- Hét Egyptisch Museum
- #686: Memphis en haar necropolis
- #687: Historisch Caïro
- #688: Wadi Al-Hitan
- Koptisch Caïro
Hét Egyptisch Museum
Het Egyptisch Museum was mijn eerste bestemming op een ingelaste stedentrip naar Caïro. In sommige opzichten is het meer een pakhuis dan een museum – maar wel erg de moeite waard.
Toen ik plotseling nog 5 vakantiedagen “moest” opmaken voordat ik per 1 november bij een nieuwe werkgever start, wist ik meteen waar ik heen wilde: Caïro. Niet te ver weg, maar wel met de mogelijkheid 3 top-werelderfgoederen te zien in 5 dagen. En er is nog meer interessants te bekijken in Caïro, waaronder het Egyptisch Museum. Het ‘Museum der Egyptische oudheden’, zoals het officieel heet, is één van de meest spraakmakende musea ter wereld. Het zit al sinds 1902 in hetzelfde gebouw en het is met 136.000 Oud-Egyptische items ’s werelds grootste Egyptologisch museum.
Het museum ligt 10 minuten lopen vanaf mijn hotel. Ik ben er tegen 9 uur – vroeg in de ochtend of laat in de middag komen schijnt het beste recept te zijn tegen de drukte die er hier altijd heerst. Er komen maar liefst 2,5 miljoen bezoekers per jaar. Ik mag dan op tijd zijn, maar op het binnenterrein staan al zeker 150-200 mensen te wachten tot de deuren open gaan.
Als we eenmaal binnen zijn – voor de tweede keer moeten we door de veiligheidspoortjes – hopen alle toeristen en hun gidsen zich op in de eerste zalen. Ik loop echter meteen door naar de achterste zalen op de begane grond. Zoals op onderstaande foto te zien is kom ik onderweg niemand tegen.
Zaal 3 helemaal achteraan op de begane grond is gewijd aan de tijd van farao Akhenaten. Deze vondsten zien er heel anders uit dan de andere Oud-Egyptische kunst. De mensen werden veel meer levensecht uitgebeeld. Ook hadden ze een raar ovaal hoofd.
Vervolgens ga ik meteen al de trap op naar de eerste verdieping. Deze heeft eigenlijk meer te bieden dan de begane grond. Hier is een zaal en een gang gewijd aan de beroemde vondsten uit het graf van Toetanchamon. Er zitten echt de prachtigste dingen bij. Hoogtepunt is natuurlijk het gouden dodenmasker, dat in een apart zaaltje staat en niet gefotografeerd mag worden.
Op de gang staan echter de grotere grafvondsten. Een gouden troon bijvoorbeeld. De mooiste vind ik de canope van albast – 4 witte grafvazen met daarin stoffelijke resten van de organen van Toetanchamon, die verwijderd werden voordat hij werd gemummificeerd.
Ik loop een volle ronde bovenlangs. In veel van de kleinere zalen hier is niemand. Bijna iedereen komt hier met een gids, en die gaan blijkbaar allemaal een vaste set aan hoogtepunten langs. Ik had vooraf ook een lijstje gemaakt met de meest interessante zalen en objecten, maar het is net zo leuk zo maar wat ruimtes in te lopen en zien waar je oog op valt. Alle objecten hier zijn eigenlijk topstukken, waar andere musea in de wereld heel wat voor over zouden hebben.
Eén van die onbetwiste topstukken staat op de begane grond, links van de ingang. Hier is het altijd druk, maar ik weet me naar voren te worstelen om de twee reliëfs van zwarte leisteen te zien. Deze ‘triades’ zijn nog puntgaaf en er gaat een dynamiek van de afgebeelde personen uit alsof ze zo uit de steen naar voren stappen.
Bij de ingang had ik een extra kaartje gekocht om ook bij de tentoonstelling over ‘koninklijke mummies’ naar binnen te mogen. Dit is maar een kleine ruimte en het is er erg druk. Veel mensen zijn blijkbaar toch gefascineerd door die verschrompelde hoofden en lichamen. Ik vond er niet zoveel aan. De gemummificeerde dieren die in een zaal ernaast staan, zijn dan eigenlijk een stuk interessanter. De oude Egyptenaren mummificeerden alles: krokodillen, ibissen, ossen, honden, katten. Soms waren het huisdieren, die hun baasjes in het hiernamaals vergezelden. Maar het waren ook heilige dieren of gewoon ‘voedsel’ dat werd meegegeven in het graf.
#686: Memphis en haar necropolis
Wat is het?
Memphis en haar necropolis – de piramides van Gizeh tot Dashur omvat de overblijfselen van de eerste hoofdstad van het Oude Egypte en de grafmonumenten van haar koningen, de farao’s. Onder die koninklijke graven bevinden zich de Grote Piramide van Cheops en de trappenpiramide van Djoser in Saqqara – de oudste piramide ooit en het eerste gebouw dat volledig in steen was opgetrokken. Memphis werd ook beschouwd als een heilige stad en er bevonden zich veel tempels ter ere van de Egyptische goden.
Cijfer: 8 (Het is één van die plekken die je gezien moet hebben. Het goede aan dit werelderfgoed is dat het de hele geschiedenis van het bouwen van piramides omvat, niet alleen de grote en bekende piramides in Gizeh.).
Toegang: Toegang tot Gizeh kost 120 Egyptische pond, tot Memphis 60 pond en Saqqara weer 120 pond. Alles samen ongeveer 15 EUR. Je kunt bij Gizeh en Saqqara ook nog aanvullende kaartjes kopen om net die ene extra graftombe in te mogen.
Hoeveel tijd: Anderhalf tot twee dagen.
Opvallend: Ik bezocht dit werelderfgoed verspreid over 2 dagen: op de eerste dag ging ik op eigen gelegenheid naar de piramides van Gizeh, de volgende dag had ik een privé-tour met chauffeur en gids naar Memphis en Saqqara. Daarmee heb je nog niet eens alles gezien: het gebied met de piramides loopt door tot in Dashur, nog 7 kilometer verder zuidwaarts.
Op mijn eerste ochtend in Caïro had ik gepland om vanaf het Egyptisch museum de bus te nemen naar de piramides van Gizeh. Er zouden 2 buslijnen moeten zijn (355 en 357) – maar ja, waar stoppen die bussen? De omgeving van het museum is een grote wirwar van brede straten, een fly-over en een rotonde. Er rijden veel bussen, maar bushaltes zijn er niet en ik zag ook de bewuste busnummers niet voorbijkomen. Toen ben ik maar geswitcht naar de metro, wat een stuk eenvoudiger bleek. Metrostation Giza ligt maar zo’n 6 haltes van het centrum en een kaartje kost 3 pond. Vanaf het metrostation stapte ik voor de laatste kilometers in een minibusje dat de hoofdstraat op en neer rijdt richting de ‘Haram’ (Arabisch voor ‘piramides’).
Voor ik het piramideterrein opliep, lunchte ik eerst nog in het luxe Meena House hotel bij de ingang. Behalve het vinden van verkoeling en het vullen van de maag hoopte ik ook dat in de tussentijd de lucht wat op zou klaren: het was een heiige dag, met veel wind die het zand over de woestijnvlakte joeg. Het was uiteindelijk na enen toen ik mijn kaartjes kocht voor de piramides van Gizeh. Ik was meteen aan de beurt en ook verderop het terrein was het bepaald niet druk.
Dit is het terrein waar de oude Egyptenaren hun kunst van het piramides bouwen hadden vervolmaakt. Vooral de grote piramides van Cheops en Chefren zijn perfect van vorm, reusachtig en helemaal van steen. Als je met de auto of de tourbus bent gekomen, kun je over een asfaltweg van de ene naar de andere piramide rijden. Ook zijn er mannetjes met paardenkoetsjes en kamelen die je dolgraag rond willen brengen. Ik liep echter zelf – je kunt dan door het zand stukken afsnijden en het is goed te doen. Alleen het zand zat op een gegeven moment overal, van mijn haar tot mijn schoenen.
Deze grote piramides zijn eigenlijk het best van een afstandje te bewonderen. Ze zijn leeg van binnen en verder aan alle kanten gelijk. Bij de uitgang (eigenlijk de oude ingang) staat de beroemde Sfinx.
De volgende dag werd ik in alle luxe vervoerd naar Memphis en Saqarra, zo’n 35 kilometer ten zuiden van het centrum van Caïro. Memphis was de eerste hoofdstad van het Oude Egypte en bleef duizenden jaren belangrijk. Tegenwoordig is er een stoffig stadje overheen gebouwd. De weinige resten die er nog van Memphis over zijn, zijn bijeen gebracht in een openluchtmuseum.
Het pronkstuk van dit museum is een ruim 10 meter groot standbeeld van Ramses II. Dit is dezelfde Ramses die 4 reuzenbeelden van zichzelf voor de tempel van Abu Simbel plaatste – hij hield nogal van zijn eigen verschijning. Dit beeld is gevonden zonder de voeten, waarschijnlijk daarom hebben ze hem maar op zijn rug neergelegd. Het bovenlichaam en het gezicht zijn nog in goede staat. Op het buitenterrein staat verder nog een mooie albasten sfinx met het hoofd van (waarschijnlijk) koningin Hatsjepsoet.
Een minuut of 10 rijden verderop zijn we buiten de bewoonde wereld, in het woestijngebied waar de oude Egyptenaren graag hun doden begroeven. Saqqara was het grafveld van Memphis: koningen lieten hier hun piramides bouwen en er zijn ook veel graven gevonden van edellieden en hoge ambtenaren.
Blikvanger is hier de trappiramide van Djoser: dit is de eerste piramide ooit gebouwd (27ste eeuw voor Christus), in een nog primitief model. Het is een opeenstapeling van 6 steeds kleiner wordende, platte lagen. Vóór de piramide ligt een open zandplein, waar in de oudheid het festival werd gehouden om de koning zijn macht te laten herbevestigen.
De piramide is onderdeel van een heel complex, met tempels, andere piramides en graven. Veel van de piramides zijn ingestort: ze waren volgens mijn gids ‘low-budget’ uitgevoerd. De grote piramides kostten erg veel inspanning en geld om te bouwen, wat nogal eens op verzet stuitte van de gewone bevolking.
De grafkamers onder de weggezakte piramides zijn soms nog wel bereikbaar. Daarvoor moet je gebogen een nauwe tunnel door die schuin naar beneden loopt. Ik ging er bij twee naar binnen, waaronder die van de farao Oenas: de gang eindigt in een halletje met aan beide kanten een ruimte. Aan de rechterkant staat de graftombe. De muren zijn hier bedekt met hiërogliefen en de afbeelding van een sterrenhemel.
Vanaf het terrein van Saqqara heb je ook zicht op het kilometers verderop gelegen grafveld van Dashur. De knikpiramide en de rode piramide zijn goed aan de horizon te herkennen. De knikpiramide was de eerste poging om een perfecte piramide te bouwen, alleen bovenaan ging het een beetje mis. Daarom probeerde koning Snofroe het nog een keer met een piramide ernaast: dit keer met succes – de eerste ‘echte’ piramide van het oude Egypte was een feit.
#687: Historisch Caïro
Wat is het?
Historisch Caïro omvat het historische centrum van de stad, met meer dan 600 monumenten stammend uit de 7de tot 20ste eeuw. Hier bevond zich al een belangrijke stad sinds het begin van de Islam en in de 10de eeuw is Caïro er als nieuwe hoofdstad van Egypte gesticht. Het oude centrum herbergt verschillende belangrijke moskeeën, mausolea, oude huizen en vestingwerken. .
Cijfer: 7,5 (Er zijn heel veel mooie, echt oude gebouwen te zien hier. Je moet alleen nogal door de rotzooi heen kijken. Caïro heeft bepaald niet de grandeur van Istanbul, terwijl het een veel langere geschiedenis heeft en veel meer variatie in bouwstijlen.).
Toegang: De meeste moskeeën zijn gratis te bezoeken. Alleen voor de Sultan Hassan-moskee betaalde ik 60 Egyptische pond (3 EUR) en voor de Citadel 100 pond (5 EUR).
Hoeveel tijd: Een volle dag is alleen al nodig voor Islamitisch Caïro. Ik liep er rond van half 9 tot half 5. En dan heb je ook nog Koptisch Caïro wat ook bij dit werelderfgoed hoort – dat ga ik over 2 dagen bezoeken.
Opvallend: Ik heb voor mezelf vooraf een lijstje gemaakt van moskeeën uit verschillende periodes die ik wil bezoeken. De eerste daarvan is meteen de oudste: de Ibn Toeloenmoskee uit het jaar 879. Ik rijd eerst 2 haltes met de metro en ga dan – met kaartje in de hand – op zoek naar deze moskee. Ik loop wel meteen in de goede richting, maar het kost me toch nog 20 minuten om er te komen. Niks staat hier aangegeven in Caïro (zelfs de Piramides niet, maar die zijn heel hoog).
De Ibn Toeloenmoskee is bijzonder vanwege zijn spiraalvormige minaret. Deze is ontworpen naar het voorbeeld van de minaret van de moskee van Samarra in Irak (overigens ook een werelderfgoed). De moskee heeft vooral een grote binnenplaats waarop heel veel gelovigen tegelijk konden bidden (genoeg voor het hele leger van Emir Ibn Toeloen, de stichter). Erg druk in gebruik lijkt deze moskee nu niet meer. Veel zit onder de duivenpoep. Je krijgt bij de ingang beschermhoesjes om je schoenen – eigenlijk bedoeld om de heilige grond niet te besmetten met straatvuil, maar hier ook wel een beetje voor de hygiëne…
Ik loop daarna verder richting de Citadel, een vesting iets boven de stad. Gelukkig kun je dat wel goed zien liggen. Aan de voet daarvan staat ook nog een reeks aan oude moskeeën. Daarvan bezoek ik de Sultan Hassan-moskee. Deze stamt uit de tijd dat de Mammelukken over Caïro heersten (1363). Het schijnt één van de grootste moskeeën van Egypte te zijn. Het binnenterrein is hier prachtig, in de Perzische iwan-stijl (met 4 open ruimtes, 1 aan elke zijde van de binnenplaats).
Achter het preekgestoelte ligt nog een ruimte. Deze was bestemd voor de graftombe van Sultan Hassan zelf, maar dat is er nooit van gekomen. Ook hier waan je je net in Iran. De hoeken van de grafruimte zijn bedekt met muqarnas – een laag van kleine nisjes, als een soort honingraat.
Om de Citadel binnen te komen moet ik er eerst voor zo’n 60% omheen lopen – de enige ingang die tegenwoordig open schijnt te zijn zit aan de achterkant. Hier is ook weer veel bewaking, net zoals ik eergisteren bij het Egyptisch museum en de Piramides zag. Bij de 2 moskeeën van de ochtend was ik haast de enige buitenlandse toerist, maar hier bij de Citadel worden ze weer met busladingen tegelijk aangevoerd. Ook zijn er veel lokale dagjesmensen – het is zaterdag, de tweede dag van het Egyptische weekend.
De Citadel heeft een militair museum en een politiemuseum, vestingsmuren en een aantal moskeeën. De mooiste daarvan is de Muhammad Ali Pasha-moskee. Deze dateert uit de 19de eeuw, uit de Ottomaanse periode. Het lijkt dan ook erg op de moskeeën in Istanbul.
Ik heb inmiddels wel trek gekregen in lunch, maar restaurants of zelfs eetstalletjes zie je hier helemaal niet in het oude gedeelte van de stad. Ik loop dus maar terug naar het modernere centrum (‘Downtown’), waar ook mijn hotel ligt. Daar was ik niet meer zo ver vandaan. Daar eet ik redelijk bij een net restaurant. Het geeft me in ieder geval weer genoeg energie om de draad weer op te pakken.
Ik heb namelijk nog één periode uit de geschiedenis van Caïro nog niet gezien: de Fatimiden. Zij kwamen in de 10de eeuw aan de macht. Van hun erfenis is o.a. de Al Azhar-moskee overgebleven. Bij de moskee hoort misschien wel de oudste nog opererende universiteit ter wereld. Ik kom er aan tijdens gebedstijd, maar dat geeft niks: ik mag overal gewoon naar binnen. Wel krijg ik een gewaad aan. Dit is de meest religieuze van de moskeeën waar ik vandaag binnen ben geweest. Je ziet er ook veel moslims uit andere landen, zoals Maleisië/Indonesië en Centraal-Azië.
Deze moskee ligt in een wijk met nog veel meer overblijfselen van de Fatimiden. Ik kijk er binnen bij een oude karavanserai (Wikala al-Ghouri, 17de eeuw) en slenter door de hoofdstraat van de Khan el-Khalili bazaar. Hier is het ook erg druk met winkelende mensen.
#688: Wadi Al-Hitan
Wat is het?
Wadi Al-Hitan (de Walvisvallei) is de meest omvangrijke en belangrijkste vindplaats van walvisfossielen. De fossielen zijn van een nu uitgestorven ondersoort, die de overgang van landdieren naar zeezoogdieren laat zien: deze walvissen hebben nog achterpoten. Ze liggen aan de oppervlakte in een nu volledig droog woestijnlandschap, dat 40 miljoen jaar geleden deel uit maakte van de enorme Tethysoceaan.
Cijfer: 8 (Het landschap van de vallei is schitterend en het verhaal achter de walvisvondsten intrigerend. Een tocht er naar toe is ook een leuke afwisseling met het drukke Caïro en de vele monumenten uit de Egyptische Oudheid).
Toegang: Entree kost 40 Egyptische pond (2 EUR).
Hoeveel tijd: Vanaf Cairo is dit een volle dagtocht: ik vertrok om half 8 en was om 6 uur weer terug in het hotel. Het bezoek aan de vallei zelf duurde zo’n 2 uur.
Opvallend: In de vroege ochtend komen ‘ze’ me ophalen: een gids van Djed Reizen en een chauffeur met een vierwiel aangedreven jeep. De chauffeur komt uit de regio Fayoum, waar we de Walvisvallei ligt. Het is zo’n 190 kilometer rijden, maar door het drukke verkeer is Caïro uitkomen nogal tijdrovend. Eenmaal buiten de stadsgrenzen zien we bijna niemand meer. De weg is tot aan de laatste 32 kilometer volledig geasfalteerd, maar af en toe zijn er wel wat zandheuvels de weg op gewaaid. De route loopt langs het meer van Qarun, waar we een korte stop maken.
Het laatste stuk is een verstevigde zandweg. De chauffeur vindt het echter leuker om naast de weg te rijden, door het zand en over de zandheuvels. Even na half 11 arriveren we bij de ingang van de vallei.
Dit is één van de modernste en best georganiseerde attracties van Egypte. Pas vanaf 1983 is hier op grote schaal onderzoek gedaan en is het belang van deze fossielen ontdekt. In 2005 is het werelderfgoed geworden en sindsdien is het met Italiaanse steun voor bezoekers toegankelijk gemaakt. Er is een afgebakende parkeerplaats, een cafeetje, schone toiletten én een gloednieuw museum. Al deze bijgebouwen zijn in een adobe-stijl gemaakt zodat ze precies binnen het landschap passen.
We beginnen in het museum. Dit is pas sinds 2016 open en mijn gids is er ook nog niet eerder geweest. Zoveel toeristen komen hier niet, hoewel we verspreid over de 2 uur dat we hier zijn toch wel zo’n 20 tot 30 andere (buitenlandse) toeristen zien. De grootste walvissoort die hier is gevonden is de Basilosaurus isis, deze heeft nog een paar kleine achterpootjes maar die waren niet sterk genoeg meer om op te staan. In het museum zie je verder ook gefossiliseerde planten en schelpen. Er is zelfs een fossiel van een watermeloen!
Het terrein met de vondsten mag je alleen te voet op. Er is een wandelroute uitgezet van een kilometer of 2. Gelukkig waait het een beetje vandaag – door het zand in de brandende zon lopen is anders nogal een beproeving. Ik zie een gids van een Spaans groepje toeristen hen het pad wijzen en zelf meteen maar weer de beschutting van het cafeetje opzoeken. Mijn gids loopt wel mee, maar heeft op deze tocht weinig toegevoegde waarde.
Vanaf het wandelpad is steeds met bordjes met een nummer erop een zijpad aangegeven waar je een fossiel kunt zien. Hoewel er ook een compleet skelet bij zit, zie je van de walvisfossielen vooral de ruggengraat. De fossielen liggen in de open lucht – we vragen ons af wat er met ze gebeurt als er een zandstorm is of als het regent (als het hier ooit al regent). Waarschijnlijk zijn ze aan de onderkant in de aarde vastgezet.
Toen het hier onder water stond en de walvissen hier leefden, was dit een kustgebied met mangroven. Die planten zie je hier in het landschap ook telkens gefossiliseerd terug.
Verderop in de vallei wordt het aantal walvisfossielen minder, maar het landschap steeds mooier. Er staan vreemd door erosie uitgesleten heuvels, als een soort reuzenpaddenstoelen tussen de zandduinen.
We lopen bijna het hele pad af, alleen de laatste heuvel slaan we over. Daar staat nog een mysterieus bordje ‘Uitgang’, maar je moet toch echt dezelfde weg teruglopen door het zand als waar je gekomen bent.
Koptisch Caïro
Op mijn laatste dag in Caïro hoef ik een keer niet zo veel te lopen: de koptische wijk ligt direct tegenover het metrostation Mar Girgis. Slechts 5 haltes van het centrum en je bent er. De metro hier in Caïro is net zo efficiënt als elders in de wereld, dus dat is een prima en snelle manier om je te verplaatsen. Een ritje kost 15 cent. Er zijn speciale vrouwencoupés zodat je niet tussen de mannen ingeklemd hoeft te staan.
De kopten zijn de christelijke Egyptenaren: minstens tot in de 9de eeuw was de meerderheid van Egypte christen, nu is dat volgens de overheid nog maar zo’n 8%. Hier in de koptische wijk van Caïro liggen een aantal van hun belangrijkste monumenten en kerken bij elkaar. De koptische gebouwen worden nog strenger bewaakt dan de gemiddelde bezienswaardigheid in Caïro – er zijn al meerdere keren aanslagen geweest op koptische kerkgangers.
Ik begin mijn rondgang in het koptisch museum. Dit zit in een schitterend gebouw, nog maar enkele tientallen jaren oud maar helemaal in de stijl van begin van de 20ste eeuw ingericht met bewerkte houten plafonds en gekleurde ramen. Naast het entreekaartje koop ik ook een fototicket – net als elders in Egypte mag je hier tegen extra betaling zo ongeveer alles fotograferen. En er is hier genoeg te zien. Fragmenten van muurschilderingen uit de 5de en 6de eeuw bijvoorbeeld, veilig gesteld uit de resten van kerken in onder andere Saqqara.
De kunstvorm waar de kopten het meest bekend om zijn is textielbewerking. In graven vanaf de Romeinse tijd zijn bijvoorbeeld gewaden, gordijnen en kussens gevonden. Omdat het klimaat hier zo droog is, is er nog veel bewerkt textiel bewaard gebleven. De vondsten gaan terug tot de 4de eeuw. Al met al is het een erg mooi museum, waar ik een uur lang vrijwel de enige bezoeker ben.
Naast het koptisch museum ligt de Hangende Kerk. Dit is één van de oudste kerken van Egypte, al in de 3de eeuw stond naar verluidt op deze plek een kerk. De huidige kerk dateert ongeveer uit de 7de eeuw maar is een mix van stijlen en latere toevoegingen. Hier is het gedaan met de rust: ik moet me een weg banen tussen klassen met Egyptische schoolkinderen en Amerikaanse tourgroepen door. Met z’n vele iconen is het duidelijk een orthodoxe kerk. Verder is er veel marmer en ingelegd ivoor.
Aan de andere kant van het museum ligt de grote St. Joriskerk (vandaag gesloten) én de ingang tot de oude koptische wijk. Je komt er door een trap af te lopen en de nauwe ingang binnen te gaan. Hier zit een stevige deur die ’s nachts de hele wijk kan afsluiten.
Ook in de straatjes van deze wijk is het druk met toeristen en schoolklassen. Het is maar een klein gebied en iedereen gaat dezelfde kerken binnen, die ook nog eens niet zo groot zijn. Ik bezoek hier de St. Sergius & St. Bacchus-kerk en de St. Barbarakerk. Beiden zijn ook erg oud en lijken op kleinere versies van de Hangende Kerk.
De lokale kopten werden of worden hier ook in de wijk begraven. Zowel bij de St. Joris als de St. Barbara kerk zijn kerkhoven.
Na 2 uur heb ik het wel gezien in deze buurt en ga ik op weg naar een minder toeristische bestemming. Deze ligt aan de andere kant van het metrostation, aan de andere kant van de Nijl zelfs. Zo krijg ik toch nog een stukje typisch Caïrotisch stadswandelen vandaag: ik loop de straat met de koptische kerken uit, passeer de militaire wegversperring, steek via een loopbrug het spoor over (onderaan de loopbrug is een kenmerkende afvalberg), kom dan door een armoedige maar toch gezellige buurt met vervallen hoge gebouwen en moet dan een razend drukke weg oversteken. Gelukkig is er ook daar een loopbrug over de weg, alhoewel ik de enige lijk die hem gebruikt. De inwoners van Caïro steken zo tussen de auto’s door de weg over.
Ik ben dan aan de oever van de Nijl, bij een voetgangersbrug. Aan de andere kant van de brug zijn wat jongens aan het voetballen en ze vragen “Ga je naar het Oum Kalthoum Museum?”. Ik zeg maar ja, want op het terrein van dat museum (gewijd aan een Egyptische zangeres) ligt mijn doel: de Nijlometer. Met de Nijlometer konden de oude Egyptenaren voorspellen hoeveel het water in de Nijl elk jaar zou stijgen, waarop maatregelen genomen konden worden in geval van droogte of overstromingen. Er zijn Nijlometers bekend uit de Oudheid (ik bezocht er drie tijdens mijn Egypte-reis in 2017), maar deze stamt uit de 8ste eeuw. Hij staat op de Voorlopige Lijst van Egypte voor mogelijk toekomstig werelderfgoed.
Bij de ingang van het museum heeft de bewaking meteen door dat ik voor de Nijlometer kom en niet voor de zangeres. Iets verderop zit een vrouw op een tuinstoel kaartjes te verkopen – 20 pond kost het (1,25 EUR). Een man met de juiste sleutel brengt me dan naar het gebouwtje met het meetstation.
Het is echt een fascinerend instrument en ook in prima staat. Wat je ziet is een 13 meter diepe put, met in het midden een meetlat met inkepingen. Het water stroomde hier vroeger via kanalen vanuit de Nijl naar binnen. Via een stenen wenteltrap kun je tot op de bodem komen. Het binnenste van de put is versierd met bogen en decoratieve randen. Er zijn zelfs Arabische teksten op de muren aangebracht, de oudste die nog overgebleven zijn in Egypte. Als je vanaf de bodem omhoog kijkt, zie je een schitterende koepel die er in de Ottomaanse tijd overheen is geplaatst.






























Leave a comment