World Heritage Traveller

Oost-Hongarije 2019

Written by:

  1. #704: Hollókő
  2. #705: Nationaal Park Hortobágy
  3. #706: Tokaj wijnstreek

#704: Hollókő

Wat is het?
Hollókő is een traditionele agrarische nederzetting van de Noord-Hongaarse Palóc bevolkingsgroep. Het dorp bestaat uit witgekalkte vakwerkhuizen, die in de 17de en 18de eeuw hun oorsprong vonden. Na een brand in 1909 is het volledig herbouwd. De 360 bewoners leven nog steeds van de landbouw.

DSCN2295

Cijfer: 5 (Het is best een fotogeniek dorp, maar het is zo weinig….)

Toegang: Toegang tot het dorp is gratis. Wel moet je betalen voor het parkeren (400 Hongaarse forint / 1,25 EUR) en als je een museum-huisje van binnen wilt zien (ook 400 forint).

Hoeveel tijd: 45 minuten

Opvallend: Het zou maar een uurtje rijden van het vliegveld van Boedapest moeten zijn, maar ik was een beetje aan het klungelen. De vlucht was al een minuut of 10 vertraagd, de parkeerplaats voor de huurauto’s verplaatst en ik raakte mijn uitrijkaartje kwijt zodat ik nog een keer terug moest naar de balie voor een nieuwe.

Eenmaal onderweg ging het al niet veel beter: er zat geen ingebouwde navigatie in de auto, dus moest ik het met mijn telefoon doen. Maar laat ik nu ook mijn telefoonlader vergeten zijn! Met de gps aan voor de navigatie trekt de batterij het niet veel langer dan een paar uur. Ik dacht er al aan om een ouderwetse routekaart te kopen bij een tankstation, maar gelukkig reed ik langs een groot winkelcentrum. Daar hadden ze zowaar een nieuwe Iphone-lader voor mij.

De route zelf bleef dramatisch: 1,5 uur over binnenwegen, het leek wel of mijn navigatie (Waze) niet door had dat er ook snelwegen zijn. Heel triest reed ik zelfs een hele tijd op een parallelweg langs de snelweg…

Maar ja, uiteindelijk kwam ik er wel. Het is een klein dorp met een hele grote parkeerplaats. Je moet betalen voor het parkeren: dat kan alleen met muntgeld of via een telefoon met een Hongaars nummer. Gelukkig had ik wat wisselgeld gekregen in het winkelcentrum en had ik nog wat muntjes mee van een eerdere reis. Ik kon net voor een uurtje parkeren betalen.

Dat uur bleek ruimschoots voldoende om de 2 straten van het oude dorp op en neer te lopen. Er waren 2 bussen met Japanse toeristen en nog wat Hongaarse dagjesmensen. In de meeste oude huizen is nu één of ander museumpje gevestigd, of een café. Ik ging alleen binnen in het dorpsmuseum: 2 kleine ruimtes met oude spullen.

DSCN2316

#705: Nationaal Park Hortobágy

Wat is het?
Nationaal Park Hortobágy – de Puszta is een steppelandschap waar de mens slechts tijdelijke structuren heeft achtergelaten. Herders lieten hun paarden, koeien en schapen (soorten die waren aangepast aan de lokale omstandigheden) hier grazen op de onvruchtbare grond. Begin 20ste eeuw zijn er visvijvers aangelegd om het landgebruik meer te variëren. Het park is ook bekend om zijn verscheidenheid aan vogelsoorten.

DSCN2354

Cijfer: 6 (Ik had me nog wel zo goed voorbereid, zelfs een reisgids aangeschaft. Maar het boekje is misschien wel mooier dan het landschap zelf! Het is moeilijk er grip op te krijgen: er zijn veel meer dorpen en drukke wegen dan ik had gedacht, dit is zeker geen ongerept gebied. Wat ik wel mooi vond waren de enorme witte boerderijen en de schaap- en runderkuddes met hun herders.)

Toegang: De entree tot het nationaal park kost 1000 forint (3 EUR). Het is niet heel duidelijk dat je moet betalen, als je de doorgaande wegen volgt hoeft dat ook niet. Voor de wandelpaden en ‘attracties’ iets van de weg af moet het wel, alhoewel ik geen controle gezien heb.

Hoeveel tijd: Ik was er 1 volle dag (2 nachten).

Opvallend: Ik begon mijn bezoek met autorit nummer 1 uit mijn reisgidsje. Ook hier heb je eigenlijk al een entreekaartje voor nodig, maar toen ik om 8 uur bij het bezoekerscentrum stond waren ze nog niet open. De openingstijden verschillen per dag van de week en per maand, nu is het blijkbaar van 10 tot 16 uur. Ik besloot het er maar zonder ticket op te wagen.

De route gaat vanaf het plaatsje Hortobagy eerst verder naar het oosten, over de drukke B-weg nummer 33. Er staan 3 uitkijktorens langs de weg. Ik beklom er 2 – je kijkt ver uit over de vlaktes maar je ziet eigenlijk niks.

DSCN2332

Daarna sla je van de hoofdweg af, en maak je een boog om de andere kant van het park. Ook hier is de weg eerst nog druk en zijn er plaatsje met verkeerslichten en supermarkten en mensen die gewoon hun dagelijkse dingen aan het doen zijn.

Het leukste deel van de route is de weg tussen Telekháza en Hortobagy. De asfaltweg zit vol met gaten, maar daardoor rijden de mensen niet zo hard (en vermijden ze de weg waarschijnlijk ook). Voor mij is het handig dat ik de auto even aan de kant kan zetten als ik iets interessants zie. Ik ben vooral op zoek naar een soeslik, een grondeekhoorn die alleen op de steppen van Oost-Europa voorkomt. Ze staan graag op hun achterpoten en ik denk er eentje gevonden te hebben voor een mooie rij strobalen. Bij nader inzoomen zie ik echter zijn (naar achteren gevouwen) grote oren, dus het zal wel een haas zijn.

DSCN2361

Hier langs dezelfde weg zie ik ook een oude grafheuvel (kurgan), zonder verdere aanduiding. Dergelijke grafheuvels zijn door nomaden gemaakt en gaan terug tot de Steentijd.

DSCN2370

In mijn boekje staat een bijzondere instructie voor een wandeltocht naar één van de visvijvers. Nog steeds aan dezelfde weg, zet je je auto neer bij 2 verroeste watertorens (inderdaad makkelijk te vinden). Je volgt het pad eerst naar rechts en dan bij een bouwkeet naar links. Het pad loopt tussen 2 visvijvers door, maar de kanten zijn zo begroeid met riet dat het water niet te zien is als je er tussendoor loopt.

Na een kwartiertje kom je weer bij een houten uitkijktoren. Net als de andere die ik inmiddels heb beklommen zijn ze niet bepaald in perfecte staat – er zit altijd wel een balk los of een gat tussen de planken. Deze is echter de moeite wel waar omdat je uitkijkt over de visvijvers. De vis wordt hierin gekweekt en via een systeem van sluizen gevangen.

DSCN2395

Er is verder niemand te bekennen. De wandelroutes staan hier ook niet aangegeven, dus dat helpt niet.

Voor de lunch rijd ik een eindje terug, naar het plaatsje Tiszacsege. Daar is een visrestaurant dat goed bekend staat. Veel andere restaurants zijn er sowieso niet op de route, een enkele pizzeria daargelaten. Het blijkt een heel populaire tent, maar ze hebben nog wel plek voor mij. Ik neem een gemengde vissoep, die net als alles in Hongarije in rode vorm wordt opgediend (het zal de paprika wel zijn).

Na de lunch neem ik een lange siësta, waarna ik nog een keer de weg op ga. Ik wil eigenlijk naar de grote visvijvers bij Hortobagy. Deze kun je met een treintje of te voet bezoeken. Ik ben er rond 6 uur en alles is al dicht. Dat het treintje niet meer rijdt begrijp ik, maar dat je er als wandelaar niet in mag? Juist tegen zonsondergang is het een goede plek om vogels te kijken.

Ik rijd dan maar weer een stukje over de grote weg. Tegen de avond komen de grote kuddes met hun herders naar ‘huis’. Er zijn schapenkuddes en kuddes van runderen – soms ‘gewone’ maar ook de grijze Hongaarse stepperunderen zie je vaak.

DSCN2415

#706: Tokaj wijnstreek

Wat is het?
De Tokaj wijnstreek vertegenwoordigt een aparte wijnbouwtraditie die al minstens duizend jaar bestaat en tot op heden intact bewaard gebleven is. De streek is bekend vanwege de Tokaji Aszú, ’s werelds oudste wijn die gebruik maakt van een proces van ‘edele rotting’. De vulkanische ondergrond en het microklimaat van het gebied zijn uitermate geschikt voor deze vorm van wijnbouw.

DSCN2457

Cijfer: 5 (Ik heb moeite met elk wijngerelateerd werelderfgoed en dit was zeker geen uitzondering. Het meest interessante dat je er kunt doen is wijn proeven, maar als je wijn überhaupt niet lekker vindt dan valt dat af. Je moet het dan hebben van het landschap en de dorpjes. Dat is hier in het verre noordoosten van Hongarije weinig spectaculair.)

Toegang: Als je door de streek rondrijdt heb je het eigenlijk al gezien, en dat is gratis. Ik bezocht ook nog het ‘Werelderfgoed wijnbouwmuseum’ in Tokaj – dat kostte 1000 Hongaarse forint (3 EUR).

Hoeveel tijd: 2 uur

Opvallend: Vanaf het voorafgaande werelderfgoed, Hortobagy, is het anderhalf uur rijden naar de kern van deze wijnstreek. Ik verwachtte er weinig van: mijmerend onderweg in de auto hoopte ik in Tokaj gewoon even op een terrasje te kunnen zitten met een cappuccino en liefst ook nog een stukje taart. Dat lijkt een simpele wens, maar zoiets is zeker geen vanzelfsprekendheid in het oosten van Hongarije.

DSCN2470

Tokaj bleek klein maar toch ook wat levendiger dan de plaatsen die ik de afgelopen dagen had gezien. Terrassen hadden ze ook, én cappuccino met pruimentaart. Alvast een plusje voor Tokaj!

Naast de gebruikelijke wijnkelders die alleen op afspraak te bezoeken zijn, bleken ze er een ook een ‘Werelderfgoed Wijnmuseum’ te hebben. Het is pas in 2016 geopend. Er zijn beelden en teksten te zien over andere wijnbouwgebieden op de Werelderfgoedlijst. Via interactieve schermen kun je ook meer te weten komen over de wijnbouwtraditie van Tokaj. Veel spullen die gebruikt werden/worden bij de wijnbouw hier in de regio hebben ze helaas niet in de collectie.

DSCN2459

De wijnstreek omvat een gebied van 132 vierkante kilometer. Om wat van de wijngaarden te zien reed ik 18 kilometer van Tokaj naar Mád. Wijnboeren zijn hier zeker prominent aanwezig en ze adverteren ook langs de weg voor de verkoop. De wijnranken zijn in nette rijen tegen de berghellingen aangeplant.

In het onooglijke plaatsje Mád had ik één doel: een bezoek aan de synagoge. In de 18de eeuw vestigden er zich joden in deze regio, ze gingen zich bezig houden met de productie en handel in koosjere wijn. Vanaf die tijd was er ook al een synagoge in Mád en een joodse begraafplaats. Met buitenlandse fondsen is die synagoge, één van de oudste in Hongarije, in 2004 gerestaureerd.

De synagoge was makkelijk te vinden, er zijn borden die er vanaf de hoofdstraat naar toe wijzen. Maar hoewel er ook wat buitenlandse joodse bezoekers rondliepen, bleef het gebouw zelf gesloten.

Leave a comment

Previous:
Next: