World Heritage Traveller

Nationale Parken van Nederland

Written by:

In september 2020 bedacht ik een nieuw reisdoel voor de komende herfst, winter en lente. Zou het niet wat zijn om in alle 21 nationale parken in Nederland een wandeling te gaan doen? In vijf van die nationale parken was ik al eens geweest, deze verslagen staan ook hieronder (de eerste 5):

  1. Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide
  2. NP Sallandse Heuvelrug
  3. NP de Hoge Veluwe
  4. NP De Veluwezoom
  5. NP Utrechtse Heuvelrug
  6. NP Nieuw Land
  7. NP Zuid-Kennemerland
  8. NP Oosterschelde
  9. NP Dwingelderveld
  10. NP Loonse en Drunense duinen
  11. NP De Groote Peel
  12. NP Duinen van Texel
  13. NP De Biesbosch
  14. NP Weerribben-Wieden
  15. NP De Meinweg
  16. NP Drentsche Aa
  17. NP De Maasduinen
  18. NP Drents-Friese Wold
  19. NP De Alde Feanen
  20. NP Lauwersmeer
  21. NP Schiermonnikoog

Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide

Het “Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide” is één van de nationale parken van Nederland. Het ligt zoals de naam al zegt op de grens, zo ongeveer tussen Woensdrecht (Nederland) en Essen (België). Het landschap bestaat uit bos, heide, vennen en zandverstuivingen.

Het is nogal een expeditie om er te komen. De tocht start in Bergen op Zoom, waar ik ook nog nooit eerder ben geweest. Na koffie te hebben gedronken tegenover het station stap ik met mijn zes medewandelaars op de bus. Die zet ons 20 minuten later af in de buitengebieden van Woensdrecht. Vanaf daar pakken we het wandelpad, of eigenlijk een combinatie van wandelpaden, op.

Het eerste uur blijf je aan Nederlandse zijde van de grens. Je loopt hier soms langs weilanden maar ook over verharde wegen. We verbazen ons over de nieuwe, luxe huizen die hier staan.

Eindelijk stappen we dan de heide op. Hier is op 25 mei 2011 een grote brand geweest. De zwartgeblakerde stukken zijn nog steeds zichtbaar. Je loopt door het zand, en dat is bij vlagen zwaar. Gelukkig is het niet te modderig. Het is maart en er bloeit dus nog niks. Qua uitzicht moeten we het doen met het contrast tussen de zwarte grond en het gele gras.

Wandeling Kalmthout

Deze Kalmthoutse Heide is het meest aansprekende deel van de wandeling. We komen er zowaar ook andere wandelaars tegen, terwijl het aan de Nederlandse kant heel stil was. De zandverstuivingen hebben gezorgd voor een glooiend landschap. Aangezien de rest van mijn wandelgroepje er ook nog eens stevig de pas in heeft (de GPS geeft aan: 5,6 kilometer per uur!), begint het meer en meer op een conditietraining te lijken.

Ik stop af en toe nog om foto’s te maken. Als de heide bloeit en de lucht blauw is, moet het hier nog veel mooier zijn. Nu doen de simpele geel-zwart contrasten me vooral denken aan schilderijen van Vincent van Gogh uit zijn Nederlandse periode.

Wandeling Kalmthout

Als we 22 kilometer hebben gelopen, komen we aan bij ons eindpunt in Kalmthout.

Vanaf het stationnetje “Heide” reizen we terug naar Roosendaal. Een kaartje kopen kan hier nog in de trein. De Belgische conducteur blijft er goed gemutst onder dat hij 7 kaartjes à 5,40 EUR moet uitschrijven voor mensen zonder wisselgeld. De rit duurt 20 minuten.

Ik ga dan nog verder naar Bergen op Zoom, waar ik mijn auto heb geparkeerd bij het station. Het is inmiddels al na vijven. Tot slot van deze actieve dag verwen ik mezelf met gegrilde gamba’s bij de gezellige Brasserie Intermezzo, waar we de dag ook begonnen.

NP Sallandse Heuvelrug

Op de Sallandse Heuvelrug heb ik al vaak gewandeld. Dit Overijsselse nationaal park staat bekend om z’n heide en productiebossen met naaldbomen. Het populairste deel van het park is de Holterberg, tegenwoordig vooral het domein van mountainbikers. Een beter alternatief is de Sprengenberg: hier heb ik nog nooit over geschreven maar de afwisselende, korte oranje wandeling is één van mijn favorieten.

Het is al lekker zonnig als we op pad gaan op de Holterberg: 9 maart in de ochtend, en ik heb niet eens een jas aan. We starten in de buurt van het Canadees kerkhof, waar 1394 Canadese militairen die streden in de Tweede Wereldoorlog begraven liggen.

We staan even stil bij deze vreemde paddenstoelen. Groen zie je ze niet vaak. Ze lijken overwoekerd te zijn door het mos.

Holterberg 501

We hebben gekozen voor de ‘Gele Route’ – een goed aangegeven rondwandeling van 9,5 kilometer. Alleen aan het begin en het eind is het wat drukker: we zien komen veel mensen die hun hond uitlaten, en natuurlijk de tegenwoordig onvermijdelijke groepen wielrenners/mountaibikers.

Behalve hyperactieve vogeltjes zien we nog niet veel van de lente. Hier en daar zit er al wel een besje in de vele bosbessenstruiken langs het pad.

Een groot deel van deze route gaat om en over de heide. Het moet hier prachtig zijn als het in bloei staat. Je klimt hier ook naar het hoogste punt: 55 meter boven zeeniveau!

Holterberg 521

Het laatste stuk lopen we weer door het bos. Alle routes komen hier samen. De zon schijnt scherp in het gezicht. We hebben er bijna 2,5 uur over gedaan en zijn blij dat we op een terras kunnen gaan zitten – het is toch stevig klimmen en dalen hier op de ‘berg’.

NP de Hoge Veluwe

In het Nationaal Park Hoge Veluwe, vanaf de ingang Schaarsbergen, loop ik de wandelroute “Kemperberg lang”.

Al voor 8 uur zit ik op deze donderdagochtend in de auto. Het belooft stralend weer te worden en ik heb zin om te wandelen. Ik rijd naar het Nationaal Park Hoge Veluwe, ingang Schaarsbergen. Ze zijn hier grote bezoekersaantallen gewend – je moet zelfs betalen voor het parkeren. Maar zo vroeg is mijn auto nog maar de tweede op het terrein.

Ik koop een entreekaartje (half tarief omdat alle faciliteiten gesloten zijn) en een folder met wandelroutes. Vanaf deze ingang staan de routes ook al goed aangegeven. Ik kies voor de “lange” wandeling over de Kemperberg, die is 7,9 kilometer. Je volgt hem via de bordjes met een wild zwijn er op. De route blijkt uitstekend aangegeven.

Het eerste deel gaat door het bos – zoals je verwacht hier op de Veluwe. De vogels (en vooral de spechten) laten zich goed horen en zien.

Het bospad komt uit bij een grote open vlakte. Het lijkt wel een savanne. Het is het Aalderinksveld. Het is een heideveld met ook veel hoog gras. Tijdens deze lange variant van de wandeling loop je helemaal om het veld heen.

Na het rondje om het veld ga je weer een lang, recht bospad in. Dit soort lange stukken zijn wel een minpunt van deze wandeling. Het blijft natuurlijk wel heerlijk om buiten te zijn, geen mens te zien en de geluiden van de natuur te horen.

Ik houd de hele wandeling al mijn ogen open voor wilde zwijnen en herten of reeën. Tegen het einde kom ik langs een veldje met een hek eromheen waarin ik 2 grotere dieren zie staan. Ik denk eerst dat het een weide is met 2 paarden. Het blijken echter 2 wilde (dam?)herten te zijn die door de afrastering zijn gelopen. Als ze mij zien vluchten ze weer het bos in.

NP De Veluwezoom

Vandaag is het om half 11 verzamelen op het station van Dieren voor de ‘Trage Tocht Veluwerand’. We zijn niet de enigen die vanaf hier gaan wandelen: de hele parkeerplaats bij het station is al vol als ik aan kom rijden. Gelukkig hoeft er in de omliggende straten ook niet betaald te worden. We zijn met z’n zessen vandaag, een lekker klein groepje.

De tocht gaat van station Dieren naar station Velp, en is zo’n 16 kilometer lang. 90% van de route zou over onverharde paden moeten gaan aldus de beschrijving. We hoeven maar een klein stuk van een woonwijk door voordat we in het bos zijn. Daar is het al lekker lopen. De temperatuur is heerlijk vandaag, het loopt al snel op tot 20 graden. Het is bijna benauwd tussen de bomen.

Trage Tocht Dieren Velp 018

We lopen over het ‘Landgoed Hof te Dieren’. Tot mijn verrassing staat hier een bord dat het eigendom is van Twickel. We zijn hier toch wel een eind verwijderd van Delden. In 1822 kwam dit landgoed in bezit van Marie Cornélie gravin van Wassenaer Obdam, Vrouwe van Twickel. Zij liet er een nieuw landhuis bouwen met tuinen.

De wandelroute loopt parallel aan het spoor. Niet dat je er de hele tijd langs loopt (gelukkig niet), maar je hoort en ziet het toch regelmatig. Ook de snelweg is niet ver. We lopen het plaatsje Rheden binnen, waar we een tijd stilstaan bij een rijke moestuin. Deze mensen hebben wel veel werk om het allemaal op te krijgen. Met de bonen die aan de kant van het trottoir staan, is dat in ieder geval niet gelukt: ze zien er geel en verdroogd uit.

Zowel in Dieren als Rheden als Velp, de 3 plaatsjes op deze route, is geen gebrek aan ruime en statige huizen. Hier in Rheden zien we meerdere exemplaren met rieten daken. Het mooiste is een hofje met alleen maar dergelijke huizen, gecombineerd met rode deuren en kozijnen. Hier gaan we onder de poort door.

Trage Tocht Dieren Velp 031

De route is erg afwisselend: we lopen door het bos, langs en door weilanden, over lanen. Het middelste gedeelte is eigenlijk het minst mooie, daar lopen we een hele tijd over een fietspad langs de doorgaande weg. De beloofde ‘90% onverharde weg’ is niet erg realistisch. Maar zo’n 70% haalt het toch wel.

Veel lokale bewoners gebruiken delen van deze route om hun hond uit te laten. We zien er zeker een stuk of 20, in alle kleuren, maten en rassen. Na twee uur lopen pauzeren we een tijdje op een grasveld om onze lunch op te eten. We vrezen dat dat ook wel een hondenuitlaatplaats is, maar je moet toch ergens zitten.

Veel bankjes komen we de eerste 10 kilometer niet tegen. Ook geen restaurants of cafés. En als je dan een bankje ziet, hebben ze hem zo neergezet dat er totaal geen uitzicht is. Zoals onderstaande, waar je tegen het hoge gewas van een maïsveld aankijkt.

Pas als we de Veluwe oplopen, komt er een terras in zicht. Er zijn ook twee grote parkeerterreinen en een speeltuin, dit is een populair wandelgebied. Je kunt vanaf hier de Posbank oplopen. Wij doen dat echter niet. Het is eerst tijd voor een cappucino met appelgebak bij Restaurant Prinsheerlijk.

Het laatste uur van de wandeling gaat weer door het bos. Het is ook het zwaarste deel: je loopt heuvelop en heuvelaf. Volgens de routebeschrijving zitten we nu bij de Kamerdalse berg.

Trage Tocht Dieren Velp 054

Als we al in Velp zijn, en het eindpunt (het station Velp) kunnen zien liggen, pakt de route nog een leuke zijweg mee. We lopen over landgoed Biljoen. Het is hier prachtig herfstachtig, en de 16e eeuwse waterburcht met koetshuis ligt er schitterend bij. Opvallend hoeveel oude kasteeltjes er ook in deze regio nog zijn.

Om kwart over 3 arriveren we bij Station Velp. We zijn bijna 5 uur onderweg geweest, en ieder gaat weer zijns weegs. Het was een geslaagde, afwisselende wandeling in het beste wandelweer dat je maar kunt hebben.

NP Utrechtse Heuvelrug

Het is mooi wandelweer, dus deze zaterdagochtend ga ik een paar uur op pad. Ik kies voor de Kaapse Bossen bij Doorn, onderdeel van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Ik ben al om half 9 op de parkeerplaats. Zelfs op dat vroege tijdstip staan er al zeker 10 auto’s. Ik ga de donkerblauwe route lopen: de ‘Wandelroute Hoogtepunten’. Deze is 9 kilometer lang.

De Kaapse Bossen doen hun naam eer aan – het is inderdaad erg bosrijk hier, de hele route blijkt over bospaden te gaan. Dat loopt lekker ontspannen. Het eerste deel van deze blauwe route loopt aan de ‘andere’ kant van de Leersumse weg. Dit is een lus die weinig toevoegt. De Leersumse weg is druk dus je hoort constant verkeer. Ook wat verder op is het lawaaiig bij een terrein waar sporters in groepjes met een coach hun oefeningen doen.

IMG_3237

Al klimmend kom je wat meer in het hart van de bossen uit. De route is bijzonder goed aangegeven met paaltjes, altijd fijn. Ik heb de route ook op de app van Natuurmonumenten op mijn telefoon staan. Deze is niet nodig om je weg te vinden, maar het geeft wel achtergrondinformatie over bijzondere plekken waar je langs komt. Zoals dit historische Poortgebouw.

IMG_3239

De herfst is inmiddels goed begonnen. Door het natte weer van de afgelopen tijd hoop ik mooie paddenstoelen tegen te komen op deze wandeling. Er staan er wel veel, maar niet zoveel bijzondere.

Naarmate de wandeling duurt kom ik steeds meer mensen tegen. Dit gebied ligt eigenlijk te dicht bij de Randstad en vooral de grote stad Utrecht om echt rustig te zijn. Er zijn honden, kinderen, paarden, hardlopers.

Ik kom langs een Uitzichttoren en de Doornse kei. De laatste is een zwerfkei die door de eigenaren van het landgoed als attractie in het bos werd tentoongesteld toen het toerisme hier op gang kwam rond 1900. Mijn routekaart wijst op het eind nog een prehistorische grafheuvel aan. De aarden heuvel is bedekt met mos, groen en takken.

IMG_3250

NP Nieuw Land

Het najagen van mijn reisdoel voor de komende maanden – het bezoeken van alle nationale parken in Nederland – begin ik deze zaterdag in Nationaal Park Nieuw Land. Dit ligt zoals de naam al doet vermoeden in Flevoland. Het bestaat uit de Lepelaarplassen, Marker Wadden, Oostvaardersplassen en Markermeer. Ik kies voor de Oostvaardersplassen, een moerasgebied belangrijk voor overwinterende vogels.

Net als vorige week slaag ik erin vroeg te zijn: om kwart over 8 zet ik mijn auto als vierde op het parkeerterrein. Al bij het aanrijden vallen de grote groepen vogels op die overvliegen.

Er is een aantal korte wandelingen door Staatsbosbeheer in dit gebied uitgezet. Ik begin met de groene Zeearendroute van 5 kilometer lang. Dit is het enige pad dat echt in de kern van de Oostvaardersplassen komt – de rest is voor bezoekers gesloten. Het is een vlak en verhard pad door het riet.

DSCN0803

Na een paar kilometer kom je bij observatiehut “de Zeearend”. Hier kun je vanaf hoogte wijds over de Oostvaardersplassen uitkijken. Ik val met mijn neus in de boter als ik meteen een arend voorbij zie vliegen. Ik ga er maar van uit dat het de zeearend is, de visarend die hier ook voorkomt is wat witter en volgens waarneming.nl wordt de zeearend hier zo ongeveer dagelijks gezien.

Er is nog een ander stel in de hut aanwezig. Ze hebben een krachtige telescoop bij zich, ik mag ook even kijken naar een uil die ze in het veld hebben ontdekt. Prachtig zo van dichtbij!

Zeearend

Er is van alles te zien vanuit deze hut, hoewel het wel vaak ver weg is. Ook helpen de glazen ramen niet mee om scherpe foto’s te maken. In de verste verte zie je groepen edelherten en ook wat paarden. In de waterige stroken wat meer vooraan zitten de ganzen en eenden.

Een paar honderd meter verderop ligt een andere observatiehut: Wigbels eiland. Deze is half-open en heeft gelukkig geen glas voor de raamopeningen. Je kunt hier minder ver kijken, maar het is een interessante plek voor de wat kleinere vogels. Langs het pad naar de hut groeien bomen met rode bessen die veel vogels aantrekken. Ook in het vervolg van de wandelroute zitten er veel vogels in de bomen, zo zie ik de kramsvogel en een valk of een havik.

Kramsvogel

Over het 5 kilometer lange pad doe ik bijna 2 uur. Door de vele observatiepunten en de enorme hoeveelheid vogels heb je veel om bij stil te staan. Het blijft de hele tijd rustig op het pad, kom nog twee vrouwen ook alleen tegen. Ze zijn beiden voorzien van een camera met een zeer grote lens. Dat moet wel als je hier goede foto’s van vogels wilt maken. Aan het eind van het pad zit er opeens een verrassing tussen het gras: een edelhert.

Als ik weer bijna bij de ingang ben, sla ik af de paarse wandelroute in. Dit “Boswachterspad ’t Lange Pad” is 7 kilometer lang. Het loopt door een wilgenbos en langs nog meer waterpartijen. Je moet hier steeds een aantal wildhekken door. Het gebied wordt bewoond door de zogenaamde “grote grazers”, de herten, paarden en runderen die Staatsbosbeheer hier heeft neergezet om het landschap op een natuurlijke manier te beheren.

DSCN1012

De bekendste grazers hier zijn de Konikpaarden. Dit zijn grijzige paardjes die oorspronkelijk uit Polen & Wit-Rusland komen. Ze leven hier wild. Eerder deze week was in het nieuws dat 150 van hen naar de slacht worden gebracht: ze zijn met teveel. Ik tref een flink groepje aan net voor de vogelkijkhut Krakeend.

Deze vogelkijkhut geeft zicht op diverse eendensoorten. Ook zitten er veel aalscholvers.

Deze paarse wandeling gaat voor een deel door een niet al te interessant ‘bos’ – ik moest eerder denken aan een verwilderd stadspark. Het pad is drassig maar nog wel goed te doen. Af en toe staan er leuke paddenstoelen langs de kant.

Bijna 4 uur na mijn aankomst laat ik de Oostvaardersplassen achter me. Het parkeerterrein is inmiddels volgestroomd, er staan zo’n 60 auto’s. Zo laat op de ochtend en met lawaaiige kinderen denk ik niet dat je nog veel vogels ziet. Ik heb genoten van de rust en met name de eerste wandeling was prachtig.

NP Zuid-Kennemerland

Nationaal Park Zuid-Kennemerland ligt in de duinen tussen Zandvoort en IJmuiden. Ik maakte er vandaag een wandeling van 10 kilometer vanaf de binnenduinrand door duinstruweel en duinbos. Vertrekpunt was Ingang Bleek en Berg in Bloemendaal. Dit ligt tussen de sportvelden waar het zo zaterdagochtend erg druk was met ouders en kinderen. Massa’s auto’s langs de weg. Bij de toegang tot het natuurgebied is er betaald parkeren, wel een voordeel vandaag want daar was nog parkeerplek genoeg.

Ik liep de gele route, de Rondwandeling Koevlak, die prima stond aangegeven met gele banden om houten paaltjes. Deze gaat  voor een groot deel door de duinrandbossen. Dat betekent veel bomen en zandpaden. En meertjes: aan het begin is er al de Oosterplas. Hier mag je zwemmen en dat deden zowaar een aantal mensen; met een graad of 15 was deze laatste dag van oktober zeer zacht.

DSCN1086

In de omliggende kale naaldbossen was een specht druk aan het werk.

Deze gele route bleek erg populair bij hardlopers. Ook stonden op diverse plekken sportende groepjes. Het werd me al snel duidelijk dat het met het vogels kijken niet zoveel zou worden vandaag. Het is eigenlijk teveel een recreatiegebied en dat brengt lawaai met zich mee. Ook vond ik de kleine vogeltjes in de struiken heel schrikachtig. Maar ja, als je iedere zaterdag halfnaakte recreanten voorbij ziet rennen dan zou ik ook niet op mijn gemak zijn.

Net als in de Oostvaardersplassen waar ik vorige week was hebben ze hier grote grazers uitgezet om het gebied te beheren. Er is een schaapskudde, er zijn konikpaarden, shetlandpony’s, Schotse hooglanders en zelfs wisenten. Daarnaast is er ook wat meer inheems wild. Een stel kleine herten rende al voor me weg door de duinen, maar tussen de bomen vond ik een groter exemplaar. Eerst zag ik alleen het lichaam en dacht ik dat het dood was. Maar het bleek een damhertmannetje met een groot gewei dat lag uit te rusten.

Damhert, Zuid-Kennemerland

Na ruim een uur lopen liet ik de bossen achter me en kwam wat meer tussen de ‘echte’ duinen terecht. Hier was het nog drukker met recreanten, er waren zelfs mensen met een soort triatlon bezig – zwemmen tussen de meerkoeten en dan door het zand de duinen inrennen richting zee. Als wandelaar met camera om mijn nek viel ik wel erg uit de toon.

De begroeiing hier bestaat uit struiken en lage bomen – het duinstruweel. Veel struiken met besjes ook, waar ik wat meer vogels had verwacht.

DSCN1189

De route gaat via een lus terug naar het beginpunt Bleek en Berg. Vanaf het uitzichtpunt Starreburg heb je de beste blik over de bosschage aan de voet van de duinen. Mooie herfstkleuren ook. Hier rustte ik voor het eerst deze wandeling uit op een bankje, hoewel ik ook daar wel weer even moest wachten op een fanatieke sporter die er aan het touwtje springen was.

De rest van de route is vrij vlak en saai. De enige opwinding kwam toen ik een groep Schotse Hooglanders pontificaal op het pad zag staan. Het waren er een stuk of 10 en 1 stond op de uitkijk vooraan. Ik besloot er maar in een grote boog door het gras omheen te lopen, me de begeleidende tekst van deze wandeling op de website herinnerend: “Het is verstandig om afstand te houden (ongeveer 25 m)”.

Schotse Hooglanders, Zuid-Kennemerland

NP Oosterschelde

Nationaal park Oosterschelde is het grootste nationaal park van Nederland en bestaat voor 95% uit water. Het beschermt het milieu van de Oosterschelde, die twee keer per dag (zout) water uitwisselt met de Noordzee via de Oosterscheldekering. Ik bezocht het gedeelte in de buurt van Zierikzee. Hier liep ik de 10 kilometer lange Wandelroute Levensstrijd: ‘langs water en land’ van Natuurmonumenten.

DSCN1202

Gratis parkeren kan op een groot terrein net buiten de historische binnenstad. Vanaf daar loop je zo de route van de wandeling op. Ik volg hem via een app op mijn telefoon, maar er zijn weinig aanwijzingen nodig: eigenlijk loop je gewoon een rechthoek langs de kust en dan weer terug naar de stad. Het pad is volledig verhard en ook toegankelijk voor fietsers. Gelukkig zijn er maar weinig mensen op de been (ik startte om kwart voor 9).

Na een minuut of 20 kom je bij het ‘kwetsbare natuurgebied’ Levensstrijd. Je moet een dijkje omhoog lopen om vanaf daar de diepte van de polder in te kunnen kijken. Grote groepen ganzen en eenden strijken hier neer in de wintermaanden. Vandaag zitten er vooral grauwe ganzen en brandganzen.

Brandganzen

Aangekomen bij de brede Oosterschelde stuit je op het havenhoofd, waar een zuil is gemaakt om geluiden van bruinvissen op te vangen als die langszwemmen. Ik druk op de knop, hoor niks en verwacht ook eigenlijk niks. De kans om deze walvissoort te zien schijnt het beste te zijn bij vloed, windstilte en in de middag. Vloed is het, en als ik over het open water uitstaar zie ik zowaar met regelmaat een kleine vin boven het water uitsteken. Bruinvissen lijken een beetje op dolfijnen maar springen niet.

De route volgt verder de kustlijn, waar niet heel veel te zien is. Bij vloed zitten de meeste vogels achter de dijken. Pas bij eb zoeken ze de zandbanken in de Oosterschelde weer op. Bij een strandje zwemt een grote groep rotganzen.

Hierna loopt de weg weer meer het binnenland in, naar waarschijnlijk het meest spectaculaire stuk van deze wandeling. Eerst is er ‘Suzanna’s en Kisters Inlaag’, een reservedijk uit de 17de eeuw. Hier is een meertje waar in de verte nog wat vogels kunnen worden gespot.

Iets verderop ligt Rengerskerke. Hier kun je prachtig de rechte lijnen zien van de karrevelden: daar is klei weggegraven om de dijken vorm te geven. Zo in de herfst hebben ze een roestbruine kleur. In het water zwemmen smienten en verschillende soorten ganzen.

Geleidelijk aan loop je weer terug naar de gemeentegrens van Zierikzee. In de boerenvelden hier zijn duizenden rot- en brandganzen neergestreken. Ik spot er ook nog een kievit en laat een fazant opschrikken als ik langs een sloot loop.

Ik was echt verrast door dit nationaal park: ik verwachtte veel water met de bekende zeevogels. Maar bij vloed en in de herfst ligt de attractie juist achter de dijken, met de kenmerkende inlagen en karrevelden vol water- en weidevogels.

NP Dwingelderveld

Het Nationaal park Dwingelderveld in Drenthe staat bekend om z’n vennetjes, veen en heide. Vanuit mijn huis is het 2 uur rijden naar een onbeduidend parkeerplaatsje aan de Spieregerweg in Dwingeloo waar de Wandeling Koelevaartsveen start. Deze met blauwe paaltjes gemarkeerde wandeling van Staatsbosbeheer is 6.5 kilometer lang.

Vanaf de parkeerplaats loop ik meteen verkeerd – de gele & rode routes starten naar rechts, de blauwe naar links. Gelukkig heb ik het al snel in de gaten en kan ik verder over een breed bospad richting het Koelevaartsveen. Het is een druilerige, vroege ochtend en het is nog schemerig in het bos. Ik kom het eerste half uur niemand tegen.

DSCN1426

Op een gegeven moment stap je het bos uit en de heide op. Dit open gebied is het meest kenmerkend voor het Dwingelderveld. Ondanks het sombere weer is er een variatie aan herfstkleuren te zien in het veld.

Ik heb deze wandeling uitgekozen omdat hij langs het Koelevaartsveen komt. Het ven is hier zo groot dat er ganzen broeden en kraanvogels foerageren. Alleen vandaag even niet: het is ijzig stil. Zo ver als je kunt kijken is er een verlaten vlakte.

Vanaf hier loopt de route via een smal bospad verder. Twee keer kom ik hier een koppeltje soldaten met bepakking tegen, die navigeren met behulp van kompas aan het oefenen zijn. Ze volgen opmerkelijk vaak de blauwe paaltjesroute, daar heb je geen kompas voor nodig.

In een veldje zie ik nog net tussen het hoge gras een stuk of 10 schapen. Hier op het Dwingelderveld zijn twee schaapskuddes met herder actief, maar ook grazen er op bepaalde stukken (zoals hier) schapen zelfstandig zonder herder.

DSCN1457

Tegen het einde van de wandeling loop je opnieuw langs een paar idyllische vennetjes. Ook hier is geen vogel te zien – op de hele route heb ik alleen een luidruchtige specht weten te spotten.

DSCN1483

NP Loonse en Drunense duinen

Terug in Nederland, terug bij mijn winteruitdaging van het bezoeken van alle Nationale Parken. Met vandaag: een korte wandeling door Nationaal Park de Loonse en Drunense duinen.

Het is al weer bijna een maand geleden dat ik in Nederland een Nationaal Park bezocht. Het wordt dus hoog tijd dat ik mijn winteruitdaging weer oppak: het bezoeken van alle 21 parken. Daarom stap ik deze zaterdagochtend om half 8 in de auto om te rijden naar Drunen – een plaatsje tussen Den Bosch en Waalwijk. Daar ligt Nationaal Park “De Loonse en Drunense Duinen”.

Ik parkeer op het grote parkeerterrein, waar het zo vroeg rustig is met nog maar 3 auto’s. Het ligt bij een klassieke ‘uitspanning’, Herberg de Drie Linden. Die is nu gesloten, maar lijkt wel van plan te zijn in de loop van de dag allerlei versnaperingen aan de voorbijgangers te verkopen. De borden met “Glühwein”, “Hete chocolademelk” en de pijl naar de cafeteria staan al klaar.

Vooraf heb ik de wandeling Zwarte Berg van Natuurmonumenten uitgekozen om vandaag te lopen. Het is een korte route van 4,28 kilometer. Hij staat onderweg aangegeven met witte pijltjes. Zeker in het begin is het wel goed opletten: het zijn heel kleine ijzeren pijlen die meestal aan de zijkant van houten paaltjes zijn bevestigd. Deze paaltjes staan vol met aanwijzingen voor andere routes: voor mountainbikers, ruiters, wandelknooppadlopers etc. Gelukkig heb ik de route ook op mijn telefoon beschikbaar via de app van Natuurmonumenten.

Na een paar honderd meter over het geasfalteerde fietspad duikt deze witte route links het bos in. Het bos is hier in de late Middeleeuwen ontstaan toen de omwonenden bomen gingen planten om het stuifzand tegen te gaan dat op hun akkers en weilanden terecht kwam. Het is eigenlijk een milieudrama dat ze zelf veroorzaakt hadden: door het oerbos te kappen en schapen de grond kaal te laten grazen, is de stuifzandvlakte ontstaan.

Er loopt een gemakkelijk, breed pad door een bos dat niet veel verschilt van de bossen die je elders in Nederland tegenkomt. Als ik er loop om kwart voor 9 is de zon net aan het opkomen, maar hij zit nog achter de bomen. Het is dus een beetje duister en saai stuk.

Na zo’n drie kwartier dient zich dan eindelijk aan waarvoor ik gekomen ben: de zandvlakte! Je nadert hem van boven, dit is een leuk stuk om te wandelen omdat je hoog langs de rand via het boomkroonpad loopt.

IMG_3454

De route geeft je dan de keuze om langs de bomen of door het zand verder te lopen. Hier laten de witte pijltjes het even afweten – het blijkt dat je toch echt het stuifzandgebied dwars moet oversteken. De route vervolgt zich aan de andere kant.

Dit stuifzand is dé reden dat dit natuurgebied de hoogste bescherming geniet, het is zogenaamd “levend” stuifzand. Dat wil zeggen dat de wind er vat op krijgt en het zich verplaatst. In totaal is er 30 vierkante kilometer aan stuifzand in dit park.

Hier bij het zand komen een aantal routes samen en ik tref dan ook de eerste andere wandelaars en natuurlijk “mensen met een hond”. Het gebied is ook heel populair bij mountainbikers, maar gelukkig hebben die hun eigen paden. Al die heuveltjes op en af en het mulle zand maakt het zeer geschikt voor mountainbiken. Om te wandelen vind ik het eerlijk gezegd niet echt spectaculair: het bos is gewoontjes en de zandvlaktes zijn klein.

IMG_3463

Na een uur en een kwartier non-stop wandelen ben ik weer terug bij het parkeerterrein. Daar zie ik tot mijn schrik dat het bijna vol staat! Er staan wel 100 auto’s. Hele gezinnen maken zich klaar om de zandduinen in te gaan. Ik ben blij dat ik er al om half 9 was en ongestoord heb kunnen wandelen.

NP De Groote Peel

Nationaal Park De Groote Peel ligt op de grens van Noord-Brabant en Limburg. Ondanks de door vuurwerk onrustige nacht lukt het me om op deze nieuwjaarsdag om 7 uur in de auto te zitten. Om kwart voor 9 rijd ik de parkeerplaats bij Ospel op, waar het bezoekerscentrum van het park is. Er staan maar 2 of 3 andere auto’s.

Ik was eigenlijk van plan het 9 kilometer lange Ommetje aan ’t Elfde te gaan lopen, maar besluit daar op het laatste moment toch van af te zien. Die gps-route gaat grotendeels over onverharde paden, dat is na de vele regen van de afgelopen dagen niet zo’n goed idee. Ik neem daarom vanaf de ingang de blauwe paaltjesroute van 6 kilometer: het Boswachterspad Mussenbaan.

Deze route begint meteen goed, met een uitkijkpunt over het Meerbaansblaak. Dit is een glinsterend vennetje vol met wilde eenden. De meesten daarvan zitten nog te slapen. Je kunt er van de ene kant vanaf een uitkijkvlonder op uitkijken en van de andere kant vanuit een vogelkijkhut.

DSCN2128

Het rechte pad loopt verder tussen het hoge riet en het berkenbos door, tot je bij het ‘gouden’ hoogveen gebied komt. Eerst zie je daar de van berken gemaakte landschapskunst van Dirk Verberne: “Bos verdwijnt waar hoogveen verschijnt”.

Om een bocht ligt de nieuwe uitkijktoren, pas de afgelopen maand geopend nadat de oude was vergaan. Deze is zelfs voor rolstoelen toegankelijk, althans het eerste niveau. Ik klim helemaal naar boven en kijk dan uit over het veen. In de grond zijn de sporen nog te zien van de vroegere turfwinning.

DSCN2145

Daarna vervolgt de blauwe route over een lange ‘knuppelbrug’. De ondergrond is hier zo moerassig dat je dat wel nodig hebt. Het schijnt dat de oude Romeinen ook al boomstammen gebruikten om over deze ondergrond te komen. Het is een mooi pad, maar ook wat glad na een nachtje vorst.

DSCN2161

Het laatste deel van de route loopt tussen de bosrand en de weilanden door. Het is een lang stuk rechtdoor. Enige afleiding komt van grazende Schotse hooglanders in de weilanden. Ook zitten er veel kleine vogels zoals pimpelmezen.

Na anderhalf uur sta ik weer bij de parkeerplaats. Daar is het nog steeds niet druk. Het was een leuke route, met het hoogveengebied als hoogtepunt.

NP Duinen van Texel

Het voelt vandaag een beetje als de laatste dag van de vakantie. Niet dat ik meer vrij heb gehad dan een lang weekend, maar voordat de drukte op het werk weer losbarst ga ik er nog een dag tussenuit. Bestemming vandaag is Texel: ik ga er heen met de boot van half 10. Van alle Nederlandse Waddeneilanden ben ik eerder alleen op Vlieland geweest – heeeel lang geleden met een schoolreisje. Dus Texel voelt bijna exotisch.

Ik neem mijn auto mee op de veerboot, ik heb vier locaties verspreid over het eiland uitgezocht die me het meest aanspreken. Drie locaties maken deel uit van het Werelderfgoed Waddenzee en drie locaties van het Nationaal Park Duinen van Texel. Grofweg ligt het werelderfgoed aan de oostkant én het zuidelijke puntje. Het park bestrijkt de westkust en datzelfde puntje in het zuiden.

DSCN2303

Mijn eerste locatie is De Schorren, een kwelder waar de vogels bij vloed komen uitrusten. Dit hoort niet bij het Nationaal park maar is desondanks erg mooi. Zo vroeg in de ochtend is het echter nog wel erg koud om langs de dijk te lopen; ik heb mijn handschoenen aan een capuchon op. Ik geloof dat de vogels het ook koud vinden, ze zitten namelijk vooral in de luwte achter de dijk. Je ziet hier veel soorten eenden en – de specialiteit van het gebied – tureluurs. De laatsten zijn strandlopers met felrode poten.

Mijn bezoek aan het Nationaal park start in het noordwesten van Texel bij De Slufter. Dit is toeristisch misschien wel het bekendste natuurgebied van het eiland, zelfs op deze zondag staan er zo’n 30 auto’s op het parkeerterrein en zijn er fietsers. Gelukkig is het een groot gebied. Vanaf de duinrand kijk je hier het kwelderlandschap in.

De Slufter, Texel

De Slufter zelf is een kreek die uitmondt in de Noordzee. Bij vloed laat hij delen van het gebied onder water lopen.

Je kunt hier helemaal doorlopen tot aan de kustlijn. Rechts van mij komen drie mannen met statieven aangerend, die naar de vogels gaan staan kijken. Er moet wel iets bijzonders tussen zitten, anders hadden ze niet zo’n haast gehad. Zelf kan ik dat niet ontdekken.

Het landschap is hier heel wijds, het lijkt wel IJsland.

De Slufter, Texel

Na een uurtje stap ik weer in de auto. Ik ga eerst even lunch halen bij De Oude Vismarkt in Oudeschild – verse gebakken vis uiteraard. Daarna rijd ik naar het zuidelijkste puntje van het eiland, vlakbij waar de veerboot aankomt. Bij Mokweg 18 parkeer ik mijn auto: vanaf hier kan ik de laatste twee locaties bezoeken die ik op mijn lijstje heb staan.

De eerste is de Mokbaai. Deze baai is populair bij watervogels. De zon is inmiddels ook verschenen, wat het landschap een gouden gloed geeft.

In deze baai zitten vandaag vooral grote groepen grutto’s.

Grutto's, Mokbaai, Texel

Aan de andere kant van de weg ligt natuurgebied De Hors. Dit is een zandvlakte die in de loop der tijd aan Texel vastgegroeid is.

Ik begin er met een wandeling langs blauwe paaltjes. Dit is een 3,6 kilometer lange route die tussen de twee Horsmeertjes doorgaat. De meren zelf zie je overigens niet zo goed, daarvoor loop je te laag. Maar het is een lekkere wandeling door een heuvelachtig landschap. Hier is het een stuk rustiger dan eerder op de dag bij De Slufter.

Horspolder en de Horsmeertjes, Texel

Op het verste punt van de wandelroute kun je het brede pad nemen dat je verder De Hors in brengt. Hier ontstaan continu nieuwe duintjes, die dan weer begroeid raken met planten en gras. Je kunt er eindeloos rondstruinen, zonder je aan gebaande paden te hoeven houden.

NP De Biesbosch

De Biesbosch is vanuit mijn huis gezien het dichtstbijzijnde nationaal park. Ik heb niet zo’n zin om ver te rijden vandaag, dus stap ik op het comfortabele tijdstip van 8 uur in de auto richting Dordrecht. Daar in de buurt ligt het gebied Tongplaat / Zuidplaatje, onderdeel van de Hollandse Biesbosch. De rijp ligt op de velden na een vriesnacht, maar dat maakt het alleen maar mooier.

Tongplaat en Zuidplaatje liggen bij de Zuidhaven, wat inderdaad een haventje blijkt te zijn. Het parkeerterrein is half bedolven onder een berg voederbieten. Er staan al wat meer auto’s, zowel van vissers als van vogelaars. Dit is een voormalig landbouwgebied dat in 2012 is omgevormd tot ‘Nieuwe Natuur’. Net als de rest van de Biesbosch is het een zoetwatergetijdengebied: door de open verbinding met de zee wordt het rivierwater (de Nieuwe Merwede in dit geval) bij vloed opgestuwd.

Er is niet echt een uitgezette wandelroute, maar je kunt een soort lus lopen naar voorbeeld van dit kaartje. Ik kies ervoor om eerst het verharde pad te pakken naar Tongplaat. Je loopt dan om weilanden heen met hier en daar wat schaapjes. De overvliegende ganzen maken duidelijk waar je naar toe moet: naar de vogelkijkhut. Deze ligt aan de rand van de in 1803 ingepolderde Tongplaat. Nu is het een waterrijk natuurgebied. Het zicht vanuit de hut is uitstekend.

DSCN2528

Er is één vogelaar met grote camera aanwezig en een man met zijn zoontje. Veel bijzondere vogelsoorten zien we niet. Er zijn grauwe ganzen, waterhoentjes, reigers, zilvermeeuwen en bergeenden. Ook zie ik mijn eerste wintertalingen.

Na de vogelkijkhut loopt het pad over het Zuidplaatje, ook een oude polder met akkerland. Er staan nog verschillende bunkers (kazematten) in het landschap: deze zijn tussen februari en mei 1940 door het Nederlands leger gebouwd en hebben dus cultuurhistorische waarde. Ze bieden nu een schuilplaats voor vleermuizen. De wandeling gaat ook door een stukje met wilgenvloedbossen. Een bijzondere bewoner hier is de bever. Zo te zien is er vannacht eentje erg druk geweest!

DSCN2536

Ik loop verder met de weilanden aan mijn linkerhand en het riet rechts. Er zitten veel kleine vogels in het riet, maar het is dicht en ze zitten vaak laag bij de grond. Af en toe zie je er eentje springen. Eerst moet ik het weer met een pimpelmeesje doen, maar dan ‘vang’ ik toch een nieuwe soort: de vuurgoudhaan. Hij heeft een rood streepje op z’n kop dat wel fluorescerend lijkt.   

Vuurgoudhaan, Zuidplaatje

Aan het eind van dit pad kun je nog een stuk naar rechts, waar je vanaf een andere hoek op de Tongplaat uitkijkt. Dit is ook een erg mooi punt. Je staat hier op de oever van de Nieuwe Merwede. Ondanks dat er af en toe grote schepen voorbij varen, dobberen hier in alle rust grote groepen kuifeenden.

Als het nat weer is moet je dan via hetzelfde, grotendeels verharde pad terug. Langs de waterkant loopt echter een ‘laarzenpad’ dat met de vrieskou van vannacht prima te doen is: de grond is keihard. Er zijn een paar kleine zandstrandjes hier en je hoort het klotsen van het rivierwater.

DSCN2629

Langzamerhand kom ik meer wandelaars tegen, genietend van de zon en de vergezichten hier. Ondanks de temperatuur van rond het vriespunt voelt het niet koud aan. Ik loop slechts 4 kilometer maar vermaak me 1 uur en drie kwartier in dit prachtige kleine natuurgebied. De rondgang eindigt met weer een flink stuk rietland.

NP Weerribben-Wieden

Ik heb me een beetje verslapen vanochtend. Dat komt niet zo goed uit, want ik wil bij zonsopkomst weer in een nationaal park staan. En weer op tijd terug thuis zijn om de sneeuw voor te zijn die is aangekondigd voor de middag. De rit vandaag gaat naar Wanneperveen, naar het Nationaal park Weerribben-Wieden. Het laatste stuk gaat over smalle wegen, waar een schaap zelfs even de weg blokkeert.

Het voormalige Nationaal park De Weerribben is in 2009 uitgebreid met De Wieden. Samen vormen ze het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van Noordwest-Europa. De Wieden onderscheidt zich door veel open water. “Wieden” betekent ook “grote plassen”.

Om 9 uur zet ik mijn auto op de parkeerplaats Kierschwijdepad. Bang voor massatoerisme hoef je hier niet te zijn. Er staan 3 andere auto’s en meer dan 20 passen er zeker niet. Vanaf deze plek vertrekken meerdere wandelingen. Vooraf heb ik er 2 uitgezocht die ik wil combineren: het Kiersche Wijdepad (gele pijltjes, 5 kilometer) en het Veenweidepad (rode pijltjes, 4 kilometer). Ze liggen elk aan een kant van de weg.

DSCN2668

Het Kiersche Wijdepad begint na de houten brug in het gras. Ondanks dat het vannacht gevroren heeft is de ondergrond zacht en nat. Je kunt de route met de klok mee of er tegenin lopen, ik kies het laatste. Een echt pad is er eigenlijk niet, ik volg de voetstappen van eerdere wandelaars en af en toe de gele pijltjes.

Je loopt eerst om een groot meer heen. Hier zitten meerkoeten en vooral veel zwanen. Van achter een vogelkijkscherm kun je ze bekijken, maar ze zitten vandaag ver weg.

Daarna begint een gebied met veel riet. Even lijk je er zelfs dwars door heen te moeten lopen. Als de modder teveel en het riet te dicht wordt, steek ik toch maar weer terug naar het gras.

DSCN2720

Zo halverwege loop je een stuk over de verharde weg. Het lijkt op de weg waarover ik aan ben komen rijden, maar de wandelroute maakt nog wat extra lussen.

Terug de bossen in en langs de rietkragen ga ik op zoek naar rietvogels om te fotograferen. Als je een tijdje stilstaat krijg je ze gegarandeerd te zien, als je ook maar iets beweegt hebben ze het gelijk in de gaten en gaan ze een stuk verderop zitten.

In het riet en in de bessenstruiken zitten roodborstjes, meesjes en ook vinken.

DSCN2749

In dit gebied is vroeger zoveel turf gestoken dat het nu erg laag ligt. De ondergrond is zompig en drassig. Zompig wanneer je over de weide loopt, de ondergrond beweegt met je mee en er liggen plassen waarvan je niet kunt inschatten hoe diep ze zijn. Een paar keer moet ik een stuk omlopen omdat het pad onder teveel water staat. Drassig is het in de bosschages, op sommige stukken is het een gladde modderboel.

De wandelroute eindigt weer met een stuk door het open weiland. Ik ben al bijna 2 uur onderweg. De zware ondergrond en het vogeltjes fotograferen hebben tijd gekost. Ik besluit de andere route te laten zitten en terug de warme auto in te stappen. Het was een boeiende wandeling, die in het voorjaar waarschijnlijk nog mooier is als er meer vogels zitten.

NP De Meinweg

Nationaal Park De Meinweg ligt in Midden-Limburg, pal tegen de Duitse grens. Het is een zanderig terrassenlandschap met hoogteverschillen, ontstaan in vroegere rivierbeddingen van de Maas en de Rijn. Ik rijd er vlotjes heen op de vroege zaterdagochtend. Gelukkig heb ik op het laatste moment nog mijn handschoenen in de rugzak gedaan, want de temperatuur om 9 uur is rond het vriespunt.

De bedoeling is om de ‘Paardengatroute’ van Staatsbosbeheer te gaan lopen. Het vertrek daarvoor is de grote parkeerplaats bij de Rijstal Venhof in Herkenbosch. Althans – volgens de beschrijving. In de praktijk moet je vanaf daar nog een kilometer of zo lopen voordat je op de route komt. Deze aanlooproute staat ook niet aangegeven dus ik sta een aantal keer stil om op mijn telefoon te kijken waar ik ben en waar ik het pad op zou kunnen pakken.

In mijn zoektocht naar de donkerblauwe routepijltjes kom ik langs de uitkijktoren. Deze beklim ik meteen maar om wat over de omgeving uit te kijken. Helaas is het landschap nog erg aangetast door de grote brand die hier in april vorig jaar woedde. De grond is zwartgeblakerd, veel heide is verdwenen en bomen zijn tot hun middel verbrand.

DSCN2977

De (half)dode bomen zijn wel aantrekkelijk als je een specht bent. Er is een paar grote bonte spechten aan het timmeren naast elkaar langs het modderige zandpad waarop ik toevallig ben beland.

Uiteindelijk weet ik de donkerblauwe pijltjes te vinden, op wat ook het mooiste gedeelte van deze wandeling is. Tot vorig jaar was er hier waarschijnlijk heide. Nu is het een open zandvlakte met heuvels aan de randen. Hier lopen ook nog een paar andere wandelaars, maar over het algemeen is het erg rustig onderweg.

DSCN2990

De oude loofbomen hebben de brand het beste doorstaan en zijn goed voor mooie plaatjes. Er liggen ook een paar kleine vennetjes. Het symbool van dit park is de adder: hier zit Nederland’s grootste populatie van deze gifslang. Ik houd mijn ogen open en kijk zelfs nog eens extra scherp naar iets ronds en glads wat een banaan blijkt te zijn. De beestjes houden echter van de zon en komen vooral in het voorjaar aan de oppervlakte.

Het wandelpad stijgt en daalt flink voor Nederlandse begrippen. Gelukkig heeft dit deel een stevige zandondergrond – de paden eromheen zijn één grote blubbermassa door de regen van de afgelopen dagen.

DSCN3017

Na een aantal kilometer legt de blauwe paaltjesroute me weer in de luren. Het is een soort lus en voor je het weet sta je weer ergens waar je al geweest bent. Ik loop nog door een naaldbos, waar aan de kanten grote stapels gezaagde boomstammen klaarliggen voor het transport. Via de navigatie op mijn telefoon weet ik na 8,5 kilometer mijn auto weer te vinden.

NP Drentsche Aa

Het is twee uur en een kwartier rijden van mijn huis naar het Nationaal Park Drentsche Aa. Blijkbaar ben ik nog niet helemaal wakker als ik om 7 uur vertrek – ik vergeet mijn camera en drankje die ik de avond ervoor nog heb klaargelegd. Zin om terug te rijden heb ik ook niet, dus ik moet het maar doen met foto’s van mijn telefoon en een drankje bij een benzinestation.

Voor vandaag heb ik de wandeling Oudemolense Diep uitgezocht. Deze start bij de parkeerplaats Molensteeg in het gehucht Oudemolen, in het uiterste noorden van Drenthe.

Oudemolen is genoemd naar een oude watermolen, maar de blikvanger is nu de korenmolen De Zwaluw uit 1837. Dit eerste gedeelte van de lichtblauwe paaltjeswandeling is erg mooi. Het onverharde wandelpad slingert door de zandgronden, met hier en daar wat oude bomen, een boerderij, een ooievaarsnest en (naar ik vermoed) een grafheuvel.

IMG_3625

Het nationaal park Drentsche Aa heette vroeger “Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa”, en dat dekte de lading goed: de “beek” is het stroomgebied van de beek Drentsche Aa, het “esdorpenlandschap” omvat de dorpen aan de rand van heide, akkers, beken en zandgronden. Ook de laatste 5 kilometer met de auto naar Oudemolen ging over prachtige lanen.

In de loop van de wandeling wordt de ondergrond steeds drassiger. Ik denk eerst dat het door de gesmolten sneeuw komt van afgelopen week, maar in de routebeschrijving lees ik dat het hier eigenlijk altijd nat is door opwellend grondwater en de beek die buiten zijn oevers treedt.

Er is een stuk van zo’n 50 meter waar je niet meer kunt uitwijken naar de droge wal. Net als een paar andere wandelaars die ik tegenkom banjer ik maar door de modder. Het blijft bij wat natte schoenen, maar als je even stil staat merk je dat je voet al snel wordt vastgezogen.

IMG_3638

Waar je ook loopt, je ziet het water door het landschap slingeren met vlak aan de kant een rijtje bomen op een wal.

Bij een tweede stuk met blubber raak ik van het pad af: ik kom geen lichtblauwe paaltjes meer tegen. Er was een nog modderiger zijpad, misschien had ik daar in gemoeten. Rechtdoor kom ik vanzelf op een paarse route terecht, die me naar de Gasterse Duinen brengt. Dit is een zanderig heideveld. Ik zie op de navigatie op mijn telefoon waar mijn auto staat, dus ik kan mijn weg wel weer terug vinden.

Aan de rand van de Gasterse Duinen ligt hunebed D10. Dit prehistorisch graf is zo’n 3000 jaar oud.

IMG_3659

Mijn laatste kilometer loop ik langs de kant van de weg terug naar de parkeerplaats. Pas op de laatste meters kom ik weer op de lichtblauwe paaltjesroute terecht. Ze hebben daar zelfs een mooi vlonderpad aangelegd over het brede Oudemolensche Diep, de naam die de hoofdader van de Drentsche Aa hier heeft.

Bij terugkomst is het parkeerterrein gevuld met 50 auto’s. Er staat zelfs een kraampje waar koffie, thee en koek wordt verkocht. Op mijn wandeling was het gelukkig heerlijk rustig, met een enkele andere wandelaar en geen “last” van fietsers of ruiters.

NP De Maasduinen

Dit keer doe ik eens een doordeweekse wandeling. Omdat het zo mooi weer is! En omdat ik er achter kwam dat het maar 1,5 uur rijden is naar Nationaal Park De Maasduinen. Dan zoek ik wel het noordelijkste puntje op, net onder Nijmegen. De wandelroute ‘Broedersbos’ start in Afferden. Of eigenlijk iets daarbuiten: je moet een onverharde weg afrijden om op een ruime parkeerplaats te komen, waarvandaan een aantal paaltjeswandelingen start. Om half 9 is mijn auto de eerste.

Nationaal Park De Maasduinen is een bos- en heidegebied, gelegen op een langgerekte zandrug tussen de Maas en de Duitse grens. De Maasduinen vormen de langste rivierduingordel van Nederland.

DSCN3053

De blauwe paaltjesroute start meteen goed: bij het Zevenboomsven. In een ondiepe kom in het landschap is lang geleden een meertje ontstaan door regenwater. Nu is er zelfs een vogelkijkhut en zie ik een stel eenden. De wandelroute beloofde “idyllische vennetjes” en dit is er in elk geval één.

Er omheen staan heel wat meer bomen dan zeven. Maar er is ook veel gekapt zodat het uitzicht wijds is. Je wandelt over een breed zandpad de Maasduinen op. En er meteen ook weer af.

DSCN3073

Het duinkarakter blijkt op deze wandeling maar beperkt. Tegen de duinen aan groeit ook wat heide, maar vooral is het bos. Een dicht bos ook nog eens. Er is hier in het verleden veel naaldbos aangeplant om stuifduinen tegen te gaan. Het kan zijn dat het door de winter komt, maar echt mooi is het er niet.

In de route zit een grappige lus: je loopt eerst langs de ene oever van een drooggevallen rivierbedding, en dan via de andere oever weer terug.

Die lus is ook een makkelijk herkenningspunt op het kaartje van de route. De houten paaltjes met blauwe kop staan op zich regelmatig en goed zichtbaar langs het pad. Maar er staan ook paaltjes tussendoor met metalen bordjes, waarop ook een / de blauwe route is aangegeven. Meestal wijzen deze twee blauwe richtingaanwijzers dezelfde kant op, maar niet altijd. Bij twijfel dubbelcheck ik het op de kaart op mijn telefoon. Uiteindelijk volg ik vooral de paaltjes met blauwgeverfde kop. Die brengen me uiteindelijk na 8 kilometer weer bij de parkeerplaats.

Tegen het einde wordt het toch nog een beetje Limburg. Er staat een leuk Mariakapelletje langs het pad: de Poaterskapel. Met een bankje erbij, waarop ik mijn drankje & snack nuttig.

DSCN3089

NP Drents-Friese Wold

Dit weekend doe ik een “dubbel” in Friesland: op zaterdag Nationaal Park Drents-Friese Wold, op zondag Nationaal Park de Alde Feanen. Ik overnacht in de omgeving van Heerenveen, vanaf waar beide parken binnen een half uur te bereiken zijn.

Het Drents-Friese Wold is een 61 vierkante kilometer groot gebied op de grens tussen Drenthe en Friesland. Het bestaat uit bos, heide en stuifzanden.

DSCN3100

Voor mijn bezoek start ik vanaf het Buitencentrum in Appelscha. De schrik slaat me een beetje om het hart als ik op het parkeerterrein al diverse auto’s tref, waar mensen hun mountainbikes van af staan te laden. Ik had al gelezen dat het een populair mountainbikegebied is, met dat zand en die heuveltjes. Het begint ook nog eens te regenen, waar ik helemaal niet op gerekend had.

Als wandeling heb ik de “Grote Bos en Duin wandeling” van 11 kilometer uitgekozen. Dit is een combinatie van de witte en de rode paaltjesroute.

Mijn camera blijft het eerste half uur meest beschermd tegen de regen onder mijn jack. Het is niet zo’n interessante aanlooproute en hij loopt deels gelijk met die van de mountainbikers en de ruiters. Ondanks dat het eerste stuk door het bos loopt, word ik toch aardig nat. Typisch voor het landschap hier zijn de kleine heuvels, met begroeiing bedekte duintjes.

Na een kleine 2 kilometer laat ik de andere bezoekers achter me en ga het “kwetsbare gebied” in. Dit is tijdens het vogelbroedseizoen (gestart op 1 maart) verboden voor honden en ook de fietspaden leiden er omheen. Op dit hele stuk, de rode wandelroute, kom ik maar twee keer een andere wandelaar(ster) tegen – twee keer een vrouw alleen.

Langs het pad staan waarschuwingsborden dat je niet van de gemarkeerde route af mag gaan. Tapuit, boomleeuwerik en veldleeuwerik broeden hier op de grond. Als je hier loopt hoor je continu kwetterende vogeltjes maar je ziet ze weinig. Toch lukt het me een veldleeuwerik op de foto te krijgen:

DSCN3132

Je loopt hier verder door een wijds duinlandschap, wat je in deze omgeving toch niet zo zou verwachten. Het is ontstaan doordat eeuwenlange begrazing en afsteken van turf de grond verschraald heeft. Er lopen nog steeds schaapskuddes, maar ik tref alleen een kudde in rust aan achter een hek in een weilandje.

Heide is ook een belangrijk deel van het landschap hier. Het is vast erg mooi als het bloeit. Nu is het wat grauw, net als het weer. De regen is gestopt maar de wolken blijven.

Op het laatste stuk van de wandeling krijg ik opeens de zon in de rug. Dat levert mooie plaatjes op zoals bij twee spiegelende meertjes.

DSCN3177

De route staat erg goed aangegeven en er zijn ook regelmatig bankjes op mooie punten. Aan de rand van het grootste stuk met zandduinen pauzeer ik ook even.

Daarna moet je nog een kilometer of drie teruglopen naar de parkeerplaats via de witte route. Dit stuk is zo mogelijk nog minder interessant dan de aanlooproute in het begin. In plaats van deze combinatieroute kun je het best meteen de rode wandeling kiezen (de Kale Duinen route door het Aekingerzand), die vertrekt vanaf Elsloo.

NP De Alde Feanen

Nationaal Park De Alde Feanen ligt aan de rand van het Friese dorp Earnewald. Het is een laagveenmoeras met o.a. rietlanden, meren en moerasbossen. Ik doe er op de vroege zondagochtend de korte wandeling met de rode paaltjes door het Wikelslan.

Je loopt hier over een zompige ondergrond tussen het water en het riet door. Als het erg geregend heeft moet het een grote modderboel zijn. De paden worden wel toegankelijk gehouden door het storten van houtsnippers.

Wikelslan is een moerasbos(je). Hier is zelfs een vlonderpad aangelegd om je er met droge voeten doorheen te krijgen. Het natte deel met mos en omgevallen bomen ziet er intrigerend uit.

DSCN3219

Aan de andere kant van het bos zit je zo weer tussen het riet. Gakkende ganzen trekken over alsof er een snelweg door de lucht ligt. Rietvogels zijn altijd een stuk moeilijker te zien. Alleen de rietgorsen blijven lang genoeg zitten voor een foto.

DSCN3232

Het verste gedeelte vanaf de parkeerplaats aan de Dominee Offerhausweg gezien is ook het mooist. Blijkbaar is het hier rustiger en kunnen de vogels lekker ronddobberen in de meertjes. Het zijn vooral wilde eenden hier.

Er staan twee vogelkijkhutten in het gebied. Bij de eerste doe ik mijn beste vondst: het is een stel nonnetjes, met het opvallend witte mannetje.

DSCN3247

De wandelroute loopt dan aan de andere kant van de rietlanden terug naar de start. Er staat nog een Amerikaanse windmolen. Deze werd gebruikt als poldermolen, om water van een lager niveau naar een hoger niveau te verplaatsen.

DSCN3257

NP Lauwersmeer

Na het intermezzo in Costa Rica moet ik natuurlijk weer door met mijn “Nationale Parken van Nederland”-actie. Voor het op één na laatste park ga ik naar Lauwersmeer, op de grens van Friesland en Groningen. Om fris en vroeg op pad te kunnen slaap ik vooraf een nachtje in een hotel in Drachten. Nationaal Park Lauwersmeer is ontstaan toen het wad droog kwam te staan na afsluiting van de Lauwerszee in 1969.

De eerste activiteit die ik er ga doen is de “Vogelwandeling”, die start in Kollumerpomp. Op de parkeerplaats tref ik al een aantal vogelaars met enorme cameralenzen. Zij lopen meteen naar een bepaald punt toe, ik volg braaf de witte pijltjes van mijn wandelroute.

De wandeling blijkt een rondje langs het riet te zijn. In minder dan een uur ben ik er mee klaar. Vogels kijken in het riet is een hopeloze zaak, zo heb ik het afgelopen half jaar tijdens mijn rondgang langs de Nederlandse natuurgebieden al wel geleerd. Aan de andere kant van het pad liggen de resten van door de mens op de Lauwerszee gewonnen landbouwgrond. Het zijn rechthoekige vlakken waarin een laagje slib kon bezinken. Na verloop van tijd ontstond zo grasland waar vee op kon grazen.

51142012631_930403c7af_o

Vervolgens rijd ik een half uurtje verder naar het noorden. Daar start in Lauwersoog de Observatietorenroute. De toren geeft je uitzicht over het waterrijke gedeelte van het park.

De 6,5 km lange wandeling gaat over de Ballastplaat, met zijn aangelegde bossen. Dit was eigenlijk een experiment om te zien welke bomen het goed zouden doen op een voormalige zeebodem. Er zijn allemaal nette rijtjes aangeplant. Het ligt nu ook vlak naast een vakantiepark, dus het doet nogal kunstmatig aan.

DSCN4411

Voor ik aan de lange terugrit begin, probeer ik nog bij een uitkijkpunt zonder riet en met vogels te komen. Ik vind het bij de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat. Al bij aankomst zie ik een enorme zwerm ganzen opstijgen. Het blijken honderden brandganzen te zijn die hier gezellig samen in het gras zitten. Als ze ergens van schrikken vliegen ze samen een rondje, maar al snel zijn ze weer met z’n allen op de grond.

De mooi aangelegde vogelkijkhut, waar ook de aanlooproute is afgeschermd zodat de vogels niet gestoord worden door menselijke voetgangers, biedt vooral zicht op eenden en ganzen. Bij de grauwe ganzen zit een stel pluizige jongen, die net als hun ouders best groot uitgevallen zijn.

DSCN4468

NP Schiermonnikoog

Voor het laatste te bezoeken Nationaal Park in Nederland heb ik Schiermonnikoog “bewaard”: het ligt het verst van mijn huis en het is het park waar ik misschien wel het meest naar uit heb gekeken. Dus voor Hemelvaartsdag dit jaar toog ik weer naar de Wadden. Ik overnachtte vooraf een nachtje in Drachten en pakte de volgende ochtend om half 10 de boot uit Lauwersoog.

Nou dacht ik altijd dat Schiermonnikoog een goed bewaard geheim was. Ik tref bij het vertrekpunt echter een grote parkeergarage aan en wijzers naar nog twee parkeerterreinen. Er staan al honderden auto’s van mensen die zich al op het eiland bevinden. Omdat er alleen voetgangers (en fietsers) op de veerboot mee mogen, passen er heel veel op zo’n boot. Deze ochtend is hij zo vol dat ze er nog een extra boot achteraan sturen.

DSCN4494

Al direct uit de haven kun je Schiermonnikoog zien liggen. Het is erg dichtbij, maar toch doet de reguliere veerboot er 50 minuten over. Hij moet een parcours volgen tussen de boeien en de zandbanken door.

Bij aankomst springen alle bezoekers gelijk op een gehuurde of meegebrachte fiets. Enkelingen, waaronder ik, gaan te voet verder. Dit blijkt wel typisch voor Schiermonnikoog te zijn: er zijn meer fietspaden dan wandelpaden. De eerste paar kilometer loop ik over een dijk bedekt met gras: zo kun je zowel de zee zien als de uiterwaarden.  

Ik heb vooraf een wandelroute uitgezocht: de 15km lange ‘Duin en Strand’ wandeling, die een lus maakt over de westelijke helft van het eiland. Bij de jachthaven zitten al hele groepen vogels te wachten tot het weer eb wordt en ze verder kunnen.

DSCN4546

De drukte heb ik inmiddels ver achter me gelaten. De wandelroute van Natuurmonumenten, die overigens nergens aangegeven staat, voert me door de duinvalleien die uitkijken op het Rif. Deze zandvlakte verdwijnt grotendeels bij hoog water. Het pad door de vallei is drassig, maar er loopt er ook eentje parallel door het zand. Ik beklim een duin en ga er een tijdje zitten kijken.

DSCN4582

Een wat drukker stuk duin ligt bij de rode vuurtoren. Hier kun je bijna helemaal met de fiets naar toe, dus er zijn weer gezinnen met kinderen en honden.

De route loopt dan verder langs het Noorderstrand aan de noordrand van het eiland. Ik heb echter trek in lunch en sla dus af richting het dorp. Hier vind ik al snel een terras in de zon bij Strandhotel Om de Noord. Hun vissalade smaakt me goed.

Om een uur of één loop ik weer verder. Ik snijd een stukje af en ga rechtstreeks naar punt 7 van de route: het bos. Dit is zo’n 100 jaar geleden door een graaf aangeplant. De Corsicaanse dennen doen het niet meer zo goed, ze staan er als skeletten bij en alleen de toppen zijn nog groen.

DSCN4614

Het hele middaggedeelte van de route loop ik over fietspaden. Die zijn gelukkig niet al te druk, maar het geeft wel weer aan dat er meer aan fietsers is gedacht dan aan wandelaars.

Aan de oostelijke rand van het aangeplante bos is gelukkig ook wat meer natuurlijk loofbos. Hier hoor je veel vogels – en zie ik mijn eerste Putter! Ik weet hem zelfs scherp op de foto te krijgen.

DSCN4597

Op dit gedeelte van de route zie ik ook maar liefst 3 fazanten. Deze vogelsoort is elders nogal lastig te vinden (misschien omdat er op wordt gejaagd?), maar hier zitten ze vol in het zicht.

Uit de Tweede Wereldoorlog zijn hier nog grote bunkers bewaard gebleven. Er is zelfs een bunkermuseum – nu gesloten. Ik strijk neer op een bankje voor Bunker Wassermann. Deze is door de Duitsers op de hoogste duin van het eiland gebouwd als onderdeel van de Atlantikwal om de geallieerden tegen te houden. Het is er nu superdruk met toeristen en spelende kinderen, maar met wat fantasie en van een afstandje ziet het er uit als een fort op een berg.

DSCN4628

Vanaf de weg langs de bunker kun je recht naar het zuiden doorlopen naar de veerboothaven, nog zo’n 2 kilometer verder. Je loopt hier langs de landbouwvelden, waar honderden brandganzen en rotganzen zijn neergestreken. Als ze zich ergens door gestoord voelen, stijgen ze met z’n allen met veel geschreeuw op om – na een rondje vliegen – weer op dezelfde plek te gaan zitten.

Na ruim 15 kilometer lopen over een geïmproviseerde route ben ik ruim op tijd voor de boot van 16.30 weer bij de veerhaven. Hier zitten ook nog veel wadvogels, zoals deze kleurige Steenloper.

DSCN4679

Leave a comment