World Heritage Traveller

Griekenland 2022

Written by:

  1. Programma
  2. #804: Athos
  3. #805: Rhodos
  4. #806: Pythagoreion en Heraion van Samos
  5. #807: Patmos
  6. #808: Delos
  7. #132: Thessaloniki
  8. Zagori & Pindos
  9. Dodoni
  10. Terugblik Griekenland 2022
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Het is tijd om Griekenland “compleet” te maken. Ondanks verschillende reizen in de afgelopen 25 jaar heb ik nog steeds wat onontdekte regio’s en ongedekte werelderfgoederen. Die laatste liggen vooral op de Griekse eilanden.

Ik heb in één route van 2,5 week Thessaloniki en de Berg Athos (1), Zagoria/Pindos (2), Rhodos (3), Samos (4), Patmos (5) en Mykonos (6) met elkaar weten te verbinden:

Ik reis (vooral) met het openbaar vervoer. Het programma ziet er ongeveer als volgt uit:

DatumProgrammaVerblijf
30 augVlucht Amsterdam – Thessaloniki 9.40-13.30 met Transavia. Vandaar met de bus naar Ouranoupoli (2,5 uur).Ouranoupoli
31 augHalve dagtocht met een boot langs het eiland Athos (WE1). In de namiddag met de bus terug naar Thessaloniki.Thessaloniki
1 – 2 septBus naar Ioannina. Op vliegveld huurauto ophalen, en dan Zagoria in. Het is een ruige regio met karakteristieke dorpjes en oude stenen bruggen. Ook goed om te wandelen.Asprangeloi
3 – 4 septLate avondvlucht van Ioannina naar Rhodos via Athene. Volgende dag bezoek aan de middeleeuwse stad van Rhodos (WE2).Rhodos
5 – 8 septRechtstreekse vlucht naar Samos. Bezoek aan Pythagoreion en het Heraion (WE3). Ook nog een dagje wandelen.Pythagorio, Samos
9 – 10 septVeerboot naar het eiland Patmos en zijn pelgrimsoorden (WE4).Patmos
11 – 12 septTerug met de boot naar Samos. Verplaatsing met de bus naar de andere kant van het eiland via de hoofdstad Vathy Samos.Samos
13-14 septVeerboot in de vroege ochtend naar Mykonos. Daar meteen door op halve dagtour naar de ruïnes van Delos (WE5). De volgende dag Mykonos zelf bekijken.Mykonos
15 septRechtstreekse terugvlucht naar Amsterdam vanuit Mykonos met Transavia.Thuis

#804: Athos

Wat is het?
De Berg Athos is een schiereiland dat een semiautonome staat vormt in het noorden van Griekenland. Het is sinds de 10de eeuw een spiritueel centrum voor de orthodoxe kerk. De 20 kloosters herbergen meesterwerken zoals muurschilderingen, iconen en manuscripten. Ook de Mediterrane bos- en andere florasoorten zijn er goed beschermd.

Athos

Cijfer: 5,5 (Het is een ‘gemengd’ werelderfgoed, maar de culturele aspecten zijn zoveel interessanter dan de natuur. De kloosters zien er fascinerend uit, maar zijn ook een beetje een ratjetoe aan bouwstijlen. En tot slot: 2 punten aftrek omdat vrouwen niet welkom zijn op het schiereiland. Dat alles samen maakt het toch maar een matige ervaring.)

Toegang: Omdat ik als vrouw niet aan land mocht, ‘bezocht’ ik het met een boottour. Deze kostte 22 EUR.

Hoeveel tijd: De tocht duurt in totaal zo’n 3,5 uur, waarvan je de eerste 2 uur rustig langs de kust vaart.

Opvallend: Ik overnachtte in de dichtstbijzijnde stad, Ouranoupoli. Het ligt ongeveer 3 km van de bewaakte grens met Oros Athos, waar de kloostergemeenschap autonoom zelfbestuur heeft binnen Griekenland. Het gezellige stadje heeft een paar pelgrimsouvenirwinkels, het pelgrimskantoor waar de mannelijke pelgrims zich moeten melden en verder veel winkels en restaurants gericht op de generieke strandtoerist.

Mijn dag begon op mijn gemak in mijn hotelkamer achter mijn laptop, want mijn boottocht langs de kust van het schiereiland Athos zou pas om 11 uur vertrekken. Maar in mijn achterhoofd zat nog dat klooster dat ik op de kaart had gezien dichtbij Ouranoupoli: het Heilige Klooster van Zygos. Na wat snelle research blijkt het de ruïne te zijn van één van de oorspronkelijke Athos-kloosters, op een steenworp afstand van de grens. Het zou 30 minuten lopen zijn van het stadscentrum van Ouranoupoli, maar ik had op zijn best slechts 25 minuten om er te geraken. Zou het nog lukken?

Ik pakte snel mijn tas in en snelwandelde richting de plek die op de kaart was aangegeven. De route bleek te gaan over een zandweg, bergopwaarts en zelfs om 10.00 uur bloedheet zonder veel schaduw. Uiteindelijk gaf ik het ongeveer 1 kilometer voor de finish op – ik zou niet op tijd terug zijn voor de boot en het klooster noch de grens waren al zichtbaar.

Athos

Voor mijn Athos-cruise had ik geboekt bij de Calypso. Er zijn verschillende bedrijven om uit te kiezen, maar ik denk niet dat er veel verschillen zijn: ze varen toch allemaal dezelfde route langs de kust heen en weer. De schepen kunnen elk meer dan 100 passagiers aan, en er vertrokken er maar liefst 4 tussen 10.30 en 11.00 uur toen ik daar was op 31 augustus.

Toen ik bij “mijn” boot aankwam, hadden leden van een grote groep hun spreekwoordelijke badhanddoeken al op alle buitenzitjes gelegd. Ik had het geluk nog een plekje te vinden op het bovendek en aan de linkerkant (de kant die uitkijkt op de kust), naast de stuurhut. Alleen een staanplaats, en mijn buren bleken mensen te zijn die zich bezighielden met het voeren van brood aan meeuwen.

Er is audiocommentaar in het Grieks, Engels en Russisch over de berg Athos en wat je aan de kust ziet. Er was weinig van te verstaan. Welk klooster wat is kun je achteraf makkelijk opzoeken, dus eigenlijk maakt het niet uit.

Ik probeerde me te concentreren op wat ik op het schiereiland kon zien. Je gaat Athos binnen vrijwel direct na het verlaten van de haven van Ouranoupoli – er is een stenen grensmuur zichtbaar. De eerste 20 minuten is het landschap voornamelijk bos, met enkele menselijke toevoegingen zoals houten bijenkorven en olijfgaarden.

De onbetwiste hoogtepunten van de tour zijn de kloosters, die na verloop van tijd de één na de ander in het zicht verschijnen. De meeste kijken uit op de zee en liggen vrij dicht aan het water. De boten moeten 500 meter uit de kust blijven, maar toch zijn de kloosters goed te zien met het blote oog. Ik had mijn camera met 83x optische zoom meegenomen, vooral om close-ups van de kloosters te maken, en dat werkte goed. Een ander obstakel voor de fotograaf is dat de boot ’s ochtends tegen de zon in vaart.

Athos

Hoewel de kloosters qua uiterlijk verschillen, zijn ze allemaal gebouwd als vestingen met torenconstructies die lijken op de torenhuizen van Gjirokaster. Ze zijn ook zoveel meer dan een kerk en enkele bijgebouwen – je ziet tuinen, paden, wijngaarden, bootschuren en zelfs zonnepanelen.

Het St. Panteleimon-klooster is het Russisch-orthodoxe klooster. Dit is een zeer groot complex met groen als dominante kleur. Aan de rand staat een enorme hotelachtige structuur.

Athos

Het Xenophontos-klooster vond ik het mooiste. En dan vooral de rode muren van de kerk die net boven de vestingmuren uitsteken.

Athos

Het Simonopetra-klooster ligt wat hoger en lijkt tegen de klifwand geplakt. Het lijkt wel op een Bhutanese dzong.

Athos

Het oudste en grootste klooster, de Megisti Lavra, staat momenteel bijna helemaal in de steigers. Er staat zelfs een enorme hijskraan bij.

Het Dionysiou-klooster heeft een indrukwekkende terrastuin.

Athos

Verder zie je langs de waterkant regelmatig uitkijktorens staan. Deze hieronder heet de Paliopyrgos van Agios Pavlos – het betekent “oude toren”, maar hij is de afgelopen jaren helemaal gerestaureerd en ziet er prima uit.

Athos / Paliopyrgos of Agios Pavlos

#805: Rhodos

Wat is het?
De Middeleeuwse stad van Rhodos is tussen de 14de en 16de eeuw als vestingstad ontwikkeld door de Johannieterridders. Ze hadden dit eiland veroverd om een eigen staat te stichten en moesten het permanent verdedigen tegen belegeringen van zeerovers en het Ottomaanse rijk. De stad is nog geheel ommuurd en heeft naast de gotische gebouwen van de kruisvaarders ook interessante architectuur uit de latere Ottomaanse periode.

Grootmeesterspaleis

Cijfer: 7 (Zeker als je net uit het rustige noorden van Griekenland komt, moet je je eerst wel over het massatoerisme van Rhodos heenzetten. Maar ik was vroeg op pad op een zondag, dat maakte dat ik de oude stad op mijn gemak kon ontdekken. Er is veel te zien, in een mengelmoes van verschillende tijdperken. Het Archeologisch museum was voor mij het hoogtepunt.)

Toegang: Voor 10 EUR krijg je een ‘speciaal’ ticket, waarmee je naar binnen kunt in het Archeologisch museum, het Grootmeesterspaleis en de kerk Panagia tou Kastrou.

Hoeveel tijd: Eén dag, met een lange siësta in het midden om de hitte te vermijden.

Opvallend: Om de oude stad van Rhodos binnen te gaan, moet je de stadsmuren trotseren die de kruisvaarders hier hebben neergezet. Ze hebben het stevig aangepakt – ik kwam via de Amboisepoort en moest meerdere verdedigingslagen door. Via een houten poort kom je uiteindelijk uit bij het Grootmeesterspaleis.

Het paleis was nog niet open, dus ik liep eerst naar de nabijgelegen Straat van de Ridders. Hier hadden de verschillende landen die onder de Johannieterridders vertegenwoordigd waren hun zetel. Het is een 600 meter lange, kaarsrechte straat. Op de facades van de missieposten zijn nog de wapenschilden te zien van de respectievelijke landen. Deze hieronder was van de Engelse ridders, en ook een katholiek kerkje.

Straat van de Ridders

Wel vroeg open, om 8 uur al zelfs, is het Archeologisch museum. Dit is een goede gelegenheid om een voor de binnenstad van Rhodos typisch gebouw van binnen te bekijken: het was het vroegere ridderziekenhuis. Bij de ingang zag ik veel ‘gewone’ toeristen afhaken bij het woord ‘Archeologisch museum’ en de entreeprijs van 6 EUR. Maar ik bracht er bijna een uur door.

De collectie richt zich op prehistorische en antiek-Griekse en Romeinse vondsten van het eiland. Mozaïeken en beelden voeren de boventoon. Het leuke aan het museum is dat het een soort ontdekkingstocht is over verschillende etages, binnen en buiten, en zelfs door een tuin.

Je komt door één grote hal, waar de verbinding met de kruisridders weer gelegd wordt. Hier zijn de grafstenen van veel buitenlandse ridders tentoongesteld.

Archeologisch museum

Er zijn ook kamers vol met vazen. De mooiste vond ik deze, het zijn miniatuurversies van oenochoë (wijnschenkkannen), slechts een paar centimeter hoog.

Archeologisch museum

Verder dwalend door de stad vallen er eigenlijk twee dingen op: de Ottomaanse en Italiaanse invloeden. De Ottomanen veroverden Rhodos op de kruisridders in 1522. In hun tijd werden kerken tot moskeeën verbouwd, en ook badhuizen en originele moskeeën aan het stadslandschap toegevoegd.

De Italianen op hun beurt namen in 1912 het stokje weer over van de Ottomanen. Door twee verwoestende aardbevingen zijn nog maar weinig gebouwen in hun oorspronkelijke staat. Wat je ziet zijn voornamelijk Italiaanse (fascistische) reconstructies uit de jaren dertig – Italië bezette het eiland tussen 1912 en 1945. Bij de inschrijving op de UNESCO Werelderfgoedlijst was de “jury” vooral ontevreden over decoratieve elementen zoals fonteinen die de Italianen eraan toevoegden… Toen ik dat eenmaal had gelezen, bleef ik deze overal in de stad zien!

Vooral in het Grootmeesterspaleis hebben de Italianen huisgehouden. Dit oorspronkelijke ridderhoofdkwartier is omgevormd tot een Italiaans paleis. Het werd een vakantieverblijf voor de Italiaanse koning en de dictator Mussolini.

Vlakbij het paleis ligt de Panagia tou Kastrou, een wat lege Byzantijnse kerk met de resten van een enkele originele muurschildering.

Na de eerste ronde door de stad in de ochtend, bezocht ik het in de vroege avond nog een keer. Dit keer liep ik helemaal buitenom de stadsmuren, via het Bastion van St. Paul, naar de Zeepoort.

DSCN7264

Ik eindigde bij weer de resten van een kerkje, de veel gefotografeerde resten van de Kerk van de Maagd van de Burgh.

IMG_6477

#806: Pythagoreion en Heraion van Samos

Wat is het?
Pythagoreion en de Heraion van Samos zijn twee belangrijke overblijfselen uit de klassieke oudheid op één van de Noord-Egeïsche Eilanden. De tempel van Hera (Heraion) is een schoolvoorbeeld van klassieke architectuur, waarvan het ontwerp veel latere bouw in Griekenland heeft beïnvloed. Pythagoreion omvat de resten van een havenstad uit de 6de eeuw voor Christus toen Samos een belangrijke handels- en zeevaardersnatie was. Een meer dan een kilometer lange tunnel (Eupalineio) bracht water uit de bergen naar de stad.

Heraion

Cijfer: 5 (Een rommelig werelderfgoed, zonder echte focus en zonder hoogtepunten.)

Toegang: Voor elke bezienswaardigheid moet je apart betalen. Ik gaf 20 EUR uit: 6 EUR voor de Hera-tempel, 8 EUR voor de Tunnel van Eupalinos en 6 EUR voor het archeologisch museum.

Hoeveel tijd: 5 uur (te voet, 13km).

Opvallend: Mijn eerste dag op Samos was op een dinsdag, en dan zijn alle archeologische sites en musea er gesloten. Ik maakte daarom een rondwandeling van 6km via de AllTrails app in de omgeving van Pythagorio. Onderweg kwam ik al veel resten van de oude stad tegen, de één nog meer vervallen en overgroeid dan de ander. Zo zag ik het theater, een oude villa, de markt, het sportterrein, en Romeinse baden. Aan de haven staat een creatief modern standbeeld van Pythagoras, de wiskundige naar wie deze plaats vernoemd is.

De volgende dag ging ik weer wandelen, maar dit keer wel langs de belangrijkste speerpunten van het werelderfgoed. Ik ging al om half 8 op pad uit Pythagorio, om zo de hitte voor te zijn. Eerste doel was de Tempel van Hera, zo’n 5,5km lopen zodat ik er mooi rond de openingstijd van half 9 was. Net als gisteren was het een prettige wandeling over rustige wegen. Hier loop je de laatste 2,5 km zelfs over een fietspad.

De Tempel van Hera bestond in de Oudheid uit maar liefst 100 zuilen. Helaas staat daarvan er nog maar één overeind, en dan nog maar voor de helft (zie foto bovenaan). De Tempel was via een Heilige Weg verbonden met het stadje Pythagorio, daarvan is aan het begin van het terrein nog een stuk te zien.

Heraion

Er slingeren nog een paar voetstukken van zuilen rond, maar verder is er niet veel te zien. Langs de Heilige Weg stonden ooit series beelden, maar die zijn allemaal verdwenen naar binnenlandse en buitenlandse musea. Een paar replica’s moeten nu de eer hoog houden.

Ook in de Romeinse tijd werd deze tempel nog gebruikt (en voor Romeinse goden geschikt gemaakt). Aan die tijd herinnert nog een mozaïekvloer met daarop de afbeelding van twee vissen.

Heraion

Ik liep grotendeels dezelfde weg weer terug, maar sloeg iets voorbij het vliegveld van Pythagorio af naar een voetpad tegen de heuvel op. Zo kom je bij de Tunnel van Eupalinos. Deze ‘tunnel’ werd in de 6de eeuw voor Christus aangelegd als aquaduct, om Pythagorio van een stabiele watertoevoer te voorzien. Het wordt erkend als één van de grootste ingenieurswerken van de Oudheid. Er is van twee kanten begonnen met graven, een kilometer van elkaar aan weerszijden van de berg, en door geometrische berekeningen wisten ze elkaar halverwege te treffen.

Tegenwoordig is dit een relatief populaire toeristische attractie op Samos. Elke 20 minuten mag er een groepje naar binnen. Je kunt dan de eerste 185 meter van de tunnel verkennen. We kregen een helm op, want de plafonds zijn laag en scherp. Ik had al gelezen dat de eerste paar meter erg nauw zou zijn, maar dat het daarna wel mee viel. De man die voor me liep zag het meteen al niet meer zitten, dus die wilde omkeren (zodat iedereen die achter hem liep ook weer even terug naar de ingang moest, passeren ging niet).

Tunnel van Eupalinos

Daarna werd het inderdaad een stuk ruimer. De begeleidster (geen gids, meer iemand die de veiligheid in de gaten moest houden) raadde aan om aan de rechterkant te blijven lopen, over een ijzeren rooster. De stenen aan de andere kant waren wat nat en dus glad. Door het ijzeren rooster heen kun je nog meters dieper kijken, naar een sleuf waardoor vroeger het water liep.

Tot slot van de wandeling liep ik de laatste anderhalve kilometer terug naar Pythagorio, waar ik nog naar het archeologisch museum ging. Dit was niet echt de moeite waard, tenzij je erg van keramiek of Romeinse beelden houdt. Er is ook een buitengedeelte, waar de opgravingen te zien zijn die gedaan zijn onder de moderne stad. Ook hier zijn de resten veelal Romeins.

#807: Patmos

Wat is het?
Het Historisch centrum (Chorá) met klooster van de Heilige Johannes “de Theoloog” en grot van de Apocalyps op het eiland Patmos vormen een Grieks-orthodoxe pelgrimsplaats. Sinds de 11de eeuw worden er religieuze ceremonies gehouden op de plek waar de evangelist Johannes het Bijbelboek ‘Openbaring’ geschreven zou hebben.

IMG_6618

Cijfer: 7 (Het ziet er goed verzorgd en fotogeniek uit. De religieuze waarde gaat wat aan mij voorbij en is ook niet erg voelbaar – er lopen veel meer ‘gewone’ toeristen dan pelgrims rond.)

Toegang: 5 EUR voor het klooster en 3 EUR voor de grot

Hoeveel tijd: Halve dag.

Opvallend: Als je met de veerboot aankomt op Patmos (er is geen vliegveld), dan valt meteen de grote vesting op boven op de hoogste berg van het eiland. Wat lijkt op een kasteel is in werkelijkheid het Johannietenklooster.

DSCN7397

Het is pas half 11 als de boot me aflevert, veel te vroeg om in te checken in het hotel. Ik ga dus maar op eerste verkenning naar het werelderfgoed. Er gaat ongeveer eens per uur een bus van de havenstad Skala naar Chora, de oude stad waar ook het klooster ligt. Het is maar 5 kilometer, maar het is steil omhoog.

Veel mensen bezoeken Patmos als een dagtocht vanaf één van de andere eilanden. Op het midden van de dag is het er dus ook het drukst. Ik heb gelukkig 2 dagen hier, dus bewaar de grotere bezienswaardigheden voor morgen wanneer ik vroeg kan starten. Ik zwerf eerst maar eens door Chorá, een labyrint van smalle straatjes en witte stenen huizen waar alleen de ramen en deuren hun natuurlijke kleur hebben behouden.

Chora

Daarna loop ik van de berg af naar beneden, terug richting Skala. Halverwege kom je dan langs de Grot van de Apocalyps. Dit is het meest heilige deel van Patmos, naar verluidt de plek waar de evangelist Johannes rond het jaar 95 een visioen kreeg over het einde van de wereld en het daarna neerpende in wat later een Bijbelboek werd.

Er zijn in de loop der tijden heel wat gebouwen om de grot heen gebouwd, zodat eerst wat onduidelijk is waar je moet zijn.

Bij de ‘echte’ ingang zit een man entreekaartjes te verkopen (3 EUR per stuk) en er is ook een winkeltje met pelgrimssouvenirs. Nog een paar gangen door, met een enkel icoon aan de muur, en dan sta je in wat toch echt dé grot is. Er zijn een paar mensen aan het bidden, tegen de rotswand aan.

Grot van de Apocalyps

De volgende dag neem ik om half 9 weer de bus naar boven. Dit keer ga ik direct naar het klooster. Er zijn geen andere bezoekers behalve een Griekse vrouw en haar dochter. Je komt eerst langs de kerk, die opent naar een kleine binnenplaats. De buitenste galerij van de kerk is met muurschilderingen bedekt, deze zijn echter niet zo mooi van kwaliteit als die binnen (waar je niet mag fotograferen).

Een ander hoogtepunt van het klooster is het museum. Hier worden met name iconen gepresenteerd. Veel ervan dateren uit de tijd dat Patmos een veilige haven werd voor vluchtelingen uit Kreta die op de vlucht waren voor het Ottomaanse Rijk (begin 17de eeuw). Dat de Ottomaanse sultan ook wel eens samenwerkte met de orthodoxe christenen van Patmos blijkt uit een tentoongesteld edict waarin hij oproept 3 inwoners van Pathmos op te sporen die gekidnapt waren door piraten.

Vanuit één van de ramen van het museum heb je een prachtig uitzicht over Chorá, de rest van het eiland Patmos en de omringende blauwe zee.

De rest van de ochtend loop ik nog wat door de oude straatjes en bezoek het nonnenklooster Zoodohos Pighi, dat ook een mooi oud kerkje vol met muurschilderingen heeft.

#808: Delos

Wat is het?
Het eiland Delos huisvestte één van de belangrijkste heiligdommen van de Griekse oudheid, de Apollotempel. Door het economisch belang van zijn haven was Delos een kosmopolitisch eiland en werden er ook tempels gesticht voor buitenlandse religies. Er woonden destijds zo’n 30.000 mensen. Op Delos werd daarnaast elke 4 jaar een populair festival georganiseerd, met sport, theater en muziek. Sinds de 7de eeuw na Christus is het eiland onbewoond en daardoor in goede staat bewaard gebleven.

Delos

Cijfer: 7 (Ondanks dat het allemaal ruïnes zijn, kun je nog goed zien hoe dichtbevolkt en multicultureel het eiland was. Ook de vele beelden, o.a. van stieren en leeuwen, maken het bezoek de moeite waard.)

Toegang: 8 EUR entree, plus 22 EUR voor de boottocht van Mykonos naar Delos (en terug)

Hoeveel tijd: 2,5 uur is genoeg om de blauwe en groene route te doen; dan mis je alleen de sportterreinen die veel verder op het eiland aan de rode route liggen. De boottocht geeft je ongeveer 3 uur op het eiland.

Opvallend: Ik had het zo uitgekiend dat ik direct vanaf de veerboot Samos – Mykonos door kon naar Delos. De boot arriveerde met een uur vertraging, en na nog een extra sprongetje met de SeaBus van de moderne haven naar de oude, kon ik zo aanschuiven in de rij naar Delos. Ik had mijn ticket vooraf online al geboekt, maar toch moet je nog een papieren kaartje ophalen. Het blijft Griekenland, de digitalisering is beperkt.

De boot van 10 uur zat goed vol, ik denk dat er zeker 200 mensen aan boord waren voor de overtocht van een half uur naar het eiland Delos. Eenmaal op Delos moet je dan nog een entreekaartje kopen aan de kassa om de archeologische site op te mogen. Ik wist dat dit er aan zat te komen, dus zorgde ervoor dat ik als een van de eersten van de boot af was.

Ik liep de tegengestelde route over het eiland van wat staat aangegeven: zo was zeker het eerste deel van mijn bezoek heerlijk rustig. Veel toeristen zijn hier ook met een gids en klonteren dus samen op bepaalde plekken waar die de uitleg geeft.

Delos is een qua begroeiing erg kaal eiland. Aan resten van bebouwing ontbreekt het echter niet. Eén van de belangrijkste delen aan de noordkant van de opgravingen is het Leeuwenterras. Vroeger bewaakten 9 leeuwen hier de heilige weg. De 5 die er nu nog staan zijn replica’s.

Delos - Leeuwenterras

Vanaf het noorden van de nederzetting liep ik ‘bovenlangs’ richting het oostelijke deel. Je komt hier langs het archeologisch museum, dat momenteel helaas gesloten is voor renovatie. Ze hebben er veel van de originele beelden van Delos. Wel is het nog een handige plek om even in de schaduw te zitten – er is verder nergens beschutting.

Het oosten van de opgravingen vond ik achteraf het mooist, het is het deel wat wordt aangeduid met de groene route. Omdat het op een heuvel ligt, heb je mooie vergezichten over het hele terrein. Zo zie je ook goed hoe dichtbebouwd het was. Van de tempels staat die voor de Egyptische godin Isis nog het best overeind.

Delos - Isistempel

Er is ook een groot theater met plaats voor 6.500 toeschouwers, waarvan de ‘gewone’ zitplaatsen inmiddels bijna helemaal verdwenen zijn. Alleen de ereplaatsen – met rugleuningen – op de eerste rij zijn er nog.

Ernaast ligt een indrukwekkend reservoir om regenwater op te slaan en aan te voeren naar het theater. Waterreservoirs en grote kruiken zijn sowieso veelvoorkomende elementen op dit droge eiland.

In de buurt van het theater stonden de mooiste huizen. De muren staan meestal nog wel overeind. Vele hebben op hun binnenplaats een groot mozaïek. Op de rest van het terrein lijken ze veel van de mozaïeken bedekt te hebben met kiezelsteentjes of plastic, maar gelukkig zijn ze hier nog wel te zien in hun volle glorie.

Er is o.a. het Huis van de Maskers (met afbeeldingen van in het theater gebruikte maskers), het Huis van Dionysus (met een door zuilen omringde binnenplaats), het Huis van de Dolfijnen (met in de vestibule een mozaïek die de Phoenische godin Tanit verbeeldt) en het Huis van de Drietand (met een afbeelding van een dolfijn met een anker).

DSCN7529

Op het centrale deel van het terrein, het dichtst bij de haven, ligt veel echt in puin. Ze zijn momenteel de Stoa aan het restaureren, met een rij van grote zuilen die nu bedekt is door een ijzeren constructie.

Interessanter is het ‘monument van de stier’, dat aan de ingang van een aan Apollo gewijd heiligdom staat. In zijn nabijheid liggen nog tientallen stierenkoppen op de grond: ze versierden de zuilen die aan de binnenkant van het heiligdom waren geplaatst.

DSCN7547

#132: Thessaloniki

Ik bezocht Thessaloniki voor het eerst in 2003, vandaar het lage volgnummer (132). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in september 2022.

Wat is het?
De Paleochristelijke en Byzantijnse monumenten van Thessaloniki omvatten een serie invloedrijke meesterwerken van de Christelijke kunst en architectuur. Onder de 15 bouwwerken zijn kerken, kloosters en de oude stadsmuren. Ze dateren van de 4de tot de 15de eeuw. Thessaloniki was een belangrijke zeehaven, droeg bij aan de verspreiding van het Christendom en bleef een cultureel centrum in de Byzantijnse tijd.

Thessaloniki

Cijfer: 6,5 (De kerken lijken zomaar op te poppen in de drukke straten van de stad. Van binnen zijn ze een beetje donker, niet zo uitbundig als andere Byzantijnse monumenten op de Lijst, en de mozaïeken en muurschilderingen zijn ook meer beschadigd.)

Toegang: Ik betaalde er alleen voor de Rotunda: 6 EUR.

Hoeveel tijd: Een avond, op doorreis tussen de Berg Athos en Ioannina. Gelukkig is veel open tot 20 uur.

Opvallend: Thessaloniki heeft een bijzondere plek in de Griekse geschiedenis: de stad werd pas laat aan het grondgebied van het onafhankelijke Griekenland toegevoegd en was tot aan 1923 een multi-culturele stad waarin veel joden en moslims woonden. Dit werelderfgoed beperkt zich echter tot de Byzantijnse periode en zijn rol in het Christendom.

Als je door de straten van de stad loopt, moet je dus door een soort filter kijken. Die moskeeën wegdenken, die Romeinse triomfboog. De eerste van drie Byzantijnse monumenten die ik bezoek is de Kerk van de Heilige Apostelen: het lijkt een buurtkerkje, een beetje achteraf gelegen in een woonwijk. De deur staat open, een priester is de kaarsen aan het aansteken.

Thessaloniki

Parallel aan de grote winkelstraat Via Egnatia ligt mijn tweede kerk: de Panagia Chalkeon. Dit is een grote kerk, die een stuk lager ligt dan het straatniveau. Dit soort locaties herinner me ik ook nog van mijn eerste bezoek aan de stad, in 2003. In de kerk is net een dienst begonnen dus ik ga er niet naar binnen.

De Rotunda is oorspronkelijk een monument uit de Romeinse tijd, gebouwd in de 4de eeuw als mausoleum. Later werd het een kerk en in 1590 een moskee (toen werd de minaret er aan toegevoegd). Het is sinds de verovering van de stad door Griekenland in 1912 vooral een historisch monument, waar op sommige dagen diensten worden gehouden door de Grieks-orthodoxe kerk. Van binnen is het vooral een grote, lege ruimte.

Aan de mozaïeken in de koepel van de Rotunda, met goud als dominante kleur, kun je zien dat ze uit dezelfde traditie stammen als die in Daphni of Ravenna. Ze zijn alleen minder compleet bewaard gebleven. De Rotunda heeft heel wat meegemaakt in zijn bestaan, het meest recent nog in 1978 toen het werd beschadigd tijdens een aardbeving.

Thessaloniki

Zagori & Pindos

Zagori en het Pindos-gebergte staan op de nominatie om in 2023 werelderfgoed te worden. Het is een prachtige plek om te bezoeken: dit is een regio in Noord-Griekenland die lange tijd een goed bewaard geheim is geweest binnen de wandelgemeenschap. In het voorstel worden de culturele kenmerken van Zagori (“traditionele dorpen met lokale architectuur” en “bruggen gesponsord door rijke kooplieden”) gecombineerd met het Pindos-gebergte. Het Noordelijk Pindos Nationaal Park is al een UNESCO Global Geopark, dus het is goed beschermd en heeft een overvloed aan informatieborden, zowel over de geologie, planten en fauna van het gebied als over de dorpen.

Ik verbleef twee nachten in dit gebied en verkende het met een huurauto vanuit een pension in een traditioneel huis in Asprangeloi. Op de eerste dag richtte ik me op het noordwesten van de regio, en op de tweede dag op het zuidoosten. Hoewel de afstanden kort zijn, kost het rijden veel tijd vanwege de kronkelige, secundaire wegen. De wegen waren echter nooit te smal en er is weinig verkeer, dus het is prima te rijden.

Ik begon mijn bezoek door in de vroege ochtend naar het dorp Vikos te rijden. Het heeft een goed uitzicht op de Vikoskloof, die 20 kilometer lang is en één van de diepste ter wereld. Je moet niet te vroeg in de ochtend zijn om de kloof goed te kunnen bekijken: er hangt nog vaak laaghangende bewolking. Het had ’s nachts ook zwaar geregend, een veel voorkomend verschijnsel in het Pindos-gebergte. Het dorpje zelf voelde, net als vele andere die ik die dag zou tegenkomen, verlaten aan.

Vikos

Ik reed vervolgens verder naar het noorden, naar de tweelingdorpen Mikro en Megalo Papingo. Deze zijn erg pittoresk vanwege hun stenen huizen. Ik liet mijn auto achter op de grote parkeerplaats net bij de stadsingang van Megalo Papingo en wandelde toen de laatste drie kilometer naar Mikro Papingo. Ik volgde een tijdje de hoofdweg (er is toch nauwelijks verkeer) tot ik een bord zag voor een kortere weg door de vallei richting Mikro Papingo. Dit pad bracht me over mijn eerste stenen brug, een van de karakteristieke kenmerken van deze regio.

Papingo

Ik lunchte in het wat grotere stadje Vitsa (veel van de kleinere hebben helemaal geen voorzieningen) en reed door het populaire Monodéndri. Ik kon daar geen parkeerplaats vinden, dus reed ik door naar twee van de grote stenen bruggen. De Noutsou-brug heeft een spectaculaire ligging tussen twee enorme rotswanden. De Brug van Plakidas heeft 3 bogen, die je alleen alle 3 ziet als je erheen loopt.

Het werd steeds later in de middag en donkere wolken hadden zich samengepakt, maar ik reed toch door naar het dorp Vradeto, waar oude stenen trappen te zien zijn die de dorpen verbonden. Het goot echter toen ik aankwam, dus ik keerde mijn auto maar om zonder uit te stappen. Tien kilometer verderop scheen de zon weer.

Noutsou brug

De volgende dag verhuisde ik naar de andere kant van deze regio. Zelfs via de hoofdweg buitenom kostte het me 1,5 uur om in het dorp Trísteno aan te komen. Dit is een minder dichtbevolkt gebied dan het noordwesten, maar het bosrijke landschap van het Pindos-gebergte is mooi.

In Trísteno stuitte ik op het dorpsplein op de koffiesessie in de vroege ochtend van de bejaarde bevolking en haar priester. De pleinen hier in Zagori zijn echt een van de meest opvallende elementen. Ze zijn moeilijk te beschrijven – ze zijn te groot in verhouding met de omvang van de dorpjes en er lijkt altijd een grote oude boom en een lage kerk te zijn. Het klinkt misschien als een koloniale stad in Mexico, maar het is een totaal andere setting. Een betere vergelijking voor deze regio zou Svaneti (Georgië) zijn.

Tristeno

Het verst naar het noorden kwam ik bij de brug van Vovousa, die een rivier overspant in het stadscentrum. Er zijn veel meer dorpen en stenen bruggen te vinden dan ik hierboven heb genoemd, net als langere wandelingen om te doen en kloosters te bezoeken. Het zou dagen duren om alles te zien. Het toerisme in het gebied is nog steeds aangenaam rustig, net als de regio Epirus in het algemeen.

Dodoni

Dodoni (of Dodona, de Griekse η laat zich niet zo goed vertalen) had ik vooraf niet op mijn Noord-Griekenland-reisplan staan, maar toen ik mijn huurauto toch moest inleveren op de luchthaven van Ioannina (slechts 30 km verderop) besloot ik een kijkje te nemen.

De plek ligt in een landelijke omgeving, vlakbij de hoofdweg tussen Ioannina en Athene. Er is voldoende gratis parkeergelegenheid en de openingstijden zijn ruim: van 8-20 uur. Een kaartje kost 8 EUR en er zijn toiletten en een kleine museumwinkel bij de ingang. Het staat bekend als de ‘Archeologische vindplaats van Dodoni’, en het was in de Oudheid een heiligdom ter ere van Zeus.

Dodoni

Binnen een imposante ommuring, die grotendeels nog overeind staat, liggen de tempels en een bouleuterion (raadsgebouw).

Tot de 5de eeuw voor Christus werden de cultusrituelen uitgevoerd door priesteressen en priesters onder een heilige eik, waar ze “het geritsel van de eikenbladeren interpreteerden om de juiste acties te bepalen”. Op het terrein zijn duizenden orakeltabletten gevonden met vragen voor het orakel. Zelfs Odysseus ging erheen, zoals beschreven door Homerus in Odyssee XIV.

Dodoni

Het theater dateert van rond 290 voor Christus. toen koning Pyrrhus (de luchthaven van Ioannina is naar hem vernoemd, evenals de term Pyrrhusoverwinning) een ambitieus bouwprogramma begon om het heiligdom te verfraaien. Het had een capaciteit van 17.000 toeschouwers en was daarmee één van de grootste theaters in de oudheid. Ze gebruikten de natuurlijke helling van een heuvel in de constructie.

Tijdens het bewind van Pyrrhus was Dodoni het podium voor het 4-jaarlijkse Naia-evenement met sport- en theaterwedstrijden, vergelijkbaar met de Olympische Spelen.

Dodoni

Het theater veranderde van uiterlijk in de Romeinse tijd, omdat de Romeinen het geschikt maakten voor dierengevechten. De eerste rijen zitplaatsen werden verwijderd en er werd een muur van 2.80 meter hoog gebouwd om het publiek te beschermen tegen de beesten. Dit is ook de huidige staat van het gebouw, dat nog compleet genoeg is om voor optredens te worden gebruikt. Een groot deel van het theater is afgesloten en het voelde op de één of andere manier teleurstellend. Het mist een geweldig podium zoals bijvoorbeeld het theater van Taormina (Sicilië).

Al met al is Dodoni een aardige plek om 3 kwartier door te brengen als je in de buurt bent. Het laat je kennismaken met een belangrijk deel van de geschiedenis van Noord-Griekenland en zijn beroemde koning Pyrrhus.

Terugblik Griekenland 2022

Dit was mijn zesde reis naar Griekenland. Met het uiterste noorden en een flink aantal van de eilanden heb ik het land eindelijk ‘compleet’: alle 18 werelderfgoederen gezien en in alle 13 regio’s geweest.

De mooiste dagen had ik in Zagori: een prachtig, rustig gebied. Drie van de vier eilandwerelderfgoederen, die op RhodosPatmos en Delos, zijn ook zeker de moeite waard. Verder konden de eilanden me weinig bekoren: ik had er vooraf een romantisch beeld van, varend van eiland tot eiland, maar ze zijn erg klein, supertoeristisch en er is weinig te zien.

Ik was er de eerste twee weken van september en het was nog bovengemiddeld warm: elke dag diep in de 30 graden. Daardoor kon ik helaas mijn geplande dagwandelingen op Samos en Patmos niet doen.

Voorbereiding

Niks bijzonders. Je kunt het beste vooraf flink wat cash geld pinnen in Nederland, dan betaal je geen bankkosten in Griekenland.

Ik boekte vluchten, auto, veerboten en veel van de hotels zo’n 2 maanden vooraf. Bij de tours naar Athos en Delos deed ik dat een paar dagen van tevoren.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog met Transavia heen naar Thessaloniki en terug uit Mykonos. Beide vluchten waren op tijd.

Binnenlandse vluchten
Vanuit Ioannina in het noorden van Griekenland vloog ik met Olympic Air naar Rhodos, met een overstap in Athene. Vanuit Rhodos vloog ik twee dagen later met SkyExpress rechtstreeks naar Samos. Ook hier zonder problemen.

Zowel op Samos als op Mykonos ben ik van/naar het vliegveld gelopen. In beide gevallen kost het zo’n 30-40 minuten.

Bus
In het noorden van het Griekse vasteland verplaatste ik me twee keer met een langeafstandsbus: van Thessaloniki naar Ouranoupoli (en terug), en van Thessaloniki naar Ioannina. Je kunt vooraf online kaartjes kopen bij KTEL, zeker voor de bus naar Ioannina is dat wel aan te raden want die rijdt niet erg vaak en het is een verbinding tussen twee grote steden. De bussen zijn redelijk comfortabel en rijden op tijd, maar hebben bijvoorbeeld geen mogelijkheid je telefoon op te laden.

Het grote busstation van Thessaloniki (Macedonia Intercity Bus Station) is erg apart, kom wel op tijd want het is even zoeken waar welke bus vertrekt. De bus naar Ouranoupoli vertrekt vanaf een ander busstation (KTEL Halkidiki), niet ver van het vliegveld en rechtstreeks te bereiken per bus #79 vanaf daar.

Veerboten
Ik nam ook twee keer een veerboot: van Samos naar Patmos (en terug), en van Samos naar Mykonos. Ondanks dat op de bevestiging staat dat je er een uur van tevoren moet zijn, is vlak voor vertrek goed genoeg: het kaartje wordt pas gecontroleerd op het schip zelf, dus als dat er nog niet is heeft het geen zin te gaan staan wachten.

De boot naar Patmos is van Dodekanisos Seaways. De overtocht duurt 2,5 uur en kostte me 36 EUR (enkele reis). Na het boeken krijg je hier al een e-ticket, waarmee je aan de pier in Samos (Pythagorio) zo het schip op kunt lopen.

De boot van Samos naar Mykonos is van Blue Star Ferries. Dit is een erg groot schip, met ook hutten (hij vaart helemaal door naar Piraeus). Hier stapt ik op in Karlovasi, aan de noordkust van Samos. Op dinsdag is het vertrek al om 4 uur ’s nachts, en de boot kwam pas 45 minuten later aan. We arriveerden uiteindelijk een uur te laat in Mykonos. De overtocht duurt 3,5 uur en kostte 18,50 EUR. Hier moet je vooraf online inchecken en dan krijg je een digitale boardingpas.

Autohuur
Om de regio Zagori te verkennen had ik voor een paar dagen een auto gehuurd bij Thrifty vanaf het vliegveld van Ioannina. Dit is een heel rustige locatie (in het weekend vertrekken er zelfs maar 2 vluchten per dag) en je rijdt zo van het parkeerterrein in een half uurtje de bergen in.

Hotels

Gemiddeld betaalde ik 55 EUR voor de hotelovernachtingen, dat is niet slecht. De kamers waren zonder uitzondering zeer schoon, de hotels op goede locaties en de airco’s zeer effectief. Er zijn echter twee dingen die ze maar niet goed lijken te krijgen: de douches waren altijd krap en nat (ze willen waarschijnlijk niet dat je te lang blijft douchten en teveel water verspilt) en het draadloos internet was niet stabiel.

Ouranoupoli: Panorama Spa
Ruime kamer met balkon en mini-keuken. Het hotel ligt een minuut of 10 lopen buiten het centrum. Niet de snelste wifi en weinig waterdruk. Voor het ontbijt is er een groots buffet met veel zoets.

Kosten: 62,50 EUR per nacht met ontbijt

Thessaloniki: Atlantis
Ik had dit hotel vooral voor zijn locatie gekozen: pal aan de grote winkelstraat, met bushalte voor de deur en op loopafstand van het werelderfgoed. Erg eenvoudig en wisselvallige wifi.

Kosten: 35 EUR per nacht exclusief ontbijt

Asprangeloi: Arxontiko Krana
Pension in een prachtig traditioneel huis. De moeder die het runt spreekt alleen Grieks, maar ze belt met haar dochter als er iets in het Engels overlegd moet worden. Goede wifi. Ook het eten is aan te raden (lekkere spinazietaart!).

Kosten: 60 EUR per nacht inclusief ontbijt

Rhodos: Hotel Africa
Echt toeristenhotel (TUI komt er ook), vol en aan een drukke straat. Simpel maar schoon, de kamer wordt zelfs elke dag schoongemaakt dat zie je haast nergens meer. Badkamer wordt nat bij het douchen. De wifi is hier ook wisselvallig. Het ontbijt is een redelijk buffet, niet de beste kwaliteit maar voldoende keuze om er wat van te maken.

Kosten: 47,50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Pythagorion (Samos): G. Sandalis Hotel
Goede locatie, fijn balkon, vriendelijke mensen. Maar ook hier: een kleine badkamer en wisselvallige wifi.

Kosten: 38,25 EUR per nacht exclusief ontbijt

Skala (Patmos): Blue Bay Hotel
Ruime kamer, redelijke badkamer. Mijn kamer had een groot eigen terras, met zicht op de baai. Goed ontbijt. Kamer had maar weinig stopcontacten.

Kosten: 50 EUR per nacht, ontbijt bij te betalen à 5 EUR

Pythagorion (Samos): Belvedere
Klein pension in een steegje in het centrum. Vriendelijke eigenaar.

Kosten: 35 EUR per nacht exclusief ontbijt

Karlovassi (Samos): Anema by the Sea
Resort met zwembad dat wel betere tijden gekend heeft, in een ook niet zo’n vrolijke plaats. Wel op loopafstand van de veerboot, dat was de reden van mijn keuze voor dit hotel omdat ik al voor 4 uur ’s nachts bij de haven moest zijn. Gelukkig is midden in de nacht over straat lopen hier ook geen probleem.

Kosten: 40,21 EUR per nacht exclusief ontbijt

Mykonos: Villa Pinelopi
Frisse kamer met balkon, keuken, koffie- en thee maker. Goede wifi. Het ligt in een steegje in het oude centrum van Mykonos-stad. Veel muziekoverlast uit de binnenstad in de late avond/nacht.

Kosten: 78 EUR per nacht exclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Bij ongeveer de helft van de hotels was het ontbijt inbegrepen. De andere dagen kocht ik iets bij een supermarkt of onderweg. Ze hebben lekkere broodjes gevuld met Griekse kaas, zoals deze:

Lunch en tussendoor
Ook hier beperkte ik me tot de supermarkt of een broodje van de bakker.

Diner
Je krijgt al snel schoon genoeg van de ‘Griekse tavernes’ die de straten van de Griekse toeristenplaatsen vullen: te duur voor wat je krijgt, met hun koude rijst, in olie drijvende frietjes, droge kip en twee blaadjes sla die voor een salade door moeten gaan. Er is ook heel weinig variatie, al deze tavernes hebben hetzelfde menu. Anderssoortige restaurants zie je weinig, op een enkele pizzeria na.

Gelukkig waren er wel een paar uitzonderingen. Een eervolle vermelding krijgen Faros in Pythagorion (lekkere zwaardvis, zie hieronder) en Kritamo in Karlovassi (waar ik heerlijke stukjes tonijn at).

Kosten

Griekenland is nog een echt cash land. Je kunt er meestal wel met een pasje betalen als je aandringt, maar de meeste Grieken doen dat niet.

Met 127 EUR per dag (exclusief internationale vlucht) zit ik in de buurt van Panama, Costa Rica, Zuid-Korea. Een stuk duurder in ieder geval dan het Griekse vasteland waar ik in 2018 nog was. De vele verplaatsingen met bus/huurauto/boot/binnenlandse vlucht maakten deze route ook prijzig.

De kosten waren als volgt verdeeld:

LandPer dagHotelsVervoerEtenOverig
Griekenland127 EUR55 EUR38 EUR27 EUR7 EUR

Leave a comment