World Heritage Traveller

Colombia 2020

Written by:

  1. Programma Colombia
  2. Bogotá
  3. Zoutstadje Nemocón
  4. Botero in Bogotá
  5. De markt van Silvia
  6. Popayan en de Páramo
  7. #727: San Agustín
  8. #728: Tierradentro
  9. #729: Koffie cultuurlandschap van Colombia
  10. Salento en de Cocoravallei
  11. #730: Mompox
  12. Ciénaga de Pijiño
  13. #731: Cartagena
  14. Terugblik Colombia 2019/2020
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma Colombia

Mijn route voor een drieweekse reis door Colombia met het openbaar vervoer: 2800 kilometer, 2 binnenlandse vluchten en 6 lange busritten.

Sinds het vredesverdrag met de FARC in 2016 is Colombia aan het uitgroeien tot een populaire reisbestemming. Toch gaat het er de laatste tijd net weer wat minder – eind november waren er grote demonstraties in verschillende Colombiaanse steden, met plunderingen, gewonden en traangas gooiende politie. En het kaartje met het reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zit nog vol met rode plekken: vooral aan de grens met Venezuela en in sommige provincies in het binnenland waar nog rebellen en drugsbendes actief zijn.

Met de bus en twee binnenlandse vluchten probeer ik een deel van dit land, dat twee keer zo groot is als Frankrijk, te bereizen. Onderweg doe ik 5 nieuwe werelderfgoederen aan, aangeduid met (WE) in het tabelletje hieronder. Er zijn er nog 3, maar die zijn eigenlijk niet te bereiken: Chiribiquete Nationaal Park en Los Katios Nationaal Park zijn gesloten voor toeristen, en Malpelo-eiland is alleen met een meerdaagse duikreis te bezoeken.

Het programma op hoofdlijnen is:

DatumProgrammaVerblijf
27 decVlucht Amsterdam – Bogota 9.30-14.25 met KLM. Het is er 6 uur vroeger dan in Nederland. Ibis Museo, Bogota
28 decBezoek aan het Nationaal Museum en het Goudmuseum. ’s Middags georganiseerde fietstour door de stad Bogota.Bogota
29 decDagtocht per openbare bus naar de zoutmijnstadjes Zipaquira en Nemocon (mogelijk toekomstig werelderfgoed), 50km buiten Bogota. Bogota
30 decIn de ochtend en vroege middag naar het Botero kunstmuseum en bezoek aan moderne architectuur in Bogota. In de namiddag een vlucht naar Popayan (Avianca, 16.32-17.59).Hotel La Plazuela, Popayan
31 decGeorganiseerde dagtour naar Puracé Nationaal Park, een vulkaangebied met o.a. condors.Popayan
1 janBusrit van 4-6 uur naar San Andres/Tierradentro. Bezoek aan het museum van Tierradentro en het koloniale kerkje (mogelijk toekomstig werelderfgoed).La Portada Hotel, San Andres
2 janTierradentro (WE1), een archeologische opgraving waar meer dan honderd bijzonder ondergrondse grafkamers zijn gevonden.San Andres
3 janBus naar San Agustin, ca. 5 uur rijden. In de middag naar het archeologisch park van San Agustin (WE2), de overblijfselen van een van de bekendste precolumbiaanse beschavingen in wat nu Colombia is. Met tempels en beeldhouwwerken.Hotel La Casa de Francois, San Agustin
4 janVolle dag jeep- of wandeltour door dit gebied, met watervallen en nog meer sculpturen.San Agustin
5 janBus terug naar Popayan (5 uur). Popayan is een stad met veel koloniale architectuur.Hotel Los Balcones, Popayan
6 janBus naar Armenia (6 uur), direct door met minibus in 45 minuten naar het koffiedorp SalentoTerrazas de Salento, Salento
7 janKoffielandschap (WE3), met o.a. de omgeving van Salento en koffieboerderijen.Salento
8 janDagtour per jeep of fiets door het koffiegebied en de palmenvallei. Aan het eind van de middag met de bus terug naar Armenia.Hotel San Jeronimo, Armenia
9 janVlucht Armenia – Cartagena via Bogota (8.56-12.59) met Avianca. Varanasi Boutique Hotel, Cartagena
10 janRit naar Mompox per bus (6 uur), aankomst vroeg in de middag. Mompox is een stad omringd door rivieren met een koloniaal historisch centrum (WE4). Casa Amarilla, Mompox
11 janBoottour in de ochtend door het moerasgebied.Mompox
12 janTerugreis met de bus naar Cartagena (6 uur)Alfiz Hotel, Cartagena
13 janCartagena (WE5): een havenstad met militaire architectuur uit de 16de, 17de en 18de eeuw. Binnen de vestingmuren ligt de historische binnenstad.Cartagena
14 janDag nog in Cartagena. Bezoek aan de markt of een Street food tour. Terugvlucht Cartagena – Amsterdam met KLM vanaf 18.40 uur.Vliegtuig
15 janAankomst in Amsterdam om 10.10 uurThuis

Bogotá

Omdat ik wist dat ik vroeg wakker zou zijn door de onvermijdelijke jetlag, zocht ik iets dat vroeg open was om mijn eerste dag hier in Bogotá mee te starten. Ik vond het bij de Virgilio Barco-bibliotheek, een van de twee mogelijk toekomstige werelderfgoederen in de hoofdstad van Colombia. Beiden zijn voorbeelden van moderne architectuur. Deze bibliotheek opent de meeste dagen om 8 uur ’s ochtends omdat het een volledig functionerende openbare bibliotheek is.

Bogotá is een uitgestrekte stad en hoewel de bibliotheek redelijk centraal ligt had ik een taxirit van 25 minuten nodig vanaf mijn hotel in de buurt van het Nationaal Museum om er te komen. Met behulp van de EasyTaxi-app, die ik vooraf op mijn telefoon had gezet, werd ik voor minder dan 3 EUR van deur tot deur vervoerd door een gele taxi. Ondanks het vroege uur trof ik al verschillende mensen die de paden in het omliggende Virgilio Barco Park aan het bewandelen waren. Het gebied is ook populair bij fietsers en je kunt fietsen huren bij straatstalletjes.

IMG_1418

De Virgilio Barco-bibliotheek is uitverkoren onder de werken van de Colombiaanse architect Rogelio Salmona. Eigenlijk is het hele land bezaaid met belangrijke werken van zijn hand. Hij staat bekend om zijn baksteenarchitectuur en bewust gebruik van water. Op deze locatie in Bogota slaagde hij er heel goed in om het gebouw op te nemen in het landschap: het ligt op een verhoogd terrein dat vroeger werd gebruikt om afval op te slaan.

IMG_1424

Met plezier maakte ik een ​​volledige lus te voet rond het gebouw, de grachten en de perfect onderhouden gazons volgend. Salmona zou voor dit werk vooral door Granada’s Alhambra zijn geïnspireerd en de overeenkomsten zijn gemakkelijk te zien: de vergezichten met stromend water en palmbomen, de Moors-geïnspireerde geometrische motieven. Een andere invloed is Le Corbusier, met wie Salomona in zijn vroege jaren (waaronder Chandigarh) samenwerkte. Gelukkig zijn diens witte betonnen horizontale lagen hier niet zo prominent aanwezig.

Ik zag een achterdeur van het gebouw open staan, met een bewaker in de deuropening. Die liet me zonder problemen door om op eigen gelegenheid wat door het gebouw te dwalen. Het interieur voelt een beetje koud en kaal aan, met halfopen gangen en veel baksteen. De belangrijkste leeszaal heeft echter veel natuurlijk licht en een mooi uitzicht op het omliggende park. De andere kamers vond ik niet zo interessant, maar het is de moeite waard om naar boven te gaan naar het Terras. Al met al vond ik het een fascinerend gebouw en heb ik genoten van mijn bezoek.

IMG_1425

Na een uur trok ik weer verder. Met mijn telefoon riep ik een nieuwe taxi op, die me naar het historische centrum van Bogotá bracht. Het doel was het Goudmuseum, dé belangrijkste attractie van de stad en naar het schijnt één van de beste musea van Latijns-Amerika. De rit duurde weer een klein half uur. Dit museum opent om 9 uur en zo kort na openingstijd was het er nog lekker rustig. De entree is slechts 4000 Colombiaanse pesos, omgerekend 1,10 EUR.

Eén van de bijzonderheden van dit museum is dat het gesticht is door de Colombiaanse Centrale Bank. Die kreeg in 1934 goudschatten uit het land in bezit. De collectie werd steeds verder verrijkt met nieuwe vondsten van de verschillende samenlevingen die op Colombiaans grondgebied woonden voor de komst van de Spanjaarden.

DSCN4740

Het museum heeft een enorme collectie, waarvan een deel tentoongesteld wordt verdeeld over 3 verdiepingen. Met zoveel objecten zou je denken dat er ook veel ‘vulling’ tussen zit, maar dat is hier helemaal niet het geval. Alles is van geweldige kwaliteit of vertelt op z’n minst een verhaal over de herkomst en de manier waarop het gemaakt is.

Er zitten veel sieraden bij die gedragen werden door de leiders van de inheemse groepen. Maar ook voor de gewone bevolking was het blijkbaar normaal iets van goud te hebben. Daarnaast zijn er dodenmaskers – ronde, platte gouden maskers die met de dode in de graftombe werden geplaatst. Het heeft wel wat weg van de begrafeniscultuur van Egypte.

DSCN4748

Er zit veel variatie in de voorwerpen – Colombia werd voor de komst van de Spanjaarden niet door één dominante inheemse groep bewoond (zoals de Inca’s in Peru), maar door vele kleinere groepen. Het goud komt dan ook overal vandaan.

Veel van de gouden voorwerpen werden ook gebruikt in heilige rituelen. Het allermooiste stuk is toch wel het Muisca of El Dorado vlot: een zo’n 20 centimeter groot vlot geheeld van goud, met fijne staande gouden figuren. Het laat een ceremonie zien die door de leider van de Muisca jaarlijks werd uitgevoerd: hij bedekte zich met stofgoud en voer met zijn naasten op een vlot een meer op.

DSCN4767

Het museum heeft in 2008 een grote renovatie ondergaan. Het is erg modern van opzet en alle opschriften zijn zowel in het Spaans als het Engels. Er is ook een goede koffieshop (met de beste koffie die er voor de consument in Colombia te krijgen is hoor ik later) en een restaurant – bij beiden nam ik een pauze na het rondwandelen tussen zoveel moois.

Na de lunch en een welverdiende siësta (het voelde voor mij inmiddels al wel als het einde van de dag) sloot ik me om 2 uur aan bij een ‘gratis’ wandeltour door de stad. Er kwamen maar liefst 40 man opdagen, maar gelukkig had de gids een microfoon bij zich en was het allemaal goed te volgen. De meeste buitenlandse bezoekers lijken hier uit de Verenigde Staten te komen.

Gids Juan deed aan de hand van verschillende stops gedurende 3 uur zijn toch wel trieste verhaal over het wel en wee van Bogotá. Zo is er van de historische binnenstad niet veel meer over. In 1948 werden alle niet-religieuze gebouwen kort en klein geslagen na de moord op een oppositieleider. Wat er nu staat dateert uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Het ziet er een beetje uit alsof er een aardbeving is geweest. De rijkere inwoners zijn uit het centrum weggetrokken. Het is nu het domein van de armen, je ziet er veel straatverkopers en ‘artiesten’.

De meest levendige buurt vind je in de smalle straatjes van La Candelaria. Het vertier is hier trouwens ook op de armen (en toeristen) gericht – zo proefden we chicha, supergoedkoop maïsbier waar je voor weinig dronken van kunt worden.

IMG_1462

De straten worden nog wat opgefleurd door ware kunstwerken van graffiti. Vaak zijn ze aangebracht op verzoek van de eigenaren van de gebouwen.

IMG_1460

De tour eindigde op het centrale plein van de stad, waar de 19de eeuwse kathedraal nog overeind staat. Ernaast ligt het Paleis van Justitie, een nieuw gebouw nadat het vorige in 1985 door Marxistische rebellen bezet werd. Het leger maakte daar met veel geweld een einde aan en schoot en passant het gebouw aan flarden.

Sinds een paar jaar is het een stuk rustiger in het land, de verhalen van deze middag aangehoord hebbend lijkt dat wel voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1810. De gids vertelde ook dat het voor hem lang ondenkbaar was dat er zoveel toeristen als nu naar Colombia zouden komen.

IMG_1480

Zoutstadje Nemocón

Na een dag in Bogotá heb je er het meeste wel gezien, dus op mijn tweede dag in Colombia ga ik voor het eerst en zeker niet voor het laatst deze reis de bus in om iets buiten de stad te gaan bekijken. Het doel is het plaatsje Nemocón – 67 kilometer buiten de hoofdstad en bekend om zijn historische zoutmijn.

Het is wel een hele expeditie met het openbaar vervoer: ik moet eerst een half uur met de taxi van het hotel naar het centrale busstation van Bogotá. Daar word ik vakkundig op de juiste bus gezet, eentje die al vertrekt om 7.40 uur (ik ben nog steeds vroeg wakker…). Naar goed Zuid-Amerikaans gebruik zijn de katholieke uitingen in de bus niet over het hoofd te zien. Het zal wel een heel veilige rit worden zo met Jezus en Maria aan weerszijden van de chauffeur.

In de straten van Bogotá moeten er nog extra passagiers geronseld worden, totdat de bus vol zit. Erg vlot gaat het dus allemaal niet. Als we in het plaatsje Zipaquira aankomen (ook een zoutstadje) vindt de buschauffeur het wel weer genoeg geweest. Een lokale vrouw en ik worden in een minibus van een andere maatschappij gezet voor de laatste 10 kilometer naar Nemocón.

Precies 3 uur na vertrek uit het hotel zet ik dan eindelijk voet in Nemocón. Het blijkt een knus plaatsje te zijn, toegerust voor toerisme op bescheiden schaal. Er gaat ook een toeristentrein naar toe vanuit Bogotá.

DSCN4851

Al voor de komst van de Spanjaarden werd hier zout gewonnen. Dit deden ze door brak grondwater in grote kruiken te koken en dan te laten opdrogen, zodat het zout overbleef. De Spaanse kolonisatoren zagen ook wel brood in de zoutwinning, en lieten de lokale bevolking op industriële schaal zout produceren voor de export.

In de 19de eeuw kwam de Duitse wetenschappelijk reiziger Alexander von Humboldt langs in Nemocón. Hij leerde de bevolking efficiënter zout te winnen, door ernaar te graven in zoutmijnen. De lokale zoutmijn, die niet langer gebruikt wordt, is nu open voor bezoekers. Ook moet er een zoutmuseum zijn, in het oudste gebouw van de stad dat ooit eigendom was van de rijkste Spaanse landeigenaar. Ik tref het gebouw echter stevig gesloten aan. Er hangt een plakkaat aan met ‘Te huur’.

IMG_1506

Ik loop daarom meteen maar door naar de ingang van het zoutmijncomplex. De entree is hier 29.000 pesos (7,85 EUR), een heel bedrag voor Colombiaanse begrippen. Ik kan net achteraan sluiten bij een Spaanstalige groep voor een rondleiding. Het begint met een kleinschalige tentoonstelling – met fossielen van vissen en andere dieren die hier gevonden zijn. Hier was ooit (100 miljoen jaar geleden) een zee, vandaar de zoutlagen.

Om de mijn in te kunnen moeten we allemaal een helm op. Er zijn zo’n 30 tot 40 bezoekers op de tour, zo op het eerste gezicht allemaal Colombiaanse dagjesmensen.

IMG_1512

Na een wat glibberige trap naar beneden te zijn gelopen komen we aan in een prachtig deel van de zoutmijn. De ruwe wanden met zoutfragmenten worden weerspiegeld in rimpelloze kanalen. Als je over de rand kijkt lijkt het net of je een enorme diepte in kijkt, maar het is de spiegeling van het plafond.

Er is een speciale fotograaf mee om souvenirfoto’s te maken voor de bezoekers – zo kun je op het randje gaan staan zodat het net lijkt alsof je halsbrekende toeren uithaalt. De gangen zijn ook verlicht met rode, gele en blauw lampen wat de bijzondere sfeer nog versterkt.

IMG_1540

Daarna krijgen we een rondleiding langs een schier eindeloze rij aan ‘bezienswaardigheden’. Sommige zijn van natuurlijke aard, zoals een ‘waterval’ van zout (zie foto hieronder). Maar veel is ook door de mens toegevoegd. Er is natuurlijk een kapel, een kerststal gemaakt van zoutkristallen, een groot hart gemaakt van zout en een aantal exposities over mensen die een belangrijke rol in de geschiedenis van deze zoutmijn hebben gespeeld.

DSCN4800

De tour duurt in totaal 2 uur – erg lang. Ik was er al voor gewaarschuwd door een mede-werelderfgoedliefhebber, die hier een paar weken geleden was. Hij voelde zich opgesloten. Zo erg vind ik het niet, maar ik stond op het laatst wel steeds op de klok te kijken of het snel afgelopen zou zijn of dat we bij nog meer vreemde verschijnselen stil moesten staan.

Voor de lunch tenslotte strijk ik neer op een terrasje aan het centrale plein van Nemocón. Een menukaart hebben ze niet, maar ze raden met het dagmenu aan. Dat komt met ajiaco, een soep gemaakt van maïs, kruiden, aardappelen en kip. Het is een specialiteit van de regio Bogotá. Als hoofdgerecht is er een stevige gegrilde kippenpoot, een stuk avocado en wat onbestemde rijst en salade. Ook krijg ik er een glas vers guavesap bij. Dit alles voor 12.000 pesos ofwel 3,25 EUR.

Botero in Bogotá

Fernando Botero is Colombia’s grootste levende kunstenaar. Het werk van de schilder en beeldhouwer is overal ter wereld veel gevraagd: je vindt zijn sculpturen van Jerevan tot Jerusalem. Maar alhoewel hij al heel lang in het buitenland woont, is hij zijn geboorteland niet vergeten.

Hij komt oorspronkelijk uit Medellin, een stad die vol staat met zijn beelden. Maar ook in de hoofdstad Bogotá ontkom je niet aan de Botero-gekte.

Op mijn eerste namiddag in de stad ging ik naar het Nationaal Museum. De bovenste verdieping daar is gewijd aan de nationale kunst. Van Botero hangt er een aantal schilderijen – die van een groot groen bos met één vogeltje beklijft het meest. Die zou ik thuis wel aan de muur willen hebben! En sinds kort is er een beeldhouwwerk van een vredesduif aan de collectie toegevoegd: deze was door Botero geschonken aan de president en is onlangs verplaatst van het Presidentieel Paleis naar dit museum.

'Vredesduif' door Botero, Nationaal Museum in Bogota

Behalve via permanente standbeelden in steden over de hele wereld, reist zijn werk ook via grote tentoonstellingen rond. In 2016 ging ik al eens naar een overzicht van zijn werk in de Kunsthal in Rotterdam.

De grootste collectie Botero in Bogotá vind je in het Botero Museum. Dit museum is een gift geweest van de kunstenaar aan de inwoners van de stad. De entree is gratis en de collectie moet bijeen gehouden worden. Ik bezocht het op mijn laatste ochtend in de stad. Ik was er al bij de opening om 9 uur en het was er nog lekker rustig.

IMG_1547

Wat opvalt is hoe productief Botero is geweest. Een gemiddeld werkje van zijn hand – een afbeelding van een man of vrouw in de voor hem zo kenmerkende plastische, bolle stijl – brengt op veilingen al snel 500.000 dollar op. De zalen in het Botero-museum herbergen ruim 120 van zijn werken. Niet allemaal zijn het topstukken, de stillevens kunnen me niet bekoren. Het afbeelden van boeven en andere schuinsmarcheerders gaat hem wel goed af.

IMG_1550

Naast zijn eigen werk doneerde Botero ook 85 werken van grote Europese kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw. Zowat alle grote namen uit die periode zijn vertegenwoordigd, van Picasso tot Dalí (bijvoorbeeld onderstaand beeld). Daarmee is dit museum één van de best uitgeruste kunstmusea van Latijns-Amerika.

IMG_1567

Ik vermaakte me er een uur mee. Zoals gezegd zijn het niet allemaal hoogtepunten, onder de schilderijen zit veel repeterend werk en er zijn ook zalen met alleen tekeningen en schetsen. Bijzondere werken zijn de afbeelding van FARC-guerillaleider Manuel Marulanda als een soort jager in het bos. En twee varianten van Adam en Eva. Het paar van de achterzijde gezien sluit de rondleiding af.

IMG_1571

De markt van Silvia

Silvia is een plaatsje in de heuvels ten noorden van Popayan, de hoofdstad van het  Colombiaanse departement Cauca. Met de bus doe je er ruim een uur over via een slingerweg. De plek is vooral bekend om zijn dinsdagmarkt, die bezoekers uit de wijde omgeving trekt. Het is echt een markt voor de lokale bevolking. Er lopen ook wel wat toeristen rond, maar de marktwaar is niet op hen gericht.

IMG_1603

Over het algemeen zijn de Colombianen van gemengde Europese, Afrikaanse en inheemse herkomst. Maar deze streek kent een grote populatie aan inheemse mensen, de Guambiano. Veel van hen dragen nog de traditionele dracht, met blauwe en zwarte kleding en een zwarte bolhoed. Ze werken als boeren. Op dinsdag verkopen ze hun producten hier op de markt.

Tevens zijn ze een dagje in de ‘stad’, dus er is ook tijd om op een bankje op het plein te zitten of een ijsje te eten. Bij mijn aankomst rond 9 uur tref ik velen van hen in een lange rij wachtend aan voor de ‘SuperGIROS’, waar je betalingen kunt doen en geld kunt storten of ophalen.

IMG_1601

De markt vindt plaats in een overdekte markthal. Er zijn verschillende secties, die met borden aan het plafond worden aangeduid. Het grootste deel is ingeruimd voor groenten en fruit. Je ziet hier trouwens veel meer groenten dan je op de Colombiaanse restaurants afgaand zou denken. Er zijn aardappelen, broccoli, wortels en bieten te koop. Fruit is er in overvloed. Voor 1000 pesos (0,25 EUR) koop ik een netje van 6 mandarijnen.

Aan de verste rand van de markthal zitten de slagers en simpele restaurantjes. Ook wordt er kleding verkocht en huishoudelijke artikelen.

IMG_1621

Vlakbij de ingang verbaas ik me over keurig op elkaar gestapelde blokken met bruin spul. Later vind ik uit dat het ‘oersuiker’ is: ongeraffineerd, gedroogd suikerrietsap. In het Spaans heet het panela, en het is één van de belangrijkste producten van de Colombiaanse landbouw. Door ze in de vorm van een soort bakstenen te persen is het gemakkelijk te vervoeren.

IMG_1615

Naast het bezoek aan de markthal is het ook leuk om wat door de straten van Silvia te dwalen. De mensen en materialen die van verder weg komen, worden met een chiva bus vervoerd – ‘chiva’ is Spaans voor geit. Dit soort robuuste trucks zijn vooral geschikt voor het bergachtige platteland. Ze zijn altijd kleurrijk beschilderd en hebben veel berguimte op het dak.

Popayan en de Páramo

Het verslag van vandaag zou eigenlijk moeten gaan over Tierradentro, het eerste werelderfgoed van deze reis. Maar het zat niet mee: bij navraag een dag van tevoren op het busstation bleken er geen bussen te rijden op Nieuwjaarsdag. Een rondje langs de 2 reisbureaus van de stad Popayan leverde me ook geen aanbod voor privé-vervoer op. Totdat ik in de buurt van het busstation een Frans stel tegenkwam dat in hetzelfde hotel als ik logeerde: zij hadden contact weten te maken met een taxichauffeur die morgen de rit wel wilde maken. Vertrek om 5 uur in de ochtend. Top, ik ga mee!

IMG_1708

De volgende ochtend verscheen – keurig op tijd – de broer van de man aan wie we een aanbetaling hadden gedaan. Hij had nog nooit eerder toeristen vervoerd en was ook nog nooit in Tierradentro geweest. Dat mocht de pret niet drukken, we gingen vol goede moed op weg in zijn vierwielaangedreven jeep. Langs de weg en in de dorpen troffen we veel dronken mensen aan, Oud & Nieuw wordt hier blijkbaar vooral met drank gevierd.

De rit naar Tierradentro is zo’n 100 kilometer lang, maar kost op z’n minst 4 uur. Dit vanwege de slechte staat van de weg. Tot op 50 kilometer hadden wij echter weinig last. Op dat punt zijn er op verschillende plekken wegwerkzaamheden. Niemand was nu aan het werk dus we reden maar door. Om een bocht werden we echter verrast door een onneembare blokkade: afgelopen nacht was een deel van de rotswand naar beneden gekomen. De schade leek erger dan met de graafmachines die langs de kant van de weg stonden verholpen kon worden. Niet dat er op 1 januari iemand aan het werk zou gaan trouwens.

IMG_1704

We keerden dus maar om. Elders in de wereld (Laos!) heb ik er wel eens voor gekozen om te voet verder te gaan, gokkend op een lift aan de andere kant. Maar vandaag zou er gewoon geen verkeer zijn. En met de vele dronken mannen langs de weg was het vast ook niet zo plezierig lopen. Je ziet in deze streek ook nog wel graffiti op verkeersborden ten faveure van de FARC, de guerillabeweging die in 2017 de wapens neerlegde maar nu een comeback overweegt. Én we zien bordjes met ‘Pas op voor overstekende beren’ en ‘Pas op voor overstekende poema’s’.

Op de terugweg konden we, nu het licht was, genieten van het Páramo-landschap. Dit is een voor de noordelijke Andes unieke vorm van een hoogvlakte, met meren, veen en gras. Er groeien struiken en kleine bossen.

DSCN4856

De meest opvallende plantensoort die er groeit lijkt op een uit de kluiten gewassen cactus: de espeletia. Hij heeft een ruwe stam en daarboven een kroon van bladeren. Ze zijn verre familie van de zonnebloemen.

DSCN4869

Om half 9 zijn we terug in Popayan. In het hotel kan ik dezelfde kamer krijgen die ik eerder die ochtend achter me gelaten had. Ik breng het grootste deel van de dag door op die koele kamer. Ik kan het niet opbrengen nog iets te gaan bekijken in Popayan, een stad waar alle straten en gebouwen in de binnenstad er hetzelfde uitzien. Sinds mijn aankomst 32 uur geleden ben ik al zo vaak de verkeerde kant opgelopen dat het niet leuk meer is.

In de middag ga ik er alleen nog een keer op uit om te eten en om voor de zoveelste keer een bezoek aan het busstation te brengen. Ik koop er een kaartje voor een vroege bus naar San Agustin – daar ga ik het volgende werelderfgoed bekijken en hoop ik de volgende dagen via een omweg toch ook Tierradentro nog te bereiken.

IMG_1715

#727: San Agustín

Wat is het?
Het Archeologisch Park van San Agustín heeft het grootste aantal prehistorische sculpturen van Zuid-Amerika. Het toont de vaardigheden en het wereldbeeld van de inwoners van deze regio in de Andes vóór de komst van de Spanjaarden. De beelden, gehouwen uit vulkanisch gesteente, variëren van abstracte vormen tot realistische afbeeldingen van goden en dieren.

DSCN4884

Cijfer: 7,5 (Door z’n opzet heeft het wat weg van een beeldenpark, mede doordat elk beeld een afdakje heeft gekregen om het te beschermen tegen weersinvloeden zoals de veelvuldig vallende regen. Maar het grootste deel van de beelden is toch echt hier zo ter plekke opgegraven. Het ligt in een mooie bosrijke omgeving. De beelden zijn vele variaties op een beperkt aantal thema’s.)

Toegang: De entree voor buitenlanders is 50.000 pesos (12,50 EUR). De Colombianen betalen 35.000 pesos. Hiervoor krijg je twee dagen toegang tot het archeologisch park en twee gerelateerde plekken een tiental kilometers verderop. San Agustín zelf is een aardig toeristenplaatsje.

Hoeveel tijd: Een snel rondje langs de hoogtepunten van het archeologisch park kost 3 uur. De meeste mensen, zo ook ik, blijven echter anderhalve dag in San Agustín. Het is de moeite waard om in alle rust nog een tweede bezoek te brengen aan het park, op een ander moment van de dag. Ook zijn er in de omgeving verspreid nog wat andere opgegraven beelden te zien.

Opvallend: De rit van Popayan naar San Agustín verloopt gelukkig een stuk gemakkelijker dan die de dag ervoor naar Tierradentro. Ook hier doe je trouwens 5 uur over 135 kilometer: zo’n 3,5 uur lang rijdt de bus over een onverharde weg door het Puracé Nationaal Park. Het uitzicht is in ieder geval prachtig.

Om 1 uur zet de bus me af bij de afslag naar San Agustín. De bus rijdt door naar Pitalito, maar een transfer per gedeelde taxi voor de laatste paar kilometer naar San Agustín is bij mijn buskaartje inbegrepen. De chauffeur kijkt even wat rond bij de afslag, ziet een motortaxi staan en vraagt of het OK is dat ik achterop de motor ga. Wat mij betreft prima – ik vraag de motorchauffeur meteen door te rijden naar het Archeologisch Park.

DSCN4891

Het park is maar tot 4 uur ’s middags open dus ik wil geen tijd verliezen. Bij de kaartjesverkoop zijn ze zo aardig om mijn rugzak achter de balie te bewaren, zodat ik zonder bepakking een eerste verkenning van het park kan doen. Het is er erg druk – veel Colombianen hebben ook vakantie deze eerste week van het jaar en gaan op reis in eigen land. De parkeerplaats is te klein en de auto’s staan al honderden meters vooraf langs beide kanten van de weg geparkeerd.

Toch is het rustig lopen – het is een groot park en je wandelt meest over bospaden. Ik bezoek eerst de drie opgravingen waar de beelden op hun oorspronkelijke plaats staan: Mesita A, B en C. Het zijn terreinen die geschikt zijn gemaakt om als begraafplaats te dienen, onder andere door de grond af te vlakken. Er staan de resten van verschillende graftombes waarin, voor of in de buurt de beelden gevonden zijn.

DSCN4898

Veel van de ingangen tot de graftombes zijn voorzien van 3 beelden: een mysterieuze figuur in het midden, met aan weerskanten een soort wachter. Er is maar weinig bekend over de cultuur die deze beelden maakte, dus naar de betekenis is het gissen.

DSCN4895

Een eind voorbij deze velden met beelden vind je de Fuente de Lavapatas: het is een door dezelfde cultuur aangelegd watersysteem met vijvers, watervallen en natuurlijk ook weer uitgehouwen beelden van mensen en dieren. Het was waarschijnlijk een ceremoniële plek waar religieuze baden werden genomen.

Na nog een vermoeiende klim naar de Alto de Lavapatas – een heuveltop met beelden en een mooi uitzicht over de omgeving, sluit ik de dag af en zoek mijn hotel op.

DSCN4907

De volgende ochtend sta ik iets voor 8 uur langs de kant van de weg bij mijn hotel om de eerste bus naar het park te nemen. Vanochtend wil ik nog de twee onderdelen bekijken waar ik gisteren geen tijd / energie meer voor had: het Beeldenbos en het museum.

Om 8 uur blijkt het museum nog niet open te zijn, maar het bos wel. Ik loop daarom eerst de route door het Beeldenbos. Hier hebben ze als in een soort openluchtmuseum beelden tentoongesteld die op andere plekken in de regio gevonden zijn.

IMG_1787

Het heeft een heel andere sfeer dan de open velden met beelden van gisteren: dit is een dichtbegroeid regenwoud. Er is verder nog geen enkele toerist te bekennen, dus ik geniet net zoveel van de natuur als van de beelden.

Je hoort veel vogels, maar ze zijn schichtig. Ik sta een hele tijd stil onder een paar populaire bomen en weet toch nog een viertal Latijnsamerikaanse vogels op de foto te krijgen. Ook zit er een grote vlinder, blauw van kleur aan de buitenkant (maar die klapte hij snel dicht voor de foto).

DSCN4957

Om 9 uur is het museum ook open. Het heeft maar een paar zalen, toch geeft het nog wel wat extra informatie over het hoe en waarom van de beelden. Bij de opgravingen in het park staan helemaal geen informatieborden, dus eigenlijk loop je maar gewoon wat beelden te kijken.

Nadat de beelden ontdekt waren in de 16de eeuw, zijn veel ervan gestolen en overal ter wereld terecht gekomen. De lokale bevolking zette ze ook in een rijtje voor hun huizen. Sind San Agustín een beschermd park is geworden in de 20ste eeuw, hebben ze veel terug kunnen halen.

DSCN5010

Buiten het park zijn er in de wijde omgeving nog een aantal plekken waar beelden op hun vindplaats tentoon worden gesteld. Ik kies daarvan El Purutal, omdat hier de enige twee beelden te zien zijn in hun originele kleur.

Er is een wandelpad naar El Purutal vanaf de weg tussen het Archeologisch Park en het stadje San Agustín. Volgens de routeaanwijzingen op mijn telefoon is het maar een kleine 5 kilometer lopen, maar zou je er bijna 2 uur over doen. Dat moet wel veel klimmen zijn! Ik kies er daarom voor om me met een taxi te laten brengen. Deze moet helemaal omrijden via de achterkant van de heuvels, en dan nog is de weg bijna niet begaanbaar met een gewone auto. Maar hij levert me keurig af bij de ingang. Je moet hier 5.000 pesos entree betalen (1,30 EUR) en er zijn zelfs 2 eettentjes voor de deur, dus er komen genoeg bezoekers.

DSCN5018

De opgravingen hier liggen ook op een open veld. De eerste is een mooi setje van drie: een vogel, een krokodil en een (mediterend?) mannetje.

Iedereen komt hier echter voor de tweede groep opgravingen. Voor de toegang van twee graftombes staan hier nog twee beelden overeind die hun oorspronkelijke kleuren behouden hebben. Het geeft de beelden een zo mogelijk nog afschrikwekkender uiterlijk.

DSCN5021

Deze graftombes met beelden zijn niet alleen door een afdakje beschermd tegen zon en regen, ze zijn ook omringd met prikkeldraad. Onverlaten hebben in 2011 de beelden wat bijgekleurd. Weliswaar in de oorspronkelijke kleuren, maar het heeft wel schade aangebracht aan het poreuze gesteente.

De groep ligt in een heerlijke omgeving en ik wil graag nog wat wandelen. Op 3 kilometer afstand is er nog een beeldengroep, maar ja, je moet dan ook weer 3 kilometer terug én dan weer 7 of 8 km terug naar San Agustín. Ik ben eigenlijk op zoek naar het pad dat ik vanochtend zag. Een man bij de ingang regelt echter een lift voor mij terug naar San Agustín, in de half-open achterbak van een jeep gecharterd door een Frans stel met een gids. Van wandelen wil de chauffeur niks weten – dat is veel te ver!

#728: Tierradentro

Wat is het?
Het Archeologisch Park van Tierradentro herbergt 162 ondergrondse graftombes, gemaakt tussen de 7de en 10de eeuw. Ze zijn uniek vanwege hun grootte en de bijzondere trappen die ertoe toegang geven. De muren van veel van de tombes zijn beschilderd met rode en zwarte figuren. De graven zijn een symbool van de culturele rijkdom van de pre-Columbiaanse beschaving hier in het noorden van de Andes.

DSCN5071

Cijfer: 7 (Je moet er heel veel voor doen – om in Tierradentro te komen en dan nog eens om iedere ondergrondse graftombe ongeschonden in en uit te klauteren. Dat en het prachtige landschap maken het tot een belevenis. Er zit niet veel variatie in de graftombes, dus daar raak je na een paar wel op uitgekeken.)

Toegang: De toegang kost hier even veel als in San Agustin: 50.000 pesos (12,50 EUR) voor buitenlanders. De entree is ook geldig voor 2 dagen en je krijgt net als daar je kaartje in de vorm van een ‘paspoort’ – een boekje met alle locaties, waar dan een stempeltje in gezet wordt als je de locatie bezoekt.

Hoeveel tijd: Ik deed de wandeling langs 4 van de 5 groepen tombes – dit kostte me 6 uur, inclusief lunch en een keer een drankje. Er is nog een meer afgelegen groep, dat kost je 3 uur extra. De paden staan vanaf de ingang van het park goed aangegeven.

Opvallend: Na de pech van de wegafsluiting op Nieuwjaarsdag was ik toch nog vastbesloten om in Tierradentro te belanden. Vanuit San Agustín benaderde ik het via de zuidelijke route, eentje die minder vaak met problemen te kampen heeft. Om er te komen nam ik 3x een minibus – elk voor zo’n 1 à 1,5 uur. Ik reed van San Agustín naar Pitalito, van Pitalito naar Garzon, van Garzon naar La Plata. Steeds werd ik op het busstation direct door een mannetje in de volgende bus gezet, ik heb nergens meer dan 15 minuten hoeven wachten.

Vanaf La Plata is het dan nog 38 kilometer naar Tierradentro. Ik was er al om 1 uur, maar de bus ging pas om 4 uur. De motortaxirijders voor de ingang van het busstation wilden me echter ook wel brengen. Het leek me wat ver voor achterop de motor, maar volgens hen was het geen probleem. Dus zo stapte ik achterop bij Julian, die tijdens de rit maar bleef praten en zelfs nog wat toeristische info gaf. De eerste 20 kilometer was een prima weg, daarna werd het gehobbel en afzien. We zijn 4x gestopt om even de benen te strekken. Hij had nergens last van, maar “jij bent het niet gewend”. Na ruim een uur kwamen we ongeschonden aan in Tierradentro.

DSCN5120

Ik bewaarde het park voor de volgende dag. Het gaat om 8 uur open, ik was er zelfs al iets eerder en zat op een bankje voor de ingang mijn bijeengescharrelde ontbijt op te eten (daar deed mijn pension van 7,5 EUR per nacht niet aan). Bij de ingang zijn twee kleine musea: één met in de graven gevonden keramiek en één over het leven van de lokale inheemse bevolking, de Nasa ofwel Paez.

Ik kan echter niet wachten om aan de wandeling langs de graftombes te beginnen. De eerste groep, Alto de Segovia, is ook de grootste. Hij ligt zo’n half uur wandelen bergopwaarts van de ingang van het park. Het is heerlijk weer en ik geniet van de vergezichten en de vogels. Een drietal jonge Colombiaanse toeristen loopt ongeveer gelijk met me op – we zijn de enigen zo vroeg.

DSCN5126

Bij elke tombe is er een heel ritueel: de bewaker opent het luik (normaal gesloten tegen de vogels) en je mag een trap met ongelijke rotsblokken afdalen een donker gat in. Een paar meter lager sta je dan voor een hekje van waarachter je de graftombe in kunt kijken. Bij deze eerste groep zijn er lampen geïnstalleerd die automatisch aangaan als je beneden staat.

De stenen zijn zo geplaatst dat het net niet handig lopen is: de stappen zijn te groot. Ook kun je je eigenlijk nergens vasthouden. Deze ingangen – soms spiraalvormig, soms rechtdoor – zijn nog de originele. Het is telkens een hele klauterpartij, ik kom zwetend weer boven.

DSCN5081

Bij elke tombe staat boven een bordje voorzien van korte uitleg met wat er te zien is. Sommige grafkamers zijn helemaal leeg en kaal, maar de mooisten zijn die met beschilderingen in rood en zwart tegen een witte achtergrond. Soms zijn het alleen geometrische motieven.

Maar in de mooiste tombes zijn dit soort ‘versieringen’ gecombineerd met afbeeldingen van mensachtige wezens. Ze zien er een beetje hetzelfde uit als die op de sculpturen van San Agustín, maar veel ruwer in uitvoering.

DSCN5110

Na een uur heb ik de meeste van de tombes bij Alto de Segovia gezien en loop ik verder naar de tweede groep: Alto del Duende. Het brede pad van bij de ingang is inmiddels veranderd in een smal bospaadje. Geklommen worden moet er nog steeds. Ik ben dan ook blij als ik bij de toegangspoort een bankje met uitzicht ontdek.

DSCN5125

Ook hier vindt hetzelfde ritueel plaats – stempeltje zetten in je toegangspaspoort, luik openen, enge trap afdalen en hopen dat het een mooie graftombe is. Deze in Alto del Duende zijn niet verlicht, maar de bewaker heeft een zaklantaarn te leen en ik had er zelf ook eentje meegenomen. Het maakt het er niet makkelijker op iets aantrekkelijks in de graftombes te ontdekken.

De wandeling heeft hiermee voorlopig zijn hoogste punt gehad. De route loopt nu 2,5 kilometer richting het dorp San Andres de Pisimbala. Het grootste deel daarvan gaat over de doorgaande weg – wat hier een smalle, onverharde weg met veel kuilen betekent. Het is nog steeds rustig: dezelfde jonge Colombiaanse toeristen zie ik telkens weer en op de weg zijn af en toe motorrijders.

Iets van de weg af ligt El Tablón. Dit is een groepje standbeelden die in de buurt van de graven zijn gevonden. Ze lijken op die in San Agustín.

DSCN5156

Vandaar loop ik het dorp San Andres in voor een koude cola en de lunch. Zowel in San Andres als in het gehucht Tierradentro waar ik verblijf is het lastig om aan eten te komen. Hier in San Andres is één populair restaurant, maar het heeft maar beperkte openingstijden en alleen een vast dagmenu. Vandaag is dat – jawel, de Colombiaanse klassieker – een halve kip met rijst. Gisteren voor het avondeten in Tierradentro heb ik zelfs salchipapas gegeten, de Peruviaanse variant van patatje oorlog (patat met dunne schijfjes worst, met daaroverheen kaas en ketchup). Er was niks anders te krijgen…

Ik ben in ieder geval weer genoeg aangesterkt en uitgerust om nog een vierde groep tombes te bekijken. Het zijn die van Alto de San Andrés. De klim begint vanuit het dorp en gaat onder andere over een brug gemaakt van bamboe. Als ik onderweg sta uit te hijgen fotografeer ik nog een mooie roofvogel (ik denk een slanksnavelwouw).

Slanksnavelwouw (Tierradentro)

Alto de San Andrés is een groep van vier tombes, maar twee ervan zijn zwaar beschadigd door een aardbeving in 1994. De eerste is gesloten vanwege instortingsgevaar, de tweede is helemaal opengebarsten zodat je voor het eerst een mooi zicht van bovenaf hebt hoe de ondergrondse tombe is opgebouwd.

DSCN5167

Daarna is het nog een half uur bergafwaarts terug. Ruim 6 uur na het vertrek arriveer ik weer bij mijn pensionnetje, moe en met benen bedekt met zand en wondjes van stek

ende muggen, vliegen, bamboebruggetjes en ruwe stenen trappen in de graftombes.

#729: Koffie cultuurlandschap van Colombia

Wat is het?
Het Koffiecultuurlandschap van Colombia is een systeem van collectief bebouwde koffieplantages in een bergachtig landschap. Het gebied omvat 6 regio’s met in totaal 18 dorpen en 24.000 kleine koffieboerderijen. Samen zijn ze goed voor zo’n 35% van de Colombiaanse koffieproductie. De plantages en bijbehorende dorpen zijn in de 19de eeuw gesticht en nog altijd in gebruik.

DSCN5293

Cijfer: 6 (Omdat het zo’n groot gebied is, heeft het weinig focus. Waar moet je naar op zoek om het gezien te hebben? Ik ging maar op bezoek bij een koffieboer, hoewel ik het koffieproductieproces ook elders (Nicaragua!) al eens gezien had.)

Toegang: Van het landschap kun je gratis genieten. Het werelderfgoed omvat een enorm gebied, verdeeld over 6 zones en 3 provincies. Ik verbleef in de regio Armenia-Salento. Hier bezocht ik een koffieboerderij net buiten het kerngebied van het werelderfgoed. De tour daar kostte 20.000 pesos (5,50 EUR).

Hoeveel tijd: Een halve dag.

Opvallend: Tot de ochtend van mijn bezoek zat ik nog een beetje te twijfelen, zal ik een fiets huren of toch maar gaan wandelen door het koffiegebied ten zuiden van Salento? De koffieboerderij die ik op het oog heb om te bezoeken – El Recuerdo – ligt maar een kleine 5 kilometer buiten de stad dus ik besluit te gaan lopen.

DSCN5281

Dat blijkt een goede keuze. Het pad is grotendeels beschut tegen de zon door bomen, dus het is niet al te warm. Zoals gebruikelijk op het Colombiaanse platteland zit de weg vol gaten en gaat het heuvel op, heuvel af. Met een mountainbike is het wel te doen en ik kom ook minstens evenveel mountainbikers tegen als op een wandeling op zondagochtend in Nederland. Gelukkig is de weg breed en hebben we geen last van elkaar.

Niet ver buiten Salento beginnen de koffieplanten voor het eerst op te vallen in het landschap. De regio heeft zeker geen monocultuur aan koffie, bananen zie je bijvoorbeeld ook veel.

DSCN5306

Langs deze weg, die door een gebied loopt dat ‘Palestina’ heet, zitten meerdere koffieboerderijen die te bezoeken zijn. Er zit één hele grote bij (El Ocaso), waar je zelfs vooraf moet boeken voor een tour. Daarnaast meerdere kleinere. Sommige adverteren met Engels sprekende gidsen als onderscheidend kenmerk.

De boerderij waar ik naar op weg ben heet ‘El Recuerdo’. Hij ligt helemaal aan het einde van de route. Het is een kleine boerderij, waar geheel organisch geproduceerd wordt. Ze zijn lid van de Rainforest Alliance, een wereldwijde organisatie die een keurmerk geeft voor duurzame landbouw.

Als ik het terrein op stap, word ik meteen verwelkomd door een gids. Hij is student biologie en leidt hier de mensen rond in het Spaans en Engels. We kunnen meteen van start – iedereen krijgt hier een privé-tour. We doen het in een mix van talen, zodat hij zijn Engels kan oefenen en ik mijn Spaans.

We kijken eerst bij de jonge planten. Een volwassen koffieplant kan 24 jaar lang koffiebonen produceren. Het duurt echter bijna 2 jaar voordat een nieuwe plant gekweekt is. Hier hebben ze een paar jongere planten in aanwas.

DSCN5316

Deze koffieboer houdt er wat andere principes op na dan zijn buren en de coöperatie. De boerderij is gebaseerd op polycultuur, dat wil zeggen dat ze naast koffie ook medicinale planten en vruchten produceren.

De gids laat me wat planten zien (ze hebben zelfs 1 originele Colombiaanse coca-plant – “de plant kan er ook niks aan doen wat er allemaal gebeurd is”) en vruchten proeven. Iets wat op een oranje sinaasappel lijkt blijkt een heel zure mix te zijn van sinaasappel en citroen.

DSCN5333

Vast omdat hij bioloog is, vindt de gids het leuk om ook wat andere bijzonderheden in de tuin te laten zien. Dit is bijvoorbeeld het nest van een kolibrie, met 2 eieren er in.

DSCN5334

Wat nog meer bijzonder is aan deze koffieboerderij is dat ze de koffie op traditionele manier verbouwen. Dat betekent hier: in een bos. Om maar zo efficiënt mogelijk koffieplanten neer te kunnen zetten zijn elders bossen gekapt. Hier worden bomen benut voor hun schaduw, om de bodem vruchtbaar te houden en bieden ze een plek voor vogels en insecten die op hun beurt weer het ongedierte van de koffieplanten afhouden.

DSCN5330

De koffie wordt hier twee keer per jaar geoogst: in mei/juni en in oktober. Deze boer verkoopt zijn koffie alleen lokaal: bij de boerderij en in gespecialiseerde winkels in de omgeving. Vaak gaan in Colombia al de gedroogde koffiebonen naar het buitenland, waar ze verder verwerkt worden tot koffie.

Hier op de boerderij werken maar een paar mensen. In het seizoen doorlopen ze het hele proces tot aan het drogen van de bonen. Dat doen ze in de open lucht, maar omdat het in Colombia nogal eens wil regenen hebben ze er een schuifdak over gemaakt. Ze gebruiken een koffiebrander uit de buurt om van de bonen koffie te maken en krijgen dan het eindproduct terug.

DSCN5357

De tour duurt bijna 2 uur en aan het eind krijg je natuurlijk nog een lekker kopje espresso van de eigen koffie. Gelukkig hoefde ik de 5 kilometer niet ook terug te lopen – ik was de poort nog niet uit of er stopte een ‘Willy’: hét lokale vervoermiddel in Salento, een omgebouwde Amerikaanse legerjeep waar je ietwat ongemakkelijk 12 mensen in kunt stouwen.

Salento en de Cocoravallei

In de koffieregio is er één plaatsje waar iedereen naar toe trekt: Salento. Je ziet hier net als elders in het land in deze tijd van het jaar veel Colombiaanse toeristen. Maar voor het eerst zie ik ook veel buitenlanders. En dan vooral jonge Nederlandse backpackers. Ze hebben teveel bagage bij zich (grote rugzak achterop en dagrugzak voor) en bewegen zich in groepjes. Ze eten bij de verschillende niet-Colombiaanse restaurants die Salento rijk is. Dat laatste doe ik trouwens ook – ik moet nog wat bij-eten na Tierradentro.

DSCN5217

Het plaatsje met 7000 inwoners is het slachtoffer van zijn eigen succes geworden. Het heeft nog veel van de originele koloniale architectuur van de regio bewaard. Dat zie je terug in de gekleurde huisjes in de hoofdstraten. Iets met koffie doen ze al lang niet meer: alles staat in het teken van het toerisme. Ik loop een rondje door het centrum en sleep me naar een uitkijkpunt boven de stad. Maar na een uurtje heb ik het allemaal wel gezien.

Als je denkt dat je het meest toeristische deel wel gehad hebt, dan komt de Cocoravallei. Dit is een klein natuurgebied in een nationaal park, op zo’n 15 kilometer buiten Salento. Je komt er vanuit Salento met één van de jeeps die de hele dag door toeristen af en aan vervoeren.

DSCN5362

De vallei is bekend om het veelvuldig voorkomen van de waspalm. Deze boom kan 45 meter hoog worden, en dat doen ze bijna allemaal. De lange stam is glad en kaal. Alleen aan de top zijn er bladeren. Het zijn fotogenieke bomen.

DSCN5373

Je kunt er een lange (5 uur) of een korte (1 uur) wandeling maken. Het lijkt op de foto’s zo paradijselijk, maar het was druk! De Colombianen waren allemaal met de eigen auto gekomen, de parkeervelden stonden vol. Je kunt het circuit ook te paard afleggen en dat gebeurde ook veel. De militaire politie stond – met geweer – bij de ingang iedereen te bekijken of er geen kwaadwillenden onder de bezoekers zouden zitten.

De mooiste groep palmbomen staat op een privé-terrein, dus daar moet je nog een beetje entree betalen: 4.000 pesos / ruim 1 EUR. Ik loop een half rondje van de korte route en ga dan via dezelfde weg terug. Het was een hete middag, zeker op zo’n open vlakte, en veel te druk. En als je een paar van die bomen gezien hebt dan weet je het wel.

DSCN5398

#730: Mompox

Wat is het?
Het historisch centrum van Santa Cruz de Mompox vertegenwoordigt een rivierhavenstad uit de Spaans-koloniale tijd. Het verbond de zeehaven Cartagena met het binnenland. In de negentiende eeuw verloor het veel van haar economische belang: door het gebrek aan moderne invloeden zijn de van oorsprong Spaanse elementen zoals kerken, particuliere woningen en stratenplan er in authentieke staat bewaard gebleven.

DSCN5411

Cijfer: 7 (Colombia heeft niet zo heel veel goedbewaarde Spaans-koloniale overblijfselen. Maar dit is er één om in te lijsten. Al gesticht in 1537, slechts een kleine 40 jaar nadat de eerste Europeanen voet op het Zuid-Amerikaanse vasteland zetten. De historische kern is mooi gerestaureerd en loom (want: bloedheet!), maar bijzonder gezellig.)

Toegang: Gratis. Alleen bij de kerken kun je naar binnen. Om in Mompox te komen moet je wel moeite doen, het ligt op een voormalig eiland te midden van de rivieren, meren en moerassen. Richting Cartagena is er inmiddels een brug: mijn luxe bus van Unitransco deed er 6,5 uur over.

Hoeveel tijd: 3 uur om op je gemak een rondje te doen door de 3 lange straten en regelmatig op een bankje of terrasje te zitten om bij te komen van de hitte.

Opvallend: Het historisch centrum van Mompox bestaat maar uit 3 straten. Ze liggen parallel aan de rivier de Magdalena. Het hele plaatsje is langgerekt: van begin tot eind is het zo’n half uur lopen. Dit deel van het centrum is verboden voor auto’s, dus je loopt er lekker rustig. Er zijn diverse cafés en restaurants, én ontzettend veel bankjes om aan de waterkant te kunnen zitten. Als het warmer wordt gedurende de dag kun je hier ook grote leguanen zien liggen zonnen.

DSCN5416

Eén van de meest aansprekende gebouwen in de stad is het oude marktgebouw. Het heeft een lange veranda aan de achterkant, die aan de rivier grenst. Aan de voorkant ligt het aan het belangrijkste plein met de grootste kerk.

IMG_1958

Aan de rivierstraat zijn 3 pleinen met ieder hun eigen kerk. De grote gele Santa Barbara-kerk, met z’n achthoekige toren (zie grote foto bovenaan) is het icoon van Mompox. Daarnaast zijn er de grote La Concepción-kerk en de rode San Francisco-kerk. Ook in de straten verder van de rivier af zijn er nog diverse andere kerken: in de 17de eeuw had Mompox 10 kerken, gebouwd door allemaal verschillende Spaanse kloosterordes.

Alle grote kerken stammen uit de beginperiode van de Spaanse kolonisatie. Wat je nu ziet dateert wel van latere datum, de eerste kerken waren van hout en veel simpeler van opzet.

DSCN5464

Ik deed mijn ronde door Mompox zaterdagochtend vroeg. Op dat tijdstip waren alle kerken geopend – vrouwen waren druk bezig de banken af te stoffen of nog eens extra in de was te zetten, vast ter voorbereiding van de zaterdagavondmis.

Aan de buitenkant zijn de kerken van baksteen, maar het interieur is in alle gevallen van hout. De bewerkte houten plafonds zijn in de Moorse stijl van het Spaanse Andalusië uitgevoerd.

Ciénaga de Pijiño

Vanaf Mompox vertrekt er iedere dag om 3 uur een boot voor een 3 uur durende tocht over de Magdalena rivier naar de Ciénaga de Pijiño, een moerasgebied.

Bij het Bureau voor Toerisme in Mompox zullen ze wel gedacht hebben dat het een goed idee zou zijn nog iets anders voor de bezoekers te organiseren dan ‘slechts’ de 3 straten met koloniale gebouwen. Dus vertrekt er iedere dag om 3 uur een boot voor een 3 uur durende tocht over de Magdalena rivier naar de Ciénaga de Pijiño, een moerasgebied.

Ik heb geboekt via mijn hotel: het kost 30.000 pesos (ca. 8 EUR) en op het bonnetje staat dat ik mee ga met Fredy Tours. Je kunt ook kaartjes kopen bij een stalletje in het oude marktgebouw – dat blijkt van een concurrent te zijn. Zo vertrekken er even na 3 uur 2 boten de rivier op. In de mijne zitten een stuk of 12 Colombiaanse toeristen. Ik heb een plaatsje op de voorste bank bemachtigd. Er is een doek over de boot gespannen tegen de zon.

DSCN5533

We varen eerst een stukje de Magdalena rivier af. Dit is een brede, maar rustige rivier. Met 1540 kilometer lengte is dit de belangrijkste rivier van Colombia. San Agustín, waar ik een week geleden was, ligt bijvoorbeeld ook vlakbij de Magdalena (in de buurt van de bron).

Dan slaan we af een smalle zijrivier in. Hier staan op regelmatige afstanden vissers aan de kant. Ze vissen door grote netten uit te gooien. De vissen springen als het ware door het water. Op een gegeven moment springt er zelfs één onze boot in. Hij wordt door mijn achterbuurman terug gegooid.

Behalve van de visserij leven de mensen hier van de veeteelt. Ook de koeien komen hier aan de rivier drinken. Als ik me niet vergis zijn het zeboe’s.

DSCN5547

We varen met een motorboot, wat de fotografie van vogels onderweg niet ten goede komt. Vooral in deze zijrivier zijn ontzettend veel vogels te zien, maar ze schrikken als de boot er aan komt. Meerdere keren hebben we een vogel die paniekerig voor onze boot uit vliegt. Zelfs de ijsvogels, die normaal doodstil blijven zitten, vliegen van hot naar her. De schipper houdt ook niet zo van vogels geloof ik – hij remt alleen af en toe af voor een witte reiger.

Via de zijrivier komen we uit op de Ciénaga de Pijiño. Het moet een moeras zijn, maar het ziet er uit als een groot meer. Ook hier zijn mensen en reigers druk aan het vissen.

DSCN5578

We gaan aan land bij de Malecon Turistico. In de hoop het ecotoerisme hier te stimuleren hebben ze een betonnen boulevard annex uitkijkpunt over het moeras aangelegd. Het hoort bij een arm dorpje, dat volgens de teksten op de borden ook een verharde weg is beloofd. Het zou in 2019 af moeten zijn, maar het is nog niet helemaal gelukt.

De lokale kinderen zwemmen in het water van het moeras, waar het trouwens stikt van de muggen. Ze komen ook wat kletsen met / bedelen bij de toeristen.

DSCN5574

We blijven hier naar mijn smaak veel te lang, een half uur of zo terwijl er niks te zien is. Als het gaat schemeren nemen we dezelfde route terug.

Mompox benaderen we nu op de manier zoals de Spanjaarden dat in de 16de eeuw ook deden: vanaf het water. Blikvanger is opnieuw het oude marktgebouw dat pal aan de waterkant ligt zodat goederen makkelijk konden worden aangevoerd.

Oude marktgebouw, Mompox

#731: Cartagena

Wat is het?
De haven, forten en groep monumenten in Cartagena representeren één van de meest complete militaire vestingen in Zuid-Amerika en één van de belangrijkste havens in het Caribisch gebied. De stad werd in 1533 door de Spanjaarden gesticht als Cartagena de Indias. Vanwege zijn strategische ligging ontwikkelde het zich in de 16de, 17de en 18de eeuw steeds verder op militair en commercieel gebied.

DSCN5683

Cijfer: 6,5 (Je houdt er wat gemengde gevoelens aan over: aan de ene kant is het een fascinerende Spaans-koloniale stad waar genoeg te beleven is, aan de andere kant is het overlopen door toeristen en de verkopers van water, hoeden en andere snuisterijen die dat met zich meebrengt. Zodra je buiten het historisch centrum bent is het wat aangenamer vertoeven en ik heb dan ook geen spijt van mijn 2 dagen hier.)

Toegang: Het valt op dat de entreeprijzen hier een stuk hoger liggen dan in de rest van het land. Per bezienswaardigheid waar je naar binnen wilt betaal je 20.000 – 25.000 pesos (ca. 5-7 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was er 2 dagen.

Opvallend: Op mijn eerste ochtend in de stad loop ik via de brug het centrum uit naar het grote fort aan de overkant van het water. Dit Fort San Felipe de Barajas is al om 8 uur open. Ik ben één van de eerste bezoekers van de dag. Het is een door de Spanjaarden in 1536 gebouwd fort, bedoeld om de Engelsen te verjagen van de Colombiaanse kust.

Fort San Felipe de Barajas

Naar verluidt is het hét grootste fort van Zuid-Amerika. Maar een klein deel stamt uit de 16de eeuw, in de 17de en 18de eeuw zijn er hele stukken bijgebouwd. Er is een stelsel van tunnels onder het hele complex. In het voormalige hospitaal kun je een video van 20 minuten bekijken waarin tot in detail wordt uitgelegd hoe de Spanjaarden de Engelse vloot versloegen.

Vanaf het hoogste punt van het fort heb je ook goed zicht over de stad Cartagena. Wat opvalt is hoeveel hoogbouw er is – toen ik aan kwam vliegen vanuit Bogota leek het wel alsof we in Dubai zouden landen. Ook het historisch centrum binnen de stadsmuren is niet aan de modernere, hogere gebouwen ontkomen. Ze laten nu vaak de historische façades staan en bouwen er achter geheel nieuwe hotels en winkelcentra.

IMG_2033

De historische binnenstad begint achter de gele klokkentoren, hét icoon van de stad. Hier lopen de meeste straatverkopers rond dus het is zaak hier zo snel mogelijk van weg te komen. In de straten er achter liggen nog een aantal historische gebouwen die te bezichtigen zijn.

Ik ga naar binnen in 2 kerken (de Kathedraal en de Kerk van San Pedro Claver). Wat opvalt in het algemeen in Colombia is dat het interieur van de kerken niet erg rijk is.

Verder bezoek ik 2 musea: het gebouw van de Inquisitie en het Scheepvaartmuseum. Beiden zitten in mooie historische panden en daarvoor moet je eigenlijk naar binnen gaan. Er is weinig origineels aan het tentoongestelde, het meeste bestaat uit informatieborden die hele verhalen over de geschiedenis vertellen.

Klokkentoren Cartagena

De stad Cartagena is nog voor zo’n 70% door een stadsmuur omringd. Tegen zonsondergang liep ik de muur helemaal af – voor het grootste gedeelte kun je er over heen lopen. Het is leuk om zo de stad van verschillende kanten te zien. Zo trof ik dit voormalige klooster (La Merced) en het theater er naast aan.

IMG_2059

De volgende dag meld ik me tegen 10 uur iets buiten de stadsmuur voor een wandeltour door de wijk Getsemani. Er komen heel veel deelnemers opdagen, maar gelukkig gaan de meesten mee met een Spaanstalige rondleiding door het historische centrum. De Engelstalige tour door Getsemani trekt maar zo’n 8 mensen.

We beginnen bij het parkje dat de afgelopen dagen al mijn favoriet is geworden: het Centenario Park. Hier leven een aantal wilde dieren zoals luiaards (zelf al gespot op de eerste avond), eekhoorns, grote leguanen en twee soorten klauwaapjes (tamarins). Er is een man die ze voert en die weet alle soorten binnen een paar minuten te vinden. Omgekeerd werkt het ook: de aapjes komen naar beneden als ze de man met vruchten zien. Het is onduidelijk hoe de luiaards en de aapjes hier terecht zijn gekomen, het park ligt middenin de stad.

Witvoettamarin

Getsemani is de wijk waar vroeger de arme bevolking van Cartagena woonde en waar ook de opstand tegen de Spanjaarden en voor de onafhankelijkheid begon. Voor hun is het nu onbetaalbaar geworden – zo ongeveer alles hier is omgezet naar pensions, restaurants, winkeltjes en cafés. Het is wel een leuke buurt om doorheen te struinen.

Net als in de andere grote steden van Colombia is er veel goed gemaakte graffiti – de muurschilderingen worden vaak in opdracht en in ieder geval legaal gemaakt.

Getsemani (Cartagena)

Terugblik Colombia 2019/2020

Het waren 3 licht avontuurlijke weken in Colombia. ‘Avontuurlijk’ omdat er logistiek wel eens wat mis ging (weg geblokkeerd, vliegtuig op verkeerde vliegveld), maar ook ‘licht’ omdat er altijd wel weer een oplossing te vinden was samen met de hulpvaardige bevolking. San Agustin vond ik het hoogtepunt van mijn reis, zowel vanwege het archeologisch park met z’n vreemde beelden als de prachtige omgeving waarin het ligt.

Ik zag er opvallend weinig buitenlandse toeristen. Als je je voorbereidt op zo’n reis lijkt het wel alsof ‘iedereen’ tegenwoordig naar Colombia gaat, maar dat valt ter plekke erg mee. Alleen in Salento en Cartagena zag ik ze. In de rest van het land waren wel veel Colombiaanse toeristen: ik reisde tijdens de kerstvakantieperiode, die tot 15 januari te boek staat als hoogseizoen. Nergens was het trouwens zo druk dat je geen hotels of vervoer kunt krijgen. Van de bezienswaardigheden was het belachelijk druk bij de Cocora-vallei, en ook San Agustin was druk bezocht maar daar verspreiden mensen zich meer dus dat was niet hinderlijk.

Voorbereiding

Mobiel internet & telefoon
Ik kocht op het vliegveld een telefoonkaart van Claro. Opwaarderen kost 15.000 pesos (4 EUR) voor 500mb/1 week. Het kan zo ongeveer overal, let op de Claro-vlag.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog Amsterdam – Bogota en Cartagena – Amsterdam met KLM. Weer zo’n handige rondvlucht. Heen is het 11 uur, terug 9.5 uur. Ondanks dat ik op doordeweekse dagen vloog kon ik helaas geen Business Class upgrade bijkopen. Cartagena is maar een klein vliegveld voor internationale vluchten (5 gates of zo), dus hier hoef je niet erg vroeg te zijn. Er is ook geen KLM lounge.

Binnenlandse vluchten
Om de toch al aanzienlijke verplaatsingen nog een beetje te beperken had ik vooraf 2 binnenlandse vluchten gekocht: van Bogota naar Popayan en van Armenia (via Bogota) naar Cartagena. Beide waren met Avianca, de Colombiaanse nationale luchtvaartmaatschappij en de op 1 na oudste nog actieve maatschappij ter wereld (na KLM). De vluchten waren maar kort en je krijgt alleen iets te drinken. Geen van de vluchten zat vol, verre van dat.

Mijn eerste ervaring met Avianca was geen al te beste – het leverde mij op het verkeerde vliegveld af! De vlucht Bogota – Popayan werd omgeleid naar Cali, 135 kilometer verderop. Door hevige regen was het niet mogelijk op Popayan te landen. Avianca bood aan terug te vliegen naar Bogota en het dan de volgende dag weer te proberen, of om op eigen gelegenheid verder te reizen vanaf Cali. Dat laatste deed iedereen – ik nam samen met een Spaans-Colombiaans stel en een Colombiaanse psychiater een taxi naar Popayan. Kosten voor de rit van 3 uur: 60 EUR, te verdelen tussen 4 man.

Met de bus
Alle andere verplaatsingen deed ik met de bus. Er rijden meestal bussen van meerdere maatschappijen op de routes. De bussen zijn niet overvol, er lijkt een regel te zijn dat er niet meer passagiers mee mogen dan er stoelen zijn. Daar hielden de chauffeurs zich meestal ook wel aan.

Ik heb maar 1 buskaartje vooraf online gekocht: voor de rit van Cartagena naar Mompox had ik geen zin om eerst helemaal naar het busstation van Cartagena te gaan (een half uur van mijn hotel). Via redBus ging dat prima. Je betaalt een kleine opslag. Alle andere kaartjes heb ik op de dag zelf op het busstation gekocht of een middag van tevoren voor de lange ritten.

Taxi’s
In de miljoenensteden Bogota, Cali en Cartagena nam ik ook regelmatig een taxi. Alle officiële taxi’s in het land zijn geel en dus makkelijk te herkennen. In Bogota gebruikte ik de app van EasyTaxi op mijn telefoon om taxi’s te bestellen – dat ging uitstekend, je ziet hoe snel ze er zijn, krijgt een kenteken door en je kunt betalen via Paypal. In Bogota rijden ze ook op de meter.

In de andere steden is het wat chaotischer. Daar hield ik gewoon een gele taxi op straat aan en sprak vooraf een prijs af om cash te betalen.

Hotels

Of ze nu 8 EUR of 115 EUR per nacht kostten, alle hotels waren netjes en schoon. Ik had altijd een kamer met eigen badkamer en toegang tot internet.

Bogotá: Hotel Ibis Museo
Dit is een Ibis hotel zoals alle andere van deze keten ter wereld: een standaard inrichting met licht houten meubilair, TV, kluisje, airco, veel stopcontacten en een nette badkamer. Het ligt naast het Nationaal Museum in het modernere deel van het centrum van Bogotá, op zo’n 20 minuten lopen van het meer historische deel met o.a. het Goudmuseum. Er zijn een supermarkt en restaurants in de buurt. Ik had een kamer op de 9de verdieping, met uitzicht op de bergen.

Het ontbijt was niet inbegrepen in mijn kamerprijs. Met 21.000 pesos (5,70 EUR) is het nogal aan de prijs voor het gemiddelde prijsniveau in Colombia en voor wat je krijgt. Er is een klein ontbijtbuffet, meest met standaard Europese dingen als brood, kaas en ham. Daarnaast een enkel Colombiaans gerecht en vers fruit. De koffie en het vruchtensap zijn goed.

Website: Ibis Bogota Museo
Kosten: 29 EUR per nacht exclusief ontbijt
Restauranttips: WOK, een populair Aziatisch restaurant aan de andere kant van het Nationaal Museum

Popayán: Hotel La Plazuela
Hotel La Plazuela zit in een voor de binnenstad van Popayan zo kenmerkend wit gebouw. Op het eerste gezicht kom het wat kil over en de receptie zit de hele dag in een donker hoekje. De kamer is echter ruim en heeft goede airco en wifi. De eerste nacht was het ontbijt zeer matig (2 droge broodjes met 1 kuipje jam, een smakeloos roerei), maar de dag erna was het opeens een stuk beter. Er zit ook een cafeetje in het pand waar je leuk kunt zitten en lekkere koffie kunt krijgen.

Website: Hotel La Plazuela
Kosten: 45 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: weinig bijzonders in de buurt te vinden

San Agustín: Hotel Estorake
Het beste / fijnste hotel van deze reis was het Hotel Estorake. Het is heel nieuw dus alles ziet er nog fris uit. Mooie tuin, en – mijn favoriet – hangmatten! Wakker worden ’s ochtends van de vogeltjes. De eigenaar bracht me op de dag van vertrek nog even met zijn eigen auto naar het vertrekpunt voor de gedeelde taxi’s aan de andere kant van het stadje.

Website: Hotel Estorake
Kosten: 64 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: Donde Richard (vrijwel naast het hotel) is goed voor gegrild vlees, maar het beste at ik in het centrum bij de favoriet van de lokale politie & werklieden: El Meson.

Tierradentro: Hospedaje Ricabet
Hospedaje Ricabet is een eenvoudig pension, gelegen aan de hoofdstraat van Tierradentro en dus vlakbij de ingang van het park. Omdat ik wat moeite had om in Tierradentro te komen, had ik vooraf niks geboekt. Dat bleek geen enkel probleem. Hier kreeg ik waarschijnlijk hun beste kamer, met eigen badkamer. Er was zelfs wifi en de eigenaar ging (met succes) voor me op zoek naar een verlengsnoer waarin ook mijn wereldstekker paste.

Website: hebben ze niet
Kosten: 8 EUR per nacht exclusief ontbijt
Restauranttips: er tegenover zit een vriendelijk tentje waar ze Salchipapas maken, dat is de enige plek waar je ’s avonds in Tierradentro kunt eten.

Cali: Hotel Boutique San Antonio
In het Hotel Boutique San Antonio in Cali verbleef ik alleen 1 nacht op doorreis. Het ligt in de historische buurt van Cali, maar daar was weinig te beleven toen ik er was op 6 januari (Driekoningen, feestdag, bijna alles dicht). Te zien aan het hekwerk voor de deur en de bewakingscamera’s is het niet de veiligste buurt, het is voor het eerst dat ik dit in Colombia zag. Over het hotel zelf is weinig bijzonders te melden.

Website: Hotel Boutique San Antonio
Kosten: 41 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: een paar huizen verderop zit een Libanees/Palestijns restaurant, waar je eens iets anders kunt eten dan Colombiaans

Salento: Hostal El Zorzal
Hostal El Zorzal ligt tegenover het busstation van Salento, aan de rand van het plaatsje. Dit is meer een pension / hostel dan een hotel. Bij het ontbijt kun je van de kaart kiezen en zowaar uit meer dan alleen eiergerechten: ook muesli en een ham-kaas tosti.

Hun tuin is werkelijk een feest voor de vogels, ze hebben verschillende voederplekken en terwijl je zit te ontbijten doen de vogels zich ook te goed aan allerlei lekkers. Ik liep er alleen wat ‘schade’ op: de muggen waren ook op zoek naar ontbijt, en vonden dat in mijn rechteronderbeen – zo’n 40 bulten waren het resultaat!

Website: Hostal El Zorzal
Kosten: 35 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: er zijn heel veel restaurants in Salento, hoewel toeristisch vond ik Meraki toch het beste.

Cartagena (1): Boutique Hotel Varanasi
Dit is een hotel op loopafstand van het vliegveld van Cartagena, waar ik 1 nacht verbleef op doorreis. De kamer was supermodern met een heerlijk bed. Ook ligt het naast een voortreffelijk Peruaans restaurant met goede visrecepten. Daarmee houdt het positieve wel op – het personeel was nogal suf, de kamer had geen sleutel (de receptie moest hem steeds voor me openmaken, ik kon hem wel van binnen afsluiten) en er is weinig te beleven in de buurt.

Website: Varanasi Hotel Boutique
Kosten: 52 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttip: het Peruaanse visrestaurant dat ernaast ligt

Mompox: La Casa Amarilla
La Casa Amarilla is zonder meer het vriendelijkste hotel van deze reis. Ze gaven me een kaartje van de stad, restauranttips, regelden een boottour en een ontbijtpakket voor in de bus toen ik op de laatste ochtend vroeg moest vertrekken. De combinatie van airco en fan was nodig om de kamer redelijk koel te krijgen in het hete Mompox.

Website: La Casa Amarilla
Kosten: 47,50 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: Ambrosia en Comedor Costeña voor visgerechten.

Cartagena (2): Alfiz Hotel
Het Alfiz Hotel ligt in het historische centrum van Cartagena. Het is een vrij chique boetiekhotel, met ‘antieke’ meubels en andere breekbare snuisterijen. De kamers blijve uitermate koel in dit historische pand, wat erg prettig is in het hete Cartagena. Uitgebreid ontbijt in de ochtend: weliswaar de standaard Colombiaanse set fruitsalade – ei – koffie – sap – broodjes, maar dan bestaat de fruitsalade uit 5 verschillende soorten fruit in plaats van 1 of 2.

Website: Alfiz Hotel
Kosten: 115 EUR per nacht inclusief ontbijt
Restauranttips: La Mulata (moest wel in de rij staan) en Epoca verderop in de straat.

Eten

Ontbijt
Het ontbijt was eigenlijk overal hetzelfde: fruitsalade vooraf, dan iets met ei, erbij 1 of 2 broodjes van wisselende kwaliteit met of zonder jam. Daarbij vruchtensap en koffie.

Tussendoor
Colombia staat natuurlijk bekend om zijn koffie. Nu is het niet zo dat je er op iedere straathoek goede koffie kunt krijgen (het beste wordt verkocht aan het buitenland), maar in de grotere steden zijn er prima koffieshops. De keten Juan Valdez is goed. Verder zijn ook de verse vruchtensappen aan te raden, die vind je overal.

Lunch & diner
In het midden en zuiden van het land eten ze vooral vlees: gegrilde kip vooral, (vettige) biefstuk kun je ook krijgen. Vaak krijg je er gratis soep bij. Na een paar dagen heb je er al wel genoeg van.

Het eten in het noorden (Mompox, Cartagena) beviel me een stuk beter. Daar eten ze namelijk volop vis. Zie hieronder een typische vismaaltijd, met: een grote gegrilde vis (mojarra / brasem), een ‘salade’ (een schijfje tomaat, een stukje avocado en wat rauwe ui), kokosrijst en patacones (dubbelgebakken banaan, erg droog). Erbij dit keer jugo de corozo (sap van een kleine rode vrucht).

Kosten

Je kunt hier heel goedkoop reizen: openbaar vervoer en eten wordt in Colombia niet snel duur. Voor een buskaartje betaal je ongeveer 2 EUR per uur reizen. Voor het eten was ik meestal tussen de 3 en 8 EUR kwijt.

Wat betreft hotels kun je het zo duur maken als je zelf wilt, maar voor rond de 35 EUR heb je een prima overnachtingsplek.

Ik gaf gemiddeld 95 EUR per dag uit – dit is inclusief de 2 binnenlandse vluchten. Exclusief is het 79 EUR per dag. Daarmee komt Colombia uit in de groep met redelijk goedkope landen, vergelijkbaar met Laos en Peru.

Leave a comment