#726: St. George, Bermuda
Wat is het?
De Historische stad en forten van St. George, Bermuda vertegenwoordigen de oudste Britse nederzetting in de Nieuwe Wereld. De stad St. George is in 1612 door Britse kolonisten gesticht en bleef de hoofdstad van de eilandengroep Bermuda tot halverwege de 19de eeuw. De 24 geselecteerde monumenten liggen op het eiland St. George en op een aantal kleinere eilanden die toegang geven tot de stad en de haven.
Cijfer: 7 (Het historische stadje ziet er bijna té perfect uit en forten in het algemeen vind ik niet zo interessant. Toch geeft het een goed gevoel hier rond te lopen, zo ver van alles op dit eiland midden in de Atlantische Oceaan. Dat de Engelsen hier ooit zijn gaan wonen en het rendabel hebben gemaakt is al bijzonder op zich.)
Toegang: Bij het meeste kun je alleen langs lopen en niet naar binnen. Alleen voor het Fort St. Catherine betaalde ik 7 USD entree. In St. George zelf is er een aantal huizen waar je tegen betaling naar binnen kunt, maar veel was gesloten.
Hoeveel tijd: Een hele dag, zeker als je alle forten wilt bezoeken.
Opvallend: Mijn Bed&Breakfast ligt al in het kerngebied van het werelderfgoed, dus ik loop zo vanuit de voordeur het historische centrum van St. George in. In ‘mijn’ straat ligt al een prachtig huis met alle kenmerken van de unieke architectuur van Bermuda: goed in de (bonte) verf, met een getrapt wit dak zodat het regenwater opgevangen kan worden, een schoorsteen en een gebogen trap die toegang geeft tot het woongedeelte op de 2e etage.
Ik loop eerst maar eens naar de haven. Het is eind november, maar hier is het nog prachtig weer. Er waait wel een frisse wind. Andere toeristen zijn er nauwelijks. Grote delen van het jaar leggen er hier cruiseschepen aan en dan zal het er wel anders uitzien. In de haven kun je nu rustig op een bankje van het uitzicht genieten. Er vliegen vogels rond met een fluorescerend-geel buikje: de grote kiskadie, geen inheemse vogel maar een soort die hier in 1957 is geïntroduceerd om hagedissen te bestrijden en nu een ware plaag is geworden.
Het historisch centrum is behoorlijk authentiek: zo’n 65% van de huizen dateert van vóór 1900, en weer 40% daarvan stamt al van vóór 1800. De meeste gebouwen hebben een eigentijdse bestemming gekregen: winkels, restaurants, hotels.
Het oudste stenen gebouw op het eiland is het State House uit 1621. Hier kwam tot 1825 het parlement van Bermuda bijeen. Het is nu in bezit van de lokale vrijmetselaarsloge. Het is een gebouw in een heel andere stijl dan de rest van het centrum, het deed me een beetje denken aan de Azoren.
Als ik het plaatsje wel een beetje gezien heb, begin ik aan de wandeling om het eiland. Op verschillende strategische plekken aan de kust en op eilandjes voor de kust zijn door de eeuwen heen forten gebouwd. Ik loop gewoon over de asfaltweg, maar er is zo weinig verkeer dat dat prima te doen is. St. George’s eiland is maar klein – nog geen 3 vierkante kilometer.
Het eerste fort dat ik tegen kom is het Gates Fort. Op dit puntje land stond al in 1626 een fort. Later werd er een wachtershuisje van 2 verdiepingen bijgebouwd. Met mij is er nog 1 andere toerist: een Britse jongen op een scooter die ik later bij de andere forten ook weer tegenkom.
Niet veel verder langs de kust ligt de Alexandra Battery. Dit verdedigingswerk is een stuk nieuwer: het meeste van wat er nu te zien is komt uit 1904. Het terrein is deels overwoekerd en de kanonnen staan te roesten.
Aan de noordkant van het eiland lig het grootste fort: Fort St. Catherine. Je kunt het al van verre zien liggen. Er te voet bij komen vraagt nog een hele omweg: een deel van de kustroute is afgesloten omdat ze er een groot hotel annex appartementencomplex aan het bouwen zijn. Een beheerder van het fort die ik later spreek kan zich er kwaad over maken: wat een minachting voor dit historische stukje kust, met het strand waar de eerste Engelsen aan land kwamen! De goedkoopste appartementen schijnen weg te gaan voor een prijs van 1,5 miljoen dollar…
Fort St. Catherine is ingericht als museum. Na het betalen van de entree volg ik de route door het complex. Die gaat grotendeels ondergronds, zodat je een goed beeld krijgt hoe de logistiek van een actief fort in elkaar zit. In de kelders lagen de kogels en het kruit opgeslagen. Het werd naar behoefte met liften omhoog getakeld naar waar de kanonnen stonden.
De tentoonstelling verhaalt ook over het leven van de Britse soldaten die hierheen werden gestuurd. Echt veel prioriteit binnen het Rijk kregen ze niet: er was zelfs een groep die 13 jaar aan hun lot werd overgelaten tot er weer een keer een schip langs kwam met aflossing. De forten bewaakten de toegang tot de Britse marinehaven en -scheepswerf op het hoofdeiland.
De natuur in
Op mijn tweede dag in de eilandengroep Bermuda ga ik kijken wat de natuur hier te bieden heeft. De natuur op het land welteverstaan – op zee is er nog zoveel meer, maar het is niet het seizoen voor de walvissen. Met de lokale bus reis ik eerst naar Cooper’s Island Nature Reserve. Dit is een gebied dat lang gebruikt is door het Amerikaanse leger en de NASA. Nadat die het verlieten in 1995, is er een publiek toegankelijk natuurgebied van gemaakt.
Iets na de ingang staan er 2 bordjes met pijlen: de een wijst naar een boswandeling, de ander naar een vlonderpad over het zoutmoeras. Ik kies voor het laatste.
Ik ben vast de eerste wandelaar hier vandaag: spinnen hebben grote webben gespannen tussen de houten leuningen langs het pad. Ik moet er een paar kapot maken om er door te kunnen. Het is een mooi plekje, maar veel vogels zijn er niet te zien.
Na dit pad is het onduidelijk wat er verder te zien is. Ik loop een stukje door het bos en langs de kust, kom nog een stel wandelaars tegen maar ik ben er snel uitgekeken. Het schijnt dat dit park erg te lijden heeft gehad onder de orkanen van de laatste jaren. Je ziet inderdaad dat de rotskust erg geërodeerd is. Ook zijn er grote bomen ontworteld.
Met bus 6, dezelfde als waarmee ik gekomen ben, rijd ik terug richting St. George. Gelukkig kan ik bij een knooppunt overstappen op de volgende bus, de nummer 1 richting Hamilton. De rit gaat over het hoofdeiland, waarvan het oostelijk deel één groot golfterrein lijkt met keurig verzorgd gras, dure hotels en Amerikanen in golfkarretjes.
Mijn tweede park van vandaag is Spittal Pond. Dit is het grootste natuurgebied van Bermuda. Het loopt al tegen lunchtijd en gelukkig spot ik een grote supermarkt aan de overkant van de straat. Daar haal ik het een en ander om onderweg op te eten.
Spittal Pond is genoemd naar een meertje met brak water. Een favoriete plek voor watervogels, maar meer dan een eend en twee waterhoenen laten zich niet aan mij zien.
Dit natuurgebied ziet er meer verzorgd uit dan dat van eerder vanochtend. Geregeld staan er informatieborden met uitleg over de natuurverschijnselen die hier te zien zijn. Ook is het pad eenvoudig te volgen. De meest aanwezige vogel is – net als in de binnenstad van St. George – de grote kiskadie. Net als de mensen zijn de dier- en plantensoorten op Bermuda veelal geïmporteerd. Verder zie ik nog een paar kleine duiven scharrelen, die zouden wel van een inheemse soort kunnen zijn (de treurduif).
Het pad loopt door een afwisselend landschap: eerst langs twee meren, dan een stukje door het bos en dan ben je aan de rotsachtige kust. Hier doet zich een bijzonder natuurfenomeen voor: door erosie zijn er groeven in keurige rechte lijnen ontstaan. Het heeft de bijnaam ‘Het Schaakbord’ gekregen. Ik moet over wat van de scherpe rotsen klauteren om erbij te komen, maar het is een prachtig plekje.
De hele tijd al loop ik met mijn lunch in mijn rugzak, maar ik vind nergens een plek om te zitten. Het grootste deel van de route is in de zon, die sterk schijnt vandaag (gisteren was het meer bewolkt). Pas boven de rotsen zie ik opeens een bankje staan – nog steeds in de zon maar met een prachtig uitzicht over de zee die tegen de rotsen slaat.
Als ik op de rots mijn lunch zit op te eten, zie ik opeens een kleine hagedis rondscharrelen. Vanochtend heb ik gelezen over de Bermuda rotshagedis – een inheemse soort die sterk bedreigd is. Het zal toch niet dat er hier eentje rondloopt? Ik maak er vast een paar goede foto’s van als referentiemateriaal. Bij later nazoeken blijkt het een vrouwelijke Jamaicaanse anolis – te herkennen aan het diamantpatroon op de rug.
Na de rotskust loopt het wandelpad met een grote bocht nog door het bos. Echt ver van de bewoonde wereld ben je hier nooit – je ziet steeds de huizen liggen aan de andere kant van de straat. Na precies een uur wandelen sta ik weer bij de bushalte om de bus terug naar St. George te pakken.
Hamilton en de Royal Navy Dockyard
Op mijn laatste dag in Bermuda reis ik af helemaal naar de westkant van de eilandengroep. Eerst gaat het een klein uur met de bus naar Hamilton, de hoofdstad. Dat is wel even wat anders dan het kneuterige St. George: een echte moderne, grote stad! Maar omdat het zondag is, is bijna alles gesloten en zijn de straten uitgestorven. Ik loop een rondje, drink ergens koffie en ga dan zitten wachten op de veerboot voor mijn hoofddoel van vandaag: de Royal Navy Dockyard.
Met mijn tweedaagse buspas is ook deze veerboot gratis. De pas is één van de weinige koopjes op Bermuda: zo’n 30 EUR voor 2 dagen onbeperkt openbaar vervoer.
Het is een half uur varen naar de door de Britse marine gebouwde basis annex scheepswerf. Ik zit buiten op het dek en zie vooral kostbare huizen en appartementencomplexen aan de waterkant voorbij komen.
De marinebasis was de 19de eeuwse vervanger van de oudere, meer kleinschalige forten rondom St. George waar ik eergisteren was. Hij speelde nog een rol in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar werd in 1957 grotendeels gesloten. In de jaren tachtig zijn de gebouwen gerestaureerd om invulling te geven aan het opkomende toerisme in Bermuda. In de oude klokkentoren (zie foto hierboven) kwam een winkelcentrum, in de oude loodsen ateliers en nog meer winkels.
Een deel is ook in gebruik als Nationaal Museum van Bermuda. Hier betaal je 15 dollar om het versterkte deel van de basis te bekijken. Het is een groot terrein met de gebruikelijke kanonnen en bunkers.
Het mooiste gebouw van het hele terrein is de Commissioner’s House, het huis van de hoogste baas. Het is erg beschadigd tijdens de laatste grote orkanen die Bermuda in de periode 2012-2015 hebben aangedaan (het dak lag er af en er was waterschade). Het ziet er nu van binnen keurig uit.
Ik ben de enige bezoeker hier. Er zijn ruimtes die gesponsord zijn door verschillende groepen belanghebbenden, van commerciële bedrijven tot het Amerikaanse leger. Echte historische stukken hebben ze bijna niet, het zijn meest teksten en foto’s.
In een andere expositieruimte op het terrein is een tentoonstelling over scheepswrakken. Er zijn door de eeuwen heen heel veel schepen van verschillende oorsprong (van Spaanse tot Nederlandse) voor de kust van Bermuda gezonken. Potscherven, kogels en pijpen zijn gevonden, maar ook goed bewaard gebleven kruiken zoals deze gemaakt in Duitsland:
Tot slot stap ik na een uitgebreide lunch het mooie complex van de klokkentorens in. Hier zit nu een winkelcentrum. Aan de buitenkant zitten een paar chique winkels (onder andere een juwelier), maar van binnen is het echt niks. Goedkope souvenirwinkels met vooral T-shirts voeren de boventoon. Ik eet er nog een ijsje en ga dan op een bankje buiten zitten wachten tot de veerboot weer terug gaat.
Terugblik Bermuda 2019
Het is een gek stelletje eilanden: het lijkt wel één groot reservaat voor gepensioneerde Amerikanen. Er is een enorme golfbaan die meer ruimte in lijkt te nemen dan alle natuurgebieden bij elkaar. Verder vallen vooral alle verboden op: niet rondhangen, niet vissen, niks eten of drinken in de bus, geen helm op in de supermarkt. In de lijnbus sprak de chauffeuse zelfs publiekelijk een man aan die zijn koptelefoon te hard aan had staan.
Na 3 dagen had ik alles wel zo’n beetje gezien. Het werelderfgoed St. George is de mooiste plek op Bermuda.
Voorbereiding
Visum
Er is geen visum nodig. Het enige waar ze zich bij de grenscontrole op het vliegveld zorgen om maken is of je wel een retourticket hebt – dat moet je ook laten zien. Ik kreeg ook nog een stempeltje in mijn maagdelijke nieuwe paspoort. Bij het verlaten van het land is er geen controle.
Mobiel internet & telefoon
Bermuda valt niet onder de roamingafspraken van de EU. Je zult dus een lokale simkaart moeten kopen als je hier goedkoop wilt bellen of data wilt verbruiken met je telefoon. Omdat ik er maar 3 dagen was heb ik dat niet gedaan.
Elektronica
Ze gebruiken hier de Amerikaanse stekkers. Je moet dus een wereldstekker meenemen. Ook is het voltage maar 110 volt i.p.v. 220, maar dat maakt voor de meeste moderne elektrische apparaten niks uit.
Vervoer
Internationale vluchten
Ik vloog via Londen Gatwick met British Airways. Dit is de enige maatschappij die vanuit Europa naar Bermuda vliegt. De heenvlucht was een bizarre gewaarwording: er zaten misschien 60 mensen in de grote Boeing 777, waarvan maar zo’n 15 tot 20 in de Economy-klasse. Dus iedereen kon breeduit hangen en eten & drinken zoveel hij wilde. Het vliegtuig zag er verder nieuw uit. Het eten was redelijk, misschien met uitzondering dan van het wel heel simpele hoofdgerecht macaroni met kaas en bloemkool.

Ook de terugvlucht was erg rustig. Ik zat in de Economy Comfort-klasse. De indeling van het British Airways vliegtuig is erg vreemd: de helft van de rijen stoelen zijn voor de First Class, de Business Classe en de Economy Comfort samen. De ‘gewone’ Economy stoelen doen het blijkbaar niet zo goed op de vlucht van en naar deze dure bestemming.
Binnenlands vervoer
De eilanden worden gedekt door een efficiënte busdienst. Voor 35,10 dollar kocht ik een buspas die 2 dagen lang onbeperkt geldig is op alle buslijnen en veerdiensten. Daarmee is de bus zeker de goedkoopste vorm van vervoer – een fiets huren per dag kost al zeker 30 dollar, om over een taxi maar niet te spreken.
Hotels
Ik verbleef er 3 nachten in hetzelfde hotel:
St. George: Aunt Nea’s Inn
Aunt Nea’s Inn is een Bed&Breakfast in een landhuis in de historische binnenstad van St. George. Het was vroeger het huis van de Amerikaanse consul, nu wordt het gerund door een lesbisch Amerikaans stel. Ze hebben het onlangs te koop gezet: het moet 2,6 miljoen dollar opbrengen.
Ik had er een appartement op de begane grond, met een slaapkamer en een woonkamer annex keuken. Het was ruim en lekker stil.
Website: Aunt Nea’s Inn
Kosten: 195 EUR per nacht inclusief ontbijt
Eten
Ontbijt
Het ontbijt was inbegrepen in mijn Bed&Breakfast. Helaas was het Breakfast-gedeelte niet gelijkwaardig aan het Bed-deel. Vanwege een of andere regel mogen ze geen eten serveren. Je pakt je ontbijt dus uit de keuken, die iedere dag wel voorzien werd van verse broodjes en baksels zoals bananenbrood. Ook is er yoghurt, verschillende soorten zoet beleg en kun je zelf een ei bakken als je daar zin in hebt. Het is niet slecht maar toch verwacht je er meer van in zo’n dure B&B.
Lunch
Ik ging één keer per dag uit eten en haalde één keer per dag iets bij een supermarkt. Eén van de bekendste kleinere lokale gerechten is de Bermuda fish chowder, een vissoep. Hierin zitten tomaten, vis en uiten verwerkt. Tot slot doen ze er dan aan tafel nog een scheutje rum en pepersaus in. Erg lekker!

Diner
De porties zijn hier van Amerikaans formaat. Dus als je een hoofdgerecht bestelt krijg je er van alles bij. Ik at elke dag vis: die hieronder is de gegrilde wahoo, een lokaal soort makreel.
Kosten
Op Bermuda betalen ze met de Bermuda dollar. Deze heeft dezelfde waarde als de Amerikaanse dollar. Je kunt de 2 dus ook door elkaar gebruiken op het eiland.
Bermuda is schreeuwend duur. Voor het diner betaalde ik tussen de 48 en 63 dollar. Een hoofdgerecht kost al snel 30 dollar, en daar komt dan nog de verplichte service tax (zo’n 17%) bij op. In totaal gaf ik gemiddeld 280 EUR per dag uit.















Leave a comment