World Heritage Traveller

Kirgizie 2021

Written by:

  1. Programma
  2. Tokmok en Burana
  3. Cholpon-Ata
  4. Karakol
  5. De kamelenpas
  6. #762: Westelijke Tienshan
  7. Arslanbob
  8. #763: Heilige berg Sulaiman-Too
  9. Uzgen
  10. Terugblik Kirgizië 2021
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Wordt het Tunesië? Of Kirgizië? Of dan toch maar Turkije? Lang heb ik getwijfeld over de september-bestemming. Uiteindelijk trok Kirgizië me toch het meest.

Qua werelderfgoed zal de oogst beperkt zijn. Kirgizië heeft er 3, waarvan ik er 1 (“plekken langs de Zijderoute”) al afgestreept heb in China waarmee het het erfgoed deelt. De overige 2 liggen in het zuiden en westen van het land.

Ik wilde niet zoveel vooraf plannen, maar ben toch gezwicht voor een privé-tour van 5 dagen door het zuidwesten. De rest van de tijd verken ik op eigen gelegenheid de steden Bishkek, Karakol en Osh, en de bezienswaardigheden in hun omgeving. Het idee van de route is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
10 septemberVlucht KLM naar Istanbul (11.40-16.05), vandaar door naar Bishkek met Turkish Airlines om 1 uur in de nacht.Vliegtuig
11 septemberAankomst om 8.55 uur. Het is in Kirgizië 4 uur later dan in Nederland. Rustige eerste dag in de door de Russen gestichte hoofdstad Bishkek.Navat Hotel, Bishkek
12 septemberMet de marshrutka in een uurtje naar Tokmok, voor de wekelijkse dierenmarkt. Verder naar de Burana-toren, een voormalige minaret en een van de schaarse resten van de Zijderoute in Kirgizië.Bishkek
13 septemberNaar het oosten per minibus, naar het Issyk Koelmeer. Na 3 uur stop in de badplaats Cholpon-Ata en zijn rotstekeningen. Family Guesthouse, Cholpon-Ata
14 september2-3 uur doorrijden naar Karakol, stad met o.a. houten Russische huizen, de orthodoxe kathedraal, de Dungan moskee en het museum en graf van de ontdekkingsreiziger Przjevalski.Matsunoki, Karakol
15 septemberDagtour naar bergen in de omgeving van Karakol.Karakol
16 septemberEn weer 5 tot 7 uur terug met de minibus naar Bishkek.Bishkek
17 septemberRit met privé-taxi door de bergen van Bishkek naar het zuidwesten. Aankomst in de Suusamyr vallei, een groene vlakte op 2500-2800m hoogte bevolkt door nomaden en paarden.Toktogul
18 septemberVerder rijden om het Toktogul stuwmeer naar Sary Chelek.Arkit
19 septemberHele dag in het Sary-Chelek Nationaal Park (WE1), onderdeel van het Westelijk Tienshan-gebergte. Het staat vooral bekend om zijn bloemen en planten.Arkit
20 septemberDoor naar Arslanbob, een dorp met in de omgeving één van de grootste natuurlijke walnootbossen ter wereld.Arslanbob
21 septemberOchtend nog in Arslanbob voor een wandeling in de omgeving. Na de lunch privé-vervoer naar Osh. Rayan Hotel, Osh
22 septemberBezoek aan de heilige berg Sulaiman-too (WE2) en de dagelijkse markt in Osh.Osh
23 septemberDagtocht per marshrutka naar de oude Zijderoutestad Uzgen.Osh
24 septemberTerugvlucht Osh-Bishkek (50 minuten). In de middag nog wandeling langs Sovjetarchitectuur in Bishkek.Bishkek
25 septemberVlucht Bishkek – Istanbul 10.10 – 13.00 en vervolgens Istanbul – Amsterdam 17.00 – 19.35.Thuis

Tokmok en Burana

Op mijn eerste volle dag in Kirgizië maak ik vanuit de hoofdstad Bishkek een dagtrip van 80 kilometer naar het noorden. Tokmok is een stad van zo’n 50.000 inwoners waar ik nog een restje van de zondagse dierenmarkt hoop mee te pikken. In het even verderop gelegen Burana liggen de resten van de stad Balasagun, die een belangrijke pleisterplaats was aan de Zijderoute.

Ik reis erheen met een marshrutka: minibusje 353 rijdt de hele dag heen en weer tussen Bishkek en Tokmok (uitgesproken als Tak-Mak). Hij vertrekt zodra alle zitplaatsen zijn bezet. Het is een uurtje rijden, de rit kost slechts 60 cent. Bij het inrijden van de stad verwelkomt een afgedankte MiG-23 straaljager de bezoekers, even verderop staat er nog één van een ander type op de rotonde bij het centrum.

IMG_4536

Vanaf het busstation loop ik een eind Tokmok in. Elke zondag is er een dierenmarkt, waar de mensen uit de omgeving hun vee verhandelen. Vanaf het busstation zou het linksaf moeten zijn “en dan zie je het vanzelf”.

Net als Bishkek is Tokmok een door de Russen in de 19de eeuw gestichte stad. Dat betekent lange, met bomen omzoomde rechte wegen. Hier en daar een standbeeld, ook nog van Lenin. Maar een dierenmarkt zie ik niet – ik ben er om kwart over 9 en de markt start vroeg in de ochtend, tegen 10 uur zou alle activiteit wel voorbij zijn. Maar ik kan het terrein niet eens vinden! Ik zie alleen af en toe een pick-up truckje langsrijden met een stel koeien in de achterbak.

Dus loop ik maar terug naar het busstation, waar ik met een taxichauffeur afspreek om me naar Burana te brengen en daar te wachten. Burana ligt nog 18 kilometer verderop. Dit is ook nu nog een vruchtbaar landbouwgebied, een vlak stuk tussen alle hoge bergtoppen in. Te zien aan wat er aan de straatkant te koop aangeboden wordt, verbouwen ze vooral mais en meloenen.

Deze gunstige ligging heeft de vallei ook haar plek aan de Zijderoute opgeleverd, én daarmee ook zo’n 800 jaar later erkenning als één van de 33 locaties van het werelderfgoed Zijderoute: Chang’an-Tiensjancorridor. Ik heb eerder al een aantal locaties van dit werelderfgoed in China bezocht, zodat dit bezoek geen nieuw ‘vinkje’ oplevert. Maar na de pagodes van Xi’an, de Longmen en Mogao grotten en de Yumen-pas (allemaal bezocht in 2007) is het toch ook interessant het eindpunt van dit deel van de route te zien. De bewoners van Centraal-Azië handelden vooral in paarden, juwelen, fruit en noten met de Chinezen.

DSCN5432

Ik ben denk ik de eerste bezoeker van de dag bij de overblijfselen van Balasagun. Het is een keurig aangelegd terrein, met informatieborden in het Russisch, Kirgizisch en Engels. Ik tref niemand bij het kaartjesloket, maar als ik aan de gesloten deur van het museum rammel komt er een vrouw tevoorschijn. Ze opent de deur en geeft me een korte rondleiding in het Engels. Ze neemt ook meteen maar het entreegeld in ontvangst: 110 Kirgizische som, ofwel 1,10 EUR. Het museum heeft maar één ruimte, maar je kunt wel de variatie aan materiaal zien die de Zijderoute hier naar toe heeft gebracht. Zo zijn er munten, schelpen die als betaalmiddel dienden, een aardewerken kist waarin botten van een overledene werden bewaard, resten van een Boeddhabeeld, en grafstenen met opschriften in verschillende talen te zien.

Dé trekpleister op het terrein is wat bekend staat als de Toren van Burana – een minaret uit de 10de eeuw. Het is het enige dat van de stad Balasagun bovengronds over is gebleven na diverse aardbevingen door de eeuwen heen. De toren heeft ook wel geleden: er is 20 meter van de top af en de voet van de toren is begin 20ste eeuw verstevigd met een achthoekig stenen fundament.

DSCN5416

Aan de zijkant van de toren is een ijzeren trap aangebracht: je kunt vanaf daar naar binnen. De stenen trap in het binnenste van de toren is het meest originele element. Hij is erg steil en nauw; ik zie maar van een beklimming af.

Andere elementen van de vroegere stad zijn nog wel in het terrein te herkennen. Zo is er een grote heuvel naast de toren. Hieronder zouden de resten van een paleis liggen. Om de randen van het terrein ligt een aarden muur, die je kunt beklimmen. De omtrekken van drie mausolea, die de graven bevatten van de heersers van het rijk waarvan Balasagun de hoofdstad was, zijn gereconstrueerd. In de 20ste eeuw zijn er hier wel veel opgravingen gedaan, maar vrijwel alles is weer met aarde bedekt omdat er geen mogelijkheden waren het anders te bewaren.

DSCN5440

Een groot deel van het terrein is tegenwoordig ingericht als een soort beeldentuin. Hier staan en liggen grafstenen waarop mensen zijn afgebeeld (balbals), stenen pijpen die gebruikt werden voor de irrigatie van de landbouwgrond, en maalstenen. Ze zijn in de omgeving gevonden en hier bijeen gebracht.

DSCN5428

Als ik het terrein met de grafstenen op wil gaan, word ik voorzichtig gemaand aan de kant te gaan. Twee vrouwen zijn aan het bidden. Later kom ik ze nog een keer tegen: ze lopen een aantal keren om de minaret heen. Ook klopt de ene vrouw de andere met een tak op de rug, het lijkt om de kwade geesten (of een ziekte?) weg te jagen.  

DSCN5458

Cholpon-Ata

Vandaag begin ik aan het driedaagse rondje door het noordoosten van Kirgizië, om het Issyk Koelmeer. Op het busstation van Bishkek kom ik precies op tijd aan om de laatste zitplaats te bemachtigen in de minibus naar Cholpon-Ata. Ik mag voorin zitten, naast de bestuurder. Cholpon-Ata is een stad aan de noordzijde, ongeveer halverwege de 182 kilometer die het meer lang is.

De rit verloopt vlot, we rijden grotendeels dezelfde weg als gisteren naar Burana. Eerst nog over de vlakte met landbouwgronden. Maar hoe dichter je bij het meer komt, hoe hoger de bergen. Bij een wegrestaurant maken we een stop. Ik vermaak me met het fotograferen van de omgeving en deze kitscherige beeldengroep, die vast “Welkom” uitbeeldt.

IMG_4558

Na zo’n 4 uur rijden stap ik uit in de ellenlange hoofdstraat van Cholpon-Ata. Gelukkig ligt mijn pensionnetje (het Family Guesthouse) pal achter het busstation. Ik word vriendelijk verwelkomd en mag zelf een kamer uitzoeken. Het kost maar 17 EUR, maar de kamer is van alle gemakken voorzien: van snelle wifi tot eigen badkamer. Ik krijg op mijn telefoon een berichtje van de dochter – haar moeder die me heeft ontvangen spreekt geen Engels, maar de dochter kan boodschappen aan haar overbrengen.

Die communicatieroute brengen we meteen maar in de praktijk: de moeder heeft manti (gevulde deegballetjes) gemaakt, of ik er ook wat wil. Ik krijg er nog van alles bij, zo kom ik aan mijn lunch.

IMG_4564

Het viel de afgelopen dagen al op hoe droog de grond is. Hier in Cholpon-Ata is het watertekort inmiddels zo hoog opgelopen dat het stadsbestuur vanaf deze ochtend letterlijk de kraan heeft dichtgedraaid. Het gaat 48 uur duren, zo bericht de dochter me. Er komt nog wel wat water uit de kraan in mijn badkamer en ook zit er nog water in de spoelbak van de wc. Maar douchen zal er wel niet inzitten.

Na de lunch loop ik de hoofdstraat in om het Issyk Koel-museum te bezoeken. Het is een klein maar informatief museum, dat vooral ingaat op de menselijke historie: de rotstekeningen, de handel langs de Zijderoute en de ambachten van deze regio.

Daarna wil ik naar de rotstekeningen. Die liggen 3 kilometer buiten de stad. Normaal zou ik dat gaan lopen, maar ik ben een beetje flauw van de felle zon al de hele dag. Ook het feit dat Cholpon-Ata op 1600 meter hoogte ligt draagt misschien bij aan mijn slappe conditie. Dus ga ik op zoek naar een taxi. Langs de weg wordt het niks, het is veel te druk met mensen die gewoon een stukje verderop de lange straat af moeten. Ik schakel dus nog maar eens de dochter des huizes in via mijn telefoon. Ze regelt een chauffeur die me heen brengt, en blijft wachten om me terug te brengen.

Ik ben blij dat ik het niet ben gaan lopen: de weg naar de rotstekeningen is volledig zonder schaduw. Het veld met de tekeningen ook, dat wist ik al. Ik ben blij dat ik daar de energie voor bewaard heb.

DSCN5471

De mooiste rotstekening ligt misschien al wel aan het begin: een groot paneel met veel steenbokken, maar ook sneeuwluipaarden. De tekeningen schijnen op sommige momenten van de dag slecht te zien zijn, maar nu om half 4 vind ik ze duidelijk genoeg.

Het is een heel groot terrein vol met stenen en rotsen. Vooraan zijn de beste exemplaren voorzien van een blauwe markeerpijl. Je kunt schier oneindig doorlopen richting de bergwanden in de verte. Maar ik houd me eerst een tijdje bezig met het fotograferen van een vogel: de hop. Dat vind ik altijd zo’n prachtige vogel.

DSCN5483

De rotstekeningen dateren uit verschillende periodes, van 800 voor Christus tot 1200 na. Vooral dieren zijn er afgebeeld, en de jacht.

DSCN5497

Vanaf het hoger gelegen deel van het terrein met de stenen krijg je ook een steeds beter zicht op het donkere blauw van het Issyk Koelmeer. Het meer is op plaatsen meer dan 600 meter diep. Het is een bergmeer, dat wordt gevoed door smeltende sneeuw.

DSCN5505

Karakol

De Bradt reisgids over Kirgizië kenmerkt de stad Karakol als “waar de geesten van 19de eeuws Russisch plattelandsleven weergalmen”, “grens-achtig” en “een geidealiseerd Siberisch dorp”. Het klopt allemaal. Nou ja, Siberië met een veel warmer klimaat dan. De eerste namiddag dat ik er ben en naar een restaurant loop, val ik van de ene verbazing in de andere. Dastorkon is een prima restaurant, bezocht door zowel lokale families als toeristen. Het ligt echter zomaar ergens langs een onverharde weg tussen de autoreparateurs en metaalbewerkers in. Ik moet op een gegeven moment zelfs aan Ethiopië denken: brandende zon, stof, kuilen in de weg, ambachtslieden aan het werk op straat.

IMG_4587

De volgende ochtend ga ik op tijd op pad om de culturele bezienswaardigheden te bezoeken. Al snel kom ik netjes aangeklede kinderen tegen, de kleintjes aan de hand van hun moeder. De meisjes hebben grote strikken in het haar. Voor de lerares hebben ze bloemen bij zich. Het zal de eerste schooldag van het jaar zijn – de “Dag van de Kennis” in de Russische traditie.

DSCN5525

Bij de grote houten Russisch-Orthodoxe kerk is ook een school: de bel gaat net als ik het terrein op loop. De kinderen die wat door de tuin aan het wandelen waren, vliegen naar binnen. De kerk is in 1895 gebouwd voor de Russische kolonisten. Tijdens de Sovjet-tijd en daarna is hij lang buiten gebruik geweest, maar sinds 1991 wordt er weer gebeden.

DSCN5517

De aanwijzingen over waar de mooiste huizen uit de Russische tijd te vinden zijn, lopen wat uiteen. Uiteindelijk slaag ik het beste aan de lange Leninstraat. Het is prettig lopen hier, het is één van de weinige straten die niet opgebroken is. Er staan grotere, vrijstaande huizen. Veel hebben in ieder geval houten luiken en gevels.

DSCN5535

Het historisch museum van Karakol ligt ook in een mooi straatje in de binnenstad. Zoals zo vaak vragen ze hier of ik uit Duitsland kom. Nee? Uit Frankrijk? Die twee nationaliteiten zijn hier op het moment het best vertegenwoordigd onder de weinige toeristen. Al op mijn vlucht van Istanbul naar Bishkek zaten een groep Duitse en een groep Franse toeristen. En er is een busje met 5 Duitsers die ik hier in Karakol al een paar keer tegen het lijf ben gelopen.

Het museum kost 1 EUR entree en is zeker de moeite waard. Ze hebben er de typische dingen die ik de afgelopen dagen ook al in de kleinere musea heb gezien (grafstenen, een yurt, leren drinkzakken, communistische oorkondes). Hier is de presentatie net wat beter, met uitleg vaak ook in het Engels. En er zijn twee ruimtes met opgezette dieren. In de laatste zie ik zelfs twee opgezette sneeuwluipaarden. Voorafgaand aan deze reis las ik een verslag om van te watertanden van iemand die 6 ontmoetingen met sneeuwluipaarden had in de bergen van Kirgizië. Wereldwijd leven er naar schatting nog maar 4000 van deze beesten in het wild.

IMG_4595

De meest unieke bezienswaardigheid van Karakol is zonder twijfel de Dungan-moskee. Het is een moskee uit het begin van de 20ste eeuw gesticht door Chinese moslims. Er is een Chinese architect aan het werk geweest en de overeenkomsten met houten Boeddhistische tempels zijn legio. Het kleurrijke gebouw is volledig uit hout opgetrokken en er zijn geen spijkers gebruikt. Apart is ook de lichtblauwe minaret, die er bij staat als een klokkentoren van een orthodoxe kerk.

DSCN5547

Net als de orthodoxe kerk is de moskee sinds de Kirgizische onafhankelijkheid weer in gebruik. Van binnen lijkt het dan ook meer op een “gewone” moskee, als je de grote gele houten balken in het plafond wegdenkt.

DSCN5550

Voor de laatste bezienswaardigheid op mijn lijstje moet ik 7 kilometer buiten Karakol zijn: het Przewalskimuseum. Minibus 116 rijdt er elk half uur langs, en gelukkig kan ik opstappen bij de bushalte bij de moskee. Het museum ligt in een ruim opgezet park. De Russische ontdekkingsreiziger Przewalski moet zijn ruimte tegenwoordig delen met Kusein Karasev, een Kyrgizische taalkundige. Ook voor hem is er een museum en een standbeeld in het park.

DSCN5556

Nikolai Przewalski was aan het eind van de 19de eeuw één van de eerste Europeanen die afgelegen gebieden van Mongolië, China en Tibet bezocht. Hij maakte ook meerdere reizen naar Centraal-Azië. Uiteindelijk stierf hij in Karakol. Hij is hier ook begraven. Het museum toont vooral geschriften en oude foto’s. En natuurlijk is er ook een opgezet exemplaar te vinden van waar iedereen Przewalski van kent: het Przewalskipaard. Hij ontdekte deze wilde paardensoort.

DSCN5563

De kamelenpas

Er is maar één grote weg die het noorden van Kirgizië met het zuiden verbindt. Deze loopt vanuit de hoofdstad Bishkek zuidwaarts over de Too Ashuu (de ‘kamelenpas’) richting de tweede stad van het land, Osh.

Ik heb voor de komende dagen een auto met chauffeur-annex-gids gehuurd om me door dit deel van het land te loodsen. Als we de drukte van Bishkek achter ons hebben gelaten, begint al snel het indrukwekkende berglandschap. De bergwanden zijn hier zo steil.

DSCN5572

De weg is breed en goed geasfalteerd. Er is veel vrachtverkeer, om het zuiden van het land te bevoorraden. Daarom is de weg ook in de winter geopend, ondanks dat het gebied van ongeveer november tot en met mei in de sneeuw ligt. We stijgen geleidelijk, via haarspeldbochten, naar boven de 3000 meter hoogte.

DSCN5579

Het is nu september, en de zomer loopt op zijn eind. Dat is op deze weg te zien aan de vele karavanen met vee die we met hun hoeders tegenkomen. Zij brengen de zomers door op de graslanden in de vallei aan de andere kant van de bergen. Vooral de kuddes paarden zijn imposant – nooit heb ik zulke grote groepen bij elkaar gezien, soms zijn het er wel 100. De paarden worden vooral voor hun vlees gehouden.

Als we door een onoverzichtelijke bocht rijden, staan we opeens oog in oog met zo’n kudde.

DSCN5574

Op 3150 meter hoogte is in de jaren ’60 een tunnel aangelegd: de Kolbaevtunnel. Hij is 3 kilometer lang en berucht om zowel zijn geringe breedte als gebrek aan ventilatie. Twee vrachtwagens kunnen elkaar hier niet passeren. In 2001 stierven er 5 mensen door koolmonoxidevergiftiging, nadat er een ongeluk in de tunnel was gebeurd en auto’s met hun passagiers vast kwamen te zitten.

DSCN5601

Het sein staat op rood als we bij de tunnel aankomen. Ook staan er al tientallen auto’s te wachten. Zijn ze iets aan het repareren? Nee, het is een kudde schapen en geiten die ruim baan krijgt om zich door de tunnel te bewegen.

DSCN5606

De tunnel zelf doorstaan we goed, hoewel je er wel een beetje claustrofobisch van wordt. Hij is heel duister, met ruwe wanden en er is geen ruimte om uit te wijken als een auto pech krijgt of een ongeluk.

Hierna rijden we over nog een pas van ook boven de 3000 meter. Deze voelt wat minder spectaculair omdat je al op grote hoogte bent. Waarna de afdaling volgt de Suusamyrvallei in. Hier schijnt het beste grasland te liggen van heel Kirgizië. Vandaar dat de half-nomadische veehouders hier in de zomer hun dieren laten grazen. Hoewel de meesten al weg zijn naar de dorpen waar ze de winters doorbrengen, zien we toch nog tientallen yurten in het veld staan. Sommigen verkopen kaas en melk langs de kant van de weg.

DSCN5669

We blijven veekaravanen op de weg treffen: paarden, schapen en ook koeien. Met het vele verkeer kan dat niet altijd goed gaan, en ik zie dan ook een aanrijding gebeuren tussen een afgedwaald schaap en een auto, die ons tegemoet rijdt. De schaapshond rent er nog achteraan om het schaap weer in het gareel te krijgen, maar als wij langs de plek des onheils rijden ligt daar een bloedend schaap midden op de weg.

Door de droge zomer en de vele begrazing is er niet veel groen gras meer over, maar de rollende heuvels blijven een prachtig gezicht.

DSCN5696

Na 6 uur rijden (inclusief fotostops en lunch) komen we aan in de stad Toktogul, waar we gaan overnachten.

#762: Westelijke Tienshan

Wat is het?
De Westelijke Tienshan (gelegen in Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan) is het meest westelijke deel van het Tienshan-gebergte, het oostelijke deel (in China) is een apart werelderfgoed onder de naam Xinjiang Tianshan. Het gebied staat bekend om zijn plantenbiodiversiteit. Vooral de wilde fruit- en walnotenbossen behoren tot de grootste ter wereld. Ze vormen zo een genetische bron voor gedomesticeerde fruitsoorten.

DSCN5783

Cijfer: 8 (Waar zie je nog zoveeI fruitsoorten in het wild? Ook het landschap is prachtig, met de 6 meren die elk hun eigen decor hebben. Het park wordt veel gebruikt door de lokale bevolking: om hooi te verzamelen, om de koeien te laten grazen, om walnoten te rapen en om in het meer te zwemmen. Het geeft het een zacht, menselijk tintje, vooral in een arm land als Kirgizië waar mensen zelfredzaam moeten zijn).

Toegang: 400 Som (4 EUR) is de entreeprijs voor buitenlandse toeristen. Kirgiziërs betalen 100 Som en als je de auto meeneemt het park in kost dat ook 100 Som.

Hoeveel tijd: Ik was er 1,5 dag (2 nachten), dat is een prima tijd tenzij je houdt van meerdaagse wandelingen of trektochten met paarden. Ik overnachtte in het boerendorp Arkit.

Opvallend: Ik bezoek één van de drie delen van dit werelderfgoed in Kirgizië: het Sary Chelek National Park. Het ligt vrij afgelegen, zo’n 100 kilometer van een grotere stad. De kronkelende weg ernaartoe is gelukkig wel bijna helemaal geasfalteerd. In de zomer komen er veel (binnenlandse) toeristen en zijn er tal van pensions en yurtkampen geopend.

IMG_4608

Het gaat hier om de wilde fruit- en notenbossen. Die zijn dan ook het hoofddoel van onze wandeling tijdens de eerste late namiddag. Hoewel het dorp Arkit al in het kerngebied van het werelderfgoed ligt, is de eigenlijke ingang van het park aan de dorpsrand. De vriendelijke parkwachter laat ons binnen, hoewel ze eigenlijk al gesloten zijn – we beloven de volgende dag terug te komen en onze toegang te betalen.

Opvallend is meteen dat dit inderdaad een zeer bosrijk gebied is, zeker in vergelijking met het bijna kale Kirgizië dat ik tot nu toe heb gezien. Op de grasvelden tussen de bomen grazen enkele koeien. De Kirgizische koe is meestal donker en heeft een grappig wit snuitje.

DSCN5789

Aan bijna elke boom hangt wel één of andere vrucht: kleine appels, oranje- en rode bessen en heerlijke blauwe pruimen. We ontmoeten twee dames die walnoten van de grond aan het rapen zijn; hun tassen worden zo zwaar dat mijn gids deze hoffelijk voor hen naar huis draagt.

DSCN5793

De volgende dag vertrekken we met de auto om de 15 kilometer afstand tussen de poort en het Sary Chelek-meer, het middelpunt van het park, te overbruggen – dit is hoe ver je kunt rijden. Voor de rest heb je paarden of je eigen voeten nodig. Het meer ziet eruit als een fjord, met bergruggen erin. Vanaf de kant zie je maar zo’n 20%, de rest zit verstopt om de hoek(en).

DSCN5815

Een man komt naar ons toe en biedt een boottocht aan om dit meer te verkennen. Maar we hebben al plannen om de “Zes meren wandeling” te gaan lopen.

Deze 12 à 15 kilometer lange route is een bekende wandeling, hoewel hij niet is aangegeven met pijltjes of zo. Je volgt smalle paden die ook door koeien worden gebruikt. Op de telefoonapplicatie Maps.me is hij wel goed te zien: we gaan langs twee kleine meren naar een geweldig uitzichtpunt met de toepasselijke naam “Uitzicht op het hoofdmeer met bergen”, via “Kleine grot, Grote Rots” bij het Iri-Kol-meer, het Kely-Kol-meer, en tot slot naar Kiz-Kol (het is een lus).

Het eerste stuk is het zwaarste, een steile klim en dan een net zo steile afdaling. Dit is nodig om de oevers van het eerste meertje te bereiken, dat in een soort keteldal ligt.

DSCN5839

De andere meren zijn gemakkelijker te bereiken: je loopt het meest over weilanden en door het bos. Het is redelijk vlak. Er steekt af en toe een verfrissende wind op, ook bieden de bomen schaduw om even uit te rusten. Om ons energieniveau een boost te geven, eten we wat wilde appels. Deze zijn een stuk kleiner dan die je in de groentewinkel vindt.

De grot bij meer nummer 5 blijkt niet zoveel voor te stellen: het lijkt een schuilplaats als je hier ooit door de regen wordt overvallen. Dit is ook het enige meer waar we andere toeristen tegenkomen: 3 Russen zijn er aan het zwemmen.

DSCN5870

Arslanbob

Arslanbob is een stadje in het zuiden van Kirgizië, niet ver van de grens met Oezbekistan. De grootste walnotenbossen ter wereld zijn er te vinden. Op de rit er naar toe vanuit Sary Chelek rijden we een hele tijd pal naast de grens. Aan de andere kant zien we vooral katoenvelden.

In Arslanbob melden we ons bij het kantoortje van het Community Based Tourism (CBT). We vinden er een goed Engels sprekende lokale coördinator. Er zijn hier maar liefst 17 huizen die kamers verhuren. Wij worden door verwezen naar huis nummer 3, dat van een leraar Engels.

DSCN5926

Voor we aan de wandeling door het walnotenbos beginnen, moet mijn gids eerst nog even langs de markt. Niet dat er veel markt is op maandag. Maar er staat toch een koopman met de gewenste walnotenolie. Deze wordt gebruik als dressing op salades. De man vertelt dat pas in november er olie beschikbaar komt van de oogst van dit seizoen. Hij heeft nog wel wat flessen van vorig jaar. Ze zijn niet goedkoop, zo’n 7 EUR per liter.

IMG_4619

Met de auto rijden we vervolgens vast een flink eind de heuvel op, tot bij de parkeerplaats van de “kleine” waterval (er is ook een grote waterval, een eind verderop). In de vakanties en in de weekenden is dit vast een heel toeristisch spektakel, er staan marktkraampjes langs de route (nu leeg) en er zijn plekken om te picknicken of foto’s te maken.

DSCN5933

We lopen voor de waterval langs, en klimmen vervolgens een steil pad omhoog op weg naar het walnotenbos. Het is een smalle richel met veel losse stenen, je moet er niet aan denken om hier naar beneden te moeten lopen.

DSCN5935

Eenmaal boven zijn we eindelijk in het walnotenbos. Hier hebben mensen allemaal een perceel gehuurd om van te mogen oogsten. De percelen zijn afgescheiden door draad of takken, dus het vraagt wat klauterwerk om er van perceel tot perceel doorheen te lopen. Een boer komt ons tegemoet lopen om een praatje te maken: hij heeft voor elk van ons een appel meegenomen. Hijzelf verbouwt hier aardappels.

Hij vertelt dat het met de walnoten niet zo goed gaat dit jaar. Eind september zou het oogstseizoen moeten zijn, maar je ziet maar weinig vruchten aan de bomen hangen. Dat komt doordat het in mei heel warm was en toen in juni heel koud. Dus veel vruchten hebben het niet overleefd.

DSCN5948

De gids probeert weer een leuke wandelroute te volgen via de app maps.me. Helaas gaat dat hier niet zo goed. We klauteren over nog meer hekken. Horen honden in de verte blaffen. Komen nog wat meer families tegen die hun kampement opgeslagen in de bossen, in afwachting van de walnotenoogst. Twee keer moet hij me een helpende hand toesteken om een vervaarlijk gedeelte van het pad over te komen. En ik wilde alleen maar een walnootvrucht in het wild zien!

Uiteindelijk komen we terug bij de boer die ons de appels gaf. Hij wijst ons een pad naar beneden (hij is zelfs met een auto hier kunnen komen). Dit loopt door nog meer walnotenbossen. We komen een stel oudere vrouwen tegen die hier hout aan het verzamelen zijn. Met takkenbossen op de rug moeten ze ook in de schemering het pad omlaag naar het centrum aflopen, dus ik klaag maar niet over onze wat uit de hand gelopen wandeling.

DSCN5955

#763: Heilige berg Sulaiman-Too

Wat is het?
De Heilige berg Sulaiman-too herbergt een verzameling grotten, stenen en rotstekeningen, waar sinds de Bronstijd cultpraktijken worden uitgeoefend. Islamitische en pre-islamitische geloofsovertuigingen worden er gecombineerd. De 200 meter hoge berg werkte voor reizigers langs de Zijderoute als een baken in het omringende, vlakke landschap.

DSCN5985

Cijfer: 6 (Het is een fascinerende plek, maar er is in de communistische periode van Kirgizië zoveel van kapot gemaakt dat eigenlijk alleen nog de grotten en de legendes overgebleven zijn.).

Toegang: De entree kost 20 Som (0,20 EUR). Als je ook het museum in wilt, kost dat 150 Som extra.

Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 3 uur.

Opvallend: Het was lastig om vooraf praktische informatie te vinden voor een bezoek aan deze heilige berg in Osh. Wanneer is de berg bijvoorbeeld “open”? Ik kom er om kwart voor 9 aan – de loketten zijn dan nog dicht, maar de poort staat open. Ik loop dus maar door naar binnen. Van de andere kant komen me ook wandelaars tegemoet die de hele berg al zijn overgestoken, en dus zeker al vanaf een uur of 8 op pad zijn.

Er zijn 2 ingangen: één aan Kurmanjan Datka (de oostkant) met een steile trap naar boven, en één aan de zuidkant waar een breed, geleidelijk stijgend pad is. De meeste lokale bezoekers hebben voor het laatste gekozen.

Ik start aan de oostkant: de trap omhoog kost zo’n 20 minuten. Je komt dan op een uitkijkpunt op de eerste van de vijf pieken die de berg telt. Hier staat het “Huis van Babur”, een 15de eeuwse schuilplaats om te bidden. Babur kwam uit deze streek en werd later de stichter van de Indiase Mogoldynastie.

DSCN5982

Je loopt dan verder over de langgerekte bergrug. Het pad heeft een ijzeren railing en is grotendeels van cement. Hier en daar kun je het originele pelgrimspad nog zien: uitgesleten, marmerachtige steen waarop het glad lopen is. Er staan ook bankjes om even uit te rusten.

Eén ervan is strategisch geplaatst voor twee heilige plekken: Beshikene en de Tamchy Tamar grot. Als ik er een tijdje zit, komen er twee lokale vrouwen aangelopen, gekleed in de lokaal zo populaire bloemetjesjurken. Ze schoppen hun schoenen uit bij de grot, en kruipen naar binnen. Het blijkt dat de grot zo diep is, dat twee volwassen vrouwen er volledig uit het zicht kunnen verdwijnen. Ze gaan hier naar binnen om te bidden: de druppels regenwater die uit het plafond vallen, zouden blindheid en andere oogproblemen doen verdwijnen.

DSCN5992

Verder het pad af kom je langs twee grotere grotten, die in twee van de andere pieken zitten. Deze zijn alleen te bereiken via een zandpad omhoog. Je mag er ook niet naar binnen.

Om de hoek is het dan tijd voor het museum, dat in de Sovjettijd in de grootste grot is ingebouwd en daarmee diens heilige functie te niet heeft gedaan. Oorspronkelijk deed het zelfs dienst als restaurant, pas vanaf 2000 is het een museum. Er zijn wat potten, pannen, klederdrachten en opgezette dieren te zien. Niet echt de moeite waard.

DSCN6007

Als je hier naar beneden gaat, kom je bij de andere ingang/uitgang. Hier zijn nog wat opgravingen uit de bronstijd te vinden. Ik ben inmiddels de berg helemaal overgestoken, maar ik heb nog steeds geen rotstekeningen gezien. Op een bord bij de ingang zie ik dat ze aan de andere kant moeten liggen, vlakbij waar ik mijn wandeling begonnen ben.

Ik loop dan nog maar eens om de berg heen, buitenom via de straat. Vanaf de andere ingang blijkt er inderdaad een vlak pad naar links te gaan. Er staan bordjes dat hier de rotstekeningen zijn, maar er is zoveel graffiti dat de oude tekeningen niet of nauwelijks meer te onderscheiden zijn. Op foto’s heb ik ze gezien als witte tekeningen (vast later wit ingekleurd om ze beter zichtbaar te maken), vaak met bolletjes en harkjes.

DSCN6025

Aan ditzelfde pad ligt ook één van de islamitische monumenten die verbonden zijn met deze heilige berg. In de 16de eeuw werden hier twee moskeeën gesticht. Ook is er een mausoleum uit dezelfde tijd.

DSCN6037

Uzgen

Kirgizië is niet zo rijk bedeeld met Zijderoute-overblijfselen als zijn buurlanden. Het nomadische karakter van zijn bewoners heeft lang weinig blijvend materieels voortgebracht. Maar er zijn er toch een paar die wel het bezoeken waard zijn. De karavanserai van Tash Rabat moet het mooiste zijn, maar die ligt te ver van mijn reisroute. Burana bezocht ik al aan het begin van mijn reis, en nu eindig ik in Uzgen. Uzgen ligt een uurtje ten noorden van Osh.

De stad is één van de oudste in Kirgizië, hij dateert uit de 2de of 1ste eeuw voor Christus toen hij werd gesticht als handelspost langs de Zijderoute. Hij komt in Chinese bronnen uit die tijd voor.

DSCN6041

In het centrum van het huidige Uzgen ligt het historisch-archeologisch park. De entree kost er slechts 20 Som (0,20 EUR). Op een keurig aangelegd terrein zijn een 12de eeuwse minaret en drie mausolea uit dezelfde periode te zien. De minaret van Uzgen lijkt erg op die van Burana, maar – ondanks dat hij ook door een aardbeving geveld is geweest – heeft deze in Uzgen een lantaarnvormig topje gekregen.

In de drie mausolea zijn gouverneurs van het middeleeuwse Karachaniden-rijk begraven: Uzgen was hun hoofdstad, als centrum van de vruchtbare Ferganavallei. De drie monumenten zijn met elkaar verbonden en vormen één frontaanzicht. Samen schuilen ze nu onder een beschermende overkapping van golfplaat. Deze is pas recent aangebracht: op oudere foto’s op internet (zelfs nog uit 2018) zie je het niet.

IMG_4644

De mausolea laten prachtige bewerkingen zien in de rode gebakken klei. Bloemmotieven en geometrische symbolen zijn gebruikt. Ook zijn er inscripties in Arabische kalligrafie. Vooral de facades zijn bijna volledig bewerkt. Het is ook zeer mooi gerestaureerd.

Via de middelste deur kun je ook naar binnen. Hier is weinig aan decoratie overgebleven. Ik tref er alleen een stel Kirgizische schoolmeisjes, die met me op de foto willen.

DSCN6084

Als je hier wat langer op het terrein rondloopt, valt de muziek op die “uit de grond” komt. Er zijn luidsprekers verscholen in het gras; de vrolijke noten schallen over het terrein. Deze kunstmatige achtergrondeffecten doen me denken aan China.

Er komen steeds meer lokale bezoekers, en de beheerder haalt ook de deur van de minaret van het slot. Zo kunnen we naar de top klimmen. De trap is hier gelukkig een stuk breder dan die in Burana, en er is ook een leuning. Vanaf boven heb je uitzicht over de stad en over het terrein met de opgravingen: naast de minaret en de mausolea zijn er ook de ruïnes van een gebouw gevonden dat waarschijnlijk een Koranschool was.

DSCN6108

Na de historie kijk ik nog wat rond in het hedendaagse Uzgen. Zoals elke stad in Kirgizië hebben ze wat oorlogstuig staan: hier is het een tank. Deze staat naast het monument ter nagedachtenis aan de oorlog in Afghanistan.

Uzgen heeft ook een drukbezochte, authentieke bazaar. Ze verkopen er veel fruit, en, voor het eerst dat ik die in Kirgizië zie: pinda’s. Tussen de groenten liggen grote gele wortels, die ik een paar dagen geleden al eens in mijn plov vond.

IMG_4659

Vanaf dezelfde bazaar neem ik een gedeelde taxi terug naar Osh. Deze rijdt van bazaar tot bazaar, en is hier handiger dan de reguliere minibus die vanaf het afgelegen busstation van Osh vertrekt.

Terugblik Kirgizië 2021

Het was een fijne, ontspannen reis. Kirgizië verdient echt een eigen focus, niet alleen een paar dagen als onderdeel van een langere route door Centraal-Azië. Het berglandschap is prachtig, de mensen zijn rustig en gastvrij, en de eenvoud is verfrissend. Eigenzinnig is het ook, met een standbeeld van Lenin en een tank of oorlogsvliegtuig als baken in elke stad, en de afkeer van internationale gezondheids- en veiligheidsstandaarden (obscure vliegmaatschappijen, niet-dragen van autogordels, zeer laag coronabewustzijn).

Hoogtepunten vond ik:

  • Het lieflijke Sary Chelek Nationaal Park.
  • De grote kuddes vee, vooral de paarden, die we tegenkwamen op bergwegen zoals de kamelenpas.
  • De mausolea van Uzgen.
DSCN6115

In Bishkek

Voorbereiding

Vooraf regelen

  • Cash US dollars meenemen als je iets groots zoals een georganiseerde tour moet betalen (je kunt ze ook ter plekke pinnen, maar niet gemakkelijk in grote hoeveelheden).
  • VPN installeren op je laptop: het gebeurt niet op grote schaal, maar sommige sites worden geblokkeerd in Kirgizië (o.a. wordpress.com waar mijn eigen site op draait); met een VPN kun je daar omheen.

Inpakken
Een zonnebril is handig: de zon schijnt hier erg fel. Verder was ik erg blij met goede wandelschoenen om in de bergen te lopen. Ook de vliegtuigsokken kwamen goed van pas: bij bijna elke overnachtingsplek werd ik geacht de schoenen buiten te laten staan en binnen op kousenvoeten rond te lopen.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog heen en weer naar Istanbul met KLM. Een rustige vlucht van 3,5 uur. Ze doen het met een vliegtuig voor de Europese vluchten, dus er is niet veel luxe of entertainment.

Tussen Istanbul en Bishkek vloog ik met Turkish Airlines. De vliegtijd is hier zo’n 5 uur. Ik zat op de eerste rij na de Business Class in een ruim en modern toestel. Veel keuze aan films en eten was ook goed. Het bleef echter lang heet in het toestel, vooral door de felle zon tijdens de terugvlucht.

Op de heenreis moest ik me maar liefst 8 uur vermaken op het nieuwe vliegveld van Istanbul, en op de terugreis 4 uur. Heen wandelde ik wat rond, at en dronk wat en ‘hing’ een paar uur in de lekkere ligstoelen bij de E-vleugel. Op de terugreis kon ik gebruik maken van de Skyteam Lounge. Het was er erg rustig en er is genoeg te eten.

Openbaar Vervoer
Tussen de steden rijden frequent marshrutka’s (minibussen) en gedeelde taxi’s. Ik deed het meest met de marshrutka: voor de langere afstanden nemen ze niet meer passagiers mee dan er zitplaatsen zijn. Ze vertrekken als ze vol zijn, dat was altijd heel snel. Een ritje is ook bijzonder goedkoop, zo’n 0,80 EUR per uur. Meestal rijden ze non-stop door; op het urenlange traject tussen Bishkek en Cholpon Ata/Karakol maakt de bus 1 stop bij een wegrestaurant.

Marshrutka van Osh naar Uzgen

Tour
Bij Nomadsland had ik een vijfdaagse, zelf bedachte privé-tour geboekt. Ik kreeg een chauffeur annex gids mee, die me veilig door de bergen loodste (zowel met de auto als te voet). Dit bracht de bijkomende voordelen van een wandelpartner en gesprekken met een Engelssprekende Kirgiziër met zich mee.

“Onze” auto op de Ala-Too pas

Binnenlandse vlucht
Van Osh vloog ik terug naar Bishkek. De vlucht duurt maar 3 kwartier. Het vliegtuig van de Kirgizische maatschappij Avia Traffic zat bijna helemaal vol. We kregen onderweg een bekertje water. Met name vlak voor Bishkek heb je een mooi zicht op de besneeuwde bergtoppen.

Toestel van Avia Traffic op het vliegveld van Osh

Hotels

Ik sliep in 3 typen overnachtingsplaatsen: hotels, “boetiek”-pensions en in kamers bij “gastgezinnen”, In de laatste 2 gevallen slaap je bij de mensen thuis: ze verhuren dan een paar kamers en verzorgen ook het eten. De “boetiek”-pensions zie je vooral rond het Issyk-Kul meer, particulieren verhuren daar kamers die via de internationale boekingssites te reserveren zijn. Deze kunnen qua comfort goed mee met de hotels. De kamers bij “gastgezinnen” worden in de kleinere plaatsen en op het platteland verdeeld door het Community Based Tourism (CBT)-kantoor van die streek. Deze zijn een stuk primitiever, maar de zo gevreesde WC in een houten hutje achterop het terrein ben ik ook hier niet meer tegengekomen.

Bishkek: Navat Hotel
Dit is een sfeervol hotel, zeker comfortabel als je net in Kirgizië aankomt. Er is een lekker ontbijt, waarbij je verschillende gerechten van de kaart kunt kiezen. Veel jong, Engelstalig personeel.

Kosten: 40 EUR per nacht inclusief ontbijt

Cholpon-Ata: Family Guesthouse
Hier had ik een schone en lichte kamer met eigen badkamer en snelle wifi. Het pension heeft op de eerste verdieping een heerlijk (gedeeld) balkon / veranda waar een frisse wind waait. Ik werd er goed verzorgd door moeder (eten!) en vader (hij bracht me weg naar het busstation), de Engelssprekende dochter deed vanaf afstand de communicatie via whatsapp.

Kosten: 17 EUR per nacht inclusief ontbijt

Karakol: Matsunoki
Dit zit in een ruim, deels houten huis vlakbij het centrum van Karakol. Populair, één van de weinige plekken tijdens deze reis waar meerdere kamers bezet waren met toeristen. Er is een Japanse eigenaar, de communicatie is lief maar wat beperkt. Er is een uitgebreid ontbijt in de ochtend, en gratis koffie en thee gedurende de dag. Ook hier is er een lekker terras boven om buiten te zitten.

Kosten: 30 EUR per nacht inclusief ontbijt

Bishkek: Silk Road Lodge
Het hotel ziet er niet uit, tenzij je van de sfeer van Moskou ca. 1985 houdt. Ik krijg er een suite met een ruime zitkamer en diepe fauteuils. En aparte slaapkamer. ’s Ochtends wordt een Intrigerend ontbijt aan tafel uitgeserveerd met o.a. havermoutpap. Pluspunten: goede wifi, kabeltv, vriendelijke receptie en ligging in het centrum.

Kosten: 31 EUR per nacht inclusief ontbijt

Toktogul: Rahat Guesthouse
Dit pension ligt aan de uitvalsweg van Toktogul naar de grote weg tussen Noord- en Zuid-Kirgizië. Het is dus ook makkelijk aan te lopen als je met het openbaar vervoer (zoals een gedeelde taxi) aankomt. Het pension bestaat uit enkele kamers in een huis met een binnenplaats. Gezin met opa en veel kinderen woont in de andere helft. Vriendelijke eigenaresse die ook Engels spreekt. Heeft wifi en bijzonder schone (gedeelde) badkamers met westers toilet en wc papier. Op het middenterrein staat een yurt, daar wordt het ontbijt en diner geserveerd. Beide waren ook prima.

Kosten: 17 EUR per nacht inclusief ontbijt (was inbegrepen in mijn tour)

Arkit: CBT Baban
Het was lastig te vinden, je moet over een binnenplaats van een ander pension. Er was tijdens ons verblijf weinig tot geen contact met de eigenaren. Ze zetten het eten klaar en dat was het wel. Het eten was niet heel geweldig. Ik had er een ruime 3 persoonskamer. De WC (westers) en (warme) douche was gedeeld, maar er waren geen andere gasten naast mijn gids/chauffeur en ikzelf.

Kosten: onbekend (was inbegrepen in mijn tour)

Arslanbob: CBT Homestay #3
Dit pension bestaat uit een paar kamers in het huis van een leraar Engels. We kregen het toegewezen vanuit het CBT hoofdkantoor in Arslanbob, waar ze de verdeling van de toeristen over de aangesloten huizen doen. Het ligt wat buiten het centrum, naast een snelstromende rivier die je de hele tijd hoort. Het eten was ook hier niet bijzonder.

Kosten: onbekend (was inbegrepen in mijn tour)

Osh: Rayan Hotel
Na een paar nachten afzien is dit een heerlijk hotel om te herstellen: fris, modern. Heerlijk bed. Westers ontbijt. Er zit ook één gratis transfer van of naar het vliegvel van Osh inbegrepen. En je kunt de was laten doen: een volle lading kost 350 Som (3,5 EUR) en is dezelfde dag klaar. Het ligt een kilometer of 2 van het centrum, maar je kunt voor een paar haltes trolleybus #2 nemen van net voorbij het Leninplein.

Kosten: 35 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Het ontbijt was voor mij de beste maaltijd van de dag. Ze hebben in Kirgizië heerlijk vers brood. Ook krijg je er meestal zelfgemaakte jam en honing bij. In de homestay in Arkit hadden ze geweldige frambozenjam, we bleven ervan eten: op brood, door de rijstepap of zomaar met een lepeltje.

Lunch en tussendoor
Regelmatig haalde ik broodjes en yoghurt bij één van de goed uitgeruste supermarkten. Een andere lunchfavoriet zijn de manti: met vlees gevulde deegflapjes. Net als het meeste eten in Kirgizië is het weinig gekruid, we waren dan ook blij dat we er een keer een fles chili-tomatensaus bij kregen. Thee is de gebruikelijke drank bij het eten, ik nam meestal groene thee.

Diner
In de grotere steden zoals Bishkek, Karakol en Osh kun je prima eten. Bij de Navat restaurants (een keten) kun je leuk zitten en hebben ze goed Kirgizisch eten met een Chinese inslag. In Osh was het restaurant Tsarski Dvor het hoogtepunt, met een uitgebreide kaart aan vleesspiezen. In Bishkek ging ik zelfs twee keer echt duur eten (> 10 EUR): biefstuk bij Red Cow.

Het eten in de pensions tijdens de tour was een stuk kariger: rijst of noedels met beperkte groente en vlees van slechte kwaliteit.

Kosten

Je betaalt er met de Kirgizische Som, cash. Ik heb maar 2x hoeven pinnen, maar er zijn geldautomaten genoeg (ze werken het beste met een Visa kaart). De hotels heb ik met een creditcard betaald. De tour betaalde ik in cash dollars, die ik vanuit Nederland had meegenomen.

Als ik geen 5-daagse tour had gedaan, dan was dit mijn op één na goedkoopste reis ooit geweest (Albanië is nog steeds het goedkoopst). Op de 10 andere dagen gaf ik gemiddeld 49 EUR per dag uit. Voor eten, vervoer en entrees gaf ik zelden meer uit dan 15 EUR per dag. Vooral het eten is erg goedkoop (ca. 2-3 EUR voor een hoofdgerecht), en ook het vervoer per marshrutka kost maar weinig (3,5 EUR bijvoorbeeld voor de rit van 5 uur van Karakol naar Bishkek).

Leave a comment