World Heritage Traveller

Botswana 2019

Written by:

  1. Programma Botswana
  2. #699: Tsodilo
  3. Chief’s Island
    1. Kennismaking met het eiland
    2. Luide buren in de nacht
    3. Lange wandeling over Chief’s Island
    4. Vogels kijken
  4. Moremi en Khwai
    1. In de Moremi
    2. Naar de leeuwen
    3. ‘Boot met een stok’
  5. #700: Okavango Delta
  6. Een dag van een safarikampeerder
  7. Chobe
    1. Savuti
    2. Chobe Riverfront
    3. Bootcruise over de Chobe-rivier
  8. Terugblik Botswana 2019
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Kamperen
    5. Eten
    6. Kosten

Programma Botswana

Half mei reis ik af naar zuidelijk Afrika, voor een reis van 2 weken met Botswana als hoofdbestemming. Ik maak er een week lang een ‘luxe kampeersafari’ in een kleine internationale groep. Aansluitend bezoek ik nog de befaamde Victoria-watervallen op de grens van Zimbabwe en Zambia. Drie ‘nieuwe’ landen erbij dus en (hopelijk) ook drie werelderfgoederen.

De route is een op maat gemaakte reis, afgeleid van deze lodge en luxe kampeersafari. Het programma op hoofdlijnen is:

DatumProgrammaVerblijf
16 meiVlucht Amsterdam – Johannesburg (10.35-21.20) met KLM. Overnachting in een hotel vlakbij het vliegveld.OR Tambo Premier Hotel, Johannesburg (Zuid-Afrika)
17 meiVlucht Johannesburg – Maun, South African SA8300 11.45-13.25. De stad Maun is het hoofdkwartier van de verschillende safaribedrijven die tochten naar de omliggende natuurgebieden aanbieden.Maun Lodge, Maun (Botswana)
18 meiHelicoptervlucht over de Okavango Delta of (indien beschikbaar) naar Tsodilo (WE1). Bij Tsodilo is een grote groep rotstekeningen gemaakt door de San-bevolking. Ze zijn tot 20.000 jaar oud.Maun Lodge, Maun
19 meiVlucht naar Oddballs Camp Enclave in de Okavango Delta. Het kamp, alleen bereikbaar met een vliegtuigje, ligt op een klein eiland in het hart van de Okavango Delta (WE2). Met zijn water en moerasgronden is de Okavango een belangrijke oase in een droog gebied.Oddballs’ Enclave Camp, Okavango Delta
20 meiDeelname aan diverse activiteiten georganiseerd vanuit het kleinschalige kamp, zoals een mokoro excursie (traditionele houten boot) en een wandeling onder begeleiding van een gids.Oddballs’ Enclave Camp, Okavango Delta
21 meiVlucht naar de Khwai Airstrip net ten noorden van het Moremi wildreservaat. Begin van de 6-daagse kampeersafari in een internationale groep van maximaal 9 deelnemers.Khwai Mobile Camp
22 meiActiviteiten zoals mokoro excursie langs een kanaal van de rivier Khwai en game drives in de ochtend en in de middag.Khwai Mobile Camp
23 meiNaar Chobe Nationaal Park, regio Savuti – een droger landschap. De rit er naar toe bestaat uit een lange game drive. Grote hoeveelheden olifanten en gnoes zijn hier te vinden.Savuti Mobile Camp
24 meiGame Drives in zuidelijk Chobe (Savuti / ZweiZwei)Savuti Mobile Camp
25 meiRit noordwaarts naar de Chobe rivier. De oevers trekken veel vogels, maar ook andere prooi- en roofdieren.Chobe Mobile Camp
26 meiBootsafari op de Chobe rivier en game drives.Chobe Mobile Camp
27 meiEinde van de kampeersafari in Kasane. Na de lunch volgt een transfer over de grens naar Zimbabwe, voor een hotel dichtbij de Victoria watervallen.Ilala Lodge Hotel, Victoria Falls (Zimbabwe)
28 meiHele dag Victoria watervallen (WE3), Zimbabwe-zijde.Ilala Lodge Hotel, Victoria Falls
29 meiBoottour in de ochtend om vogels te kijken.ZigZag Hotel, Livingstone (Zambia)
30 meiRelaxen in de ochtend. Na de lunch de grens over naar Livingstone in Zambia.ZigZag Hotel, Livingstone
31 meiDag in Livingstone, bijvoorbeeld voor een fietstour. In de avond vlucht van Livingstone naar Nairobi (18.00 – 22.05) met Kenya Airways KQ783. Aansluitend door naar Amsterdam om 23.40 uur.Vliegtuig
1 juniAankomst Amsterdam 6.55 in de ochtend.Thuis

#699: Tsodilo

Wat is het?
Tsodilo is een groep heuvels in het noordwesten van Botswana waarin tot 2000 jaar oude rotstekeningen bewaard zijn gebleven. Op een gebied van slechts 10 vierkante kilometer steken vier prominente toppen boven de Kalahari-woestijn uit. Het gebied dient al sinds 100.000 jaar als schuilplaats voor de lokale bevolking: de San ofwel Bosjesmannen.

DSCN0215

Cijfer: 7 (Het is een lekker afgelegen locatie met vreemd gevormde rotsen en gevarieerde rotstekeningen in goede staat.)

Toegang: De entree kost 50 Pula (4 EUR). Voor mij was dat inbegrepen in de prijs van mijn tour.

Hoeveel tijd: Ik was er zo’n 3,5 uur (inclusief lunch).

Opvallend: Tsodilo is een weinig bezocht werelderfgoed: het is geen bekende plaats onder het algemene reispubliek en het ligt uit de buurt van Botswana’s belangrijkste toeristengebied tussen Maun en Kasane. Voor mij was het ook een hele uitdaging om er te komen: de enige logische route is wanneer je vanuit Namibië (de Caprivistrook) met een huurauto vanuit het noordwesten het land in komt – dan kom je er vrijwel langs. Ik heb echter geen huurauto en maar 1 dag te besteden in Maun. Het bedrijf waar ik mijn safari boekte, stelde voor om me naar het noorden te vliegen en me in een “visserslodge” onder te brengen voor 2 nachten – ik zou vanaf daar een jeeptour naar Tsodilo kunnen maken. Maar ik vond een veel verleidelijker alternatief: een tour van een halve dag per helikopter van Maun naar Tsodilo !!

DSCN0240

Dus op deze zaterdagochtend meld ik me om 6.30 uur op de luchthaven van Maun voor mijn vlucht. Helicopter Horizons vliegt met kleine helikopters, er is alleen ruimte voor de piloot en 3 gasten. Het duurt ongeveer 1 uur en 15 minuten om de heuvels van Tsodilo te bereiken. De piloot moet eerst nog een paar keer over de radio roepen om de luchtverkeersleiding van Maun wakker te maken – we zijn de eersten die net na zonsopgang vertrekken. De vlucht zelf is ontspannend; we vliegen laag over eerst de landerijen met vee en vervolgens de Okavango Delta. We zien enkele brandjes. Er staat helemaal geen water in dit zuidwestelijke deel van de delta. Alleen olifanten scharrelen er nog rond.

Al van tientallen kilometers afstand verschijnen de Tsodilo-heuvels aan de horizon. De rest van het landschap is erg vlak en deze heuvels springen eruit. Er waait een stevige wind om hen heen en de piloot vraagt zich hardop af waarom het helikopterplatform aan de achterkant van een berg is aangelegd. Maar we komen veilig en gezond op de grond.

DSCN0149

Er staat een jeep van de Nxamaseri Lodge op ons te wachten. De chauffeur is ruim een uur van de strook langs de Okavango delta gereden om ons in 10 minuten naar de ingang van Tsodilo te brengen, van de heuvel genaamd ‘Man’ naar die met de naam ‘Vrouw’. Belangrijker is dat hij het eten bij zich heeft voor onze brunch – er zijn namelijk geen voorzieningen in Tsodilo (behalve toiletten).

Wij (de piloot, de chauffeur, ikzelf en een lokale gids) beginnen echter eerst aan de Rhino Trail. Dit is het meest gekozen pad langs de belangrijkste rotstekeningen, aan de voet van de heuvel ‘Vrouw’. Zo pas na 8 uur in de ochtend is het nog steeds erg koel, vooral aan de schaduwzijde van de heuvels. Het pad is overwegend vlak en zanderig. De panelen met rotstekeningen zijn bewegwijzerd met cijfers en gemakkelijk te zien. Sommige zijn zo dicht bij het pad dat je ze zou kunnen aanraken (het beschadigt ze, dus dat is verboden en ook een van de redenen waarom je alleen met een lokale gids rond kunt lopen).

Anderen zijn hoger tegen de kleurige rotsen aangebracht. Het helpt dat ik mijn camera met een goede zoomlens mee heb, omdat dat de enige manier is om details te zien. De lokale gids kent ze allemaal en wijst me op mijn camera bijvoorbeeld op afbeeldingen van handen.

DSCN0180

Via het pad kom je ook langs een paar van de grotten waar de San-jagers zich in vroeger tijden verstopten voor het grote wild. Eén daarvan, bereikbaar via een natuurlijke tunnel, werd gebruikt als een soort koelkast. Vers geslacht vlees werd er opgeslagen en ook gekoeld water in de schalen van struisvogeleieren.

In het vroege ochtendzand zien we ook pootafdrukken van luipaard en kudu – een duidelijk teken dat de wilde dieren afgebeeld op de rotsschilderingen er hier nog steeds zijn.

Het vreemdste rotskunstpaneel dat we zien is dat met een pinguïn (zou ook een eend kunnen zijn) en een walvis. Ze zouden zijn gemaakt door San die afkomstig waren van de Namibische kust.

De meeste afbeeldingen hier zijn met een rood pigment gemaakt. Er zijn er enkele in het wit: deze zijn niet afkomstig van de lokale San-bevolking maar van de Bantu die op hun migratie zuidwaarts over het continent in contact kwamen met de San op deze plek. De Bantu beeldden vooral gedomesticeerde dieren af, zoals koeien en paarden. Deze rotstekeningen zijn duidelijk ook van een veel later datum.

DSCN0221

Na deze laatste stop moeten we hetzelfde pad terug lopen. We komen onderweg nog 2 andere toeristen met een gids tegen.

Terug bij de ingang kijk ik nog even in het museum. Naast de tekeningen staat Tsodilo ook bekend om zijn archeologische vondsten: op de top van de heuvel lagen twee nederzettingen. Er zijn veel visgraten en struisvogeleieren ontdekt, maar die lijken allemaal verplaatst naar musea elders. Slechts een paar potten worden nu in het lokale museum getoond, waarschijnlijk omdat de veiligheid van de objecten hier niet kan worden gegarandeerd.

We ronden onze tour af op de picknickplaats, tussen de eekhoorns, met een welverdiende brunch en een koel drankje.

DSCN0235

Chief’s Island

Chief’s Island is het grootste eiland in de Okavango Delta. Het is 70 kilometer lang en 15 kilometer breed. Er is alleen iets bijzonders aan de hand: op dit moment is het geen eiland meer. Er is zo weinig water in de Delta gestroomd dat er op hier en daar een smal stroompje na helemaal geen water staat. Als je wilt kun je nu vanaf Maun naar Chief’s Island rijden. Voor mij is echter een vliegtuigje georganiseerd: samen met 4 anderen word ik in 20 minuten door een Botswaanse pilote op de Delta landingsbaan afgeleverd.

Vlak naast het eiland liggen 3 lodges. Ik overnacht in Oddball’s Enclave en blijk de enige gast te zijn. Gids Bikeh haalt me op. Iedereen heeft hier zijn privé-gids. In de lodge zijn verder alleen een manager, een kokkin en een hulp aanwezig. Normaal gesproken ga je er via het water naar toe, maar nu strekt zich één grote grasvlakte uit voor de veranda.

DSCN0349

Kennismaking met het eiland

Om half 3 is er lunch en om 4 uur gaan we op pad voor een eerste wandeling. We blijven op het eiland waar de lodges zijn. We lopen door het gras, soms staat het hoog maar hele stukken zijn ook verbrand. Omdat het zo droog is, spreiden branden zich over grote gebieden uit. Lege schilden van schildpadden maken duidelijk dat niet alle dieren op tijd weg hebben kunnen komen.

Eén van de eerste zoogdieren die we zien is meteen een nieuwe soort voor mij: de litschiewaterbok. Deze antilope komt alleen in het noordoosten van Botswana voor. Hij voelt zich wel op z’n gemak in een waterrijk gebied.

DSCN0340

Bij de ‘rivier’ aangekomen zien we een kudde olifanten, wel zo’n 30. Er zijn ook schattige baby’s bij. Het grote mannetje vindt het allemaal niet zo leuk dat er toeristen aan het kijken zijn, en zorgt ervoor dat een gids met 2 gasten zich achter een boom moet verschuilen. (Grappig genoeg ontdekken we dagen later dat de 2 bange toeristen van wie ik een foto maakte, een Duitse vader en dochter blijken te zijn die samen met mij deelnemen aan een 6-daagse kampeersafari. Ik heb ze beloofd de foto te mailen!)

Voor we aan de wandeling begonnen gaf Bikeh al uitleg over de veiligheid tijdens safariwandelingen. Vooral niet gaan rennen is het belangrijkste devies. Mijn Botswana reisgids is heel negatief over wandeltochten in Botswana tussen groot wild, maar hier in en om Chief’s Island is het heel gebruikelijk.

Als we bijna terug bij de lodge zijn en over de landingsbaan van het vliegveldje lopen, wenkt een man ons. Hij staart intensief naar de bosjes, heeft een of ander dier gezien. Het moet wel een bijzonder exemplaar zijn want de gids is ook vol aandacht. Even later zien we een kleine katachtige wegschieten: het is een serval.

Luide buren in de nacht

Om 1 uur ’s nachts word ik wakker van luid krakende takken. Het is een olifant die aan de struiken vreet tussen het restaurant en mijn hut in. Het beest doet er uitermate lang over tot hij alles heeft geprobeerd en voor mijn tent langs verder loopt. Behalve het geluid van knappende boomstronken hoor je ook het geborrel in zijn maag en lijkt het alsof er een emmer wordt leeg gegooid als hij plast. Als hij verder is gelopen hoor ik dat er nog eentje hetzelfde pad aan het bewandelen is. Nadat ze alle twee een tijdje uit het zicht zijn verdwenen, komen ze tegen 4 uur terug. Het mannetje vreet van de struiken bij de hut naast mij – dan merk je pas goed hoe erg hij stinkt. Ondertussen verspert aan de andere kant het vrouwtje het pad tussen mijn hut en het restaurant. Dat blijft zo tot het personeel tegen zessen aan komt en haar door in de handen te klappen een paar meter wegjaagt.

Lange wandeling over Chief’s Island

Na de doorwaakte nacht staat er tegen 7 uur een lange wandeling op het programma. Met de gids steek ik eerst per mokoro (traditionele houten kano) het stroompje over dat het lodge-eiland van Chief’s Island scheidt. We zijn niet de enige met dit programma vanochtend: een stuk of 6 andere toeristen met hun gidsen doen precies hetzelfde. Gelukkig loopt iedere gids wel zo ongeveer zijn eigen route.

Heel in de verte zien we stofwolken: dat moet een kudde buffels zijn. Die gaan we eerst proberen van dichterbij te bekijken. We moeten nog heel wat moeite doen om ze te achterhalen. Het zijn er zeker 200 en ze lopen in een lange rij – soms rennend.

DSCN0437

Verderop komen we bij een open terrein waar we wilde zwijnen, giraffen en impala’s zien. Je komt niet heel dicht bij ze en vooral de impala’s staan de hele tijd te kijken wat wij doen. Ook raken de dieren al in de stress als ze 2 andere toeristen met hun gids spotten aan de andere kant van het terrein.

De wandeling is in totaal maar 7 kilometer lang, maar we doen er ruim 3 uur over. Natuurlijk omdat we stil staan om dingen te bekijken. Maar ook omdat de ondergrond oneffen is: je loopt over opgedroogde moerasgrond waarin onder andere de olifanten hun pootafdrukken hebben neergezet.

Vogels kijken

Voor de namiddagwandeling doen we het rustig aan. We besluiten anderhalf uur te gaan lopen. De gids heeft op zijn weg van zijn huis naar de lodge een uil gezien, en die gaan we eerst opzoeken. Hij zit er nog te slapen. Prachtig.

DSCN0538

Verder lopen we een rustig rondje met vooral aandacht voor de vogels. Je ziet ze hier in het grasland en tussen de bomen niet zoveel – bij de lodge, vlakbij het water kom je meer aan je trekken.

Moremi en Khwai

Met het Moremi wildreservaat en de aangrenzende Khwai-rivier gaat mijn 6-daagse kampeersafari van start.

Om half 10 in de ochtend vertrekt er weer een vliegtuigje vanaf de Delta startbaan: de bestemming is Khwai, verder naar het noorden. Ik dacht al dat ik de enige passagier zou zijn, maar er zijn er zelfs 4 meer. Het is maar 25 minuten vliegen. Op de landingsbaan bij Khwai worden we opgehaald door een jeep van Bushways: ik heb bij hen mijn kampeersafari geboekt en ze hebben in de buurt ook een lodge. We gaan eerst naar die lodge, om 2 van de passagiers af te zetten. Samen met een Duitse vader en dochter wacht ik daar tot onze kampeertruck ons komt ophalen: die is vanochtend uit Maun vertrokken.

Het duurt nog een uur tot ze er zijn, met nog 2 medereizigers aan boord (een Engelse vader en zoon). Met hen en gids Robson rijden we dan snel het park in: het Moremi natuurreservaat. Vlak na de ingang zoeken we een picknickplaats op om te lunchen. We staan er als eersten, maar even later komen er nog 2 jeeps bij van een luxe lodge én 3 auto’s van zelfrijdende Chinezen en hun vermoeid ogende Zuidafrikaanse gids. We helpen de gids het eten te snijden en eten rijk belegde broodjes.

DSCN0629

In de Moremi

Daarna rijden we langzaam naar het kamp, dat al is ingericht door de rest van het team. Meteen valt de ongelooflijke dichtheid van de dieren hier op. En ze zijn ook helemaal niet schuw. De gids reageert enthousiast als we op een poserende Roanantilope stuiten: die zie je niet veel (ik heb hem ook nog niet eerder in Afrika gezien).

Roanantilope

Grote kuddes olifanten zijn water aan het drinken en stofbaden aan het nemen. Er zijn veel kleintjes bij dus de ouderen zijn extra beschermend. Ze gaan om de kleintjes heen staan en het grootste mannetje komt dreigend op onze jeep af.

Naar de leeuwen

Na thee en koffie om 4 uur gaan we nog een gamedrive maken door het park. Ook proberen we onze laatste 2 reisgenoten op te pikken, die vertraging hadden met hun vlucht en nu met de auto van Maun naar het park worden gebracht.

In de bosjes niet ver na ons kamp ziet de gids sporen van leeuwen. We zien de beesten zelf eerst niet, maar de gids rijdt even door en dan weer terug: en dat is net genoeg geweest om 2 jonge leeuwtjes naar ‘buiten’ te lokken. De moeder blijft vrijwel onzichtbaar onder een boom liggen.

DSCN0706

Wel een half uur vermaken we ons bij de leeuwtjes, die spelen met elkaar, met een boomtak en in een berg olifantenpoep.

De zon gaat al onder als we eindelijk het jonge Duitse stel tegemoet rijden dat de kampeergroep compleet zal maken. Waar we ze oppikken stuiten we op 2 verschrikte honingdassen.

‘Boot met een stok’

De volgende ochtend rijden we naar de Khwai rivier, die de noordelijke grens van het Moremi natuurreservaat vormt. In deze tijd staat hier nog het meeste water, maar een woeste rivier is het ook bepaald niet. De mokoro zijn smalle boten, origineel gemaakt van een boomstam. Hier zijn ze van kunststof met glasvezel. Per boot gaan er 2 passagiers in en 1 stuurman, die met een lange stok de boot vooruit duwt. Het is geen transportmiddel om snel afstanden mee af te leggen. Je glijdt eigenlijk maar een beetje voort.

De boten liggen heel laag op het water en je zit dus op ooghoogte met de vogels die in het riet aan de waterkant zitten.

DSCN0813

Op het meest idyllische stukje van de rivier staan 2 olifanten wat te drinken. We wachten tot ze klaar zijn en gaan dan zelf ook aan land om even de benen te strekken en de meegebrachte koffie/thee te drinken.

En daarna gaat het hetzelfde stukje over de rivier weer terug. In totaal zijn we zo’n anderhalf uur op pad geweest – erg rustgevend maar ook een beetje te toeristisch. Als we weer bij het startpunt zijn staat de volgende groep al te wachten om de bootjes in te stappen.

#700: Okavango Delta

Wat is het?
De Okavango Delta vult zich jaarlijks met water uit de Okavango rivier die in Angola ontspringt. Dat leidt tot grote moerasgebieden en grasland dat onder water komt te staan. Het water heeft geen uitweg naar de zee en strandt bij de Kalahari-woestijn. Omdat het fenomeen zich juist voordoet in Botswana’s droge maanden, trekt het waterrijke gebied van verre grote aantallen wilde dieren aan. Deze inlandse delta kan op zijn hoogtepunt tot 1,2 miljoen hectare van Botswana bedekken (gelijk aan ongeveer 30% van Nederland).

DSCN0258

Cijfer: 8 (Mijn bezoek viel samen met het droogste jaar sinds de mensen zich konden herinneren. Het was dus heel anders dan gedacht: geen op water gebaseerde activiteiten, maar veel wandelen en zand happen vanaf een safarivoertuig. Maar het blijft een uniek gebied, vooral vanuit de lucht zie je de vreemde vormen die het water door de jaren heen in het landschap heeft aangebracht.)

Toegang: Toegang op eigen gelegenheid is lastig: het hart van de delta ligt normaliter in het water en kan alleen met een vliegtuigje bereikt worden. Het gebied bestaat voor 40% uit een nationaal park (Moremi), waarvoor een dagelijkse entree van 120 pula geldt (12 EUR, al inbegrepen in mijn tour). De overige 60% bestaat uit zogenaamde privé-concessies: stukjes grondgebied die de Botswaanse overheid heeft verpacht aan toeristische organisaties of die in gebruik zijn bij lokale gemeenschappen.

Hoeveel tijd: Ik was hier 4 dagen: 2 op Chief’s Island en 2 in het Moremi natuurreservaat.

Opvallend: De Okavango Delta was een mijlpaal onder de werelderfgoederen: in 2014 werd het de 1000ste plek die op de Lijst is ingeschreven. En voor mij was het ook een bijzonder en speciaal naar toegewerkt ‘vinkje’: bezocht werelderfgoed nummer 700!

Dit is natuurlijk een enorm gebied, ik ‘deed’ de Delta daarom op 3 manieren: eenmaal vanuit de lucht, daarna 2 nachten in een lodge op een eiland middenin de Delta en tot slot nog 2 nachten kamperen in Moremi nationaal park.

Op de terugweg van Tsodilo vloog de helicopter over de hoofdader van de Delta. We stopten even bij de Gouma lagune (helemaal vol water!) om van piloot en helicopter te wisselen: de piloten losten elkaar af voor 4 weken dienst in de ‘bush’, met alleen maar vluchten tussen de verschillende lodges en kampen. Maun lijkt dan al een hele stad en mijn nieuwe piloot keek er naar uit om weer terug te zijn in de beschaving.

Onderweg zagen we nergens veel water, hoogstens enkele stroompjes in het grasland of in de drooggevallen modder. Zo vanuit de lucht kun je goed zien dat het gebied uit veel eilandjes bestaat – ook in deze droge tijd te herkennen aan plukjes groen. Grotere dieren kun je ook vanuit de lucht zien, zelfs in dit dorre landschap: rijen olifanten, een enkele krokodil op een strandje en hele groepen nijlpaarden bijeen in een kleine poel.

DSCN0287

Droogte stond ook centraal tijdens mijn bezoek aan Chief’s Island. Hier maakte ik 4 wandelingen met een gids door het droge grasland.

In het Moremi natuurreservaat tenslotte sloot ik aan bij de kampeersafari. We deden verschillende tours door het park. Vooral met de leeuwen waren we hier buitengewoon succesvol: in 2 dagen wisten we ze 4 keer te spotten. We zagen net na zonsondergang een hele familie de weg oversteken, een familie die we de volgende ochtend terug vonden vlakbij het kamp. Het bleken er 10 te zijn, inclusief 2 mannetjes met hun lange manen en 3 speelse jongen.

DSCN1003

Een dag van een safarikampeerder

De dagen beginnen vroeg tijdens een mobiele kampeersafari: om half 6 worden we geacht op te staan. Het is nog donker. De jongens die het ontbijt klaarmaken en warm water op een vuurtje stoken, zijn dan al een half uur aan het rommelen in het kamp. Ze leveren een kan warm water af bij iedere tent zodat je je kunt wassen.

Het ontbijt staat vervolgens al klaar centraal op het terrein waar we met 5 tenten staan: thermoskannen met water voor koffie en thee, brood, yoghurt, zoet & hartig beleg en meestal ook nog iets als pannenkoeken. Het ontbijt is uitgebreid, behalve dan die ene laatste dag als ’s nachts de honingdassen er met het brood vandoor zijn gegaan.

Deze nacht echter kenmerkte zich doordat vanaf 4 uur 2 leeuwen tegen elkaar aan het brullen waren. Ze klonken erg dichtbij. We breken vandaag dit kamp (in Moremi) op en gaan op weg naar het volgende, in Savuti. Maar voor de rit van zo’n 200 kilometer gaan we eerst nog even op zoek naar de leeuwen. Een hele familie,  10 man/vrouw sterk, blijkt op een paar honderd meter van het kamp te liggen rusten. De 2 mannetjesleeuwen liggen vooraan op de uitkijk, maar vertrekken geen spier als we langsrijden. De jonkies, waaronder 3 hele kleintjes, zijn volop aan het spelen. Ze beklimmen een boom en dat gaat voor een leeuw niet van nature.

Na dit fijne begin van de dag beginnen we aan de verplaatsing. De 3 jongens die koken zijn ook verantwoordelijk voor het opzetten en afbreken van de tenten. Het zijn hele gevaartes (inclusief een soort badkamer) en over 1 tent doen ze dan ook een half uur. Als betalende reizigers hoeven we daar niet op te wachten, wij rijden met de gids in de safaritruck. We stoppen onderweg als we iets interessants zien – dus na verloop van tijd halen de jongens ons wel in. We zien ze plotseling terug ergens langs de kant van de weg: ze zijn brandhout aan het hakken voor het vuur in het kamp vanavond. Onze gids stopt en gaat een handje meehelpen. Om ook wat te doen brengen we als passagiers de houtblokken en takken uit het bos naar de aanhanger van de truck.

DSCN1027

Als er voldoende hout verzameld is rijden we weer door, over een lange zandweg. De eerste paar uur in de truck zijn koud iedere ochtend. Buiten kun je wel met korte mouwen lopen, maar door het rijden in een open voertuig van je veel wind. Gelukkig hebben we dekens die we om kunnen slaan. We stoppen voor langere tijd bij een kunstmatige waterput – hier aangelegd zodat de dieren altijd wat te drinken hebben (2 jaar geleden in Namibië zag ik deze waterputten veel, hier in Botswana is het meestal nat genoeg om natuurlijke waterbronnen te hebben). De put is helemaal in bezit genomen door een stuk of 20 mannetjesolifanten. Onder een struik iets verderop ligt eenzelfde aantal gnoes te wachten tot ze er ook een keer bij kunnen.

DSCN1049

Op veilige afstand van de olifanten eten we onze lunch. Op reisdagen zoals deze wordt die door de gids met een beetje hulp van de gasten klaargemaakt. Het betekent vooral het openen van een paar blikken en het snijden van tomaat en kaas. Salade en (belegd) brood eten we meestal, met daarbij koude drankjes uit de truck’s eigen vriezer. Vandaag zetten we de stoeltjes zo dat we zicht houden op de olifanten. Een paar neushoornvogels (ook bekend als ‘vliegende bananen’) scharrelen om ons heen in de hoop dat er wat eten op de grond valt.

DSCN1053

Na de lunch wordt het zand nog muller en lastiger te berijden. Je hebt hier echt een vierwielaangedreven voertuig nodig én ervaring met het rijden in al dat zand. Onderweg komen we een auto met Nederlanders tegen die zijn omgekeerd en op zoek zijn naar een makkelijker route naar het park Savuti.

Tegen half 4 komen we aan bij de toegangspoort tot Savuti, onderdeel van het Chobe Nationaal Park. Bij het in- en uitrijden van het park moet de gids stempels halen en het parkgeld voor ons en de voertuigen betalen. Achter onze truck, met 4 banken op een rij, hangt ook nog een aanhanger voor de bagage. Al met al een lang gevaarte, en als de gids dit keer wil keren botst hij met de aanhanger tegen de zijkant van een toerist aan. Ahum. Gelukkig zijn beiden verzekerd en kunnen we na een kwartiertje eindelijk door naar het kamp, waar de tenten al klaar staan.

DSCN1040

Om 5 uur zitten we al weer in de truck, nu voor onze eerste game drive door Savuti. We houden het kort en gaan niet te ver van het kamp, naar een andere kunstmatige waterput die graag door dieren wordt bezocht. Ook hier staan een paar olifanten. Maar er drijft ook 1 nijlpaard in. Savuti is van origine een moerasachtig gebied dat regelmatig overstroomt. Het is nu echter al weer een paar jaar droog en er is 1 nijlpaard achtergebleven na het zakken van het water. Dit beest zit naar verluidt al 7 jaar in z’n eentje in deze waterput (en komt er soms even uit om gras te eten). Hij ziet er prima en dik uit, dus de eenzaamheid zal hem niet deren.

DSCN1124

Met het ondergaan van de zon rijden we terug naar ons kamp. In alle nationale parken in Botswana mag na zonsondergang niet meer gereden worden (een half uurtje smokkelen kan nog wel). Het betekent wel dat we bijna altijd in het donker terug zijn bij de tent. Daar hangt een zak heet water klaar voor de emmerdouche – na een tijdje word je heel handig in het douchen bij het licht van een zaklantaarn. Dan is het tijd voor een drankje bij het kampvuur en aansluitend het diner. Om 9 uur ligt iedereen in bed.

Chobe

Het Nationaal Park Chobe staat bekend als één van de beste Afrikaanse safariparken. Het is een klassieke safaribestemming met vooral een enorm aantal olifanten – zo’n 120.000. Het park bestaat uit 4 verschillende zones, waarvan ik Savuti en Chobe Riverfront (ook bekend als Serondela) bezocht. Beide stonden op de route van mijn mobiele kampeersafari van 6 nachten, dus ik verbleef op privé-kampeerplekken binnen de parken.

Savuti

Onze eerste 2 nachten brachten we door in Savuti. Savuti is vernoemd naar het Savuti-moeras, een voormalig binnenmeer waarvan de watervoorraad onregelmatig wordt bijgevuld door het Savuti-kanaal. Dat gebeurde voor het laatst in 2012.

Van de 3 locaties die we met de mobiele safari aandeden waren de dieren in Savuti het schaarst. Of we hadden gewoon pech. Onze gids / chauffeur bleef vasthouden aan het volgen van luipaardsporen (een moeder en een jong!), die we in de vroege ochtend zagen bij de zo toepasselijk genaamde Luipaardrots. Elke keer als we het passeerden, deden we een rondje om de rots om te kijken of we de luipaard konden vinden. Datzelfde deden we met het enorme centrale grasland, dat nu in plaats is gekomen van het moeras sinds het water is verdwenen.

DSCN1167

Meer geluk hadden we al onderweg van Savuti naar het andere deel van het park, Chobe Riverfront. We reden behoorlijk door over een zandweg toen onze gids opeens stopte: hij zag iets in een boom enkele tientallen meters terug. Is het een luipaard? Wel een heel kleine luipaard dan. Het bleek een genetkat, een katachtige die je ’s nachts actief is. Nu zat hij rustig op een tak.

DSCN1282

Chobe Riverfront

Chobe Riverfront bleek al direct bij aankomst veel spectaculairder dan Savuti. Het is wat de naam al zegt: de Chobe-rivier en het land er vlak voor. Op gamedrives rijd je voornamelijk over de weg langs de rivier. De rivier is hier echt schilderachtig. Het gebied is vooral bekend voor het samenkomen van grote kuddes zoogdieren. Als eerste zagen we honderden, misschien wel duizenden zebra’s staan. Overdag lopen deze kuddes van de omliggende bossen naar de oever van de rivier – je kunt ze ook halverwege tegenkomen, we zagen ooit tientallen buffels rusten in de schaduw tussen de struiken.

DSCN1310

We zouden ergens “tussen 2 en 3 uur” bij onze nieuwe kampeerplek aankomen volgens de gids. Maar er bleek zoveel te zien onderweg dat we één lange gamedrive van maakten. We stonden eerst een hele tijd stil vlak naast een tiental olifanten, die ongestoord hun gang gingen. Daarna kreeg de gids een tip van een andere chauffeur dat een luipaard zojuist een pas gedode impala in een boom had gehangen, om later op te eten. We bleken er al onder door gereden te zijn zonder iets te zien. De impala hing er nog.

De luipaard zelf had zich verstopt in de bosjes eromheen. We reden er langzaam langs en jawel: daar lag hij.

DSCN1440

Chobe Riverfront is ook het meest toeristische gebied van het noordoosten van Botswana: hier kwamen we zo’n 20 safari-voertuigen per dag tegen, waar dat er bij Moremi maar zo’n 5 a 10 waren en je zelden tegelijk met een ander voertuig ergens stond te kijken. Deze talrijke voertuigen zorgden ook voor een groot aantal stops: bij elke passage groeten de gidsen elkaar uitgebreid, vragen hoe het er mee gaat, waar ze vandaan komen en naar toe gaan en of ze nog iets bijzonders hebben gezien. Dat duurt al gauw een paar minuten per auto, en gaat ook door als er drie auto’s achter elkaar aankomen.

Een treurig verhaal kwam via deze weg naar ons toe, ik had van tevoren al gelezen: “Het park staat bekend om zijn leeuwenpopulatie die op olifanten jaagt, meestal jongeren maar af en toe volwassenen”. En inderdaad, op onze laatste dag had een leeuw een babyolifant gedood. De rouwende moeder bleef bij het lijk en deukte met haar slagtanden 2 auto’s van toeristen in die wat al te dichtbij kwamen.

Bootcruise over de Chobe-rivier

Op de laatste ochtend van de safari deden we nog een bootcruise over de Chobe-rivier vanaf de stad Kasane. Zelfs zo vanaf het water zie je veel van de dieren, met uitzondering dan van de grote katachtigen. De rivier vormt de grens tussen Botswana en Namibië. Terwijl er aan de kant van Botswana een nationaal park is, wordt de grond aan de andere oever in Namibië gebruikt door boeren. Olifanten steken wel eens over, maar keren ook weer terug naar het voor hen veiligere Botswana.

DSCN1665

Terugblik Botswana 2019

Het waren maar 2 weken, maar ik heb veel gezien en kwam ook nog eens uitgerust terug. De safari was zeker het hoogtepunt: 6 dagen weg van de wereld, de hele dag in de weer in de natuur. Langer had voor mij ook niet gehoeven: dan ga je het comfort toch wel missen en ook het continu in de safaritruck zitten zonder zelf even ergens heen te lopen gaat vervelen.

Voorbereiding

Visa
Botswana mag je zo in, maar voor Zambia en Zimbabwe is een visum nodig. Dit kun je aan de grens kopen. Voor 50 US dollar krijg je een gecombineerd ‘Kaza’ visum, waarmee je een maand lang een onbeperkt aantal keren tussen Zimbabwe en Zambia heen een weer kunt.

Internet en andere moderne voorzieningen
Deze reis was ik 8 dagen zonder internet en 6 dagen zonder elektriciteit en stromend water. Dat laatste miste ik op het eind misschien nog wel het meest: een douche waar je zo lang onder kunt staan als je wilt en een wc die je door kunt trekken! Om de camera tussentijds op te kunnen laden had ik een powerbank meegenomen. Je kunt ook stroom gebruiken uit de accu van de safaritruck als die rijdt, maar dat werkte voor mij niet goed.

Tour
Deze reis was een combinatie van de 6-daagse Northbound Safari (Fully Serviced) van Bush Ways Safaris en een paar lodge-overnachtingen. De laatste in Zambia boekte ik zelf, de rest + de transfers werd geregeld door Going Africa.

Vervoer

Internationale vluchten
Op de heenreis vloog ik met de dagvlucht van KLM naar Johannesburg. Ik zat op mijn favoriete eerste rij van de Economy Plus. Er zat niemand naast me, dus het was dit keer nog extra comfortabel. Na een nacht in een airporthotel (Premier OR Tambo) vloog ik de volgende ochtend door naar Maun in Botswana met SA Airlink.

Terug reisde ik in 3.5 uur vanuit Livingstone (Zambia) naar Nairobi met Kenya Airways. De Business Class stelt hier niet zoveel voor. Na anderhalf uur ging het vanuit Nairobi verder met KLM naar Amsterdam (7u45 min). Hier zat/lag ik in de Business Class op het bovendek. Hier heb ik redelijk geslapen en er wordt altijd een goed ontbijt geserveerd.

Binnenlands vervoer
Twee keer reisde ik met zo’n schattig ‘bush’-vliegtuigje. Er passen 6 mensen in. Meestal zie je dat ze gevlogen worden door Australische of Europese piloten, maar hier in Botswana hebben ze een hele colonne lokale jongens en meisjes opgeleid. Wel verfrissend om een Botswaanse pilote te hebben van een jaar of 25.

Tijdens de mobiele kampeertrip reden we rond in een safaritruck. Het aantal passagiers is gemaximeerd op 8, zodat je nooit met meer dan 2 op een rij zit. Ruimte genoeg dus, en omdat we maar met 7 waren had ik de hele tijd een bank voor mij alleen. De truck had opslagruimte (voor drank) en een ijskast (voor koele drankjes) onder de banken, heel handig. Voor de bagage was er een aanhanger.

Voor mij voldeed deze truck prima en we hebben ook geen pech onderweg gehad. Hij had al wel ruim 400.000 kilometer op de teller. Bij passerende voertuigen van andere safariorganisaties zag je wel dat er tegenwoordig veel meer luxe te krijgen is: met separate stoelen, armleuningen en bekerhouders bijvoorbeeld. Maar alle tours en lodges zijn eigenlijk ook duurder dan die ik deze reis had.

DSCN0629

Hotels

Maun Lodge (Maun, Botswana)
De Maun Lodge is een grote, motelachtige accommodatie aan de rand van Maun. Het wordt nogal chaotisch gerund (sloom bij inchecken, verkeerde wifi code meegeven, chauffeurs die transfers vergeten) en ik vond het het minste verblijf van de hele reis. Het ligt te ver van het centrum en het vliegveld om te kunnen lopen; naar het vliegveld is er wel een gratis shuttle service. Het restaurant dat er bij zit is wel goed maar ook verre van luxe.

Website: Maun Lodge
Kosten: 155 EUR per nacht inclusief ontbijt

Oddballs’ Enclave (Chief’s Island, Botswana)
Oddballs’ Enclave is een lodge met maar 5 kamers/tenten. De tenten zijn permanent neergezet op houten platformen. Binnen staat een ‘gewoon’ bed en is er een lichtknopje. De badkamer is een paar meter verderop over een vlonderpad, half open met zicht op de natuur. Er is een gewone WC en een emmerdouche, de douche kun je zelf vullen met warm en koud water uit de kraan.

DSCN0409

Iedereen heeft hier een eigen gids, die je hele verblijf activiteiten met je onderneemt en mee-eet met de lunch. Ik was er de enige gast, dus ik zat telkens met de manager en de gids aan tafel. Het eten is standaard 3 gangen en erg goed.

Ilala Lodge (Victoria Falls, Zimbabwe)
Echte internationale luxe vind je in de Ilala Lodge. Of misschien voelde dat wel vooral zo na 6 dagen kamperen! Ik had er een ruime kamer met een balkon. De wifi deed het trouwens alleen goed bij de receptie. Het restaurant hier is uitstekend (tegen Europese prijzen). In de tuin komen overdag wilde dieren binnen wandelen. En je bent in 963 stappen bij de Victoriawatervallen, dat is ook handig.

Website: Ilala Lodge
Kosten: ca. 350 EUR per nacht inclusief ontbijt

Zigzag Town Lodge (Livingstone, Zambia)
De Zigzag Town Lodge is van een heel andere orde: ik betaalde hier maar 40 EUR per nacht, maar het is een fijne plek. De kamer is wat klein, maar het bed is goed en voorzien van een muskietennet (Livingstone was ook de enige plek op deze reis dat ik dat nodig had). De douche is prima en warm. Internet doet het het beste in en om het café-restaurant dat bij de lodge hoort. Hier kun je ook prima lunchen.

Website: ZigZag Town Lodge
Kosten: 40 EUR per nacht inclusief ontbijt

Kamperen

Gedurende 6 nachten sliep ik in een tent van 3×3 meter. Hij werd om de 2 dagen afgebroken en weer opgezet door het personeel van Bush Ways Safaris. In de tent stond een veldbed klaar met kussen, laken en dekens. De tent kun / moet je volledig afsluiten, zo komen er geen beestjes binnen.

Achter de tent was een soort badkamer gecreëerd, met een emmerdouche, een wc boven een uitgegraven gat en (!) een waslijn. ’s Ochtend kreeg je een kan warm water om je te kunnen wassen, ’s middags werd de emmer voor de douche gevuld. Op zich voldeed het allemaal wel, maar je moet de badkamer vooral in het donker gebruiken. Dus een goede zaklantaarn (die je liefst ook op kunt hangen) is nodig.

Eten

Ontbijt
Het ontbijt was telkens misschien wel het beste maal van de dag. Je moet wel een beetje moeite doen om het Full English Breakfast te vermijden, maar bijna overal hadden ze ook wel brood, kaas, fruitsalade, müesli, pannenkoeken, ei en koffie.

Lunch
Tijdens de safari bestond de lunch uit brood met beleg en/of salade. De paar keer dat ik zelf ergens geluncht heb nam ik meestal een sandwich met salade of patat.

Diner 
In tegenstelling tot Zuid-Afrika en Namibië eten ze in Botswana niet veel ‘wild’. De buurlanden kennen grote boerderijen waar dieren die je in het wild ziet ook gefokt worden voor hun vlees. In Botswana kom je meestal niet veel verder dan kip. Pas in het luxe restaurant van de Ilala Lodge in Zimbabwe kreeg ik weer een menu met keuze uit krokodil, kudu en struisvogel. Daar at ik ook het beste van de hele reis.

Kosten

Botswana is erg duur, en dat vertaalt zich niet automatisch naar luxe. Voor mijn reissom van ca. 315 EUR per dag zat ik echt aan de onderkant van de middenklasse. Ik vond wat je voor je geld krijgt in buurland Namibië, hoewel op zich ook vrij duur, een stuk beter.

Het grootste deel van deze reis had ik vooraf al betaald. Ik heb een keer gepind in Botswana en een keer in Zambia, om lokaal geld te krijgen voor fooien en een enkele lunch. In Zimbabwe kun je alleen met dollars of een creditcard betalen. Ik had 300 USD bij me voor de hele reis en die heb ik ook opgemaakt (o.a. ook aan het Kaza visum).

Leave a comment