Parma
Parma is een stad van Etruskische oorsprong, met lange tijd zelfbestuur als Vrije Commune en Hertogdom. Vooral de heersers van de laatste twee periodes hebben hun stempel gedrukt op hoe de stad er nu nog uitziet.
Ik bezoek Parma als dagtrip vanuit Bologna. Het is maar een uurtje met de trein. Mijn eerste indruk is die van een gezellige, leefbare stad. Zeker vergeleken met Bologna en zijn portieken die het daglicht blokkeren, voelt Parma ruimer en meer uitnodigend aan met groene zones en veel banken om even uit te rusten.
Ik begin mijn verkenning door een brug over te steken naar Oltretorrente, de wijk aan de “andere” kant van de rivier. Hier bouwden de hertogen van Parma hun buitenpaleis. Het ligt in een grote Franse tuin, met veel kastanjebomen die al hun herfstkleur aannemen. Een lekkere plek om even de benen te strekken.
Terug in het stadscentrum begeef ik me naar de Piazza Duomo – het plein met de kathedraal, het Baptisterium en andere belangrijke gebouwen. Het lijkt oppervlakkig gezien op het domplein van het werelderfgoed Modena. De steden liggen slechts 60 kilometer uit elkaar, dus het is niet vreemd dat ze allebei roze Verona-marmer gebruikten in hun belangrijkste gebouwen. Beide kathedralen zijn ook versierd met twee marmeren leeuwen bij de ingang, het paar in Parma dateert uit de 13de eeuw, terwijl die in Modena oude Romeinse spolia zijn.
Een ander verschil is dat de kathedraal van Modena zijn romaanse muurschilderingen heeft behouden, terwijl die in Parma volledig in renaissance stijl is beschilderd. De muurschilderingen die het volledige interieur inclusief de koepel bedekken, zijn desondanks spectaculair. Het hoogtepunt is de dramatische scene aan de binnenkant van de koepel, die de illusie wekt dat je steeds verder omhoog wordt gezogen.
Toegang tot de kathedraal is gratis, het Baptisterium dat er naast ligt kost maar liefst 12 EUR. Ik twijfel of ik er naar binnen zal gaan, maar besluit toch positief omdat er wel een goede reden zal zijn om zo’n hoge vergoeding te vragen. Het schrikt in ieder geval de meeste toeristen af, dus ik kan op mijn gemak genieten van dit achthoekige marmeren bouwwerk.
Het Baptisterium is vooral bekend om zijn beschilderde koepelvormige plafond, met houten “takken” die aansluiten op de bogen (zie eerste foto bovenaan). Maar ik geniet ook van de vele kleine sculpturen, waarvan sommige de maanden van het jaar voorstellen.
Na een halve dag heb ik al veel moois in Parma gezien; ik heb echter het beste voor het laatst bewaard. Op het vooraf geboekte tijdstip van 13.30 uur ga ik het Palazzo della Pilotta binnen. Het gigantische gebouw was het hoofdkwartier van de familie Farnese toen zij de hertogen van Parma waren. Het herbergt nu de Nationale Galerie – een voortreffelijke Italiaanse kunstcollectie van de hertogelijke families van Parma. Tot de hoogtepunten behoren een origineel werk van Leonardo da Vinci:
La Scapigliata (Leonardo da Vinci)
En twee metershoge sculpturen van reuzen uit het oude Rome:
Het mooiste van heel Parma blijkt echter het Farnese Theater te zijn, een enorm houten bouwwerk uit het begin van de 17e eeuw. Het theater werd gebouwd door één van de Farnese hertogen om mee te pronken voor Cosimo de’ Medici, die langs zou komen. De hertog wilde zijn oudste zoon uithuwelijken aan de familie de’ Medici. Cosimo annuleerde de reis echter en het theater raakte pas 10 jaar later klaar. Het theater in antieke stijl werd in zijn tijd niet veel gebruikt, omdat het zo groot is (het zou beter passen als een modern opera of muziektheater).
#761: De Portieken van Bologna
Wat is het?
De Portieken van Bologna zijn een groep van 12 overdekte passages in de straten van de stad. Ze zijn samen 38 kilometer lang. De portieken zijn ontstaan toen huiseigenaren door ruimtegebrek hun bovenverdieping gingen uitbouwen; om de constructie te ondersteunen waren er pilaren nodig langs de straat. Zo ontstonden nieuwe publieke ruimtes die plaats boden aan handelaren of gewoon gebruikt werden om onder te schuilen tijdens regen.
Cijfer: 6,5 (Ik kan me zo geen Italiaanse regiohoofdstad voor de geest halen die niet de moeite waard is om te bezoeken; er is altijd voldoende kunst, architectuur en geschiedenis te vinden. Dat geldt ook voor Bologna, maar of het zoveel “beter” is dan het nabijgelegen Parma bijvoorbeeld? De focus van het werelderfgoed op de portieken van de stad is nogal gezocht, en de portieken alleen zijn een bezoek nauwelijks waard).
Toegang: Het meeste is gratis te bezoeken. Ik betaalde alleen 3 EUR voor het anatomisch theater in het Archiginnasio Paleis.
Hoeveel tijd: Een volle dag, maar langer kan ook. Bologna heeft goede treinverbindingen met de rest van Noord- en Midden-Italië, dus het is ook een handige overnachtingsplaats.
Opvallend: Het is een bewolkte middag als ik in Bologna aankom. Die somberheid doet de stad niet echt goed: de straten zijn smoezelig, de muren bedekt met graffiti. De stad is bekend om zijn portieken, waardoor je ongehinderd door de regen van A naar B kunt lopen. Maar ze zorgen er ook voor dat er weinig daglicht neerdaalt.
De originele werelderfgoednominatie beperkte zich tot puur en alleen de overdekte passages. Gelukkig is dat principe eerder dit jaar een beetje losgelaten, zodat ook de belangrijkste monumenten van de stad die aan de passages liggen zijn inbegrepen. Zo is daar bijvoorbeeld op het centrale plein de Sint-Petroniusbasiliek. Het is een reusachtig gebouw, dat groter had moeten worden dan de Sint-Pieter in het Vaticaan. Dat is niet helemaal gelukt, maar met o.a. z’n lengte van 132 meter schijnt het tot de 10 grootste kerken ter wereld te horen.
Alleen het onderste deel van de façade is met marmer bedekt, daarboven zijn het kale stenen: de kerk is nooit helemaal afgemaakt. Er staan gewapende militairen voor de deur – ik denk eerst als indicatie van een verhoogd dreigingsniveau door de aanslag in Kaboel. Maar later lees ik dat terroristen al twee keer eerder van plan zijn geweest deze kerk op te blazen: dit vanwege een 15de-eeuws fresco waarop Mohammed in de hel staat afgebeeld, gekweld door duivels.
In de zijstraat naast de kerk ligt een naar mijn smaak veel interessanter gebouw: het Archiginnasio Paleis. Het was het hoofdgebouw van de Universiteit van Bologna in de 16de en 17de eeuw. Veel van de muren hier zijn bedekt met afbeeldingen van wapenschilden, met daarop de namen van studentenleiders en hun land of stad van oorsprong. Ook zijn er bustes van belangrijke docenten.
Het gebouw is tegenwoordig in gebruik als stadsbibliotheek. De voormalige klaslokalen staan vol met rijen boeken en zijn niet meer toegankelijk. Dat geldt wel voor één van de studiezalen (ook weer vol met geschilderde wapenschilden). De mooiste historische zaal is echter het Anatomisch Theater. Centraal staat een witte tafel waarop menselijke of dierlijke lichamen werden ontleedt. De rest van de ruimte, van banken tot sculpturen, is volledig gemaakt van dennenhout.
De rest van de middag doe ik mijn best alle portieken in het centrum van de stad langs te lopen. 9 van de 12 liggen binnen de middeleeuwse stadsgrenzen, en zijn gemakkelijk te voet te bereiken. Het mooiste stukje is toch dat langs het driehoekige Santo Stefano-plein. De portieken hier dateren uit de Renaissance.
Na een intermezzo van een dag in Parma, trek ik op zondagochtend de wandelschoenen aan om één van de verder gelegen portieken te bezoeken. Het is de Certosa component, een lange passage die eindigt bij de monumentale begraafplaats van Bologna. Om er te komen loop ik eerst 3,5 kilometer door de buitenwijken van de stad. Veel bijzonders is er onderweg niet te zien, maar gezegd moet worden dat de voetgangers- en fietspaden keurig en consequent zijn aangelegd zodat je er op je gemak rondloopt.
Vanaf de begraafplaats loop ik eerst het trottoir aan de overkant van de straat af, zodat ik van buitenaf zicht heb op deze passage van 400 meter lang. Blikvanger zo ongeveer halverwege is de Marathontoren – het is de toegangspoort tot het voetbalstadium van Bologna. Deze toegang is in de jaren twintig van de 20ste eeuw ingepast in de 19de-eeuwse passage.
De Certosa-passage eindigt met een aansluiting op een nog veel langer overdekt pad: dat naar het heiligdom van San Luca, dat bovenop een heuvel ligt. Het is 4 kilometer lang. Op deze zondagochtend is de klim vooral het terrein van lokale joggers. Ikzelf maak bij de sierlijke poort rechtsomkeert.
Om het af te leren zoek ik aan de rand van de binnenstad van Bologna nog een laatste portiek op. Het is er eentje uit de 20ste eeuw, een strakke grijze overkapping die vast zit aan het MAMbo kunstmuseum. Het museum zelf is gesloten, maar het museumcafé heeft zijn terras uitnodigend in de passage neergezet. Hier eindig ik mijn wandeling met een klassiek Italiaans ontbijtje bestaande uit cappuccino en een brioche gevuld met crème.

















Leave a comment