- Route
- #785: Medina van Tunis
- #786: Carthago
- #787: Amfitheater van El Djem
- #788: Medina van Sousse
- #789: Kairouan
- #790: Dougga
- #791: Nationaal park Ichkeul
- #792: Kerkuane
- Terugblik Tunesië 2022
Route
Tunesië heeft mij nooit zo getrokken: ik zag er teveel massatoerisme en te weinig unieke bezienswaardigheden – een beetje vergelijkbaar met Marokko, maar dan van mindere kwaliteit. Maar het is dichtbij en biedt 8 werelderfgoederen op een kleine oppervlakte. Wat betreft beste prijs-per-werelderfgoed verhouding staat Tunesië dan ook helemaal bovenaan de lijst van de landen die ik nog “moet” doen.

Ik maak de reis deels met het openbaar vervoer en deels per huurauto:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 13 mei | Vlucht Brussel – Tunis 12.25-14.00 met Tunisair. Het is in Tunesië 1 uur vroeger dan in Nederland. Na aankomst bezoek Medina van Tunis (WE1). | Tunis |
| 14 mei | Dagtour naar de ruïnes van Carthago (WE2) en Sidi Bou Said. | Tunis |
| 15 mei | Trein naar El Jem, voor het amfitheater (WE3). Met louage of trein door naar Sousse. Bezoek Medina van Sousse (WE4) | Sousse |
| 16 mei | Dagtocht per bus of louage naar de heilige stad Kairouan (WE5). | Sousse |
| 17 mei | Vroege trein terug naar Tunis, daar de huurauto ophalen op het vliegveld. Rijden naar de Romeinse opgravingen bij Dougga (WE6) en het vogelreservaat van Ichkeul (WE7). | Bizerte |
| 18 mei | Rijden naar het noordoosten voor ruïnes van de Punische havenstad Kerkuane (WE8). Aan het einde van de dag terugrijden naar de omgeving van het vliegveld van Tunis. | Tunis |
| 19 mei | Terugvliegen vanaf Tunis naar Brussel: 7.50-11.25. Trein naar huis. | Thuis |
#785: Medina van Tunis
Wat is het?
De Medina van Tunis omvat het historisch centrum van een Arabisch-islamitische stad die haar oorsprong heeft in de middeleeuwen. Tunis was destijds de belangrijkste stad van Ifriqiya, de Noordafrikaanse Middellandse zeekustregio die handelde met Zuid-Europa en de Oriënt. Het originele stratenplan van de medina, die stamt uit de 8ste eeuw, is goed bewaard gebleven.
Cijfer: 5,5 (Een krappe voldoende. Vooral omdat ik de werelderfgoedstatus toch wel terecht vindt: de functie en lay-out van de oude binnenstad zijn sinds de middeleeuwen onveranderd gebleven en het is nog steeds een bloeiend deel van de hoofdstad. Het is ook een lekkere plek om aan het begin van een reis door Tunesië ontspannen wat rond te lopen en te wennen. Wat er ontbreekt zijn echt interessante individuele gebouwen en wat sfeer.)
Toegang: Gratis.
Hoeveel tijd: Ik was er twee keer anderhalf uur, beide keren aan het eind van de middag.
Opvallend: Ik overnachtte in een hotel aan de Avenue Bourguiba, in het Frans-koloniale deel van de stad vlak naast de zwaar bewaakte kathedraal. Vanaf daar is het maar 5 minuten lopen naar de medina. Je gaat de oude wijk in via de ‘Poort van de Fransen’.
Op mijn eerste wandeling liep ik lukraak naar het centrum en vandaar naar het zuiden. De nauwe straten zijn bedekt met klinkers. Voor verdere versiering van toegangspoorten en gebouwen zijn vaak zuilen en stenen uit de Romeinse en Bijzantijnse tijd hergebruikt. De souks, met de winkels, liggen veelal in afzonderlijke gebouwen. Daar gaat het er netjes en schoon aan toe, voor de oriëntaalse sfeer met bijbehorende geuren en geluiden hoef je hier niet te zijn.
Voor je het weet sta je voor de Grote Zaitouna Moskee. Ook deze is helemaal ingebouwd tussen andere gebouwen, waardoor hij niet zo groots lijkt. De moskee staat er al sinds de 8ste eeuw, maar de kenmerkende toren is pas in de 19de eeuw toegevoegd.
Tijdens mijn tweede namiddagwandeling door de medina liep ik naar het noorden. Ook nu, op zaterdagmiddag, was het weer druk met winkelend publiek. De waar in dit deel van de medina bestaat vrijwel uitsluitend uit vrouwenkleding en stoffen (om zelf kleding te maken).
Ik bezocht hier de Zaouïa van Sidi Mehrez, een Soefi-geleerde en de patroonheilige van de stad. De muren zijn er van keramiek en in de hoofdruimte staat de graftombe. Ik verliet het gebouw via de achteruitgang, waar ik nog op een fontein en fraaie uitbouw stuitte.
#786: Carthago
Wat is het?
Carthago was een Fenicische havenstad met veel militaire macht over en handelscontacten in het Middellandse Zeegebied. De stad begon zijn imperium vanaf de 6de eeuw voor Christus. Na de Punische oorlogen waarbij het oude Carthago werd verwoest door aartsrivaal Rome, werd er op de ruïnes een Romeinse kolonie gesticht. Deze groeide uit tot de op twee na grootste stad van het Romeinse Rijk met 300.000 tot 500.000 inwoners.
Cijfer: 7,5 (Ik had me extra goed voorbereid, omdat ik niet wilde dat het een teleurstelling zou worden. Zo las ik het boek “Carthago: feit en mythe”, dat een reeks relevante cultuurhistorische onderwerpen behandelt, waaronder het Punische schrift, de relatie met de Numidiërs en de invloed van deze mythische stad op Europese kunst. Er is veel vernietigd door de Romeinen toen ze hier de macht overnamen, maar toch niet alles: de Tophet en de havens vond ik het meest interessant. )
Toegang: De entreeprijs is 12 Tunesische dinar (4 EUR). De fietstour kostte 110 dinar (37 EUR).
Hoeveel tijd: Ik was er een halve dag. Door de verspreide ligging van de verschillende onderdelen heb je wel een paar uur nodig.
Opvallend: Voor mijn bezoek koos ik om een tour van een halve dag te doen met Le Lemon Tour. Ze hebben een fietsenverhuur in Carthago en bieden tochten – op de fiets natuurlijk! – naar de archeologische vindplaatsen. Ze zijn zeer professioneel en je kunt ook gewoon een fiets huren om de omgeving op eigen gelegenheid te verkennen. Ik maakte de tocht samen met een goed Engelssprekende gids en een Amerikaans/Russisch stel dat 3 maanden in Tunesië verbleef om erover te schrijven voor websites.
Dat een fiets hier zo’n goed vervoermiddel is, zegt ook veel over het terrein. De locaties zijn allemaal afzonderlijke ‘eilanden’, met hun eigen toegang, middenin de rustige en welvarende woonwijken van wat nu een voorstad van Tunis is. Gelukkig hoef je de toegangsprijs maar één keer te betalen: voor 12 Tunesische dinar kun je de 8 bijbehorende sites bezoeken en stempelen ze je ticket op elke locatie af.
We begonnen onze tour bij de Tophet. Tijdens de hele rit van vandaag probeerde ik me te concentreren op de Punische aspecten en de latere Romeinse aspecten ‘weg te denken’; maar dit is alleen een Punische locatie. Hier begroeven ze hun kinderen in amforen, met daarboven honderden grafstenen die bewaard zijn gebleven. De grafstenen hebben opschriften in het Punische/Fenicische alfabet en afbeeldingen van lokale goden zoals Tanit. Het is een erg sfeervolle plek, vooral door de vele bomen. Eén van de aanwezige soorten, de granaatappel, is zelfs vernoemd naar de Puniërs: de Latijnse naam is Punica granatum.
Daarna fietsten we verder richting de Punische haven. Omdat de marinevloot de grootste troef van Carthago was, bouwden ze een militaire haven met beperkte toegang achter de commerciële haven. De commerciële was rechthoekig, de militaire cirkelvormig. De opdruk op de huidige munt van 2 Tunesische dinar toont deze twee verbonden havens heel mooi. We fietsten langs beide, maar de beste uitzichten heb je vanaf de Byrsa-heuvel. Het is ver weg, maar de vormen zijn duidelijk te zien.
Byrsa kun je beschouwen als de hoofdlocatie van dit werelderfgoed. Het heeft overblijfselen uit de Punische, Romeinse en koloniale tijd. Hier kwamen we ook de meeste andere toeristen tegen. De Punische ruïnes bestaan uit een woonwijk, nu aangeduid als “het Hannibal-district”. Het had huizen en winkels in een waaiervormig patroon, passend bij het steile terrein.
Verder bezochten we overblijfselen uit de Romeinse tijd: het Romeinse theater en de Antonijnse Thermen. De baden zijn de meest indrukwekkende Romeinse overblijfselen, vooral vanwege hun grootte en hun uitgebreide opzet. Het was echt een spa ‘avant la lettre’, met een enorme variëteit aan baden en zwembaden.
Met uitzondering van Byrsa waren alle locaties die we bezochten erg rustig en de wegen ertussen ook. Ik had dus een zeer aangename fietstocht en ik ben blij dat ik de werken van de Carthagers nu met eigen ogen heb gezien.
#787: Amfitheater van El Djem
Wat is het?
Het Amfitheater van El Djem is het grootste Romeinse monument dat resteert in Afrika. Het werd rond 238 gebouwd voor 35.000 bezoekers in de stad Thysdrus, die rijk geworden was door de handel in olijven. Door zijn complexe, hoogwaardige architectuur gecombineerd met de ligging in een afgelegen provincie, werd het een toonbeeld van Romeinse keizerlijke macht en welvaart.
Cijfer: 7 (Het is een imposant gebouw, met z’n dikke muren en perfecte ovalen vorm.)
Toegang: 12 Tunesische dinar (4 EUR)
Hoeveel tijd: In combinatie met het museum, een uur.
Opvallend: Vier keer per dag is er een rechtstreekse trein tussen Tunis en El Djem. Dat leek me een interessante manier om dit werelderfgoed te bezoeken. Ik kocht een kaartje voor de trein van 8.35 uur, die zou er zo’n 3,5 uur over moeten doen. Het perron stond vol … maar geen trein. De lokale reizigers waren er niet van onder de indruk en gingen op de rand van het aanpalende perron in de schaduw zitten wachten. Uiteindelijk vertrokken we met 1u45 vertraging, wat later op het traject nog opliep tot 2 uur.
De trein is redelijk comfortabel (ik zat eerste klas voor 14,75 dinar / 5 EUR), maar wel verouderd, warm en traag. Bij aankomst in El Djem moesten een lokale man die er ook uit wilde en ik nog snel door de gangen rennen naar een uitgang, omdat de deuren in ons treinstel niet open wilden.
Vanaf het station is het nog een minuut of 10 lopen naar het amfitheater. Ik had ergens gelezen dat het zo groot is dat je het vanaf het station kunt zien liggen, maar ik zag het niet. Pas in de laatste straat doemde het opeens op. Door alle vertragingen was ik er precies op het heetst van de dag, en heet worden kan het hier. Het was dik in de 30 graden, met een nietsontziende zon. Ik begon maar met een rondje te lopen door de galerijen, daar dringt de zon niet door. Bijzonder aan de galerijen is dat ze drie rijen hoog zijn en twee rijen dik. De stenen zijn volgekrast met graffiti, veel recents maar ook al uit de 19de eeuw.
Vanaf de tweede en derde galerij heb je een goed overzicht over het gehele amfitheater. Wat opvalt is dat er nog maar aan één kant treden met zitplaatsen over zijn. Ook is er een gat in de structuur – ontstaan in de 17de eeuw toen het door de Ottomanen werd opgeblazen om het verzet van Berber-rebellen te breken die zich hier verschanst hadden.
Het stadion hier werd in de Romeinse tijd vooral gebruikt voor shows met wilde dieren. Deze werden voordat ze moesten optreden vastgehouden in kooien onder het middenterrein. Dit gedeelte is nog goed bewaard gebleven, en daarmee onderscheidt dit amfitheater zich van bijvoorbeeld het Colosseum in Rome. Ook de leidingen die de dieren van water moest voorzien, zijn nog zichtbaar.
De Romeinse stad bestond natuurlijk uit meer dan alleen een amfitheater. Pas sinds de jaren ’90 zijn hier andere opgravingen gedaan: zo zijn een kleiner amfitheater, baden en een villa met mozaïeken gevonden. De entree tot het mozaëikenmuseum en de villa, ‘Villa Africa’, is inbegrepen in de entreeprijs tot het grote amfitheater. Het ligt er zo’n 700 meter lopen vandaan, aan de rand van het stoffige stadje.
Tunesië staat bekend om zijn mooie mozaïeken, maar helaas heb ik daar nog maar weinig van kunnen zien. Zo is het grote Bardo-museum in Tunis tot het einde van het jaar gesloten vanwege politieke beslommeringen. Dus ik was blij hier in El Djem nog het een en ander te kunnen zien. En ik werd positief verrast: je begint in het museum, waar de werken zaal na zaal beter worden. Opvallend is hoe vaak wilde dieren werden afgebeeld, dat vonden de Romeinen zeker exotisch.
Aan de achterkant van het museum ligt een reconstructie van een opgegraven villa, met mozaïeken nog in hun oorspronkelijke setting. Het was een grootse residentie (de grootste die in Romeins Afrika gevonden is), met een ceremoniële ruimte voor gasten en privé-verblijven. Hij dateert uit het jaar 170.
#788: Medina van Sousse
Wat is het?
De Medina van Sousse is het belangrijkste voorbeeld van militaire kustarchitectuur uit de vroege periode van de Islam. De stad bloeide vanaf de 9de eeuw, en de oudste gebouwen in het historisch centrum zoals de Ribat, de Bu Fatata Moskee en de Grote Moskee dateren uit deze periode.
Cijfer: 6,5 (Het oude centrum is niet zo groot, maar prettig om een paar uurtjes rond te kijken. Ondanks dat het dichtbij de toeristenresorts aan de kust ligt, was het er ook helemaal niet druk met toeristen.)
Toegang: De entree tot de ribat kost 8 Tunesische dinar (2,80 EUR)
Hoeveel tijd: Een paar uur.
Opvallend: Slechts een paar dagen voordat ik naar Tunesië vertrok, besloot ik mijn hotelboeking in “Nieuw” Sousse in te ruilen voor een verblijf in een Dar (=boetiekhotel in een traditioneel herenhuis) in de medina. Ik wist dat ik niet veel tijd in Sousse zou hebben, omdat ik van daaruit ook nog naar El Djem en Kairouan “moest”. Zo kon ik Sousse in ieder geval afvinken omdat ik er sliep.
Het is bijna alsof je daar woont, omdat je ook ’s morgens vroeg of laat op de dag door de verlaten straten loopt en ’s avonds (meerdere oproepen tot gebed) en in de nacht haar geluiden hoort. De straten hier zitten – net als elders in Tunesië – trouwens vol zwerfkatten.
De belangrijkste bezienswaardigheid van Sousse is de Ribat, een fort dat ook een religieuze functie had. Het gebouw dateert uit het jaar 821. Het gaat al om 8 uur ’s ochtends open – althans dat stond op het bord bij de ingang, maar de bewaker zei “geef me nog 5 minuten”. Hij kwam me netjes halen van een bankje op het buitenterrein toen hij er klaar voor was.
Ik was er de hele tijd de enige bezoeker. Op twee verdiepingen zijn er ruimtes, waaronder een gebedsruimte – deze zijn nu allemaal leeg van binnen. Blikvanger is echter de uitkijktoren, die is gebaseerd op het ontwerp van een minaret. Ik klom op mijn gemak naar boven. Je hebt vandaar een mooi overzicht over de binnenplaats van de Ribat en zicht op de Grote Moskee. De minaretten van andere interessante moskeeën in de stad zijn hier ook beter te zien dan vanaf de grond, net als de stevige stadsmuren.
#789: Kairouan
Wat is het?
Kairouan is één van de heiligste steden binnen de Islam. De Grote Moskee wordt beschouwd als een meesterwerk van Islamitische kunst en architectuur, en heeft als voorbeeld gediend voor vele moskeeën elders in Noord-Afrika. Naast de ommuurde oude stad, omvat het werelderfgoed ook de waterreservoirs van de Aghlabiden en het mausoleum van Sidi Abid el-Ghariani. Beiden dateren uit de 9de eeuw.
Cijfer: 7 (Kairouan heeft meer monumentale architectuur dan enige andere stad in Tunesië – enorme waterreservoirs uit de 9de eeuw, een grote moskee die een van de heiligste islam is, mausolea met mooie geglazuurde tegels. Ik viel echter vooral voor de lichtblauwe tinten van de gebouwen in de medina.)
Toegang: 12 Tunesische dinar (4 EUR) voor een kaartje dat toegang geeft tot 6 verschillende monumenten in de stad.
Hoeveel tijd: Een halve dag.
Opvallend: Ik bezocht Kairouan in een halve dag vanuit Sousse per louage, de typische Tunesische minibus-taxi. De afstand van 60 km is gemakkelijk binnen een uur te overbruggen en een ticket kost slechts 5 Tunesische dinars (1,70 EUR). Het was een verzengend hete dag, maar toch slaagde ik erin om alle belangrijke bezienswaardigheden van Kairouan te voet te zien – ik liep in totaal 10 km door de straten. Met ongeveer 140.000 inwoners is het een vrij grote stad, gelegen in een droge regio. Gelukkig zijn er veel mini-markets waar je kunt stoppen voor een koel drankje.
Ik begon bij de Bassins van de Aghlabiden, 1 van de 3 locaties die deel uitmaken van dit werelderfgoed. Dit is al een hele wandeling vanaf het louage station. De Bassins, grote waterreservoirs uit de 9de eeuw, werden buiten de stadsmuren gebouwd en worden gevoed door een aquaduct. Ik kwam binnen vanaf de zijkant, waar de poort open was; de officiële ingang was dat niet en er werden geen tickets gecontroleerd of verkocht. Lokale jongens gebruikten de reservoirs om te zwemmen, hoewel dit er met het drijvend plastic afval niet al te uitnodigend uitzag. Toch vond ik de monumentaliteit van de reservoirs behoorlijk indrukwekkend – de grootste heeft een diameter van 128 meter.
Ik liep daarna verder naar locatie #2, de Zaouia van Sidi Sahib die de overblijfselen van een metgezel van de Profeet herbergt. Het is een wit, koepelvormig gebouw net binnen de stadsmuren. Ik vond de deur gesloten, maar er is nog een Zaouia, die van Sidi Abid Al Ghariani, dieper de medina in. Hier mocht ik wel naar binnen, zelfs zonder kaartje. Na een ontvangstruimte met banken bedekt met groene, blauwe en gele tegels, kom je op een binnenplaats met zwart-witte bogen. Het opent naar verschillende kamers, waaronder die waar het graf is. Die heeft een mooi houten plafond met meerdere versierde lagen.
De Grote Moskee bewaarde ik voor het laatst, en hier kon ik eindelijk het toegangskaartje van 12 dinar kopen dat geldig is voor 6 bezienswaardigheden in Kairouan (waarvan ik er inmiddels al 2 had bezocht). Haar oude oorsprong (in een Arabisch-islamitische context, dus vanaf de 7de eeuw) en theologische scholen gaven de stad een heilige status. De huidige bewoners van Kairouan lijken niet al te vroom te zijn, en de moskee was ook niet druk. De sfeer was meer museumachtig dan religieus, al moet gezegd worden dat ik als niet-moslim niet in de gebedsruimten mocht (wie weet wat daar gebeurt).
Wat je in de portieken rond de binnenplaats kunt bewonderen, zijn ‘betere’ overblijfselen van Carthago dan op de huidige archeologische vindplaats zelf. De Punisch-Romeinse stad was één van de bronnen voor de rijen zuilen in verschillende soorten marmer en graniet. Ook werden stenen met inscripties in het Latijn (soms ondersteboven) hergebruikt om de muren te bouwen.
Tussen deze belangrijke bezienswaardigheden door slenterde ik met plezier door de rustige medina. Over het algemeen vond ik de ‘gedoefactor’ in Kairouan hoger dan in de medina’s van Tunis of Sousse, waar het nauwelijks voorkwam. Het bestond uit onschuldige uitroepen als “Hé, waar kom je vandaan?” en uitnodigingen om tapijtwinkels te bezoeken. Toch vond ik de medina in Kairouan de beste van de 3. De straten zijn hier breder dan in de medina’s van Tunis of Sousse. Veel van de witte gebouwen hebben lichtblauwe kleuraccenten, zoals deuren of torens.
#790: Dougga
Wat is het?
Dougga omvat de vrijwel complete overblijfselen van een Romeinse provinciestad, inclusief resten uit eerdere periodes zoals het rijk van de Numidiërs (3de eeuw voor Christus). Toen de stad tot Romeinse kolonie werd gemaakt, werden de Romeinse publieke en religieuze gebouwen met de inheemse stad geïntegreerd. Vanwege zijn afgelegen ligging en afgenomen belang sinds de Byzantijnse tijd, is de stad zeer goed geconserveerd en wordt hij beschouwd als het best bewaarde voorbeeld van een Afrikaans-Romeinse stad in Noord-Afrika.
Cijfer: 8 (De stad is bijna in complete staat bewaard gebleven zonder dat er veel gerestaureerd hoefde te worden. Het doet dan ook veel authentieker aan dan bijvoorbeeld Jerash in Jordanië, wat veel meer een reconstructie is. Tel daarbij op de prachtige groene ligging, tussen de olijfbomen. Én de aanwezigheid van het Numidische mausoleum, het mooiste dat ik op deze reis door Tunesië gezien heb.)
Toegang: 8 Tunesische dinar (2,70 EUR). De rondleiding van de gids kostte daarnaast 50 dinar (16,70 EUR).
Hoeveel tijd: Minimaal 2 uur.
Opvallend: Dougga ligt geplakt tegen een heuvel, ergens op het platteland in het midden van Tunesië. Ik kwam er tegen twee uur aanrijden en was zeker niet de enige bezoeker. Je moet je entreekaartje al aan de poort betalen, daarna mag je pas doorrijden naar het parkeerterrein. Toen ik uit mijn auto stapte, sprak een vrouwelijke gids me in het Engels aan. Ik was toch al van plan er een te ‘huren’, dus dat kwam goed uit. Mouna bleek veel te weten, niet alleen van Dougga maar ook van andere Romeinse opgravingen in Tunesië, en was prima gezelschap.
Het was op het heetst van de dag, maar gelukkig waait het hier op de heuvel een beetje. Je loopt hier veelal over de wegen zoals die door de Romeinen zijn aangelegd. De stenen liggen er nog goed bij, sommige zijn zelfs voorzien van een uitgesneden anti-slip laag. Eronder liggen nog de resten van de riolering. De eerste weg vanaf de huidige ingang eindigt meteen al bij één van de grootste monumenten van de stad, het Capitool.
Deze tempel heeft nog zijn zuilen én een compleet fronton. Op het plein ervoor ligt de ‘Roos der Winden’, een metersgrote kompasroos ingekerfd in de stenen die de windrichtingen weergeeft.
Dougga is sterk in overgebleven details als deze. Ook de WC’s zijn er nog: een enkele in een huis, maar vooral ook deze publieke latrine die ruimte bood aan 12 man:
Er zijn in Dougga goede mozaïeken en beeldhouwwerken gevonden, maar de meeste daarvan zijn verscheept naar het Bardo-museum in Tunis. Er zijn nog wel generieke standbeelden van Romeinse notabelen te zien zonder hoofd (zodat ze gemakkelijk vervangen konden worden door het hoofd van een volgende leider). In het ook zeer mooie badhuis kun je nog het systeem van pijpen zien die de hitte geleidden.
In de stad ligt ook een luxe villa met veel kamers en een middenterrein met vijver en fontein. Dit zou een soort hotel geweest kunnen zijn, anderen zeggen dat het een bordeel was.
Vanaf het centrum van de Romeinse stad kun je in de verte tussen de bomen het Numidisch mausoleum al zien liggen. Het is een eindje naar beneden lopen tot je er voor staat. Dit is een zo perfect gevormd gebouw, hoewel wel gezegd moet worden dat dit meer een reconstructie is dan de rest van Dougga. Het werd in 1842 opgeblazen door een Brit, die vooral geinteresseerd was in een set inscripties die aan de zijkanten zijn aangebracht. Deze waren zowel in het Punisch als in het Libisch-Numidische schrift, waardoor die laatste taal ontcijferd kon worden.
#791: Nationaal park Ichkeul
Wat is het?
Het Nationaal park Ichkeul omvat het belangrijkste drasland gebied van Noord-Afrika. Het terrein rond een meer vlakbij de Middellandse Zee is een belangrijk knooppunt voor trekvogels. Er overwinteren jaarlijks zo’n 300.000 ganzen, eenden en meerkoeten.
Cijfer: – (Ik heb er niet genoeg van gezien om er iets van te vinden.)
Toegang: Gratis. Het is een groot meer dat vanaf de weg te zien is.
Hoeveel tijd: Ik reed er een minuut of 10 langs….
Opvallend: Het nationaal park is op dit moment om onduidelijke redenen “gesloten”. Dat wil zeggen: het bezoekerscentrum is gesloten en toegang met gids kan alleen op aanvraag vooraf. Maar het is een groot meer en dus nooit echt ontoegankelijk. Andere werelderfgoedliefhebbers bezochten het een paar weken geleden door wat voorbij de ingang te rijden en vanaf daar een wandeling te maken.
Ikzelf had een nog gemakkelijkere oplossing bedacht: ik had op de kaart gezien dat weg P11 naar Bizerte voor een deel langs het meer loopt. En laat ik nu net die P11 toch al moeten rijden op mijn verplaatsing tussen het werelderfgoed van Dougga en mijn overnachtingsplaats Bizerte!
Bij het plaatsje Tinjah kom je het dichtst bij de oever. Maar al iets eerder heb je goed zicht vanaf de weg op het meer en de berg, beiden genaamd Ichkeul. Het lag er glinsterend bij zo tegen zonsondergang.
Helaas kwam je verderop niet zo dichtbij als ik gedacht had: Tinjah is een redelijk groot stadje, en haar gebouwen blokkeren het uitzicht op het meer. Bij een brug over een kanaal dat het meer van Ichkeul met dat van Bizerte verbindt, had ik nog linksaf kunnen slaan – daar lijkt de waterkant wat meer bereikbaar. Maar omdat het al laat begon te worden en ik voor het donker in Bizerte wilde zijn, reed ik maar gewoon door.
#792: Kerkuane
Wat is het?
De Punische stad Kerkuane en haar necropolis laten de stadsplanning en architectuur van de Puniërs zien. De stad werd na haar verwoesting in 255 voor Christus nooit meer opgebouwd en kent dus (in tegenstelling tot Carthago) geen vermenging met latere Romeinse bouw. Te zien zijn: de haven, het stratenplan, woonwijken, pleinen, tempels en de resten van de grote begraafplaats.
Cijfer: 6 (Het is niet spectaculair, maar toch ook weer zonde om over te slaan. Het stratenplan met de contouren van de gebouwen en de voorzieningen is goed te onderscheiden. Aan de restauratie en interpretatie lijkt wat minder geld en aandacht te zijn besteed dan in Carthago of Dougga.)
Toegang: 8 Tunesische dinar (2,80 EUR)
Hoeveel tijd: Een uur.
Opvallend: Kerkuane ligt in het ‘verre’ noordoosten van Tunesië. Ik ging er heen met een huurauto vanuit Bizerte, wat een ‘interessante’ rit van zo’n 200km bleek te zijn. Het gaat langzaam, want je moet talloze dorpen en stadjes doorkruisen en er is veel langzaamrijdend verkeer op de weg, waaronder paardenkarren en kuddes schapen. De talrijke olijfgaarden in het landschap maken veel goed. In de buurt van Erritiba wachtte echter een onaangename verrassing: de weg was om de een of andere reden geblokkeerd, met politie in de buurt en veel toeschouwers. Ik moest een grote omweg maken om uiteindelijk na 5(!) uur in Kerkuane aan te komen.
De archeologische vindplaats heeft een aangename ligging direct aan zee en ik verwelkomde de bries die ermee gepaard gaat. Het kost een uur om het terrein verkennen, er is een rondwandeling uitgezet. Het geheel heeft een beetje meer liefde en aandacht (of meer geld) nodig, omdat verschillende van de opgegraven delen nu overgroeid zijn met onkruid. De informatieborden waren nauwelijks leesbaar.
Onder een beschermende overkapping ligt de kostbaarste schat: het huis van Tanit, met een mini-mozaïek met het teken van de godin Tanit voor de ingang voor geluk.
Er woonden waarschijnlijk nooit meer dan 1200 mensen in Kerkuane. Ze leefden van de visserij en ambachten. De voormalige inwoners lijken verder geobsedeerd te zijn geweest door hun persoonlijke hygiëne, zeker gezien het tijdperk waarin ze leefden. Elk huis had zijn eigen waterput en badkamer. Ook het regenwater werd netjes afgevoerd en verzameld. Dit is een overgroeide riolering:
Er is ook een tweede locatie, een necropolis uit de 6de-3de eeuw voor Christus, op ongeveer 5 km afstand van de hoofdlocatie. Het is een beetje moeilijk te vinden als je niet weet wat je zoekt. Als je met de auto rijdt tot waar Google Maps het heeft gemarkeerd, moet je nog zo’n 20 meter verder bergop over de onverharde weg en dan is er een kapot hek waar je doorheen moet stappen.
Deze grafheuvel heeft helemaal geen beveiliging en lijkt totaal vergeten te zijn. Het staat ver af van de andere werelderfgoedlocaties in Tunesië, die meestal netjes zijn georganiseerd met een parkeerplaats, een kiosk met duidelijk aangegeven prijzen om je kaartje te kopen, vriendelijk en behulpzaam personeel, schone toiletten en een prominent UNESCO-bord.
Terugblik Tunesië 2022
Praktische info over reis naar en verblijf in Tunesië (2022). Waar kun je overnachten? Wat kost het? Hoe is het eten?
Het is een kalm land, met de voordelen van zijn kleine omvang. Je hoeft nooit echt lang te reizen tussen de verschillende bezienswaardigheden. Dat maakt het prima geschikt voor een “reisje tussendoor”, in een week kun je al veel zien. Hoogtepunten voor mij waren Carthago, Dougga en Kairouan.
Voorbereiding
Er is helemaal niets bijzonders voor te bereiden of in te pakken.
Vervoer
Internationale vluchten
Ik vloog heen en weer naar Tunis met Tunisair met een rechtstreekse vlucht vanuit Brussel. Voor mij was het de eerste keer vanaf Zaventem, en dat beviel wel goed. Het is een relatief klein vliegveld, en ondanks dat niet alles even efficient gaat, ben je er weinig tijd kwijt omdat je nooit ver hoeft te lopen. Het is maar 2 uur vliegen naar Tunis, en de vlucht werd uitgevoerd met een modern vliegtuig. Zowel op heen- als terugreis zat er niemand naast me. En je krijgt zowaar nog goed te eten ook, dus niets te klagen over Tunisair.
Het vliegveld van Tunis is ook niet zo groot, maar je hebt hier zeker een uur nodig om door alle formaliteiten te komen (zelfs met alleen handbagage). Ondanks dat ik online kon inchecken, werd mijn mobiele boardingpas niet geaccepteerd. Dus moest ik aansluiten in de rij om een papieren versie te halen. Voor de paspoortcontrole staan lange rijen. Je kunt alleen maar met EUR betalen op dit vliegveld – officieel is het verboden Tunesisch geld mee het land uit te nemen, maar dat werd niet gecontroleerd.
Openbaar Vervoer
Tussen de steden en dorpen rijden de hele dag door louages. Ze vertrekken als ze alle (8) zitplaatsen hebben verkocht, maar ik heb nooit meer dan een paar minuten hoeven te wachten. De prijzen zijn door de overheid vastgesteld en je koopt je kaartje aan een loket (in ieder geval in de grotere steden).
Er is ook een trein die 4x per dag de rit tussen Tunis en het zuiden maakt.
Autohuur
Voor de laatste 2 dagen had ik een auto gehuurd om de 3 wat lastiger gelegen werelderfgoederen in het noorden te kunnen bezoeken. Ik huurde bij Avis vanaf het vliegveld van Tunis.
Auto rijden in Tunesië is goed te doen – de doorgaande wegen zijn prima, de uitstekende snelwegen zijn tolwegen, bewegwijzering is goed. Alleen de mede-weggebruikers zijn een probleem: ze doen vaak onverwachte dingen. Tegen het verkeer in fietsen, links en rechts inhalen, stoppen op de snelweg. Het kan allemaal. Ook kwam ik in het noorden nog veel paard-en-wagens en schaapskuddes tegen.
De benzine is er trouwens spotgoedkoop, ik betaalde 28 EUR voor een volle tank.
Hotels
Tunis: Carlton Hotel
Vriendelijk hotel met een uitstekende ligging in het centrum. In de straat er achter ligt een grote, moderne supermarkt, in de zijstraten een paar goede restaurants. Het is maar 5 minuten lopen naar de oude stad, de medina. Het ontbijtbuffet is heerlijk. Alleen het bed was nogal hard.
Kosten: 51,50 EUR per nacht inclusief ontbijt
Sousse: Dar Antonia
Dar Antonia is een boetiekhotel in een woning in de medina van Sousse. Ze hebben maar 4 kamers. Het lekkere ligbad was zeer welkom na het rondstruinen in de hitte. Het ontbijt wordt aan tafel geserveerd en was weer erg lekker.
Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt
Bizerte: Residence Ain Meriem
Dit is een park met huisjes, dat probeert een luxe resort te zijn. Ik had hier een suite, met keuken, eettafel, zitje en een balkon. Omdat het wat afgelegen ligt en ik laat aankwam, at ik in het hotelrestaurant. Dat was behoorlijk goed. Het ontbijt de volgende ochtend was ook in orde, maar minder luxe dan de andere dagen.
Kosten: 64 EUR per nacht inclusief ontbijt
Tunis: Marigold Hotel
Erg mooie, ruime kamer. Ze waren zo vriendelijk om het rijke ontbijtbuffet al om kwart voor 6 voor me open te stellen, omdat ik vroeg naar het vliegveld moest. Het ligt in een buurt met kantoren, het is lastig om hier ’s avonds een restaurant te vinden dat open is.
Kosten: 63 EUR per nacht inclusief ontbijt
Eten
Ontbijt
Je begint hier zeker niet met een lege maag aan de dag. Sterker nog, de ontbijten waren telkens zo groots dat je eigenlijk niet meer hoeft te lunchen. Meestal was het een mix van Franse en Tunesische gerechten, van croissants en pain-au-chocolat tot aan vers Tunesisch brood. Vijgenjam, olijventapenade, zelfs wat scherpe harissa op de vroege ochtend. En dan als toetje nog verse aardbeien en yoghurt.

Lunch en tussendoor
De lunch sloeg ik meestal over, of ik haalde wat yoghurt in een supermarkt. Een Tunesische salade (zelfde als een Griekse salade, maar dan zonder feta en met tonijn) is ook prima. Bij wegrestaurants van de keten Baguette hebben ze ook de Tunesische sandwich: dan krijg je dezelfde ingredienten op een broodje.
Diner
Ik heb elke dag lekker gegeten, maar je moet wel moeite doen om een goed restaurant te vinden. De Tunesiërs zelf lijken vooral verzot op snackbars en pizzarestaurants. Met wat zoeken en vragen om aanbevelingen bij de hotelreceptie, kwam ik toch bij “echte” restaurants terecht. Er zijn “familierestaurants”, waar je traditionele gerechten zoals couscous (met vis of vlees) kunt krijgen. Hier betaal je zo’n 15 dinar (5 EUR) voor een maaltijd met een drankje. En één keer at ik luxe in een Franse bistro in Sousse, daar kostte een 3-gangen-vismenu 40 dinar (13 EUR).
Kosten
Je betaalt hier met de Tunesische dinar. Je kunt niet echt grote bedragen pinnen bij de geldautomaten, maar dat was ook niet nodig. De hotels betaalde ik met een creditcard, de meeste zelfs al voor mijn vertrek. Zowel het munt- als het papiergeld hebben leuke afbeeldingen van het Tunesisch werelderfgoed.
Het is een erg goedkoop land om door rond te reizen, en omdat het dichtbij Europa ligt ook nog eens niet duur om naar toe te vliegen. Ik had gekozen voor wat luxere hotels, dat is wel prettig i.v.m. de hitte. En ook huurde ik een auto voor 2 dagen. Ik besteedde er 95 EUR per dag (exclusief internationale vluchten), wat als volgt was verdeeld:
| Land | Per dag | Hotels | Vervoer | Eten | Overig |
| Tunesië | 95 EUR | 48 EUR | 25 EUR | 10 EUR | 12 EUR |





























Leave a comment