World Heritage Traveller

Reisverslag Curacao 2020

Written by:

Programma Curacao

Komende week zit ik op Curaçao. Het is de eerste keer dat ik naar de voormalige Nederlandse Antillen reis. Eindelijk kan ik het laatste werelderfgoed in Nederland afstrepen! Verder ga ik een beetje genieten van de natuur en de zon.

Ik verken het eiland vanuit 1 standplaats, een hotel in Willemstad. Voor een aantal dagen heb ik een auto gehuurd. Ik kijk van dag tot dag wel wat ik ga doen, maar op het verlanglijstje staan in ieder geval:

  • Het enige werelderfgoed van de ABC-eilanden: Historisch centrum van Willemstad.
  • De plantages van West-Curaçao, een mogelijk toekomstig werelderfgoed.
  • Christoffelpark, een gevarieerd natuurgebied.
  • Shete Boka Nationaal Park met een tiental baaien en inhammen.

#741: Willemstad

Wat is het?
Het Historisch gebied van Willemstad, binnenstad en haven, Curaçao omvat vier historische districten die zich in een periode van 300 jaar ontwikkeld hebben. Nederlandse architectuur en stadsplanning hebben zich er aangepast aan het tropische klimaat en zich vermengd met Amerikaanse en Afrikaanse culturele elementen. De havenstad werd in 1634 gesticht vanuit Fort Amsterdam.

Penha gebouw

Cijfer: 7 (Op foto’s zie je vaak alleen maar dat kleurrijke rijtje panden aan de Handelskade, maar er is zoveel meer. Als je aan komt rijden vanaf de hoge Julianabrug kun je al de verschillende wijken van de stad zien. Ze hebben allemaal nog volop voorbeelden van Nederlandse architectuur. Ook het vele water en de bruggetjes doen aan Nederland denken. Er zitten wel veel vervallen gebouwen tussen en ook het gebrek aan toeristen in 2020 heeft veel zaken in de binnenstad al dan niet permanent de deuren doen sluiten).

Toegang: Rondlopen door de stad is uiteraard gratis. Verder is er niet zoveel waar je naar binnen kunt: ik was nog wel geïnteresseerd in het Maritiem Museum en de synagoge, maar beide waren gesloten op de twee dagdelen dat ik er was.

Hoeveel tijd: Een halve dag.

Opvallend: Hoewel ik op mijn eerste ochtend door het tijdsverschil met Nederland al vroeg wakker ben, kan ik pas rond het middaguur Willemstad gaan verkennen. Aan het begin van de dag vallen heftige stortbuien neer uit de donkergrijze lucht. Volgens het lokale weerbericht zal het ’s middags opklaren en dat doet het gelukkig ook. Ik start mijn wandeling door het historisch centrum bij de kathedraal, vlakbij mijn hotel. De straten eromheen staan nog blank, gelukkig is het op de trottoirs nog wel te doen.

Pietermaai kathedraal

Ik heb vooraf 3 wandelroutes uitgeprint, een voor elk van 3 van de 4 buurten die samen het werelderfgoed vormen. Ik begin met Scharloo, een wijk met vrijstaande huizen uit de 19de eeuw. Dé plek hier is de lange Scharlooweg. In de statige gebouwen zitten nu bedrijven en ik zie ook het Zwitserse consulaat. Alle gebouwen zijn zwaar beveiligd en er staan hekken voor. Op straat loopt op zondag niemand, ik tref alleen zwerfhond.

Huis in Scharloo

Het Waaigat scheidt Scharloo van de wijk Punda, het oudste deel van de binnenstad. Om aan de overkant te komen heb je als voetganger de keuze uit 3 bruggen op een rij: de prinses Amaliabrug (2016), de koningin Wilhelminabrug (oorspronkelijk uit 1928 maar vervangen in 2005 door eentje geimporteerd uit Nederland) en de L.B. Smithbrug (vernoemd naar een Amerikaan die in de 19de eeuw ijs importeerde en aan de wieg stond van o.a. het eerste hotel en de eerste elektriciteitscentrale op Curacao).

Doordat er hier zoveel bruggetjs zijn doet dit stukje erg aan Amsterdam denken. Gelukkig gaat het meeste doorgaande autoverkeer over de ook al zo imposante, 56 meter hoge Julianabrug.

L.B. Smith brug

Punda verlaat ik vrijwel meteen weer om nog een stuk water over te steken: de Sint-Annabaai. Hier ligt de oorsprong van het 17de eeuwse Willemstad. Fort Amsterdam herinnert nog aan die tijd dat de toegang tot de haven goed beschermd moest worden tegen piraten en buitenlandse zeemachten.

Fort Amsterdam

De Sint-Annabaai steek je meestal over via de Koningin Emmabrug, de iconische drijvende draaibrug. Op het moment dat ik er aan de walkant sta is de brug echter net open gegaan voor een groot vrachtschip. Op die momenten vaart er een gratis veerboot heen en weer. Daar stap ik ook op en zo ben ik binnen een paar minuten in de wijk Otrobanda. Dit is een woonwijk met zowel arbeiderswoningen als luxere huizen uit de 18de en 19de eeuw.

Otrobanda

Kenmerkend hier zijn de nauwe straatjes in de arbeidersbuurten.

Otrobanda

De geprinte wandelroute door Otrobanda is wat beter te volgen dan die door Scharloo, maar ook hier zijn veel gebouwen van eigenaar verwisseld of in verval geraakt. De routetekst geeft aan dat ik naast de felgele Vrijmetselaarsloge – die er inderdaad nog staat – “een ander bijzonder mooi herenhuis (wit met blauw houtwerk) waarin nu een dokterspraktijk gehuisvest is” zou moeten vinden. Dit stamt nog uit het begin van de 18de eeuw. Wat ik aantref is echter een charmante bouwval.

Otrobanda

Via de Koningin Emmabrug, die net weer gaat sluiten, loop ik terug naar Punda. Voor de eerste dag zit hier mijn route erop.

Emmabrug

De volgende dag loop ik nog een keer door de wijk Punda. Dit bestaat uit een deel dat hoort bij het bestuur van Curaçao en winkelstraten vooral gericht op toeristen. De bestuursgebouwen staan goed in de gele verf maar je kunt nergens naar binnen. De winkelstraten zijn smal en de gebouwen staan bovenop elkaar. Dat maakt dat Punda mijn minst favoriete wijk is van de drie. Het leukste wat je er eigenlijk kunt doen is vanaf een terrasje aan de waterkant de pontonbrug open en dicht zien gaan.

Hato

“Hato” is de naam van het internationale vliegveld van Curaçao en het buurtschap dat er omheen ligt. Ik moet er deze ochtend even heen om mijn huurauto op te halen. De witte ABC bus uit Otrobanda zet me in een minuut of 20 voor de deur af. Het ritje van de westkust naar de oostkust van het eiland kost slechts 1,70 Antilliaanse gulden (0,85 EUR).

In de kleine rode Kia die ik meekrijg rijd ik vervolgens 2 kilometer verder naar één van de bekendste attracties van Curaçao: de grotten van Hato.

Hatogrotten

Druipsteengrotten zijn eigenlijk niet zo aan mij besteed, maar de grotten schijnen in een mooi stukje natuur te liggen. Als je aan komt vliegen uit Nederland valt ook op hoe groen het noordelijk deel van het eiland is. Ik arriveer net op tijd bij de grotten voor de rondleiding van 10 uur. Met mij gaat nog een Nederlands stel mee.

Je klimt eerst 48 treden totdat je op de rots staat waar de ingang tot de grotten is. Vanaf hier heb je uitzicht op de landingsbaan van het vliegveld. En op de boomtoppen, waar ik een grote leguaan door zie kruipen.

Hato2

De grotten zijn in vroeger tijden als schuilplaats gebruikt door zowel de oorspronkelijke bewoners van het eiland (de Arawak-indianen) als gevluchte slaven. Aan de voet van deze heuvel lag in de 18de eeuw één van de grootste plantages van het eiland.

Onder begeleiding van een gids mogen we naar binnen, nadat eerst het water van de regenbuien van gisteren nog even van het pad is geveegd. De grotten bestaan uit verschillende kamers met de bekende druipsteenvormen. Je mag er maar beperkt foto’s maken – de grotten zijn in particulier bezit en ook zou het de aanwezige vleermuizen verstoren.

Hatogrotten

Als de grottentocht er na een half uur op zit begin ik aan de wandeling over het terrein via de “Indian Trail”. Aan het begin van de route staat een bord met de planten en vogels die je hier kunt zien. Het is een pad tussen de bomen en de cactussen door. Er staan borden om te waarschuwen voor giftige vruchten. Kleine leguanen schieten voor mijn voeten weg. Vogels kondigen luidruchtig mijn komst aan. Ik ben de enige bezoeker die er rondloopt.

Hato10a

Op het bord bij de ingang staan afbeeldingen van 9 verschillende vogels, dus ik heb wat om naar uit te kijken. Nadat ik eerst veel moeite doe om een klein vogeltje te fotograferen (een Suikerdiefje), vliegen hoog boven de bomen de maisparkieten luidruchtig heen en weer. Ze laten zich gemakkelijk op de foto zetten met mijn zoomlens.

Maisparkiet

Die lens komt ook goed van pas voor deze Caracara die op de uitkijk zit bovenop de rotswand. Ik spot ook nog een Caribische spotlijster, wat mijn score op 4 brengt van de Curaçaose vogels.

Caracara

Het pad komt uiteindelijk uit bij enkele rotstekeningen uit de tijd van de Arawak. Ik zie er maar één, ze hebben er met verf twee witte pijlen onder gezet anders kijk je er over heen.

Hato9a

NP Christoffelpark

Toen ik een paar weken geleden aan mijn “Nationale Parken van Nederland” uitdaging begon, was ik niet van plan daarbij ook de parken in de voormalige Nederlandse Antillen mee te nemen. Maar ja, als je dan toch op Curaçao bent…. dan heb je met zo’n park zo weer een vakantiedag gevuld.

Curaçao kent maar liefst 3 nationale parken. Het grootste is het Christoffelpark, geopend in 1978. Het ligt in het noorden van het eiland. Vanaf mijn hotel in Willemstad is het 45 minuten rijden over de weg met de zo toepasselijke naam “Weg naar Westpunt”. Ik ben om half 7 vertrokken en rijd zowaar een lange file tegemoet – vast allemaal mensen op weg naar hun werk in Willemstad.

Bij de receptie van het park moet ik 26,5 Antilliaanse gulden (13 EUR) entree betalen. Ik krijg een kaart mee met wandel- en autoroutes. Veel keus aan routes is er op het moment niet: door de regentijd staat een deel van het park onder water. Ik kan gaan lopen over de blauwe Boka Grandi route, maar moet dezelfde weg terug. Dit is een wandeling van anderhalf uur en zo’n 6 kilometer lang.

DSCN1658

Het pad is gemarkeerd met “Amsterdammertjes” met een blauwe kop. Het wijst zich ook grotendeels vanzelf. Aan het begin is het vrij breed. Je zit wel midden tussen de struiken en cactussen. Als ik even stil ga staan om te proberen een vogel te fotograferen, landen er meteen een stuk of 10 muggen op mijn blote benen. Dat gaat een groot deel van de route zo door en is bloedirritant.

DSCN1664

Na het vlakke eerste gedeelte wordt het pad smaller en moet je een beetje stijgen en dalen. Het is een stenig pad, maar goed te doen. Telkens heb je hier mooie vergezichten. Vooral de Sint-Christoffelberg trekt de aandacht – het is met zijn 372 meter het hoogste punt van het eiland. Je kunt hem ook beklimmen maar dat is me te zwaar. Gisteren zijn er nog 2 mensen gewond met een helicopter van de berg gehaald.

Verder staan er veel hoge cactussen langs het pad. Eén keer zie ik een Curaçaos konijn wegschieten – 1 van de 2 inheemse zoogdieren die in het park leven, naast het Curaçaos hert.

DSCN1690

Het eindpunt Boka Grandi blijkt een kleine baai te zijn met een strand. Er staat zelfs een picknicktafel, waar ik even ga zitten om wat te drinken en mijn banaan op te eten. Andere toeristen ben ik op deze wandeling nog niet tegen gekomen.

DSCN1675

De terugweg naar de ingang gaat via dezelfde route, hoewel het soms wel even zoeken is naar het juiste pad als je het tegen de richting in loopt. Ik loop twee keer een stukje verkeerd, maar heb al snel in de gaten dat ik op de heenweg daar niet langs was gelopen. Op een gegeven moment herken je elke omgevallen boom of waterput .

Ik doe nog wat meer mijn best vogels op de foto te zetten. De muggen blijven irritant aan mijn benen zuigen elke keer als ik me even concentreer op een foto. Onderstaande kolibrie zit prachtig stil te poseren boven het wandelpad.

Blauwstaartsmaragdkolibrie

Terug bij de ingang pak ik de auto en ga ik de Noordelijke route rijden. Dit is een 9 kilometer lange rit over een verharde weg door het park. Het is een rondje, grotendeels eenrichtingsverkeer. Onderweg zijn er uitkijkpunten met kleine parkeerplaatsen. Je rijdt hier in hetzelfde gebied als waar ik de wandeling maakte, alleen dan net iets hoger.

Het water hieronder is het Saliña-gebied, dat door de hoge waterstand gesloten is.

DSCN1734

Ook de baai van Boka Grandi zie je hier van boven. Overal is het doodstil, ik kom geen auto tegen onderweg. Het is wel lekker om vanuit de koele auto de omgeving te bekijken, maar ik vind de wandeling toch leuker. Vroeg in de ochtend is het nog net te doen om buiten te lopen: het is in het park verboden om na 10 uur nog aan de klim naar de Sint-Christoffelberg te beginnen, het park sluit zijn poorten helemaal om 3 uur in de middag.

Zoutpannen van Jan Thiel

Ik rijd vanochtend voor het eerst zuidwaarts Willemstad uit. Het plan is om de Zoutpannen van Jan Thiel te gaan bekijken. Jan Thiel(en) was de eerst bekende eigenaar van de belangrijke zoutplantage Damasco, die hier in de 18de eeuw gevestigd was. Er werd zout gewonnen uit zeewater. De zoutpannen worden nu niet meer gebruikt maar je kunt hun structuur nog wel zien. Het bekendst zijn ze tegenwoordig om de aanwezigheid van flamingo’s het hele jaar door.

Ik start mijn bezoek bij Den Dunki, dit is een parkje bestaande uit mangrovebos dat aan de oevers van de zoutpannen ligt. Het ligt middenin de Villawijk Zuurzak – als je je afvraagt waar de rijken van Curaçao wonen: hier dus. Er staan grote huizen met hekken ervoor en vaak met een hond in de voortuin.

DSCN1790

Het pad door de bosjes leidt je in 15 minuten naar de zoutpannen. Het water staat echter zo hoog dat ik maar een klein stukje langs de oever kan lopen. In het droge seizoen kun je er volledig omheen fietsen (lopen is te ver). In de verte zie ik al een aantal flamingo’s. Wat dichterbij staat een eenzame watervogel.

Kleine geelpootruiter

Ik wil nog graag meer zien en vooral de flamingo’s van dichterbij. Dus ga ik met de auto op zoek naar een ander toegangspunt tot de zoutpannen. Dat valt nog niet mee want veel grond hier aan het water is privébezit. Ik kom uiteindelijk uit bij het startpunt van de “Lagoon Trail”. Dat bevindt zich langs de lange weg Kaya Damasco richting het strand. Er is een kleine parkeerplaats maar verder staat er niks aangegeven. Gelukkig is de app maps.me op mijn telefoon ook erg goed in wandelpaden.

DSCN1798

Het blijkt een prettig te bewandelen pad te zijn waarbij je van bovenaf op het water kijkt. Op een gegeven moment vertakt het zich en loop ik naar beneden naar de waterrand. Hier kun je wel een heel stuk de kustlijn volgen zonder dat het al te drassig wordt. Er staan een paar groepjes flamingo’s op redelijke afstand.

DSCN1819

Ondanks dat deze route middenin het toeristengebied is, dichtbij de resorts en strandhotels, tref ik ook hier niet veel meer dan één ouder Nederlands stel aan de wandel. Op de terugweg kijk ik nog wat vogels en lukt het met voor het eerst een grote hagedis op de foto te zetten. Je ziet ze hier op Curaçao telkens in de bosjes wegschieten als je aan komt wandelen.

DSCN1828

Plantagesysteem van West Curacao

Het Plantagesysteem van West Curaçao staat op de Voorlopige Lijst van het Nederlands werelderfgoed. Dat betekent dat het plan is om het in de toekomst “echt” te gaan voordragen. Er is echter nog geen jaar vastgelegd –  er moet meer onderbouwd worden en eventueel samenwerking gezocht met andere Caribische landen. Als laatste redmiddel kan het zelfs worden overwogen om het als uitbreiding op het bestaande werelderfgoed Willemstad naar voren te brengen.

De kandidaat-nominatie omvat 4 voormalige plantages in het westelijk deel van Curaçao. Deze bezocht ik allemaal, verspreid over 2 dagen.

Landhuis Savonet

Mijn eerste was Landhuis Savonet, dat bij de entree van het Christoffelpark ligt. Met een toegangskaartje tot het park mag je ook het huis in. Het landhuis was het hoofdgebouw van de plantage, daar waar de (Nederlandse) eigenaar woonde met zijn familie.

Een paar typische kenmerken van de bouwstijl van zo’n landhuis vallen meteen op bij Savonet: de locatie was bijvoorbeeld zo gekozen dat de passaatwind door de openstaande deuren en ramen van het huis waaide en voor verkoeling zorgde. Ook heeft het een zadeldak om de schaarse regen op te vangen. De muren zijn van versteend koraal en het dak van hout.

Landhuis Savonet

Savonet is nu ingericht als een klein museum, met archeologische vondsten en spulletjes uit de latere tijd van het plantageleven (19de en 20ste eeuw).

Voor een meer diepgaand bezoek is Landhuis Ascencion het meest geschikt. Dit is wekelijks op donderdagochtend op afspraak te bezoeken met een rondleiding. Het terrein wordt beheerd door een Nederlands echtpaar in dienst van een stichting. Het gebouw zelf is eigendom van Monumentenzorg. Het wordt in normale jaren verhuurd voor bruiloften, partijen en vergaderingen, maar dat zit er dit jaar uiteraard niet in. Het Nederlandse ministerie van Defensie echter heeft een speciale band met het gebouw en stationeert hier zijn manschappen als ze op oefening gaan op Curaçao. Bovenin is een slaapzaal gemaakt en het terrein is ook groot genoeg om wat legertenten op kwijt te kunnen.

DSCN1843

Het landhuis Ascencion dateert al uit 1672. Het hoorde bij een plantage waar o.a. mais en fruit werden verbouwd voor de lokale markt. Het ziet er van de buitenkant netjes geconserveerd uit, maar wat het het meest onderscheidt van de andere landhuizen is dat ook het interieur vrij goed bewaard is gebleven. Tot aan enkele meubelstukken uit de 17de eeuw aan toe.

Ook heeft het een galerij aan de binnenzijde die helemaal om de formele kamer in het centrum loopt.

DSCN1836

De rondleiding focust zich op de geschiedenis van het landhuis, van het “plantagesysteem” dat de kern van de werelderfgoednominatie zou moeten vormen is weinig tastbaars aanwezig. De plantages zelf zijn helemaal overwoekerd met bomen en struiken, het brakke water dat er na het leegpompen van de zoetwaterbubbel vanuit de Shell-raffinaderij is gekomen staat maar weinig vegetatie toe.

Ook van het leven van de slaven is niks meer te zien. Zij woonden in hutten naast het landhuis. Wel is een originele slavenbel bewaard gebleven, die op moest roepen om aan het werk te gaan.

DSCN1842

Plantage Knip stamt ook uit de 17de eeuw. Het is vooral bekend om de grote slavenopstand die hier in 1795 uitbrak. Ook dit landhuis is te bezichtigen en er is een museum dat over het leven van de slaven vertelt. Ik kwam er echter voor een gesloten deur te staan, het gebouw is op het moment gesloten (of houdt er heel bijzondere openingstijden op na). Dus hier moet ik me beperken tot een foto van het grote gele complex vanachter het hek.

DSCN1871

Een speciaal geval is Landhuis San Juan. Dit bereik je via een onverharde weg van ongeveer een kilometer. Er is een slagboom en er wordt entree geheven – niet voor het landhuis maar omdat de privé-weg langs het landhuis naar een idyllisch strandje schijnt te lopen. Voor iedere auto die passeert moet 10 Antilliaanse gulden (5 EUR) betaald worden.

DSCN1872

De man die het geld int zit onder een boom voor het huis. Ik parkeer bij hem en zeg dat ik alleen het landhuis wil bekijken en fotograferen. Naar binnen kun je niet – “we zijn aan het renoveren”. Er is veel werk te verzetten hier, aan de voorzijde is het groen aan het oprukken en de achterzijde van het pand is helemaal ingestort. Dit Landhuis San Juan is in particulier bezit en dus niet van Monumentenzorg – het wordt zo wel een zware kluif hier weer wat van te maken.

DSCN1876

Naast deze 4 landhuizen zijn er op Curaçao nog een stuk of 70 andere landhuizen bewaard gebleven (van de ca. 160 die er ooit stonden). Deze anderen zijn ofwel vrijwel helemaal vervallen of hebben een nieuwe bestemming gekregen. In een paar zitten restaurants, zoals in Landhuis Dokterstuin waar “Restaurant Komedor Krioyo” gevestigd is. Als toepasselijke afsluiting van deze autorit langs de plantages eet ik hier mijn lunch.

Landhuis Dokterstuin

NP Shete Boka

Vlakbij het Christoffelpark ligt nog een Nationaal park van Curaçao: Shete Boka. Daar wil ik ook nog graag heen, dus rijd ik voor de derde keer deze week de Weg naar Westpunt af. Ik meld me 2 minuten voor de openingstijd van 9 uur bij de slagboom. De bewakers zijn al aanwezig maar de mevrouw van de kaartjes nog niet. Die komt een minuut of 10 later aangereden. In haar kielzog sluiten nog twee auto’s met toeristen aan, dat zijn er al meer dan ik deze week bij de andere attracties heb getroffen.

DSCN1889

Shete Boka betekent “Zeven monden” – het zijn zeven inhammen aan de noordoostkust van Curaçao. Het gebied is beschermd omdat er 3 soorten zeeschildpadden hun eieren leggen. De schildpadden zijn zelden waarneembaar, toeristen komen hier vooral om te zien hoe de zee tegen de kust beukt.

Het park is netjes georganiseerd. Bij de entree krijg je een routekaart mee. Je kunt met de auto de verschillende inhammen bezoeken of te voet. Een deel van de autoroute is op het moment afgesloten vanwege teveel modder, zodat ik in ieder geval een stuk moet lopen. Ik begin bij de inhammen aan de rechterkant van de ingang (de zuidkant). Je auto kun je kwijt op een parkeerplaats met bewaker. Vanaf daar loop je door het mangrovebos tot je bij de kust bent.

DSCN1922

De eerste inham is Boka Kalki. Hier beukt de zee tegen een rotsplateau aan. Het is fascinerend om te zien met hoeveel kracht dat gaat. Als de zee zich terugtrekt lijkt het wel of je naar een waterval staat te kijken.

Daarna moet ik een stuk lopen over de open vlakte naar de volgende inham. Er is een helder pad. Er groeit hier alleen een lage, rode vetplant. Verder bestaat de ondergrond veelal uit scherpe rotsen van afgestorven koraal. Ik zie slechts een enkele vogel (ik denk een Amerikaanse scholekster).

DSCN1991

Deze route gaat naar Boka Pistol, één van de twee bekendste attracties van dit park. Hier komen de golven uit de zee uit in een nauwe inham die eindigt in een soort put:

DSCN1946

Als het water de put bereikt schiet het, als ware het een pistoolschot, met een knal de lucht in. Het lijkt een beetje op een geiser. Ze hebben hier zelfs bankjes omheen geplaatst zodat je op alle gemak naar het schouwspel kunt kijken.

DSCN1959

Daarna loop ik hetzelfde pad terug naar de auto en rijd ik naar de meest noordelijke parkeerplaats. Vanaf daar loopt een kort wandelpad naar Boka Wandomi, met een natuurlijke brug. Ook hier zijn met houten stellages verschillende uitkijkpunten gemaakt zodat je van boven en van beneden het water onder de brug door kunt zien rollen.

DSCN2012

Terug bij de ingang tot slot ligt Boka Tabla. De inham hier is niet zo spectaculair, maar je kunt via een paar glibberige treden een grot instappen om mee te maken hoe de golven deze telkens met water vult. Het resultaat van een golf is dat je in een donkere grot staat met natte voeten. Als de golf zich weer terug trekt, zie je nog net een streepje horizon.

DSCN2061

Ik vermaak me ruim 2 uur in het park, heb alle inhammen gezien en alle uitkijkpunten beklommen. Het ligt allemaal vol in de zon, dus wandelen hier kan later op de dag heel heet worden. Toch is dat het leukste om te doen, want naast het water zijn de door lava gevormde en door erosie vervormde rotsen op zich al de moeite van een bezoek waard.

Praktische info Curacao 2020

Praktische info over reis naar en verblijf op Curaçao.

Het was een prettig, ontspannen weekje op Curaçao. Er waren maar weinig toeristen en de meesten daarvan lagen op de stranden. Dus ik had de nationale parken, de plantagehuizen, de musea en (soms zelfs) de binnenstad van Willemstad voor mezelf. Het eiland was veel groener dan ik me vooraf had voorgesteld. Dat is natuurlijk ook een effect van de regentijd die van september tot december op Curaçao huishoudt. Ik trof het erg met maar 1 ochtend hevige regen.

Voorbereiding

Elektronische immigratiekaart
Binnen de 48 uur voor vertrek naar Curaçao moet je een via internet een elektronische immigratiekaart invullen. Dit vervangt de papieren versie die je in zoveel landen ziet, waar je dan in de rij voor de grenscontrole met een pennetje allerlei gegevens in zit te krassen. Deze elektronische versie is een stuk vriendelijker voor zowel toerist als immigratiedienst (die niet alles hoeft over te typen). Helaas vragen ze je dan weer wel een printje ervan mee te nemen, dus papier scheelt het niet.

Coronamaatregelen
Nederland werd bij mijn vertrek als medium risicogebied beschouwd door de autoriteiten van Curaçao. Dat betekende dat ik een online gezondheidsverklaring moest invullen én het resultaat van een negatieve coronatest moest kunnen overleggen. Dat laatste regelde ik via een KLM Health Center in Den Haag à 129 EUR. Het resultaat had ik binnen 10 uur retour.

Telefoon
Curaçao valt niet onder de roamingafspraken van de Nederlandse telefoonaanbieders. Bellen en dataverbruik is daarom duur. Toch heb ik er geen lokale simkaart gekocht: er is vaak wifi zodat je toch nog whatsapp en zo kunt gebruiken zonder je data aan te zetten. Ook gebruikte ik het offline maps.me voor de navigatie.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog met KLM Business Class rechtstreeks naar en van Curaçao. Het is 9.5 uur vliegen op de heenreis en 8.5 uur terug. Het zijn erg prettige vliegtijden, vertrek om half 11 uit Nederland zodat ik in de KLM Crown Lounge nog een vers ontbijtje kon genieten. Terug is het grotendeels een nachtvlucht, voor zulke lange afstanden vind ik dat fijn want het lukt me altijd wel wat te slapen. Dit keer ging het allemaal zo snel voorbij dat ik daar nauwelijks tijd voor had.

Weer 2 (oudere) huisjes voor de verzameling. De medepassagiers vochten bijna om het nieuwe huisje 101.

Openbaar Vervoer
Openbaar vervoer is er maar beperkt op Curaçao: wat bussen, minibussen en (dure) taxi’s.

De Bus
De bussen van de ABC (Autobusbedrijf Curacao) zijn grote witte stadsbussen. Ze bieden een behoorlijke dekking van het eiland en zijn bijzonder goedkoop.

De attracties van het eiland zoals de plantages, de nationale parken op het land (Christoffelpark en Shete Boka), de grotten van Hato en de flamingo’s bij de zoutpannen zijn voor een doorgewinterde reiziger allemaal gemakkelijk te bereiken met de openbare bus. De meeste bezienswaardigheden hebben een bushalte direct voor de deur. Bussen rijden een keer per uur of elke 2 uur en vertrekken vanaf zowel de busstations Otrobanda als Punda.

IMG_3409

Om de luchthaven te bereiken, kies je bus 4B van / naar Otrobanda, deze stopt direct bij de aankomsthal en de rit duurt slechts 20 minuten (waar de Punda-bussen een enorme omweg maken en je aan de kant van de hoofdweg achterlaten, vlakbij de autoverhuurders).

Het kost 1,70 Antilliaanse gulden (0,85 EUR) naar de luchthaven en 2,20 (1,10 EUR) naar Westpunt met zijn nationale parken. Je betaalt bij de chauffeur, die wat wisselgeld heeft. Routes en tijden staan alleen weergegeven bij de informatiezuilen op de busstations en niet onderweg

Huurauto
Ik had voor 5 dagen een autootje gehuurd via Sunny Cars bij Avis. Het rijden en parkeren op Curaçao bleek erg gemakkelijk. Ik heb maar zelden de navigatie op mijn telefoon hoeven te gebruiken. Alle wegen leiden naar Willemstad, en verder is er de lange weg naar Westpunt die goed is aangegeven. Benzine is ook spotgoedkoop: ik betaalde 25 EUR voor een volle tank.

Hotels

Omdat Curacao maar klein is verbleef ik de hele week in hetzelfde hotel:

Willemstad: BijBlauw
Dit is een boetiekhotel dat onderdeel is van een complex met restaurant en snuisterijenwinkel. Het hotel (11 kamers?) lijken ze er een beetje bij te doen, het restaurant is het belangrijkste. Ik kreeg een heel ruime kamer aan de voorkant. Met goede airco, een koelkast, een koffiemachine met koffiecups, snelle wifi.

Het ligt in de wijk Pietermaai, zo’n 10 minuten lopen van het echte centrum. Je kunt gratis parkeren in de straat.

Website: https://www.bijblauw.com/
Kosten: 100 EUR per nacht exclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Het ontbijt zat dus niet in de kamerprijs en was in het restaurant pas beschikbaar vanaf 9 uur. Vooral vanwege dat laatste haalde ik zelf gewoon boodschappen waarmee ik elke ochtend mijn ontbijtje maakte. Er zijn diverse grote supermarkten in en om Willemstad, Van den Tweel is een Albert Heijn-variant en ook de Carrefour in de richting van de Weg naar Westpunt heeft een groots aanbod.

Lunch
Lunchen deed ik meestal ergens in de binnenstad van Willemstad op een terras. Het beste vond ik La Bohème, een cafeetje met Zuidamerikaanse inslag. Ze hebben er lekkere fruitsmoothies en zowel koude als warme lunchgerechten. Verder kun je goed zitten op 1 van de 2 terrassen aan het water bij de Emmabrug. Het eten is daar wat minder bijzonder.

Diner
Ik moest even een paar dagen zoeken naar restaurants buiten de puur Nederlandse bubbel van Willemstad. Twee keer at ik vis in een “Creools” restaurant. Twee keer at ik ook heel duur maar lekker een 3-gangen diner in het restaurant van BijBlauw.

Kosten

Inclusief de autohuur gaf ik 162 EUR per dag uit. Dat komt overeen met bestemmingen in West-Europa, dat klopt qua gevoel ook wel. Het hotel en het eten hadden ook wel een stuk goedkoper gekund en ook autohuur is niet strikt noodzakelijk (zie boven).

Ik betaalde eigenlijk alles cash met Antilliaanse guldens, maar je kunt ook veel met een credit card betalen.

Leave a comment