- #733: Koninklijk landgoed van Mafra
- #734: Bom Jesus do Monte
- Bouwwerken van Álvaro Siza Vieira
- Vila Viçosa
- Mértola
#733: Koninklijk landgoed van Mafra
Wat is het?
Het koninklijk landgoed van Mafra: paleis, basiliek, klooster, Cercotuin en jachtpark (Tapada) is een 18de eeuws symbool van de absolute macht binnen het Portugese rijk. Het multifunctionele complex combineert functies voor de aristocratie (een koninklijk paleis), de Kerk (een basiliek) en het volk (een Franciscaans klooster). Er hoort ook een jachtpark bij, de Tapada, dat naast de plezierjacht voor de adel ook werd gebruikt voor het verbouwen van graan voor de voedselvoorziening van Mafra.
Cijfer: 5 (Je moet wel bijna een jachtliefhebber zijn om de Tapada mooi te vinden. Helaas zorgt het eigentijdse gebruik als recreatiegebied ervoor dat het meer een amusementspark is dan een historisch accuraat bewaard gebleven cultureel landschap. Het paleis is vooral groot, de bouw is geïnspireerd door de Sint-Pietersbasiliek in het Vaticaan; maar dan toegepast op een stadje van 50.000 inwoners.)
Toegang: Het paleis ben ik niet in geweest. Het park kostte 4 EUR.
Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 2 uur: een half uurtje bij het paleis en anderhalf uur in het jachtpark.
Opvallend: Mafra is mijn eerste ‘nieuwe’ post-Corona werelderfgoed. Ik was al in april van plan om de 2 recent ingeschreven Portugese werelderfgoederen af te vinken, maar die trip werd helaas geannuleerd. Hij kwam snel weer bovenaan mijn lijstje te staan toen Portugal na de versoepelingen binnen de EU in juni met open armen voor toeristen klaar bleek te staan. Normaal gesproken zou ik midden in de zomer niet naar Portugal gaan (het was 36 graden!), maar het goede gevoel om weer te kunnen reizen overwon alle nadelen.
Mafra is een “gewoon” barok paleis annex klooster. Van binnen schijnen er eindeloos lange gangen te zijn en veel lege kamers: de Portugese koningen namen hun meubilair namelijk mee van paleis tot paleis. Ik maakte er alleen een fotostop voor de buitenkant, bij het gebouw dat veel te groot lijkt voor zijn omgeving. Er ligt een handige grote, gratis parkeerplaats naast en ik genoot ook van een vissoep voor 1,60 EUR in een bakkerij aan de overkant van de straat. De rest van mijn bezoek concentreerde ik me op de Tapada: het jachtpark.
De ingang tot de Tapada ligt op 7 kilometer afstand van het paleis. Ik reed er met mijn huurauto naar toe over smalle en bochtige wegen. Het staat goed aangegeven, ook met UNESCO-borden. Bij de ingang kwam ik erachter dat, als anti-Corona maatregel, bezoeken aan het park vooraf moeten worden gereserveerd via hun website. Gelukkig kon ik dat ter plekke via mijn telefoon doen en kon ik een plekje bemachtigen voor het volgende tijdslot. Ze laten elke 30 minuten slechts 10 mensen binnen, maar er waren veel minder bezoekers dan dat op de vrijdagmiddag toen ik er was.
De Tapada de Mafra is een met een muur omheind gebied dat in de 18de eeuw is gecreëerd om paleis en klooster van Mafra zelfvoorzienend te maken, niet alleen voor de jacht. Het had waterreservoirs, vee, boomgaarden, moestuinen en bossen voor hout en brandhout. Het is nu vooral een recreatiegebied: er zijn vier bewegwijzerde wandelroutes, een mountainbikeroute en een roofvogelshow. Bij het behulpzame informatiecentrum bij de ingang zijn ook toiletten en er is (in normale tijden) een cafetaria, waarvan nu alleen de drankautomaten toegankelijk waren.
Ik koos voor de Blauwe wandelroute, de kortste met 4,5 kilometer. Deze gaat alleen naar het centrale deel van het park, terwijl de andere routes ook de randen bereiken en een betere kans geven om dieren te zien (ik zal het maar geen wild noemen, ze zitten opgesloten binnen het park). Desondanks kwam ik langs mijn route een aantal herten tegen, ze leken te zijn bezweken onder de hitte en rustten gewoon wat uit in de schaduw langs de kant van de weg.
Het is een aangename wandeling, met interessante boomformaties om naar te kijken. Bij de meer bijzondere bomen staan ook borden met uitleg. De wandelroute maakt een lus rond het centrum van het park, waar een vrij bescheiden koninklijk jachtpaviljoen staat en stallen voor de paarden van de gasten. Ook is er een rijtuigenmuseum – je kunt je tegenwoordig ook met paardenkoets door het jachtpark laten vervoeren.
Je passeert ook een kalkoven en een rij jachtschuilplaatsen: kleine bunkers die werden gebruikt om tijdens de jacht uit te schieten. Aangezien de dieren opgesloten zaten (en zitten) op een omheind terrein van 8 vierkante kilometer moet dat niet zo moeilijk zijn geweest.
#734: Bom Jesus do Monte
Wat is het?
Bom Jesus do Monte is een katholiek heiligdom net buiten de Noord-Portugese stad Braga. Het ligt bovenop een heuvel, de route er naar toe is vormgegeven door een zigzaggende trap die de kruisweg van Christus symboliseert. Het hele complex is gebouwd van graniet en is gedecoreerd met fonteinen, standbeelden en andere ornamenten.
Cijfer: 6 (Het is niet echt uniek – je hebt ook van dergelijke nagebouwde heilige bergen in Italië, Polen en Brazilië bijvoorbeeld – maar het ziet er imposant uit. De beelden en fonteinen langs de trap omhoog vond ik het mooiste deel.)
Toegang: Gratis.
Hoeveel tijd: Ik was er een uur.
Opvallend: Om half 9 in de ochtend parkeer ik mijn huurauto op het terreintje onderaan de heuvel waarop het heiligdom ligt. Vandaar kun je omhoog lopen, bijna 600 treden zijn er te beklimmen op de lange brede trap. Andere toeristen zie ik er nog niet, maar des te meer lokale joggers voor wie deze klim blijkbaar prima in hun dagelijkse of wekelijkse sportroutine past.
Dit onderste gedeelte loopt door een bos en ligt dus lekker in de schaduw. In iedere haarspeldbocht ligt een kapel, met daarin een wat plastische afbeelding van een scene uit de laatste dagen van het leven van Christus.
Na zo’n 300 stappen kom je op een plateau, vanaf waar je een wijds uitzicht hebt over de stad Braga én je aan de voet staat van het mooiste gedeelte van de trap naar het heiligdom. Helaas is vroeg in de ochtend niet het beste moment om hier foto’s te maken: de zon staat pal achter de kerk.
De trap loopt zigzaggend naar boven. Op ieder plateau is een fontein aangebracht. De mooiste zijn die die de menselijke zintuigen symboliseren. Het water stroomt uit oren, ogen, neus en mond.
Eindelijk bovenaan aangekomen sta je voor de kerk, die ligt in een net aangelegd parkje met bloemen. De kerk zelf heet net als de kapelletjes onderweg een barok interieur, met bij het altaar een druk schouwspel van soldaten en andere hoofdrolspelers tijdens de Kruisiging. Zo mooi als de granieten fonteinen en beelden buiten zijn, zo primitief lijkt deze voorstelling.
Ik ben de enige bezoeker in de kerk: de rest van de toch wel tientallen aanwezigen op het terrein is er alleen voor het sportieve aspect en rent zo weer naar beneden. Er is ook een kabeltreintje dat je kunt nemen voor de overbrugging van de 116 meter hoogte tussen de stad en het heiligdom.
Bouwwerken van Álvaro Siza Vieira
Álvaro Siza Vieira is een (nog levende) Portugese architect. In Nederland is er ook werk van hem te vinden: in Den Haag, Maastricht en Rotterdam. Het meeste bouwde hij echter in Portugal zelf, in de regio rond Porto waar hij vandaan komt. Een selectie van zijn werk staat op de Portugese lijst van toekomstig werelderfgoed, dus het leek me een goed idee de lange rit tussen Braga en mijn volgende overnachtingsplaats Vila Viçosa te onderbreken met een bezoek aan twee van zijn bouwwerken.
Het eerste dat ik uitkoos ligt in Vila do Conde, een kleine badplaats tussen Braga en Porto. Ik moet in het centrum zijn: daar ligt een filiaal van de Borges & Irmão Bank, ontworpen door Siza Vieira.
Parkeren in het centrum lukt niet op een drukke zaterdagochtend, maar wel een paar straten verderop. 0.45 EUR per uur kost het hier. Het bankgebouw is niet moelijk te herkennen, het is iets modern wits met veel ramen in een straat met voornamelijk traditionele gebouwen. Die tegenstelling met zijn omgeving is bewust. Het beste zicht heb je eigenlijk vanaf de zijkant, onder andere op de volledig glazen liftschacht.
Veel meer is er van de buitenkant niet aan te zien. Op een terras aan de overkant neem ik de traditionele Portugese combinatie van koffie en pastel de nata, samen voor 1.50 EUR.
Het tweede bouwwerk op mijn lijstje ligt zo’n 5 kilometer verderop, in Pavoa de Varzim. Ik rijd over een kustweg en zie volle stranden. Met een beetje puzzelen op Google Maps weet ik het Casa Carlos Beires te vinden. Het ligt in een woonwijk met wel meer interessante moderne gebouwen. De straat is zo gewoon dat de buren me nakijken als ik uit de auto stap en naar het huis toeloop wat het wel zou moeten zijn. Ik heb er vooraf foto’s van gezien, anders had ik het niet herkend. Er is ook geen huisnummer te zien.
Dit Casa Beires is één van zijn vroegste werken. Het is een eengezinswoning met een binnentuin en deels glazen muren. Je vraagt je echter af wat er mee gebeurd is: het hek is gesloten, er zijn wel een bel en een brievenbus dus het lijkt bewoond. De grote bomen in de tuin ontnemen echter al het zicht van de straat, je kunt er ook niet omheen lopen. Op foto’s die ik van de binnentuin gezien heb lijkt het geheel vervallen. De toelichting leert echter dat er een 90-jarige dame woont te midden van snuisterijen en oude meubels.
Vila Viçosa
Vila Viçosa is een stadje in de zuid-centrale Portugese streek Alentejo. Je zit hier dicht bij de Spaanse grens, in het bloedhete binnenland van het Iberisch Schiereiland.
Alle huizen en veel van de andere gebouwen zijn hier wit, de straten nauw. Als ik aankom in de namiddag bij 38 graden is er niemand op straat: de lokale bewoners weten wel beter en toeristen zijn er niet.
’s Avonds moet ik er toch weer even uit om te eten. Veel restaurants zijn er ook niet en voor half 8 is er niets open. Ik kom terecht bij de hipste tent van de stad: Craft BBS – hier verkopen ze zelfgebrouwen bieren en luxe hamburgers. Ik kan het laatste tafeltje binnen krijgen, de rest binnen en buiten is al gereserveerd. Door de verplichte afstand tussen de tafels kunnen ze niet veel gasten kwijt.
De volgende ochtend doe ik wat meer mijn best om deze plaats te leren kennen. Het is een mogelijk toekomstig werelderfgoed van Portugal, een geplande stad gebaseerd op idealen uit de Renaissance. Het was de zetel van het Huis van Braganza, die tot aan het begin van de 20ste eeuw 15 Portugese koningen leverden en 4 Braziliaanse monarchen. Er is een 14de eeuws kasteel, van waaraf je mooi uitzicht hebt op 1 van de 2 centrale pleinen van de stad en de blikvangende Bartholomeüskerk.
Vila Viçosa is een keurige stad. Rijen sinaasappelbomen versieren de trottoirs en zorgen ook voor wat schaduw. Er zijn een paar terrassen waar de lokale bewoners op deze zondagochtend samenkomen en hun koffie drinken.
Het grootste plein is dat voor het hertogelijk paleis – en er staat natuurlijk een ruiterstandbeeld (van Joao IV, de eerste Portugese koning in de Braganza dynastie). Het paleis zelf heeft een lange, strakke façade. Met een rondleiding mag je er naar binnen. Aan de andere 3 zijden van het plein liggen nog een voormalig klooster, een kerk en de tuinen van het paleis.
In een zijstraat als je de tuin van het paleis uitwandelt ligt een opvallende poort: de Poort van de Knoop. Het is een restant van de 17de eeuwse paleismuur, de knoop is het wapen van de Braganza familie of – volgens andere bronnen – het symbool van het verbreken van de banden met Spanje.
Vila Viçosa is ook bekend om zijn marmer. Veel van de gebouwen, ook de gewone huizen, hebben marmeren versieringen. Het zijn de zichtbare uitingen van de welvaart die het Huis van Braganza de stad bracht. Het marmer wordt in deze streek gewonnen, bewerkt en geëxporteerd.
Mértola
Mértola is de laatste stop op mijn korte trip per huurauto door het noorden en centrum van Portuga. Het ligt net als Vila Viçosa in de regio Alentejo. Ik rijd er naar toe via een stille binnenweg, waar je 90 kilometer per uur mag rijden. Het grotendeels onbewoonde landschap is begroeid met kurkeiken en olijfbomen, met hier en daar wat koeien die de hitte blijkbaar kunnen verdragen.
Op de laatste kilometers voor Mértola zie ik opeens dit waarschuwingsbord: betekent het Pas op voor Duivels? Voor vleermuizen? Even verderop zie ik het opeens, als er een toelichting onder staat: het beest moet een Lynx voorstellen. Het blijkt dat hier in de buurt de afgelopen jaren Iberische lynxen geherintroduceerd zijn. Eén daarvan is al onder een auto gekomen, meer schade willen ze blijkbaar voorkomen.
Mértola was vroeger een belangrijke rivierhaven. Al in de Oudheid werd het bewoond door Feniciërs, Carthagers en Romeinen. Zij profiteerden van de strategische locatie op een heuvel aan de bevaarbare Guadiana rivier.
Het behield zijn positie toen de Moren het Iberisch schiereiland veroverden in de 8ste eeuw. De moslims bouwden er een kasteel en een moskee. Mértola was een lange tijd een onafhankelijk islamitische rijkje dat zich tegen Arabische en Christelijke buren moest verdedigen.
De moskee dateert uit de 12de eeuw en is later veranderd in een christelijke kerk, met behoud van zijn originele architectuur. Ik bezoek het stadje op zondagnamiddag, helaas is dan (net als op maandagen) het kasteel en de moskee-kerk gesloten. Er zijn ook opgravingen te zien uit de Romeinse en Arabische tijd.
Je moet in de omgeving ook erg mooi kunnen wandelen, maar zo halverwege juli is het daarvoor veel te heet. Zelfs om 6 uur ’s avonds is het nog alsof je een verstikkende deken in loopt. Ik breng de middag door aan het zwembad van mijn hotel, waar je het leven op en om de rivier goed kunt bekijken. Ik zie een man zijn geiten uitlaten en een enkele speedboat racet over het water. Vrachtvervoer lijkt er niet meer te zijn over deze rivier.
Vanuit het hotel kun je boottourtjes boeken over de rivier, en bij gebrek aan ander vertier sluit ik de volgende ochtend om 10 uur aan bij 7 Portugezen om een tocht van een uur te maken. Dat is natuurlijk veel te laat om nog activiteit van vogels of zo te zien. Maar we zien wel een paar dolblije varkens die van hun eigenaar even mogen duiken in de rivier.
Het mooiste aan de tocht over de rivier is de aanblik op het stadje Mértola, met zijn imposante kasteel dat overal bovenuit steekt. Zeker in vroeger tijden moeten schippers echt het gevoel hebben gehad dat ze op een belangrijke plek aankwamen.














Leave a comment