World Heritage Traveller

Corsica & Sardinië 2020

Written by:

  1. Programma
  2. Monaco
  3. Nice
  4. #739: Golf van Porto
  5. Sanguinaires-archipel
  6. Corte
  7. Prehistorisch Corsica
  8. Bonifacio
  9. Caprera
  10. Bosa
  11. Cagliari
  12. #740: Su Nuraxi di Barumini
  13. Praktische info Corsica & Sardinië 2020
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Deze nazomerreis van 2 weken gebruik ik om de Europese kaart wat verder in te kleuren. Op de route liggen mijn op 1 na laatste land in Europa (Monaco), 2 bijzondere eilanden (Corsica, Sardinië), 2 ‘nieuwe’ werelderfgoederen en 4 plekken op de Voorlopige lijst voor toekomstig werelderfgoed.

Met het openbaar vervoer valt dit vooral op Corsica niet mee: daar rijdt op elke route zo ongeveer 1 bus per dag en niks in het weekend. Verder hoop ik dat de veerbootverbindingen de coronaontwikkelingen doorstaan. Het programma is ongeveer:

DatumProgrammaVerblijf
18 septemberVlucht Amsterdam – Nice: 14.20-16.25 KL1257.Ibis Styles Nice Centre Gare, Nice
19 septemberHele dag in Monaco (half uur van Nice), stad bezoeken en een kustwandeling. Nice
20 septemberHele dag in de oude binnenstad en aan de kust van Nice.Nice
21 septemberOchtend nog in Nice, met o.a. de Matisse en Chagall musea. Trein naar Toulon in de namiddag. Daar om 21.00 de veerboot met CorsicaFerries.Hut op veerboot
22 septemberAankomst op Corsica in Ajaccio om 8.00. Bezoek aan de stad en musea.ibis Styles Ajaccio Napoleon, Ajaccio
23 septemberExcursie per boot langs het Scandola natuurreservaat (WE1). Een schiereiland met steile kliffen en rode rotsen.Ajaccio
24 septemberDag naar het bergachtige binnenland van Corsica met de trein. Wandeling in de omgeving van Corte.Ajaccio
25 septemberDag wandelen nabij Ajaccio, bijvoorbeeld bij de Iles Sanguineres.Ajaccio
26 septemberDag autohuur voor de menhirs en prehistorische grafmonumenten in het zuiden van Corsica. Auto inleveren op het vliegveld van Figari en dan doorreizen naar Bonifacio.Best Western Hotel du Roy d’Aragon, Bonifacio
27 septemberDag wandelen nabij Bonifacio met zijn rotsachtige kust.Bonifacio
28 septemberMet de veerboot van Corsica naar Sardinië. Uit de haven van Santa Teresa met de bus door naar Palau.Hotel Del Porto, Palau
29 septemberDag in het natuurgebied La Maddalena (veerboot 15 minuten van Palau).Palau
30 septemberMet de bus naar Sassari, de 2de stad van Sardinië met de mooiste kerk van het eiland.Cafe Bleu Relais, Sassari
1 oktoberMet de bus verder naar het zuiden, 2 uur naar het kleurrijke stadje Bosa. Bomarosa B&B, Bosa
2 oktoberMet bus en train naar Cagliari (3,5 uur), daar bezoek aan de oude stad met o.a. 2 torens uit de 11de eeuw.Hotel Italia, Cagliari
3 oktoberDag autohuur om Su Nuraxi du Barumini (WE2) te bereiken: een archeologische opgraving van een 3 verdiepingen tellende toren. Terugvlucht naar Schiphol met KL1570 van 17.00-19.35 uur.Thuis

Monaco

Er zijn veel manieren om vanuit Nice in Monaco te komen: je kunt met de bus, de trein, de boot. Het is maar 20 kilometer. Ik wilde eigenlijk met de boot, maar die werd de middag van tevoren geannuleerd vanwege te weinig passagiers. Ik vond daarom een alternatieve manier: met de trein naar Carnolès, voorbij Monaco, en dan terugwandelen langs de kust via het Pad van de Douaniers.

Douanepad

Gisteren had ik al gemerkt hoe warm het hier kan zijn, dus ik vertrok vroeg – met de trein van iets over 8. Zo kon ik om kwart voor 9 aan mijn wandeling beginnen. Naar Monaco is het zo’n 2 uur lopen over een verhard en vrij breed pad. Er staan ontzettend veel bankjes langs de route, waarschijnlijk is hij opgezet voor de veelal oude overwinteraars. Onderweg kwam ik vooral veel hardlopers tegen.

De route begint met een lus over het schiereiland bij Carnolès naar Cap Martin.

Carnoles

Specifiek dit stukje kust hoort bij een mogelijk toekomstig werelderfgoed, de Alpen Méditerranée. Het zou het eerste werelderfgoed van Monaco worden – er zijn 8 locaties verspreid over met name de buurlanden Frankrijk en Italië. In Monaco zelf is alleen het zeegebied genomineerd, en dan ook nog eens ver uit de kust in de territoriale wateren. Hier bij Cap Martin kun je aan de rotsen aan de waterkant zien dat dit een vulkanisch gebied was.

Cap Martin

Het pad is gemakkelijk te volgen, maar ondanks het vroege uur is het al flink warm in de zon. Na het schiereiland loop je naast de spoorlijn richting Monaco, dat met zijn wolkenkrabbers van ver te zien is. Het pad gaat zelfs langs Le Cabanon, een strandhuisje van de architect Le Corbusier en één van de 17 locaties van het werelderfgoed dat aan hem gewijd is. Helaas is het gesloten – er zijn rondleidingen met gids maar vanaf september zijn ze dicht tot het volgende seizoen.

Na ruim 2 uur kom ik aan in de straten van Monaco. Er is geen grenscontrole, er staat alleen een bordje alsof je in de volgende gemeente komt.

Entree tot Monaco

Er zijn een paar dingen die onmiddellijk opvallen hier: hoe dicht het bebouwd is en de vele exclusieve auto’s die je voorbij ziet rijden. Met een verfrissend drankje zit ik een tijdje op een bankje te kijken wat er zoal voorbij komt. Je vraagt je af wat ze doen met al die dure auto’s hier, in Monaco zelf valt er niet veel te rijden. Het heeft maar een oppervlakte van 2 vierkante kilometer. Een deel van de stad is tegen de bergwand aangeplakt, vandaar dat er veel tunnels zijn.

IMG_2957

Ik loop langs de jachthaven, die vol ligt met grote jachten. Eentje is de Hampshire II, een 78 meter lange motorboot die 130 miljoen pond waard is en in bezit van een Britse oliemiljardair. Hij is in Nederland gebouwd.

Te voet is Monaco trouwens geen pretje. Het gaat heuvel op, heuvel af. En ik ben al behoorlijk moe van de wandeling er naar toe. Ik heb een lijstje van wat ik wil zien, maar ik loop het Casino al voorbij (ligt te hoog) en ‘de oude stad’ met het paleis en de kathedraal blijken nog een baai en een heuvel verderop te liggen. Op een terrasje bij de Condamine markt ga ik eerst maar wat eten. Hier kun je voor een redelijke prijs Italiaans eten.

IMG_2960

Daarna loop ik nog maar eens een helling op, dit keer naar het Prinselijk Paleis. Ik heb geen plannen om er naar binnen te gaan en het ziet er ook niet zo boeiend uit. Het paleisplein vormt de rand van de oude binnenstad, een toeristisch spektakel zonder op dit moment al teveel toeristen. Ik loop nog door naar de kathedraal van Monaco, waar veel leden van de koninklijke familie begraven zijn. Maar als ik er aankom doen ze net de deuren dicht vanwege een trouwerij!

Prinselijk paleis, Monaco

Aan de andere kant van de paleisheuvel ligt de wijk Fontveille, in de jaren zeventig gebouwd op van de zee gewonnen land. Hier kun je nog een beeldenwandeling doen of de rozentuin bekijken die prins Reinier stichtte voor zijn overleden echtgenote prinses Gracia. Maar ik zie geen manier die vanaf de heuvel te bereiken, het lijkt of je weer helemaal om moet lopen. Daar heb ik geen energie meer voor – op mijn telefoon zie ik dat ik vandaag al 17,8 kilometer heb gelopen. Ik pak dus maar de bus terug naar Nice.

Monaco, de wijk Fontveille

Nice

Nice is een Franse stad met 340.000 inwoners. Het toerisme aan de Rivièra is hier geboren, zeggen ze. Ik ben er 3 nachten tijdens een rustig septemberweekend. De buitenlandse bezoekers zijn ofwel terug naar huis en weer aan het werk, dan wel afgehaakt vanwege de ‘Code Rood’ die de Franse regering deze regio heeft opgelegd. Het stadse leven gaat echter gewoon door, de anti-Coronamaatregelen volgt men met de Franse slag.

De stad heeft veel van zijn monumentale architectuur te danken aan de komst van buitenlanders die het prettige klimaat kwamen opzoeken. Veel Engelse aristocraten, maar ook rijke Russen overwinterden er vanaf het eind van de 18de eeuw.

DSCN9634

Het Museum van Schone Kunsten zit in de voormalige Villa Kotchoubey, een oranje paleis. Het wordt momenteel gerenoveerd en is de hele zomer gesloten voor publiek. De tuin is wel open en wordt door honden en hun bezitters bezocht.

IMG_2973

Door de dichtbebouwde straten bereik ik de befaamde Promenade des Anglais – een kustweg / boulevard gebouwd in de jaren 20 van de 19de eeuw op initiatief van de Britten. In 2016 was dit het terrein van een terroristische aanslag met een truck, waarbij 87 mensen om het leven kwamen. Ik weet niet precies waar het gebeurd is, maar ik zie geen blokkades of monument. Mensen joggen, wandelen, fietsen of skateboarden nu weer gewoon de lange boulevard op en neer.

IMG_2974

Langs deze zeeboulevard liggen de meest imposante gebouwen van Nice. In een parkje iets van de weg af ligt Hotel Massena, waarin een stadsmuseum gevestigd. Er zijn maar enkele bezoekers en de entree is ook nog eens gratis vandaag. De villa is de moeite waard vanwege zijn tekeningen van het oude Nice – bijvoorbeeld eentje waar alle huizen langs de boulevard van een naam van de (meest buitenlandse) eigenaar zijn voorzien. Nice is pas vanaf 1860 onderdeel geworden van Frankrijk, daarvoor was het lange tijd onderdeel van het Italiaanse koninkrijk Piedmont-Sardinië.

IMG_2995

Ik ben het museum net uit als het begint te regenen. Eerst sta ik een tijdje onder een boom te schuilen, maar als het gaat onweren zoek ik maar een cafeetje op. Als ik een half uurtje later weer op weg ga lijkt het even droog te zijn, maar daarna valt de regen met bakken uit de lucht. Ik vind uiteindelijk een visrestaurant om de tijd met een lunch uit te zitten. Het restaurant ligt aan de bloemenmarkt in het oude centrum van Nice.

IMG_2999

Daarna heb ik niet zoveel zin meer om verder te wandelen – je kunt nog helemaal langs het water lopen naar de kaap, maar na het gesjouw door Monaco van gisteren hoeft dat voor mij niet zo meer. Ik pak de tram terug naar het hotel.

De volgende dag heb ik een ander stadsdeel van Nice op het programma staan: Cimiez. Dit is gebouwd op de plek van een voormalige Romeinse stad. Het ligt op een heuvel ten noordoosten van het stadscentrum. Dit keer ben ik wel zo slim om de bus te nemen, bus 5 stopt bij de belangrijkste musea in deze wijk. Eén daarvan is het Matisse museum – maar daarvan zag ik vanochtend op internet opeens dat ze het voor 2 weken gesloten hebben om een nieuwe tentoonstelling op te bouwen. Ik stap daar toch maar uit de bus, erbij ligt ook het klooster van Cimiez en de kloostertuinen.

IMG_3019

Naast het Matisse museum liggen de opgravingen van de Romeinse stad Cemenelum. Ze zijn te bekijken via het archeologisch museum. Ook hier ben ik een van de weinige bezoekers.

Halverwege de heuvel af, weer op de terugweg naar het centrum, ligt het museum van een andere bekende Franse kunstenaar: Marc Chagall. Bij zijn leven heeft hij dit nog zelf helpen ontwerpen. Chagall is vooral bekend door zijn glas-in-lood ramen en daarvan zijn er hier ook 3. Maar het museum heeft ook 2 grote mozaïeken van zijn hand en vele kleurrijke schilderijen en tekeningen. Het is niet zo groot maar wel erg mooi.

IMG_3044

Voordat ik op de trein stap naar Toulon (voor de boot naar Corsica) kijk ik nog bij de Russisch-Orthodoxe kathedraal die aan de noordkant van het station ligt. Ook deze is van de hand van buitenlandse bezoekers aan Nice: het was een geschenk van de Russische tsaar Alexander II voor de Russische gemeenschap.

IMG_3055

Over het algemeen vond ik Nice wel een aangename stad, hoewel het geen grootse bezienswaardigheden heeft. Het is een beetje Italiaans en een beetje Frans. Er zijn prettig veel cafeetjes en je ziet veel groen, inclusief de alomtegenwoordige palmbomen.

#739: Golf van Porto

Wat is het?
De Golf van Porto: Calanches van Piana, Golf van Girolata, Scandola natuurreservaat omvat de kustlijn van het Scandola schiereiland op Corsica. Het is een rotsmassa van ‘porfier’ (hard en purperkleurig gesteente) met ontoegankelijke grotten en rode kliffen. Land en zee bevatten beschermde planten- en diersoorten die kenmerkend zijn voor het Middellandse Zeegebied.

DSCN9930

Cijfer: 7,5 (Vooraf dacht ik: een stel rode rotsen, hoe interessant kan het zijn? Maar het had toch een opmerkelijk hoge waardering van mijn collega-werelderfgoedreizigers. En inderdaad: de kust is prachtig, ik maakte er meer dan 400 foto’s!).

Toegang: Er is geen entreeprijs. Ik ging er heen met een boottour, die 59 EUR kostte.

Hoeveel tijd: De boottour vanuit Ajaccio duurde 10 uur. Daarvan waren we zo’n 4 uur in het gebied van het werelderfgoed.

Opvallend: Het gebied is het best vanaf zee te zien, dus ik maakte het mezelf gemakkelijk met een georganiseerde boottour van één van de twee grote aanbieders in de haven van Ajaccio. Ik voer met Nave Va, hoewel ze een boot gebruikten van hun concurrent Decouvertes Naturelles. Om 8 uur verzamelden zich zo’n 35 passagiers op de kade voor het vertrek. Onderweg pikten we op nog 2 plaatsen extra passagiers op, waardoor we uiteindelijk met zo’n 70 man waren. Veel, maar zeker nog geen volle boot. Ik zat lekker op het voordek.

DSCN9694

Op het eerste stuk vermaakten de fotografen zich met een enorme donkere wolk in de verte, die regen over Ajaccio uitstortte. Het leek alsof wij steeds voor de buien uit voeren, maar net voordat we de draai de Golf van Porto in maakten begon het ook bij ons hard te regenen. Gelukkig was er voor iedereen plaats in het overdekte gedeelte van de boot.

In de mist en regen doorkruisten we de baai tot aan het Scandola natuurreservaat. Precies daar hield de regen op en kwam er zowaar wat zon tevoorschijn. Om de rotsen goed tot hun recht te laten komen is dat wel nodig, juist door de zon worden ze mooi oranje-rood van kleur.

DSCN9816

Niet alleen aan de kust maar ook in zee zie je de rode rotsformaties. In onderstaande rots is met wat fantasie een menselijk hoofd te herkennen.

DSCN9889

Rond lunchtijd werden we afgezet bij Girolata, het enige dorpje hier aan de kust. Hier wonen maar zo’n 40 mensen. Het kan alleen vanaf zee of via een wandelpad bereikt worden, er is geen weg naar toe. Dit is dé lunchstop voor alle boten en bootjes, dus er zijn genoeg restaurants. Ik ging naar het luxe Le Bel Ombra, waar ik de typisch Corsicaanse courgette beignets vooraf at en daarna tonijn. 50 EUR armer wandelde ik daarna nog wat door de omgeving en ging wat zitten lezen op het strand. Het strand lag vol met harige bolletjes, die ik nog kende van het Spaanse eiland Formentera: het zijn de resten van Posidonia zeegras.

DSCN9986

Het weer bleef de rest van de middag gelukkig zonnig. We voeren terug naar het noorden, via het derde deel van dit werelderfgoed: de Calanches van Piana. Het is een landvorm in de vorm van een diepe vallei met steile hellingen, deels ondergedompeld in zee.

DSCN0050

Er is minder groen hier dan in het Scandola natuurreservaat. Daarvoor in de plaats zijn vlakke, hoge rotswanden gekomen. Maar in dezelfde kleur rood. Tegen één van de wanden is een nest te zien van een visarend. Dit was één van de weinige plekken in Europa waar de visarenden zich voortplantten, maar de laatste jaren zijn ze ook elders in Europa (o.a. in de Biesbosch) aan een terugkeer bezig. De vogels zelf zagen we niet, als ik het commentaar van de Franse gids over de luidsprekers goed verstond waren ze al op weg naar hun overwinteringsplaats in Afrika.

DSCN0059

De rotswanden van de Calanches kennen ook veel grotten. De kleine bootjes om ons heen voeren er in en er uit, maar ook met ons relatief grote schip kwamen we dichtbij. De schipper duwde telkens eerst de neus van het schip tegen de ingang van een grot aan, en keerde daarna 180 graden zodat ook de passagiers op het achterdek de grot in konden kijken. Net als eerder op de dag bij het Scandola-reservaat was er ruim de tijd om iedere rots, doorkijkje of grot te fotograferen.

DSCN0087

Na de Calanches restte nog de 2,5 uur durende vaart terug naar Ajaccio. Het was een lange zit, maar de moeite waard.

Sanguinaires-archipel

Op Corsica verblijf ik de eerste 4 nachten in Ajaccio. Niet omdat deze hoofdstad zo veel bezienswaardigs heeft, maar het is eigenlijk de enige plek op het eiland waar je met het openbaar vervoer nog ergens kunt komen. Voor vandaag heb ik de landtong Parata en de Sanguinaires-archipel uitgekozen. Deze zijn bereikbaar met stadsbus 5.

Als ik in wil stappen blijkt dat je bij de chauffeur geen kaartje meer mag kopen. Je moet een code sms-en naar een bepaald telefoonnummer en krijgt dan het kaartje op je telefoon. Maar ja, met mijn Nederlandse abonnement krijg ik dat niet voor elkaar.  Ik blijf de hele rit van 25 minuten prutsen, maar de Corsicaanse busmaatschappij houdt 1 EUR tegoed van mij.

Pointe de la Parata

Parata is het einde van de busroute en het begin van het beschermde natuurgebied dat deze landtong vormt samen met de Sanguinaires-archipel. Er is een bezoekerscentrum en je kunt wandelingen doen van verschillende lengtes. Ik kies voor een soort lus in de vorm van een 8, eerst rechts langs heuvel 1 en dan links langs heuvel 2 en dan weer andersom terug. In totaal zou dat 2 uur wandelen moeten zijn.

Pointe de la Parata

Het eerste deel van de route gaat over een natuurpad halverwege de heuvelwand. Het is een nauw pad door de struiken, met hier en daar een bordje dat aangeeft welke planten je ziet. Zo is er de wilde knoflook en een plant met rode bessen, de Sarsaparilla. Deze laatste draagt naar verluidt het favoriete voedsel van de Smurfen!

DSCN0131

Al snel sta ik op de landengte die heuvel 1 en heuvel 2 van deze landtong scheidt. Je hebt hier een prachtig zicht op de laatste heuvel met zijn 16de eeuwse Genuese toren en de Sanguinaires-eilanden die daar in een rij achter liggen. Het doet me zelfs een beetje denken aan Mont Saint-Michel.

Aan het einde van het pad langs de heuvels kijk je uit over zee en de 4 eilanden van de Sanguinaires-archipel. De eilanden zijn onbewoond, hoewel ze in de 19de eeuw een tijd als opvang gediend hebben voor zeelieden die in quarantaine moesten. Op één van de eilanden staat sinds 1838 een vuurtoren. Gisteren, tijdens de boottour naar de Golf van Porto, voeren we nog tussen de 4 eilanden door.

Sanguinaires-archipel

De Sanguinaires-eilanden op een rij, gezien vanaf land

Via een reeks trappen klim ik naar de blikvanger van de Parata-landtong: de Genuese toren uit 1550. Hij ziet er nog stevig uit voor zijn leeftijd. Dit is één van de meer dan 90 torens die de Genuezen bouwden aan de kust van Corsica om het eiland te verdedigen tegen aanvallen van ‘Barbaren’. Dit waren zeerovers uit Noord-Afrika. De (Italiaanse) Republiek Genua maakte van 1280 tot 1755 de dienst uit op Corsica.

Pointe de la Parata

Na de toren heb ik het wel gezien en wandel terug. De wandeling is zeker geen 2 uur zoals wordt voorgesteld, inclusief veel stops om van de uitzichten te genieten ben ik nog geen anderhalf uur kwijt. Op de wandeling terug lonkt het terras van de Brasserie I Sanguinari, dat strategisch ligt tussen heuvel 1 en heuvel 2. Alweer voor de 7de dag op rij kies ik voor iets uit zee: vandaag worden het mosselen met friet.

Bus 5 terug naar Ajaccio laat een uur op zich wachten. Samen met 2 andere vrouwen sta ik in de zon bij de bushalte. Maar ik mag niet klagen, want op de terugreis kan ik weer niet betalen…

Corte

Vier keer per dag gaat er een trein van de hoofdstad van Zuid-Corsica, Ajaccio, naar Bastia, de hoofdstad van Hoog-Corsica in het noorden. Hij doorkruist het hele eiland, inclusief het bergachtige centrum. Over de 165 kilometer doet hij 4 uur. Mijn reisdoel van vandaag ligt halverwege: Corte. Ik pak de trein van tien over 8 van het smoezelige stationnetje van Ajaccio. Uit de trein die aankomt stappen zeker 100 middelbare scholieren, die vanuit de dorpjes in de omgeving in de grote stad Ajaccio naar school gaan.

Station van Ajaccio in de vroege ochtend. Met op de achtergrond de grote veerboten naar Italië en Frankrijk.

In ‘mijn’ trein is het rustig, ik zit tussen de inmiddels gebruikelijke Franse bejaarden – de belangrijkste toeristen op Corsica in het naseizoen. Stoppend in ieder dorpje slingert de trein zich omhoog de bergen in. Het is een gebied met diepe valleien en scherpe pieken. Erg mooi, maar helaas regent het onderweg zodat mijn plannen om vanaf Corte een lange wandeling te gaan maken er somber uit beginnen te zien.

Corte was vroeger de hoofdstad van Corsica. Nu wonen er nog 7000 mensen en is er een universiteit. Het meest kenmerkend is zijn middeleeuwse citadel, die op een piek boven de stad uit rijst. Vanaf het station heb ik het eerste half uur wandelen al te pakken om daar te komen. Het is weer droog geworden gelukkig, maar het blijft dreigen: er steekt af en toe een stevige wind op en dan spettert het weer een beetje.

DSCN0172

De citadel steekt boven Corte uit

Eerst maar eens het oude centrum van Corte bekijken. Het heeft een paar pleinen, steile straatjes en natuurlijk ‘iets met Napoleon’. De Franse keizer Napoleon Bonaparte werd op Corsica geboren en daar wordt je telkens weer aan herinnerd. In Ajaccio was ik al in zijn geboortehuis, hier in Corte staat het huis waar zijn ouders gewoond hebben en zijn oudere broer geboren is…

DSCN0180

Als ik bij het uitkijkpunt achter de Citadel ben, zie ik opeens bordjes voor een korte wandelroute. Ik had vooraf een mooie route gepland van 4 uur langs de rivier Tavignano, maar deze route van 1 uur is met het wisselvallige weer van vandaag het enige haalbare. Dit ‘erfgoedpad’ loopt zelfs een stukje over de route die ik eigenlijk wilde lopen, dus ik zie toch nog wat van de omgeving.

DSCN0198

Het brede pad gaat deels door het bos. Erg goed aangegeven is het niet, maar het lukt me met hulp van mijn telefoon de hele route te volgen.

DSCN0202

Terug in het centrum van Corte bezoek ik nog de Citadel. De buitenroute voert je langs de gebruikelijke torentjes en muren van een kasteel. Binnen biedt het ruimte aan het etnografisch museum van Corsica. Hier wordt de tijd, niet eens zo lang geleden, herdacht dat de Corsicanen met hun schapen en geiten tussen zomer- en winterweiden trokken.

Katholieke broederschappen zijn een nog levende traditie op Corsica

Om een uur of drie verlaat ik de Citadel en ga weer op weg naar het station. Het is inmiddels harder gaan regenen en ik moet een tijd onder een boom schuilen om niet helemaal doorweekt te raken. Op het station zelf moet ik dan nog anderhalf uur wachten (in een gelukkig warme wachtruimte) op de trein terug. Als die er eenmaal is, zit hij vol met studenten die voor het weekend naar huis gaan. Onderweg stappen er nog 6 jongens bij mij in de coupé, die hun meerdaagse wandeling door de bergen gestaakt hebben: té koud en nat.

Prehistorisch Corsica

Zo’n 15 miljoen jaar geleden braken Corsica en Sardinië af van het vasteland van Europa en landden ze door bewegingen van de tektonische platen op hun huidige plek in de Middellandse Zee. En al sinds minstens 7000 voor Christus wonen er mensen op Corsica. Deze vroege bewoners hebben in het binnenland hun sporen nagelaten. Vandaag ga ik een paar van die prehistorische opgravingen bezoeken in het zuidwesten van het eiland. Ik doe dat met een huurauto: met het openbaar vervoer zijn deze afgelegen plekken onbereikbaar.

Mijn eerste stop is Filitosa, een gehucht waar ik na vele slingerwegen aankom. Parkeren kan gewoon langs de kant van de weg, maar het complex zelf ziet er toch groots uit. Je betaalt dan ook 9 EUR entree plus nog 3 EUR voor een gidsje met uitleg. De resten hier zijn in de jaren 40 door een lokale boer op zijn land gevonden. Daarna is het verder uitgegraven door archeologen.

DSCN0259

Filitosa staat vooral bekend om zijn menhirs, grote staande stenen. In dit geval bewerkt als menselijke figuren met een gezichtje erop en soms wapens voorop hun buik. Ze zijn gemaakt door de eerste groep stammen die in deze regio leefden. Ze zijn in de loop der jaren hier op het terrein opgegraven en voor het dramatisch effect weer rechtop gezet. Achteraan het uitgestrekte terrein is ook een steengroeve waar de menhirs werden uitgehouwen.

DSCN0265

De route over het terrein eindigt bij het museum, dat dit jaar geheel vernieuwd is. Het beslaat maar één ruimte, er staat het origineel van de mooiste menhir plus nog wat stukken van andere die her en der gevonden zijn.

DSCN0284

Ongeveer een uur rijden verderop liggen de opgravingen van Cuccuruzzu-Capula. Dit ligt zo mogelijk nog meer afgelegen, alhoewel de weg er naar toe wat rechter en breder is. De exacte plek staat niet aangegeven op mijn autonavigatie, maar als je binnen een straal van 5 kilometer bent staan er borden langs de weg. Op deze laatste kilometers kom ik zelfs nog twee wilde zwijnen tegen!

Dit is een meer bosachtige omgeving. Bij de entree (5,50 EUR dit keer) krijg ik zelfs een boekje in het Nederlands mee. Het is de hele dag al bewolkt dus het wordt een wat duistere boswandeling. Er liggen veel grote stenen, bedekt met mos. Als het erg geregend heeft kun je hier niet lopen, dan sluiten ze het terrein ook af. Een deel van de route loopt over een rechte “weg” door het bos, deels recent aangelegd maar ook deels met een prehistorisch muurtje van grote rotsblokken waar de kracht van meerdere mensen voor nodig is geweest.

DSCN0296

Cuccuruzzu is een stenen dorpje dat je na een half uur wandelen bereikt. Het is een vesting gebouwd door een groep die na de menhirbouwers deze streek bevolkten; ze zijn bekend als de Torenbouwers. De vesting is in de vorm van een cirkel gebouwd en je klimt erin via een stenen trap. Het lijkt op de nuraghi die veel op Sardinië terug te vinden zijn – er is altijd veel communicatie geweest tussen Corsica en Sardinië, de eilanden liggen maar 12 kilometer uit elkaar.

DSCN0314

Aan de achterkant van Cuccuruzzu heb je een mooi uitzicht over de bergen van centraal-Corsica. Daaronder de getande, granieten pieken van de Bavella.

DSCN0308

Het wandelpad gaat dan verder naar La Capula, de tweede prehistorische vindplaats op dit terrein. Opeens bevind ik me weer tussen de mensen: een grote groep Franse ouderen is er aan het picknicken. Ik had hun bus al op het parkeerterrein zien staan. Het is geen gemakkelijke wandelroute door de vele boomstronken en stenen, maar ze zijn goed voorbereid met wandelstokken en professionele wandelkleding.

La Capula blijkt een natuurlijke rots te zijn waar de prehistorische bewoners wat aan gesleuteld hebben om hem voor bewoning geschikt te maken.

DSCN0330

Na zo’n anderhalf uur sta ik weer bij de ingang. Er is nog een derde groep prehistorische overblijfselen hier in de buurt, het Plateau van Cauria, maar ik rijd verkeerd en dan begint het ook nog te regenen. Ik heb wel weer genoeg gezien voor vandaag en reis door naar mijn volgende overnachtingsplaats: Bonifacio.

Bonifacio

Bonifacio is een plaatsje op de zuidelijke punt van Corsica. Het ligt op en tegen een massieve rots, onderdeel van een ruige kust met loodrechte rotswanden. Hier scheidt Corsica zich van Sardinie door de 12 kilometer brede Straat van Bonifacio: “… bij zeelui berucht vanwege de gevaarlijke combinatie van vaak slecht weer, sterke stromingen en een rotsachtige kust.” Ik verblijf hier 2 nachten, om te wandelen door het natuurgebied én om de oversteek naar Sardinië te maken.

De eerste dag regent het al vanaf vroeg in de ochtend. Ik maak er een rustdag van op mijn hotelkamer en kijk op de Franse buienradar wanneer ik weer naar buiten kan. Dat blijkt pas aan het eind van de middag te zijn. Tegen vijven is het droog en verschijnt er een bleek zonnetje. Ik wil alsnog mijn kustwandeling gaan doen: de Sentier Campu Romanilu. Hij duurt op z’n langst anderhalf uur. Ik ben duidelijk niet de enige met dit idee: alle 50 tot 80 toeristen aanwezig in Bonifacio trekken de rots op. Het pad direct langs de kust is echter gesloten: te gevaarlijk, er kunnen stenen naar beneden vallen en als het erg waait dan waai je zo de zee in.

DSCN0353

We nemen dus het pad maar bovenlangs. Dit is breed en normaliter vast erg gemakkelijk. Maar de rots laat niet snel water door, dus de plassen van de regen van de hele dag staan er nog. Met moeite kun je er langs navigeren, maar op een gegeven moment houdt het toch echt op. Ik houd me maar bij foto’s maken van de kustlijn van een afstandje. Sardinië kun je goed zien liggen.

DSCN0354

De kust bestaat uit zacht, wit krijtgesteente. Door de werking van de zee is deze uitgesleten in interessante vormen. Met de auto gisteren reed ik ook langs een deel van deze kustlijn, eigenlijk een mooier deel dan dit. Ik maak wat foto’s, kijk wat rond en besluit dan ook maar de citadel te beklimmen. Deze vesting bovenop de rots is de oude stad van Bonifacio, gebouwd in de 9de eeuw.

De huizen daarboven zien er allemaal wat verlaten en vervallen uit. De activiteit in dit stadje van nog geen 3000 inwoners lijkt zich te hebben verplaatst naar de haven beneden, aan de voet van de rots. Daar liggen veel plezierjachten en is er een reeks aan toeristische restaurants.

DSCN0434

Mijn ongeluk met Bonifacio houdt de volgende dag aan: ik heb een kaartje voor de veerboot om 8.30 uur naar Santa Teresa Gallura in Sardinië. De overtocht, met Moby Lines, duurt maar 50 minuten. Als ik bij de haven aankom staan er al auto’s te wachten, en ook in de passagiersvertrekhal staan er al mensen. Maar – geen boot. De mevrouw achter het loket vertelt iedereen hetzelfde: boot geannuleerd, te veel wind en te hoge golven. Geen idee wanneer hij wel zal gaan, “misschien vanmiddag, misschien morgen”.

De kans dat de boot vandaag nog gaat is echter niet groot, de wind zal de hele dag aanhouden vertelt mijn inmiddels vertrouwde buienradar me. Ik denk na over mijn opties. Dat zijn er niet veel vanuit Bonifacio: je kunt met een bus naar de grote steden Ajaccio of Bastia, maar die vertrekt maar 2x per dag (en de eerste is al weg). Ik wil toch naar Sardinië, heb Corsica nu wel gezien. Ik besluit weg te vliegen via het dichtstbijzijnde vliegveld, Figari. Daar kan ik nog een ticket naar Nice krijgen, vanwaar ik een dag later (als de vluchten allemaal meewerken) alsnog door zal vliegen naar het noorden van Sardinië.

Caprera

Ik ga weer eens met de veerboot, de zoveelste deze reis. Gelukkig is het dit keer niet ver en niet moeilijk: tussen Palau en La Maddalena in het noordoosten van Sardinië varen de hele dag boten in 20 minuten heen en weer. La Maddalena is de ‘hoofdstad’ van de La Maddalena Archipel, een nationaal park bestaande uit zeven grotere en vele kleinere eilanden.

La Maddalena zelf is een redelijk grote plaats, dus voor de echte natuurbeleving moet je nog een eiland verder. Met de bus kun je naar het buureiland Caprera, dat door een dam met La Maddalena is verbonden. Het eiland is maar 15 vierkante kilometer groot, dus ik ga het te voet verkennen. Het heeft ook een netwerk van wandelpaden.

De bus zet me af bij het Garibaldi museum, dat ik later ga bekijken. Ik wil vanaf hier een wandelpad langs de noordkust gaan lopen, maar ik kan het beginpunt niet vinden! Ik loop daarom maar eerst via de asfaltweg over het eiland. Daar raak je de weg in ieder geval niet kwijt en druk is het er ook niet. Ik was ook de enige passagier in de bus.

DSCN0491

Het is heerlijk wandelweer vandaag: zonnig maar niet té warm. Het landschap hier op Caprera boeit. Er liggen veel grote rotsblokken die er zomaar lijken te zijn neergegooid. Daaromheen typische lage planten en struiken uit het Middellandse zeegebied. Een groot deel van de weg gaat door een pijnbomenbos. De bomen buigen allemaal naar dezelfde kant, scheefgegroeid door de wind.

DSCN0496

Aan de zuidkant van het eiland, langs de grote weg, zie ik voor het eerst een bordje dat een wandelroute aangeeft. Het is route 1 naar Borgo di Stagnali. Ik volg het smalle pad door de struiken en langs de kust. Het eindigt na een minuut of 20 in het dorp Stagnali. Vooraf had ik gelezen dat ze hier het toerisme willen ontwikkelen. Er is een geologisch museum, maar dat tref ik gesloten aan. Ook het rest van het dorp lijkt totaal uitgestorven en er staan veel vervallen gebouwen. Een hond blaft me van veraf boos toe. Ik vertrek hier maar weer snel…

DSCN0501

Ik loop nog wat verder over de weg naar het zuiden en kom dan bij een grote parkeerplaats die het beginpunt is van 2 wandelingen. Ik kies wandeling nummer 4, naar Cala Portese. Ook deze staat slecht tot niet aangegeven, maar in combinatie met de kaartjes op mijn telefoon en wat richtingsgevoel weet ik het eindpunt te bereiken.

Cala Portese is een schoolvoorbeeld van waar Caprera en de La Maddalena eilandengroep om bekend staan: een idyllisch strandje. Door de ondiepe zee wordt het droombeeld nog verder aangevuld met zeer helder zeewater. Ik zit hier een tijdje op een rots van het uitzicht te genieten. Later komt er nog een jongen die gaat zwemmen en in de verte staat nog een oude man te vissen. Verder is het uitgestorven.

DSCN0533

Terug loop ik weer over de geasfalteerde weg: die is het makkelijkst en het kortst. Ik kom langs twee tentjes waar ze drank en snacks verkopen. Er zijn inmiddels wat meer mensen aangekomen op het eiland, meest met de auto of met de fiets. Op een van die terrassen stop ik ook voor een drankje.

Daarna loop ik door naar het Casa Museo Garibaldi. Dit is het voormalige woonhuis van Giuseppe Garibaldi, die als een van de stichters van de Italiaanse staat wordt beschouwd. In elke Italiaanse stad is er wel een groot plein of belangrijke straat naar hem vernoemd. Garibaldi was een generaal die leiding gaf aan de militaire campagnes die tot een verenigd Italië leidden aan het eind van de 19de eeuw. Hij sleet zijn laatste jaren hier in alle rust op Caprera.

DSCN0544

Zijn graf is ook hier bij zijn woonhuis. Hij wordt er als ware held vereerd. Als je niks met de man hebt, is er niet zoveel aan.

Na het museumbezoek denk ik nog 2 uur te moeten wachten op de bus terug naar de haven. Ik twijfel of ik zal gaan lopen (het is ruim 5 kilometer). Maar opeens zie ik een bus aan komen rijden – het blijkt dat ik op het weekendschema zat te kijken. Door de week rijdt er hier ongeveer elk uur een bus. Ik kan mijn wandelinspanning vandaag dus tot 12 kilometer beperken.

Oranje luzernevlinder

Bosa

Toen ik mijn route door Sardinië aan het uitstippelen was, zag ik eigenlijk niet zoveel interessants. Natuurlijk, het werelderfgoed Su Nuraxi Du Barumini moest op de lijst en ook het mogelijk toekomstig werelderfgoed de La Maddalena Archipel. De hoofdstad Cagliari zou de plek zijn van waar ik terug vloog naar Nederland, dus die grote stad pakte ik ook maar mee. Maar verder?

Bosa aan de westkust begon al snel op te vallen: het is namelijk een plaatje. Een verzameling gekleurde huisjes tegen een helling. Dus zo kwam ik in Bosa en het zicht bij het aanrijden vanuit de bus was inderdaad schitterend. Ik overnachtte in een comfortabele Bed & Breakfast in zo’n smal, gekleurd huis in de binnenstad. Op de derde verdieping, te bereiken via een steile trap.

DSCN0576

Boven de huizen torent een kasteel. Het is er in de 12de eeuw neergezet door een Italiaanse adellijke familie. Het is uitgebreid in de 14de eeuw toen Sardinië door de Spanjaarden bezet werd. Die bouwden er ook een kerkje op het binnenterrein. Hiervan zijn de muurschilderingen nog goed bewaard gebleven.

DSCN0573

Het kasteel zelf is verder een beetje een lege huls. Vanaf de muren heb je wel een goed uitzicht op de olijfboomgaarden in de omgeving en op de fascinerende structuur van de oude stad.

Vanaf het kasteel liep ik weer naar beneden, naar de brug die de rivier de Temo oversteekt. Hier aan de waterkant heb je zicht op de kathedraal van Bosa en natuurlijk nog meer van die mooie gekleurde huizen.

DSCN0610

Aan deze overzijde van de rivier ligt nog een oud kerkje, maar dat trof ik in de steigers aan. Verder ging ik er op zoek naar een hoog gelegen uitkijkpunt over de stad. Met de bus waren we naar beneden komen slingeren vanaf de naastgelegen heuvelrug, daar had je eigenlijk het beste uitzicht. Ik keek even of ik daar omhoog kon lopen, maar die weg was druk met auto’s en had nauwelijks een berm. Ik liep dus maar wat verder langs de waterkant, hoe verder hoe beter het uitzicht eigenlijk.

Weer terug in de binnenstad liep ik wat rond door de smalle straten met hun hoge huizen, die weinig zonlicht de stad in laten. Er is echter één brede hoofdstraat, de Corso Vittorio Emanuele, waar vanaf de 17de eeuw meer voorname huizen zijn neergezet. Dit is ook meteen het meest toeristische gedeelte van de stad.

DSCN0661

De facades van deze huizen zijn versierd met smeedijzeren balkons. Ze verschillen per huis.

Cagliari

De Sardijnse hoofdstad Cagliari gaat niet voor de schoonheidsprijs. Het is een drukke havenstad, de haven ligt naast het treinstation en daar in de buurt stikt het van de goedkope souvenirwinkels en toeristenrestaurants. Er is veel graffiti op de muren, het stinkt er en alles kan wel een opknapbeurt gebruiken. In die buurt ligt ook mijn hotel, Hotel Italia – dat is wel even een stap terug na de luxe in Bosa. Ik kom gelijk binnen met een groep Fillippijnse zeelieden. Van binnen is het gelukkig wel schoon en ze zijn er vriendelijk.

Aan het eind van de middag loop ik naar de ‘bovenstad’. Op een heuvel ligt de oude citadel en in die wijk zijn de meeste bezienswaardigheden van Cagliari te vinden. Je komt er via smalle, steile straten en trappen. De route wordt maar matig aangegeven, niet voor het eerst deze reis moet ik regelmatig op mijn telefoon kijken waar ik ergens ben. Er rijden zelfs auto’s door deze steegjes, als er één aankomt moet je als voetganger een portiek van een huis induiken om hem te kunnen laten passeren.

DSCN0675

Bastione Saint Remy 

Er zijn opvallend weinig mensen op de been in deze straten. Het maakt de sfeer er niet gezelliger op. Af en toe kom ik een paar toeristen tegen, maar de inwoners van Cagliari leven en wonen blijkbaar allemaal in het laag gelegen gedeelte. Op de resten van de Spaanse Citadel is in de 19de eeuw een groots plein aangelegd met uitzicht op zee.

Blikvanger in deze buurt is de grote kathedraal. Hij hangt bijna over de zijwand van de rots die de bovenstad van Cagliari ondersteunt. Van binnen is de kathedraal een barok festijn met bijzonder veel marmer. De kathedraal is gesticht in de 13de eeuw toen Pisa hier de baas was .en is geïnspireerd op de kathedraal uit die stad.

Kathedraal, Cagliari

Vlakbij ligt de Olifantentoren. Dit is een hoge verdedigingstoren ook uit de tijd van Pisa. Ten tijde van de Spaanse overheersing sloten ze er gevangen in op. Hoofden van geëxecuteerden werden er ook aan opgehangen. Zijn naam dankt het aan het beeld van een olifant dat aan zijn voorkant is bevestigd.

Torre dell'Elefante, Cagliari

Gezegd moet worden dat de straten niet ver van mijn hotel het ’s avonds een stuk beter doen dan overdag. Er zijn veel cafés, terrassen op straat en ook goede restaurants. Ik eet bij de dure Japanner Toyo Sushi mijn op één na laatste vismaaltijd van deze reis….

Palazzo Civico (Cagliari)

Het gemeentehuis, ’s avonds mooi verlicht in de kleuren van de Italiaanse vlag

#740: Su Nuraxi di Barumini

Wat is het?
Su Nuraxi di Barumini is de belangrijkste archeologische opgraving van een nuraghe, een unieke toren uit de Bronstijd van Sardinië waarvan er nog 8000 op het eiland te vinden zijn. Het was een vesting rondom een drie verdiepingen tellende toren. Deze werd bewoond door een familie of clan. De nuraghe van Barumini werd circa 1500 voor Christus gebouwd en 9 eeuwen later verlaten na aanvallen van de Carthagers.

DSCN0753

Cijfer: 6,5 (Het ziet er niet heel spectaculair uit, vooraf had ik er meer van verwacht. Het is natuurlijk ook erg oud, maar de Egyptische piramides zijn honderden jaren ouder. De rondleiding die bij de entreeprijs is inbegrepen is wel de moeite waard.).

Toegang: De entree kost 14 EUR. Dat is inclusief een rondleiding met gids. De rondleidingen zijn elk half uur, in het Italiaans of het Engels. Ook is hetzelfde entreekaartje geldig voor een bezoek aan twee gerelateerde musea in het stadje Barumini.

Hoeveel tijd: Eén tot anderhalf uur.

Opvallend: Barumini ligt op het platteland, zo’n 50 kilometer ten noorden van Cagliari. Er gaat maar één bus per dag naar toe, aan het einde van de middag. Dus als je met het openbaar vervoer wilt moet je wel blijven overnachten. Ik koos voor de snellere optie door op het vliegveld van Cagliari een auto te huren voor een dag. Dan is het maar zo’n 45 minuten rijden.

Ik kan bij aankomst mee met de Engelstalige tour van 11 uur. Naast mij zijn er nog twee Duitse gasten. Een grotere groep Duitsers gaat met een eigen gids op pad. Het complex is niet groot – eigenlijk is het één grote hoop stenen. Het centrale gedeelte met de donkere stenen is de oorspronkelijke nuraghe (toren), de cirkels gemaakt van lichtere stenen zijn huizen van een paar honderd jaar later.

DSCN0721

De gids heeft een boek met afbeeldingen bij zich waarop de oorspronkelijke vorm van de toren te zien is. Het leek op een middeleeuws kasteel, met hoge vestingmuren en uitkijktorens. Trappen en plateaus waren van hout, wat (op één plank na) niet bewaard is gebleven. Net als bij de andere nuraghi op Sardinië is ook hier de top verdwenen. De stenen hebben ze wel teruggevonden. Inclusief de top was dit exemplaar ruim 18 meter hoog.

DSCN0755

Stenen resten van de top van de Nuraghe

Om in de 3 verdiepingen hoge nuraghe zelf te kijken is een moderne houten trap aangebracht – de oorspronkelijke is vergaan. Zo van dichtbij valt vooral de stevige bouwstijl op. De stenen zijn los op elkaar gestapeld, cement was nog onbekend. Naar boven toe zijn steeds kleinere stenen gebruikt. Als je van de top naar beneden kijkt zie je een binnenplaats met een waterput.

DSCN0743

Praktische info Corsica & Sardinië 2020

Voor 2 bestemmingen in Europa was dit best een ingewikkelde reis. Corsica en Sardinië liggen 12 kilometer van elkaar, maar zijn toch werelden van elkaar verwijderd.

Voorbereiding

Coronamaatregelen
Bij mijn vertrek stonden Zuid-Frankrijk en Corsica op code Oranje en Sardinië op code Geel. Dat is de hele reis zo gebleven. Vanuit de landen zelf werden er geen extra belemmeringen opgeworpen voor bezoekende Nederlanders.

Halverwege de reis besloot Italië aan mensen die in Zuid-Frankrijk of Corsica waren geweest een negatieve test te vragen – voor inreis of 48 uur na aankomst. Ik had me al geestelijk voorbereid op een test op het vliegveld van Olbia, mijn inreispunt op Sardinië. Maar er was niets te bekennen en ook werden er geen verklaringen gevraagd (waarschijnlijk ben ik de dans ontsprongen omdat ik met een binnenlandse vlucht inreisde, vanuit Rome).

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog met KLM heen naar Nice en terug vanuit Cagliari (Sardinië). Beiden keren had ik Business Class geboekt, betaald met vouchers van afgelaste reizen van eerder dit jaar. Zo spaarde ik wat extra punten in de jacht naar het heroveren van mijn Flying Blue Gold status voor 2021. Op de terugweg was ik zelfs de enige passagier in de Business Class – afstand houden werd zo wel heel gemakkelijk! Er werd beide keren onderweg een prima salade met een toetje geserveerd.

Daarnaast maakte ik nog een spontane rondvlucht Figari (Corsica) – Nice – Rome – Olbia (Sardinië), alleen om de 12 kilometer zee tussen Corsica en Sardinië te overbruggen. Dit ging met een combinatie van Air Corsica en Alitalia. Allemaal op de dag zelf geboekt en zonder problemen uitgevoerd.

Openbaar Vervoer
Ik reisde met de boot, de bus en de trein. Vooraf wist ik al dat het niet gemakkelijk ging worden. Zeker op Corsica is openbaar vervoer alleen iets voor scholieren en studenten.

De Boot
De veerboot van CorsicaFerries deed wat het beloofde: het leverde me na zo’n 10 uur dobberen op tijd af vanuit Toulon in Ajaccio op Corsica. Dit is een enorm schip, met ook veel vrachtwagens en personenauto’s. Er zijn meerdere dekken, restaurants, winkels.

Met de boot van MobyLines tussen Bonifacio (Corsica) en Santa Teresa (Sardinië) ging het helaas een stuk minder. Door sterke wind konden ze dagen achter elkaar de oversteek niet maken. Hoewel je online kunt boeken en ze je mail- en telefoongegevens hebben, doen ze niet aan proactieve updates. Pas bij vertrek mocht de loketjuffrouw van Bonifacio aan iedereen uitleggen dat de boot niet zou gaan op het geboekte tijdstip en dat ze niet wist wanneer dan wel…

Veerboot van CorsicaFerries in de haven van Ajaccio

De Bus
De bus gebruikte ik alleen voor de kortere afstanden. Op Corsica was het vaak hilarisch. Zo kon ik met geen mogelijkheid betalen voor mijn rit naar de Sanguinares-archipel en reed de bus op een geheel eigen schema. En de bus naar het vliegveld van Ajaccio vertrok natuurlijk juist niet van die halte waar je een kaartje kunt kopen. Op Sardinië was het wat beter georganiseerd en kon je ook via telefoon (met de app DropTicket) kaartjes kopen.

De Trein
Mijn eerste trein nam ik tussen Nice en Toulon, om bij het vertrekpunt van de veerboot te komen. Dat ging nog bijna mis, omdat we onderweg stil kwamen staan omdat de trein voor ons “een dier of een persoon” had geraakt. Uiteindelijk leverde dat een uur vertraging op, gelukkig had ik twee uur speling ingebouwd. Ik had hier een eerste klas kaartje gekocht, wat niet echt een luxe zitplaats opleverde (niet eens een stopcontact bijvoorbeeld).

Mijn tweede treinervaring was op Corsica. Daar rijden dagelijks een paar treinen dwars over het eiland van Ajaccio naar Bastia. Ik stapte halverwege uit in Corte. Ook dit was niet echt een luxe ervaring, maar de trein bracht me wel op tijd waar ik wezen wilde.

Tot slot reisde ik op twee trajecten met de trein door Sardinië. Dit beviel een stuk beter: het was rustig in de trein, de stoelen zaten prettig en er waren stopcontacten. Ik heb lekker zitten lezen.

De trein op Sardinië

Huurauto
Het is altijd wat met huurauto’s bij mij. Gelukkig heb ik nog nooit pech onderweg gehad. Maar wegrijden vanaf de verhuurplaats is telkens weer spannend. Dit keer moest een Corsicaan me helpen om zonder schade tussen geparkeerde auto’s van het parkeerterrein in Ajaccio weg te rijden. En gingen een Duitser en ik op zoek naar waar Hertz in Cagliari onze huurauto’s had verstopt.

Het liefst doe ik de hele reis met openbaar vervoer, maar in het weekend reed dat niet tussen Ajaccio en Bonifacio in Corsica en mijn werelderfgoed op Sardinië was ook niet binnen een dag met de bus te bereiken.

“Je krijgt een iets grotere auto mee…”

Hotels

Er zaten veel fijne hotels bij deze reis. Vaak omdat de bezetting in de hotels zo laag was kreeg ik een extra mooie kamer.

Nice: Ibis Styles Nice Centre Gare
Typisch Ibis hotel, gelegen tussen het centrum en het station. Modern, fris. Ik had er de eerste 3 dagen een kamer met balkon. Na mijn bezoek aan Corsica was ik er nog een nacht, toen betaalde ik veel minder. Het ontbijt is hier uitstekend. Er is een binnentuin waar je het kunt opeten.

Website: https://www.booking.com/hotel/fr/ibis-styles-nice-centre-gare.nl.html
Kosten: 90 EUR per nacht inclusief ontbijt (69 EUR toen ik nog een nacht terug kwam)

Hut op veerboot van Corsica Ferries
Voor de nachtelijke overtocht met Corsica Ferries van Toulon naar Ajaccio had ik een hut geboekt. Bij het instappen kreeg je een sticker met een (willekeurig?) nummer en daarmee kun je je hut vinden. De sleutel zit al in het slot, dus geen gedoe met inchecken of sleutels uitdelen. Ik heb hier heerlijk geslapen, dat geschommel op de boot is wel lekker. Hut had geen zicht op de buitenwereld, dus voor langer dan 1 nacht was het wel wat claustrofobisch geworden.

Website: https://www.corsica-ferries.co.uk/
Kosten: 58 EUR per nacht exclusief ontbijt

Ajaccio: Ibis Styles Ajaccio Bonaparte
Nieuw hotel in de buurt van het station van Ajaccio en ook op loopafstand van de haven met de veerboten. Ze lieten me hier al om 9 uur inchecken toen ik vers van de boot stapte, toen kon het al niet meer stuk natuurlijk.

Website: https://www.booking.com/hotel/fr/ibis-styles-ajaccio-napoleon.nl.html
Kosten: 122,50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Bonifacio: Le Roy Aragon
Le Roy Aragon is een hotel aan de haven van Bonifacio. Verhoudingsgewijs met de andere hotels was het te duur. Ontbijt moet je ook bijbetalen: er zit een cafeetje bij en daar kun je kiezen uit een paar varianten (8 EUR voor een continentaal ontbijt). Niet heel gezellig, maar dat kan ook aan het slechte weer gelegen hebben dat ik in Bonifacio had.

Website: https://www.booking.com/hotel/fr/du-roy-d-aragon.nl.html
Kosten: 129 EUR per nacht exclusief ontbijt

Palau (Sardinië): Hotel del Porto
Hotel del Porto is een door twee generaties gerund familiepension in een ‘gewone’ straat in Palau. Het ligt wel dichtbij de haven en de restaurants. Ik had een kamer met een ruim balkon en zelfs een wasrekje. Bij het ontbijt hadden ze een tussenvorm gevonden tussen een buffet en het serveren aan tafel: je mocht aanwijzen wat je wilde hebben en dan kwamen ze het brengen. Jongste generatie spreekt goed Engels.

Website: https://www.booking.com/hotel/it/del-molo.nl.html
Kosten: 87 EUR per nacht inclusief ontbijt

Bosa: B&B Bomarossa
B&B Bomarossa is een pension met maar 4 kamers, gevestigd in een traditioneel oud smal pand in de binnenstad van Bosa. Ik had er een heerlijke kamer met veel licht en uitzicht. Bed lag fantastisch. Prima ontbijt ook. Aardige eigenaren die goed Engels spreken.

Website: https://www.booking.com/hotel/it/bomarosa-b-amp-b.nl.html
Kosten: 61 EUR per nacht inclusief ontbijt

Cagliari: Hotel Italia
Hotel Italia ligt in een toeristenstraat in de stationsbuurt van Cagliari. Van de buitenkant ziet het er niet zo aantrekkelijk uit. Met de kamer is echter niks mis: die is schoon, functioneel en met een goed bed. Bij de receptie zijn ze ook vriendelijk. Het ontbijtbuffet (waar je mag aanwijzen wat je wilt hebben) is ook prima.

Website: https://www.hotelitaliacagliari.com/en/
Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Ontbijt
Er was weinig te klagen over het ontbijt deze reis. Ik durf wel te bekennen dat ik in Frankrijk altijd graag Ibis hotels boek vanwege het ontbijt. Het is niet heel uitgebreid, maar ze hebben precies wat ik lekker vind! In Frankrijk hadden ze ook nog overal ontbijtbuffetten, waar ze het in Italië wat meer coronaproof uitserveerden aan tafel.

Optimaal ontbijtje in een Ibis-hotel

Lunch en diner Frankrijk en Corsica
Het eten was hier niet geweldig. Ik heb een paar keer mosselen gegeten, die zie je veel op Corsica. Het beste at ik echter tijdens de boottour in het dorpje Girolata – 60 EUR voor een voor- en hoofdgerecht van courgette/vis beignets en tataki van tonijn.

Courgette en vis beignets

Lunch en diner Sardinië
Het eten op Sardinië vond ik beter dan op Corsica, maar toch ook weer niet zo goed als op het Italiaanse vasteland. Er zijn hier veel heel toeristische restaurants waar ze de standaardgerechten op de kaart hebben staan.

Gevulde sardines

Kosten

Gemiddeld gaf ik 168 EUR per dag uit. Al dat heen en weer getrek in een korte periode maakte het natuurlijk wel duur. Sardinië is wat goedkoper dan Corsica: alleen qua hotels scheelde dat al 40 EUR per dag.

Je kunt veel met een credit card of een pinpas betalen, maar soms wilden ze toch dat je kleinere bedragen cash betaalde. Ik liep dus met heel wat meer muntgeld op zak dan in Nederland.

Leave a comment