World Heritage Traveller

Oost-Polen 2019

Written by:

  1. Vuursteenmijnen Krzemionki
  2. #702: Zamość
  3. #703: Woud van Białowieża

Vuursteenmijnen Krzemionki

‘Krzemionki’, wat vuursteen betekent in het Pools, is de naam van te bezoeken mijnen uit de steentijd. Ze waren van 3900 tot 1600 voor Christus in gebruik. De mijnen zijn de eerste bestemming van mijn Pinkstertripje naar het verre oosten van Polen – ik rijd er in 2,5 uur heen vanaf het vliegveld van Warschau.

Het ligt in een bosrijk gebied en heeft een parkeerterrein alsof er dagelijks bussen vol toeristen komen. Deze zaterdagmiddag staan er maar een paar auto’s. Wanneer ik mijn entreekaartje koop (18 zloty/4,20 EUR), wordt er snel een Engelssprekende collega opgetrommeld. Hij vertelt me dat er net om 3 uur een tour is gestart met een gids die Pools en Duits spreekt. Ik zeg dat Duits voor mij ook goed is, en ik kan meteen aanhaken.

DSC04038

Samen met 4 Poolse toeristen en gids Kinga lopen we het bos verder in. Onder de grond hier liggen duizenden vuursteenmijnen. Je kunt ze herkennen aan kuilen in het landschap, een beetje alsof er bommen zijn neergevallen. Eromheen liggen heuveltjes: ophopingen van steenafval dat vrij kwam bij het uitgraven van de schachten. Alles is nu overgroeid met gras en bomen dus het is niet zo heel goed te zien.

Er waren 4 typen mijnbouw hier, maar allemaal hadden ze gemeen dat ze tot zo’n 10 meter diep moesten om de aders met vuursteen te bereiken. Er zijn 2 aders ongeveer een meter boven elkaar. Ze zijn gevormd in de tijd dat er hier een groot meer was: graafgangen die dieren maakten in de bodem van het meer werden gevuld met afzettingen, die uiteindelijk stolden tot de keiharde vuursteen.

DSC04039

Bij de derde mijn mogen we als bezoekers ook ondergronds. We dalen een ijzeren wenteltrap af waarna we ons bevinden in een koel gangenstelsel – wel een verademing na de benauwde buitenlucht met 28 graden. Ook in de prehistorie verbonden de mijnwerkers de verschillende kleinere mijnen met gangen. Die van nu zijn echter op maat van 20ste eeuwse bezoekers gemaakt, dus je hoeft je hoofd niet te stoten.

De vuursteen is nog volop aanwezig in de wanden van kalksteen. Het werd hier op haast industriële wijze gewonnen: de vuursteen werd naar de oppervlakte gebracht en daar bewerkt tot hamers en beitels. Deze zijn tot locaties op 600 kilometer afstand teruggevonden. De vuursteen van deze regio is makkelijk herkenbaar omdat het gestreept is, de enige plek ter wereld waar dit voorkomt.

DSC04050

De ondergrondse gang is een paar honderd meter lang. We zien op een paar plekken nog de stutten die door de mijnwerkers zijn aangebracht om te zorgen dat het geheel niet zou instorten. Bijzonder is hier ook een tekening die uit de prehistorie bewaard is gebleven: hij is met houtskool in de wand gekerfd.

DSC04056

Eenmaal terug bij de ingang is er nog een tentoonstelling te bezoeken. Ik vraag de weg aan de gids, waarop ze me nog een privé-rondleiding binnen geeft. Alle teksten zijn immers in het Pools en die zou ik niet kunnen lezen. Je kunt hier verschillende soorten vuursteen zie vanuit de hele wereld. Het meeste is van het kenmerkende zwart, dat is ook het enige dat ik ken van mijn vorige bezoek aan een vuursteenmijn – het werelderfgoed in Spiennes (België).

Krzemionki in Polen staat op de nominatie om dit jaar werelderfgoed te worden. Het advies was gematigd positief: er moet nog wat aan de bescherming gedaan worden, maar uiteindelijk komt het wel goed. Een bezoek is in ieder geval een leerzame ervaring.

DSC04075

#702: Zamość

Wat is het?
Zamość in Oost-Polen is een geplande stad uit de 16de eeuw. Het was de persoonlijke creatie van legercommandant Jan Zamysky, die aan de Universiteit van het Italiaanse Padua had gestudeerd. De gebouwen laten dan ook een mix zien van Italiaanse en Centraal-Europese tradities. Het originele stadsplan en de vestingwerken uit de Renaissance zijn bewaard gebleven in deze stad die nu zo’n 60.000 inwoners telt.

DSC04152

Cijfer: 5,5 (Het is wel bijzonder zo’n gecultiveerde plaats te vinden in deze uithoek van Polen. En het is allemaal erg mooi gerestaureerd. Maar 130 kilometer verderop, net over de grens in Oekraïne maar langs dezelfde handelsroute, ligt het veel interessantere L’viv. waar de mix van culturen (Armeniërs, joden, Hongaren, Duitsers) meer zichtbaar is.).

Toegang: Het stadscentrum en de vestingwerken zijn gratis.

Hoeveel tijd: Ik verbleef er 1 nacht en wandelde er de volgende ochtend zo’n anderhalf uur rond.

Opvallend: Wat later dan gepland kwam ik zaterdagavond om kwart voor 8 in Zamosc aan. “Eerst even eten”, dacht ik. Het fraaie centrale plein van de stad is helemaal gevuld met terrassen – maar nergens was er meer plaats voor mij. Er was net een klassiek concert gestart op een podium, en iedereen bleef lekker zitten. Uiteindelijk belandde ik bij een soort snackbar in een zijstraat.

De volgende ochtend startte ik mijn bezichtiging van de stad met een ronde langs de stadsmuren. Langs de buitenkant welteverstaan. Het kostte me 45 minuten om een volledig rondje te lopen, er zijn goede voetpaden aangelegd met zicht op en uitleg van de vestingwerken.

DSC04105

Die relatief korte wandeltijd zegt ook wel iets over de omvang van de historische binnenstad van Zamosc: het is klein. Met het centrale plein heb je eigenlijk het belangrijkste wel gezien. Blikvangers daar zijn het stadhuis met een 52 meter hoge toren en de zogenaamde ‘Armeense huizen’.

Dit is een rijtje van 5 aan elkaar geschakelde kleurrijke huizen, direct naast het stadhuis. In de 17de eeuw werden ze bewoond door de notabelen van de stad. Behalve hun opvallende kleur hebben ze ook allemaal reliëfs op hun façade.

DSC04133

#703: Woud van Białowieża

Wat is het?
Het Woud van Białowieża is een laatste overblijfsel van een oerbos dat ooit delen van Centraal-Europa bedekte. Het oerbos kent veel dood hout, wat goed is voor de aanwezigheid van paddenstoelen en ongewervelde dieren zoals larven en wormen. Tot 1919 kwam hier nog de Europese bison (laaglandwisent)  in het wild voor – deze stierf uit maar is sinds 1929 geherintroduceerd. Het bos ligt in het grensgebied van Polen en Wit-Rusland.

DSC04222

Cijfer: 7 (Het is een bos, eigenlijk niet zoveel anders dan andere bossen. Wel staan er veel zeer hoge en oude bomen. En door het vele oude hout is het een paradijs voor spechten. Er wonen ook wolven, lynxen en Europese bisons, maar die tref je niet zo snel.)

Toegang: De entree tot het bison showreservaat kost 10 zloty (2,35 EUR) en mijn privé-tour door het beschermde gebied kostte 300 zloty (70 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was er van zondagmiddag tot en met maandagochtend, in die tijd heb ik 3 delen van het gebied bezocht: het paleispark, de beschermde zone en het bison showreservaat.

Opvallend: Het is een heel eind naar het oosten rijden, tot een kilometer of 5 voor de grens met Wit-Rusland. Ik reed zeker 3 uur lang over smalle provinciale wegen, daar waar je 90 mag maar waar de Polen veel harder rijden. Af en toe passeer je ook een fietser en er was zelfs een dronken man die midden op straat liep. Daar aan het einde van Polen ligt het plaatsje Bialowieza, een verrassend toeristisch gebeuren met pensions, restaurants en souvenirwinkels.  Het is het toegangspunt tot het Woud van Bialowieza.

Op mijn eerste middag liep ik een rondje door het paleispark. Hier is een landschapstuin in Engelse stijl aangelegd. Bij veel bomen staat een bordje, waarop dan staat te lezen dat de boom niet van hier is maar aangeplant. Ondanks dat het nog midden op de dag was en erg warm (graad of 28) zag ik erg veel vogels. Het mooiste was een nest met middelste bonte spechten, waarvan de kleintjes in een holle boom langs het wandelpad huisden. Ze schreeuwden zo hard dat iedereen stil hield om te kijken wat er aan de hand was. De vader of moeder vloog af en aan met voedsel.

DSC04179

Om het kerngebied van het Woud van Bialowieza te bezoeken heb ik een privérondleiding geboekt naar het beschermde reservaat aan de Poolse kant, een deel dat alleen kan worden bezocht met een officiële gids. Ik ging met Arek Szymura van Pygmy Owl Nature Tours; Ik wist dat hij serieus was toen hij voorstelde om om vier uur ’s ochtends af te spreken! Net op tijd voor zonsopgang, maar het was al licht en een aangename 15 graden Celsius.

DSC04215

Dus stond ik om 5 minuten voor 4 klaar voor de orthodoxe kerk van Bialowieza. Dit ligt naast het Paleispark, dat ik de dag ervoor had bezocht. Onze tour begon met een snelle doorsteek van dat park (nog een bosuil gezien), en we verlieten het weer in noordwestelijke richting. Tussen het park en het beschermde reservaat ligt een strook van ongeveer 500m aan weilanden: erg mooi en een beetje heiig in het vroege ochtendlicht. We kwamen er een paar dierenspotters tegen die hoopten hier een glimp van bizons op te vangen – ze komen soms uit het bos om te grazen. We zagen echter alleen de eerste specht van de dag (nog veel meer zouden er volgen…).

DSC04218v2

De beschermde zone heeft een soortgelijke houten toegangspoort als het Paleispark. Maar dit heeft een bord met UNESCO-aanduiding, altijd fijn om te zien. De toegangspoort wordt niet bewaakt, maar je kunt er alleen met een officiële gids naar binnen. Twee toeristen liepen achter ons aan, maar mijn gids stuurde ze resoluut terug.

DSC04220

Het grootste verschil tussen het park en de beschermde zone is dat het in de laatste veel donkerder is. Zeer hoge bomen strijden om een ​​beetje zonlicht, alleen de sterkste overleven het. Ook is de bosbodem bedekt met allerlei soorten planten, jonge bomen en oudere bomen die zijn ingestort. Net als het park heeft het reservaat ook een netwerk van paden, hoewel ze niet met bordjes zijn aangegeven. Een oude Russische weg doorkruist het eveneens.

De gids was steeds de paden aan het verkennen met zijn verrekijker: de grotere zoogdieren houden er ook van om op de paden te lopen, ze zijn veel gemakkelijker te bewandelen dan de dicht begroeide bosbodem. We zagen al snel een jonge vos. Even later kwamen we een vreemde combinatie tegen: nog een vos in het gezelschap van een huiskat! De kat komt uit de stad maar waagt zich graag in het bos, pogingen om hem terug te brengen hebben geen succes gehad. Ons laatste zoogdier was een eekhoorn …

DSC04245

Zonder geluk bij de grotere zoogdieren, concentreerden we ons op de vogels en de bomen. Eigenlijk zijn de vogels gemakkelijker te zien in het paleispark. Maar we keken een tijdje bij een zwarte specht (de grootste soort)  die erop los timmerde, wat behoorlijk spectaculair was. Het bos heeft verschillende zeer oude en hoge bomen. Maar er is de afgelopen jaren ook veel omgevallen, als gevolg van sneeuwval, vuur en een zware storm.

DSC04262

Tijdens de wandeling kwamen we nog twee officiële gidsen tegen, elk met een enkele toerist op sleeptouw. Ik denk niet dat er veel verschil is in de gidsen: ‘mijn’ gids Arek is vooral een vogelgids, hij kende de Nederlandse namen van alle vogels die we zagen. Het beste aan een gids hier is dat ze je naar binnen laten en de weg weer naar buiten weten!

DSC04277

Boom onderhanden genomen door een zwarte specht

Bij het verlaten van Bialowieza reed ik nog langs het bison showreservaat, zo’n 10 kilometer buiten het plaatsje. Hier hebben ze een paar Europese bisons en andere dieren die hier in de streek voorkomen in een omheind park gezet. Ze hebben wel de ruimte en er staan dan ook waarschuwingsborden bij dat het niet zeker is dat je de dieren ook zult zien. De bisons bleken allemaal op een kluitje te staan, er was zelfs een jong bij. Ze hebben een massieve kop maar verder zijn het net koeien.

DSC04356

Leave a comment