80 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was er 3 nachten: 2 volle dagen en 2 halve.

Opvallend: Na Sao Luis en Olinda verbleef ik weer in een Braziliaans historisch stadscentrum: dit keer in de Pousada Solar dos Deuses in de straat tussen de kathedraal en de belangrijkste Franciscaanse kerk van Salvador de Bahia. Brazilië is misschien wel het enige land ter wereld waar ik me een boetiekhotel op zo’n toplocatie kan veroorloven. Ze hebben hier een permanent podium voor de deur, waar overdag en ’s avonds zangers, bands en Olodum-achtige percussiegroepen optreden. Vooral het geluid van de basdrums bereikte mijn kamer goed.

IMG_8731

Zouden deze mensen hier komen optreden als er geen toeristen waren? Waar wonen zij? Dezelfde vraag kan worden gesteld over de alomtegenwoordige vrouwen in wijde, witte Baiana-jurken, die poseren voor foto’s om geld te verdienen.

Op elke straathoek in de oude stad is gewapende politie aanwezig, maar (of: dus?) het voelt overdag en ’s avonds veilig. ’s Nachts, als de restaurants en bars zijn gesloten, zijn de straten verlaten. Alleen de straathonden die het Franciscanerkruis als hun overnachtingsplaats hebben uitgekozen, blijven over.

Als de eerste koloniale hoofdstad van Brazilië (1549-1763) staat het belang van de stad buiten kijf. Het heeft nog steeds een speciale sfeer, al voelt het een beetje geënsceneerd aan. De vele kerken zijn de meest opvallende tastbare bouwwerken uit het verleden. Ze worden nog steeds gebruikt voor diensten, maar overdag ‘gedragen’ ze zich als musea. Ze gaan pas om 9 uur open en er wordt een kleine toegangsprijs gevraagd. De kerken zijn gebouwd door elke denkbare rooms-katholieke religieuze orde, de belangrijkste hebben zelfs meerdere opeenvolgende kerken en kloosters.

De mooiste vond ik de elegante kathedraal en de Sao Francisco-kerk met de aangrenzende kerk van de Derde Orde van Sint Franciscus. De laatste heeft een indrukwekkende façade, terwijl het interieur van de eerste een verguld barokspektakel is (foto hieronder).

IMG_8808

Forten van Recife en Salvador

Negentien forten verspreid over Brazilië staan op de nominatie om volgend jaar werelderfgoed te worden. Het lijkt erop dat Brazilië de Mexicaanse en Belgische federale aanpak probeert te kopiëren om elke federale staat zijn eigen werelderfgoed te geven: de forten staan in maar liefst 10 verschillende staten.

Ik ‘bezocht’ er in december 2022 zes, in de steden Recife en Salvador.

De twee forten in Recife zijn over het algemeen open voor bezoekers omdat ze in gebruik zijn als musea, maar ik had de pech dat ik een bezoek had gepland op dezelfde dag dat het Braziliaanse voetbalteam om 12 uur op het WK moest spelen. En van eerdere wedstrijden had ik al geleerd dat de Braziliaanse samenleving dan volledig op slot gaat. Dat betekende dat ik te vroeg aankwam voor Fort Sao Tiago en dat Batista do Brum die dag helemaal niet openging. De Nederlandse West-Indische Compagnie heeft oorspronkelijk beide forten gebouwd, dus vanuit het perspectief van de Nederlandse koloniale geschiedenis had ik er vooral naar uitgekeken om deze te zien.

Sao Tiago is nu het Recife stadsmuseum, een heel herkenbaar fort met bastions. Het heeft de bijnaam ‘Vijfpuntenfort’, maar het veranderde later van vorm van vijf naar vier hoeken. Het was hier in 1654 dat de Nederlanders zich overgaven aan de Portugees-Brazilianen na een poging om de kolonie over te nemen.

Forte de São Tiago das Cinco Pontas

Fort De Bruyn (Batista do Brum) ligt op ongeveer 2,5 km afstand, maar er naar toe wandelen is niet aan te raden, aangezien de straten van Recife bijzonder onplezierig zijn. Het fort ligt in een desolaat deel van de haven. Het is nu in gebruik door het Braziliaanse leger, zoals zoveel van deze forten. Hoewel het museum gesloten was, lieten de bewakers me een kijkje nemen op de binnenplaats. Mijn bezoek was zo kort dat dezelfde Uber-chauffeur me oppikte voor de terugweg – hij zag die rit waarschijnlijk al aankomen.

Forte do Brum

De vier forten in Salvador zijn gemakkelijk in één bezoek te combineren. Er is nog een vijfde fort, maar dat ligt veel verder naar het noorden.

Het Sao Marcelo zeefort is zichtbaar vanaf het plein naast de stijlvolle Art Deco Lacerda-lift in de bovenstad van Salvador. Het is volledig omgeven door water, hoewel het dicht bij de kust ligt. Het is het enige ronde fort van de 19 geselecteerde forten. Gesloten voor bezoekers.

Sao Marcelo zeefort

Ongeveer 10 km verderop in de meer chique wijk Barra, gemakkelijk te bereiken met een Uber-rit, ligt het fort van Santo Antonio. Het is nu het Bahai Nautico Museum, dat dagelijks geopend is en een entreeprijs van 15 R$ vraagt. Het is een erg populaire plek bij toeristen, waarschijnlijk vanwege de iconische zwart-witte vuurtoren (de eerste vuurtoren in Zuid-Amerika, oorspronkelijk uit 1698). Dit wordt beschouwd als het eerste fort van Portugees Brazilië.

Santo Antonio fort

Het kleine Sao Diogo Fort is al te zien vanaf Santo Antonio. Ook dagelijks open, binnen is er niet veel te zien.

Sao Diogo fort

Iets meer bergopwaarts, slechts ongeveer 500 meter verderop, ligt het Santa Maria Fort. Het is in gebruik door het leger maar je mag er gratis rondkijken. Het biedt een goed uitzicht op het fort van Santo Antonio en de stranden ertussen.

Santa Maria fort, Salvador de Bahia

Nu ben ik al geen groot liefhebber van militaire vestingwerken, maar deze zijn bijzonder teleurstellend. Stilistisch hebben ze niet veel gemeen en het zijn geen originele bouwwerken, maar latere bewerkingen gebaseerd op ontwerpen uit de koloniale tijd. Hun wereldwijde belang ontgaat me volledig.

#818: Pampulha

Wat is het?
Het Modern ensemble van Pampulha representeert een periode uit de Zuidamerikaanse architectuurgeschiedenis waarin het kille Europese modernisme werd beantwoord met een vloeiende architectuurtaal. De architect Oscar Niemeyer en de landschapsarchitect Roberto Burle Marx ontwierpen in 1940 in deze stijl een tuinstad in een buitenwijk van Belo Horizonte rondom een kunstmatig meer. De overgebleven gebouwen zijn een casino, een balzaal, een jachtclub en een kerk, de Igreja São Francisco de Assis.

IMG_8973

Cijfer: 6,5 (Hoewel sommige gebouwen niet in de beste staat verkeren, heeft het algemene doel van het creëren van een openbare ruimte voor ontspanning en beweging tot op de dag van vandaag goed gewerkt. Terwijl ik er was, vermaakten honderden mensen zich op zondag door te fietsen, joggen en het pretpark achter de kerk te bezoeken.)

Toegang: Toegang tot de kerk kost 5 R$ (nog geen 1 EUR).

Hoeveel tijd: Halve dag.

Opvallend: Als je zoals ik van Salvador naar Belo Horizonte vliegt, lijkt het alsof je in een ander land bent aangekomen: ‘Wit’ Brazilië. Een goed voorbeeld is de buitenwijk Pampulha, gecreëerd als een tuinstad om de rijken aan te trekken. Ik overnachtte direct aan het meer in het Pampulha Design Hotel. Dat bleek een supergoede keuze, vanaf de ontbijttafel kun je het meer al zien en de vele mensen die er rondjes om joggen / fietsen.

Om je te verplaatsen is er een systeem van fietsverhuur door de gemeente voor slechts 6 R$ per dag, maar ik kreeg de registratie online niet werkend. Dus deed ik de volledige lus rond het Pampulha-meer maar te voet: het is 18,3 km. Onderweg kwam ik veel commerciële fietsverhuurders tegen, dus achteraf gezien zou dat een ook goede optie zijn geweest om de afstanden te overbruggen.

Vanuit mijn hotel liep ik met de klok mee, met het Kunstmuseum als eerste van de vier belangrijkste monumenten op mijn route. Dit voormalige casino is sinds 2019 gesloten vanwege een renovatie. Er staat een hek omheen en het ziet er niet naar uit dat het snel weer open gaat. De invloed van Le Corbusier is zichtbaar in de pilaren van gewapend beton die de hoofdruimten ondersteunen. Ervoor liggen de door Burle Marx ontworpen tuinen – het bloeit nog wel maar kan ook wel wat onderhoud gebruiken.

IMG_8932

Verder lopend genoot ik van de vele uitzichten op de andere kant van het meer. Een voetpad omringt het meer volledig. Sinds kort is er ook een vrijstaand fietspad bijgekomen. Je komt ook enkele rode informatiepanelen (met het Unesco-logo) tegen die kleinere bezienswaardigheden toelichten, zoals een kiosk die ooit een laadpunt was voor boten op het meer, de waterzuiveringsinstallatie en privéwoningen ook ontworpen door Niemeyer.

De ‘Balzaal’ was een aangename verrassing: het voelt als een vriendelijker gebouw. Het heeft ook een eigen kleine tuin en veel keramische tegels.

DSCN0964

De Jacht (Tennis) Club is gesloten voor toeristen, hoewel je vanaf de andere kant van het meer er een goed zicht op hebt. Ook is het mogelijk om door de bakstenen in de muur heen te kijken – een Corbusiaanse rij pilaren en een rechte gevel zijn zichtbaar.

De São Francisco De Assis-kerk is de onbetwiste ster van het Ensemble. Ik trof het gesloten op zondagochtend toen ik mijn wandeling deed (er was een dienst bezig), maar ik kwam later in de middag terug met Uber om binnen te kijken. De hal is klein maar perfect geproportioneerd. Zowel binnen als buiten is het gebruik van keramische tegels (een soort moderne azulejos) hier briljant. Vooral die op de preekstoel vond ik erg mooi.

IMG_8996

Ook het Museu Casa Kubitschek (gratis toegang) is een bezoek waard. Dit werk van moderne architectuur was de weekendresidentie van de grondlegger van het Pampulha Ensemble, burgemeester Juscelino Kubitschek, de latere president van Brazilië.

Na het museum was het bezichtigen voorbij en werd de wandeling meer een fysieke oefening. Grote delen van het meer aan de westkant zijn overwoekerd. De uitzichten zijn weg. En het kunstmatig aangelegde meer is ‘bochtig’: het heeft veel ‘armen’, dus er is altijd een lange route nodig om de kustlijn te volgen (er zijn twee dammen waar je vals kunt spelen, maar dat deed ik niet! ).

Het pad wordt alleen onderbroken door ‘Mirantes’ – uitkijkpunten, met ook wat bankjes en toiletten. De meesten van hen hebben ook een eigen foodtruck die koele drankjes en snacks verkoopt.

IMG_8988

#819: Zuidoostelijke Atlantische woudreservaten

Wat is het?
De Zuidoostelijke Atlantische woudreservaten zijn 25 natuurgebieden die restanten van het Atlantische regenwoud beschermen, waarschijnlijk het meest bedreigde woud ter wereld. De landschappen laten de overgang zien tussen bergketens en de zeekust, met grotten, mangrovegebieden en eilanden. Het gebied is rijk aan vogels en apen.

IMG_9036

Cijfer: 6 (Typisch hier is dat het dichte woud de zee ‘raakt’: het mooiste vond ik de delen waar het bos en de gevarieerde lagere vegetatie, vaak met bloemen, contrasteren met het zand van de stranden.)

Toegang: Gratis. Mijn jeeptour kostte 80 EUR.

Hoeveel tijd: Ik was er anderhalve dag.

Opvallend: Ik kwam aan per taxi uit Peruibe in Guarau – een heel vreemd dorpje met lange, rechte, meest ongeplaveide wegen midden in het bos. Mijn pousada bleek aan de rand ervan te liggen, twee kilometer lopen van de dichtstbijzijnde supermarkt in het centrum. Toen het in de middag ook nog eens begon te gieten met regenen, voelde ik me een beetje opgesloten.

Maar gelukkig was daar Fernando, de eigenaar van mijn pousada. Hij hielp me aan wat te eten en drinken, en ging aan het werk voor een tour in het park de volgende dag. We chatten via whatsapp – hoewel zijn gesproken Engels behoorlijk goed was, gebruikte hij liever zijn telefoon zodat hij met Google Translate zijn zinnen kon vertalen. Uiteindelijk vond hij een privéjeeptour naar Praia Caramboré en Barra do Una met een bedrijf genaamd Bioventura.

DSCN1023

Het natuurgebied dat ik bezocht was het Ecologische station Jureia – Itatins. Gelukkig regende het niet meer toen we de volgende ochtend om half 8 naar het park vertrokken. De kwaliteit van de weg is verschrikkelijk, en zelfs nog verslechterd na dagen van regen. Maar we hadden een betrouwbare 4WD jeep met chauffeur.

De gids, Ed, vertelde dat hij deelneemt aan jaguar-onderzoek in het gebied, maar dat ze er nog geen hadden gevonden. Er verschijnen echter wel veel poema’s en ocelots op de cameravallen. We zouden tijdens ons bezoek weinig vogels en geen zoogdieren zien – het bos is te dicht en het weer was te koud.

Vanuit het dorp Guarau reden we landinwaarts naar het reservaat; het heeft wel een bewaakte toegangspoort, maar er zijn geen kosten of andere administratie vereist om binnen te komen. We stopten onderweg een paar keer: een keer om naar een waterval te kijken met interessante boomsoorten aan de oever, waaronder invasieve soorten zoals de Aziatische broodvrucht die hier veel voorkomt. De chauffeur vond ook wat kleine, zoete bananen met zaden om te eten van een wilde plant langs de weg.

DSCN1011

We parkeerden bij de ingang van een goed verzorgde camping (waar we een bloedrood vogeltje, de Braziliaanse tangare spotten), en liepen toen bergafwaarts naar Praia Caramboré. Dit is een uitgestrekt strand van het typische Braziliaanse soort, Fernando de Noronha heeft er ook veel. Boven ons zagen we fregatvogels vliegen en op het strand vonden we een blauwe krab. Aan beide uiteinden van het strand bereiken de bergen en rotsen de zee. Ze zijn bedekt met planten zoals bromelia’s.

DSCN1068

Onze volgende stop was Barra do Una. Hier mondt de rivier de Una, met “water gekleurd als thee”, uit in de oceaan. Het is een mooie plek, met een dicht bos en bergen op de achtergrond. Het heeft ook een mangrovebos. We ontmoetten een lokale familie die als enige in het reservaat aan de ‘andere’ kant van de rivier woont. Ze moesten met hun oude vrachtwagen naar het strand rijden, hun boot de rivier laten oversteken, een stukje lopen en dan een afgesproken chauffeur ontmoeten om hen naar de stad Peruibe te brengen.

DSCN1101

We sloten de tour af met een wandeling over het Una strand en met een goede vislunch in een plaatselijk restaurant, voordat we helemaal terug reden over de slechte weg. In de weekenden is het hier druk met toeristen uit de grote steden, maar zo door de week is er nauwelijks iets open.

#820: Sitio Roberto Burle Marx

Wat is het?
De Sítio Roberto Burle Marx is een belangrijk voorbeeld van modernistisch tropisch tuinontwerp.  De landschapsarchitect Roberto Burle Marx experimenteerde 40 jaar lang met de fusie van modernistische ideeën en het gebruik van inheemse tropische flora in de tuinen rondom zijn huis.  Er zijn 3500 plantensoorten te zien, vele daarvan bedreigd in de natuur. Het esthetisch belang was voor Burle Marx het belangrijkst: zijn tuinen weerspiegelden abstracte schilderijen.

Sitio Roberto Burle Marx

Cijfer: 4 (Zowel de nominatie als de tour gaan teveel over de persoon Burle Marx, terwijl zijn tuinen het enige van internationale waarde zijn wat hij potentieel heeft voortgebracht. En deze rondom zijn huis zijn ook niet de beste voorbeelden. Het Pampulha werelderfgoed wordt ook deels aan Burle Marx toegeschreven, dat zou voldoende moeten zijn geweest.)

Toegang: 10 R$ (1,80 EUR). Je moet ruim vooraf online boeken, er zijn dagelijks tours in het Engels en Portugees.

Hoeveel tijd: 2,5 uur.

Opvallend: Het ligt aan de uiterste rand van Rio de Janeiro, dus het kostte me anderhalf uur om er te komen vanaf mijn hotel in Centro. Maar moeilijk is het niet: neem de metro tot het eindpunt Jardim Oceanico (35 minuten), en dan een Uber naar de Sitio Roberto Burle Marx (nog eens 45 minuten). Ik werd keurig afgezet voor de poort, waar een bewaker controleerde of ik wel op de lijst stond en waar je ook je entreegeld moet betalen. Dan mag je zelf door een stukje van de tuin naar het bezoekerscentrum(pje) wandelen.

Sitio Roberto Burle Marx

Voor de tours van half 2 (zowel één in het Engels als één in het Portugees) kwamen een twintigtal mensen opdraven. Op de Engelse tour zaten ook meest Brazilianen, soms met een buitenlandse gast. De gids, een botanicus, sprak goed Engels. We bezochten eerst de kassen, waar planten gekweekt werden en worden die hogere temperaturen nodig hebben.

Vervolgens liepen we omhoog door de tuinen richting het gedeelte waar Burle Marx woonde. Hier zijn veel bomen en planten van Braziliaanse origine, maar ook invasieve soorten bijvoorbeeld uit Azië. Het leek of Burle Marx alles verzamelde wat hij esthetisch mooi vond: het is meer een siertuin dan een botanische tuin.

Het resterende deel van de tour, zo’n 60%, brachten we door in en om Burle Marx’s huis en bijgebouwen. Hij was van origine een schilder, en het lijkt erop dat hij dat ook het liefste deed. Zijn huis hangt vol met zijn werk, maar elders is het weinig tot collecties doorgedrongen. Hij maakte ook tafelkleden, geglazuurde tegels en andere kunstwerken. Hij verzamelde religieuze en pre-Columbiaanse beeldjes. Het deed me een beetje denken aan het huis en de collectie van Diego Riviera in Mexico, maar dan een stuk minder interessant.

Sitio Roberto Burle Marx

#821: Discovery Coast

Wat is het?
De Atlantische woudreservaten aan de Discovery Coast zijn acht natuurgebieden die de restanten van het Atlantische regenwoud beschermen, waarschijnlijk het meest bedreigde woud ter wereld. Ze bevatten ongeveer 20% van ’s werelds flora, waaronder 627 soorten bedreigde planten. Er zijn geen corridors meer tussen de gebieden, wat heeft geleid tot een ‘archipel van bossen’.

Kwatakama

Cijfer: 7 (Het is wat ongrijpbaar, maar ik had er een hele leuke dag. Ik waardeer het ook net een beetje hoger dan de verwante Zuidoostelijke Atlantische woudreservaten. Deze hier zijn wat meer ‘echte’ jungle.)

Toegang: Mijn wandeltour kostte 180 R$ (30 EUR).

Hoeveel tijd: Halve dag.

Opvallend: De Discovery Coast is een van de moeilijkere plekken om te bezoeken in Brazilië. Het is gecentreerd rond de stad Porto Seguro, die niet zo goed verbonden is met de rest van het noordoosten. Het impliceert ook het huren van een auto en het beste deel van de dag om ergens in de buurt van de kernzone te komen en een idee te krijgen waar het over gaat. Dus hoewel het op de oorspronkelijke route van mijn reis naar Brazilië in 2022 stond, liet ik het in de laatste voorbereidingen vallen omdat het gewoon te veel gedoe leek voor een onzekere beloning.

Tot december 2022: reizen in Brazilië bleek een fluitje van een cent, iedereen vliegt gewoon overal heen en mijn eerste huurauto-ervaring was prima. Dus omdat ik wist dat ik een vrije dag had zowel in Sao Paulo als in Rio, ging ik op zoek naar vluchten waarmee ik vanaf daar de Discovery Coast als een dagtrip kon ‘doen’. En ik vond een vlucht met Azul die om 7.30 uur ’s ochtends vertrekt van Rio Santos Dumont naar Porto Seguro en om 9.00 uur aankomt. Als je dan ’s avonds de retourvlucht kiest, heb je voldoende tijd op de grond om naar het bos te kijken!

Ik ging op weg naar Pau Brasil National Park, zo’n 40 km van het vliegveld. De vlucht had helaas een uur vertraging en het ophalen van de huurauto was van een externe locatie, dus ik ging pas om 10.45 uur op pad. Vanaf het vliegveld ga je links af (naar het westen), en slaat na ongeveer 30km af naar het zuiden richting de weg BA-001. Langs die weg vond ik inderdaad een verweerde wegwijzer naar de ingang van het park, bij het plaatsje Vale Verde.

Ik reed de onverharde weg op, maar na een kilometer of zo stond de weg helemaal onder water (het had de afgelopen week veel geregend). Ik zag er geen weg omheen en wist ook nog niet 100% zeker of ik op de goede plek zat. Ik had ook geen idee hoe ver het nog was naar het bezoekerscentrum (zodat ik misschien de auto kon verlaten en lopen). Maar er was geen gsm-ontvangst.

Dus ik zag geen andere mogelijkheid dan de auto te keren en de hoofdweg te ververvolgen, op zoek naar andere mogelijke manieren om binnen te komen (je ziet trouwens de hele tijd de dichte Atlantische bossen aan de horizon). Voorbij de afslag naar Arraial D’Ajuda zag ik een bord met ‘Welkom’ en een openstaande poort naar de ‘RPPN Rio do Brasil Reserva’. Tegen die tijd was ik wel ontvankelijk voor een paar gastvrije Brazilianen.

Gids in Reserva RPPN Rio do Brasil

De RPPN is een privéreservaat, een voormalige cacaoplantage die is aangelegd om de ecologische corridor rond Pau Brasil National Park te verbreden. Het is pas sinds vorig jaar geopend voor bezoekers. Ze bieden begeleide wandelingen en ook kanoën. We kozen voor een wandeling van gemiddeld niveau. Een 4wd safari jeep bracht ons (mijzelf en 2 gidsen) naar een plek dieper in hun reservaat.

De gidsen (die alleen Portugees spreken) hadden me gevraagd wat mijn interesses waren, en na mijn 10 lessen Braziliaans-Portugees Duolingo kon ik “vogels” en “apen” zeggen. De hoofdgids ging in volledige vogelmodus, met een verrekijker, een luidspreker om de vogelgeluiden af te spelen en een laserpen om mij de vogeltjes aan te wijzen. Het gebladerte is hier erg dicht en de vogels zaten vaak in de 10de of 20de laag takken. Dit is verschrikkelijk voor fotografie, omdat er altijd wel een andere boomtak is waarop je camera automatisch scherpstelt.

Roodkopmanakin

We zagen ook twee soorten apen meteen bij de start – een witgezichtoeistiti en de andere een minder spectaculaire grijsachtige. De gidsen noemden snel elke planten- of diersoort, maar kenden ze alleen in het Portugees.

Witgezichtoeistiti

De wandeling voelde als een ware jungle-ervaring, met muggen en mieren die ons aanvielen als we stilstonden op zoek naar vogels. Elke keer als we naar de grond of naar elkaars kleren keken, verschenen er spinnen, duizendpoten en insecten. De jungle hier heeft een mix van boomsoorten die endemisch zijn voor het Noordoost-Atlantische Woud en invasieve soorten zoals de vijgenboom en de broodboom (die ook veel voorkomen in de buffergebieden van het Zuidoost-Atlantische Woud).

Maar ik heb wel veel interessante inheemse boomsoorten gezien, zoals een zaailing van de Pau Brazil, de Sucupira waarvan de vrucht lijkt op een kleine keramische beker en geliefd is bij de apen vanwege de zaden die het bevat, en de enorme rode Juruena.

Sucupira vruchten

De twee gidsen waren heel aardig en ze leken het net zo leuk te vinden om daar te zijn als ik – we bleven 3,5 uur bezig. Ze deden de grootste moeite om mij de vogels en apen te laten zien, en goede foto’s te laten maken.

#822: Valongo kade

Wat is het?
De Archeologische opgravingen van de Valongokade omvatten de plek waar meer dan 900.000 Afrikaanse slaven in Amerika arriveerden. Dit voormalige havengebied in Rio de Janeiro werd in de 19de eeuw voor dit doel gebruikt, en na de afschaffing van de slavernij met zand bedekt tot het opnieuw werd opgegraven in 2011. Hoewel de fysieke overblijfselen bescheiden zijn, heeft het zijn spirituele associaties voor de Afro-Amerikanen behouden.

Valongokade

Cijfer: 4 (Het zou zo’n belangrijke plek kunnen zijn, en authentieker dan Senegal’s vertrekpunt van de Transatlantische slavenhandel in Gorée, dat ook een werelderfgoed is. Maar momenteel is het slechts een vergeten hoekje met een paar opgegraven stenen (van een latere kade!) in het centrum van Rio.)

Toegang: Gratis.

Hoeveel tijd: 5 minuten.

Opvallend: Op de laatste ochtend van mijn reis door Rio liep ik door de vrijwel verlaten straten van het centrum naar dit pleintje. Geen toerist komt hier, en pas in de laatste paar honderd meter staat er een bordje.

Hier lag vroeger de haven van Rio de Janeiro. De opgegraven resten zijn van de Keizerinkaai uit 1843. Tussen 1811 en 1831 (toen de Transatlatlantische slavenhandel werd afgeschaft) meerden op dezelfde plek de schepen met slaven aan, komend vooral uit Congo en Angola.

Rio de Janeiro (deel 2)

De grote steden van Brazilië zijn niet bepaald gevuld met dingen die je laten glimlachen. Sao Paulo (12 miljoen) en Rio de Janeiro (6 miljoen) zijn de grootste, en Belo Horizonte – eveneens in het zuidoosten van het land – heeft 2,5 miljoen inwoners. Ik heb ze allemaal bezocht in de laatste week van mijn reis naar Brazilië in 2022. Deze stadscentra laten zien hoe moeilijk het is geweest om de snelle groei van de bevolking bij te houden, met veel hoogbouw, graffiti en daklozen.

Maar de autoriteiten moeten worden geprezen voor het maken van gedurfde keuzes, en er is veel modernistische architectuur. De rooms-katholieke kathedraal van Rio bijvoorbeeld is een brutalistisch gebouw uit de jaren zestig. De piramidevorm is een verwijzing naar de Maya-architectuur.

Kathedraal van Rio

Je kunt er gratis naar binnen. Het is een open, cirkelvormige ruimte die grotendeels gevuld is met stoelen. Vier 64 meter hoge banen van kleurig glas-in-lood brengen wat licht. Verder opvallend zijn de twee standbeelden aan weerszijden, waaronder deze van de heilige Franciscus.

Kathedraal van Rio

Rio heeft ook zo zijn geïsoleerde historische attracties, zoals de rijkelijk versierde kerk van het Sao Bento-klooster. Deze bereik je op een wel heel bijzondere manier: via een lift in een modern appartements/kantoorgebouw. Mijn Uber-chauffeur keek me al aan met een blik van “Is dit het?”. Ja hoor, het staat zelfs op de deur. Binnen zit een bewaker, die je doorverwijst naar de lift en de vierde verdieping.

Eenmaal boven sta je weer buiten, op een pleintje dat een oase van rust is boven de binnenstad van Rio. Het hoort bij een nog actief Benedictijns klooster. De kerk ziet er van buiten nog behoorlijk standaard Portugees-koloniaal uit, maar van binnen is het prachtig. Sinds de 17de eeuw is het interieur gevuld met houtsnijwerk en schilderingen in een maniëristische stijl. Er is ook veel bladgoud.

Klooster van São Bento, Rio

In 2004 bezocht ik al de meer gekende toeristische hoogtepunten van Rio, zoals het Suikerbrood en het Christusbeeld.

Terugblik Brazilië 2022

Het was een supermakkelijke en ontspannen reis. De Brazilianen zijn zo aardig, behulpzaam en altijd in een goed humeur. De logistiek, met name het vliegverkeer en de Uber’s, is perfect georganiseerd.

Mijn reis focuste zich op het noorden, en dat was prachtig. Vooral de eerste twee weken tussen Manaus en Fernando de Noronha val je van het ene hoogtepunt in het andere. De grootste verrassingen waren Sao Luis en Serra da Capivara.

Voorbereiding

Eén van de belangrijkste redenen om voor Noord-Brazilië te kiezen was dat ik graag het Amazonegebied wilde zien. Daarvoor selecteerde ik een goed aangeschreven tour naar het Mamiraua-reservaat en de Uakari lodge. Deze boekte ik 3 maanden vooraf.

Ook boekte ik van tevoren alle binnenlandse vluchten. Elf stuks maar liefst! Dat is een grote voorinvestering, want ze kostten tussen de 80 en 110 EUR per stuk. Maar als je lang wacht, wordt het nog veel duurder (tussen 200 en 300 EUR). Veel keuze aan vluchten en concurrentie onder de vliegmaatschappijen heb je bovendien niet in het noorden.

En ik deed 10 lessen Braziliaans-Portugees via Duolingo. Ik begon er twee weken voor de reis mee. Het heeft me toch wel geholpen (net als mijn kennis van het Spaans), veel mensen spreken alleen Portugees en dan kun je in ieder geval basaal wat communiceren.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog met KLM heen naar Sao Paulo en terug vanuit Rio. De terugweg was een ‘Kerstvlucht’, aankomend om 6 uur op kerstochtend. Ik had 3 stoelen voor mezelf, zo rustig was het.

Binnenlandse vluchten
Uiteindelijk maakte ik maar liefst 13 enkele vluchten. Het binnenlands vliegverkeer is goed georganiseerd in Brazilië en de vliegvelden zijn zeer modern en efficiënt. Zonder bagage hoef je eigenlijk maar een kwartiertje voor boarding aanwezig te zijn. Ik koos meestal voor vluchten van Azul: deze hebben een goede dekking van het noorden van het land, zijn online gemakkelijk te boeken, en zijn zeer stipt op tijd (vaak zaten we allemaal al 20 minuten voor vertrek netjes ingegespt aan boord). Hun modernere toestellen hebben gratis wifi en live TV (leuk tijdens het WK voetbal), en ze delen enthousiast zakken vol snacks uit onderweg.

Bussen
In het zuiden zijn de afstanden wat meer behapbaar, en nam ik een paar keer de bus. Inclusief twee nachtbussen. Als je één van de duurdere bussen neemt, zit/lig je prinsheerlijk. Ze hebben meestal een 2-1 configuratie, zodat je ook alleen kunt zitten (en bij de 2-zitters hebben ze zelfs gordijntjes!).

Huurauto
Voor mijn tripje naar Serra da Capivara had ik vooraf via Rentalcars.com een auto gehuurd vanaf Petrolina Airport. Echter, de verhuurder (Europcar) bleek daar geen locatie meer te hebben! Ik switchte toen maar naar de lokale verhuurder Movida, één van de grootsten in Brazilië. Dat kon ter plekke geregeld worden en was nog goedkoper ook. Toen ik nog een tweede keer een auto nodig had (in Porto Seguro), boekte ik ook bij hen.

Uber
In de grote steden, en van en naar de vliegvelden, deed ik alles met Uber’s. Dat is in Brazilië geheel geaccepteerd, en de grote vliegvelden en busstations hebben zelfs speciaal aangegeven oppikplaatsen. Meestal hoefde ik slecht 1-3 minuten te wachten voor een ritje. Eén keer slechts 0 minuten: hij stond voor mijn neus te wachten. Drie keer ging het wat lastiger (een minuut of 20 wachten): 2x vanaf een druk vliegveld/busstation (dan is er meer vraag dan aanbod) en 1x vanuit Sao Cristovao (daar is het zo stil dat er maar weinig Ubers komen).

Hotels

Ik sliep in de volgende hotels:

Campinas: Aerosleep Hotel
Dit is een vliegveldhotel, verbonden met een loopbrug met het Viracopos vliegveld van Campinas. Eenvoudig maar schoon. Geen ramen. Badkamer van mini-formaat, douche eigenlijk niet bruikbaar. Wel tv en goede wifi en vriendelijke receptie die voor mij met Google Translate aan de slag ging.

Kosten: 42 EUR per nacht exclusief ontbijt

Manaus: Hotel Casa Dos Frades
Kleinschalig hotel / pension pal tegenover het Amazonas Theater. Handige buurt ook voor restaurants en winkels. De kamer is ruim maar sober. Ze zijn er erg religieus – er ligt een dikke bijbel op tafel en de sleutelhanger van mijn kamer is een kruisje. Goed ontbijtbuffet met vers fruit, cakejes, brood, jam, ham, kaas, koffie en sappen.

Kosten: 42 EUR per nacht inclusief ontbijt

Mamiraua: Uakari Lodge
Kleinschalige, drijvende lodge in het Mamiraua reservaat. Je kunt er alleen met een boot komen. De kamers zijn eenvoudig, maar hebben een bed met muskietennet en elk een eigen veranda vanwaar je over het water kunt staren. Het eten was uitstekend.

Kosten inbegrepen in de Amazone tour (800 EUR voor 4 dagen/3 nachten).

Manaus: Ibis Budget
Dit ligt wat buiten het centrum, in een buurt met wat moderne winkels en dichter bij het vliegveld. Kamer aan de kleine kant, maar alles doet het. Ontbijt was niet inbegrepen, maar heb ik bijgekocht voor 29 reais.

Kosten: 36 EUR per nacht exclusief ontbijt

Belem: Grao Para
Hoogbouw hotel aan het centrale plein van Belem. Mijn raam had mooi uitzicht op het theater, dat ’s avonds verlicht is. Vriendelijk personeel en druk maar wel redelijk ontbijt.

Kosten: 25 EUR per nacht inclusief ontbijt

Barreirinhas: Pousada Atairu
Pension met een paar kamers boven een restaurant aan één van de drukke toeristische straten van Barreirinhas. Kleine kamer zonder raam naar buiten. Zeer goed ontbijtbuffet, vriendelijke mensen.

Kosten: 27 EUR per nacht inclusief ontbijt

São Luis: Pousada Catarina Mina
Pension pal in het historisch centrum. Opnieuw een kamer zonder raam. En met nog minder aankleding dit keer, het lijkt wel een cel.

Kosten: 23,50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Recife: Vitoria Praia Hotel
Het ligt in een wijk met hoge hekken niet ver van het vliegveld.

Kosten: 27 EUR per nacht exclusief ontbijt

Remedios (Noronha): Pousada Solar das Andorinhas
Pension in het centrum van Remedios. Mooie kamer. Voor de deur een eigen zitje. Wifi deed het hier nauwelijks, maar dat schijnt overal op Fernando de Noronha een probleem te zijn.

Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt

Olinda: Hotel 7 Colinas
Groots hotel in het centrum van Olinda. Het heeft een weelderige tuin en heerlijk zwembad. Het restaurant erbij is ook goed en altijd open.

Kosten: 67 EUR per nacht inclusief ontbijt

Coronel Jose Diaz (Serra da Capivara): Casa Barreirinho
Pension aan de toegangsweg tot het Serra da Capivara-park. Eigendom van een Duitser en zijn Braziliaanse vrouw. Zij kunnen helpen bij het vinden van een gids voor het park. De kamers zijn eenvoudig maar schoon. Het pension heeft een mooie tuin met vogels. Het ontbijt was ook goed.

Kosten: 22,50 EUR per nacht (ontbijt tegen bijbetaling)

Aracaju: Ibis Aracaju
Net Ibis-hotel in een buurt waar verder niet veel te beleven is. Ik nam een Uber naar een andere wijk om ’s avonds ergens te gaan eten.

Kosten: 41 EUR per nacht exclusief ontbijt

Salvador: Solar dos Deuses
Boetiekhotel aan één van de hoofdstraten van de oude stad, tussen de kathedraal en Franciscuskerk. Elke avond live muziek voor de deur. Ontbijt moet je vooraf bestellen en wordt op de kamer gebracht. Erg lekker bed.

Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt

Belo Horizonte: Pampulha Design Hotel
Stijlvol, modern hotel aan het meer van Pampulha. Goed ontbijtbuffet, en zicht op het meer en in de verte de karakteristieke Franciscuskerk vanuit de ontbijtruimte.

Kosten: 61 EUR per nacht inclusief ontbijt

Peruibe (Guarau): Pousada Maktub
Afgelegen pension in een afgelegen dorpje. De wegen zijn hier nauwelijks verhard. Heel vriendelijke eigenaar, die me hielp een tour door het park te vinden en wat te eten en drinken regelde.

Kosten: 36 EUR per nacht exclusief ontbijt

Rio de Janeiro: Americas Granada
Groot en professioneel toeristenhotel in Rio Centro. De buurt is niet zo gezellig voor wie Rio voor het eerst bezoekt, maar het ligt wel handig voor de metro en de dingen die ik wilde zien (ook in Centro).

Kosten: 47 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Bij de meeste hotels was ontbijt inbegrepen, en ook overal een beetje hetzelfde. Fruit, koffie, simpele broodjes met in het beste geval ham en kaas, en vooral veel zoete cakejes. Een typisch warm Braziliaans ontbijtgerecht is tapioca, dat je er meestal bij kon bestellen. Het is een soort hartige pannenkoek, gevuld met boter of kaas (of wat je maar wilt).

Lunch en tussendoor
Tapioca kun je ook prima als lunch eten. Of coxinha, de favoriet uit het zuiden.

Diner
Het avondeten was over het algemeen wel goed, maar Brazilië is toch niet echt een land waar je (zoals Mexico, Japan of Italië) voor het eten heen gaat. Meestal bakken of grillen ze een vis. Een eigenaardigheid is ook dat ze – vooral in het noordoosten – gerechten altijd voor 2 personen op de kaart zetten. Soms kun je dan ook voor 1 persoon bestellen en betaal je de helft, maar soms kan dat ook niet en verwijzen ze je naar een ander (miniem) deel van de kaart.

Het lekkerste en meest bijzondere at ik in Salvador de Bahia. Moqueca, Vatapá en Bobó de Camarão zijn Braziliaanse gerechten met een sterke Afrikaanse inslag.

Kosten

Je kunt bijna alles in Brazilië digitaal betalen, het meest gebruikte ik Apple Pay op mijn telefoon waar ik mijn Nederlandse ING bankpas aan had gekoppeld. Geld pinnen verliep wat lastig, vooral op vliegvelden waar ze alleen generieke automaten (van meerdere banken samen) hebben en mijn pas het nooit deed. Daar heb ik 2x wat cash geld gewisseld (tegen een heel slechte koers).

Ik kwam uiteindelijk uit op 167 EUR per dag. Dat is duur voor Brazilië; het komt vooral omdat ik grote afstanden heb afgelegd. Hotels, eten en entrees zijn er bijvoorbeeld erg goedkoop.

De kosten, gedeeld door 33 dagen en exclusief internationale vlucht, waren als volgt verdeeld:

LandPer dagHotelsEtenVervoerOverig
Brazilië167 EUR68 EUR16 EUR69 EUR14 EUR

Leave a comment