#724: Etna
Wat is het?
De Etna is één van de actiefste vulkanen ter wereld. Zijn vrijwel continue reeks aan uitbarstingen is al sinds de Oudheid gedocumenteerd, waarmee het een belangrijke bestemming is voor de studie van de vulkanologie. De Etna bestaat uit twee vulkaantypes: tot ongeveer 2700 meter is de Etna een (vlakke) schildvulkaan, de top is een (kegelvormige) stratovulkaan. Diverse vulkanische verschijnselen zoals kraters, lavagrotten, lavastromen en sintelkegels zijn er goed waar te nemen.
Cijfer: 7,5 (De Etna is niet de mooiste vulkaan ter wereld, hij moet het vooral hebben van zijn voortdurende activiteit. Daarmee kwam ik tijdens mijn bezoek prima aan mijn trekken. Hij rommelde en spuugde as de hoogte in. Zoveel as zelfs dat mijn vlucht uit Rome een uur vertraagd was, omdat een deel van het vliegverkeer naar Catania was afgesloten vanwege de aswolken.)
Toegang: Gratis. De Etna ligt in een regionaal park, maar er zijn geen toegangsbeperkingen.
Hoeveel tijd: Ik was er een uur of 6.
Opvallend: “Kun je vroeg opstaan?”, vroeg mijn gids en B&B-eigenaar Davide de avond van tevoren. Euh, ja hoor. Dus gaat voor de tweede dag op rij de wekker om 5 uur. Om kwart over 5 hebben we beneden afgesproken voor het vertrek met als doel een wandeling langs de noordzijde van de Etna. Vanaf de kust rijden we eerst in een uurtje naar de parkeerplaats van Rifugio Citelli, al op ruim 1700 meter hoogte.
Onderweg stoppen we nog even bij een barretje voor een staand Italiaans ontbijt van cappuccino met een zoet broodje. De ontbijtbars hier langs de route gaan al vroeg open (deze om 4.30!), om de paddenstoelenverzamelaars en het onderhoudspersoneel van het park te bedienen.
Op de parkeerplaats wordt meteen duidelijk dat het een serieuze wandeling zal worden: ik krijg een helm vastgegespt aan mijn rugzak, twee wandelstokken in de handen gedrukt én schoenen met een beter profiel aangemeten. Het is nog donker als we aan de tocht beginnen, dus de gids en ik dragen ook nog elk een lampje op ons voorhoofd.
Het eerste deel van de wandeling gaat door het bos. Het valt me sowieso op hoe begroeid de vulkaan is, het is er veel groener dan ik me had voorgesteld. Het is gestaag klimmen, over een technisch soms lastig parcours met stenen, boomstronken en losse lavasteentjes. Zonder wandelstokken had ik het nooit gered.
Voordeel van zo’n privé-tour is dat ik lekker in mijn eigen tempo kan wandelen. Op het eerste deel van de route zien we de vulkaantoppen niet, alleen komt er af en toe een aswolk boven de horizon uit.
We maken onze eerste langere stop bij wat er uit ziet als een grot, maar een lavatunnel blijkt te zijn. Hiervoor hebben we de helmpjes meegenomen. Aan het begin van de door een lavastroom uitgesleten tunnel kun je nog staan, maar daarna raakt in ieder geval mijn hoofd vaak het stenen plafond. De tunnel is smal en diep – ik ben wel eens eerder in een lavagrot geweest (ik geloof in Jeju, Zuid-Korea), maar dit is echt indrukwekkend.
Boven de grond zie je alleen dit luchtgat – er onder gaat de tunnel schuil.
Nog een paar heuveltjes over en dan zijn we bij de bestemming: aan de rand van de Valle del Bove en met uitzicht op de actieve vulkaankraters. De Valle del Bove is een grote kloof ontstaan tijdens een aardverschuiving – hier groeit helemaal niks meer. Op het hoogste deel van de Etna zijn op dit moment 4 vulkaankraters. Allemaal zijn ze sinds kort weer actief met explosies en het uitspuwen van aswolken.
We vinden een lekker plekje om te zitten en het schouwspel te bekijken. Je hoort het eerst even rommelen en donderen, en dan stijgt er een grijze aswolk omhoog.
Over een richel lopen we nog wat verder omhoog, naar het hoogste punt van de wandeling op zo’n 2200 meter. We hebben dus 500 hoogtemeters afgelegd. Ook hier is het zicht op de kraters prachtig. Tot op dat moment zijn we geen andere mensen op de wandeling tegengekomen: niemand gaat natuurlijk zo vroeg op pad, en sowieso is de noordelijke kant van de Etna rustiger dan de zuidelijke.
Tegen 11 uur in de ochtend komen de wolken vanuit het dal opzetten en dreigt ons uitzicht te verdwijnen. We beginnen daarom aan de afdaling. Daar komen we nog een Duits stel tegen dat met een gps in de hand de route probeert te vinden – mijn gids waarschuwt ze nog voor het weer (en ze willen nog veel verder dan wij zijn gegaan), maar ze gaan toch door. Eigenlijk is het onverantwoord om hier zonder gids te lopen.
Het pad naar beneden vraagt veel concentratie en kost me dus ook nog 2 uur. Er zijn stukken met losse lavasteentjes, waarin je – als ware het sneeuw of een zandduin – je met je hakken moet tegenhouden om niet te hard de helling af te gaan. Verder ook weer veel technische lastige stukken waar de wandelstokken goed van pas komen.
Ruim 6 uur na het vertrek komen we weer aan bij de parkeerplaats. We blijken wandelroute 723 gedaan te hebben, de Citelli Serracozzo (dat bord was bij de start in het donker niet te zien). Ik zie later op de website van het Etna Park dat de route maar 6 kilometer lang is….
Taormina
Taormina is een plaatsje aan de oostkust van Sicilië. Ik had het uitgekozen als mijn uitvalsbasis voor de Etna. Het ligt “onder de rook van …” – maar toch nog zo’n 50 kilometer van de de vulkaan verwijderd. Het is ook nooit door een lavastroom getroffen. Dat komt mede doordat het hoog tegen een heuvel ligt, op een smal terras. Vanaf de kust is het steil omhoog, iets wat met de bus nog een minuut of 20 kost en eigenlijk niet te lopen is.
De stad is heel oud – de plek werd zelfs al bewoond door de Siculi, de oorspronkelijke bewoners van dit deel van Sicilië. Daarna volgden de Grieken en de Romeinen, de Byzantijnen, Normandiërs en Spanjaarden. Zijn grootste bezienswaardigheid is het oude Griekse theater, en daar toog ik als eerste heen op de late namiddag van mijn aankomst. Ik was er pas tegen 4 uur, een uur voor sluitingstijd, maar nog steeds was het er superdruk met toeristen. Er liggen hier veel badplaatsen in de buurt en ik zag ook een cruiseschip voor de kust.
Het theater is niet zo heel spectaculair. Het beste deel is dat als je vanaf de tribune naar het podium kijkt, je de Etna op de achtergrond ziet. Helaas stond de zon aan het eind van de middag precies verkeerd – je moet er dus in de ochtend naar toe. Daardoor was ik er in een kwartiertje wel klaar.
De straatjes van de oude stad gaan omhoog en omlaag. De meeste zijn alleen voor voetgangers toegankelijk. Het stikt er van de souvenirwinkels, de barretjes en restaurants. Ik ben wel blij dat ik geen hotel in de binnenstad heb.
Op zoek naar een restaurant uit de drukte stuit ik op de tuinen aangelegd door de Engelse Florence Trevelyan. Net als veel Britten in de 19de eeuw had ze Taormina uitgekozen als nieuw thuis. Ze trouwde er met de latere burgemeester. De tuinen zijn nog steeds een prettige plek om te zitten. Ze zijn een mengeling van bomen en planten, standbeelden en ‘follies’ – vreemd ogende gebouwtjes alleen ter decoratie.
Tegen zonsondergang kijk ik met tientallen anderen vanaf het centrale plein van Taormina naar de Etna, die zijn aswolkjes weer uitblaast.
Catania
Catania is de op één na grootste stad van Sicilië en heeft de drukste internationale luchthaven van het eiland. Voor de terugvlucht naar Nederland liep ik er een paar uurtjes rond.
De stad heeft een slechte reputatie, maar op deze zonnige zondag zag zelfs de stationsbuurt er niet verkeerd uit.
Het is zo’n 20 minuten lopen van het station naar het Domplein, het historische hart van de stad. Wat opvalt is dat er veel (slechte) graffiti op de muren gespoten is. Dat, en de vele leegstand, maakt de stad smoezeliger dan andere in Italië.
Toch is er ook hier fraaie kunst en architectuur te vinden. De stad maakt zelfs deel uit van een werelderfgoed: de Val di Noto. Dit is een streek in het zuidoosten van Sicilië die in 1693 door een zware aardbeving getroffen is. De steden en dorpen werden opnieuw opgebouwd in de Siciliaanse barokstijl. In 2006 bezocht ik al een aantal van die dorpen: Noto, Modica, Ragusa en Scicli.
Typisch voor de Siciliaanse barok is de afbeelding van maskers en menselijke gezichten.
In Catania liggen de historische gebouwen verspreid over de binnenstad. Het Domplein is de grootste toeristentrekker, met zijn kathedraal. Er zijn opvallend veel mensen op de been – Catania is een stopplaats op verschillende cruisevaarten.
Een beetje achteraf ligt het Palazzo Biscari. Dit is een voormalig paleis, nu in privé-bezit. Achter de poort, die open staat, ligt een grote binnenplaats. Via een grote dubbele trap kom je binnen in het paleis. Er lopen wat mensen over de binnenplaats en dat doe ik ook om foto’s te maken. Het paleis van binnen bezoeken kan alleen op afspraak.
Een stuk ten noorden van het Domplein ligt een buurt met nog meer Siciliaanse barok, vooral in de vorm van kerken met uitbundige façades. De meest vreemde van het stel is verbonden met het Benedictijner klooster. De San Nicola l’Arena-kerk is nooit volledig afgerond. Van binnen is het een enorme, witgeverfde ruimte met o.a. een meterslange zonnewijzer op de vloer.















Leave a comment