World Heritage Traveller

Balkan 2018

Written by:

  1. Programma
  2. #674: Ruiter van Madara
  3. #675: Thracische tombe van Sveshtari
  4. #676: Rotskerken van Ivanovo
  5. #677: Srebarna
  6. #678: Nessebar
  7. Een dag in Istanbul
  8. #679: Bursa
  9. #680: Philippi
  10. De achterkant van Meteora
  11. #681: Meteora
  12. #682: Klooster van Daphni
  13. #85: Acropolis van Athene
  14. Stadswandeling Athene
  15. Terugblik Balkan 2018
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Dit is de derde in een reeks: reizen van A naar B met het openbaar vervoer over de Balkan. Zo deed ik in 2013 al Servië, Bosnië & Montenegro en in 2015 Corfu, Albanië, Kosovo & Macedonië. Dit jaar vertrek ik vanaf de jaarlijkse werelderfgoedmeeting in Noordoost Bulgarije. En vandaar reis ik over land door via het Europese deel van Turkije naar Griekenland. Negen werelderfgoederen, drie landen, 2500 kilometer.

Ik doe alles met openbaar vervoer: met de bus, de trein, de veerboot. Het plan is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
6 septemberRechtstreekse vlucht Eindhoven – Varna met WizzAir (14.25-18.25). Het is een uur later in Bulgarije dan in Nederland.Hotel Color, Varna
7 septemberDag 1 van de werelderfgoedmeeting. We bezoeken de Ruiter van Madara (WE1): een reliëf in een bergwand, dat stamt uit de 8ste eeuw. En daarna de Thracische graftombe van Sveshtari (WE2) uit de 3de eeuw voor Christus. Gezamenlijk diner en overnachting in Ruse, bij de grens met Roemenië.Vega Boutique Hotel, Ruse
8 septemberOp dag 2 van de meeting verder naar de Rotskerken van Ivanovo (WE3). En tot slot het Srebarna natuurreservaat (WE4), een meer met veel watervogels. We eindigen weer in Varna, waar we begonnen.Hotel Color, Varna
9 septemberZelfstandig verder: met de bus van Varna naar Nessebar (2 uur). ’s Middags bezoek aan het oude centrum van Nessebar (WE5), een voormalige Griekse en Byzantijnse kolonie. Op dit schiereiland zijn 40 (voormalige) kerken te vinden.Nessebar Royal Palace, Nessebar
10 septemberEerst met de lokale bus van Nessebar naar Burgas (40 min). Dan de bus van Burgas naar Istanbul (Turkije). Vertrek om 12.45 uur, aankomst 6 uur later.Sapphire Hotel, Istanbul
11 septemberHele dag in Istanbul.Sapphire Hotel, Istanbul
12 septemberMet de veerboot naar Bursa (2,5 uur). Bursa (WE6) was in de 14de eeuw de eerste grote hoofdstad van de Ottomaanse staat en heeft nog veel oude gebouwen uit die periode.Safran Otel, Bursa
13 septemberNog een dag in Bursa, en tijd voor een uitstapje naar het dorp Cumalıkızık dat ook deel is van het werelderfgoed.Safran Otel, Bursa
14 septemberTerug naar Istanbul met de veerboot (2,5 uur).Lionel Hotel, Istanbul
15 septemberRechtstreekse bus van Istanbul naar Kavala (Griekenland). Vertrek 10 uur, aankomst 19 uur.Old Town Inn, Kavala
16 septemberBezoek van een halve dag aan de archeologische opgravingen van Philippi (WE7). De middag in Kavala, een van de mooiste kleine steden van Griekenland met veel herinneringen aan de Ottomaanse tijd.Old Town Inn, Kavala
17 septemberNaar Thessaloniki met de bus (3 uur). Lunch en wat rondkijken in Thessaloniki. Dan de trein Thessaloniki – Kalambaka 16.17-19.25Guesthouse Plakias, Kastraki
18 septemberMeteora (WE8): 6 kloosters op hoge rotspilaren gebouwd.Guesthouse Plakias, Kastraki
19 september(Georganiseerde) wandeling door de natuur en langs wat meer afgelegen en verlaten kloosters.Guesthouse Plakias, Kastraki
20 septemberNog een dag kloosters of wandelen. Van 17.22-22.12 trein naar Athene.Kimon Hotel, Athene
21 septemberIn de ochtend naar het klooster van Daphni (WE9), pas gerestaureerd en met mooie mozaïeken. Het is zo’n 3 kwartier met het openbaar vervoer. ’s Middags terug in Athene voor wellicht een gratis wandeltour door de stad.Kimon Hotel, Athene
22 septemberGroot deel van de dag nog in Athene: (her)bezoek aan de Acropolis, musea en andere oude dingen. Terugvlucht 17.15-19.50 naar Amsterdam met KLM.Thuis

#674: Ruiter van Madara

Wat is het?
De Ruiter van Madara is een reliëf uitgehouwen in rots op 23 meter hoogte. Het is rond het jaar 700 gemaakt en wordt gezien als het hoogtepunt van heidense Bulgaarse kunst. De afbeelding toont een ruiter die met zijn speer een leeuw aanvalt die aan de voeten van zijn paard ligt. Een hond loopt achter de ruiter aan. Ernaast staan 3 inscripties in het Grieks die verwijzen naar de Bulgaarse heersers van de 8ste en 9de eeuw.

DSC00286

Cijfer: 5 (Het is dus dat ene reliëf. Op zich best interessant, maar je kunt het alleen van veraf zien. En waarom creëerden de oude Bulgaren maar één scène?).

Toegang: 5 Lev (2,5 EUR).

Hoeveel tijd: Als je alleen het werelderfgoed wilt afvinken, kun je hier in 10 minuten klaar zijn. Wij bleven er in totaal zo’n 2,5 uur, inclusief lunch in een restaurant bij de ingang.

Opvallend: Madara ligt een uur van de Zwarte Zeekust in Varna, waar we deze dag begonnen. “We” is het werelderfgoed gezelschap, bijeen voor de jaarlijkse meeting: 15 personen uit 10 landen en 3 continenten. We reizen twee dagen lang met huurauto’s door het noordoosten van Bulgarije, met als doel 4 werelderfgoederen te bezoeken plus nog enkele plekken van de Voorlopige Lijst.

De Ruiter van Madara is hét symbool van de Bulgaarse natie. Hij is bijvoorbeeld terug te vinden op het Bulgaarse muntgeld. Je verwacht dan ook een ruim opgezet terrein en bussen met toeristen. Maar er is niet eens een parkeerplaats: ga gewoon maar langs de kant van de weg staan. Er zijn overigens wel een paar souvenirwinkels en we tellen 3 restaurants.

Naar het reliëf met de ruiter loop je vanaf de ingang door het bos via een stenen trap met ruim 200 treden. En dan sta je opeens op een open plaats: ruim 20 meter boven je hoofd is daar de ruiter uitgebeiteld. Er staat een onooglijke stellage onder, wellicht om onderhoudswerk te kunnen doen. Maar aan de roestplekken te zien staat hij er al lang.

DSC00285

Dichterbij kun je niet komen. Met het oog zijn alleen de ruiter op zijn paard en de hond die achter hen aan loopt goed te zien. De inscripties die er omheen staan zijn alleen door vergroting op de camera terug te vinden.

Als je uitgekeken bent op de ruiter, zijn er nog een paar dingen die je in dit beschermde gebied kunt gaan bekijken (ze vallen buiten het kerngebied van het werelderfgoed trouwens): linksaf gaat het steil omhoog naar een oud fort. Een aantal reisgenoten die helemaal naar boven zijn geklommen verhaalden van een pittige klim en een niet al te bijzonder uitzicht. Rechtsaf is het wat gemakkelijker en interessanter, met twee grotten en een kapelletje.

DSC00296

#675: Thracische tombe van Sveshtari

Wat is het?
De Thracische tombe van Sveshtari is een rijk versierde graftombe uit de 3de eeuw voor Christus. Het ligt ondergronds, onder een 11 meter hoge grafheuvel. De muren van het graf worden ondersteund door Kariatiden, half-menselijke half-plantaardige beelden die gebruikt worden als pilaren. De originele kleurstelling van de decoraties in oker, bruin, blauw, rood en lila is ook bewaard gebleven. De tombe is pas in 1982 herontdekt.

DSC00310

Cijfer: 6,5 (De inhoud van de tombe is inderdaad heel bijzonder. Maar je krijgt slechts een paar minuten om er binnen te kijken voordat er een soort alarm af gaat. Ook mag je er geen foto’s maken.).

Toegang: Je kunt er alleen met een gids naar binnen. De ‘lange’ tour (langs de werelderfgoedtombe en 2 anderen) kost 15 Lev (7,50 EUR).

Hoeveel tijd: 45 minuten.

Opvallend: Vooraf had ik hier een reservering voor onze groep van 15 proberen te maken – ik had ergens gelezen dat je soms een tijd moet wachten voordat er een gids beschikbaar is. Alleen het mailcontact in het Engels met het bezoekerscentrum verliep nogal moeizaam (net als met andere instanties in Bulgarije). Als we tegen 3 uur arriveren weten ze echter wel degelijk wie we zijn. We worden welkom geheten door een goed Engels sprekende gids.

Er is nog een andere groep binnen in de graftombe dus we moeten even wachten tot die weer naar buiten komt. In dit gebied zijn veel grafheuvels, maar de meesten zijn leeg. Hier op het terrein liggen er 3: de grote grafheuvel van de koning en zijn vrouw, plus nog twee kleinere grafheuvels waarin groepjes notabelen zijn begraven. Er is een voetpad aangelegd waarlangs je een ronde over het terrein kunt lopen.

De grote graftombe, de enige van de 3 die tot het werelderfgoed behoort, is afgeschermd alsof het een Zwitserse bankkluis betreft. De gids laat na het ingeven van een pincode in een kastje de twee stevige automatische schuifdeuren openen die nog maar vrij recent in de entree zijn geplaatst. Daarmee krijg je toegang tot de grafheuvel, maar nog niet tot het graf. Eerst is er een ruimte met een kleine tentoonstelling. Ook moeten we plastic beschermhoesjes over onze schoenen doen.

Zo ziet het graf er van binnen uit

Het graf ligt nog een paar meter naar beneden. De originele tombe van blokken steen is hier vrijgemaakt van zand en ligt nu in een open ruimte. De graftombe, die ruim 7 meter langs is en 4 meter hoog, heeft een voorportaal, twee ‘kamers’ en dan is er het eigenlijke graf. Je kunt erin lopen tot aan het graf zelf. Door de deuropening zie je 2 stenen banken, daarop lagen de lijken van de koning en zijn vrouw. Om hen heen houden beelden van 10 vrouwenfiguren het dak van de tombe als het ware vast. Van de befaamde kleurstelling is trouwens weinig te zien – het interieur en de beelden zijn erg wit van de gebruikte kalksteen.

Voor de laatste rustplaats van de koning stond, toen het graf werd gevonden, nog een extra deur. Deze is beschadigd en is nu los tentoongesteld in de graftombe.

DSC00315

De gids leidt ons ook nog langs de twee andere tombes op het terrein. Hierin zijn meerdere skeletten bijeen gevonden, waarschijnlijk leden van adellijke families. Interessant is dat ze werden afgeschermd door een zware stenen schuifdeur, zodat het graf open bleef en er regelmatig overledenen bijgeplaatst konden worden. In het voorportaal van één van deze tombes lagen ook de overblijfselen van een hond. Al deze graven zijn echter minder goed bewaard gebleven dan het grote koningsgraf, en ze zijn ook niet gedecoreerd.

#676: Rotskerken van Ivanovo

Wat is het?
De Rotskerken van Ivanovo omvat een complex van voormalige kloosters, kerken, cellen en kapellen, dat door monniken uit de rotsen gehouwen is gedurende de 13de en 14de eeuw. De binnenmuren zijn bedekt met muurschilderingen, die beschouwd worden als bijzondere voorbeelden van middeleeuwse christelijke kunst uit deze regio.

DSC00364

Cijfer: 6,5 (Het is best mooi, maar net als met veel van de andere Bulgaarse werelderfgoederen geldt: het is zo klein en hoe bijzonder is het eigenlijk? Het is tegelijk met 3 andere kleine Bulgaarse objecten al in 1979 op de Lijst geplaatst: in het tweede jaar nadat UNESCO gestart is met de Werelderfgoedlijst. Bulgarije was er dus erg vroeg bij en de regels waren destijds lang niet zo strikt als nu).

Toegang: De entree tot de ene rotskerk met muurschilderingen die open is voor bezoekers kost normaal 5 Lev per persoon (2,5 EUR). Omdat we met een groep van meer dan 5 personen kwamen, kregen we 1 Lev per persoon korting.

Hoeveel tijd: 50 minuten (iets langer als je nog wat zijpaden wilt bewandelen)

Opvallend: Na een overnachting in de grensstad Ruse, gelegen aan de Donau en door een brug verbonden met Roemenië, trokken we via binnenwegen de natuur in. Het nationaal park Roussensky Lom staat op Bulgarije’s Voorlopige Lijst. De officiële beschrijving van dat mogelijk toekomstig werelderfgoed heeft maar 2 zinnen: het is een “unieke combinatie van natuurschoon en culturele elementen” en er zijn bedreigde roofvogels zoals de zwaargebouwde sakervalk, aasgier en buizerd te vinden.

DSC00329

Roussensky Lom Nationaal Park

Bijzonder is wel dat in het park al een ander werelderfgoed ligt: de Rotskerken van Ivanovo dus. Dat is ons hoofddoel van deze ochtend. Je komt er via een geleidelijk omhoog lopend wandelpad door het bos. Onderweg zijn er mooie vergezichten over het natuurgebied en het is heerlijk wandelen met dit weer.

Je kunt de enig toegankelijke rotskerk van een afstandje herkennen aan een houten uitbouw. Deze lijkt de bezoekers te beschermen tegen het naar buiten vallen van grote hoogte. De kerk zelf is ruw uit de rotsen gehouwen, wellicht een verbreding van een natuurlijke grot. De monniken klommen vroeger naar binnen via een touwladder langs de 38 meter hoge, steile rotswand. Tegenwoordig is er aan het eind van het wandelpad een smalle opening in de rots waardoor je naar binnen kunt stappen.

DSC00336

De kaartjesverkoper / gids aan de deur wil graag onze nationaliteit weten – “voor de bezoekersstatistieken”. We beginnen enthousiast op te sommen: Canada, Australië, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Zweden, Oostenrijk, Schotland… Hij kan het al snel niet meer volgen en schrijft maar gewoon ‘internationale groep’ op.

We passen met z’n allen net in het binnenste van de rotskerk – zo klein is het. Er zit daar overigens ook nog een vrouw souvenirs zoals koelkastmagneten te verkopen. De plafonds en een deel van de muren zijn beschilderd met Bijbelse scènes. Vooral de plafonds moeten zwaar werk zijn geweest. Ze zijn laag maar heel ongelijk.

DSC00361

Volgens onze Schotse reisgenoot, die hier 15 jaar geleden ook al eens was, is de houten uitbouw een nieuwe toevoeging. Het beschermt een kapel aan de zijkant die ook deels met muurschilderingen is bedekt.

De gids vertelt dat de andere rotskerken in dit gebied te onveilig zijn om bezoekers binnen te laten – er valt nog wel eens een rotsblok naar beneden. Ook is de kwaliteit van de muurschilderingen daar minder goed: deze hier in de hoofdkerk zijn tussen 1983 en 2002 uitgebreid gerestaureerd.

#677: Srebarna

Wat is het?
Het natuurreservaat Srebarna is een zoetwatermeer dat een belangrijke broed-, doorreis- en overwinterplaats is voor watervogels. Het meer stond oorspronkelijk in verbinding met de nabijgelegen Donau – nu zijn de twee alleen nog via een kanaal verbonden. Het beschermde gebied is slechts 6 vierkante kilometer groot. Het is voor 75% bedekt met riet en andere moerasplanten.

DSC00374

Cijfer: 5 (Er zijn twee problemen met dit werelderfgoed: het is lastig er enige universele waarde in te ontdekken en het onderhoud van de bezoekersfaciliteiten is erg slecht. Onterecht en ontoegankelijk dus eigenlijk.).

Toegang: De entree tot het natuurgebied is gratis.

Hoeveel tijd: We liepen er zo’n 2 uur rond, inclusief tijd voor het opeten van de zelf meegebrachte lunch.

Opvallend: Vooraf hadden we al veel plezier met het opnemen van Srebarna op de reisroute van onze werelderfgoedtweedaagse. Het was op dat moment het door bezoekers van onze website slechtst gewaardeerde werelderfgoed van alle 1092. Zouden we de score omhoog kunnen brengen na ons bezoek?

Tijdens de voorbereidingen had ik geprobeerd een serieuze vogelgids te regelen om ons rond te leiden – maar de paar Engels sprekenden onder de Bulgaren in de regio die ik wist op te sporen waren elders aan het gidsen (misschien al een veeg teken). Gelukkig was daar een Zweedse mede-werelderfgoedliefhebber die ook enthousiast vogelaar is. Hij had een hele presentatie voor ons voorbereid. We maakten kennis met de 4 meest bijzondere vogels van dit gebied dat ligt op de trekroute langs de Zwarte Zee: de kroeskoppelikaan, de dwergaalscholver, de zwarte ibis en de lepelaar.

DSC00386

Vervolgens liepen we het pad naar beneden richting het meer. Veel meer dan ‘richting’ was het echter niet: rondom het meer loopt een onverharde weg waarover je ook met de auto mag rijden. De bomen en struiken die de weg van het water scheiden zijn echter zo hoog dat je niets van het meer ziet. Op een paar plaatsen hebben ze een uitkijkpost gemaakt, maar ook daar ben je nog steeds zo ver van het meer verwijderd dat je wel een erg goede verrekijker moet hebben om iets op het water waar te nemen.

We sjouwden door tot uitkijkpunt 3 – best een inspanning in de hete zon. Vanaf daar probeerden we via een pad door het gras terug te lopen. Dit pad lijkt totaal niet meer onderhouden te worden, boomtakken versperren regelmatig de weg en het gras staat hoog. Er staan nog wel picknickbankjes langs de route, maar ook die raken geleidelijk aan overwoekerd met planten.

DSC00380

Wat beter ging het toen we een pijl volgden met iets van ‘eco-natuurpad’ erop. Dit bracht ons naar een hoger gelegen gebied, waar je goed overzicht hebt over het meer. Dit is de plek vanaf waar je de kolonies van kroeskoppelikanen moet kunnen zien. Wij zagen echter vooral zwanen en eenden (van het soort dat je ook in Nederland dagelijks ziet). Gelukkig was er op een rieteilandje toch nog een hoogtepuntje te zien: een aalscholver, die volgens onze vogelkenner ter plaatse wel een dwergaalscholver moest zijn. Toch nog een ‘bijzondere’ soort afgevinkt!

Een dag later bezoekt een deel van de groep nog de Donau Delta, zo’n 230 km over de grens in Roemenië (ik was daar in 2010 al eens). Filmpjes van tientallen opstijgende kroeskoppelikanen overspoelen onze whatsapp-groep. Zonder enige moeite zagen ze daar alle soorten die ook in Srebarna zouden moeten zitten. Deze Roemeense locatie is 8 jaar na Srebarna op de Lijst gekomen, maar geeft een zo veel beter voorbeeld van drasland ecosystemen in dit deel van de wereld dat Srebarna als werelderfgoed eigenlijk als een vergissing moet worden beschouwd.

#678: Nessebar

Wat is het?
In de Oude stad van Nessebar hebben diverse opeenvolgende beschavingen over een periode van 3000 jaar hun sporen nagelaten. Het begon met de lokale Thraciërs, daarna kwamen de Grieken, de Romeinen en hun oosterse opvolgers de Byzantijnen die er in de middeleeuwen een christelijk spiritueel centrum van maakten. Nessebar ligt op een schiereiland in de Zwarte Zee.

DSC00459

Cijfer: 7 (Nessebar moet het vooral hebben van zijn Byzantijnse kerkjes – uit de andere periodes van zijn bestaan is vrijwel niets meer over. Het deed mij een beetje denken aan Ohrid in Macedonië.).

Toegang: Je kunt verschillende combinatiekaartjes kopen om de diverse musea en kerken in het stadje te bezoeken. Ik nam er één van 18 Lev (9 EUR), waarmee je het archeologisch museum, de St. Stephanus kerk en 3 andere kerken naar keuze van binnen kunt bekijken.

Hoeveel tijd: Ik verbleef er een middag, avond en ochtend. Dat was precies genoeg voor mij. ’s Ochtends vroeg is eigenlijk het enige moment van de dag dat Nessebar niet door toeristen wordt overspoeld. Ik overnachtte ook in het oude centrum, zo zat ik ’s avonds lekker op mijn balkon met zicht op een mooi verlicht kerkje.

Opvallend: Oud Nessebar is een schiereiland dat uitsteekt vanaf het brede zandstrand van Sunny Beach, een favoriete badplaats bij de minder bedeelde Europese zonaanbidders. Zelfs dat soort mensen gaat wel eens een dag ‘een stadje bekijken’ – en dat is dan Nessebar. Het kleine centrum is een aaneenschakeling van restaurants en souvenirwinkels en op sommige momenten van de dag kun je over de hoofden lopen.

Ik houd me bij mijn culturele programma en start bij het archeologisch museum. Daar is bijna niemand. Ze tonen hier vooral overblijfselen uit de Griekse en Romeinse periodes van de stad – Nessebar was een kolonie van beiden.

DSC00438

Muurdecoraties van de kerken in het archeologisch museum

De eerste grote kerk die je daarna tegen komt is die van de Heilige Stephanus. Dit is hét hoogtepunt wat betreft muurschilderingen in Nessebar; de wanden zijn volledig bedekt met 258 verschillende voorstellingen. Er is bijna geen centimeter meer kaal. Nadat een Frans groepje met gids de kerk heeft verlaten, ben ik hier ook een tijdje de enige bezoeker.

DSC00451

De meeste kerken in Nessebar hebben aan de buitenkant creatieve muurversiering: bakstenen zijn in patronen tussen de grijze steen aangebracht. Daartussen door zie je figuurtjes van keramiek. De kerken zijn overigens niet meer in religieus gebruik.

DSC00475

Op de laatste ochtend liep ik een volledige ronde over het schiereiland langs de waterkant. Zelfs als je rustig loopt kost je dat nog geen uur. Aan de zuidkant ligt nog een van de mooiste kerken – de nooit ingewijde kerk van de Heilige Johannes. Deze is zwaar door een aardbeving beschadigd, maar wordt nu met Amerikaans geld weer gerestaureerd. De baksteenpatronen zijn hier prachtig.

DSC00499

Houten windmolen op de landengte naar het schiereiland van Oud Nessebar

Een dag in Istanbul

Tussen de 5 werelderfgoederen in noordoost Bulgarije en het volgende in Bursa (Aziatisch Turkije) heb ik een volle dag Istanbul ingepland. Ik was al eerder in deze stad: in 1992. Dus ik hoef hier van mezelf niet zoveel. Ik heb een paar bezienswaardigheden aangekruist die niet te ver lopen zijn van mijn hotel. De grootste publiekstrekkers zoals de Hagia Sophia en het Topkapi-paleis sla ik over (want: druk) en ik ga ook maar selectief ergens naar binnen.

Vlakbij het hotel ligt het Sirkeci treinstation. Dit was het eindpunt van de Oriënt Express, de trein die tussen 1883 en 1977 via verschillende routes van Londen naar Istanbul reed. Het oude station is als monument bewaard gebleven, ernaast ligt een nieuw exemplaar dat volop in gebruik is. Het verlaten station wordt nu bewoond door zwerfhonden en -katten. Eén kat heeft zich zelfs verschanst op het dashboard van een oude locomotief, een ander ligt te slapen op een tafel in het museumpje. Desondanks is het gebouw goed onderhouden en zijn de glas-in-lood ramen in de wachtruimtes nog steeds prachtig.

DSC00532

Ik wandel verder richting het meest historische gedeelte van de stad Istanbul. Hoewel de straten gemoderniseerd zijn, er een tramlijn doorheen loopt en er ontelbare restaurants en baklava-winkels zijn, sta je toch om de 100 meter stil bij een historisch gebouw. Bij allemaal is een zuil met informatie geplaatst. Eén daarvan is bijvoorbeeld Paşakapısı, de poort van de Pasha. Deze ingang uit 1799 leidde naar het paleis van de Ottomaanse Grootvizier, die daar zijn buitenlandse bezoekers verwelkomde.

DSC00557

Iets verderop ligt wat in de Romeinse tijd het Hippodroom was: de renbaan voor paardenraces. Nu is dit een groot plein annex boulevard. Aan weerszijden liggen de Hagia Sophia en de Blauwe Moskee – daarmee is het de meest toeristische plek van de stad. De Turkse autoriteiten hebben er voor de zekerheid maar een legertank neergezet en ook is het plein afgeschermd met hekken. Verdeeld over de voormalige renbaan zijn 3 smalle, hoge zuilen of obelisken geplaatst: één gemaakt door de Romeinen, één meegenomen uit Egypte en één bronzen monument (de Slangenzuil) dat hier ook al sinds de Romeinse tijd staat.

DSC00564

Ik kan het niet laten om toch even het terrein van de Blauwe Moskee op te lopen. Het is er zoals verwacht erg druk. Ook staat het voor een deel in de steigers. Maar vanaf één van de poorten heb je wel een heel mooi uitzicht op dat andere hoogtepunt van de wereldarchitectuur: de Hagia Sophia. Gebouwd als Byzantijnse kerk, omgevormd tot een moskee en met een enorme koepel tot stand gekomen in de 6de eeuw. De lucht is net een beetje aan het betrekken wat een bijzondere gloed aan de foto’s geeft.

Hagia Sophia, Istanbul

Hierna loop ik een minuut of 20 naar het noordwesten. Doel is een andere monumentale moskee: de 16de eeuwse Süleymaniye moskee. Dit is misschien wel de mooiste onder de honderden moskeeën van Istanbul. In de grote tuin kun je lekker zitten, met zowel goed uitzicht over de stad als op het gebouw zelf. Dit keer ga ik wel naar binnen, de toegang is gratis. Er worden druk voorbereidingen getroffen voor het gebed dat 3 kwartier later begint: zo zijn 2 mannen het hele tapijt aan het stofzuigen. Helaas moet je als bezoeker aan de rand blijven staan en is niet alles even goed zichtbaar door de vele draden die de enorme kroonluchter in de lucht houden.

DSC00611

Rond lunchtijd begint het opeens te stortregenen en te onweren. Toevallig ben ik net in de buurt van de Bazaar en kan ik een eettentje inschieten. Daar serveert men kebab in alle varianten. Ik neem de Urfa kebab – gewoon een kebabspies met vers brood, tomaat, uien, sla en bulgur. Samen met een blikje cola ben ik hiervoor 23 Lira (3,10 EUR) kwijt.

Na de lunch is het wel opgehouden met regenen maar alles is nog zeiknat. Ik ga voor een paar uurtjes terug naar mijn hotelkamer. Om 4 uur pak ik de rest van het ‘programma’ weer op. Het eerste doel is de Rustem Pasha moskee: deze moet mooie tegeltjes hebben. Hij ligt ingeklemd door de Bazaar en ik kan zo geen ingang vinden. Het blijkt echter dat hij gesloten is voor restauratie. Als je hem van een afstandje bekijkt snap je wel waarom.

DSC00671

Je bent hier vlakbij de Galata brug, die de Gouden Hoorn (binnenhaven aan de Bosporus) overspant en de verbinding vormt tussen het Europese en Aziatische deel van Istanbul. Aan het andere eind staat de karakteristieke Galata-toren, gebouwd in de 14de eeuw door de Republiek Genua die hier een kolonie had. De brug is ook voor voetgangers gemakkelijk over te steken. Ik loop helemaal naar de andere kant, ondertussen tientallen vissers passerend. In Galata sluit ik de dag af bij een luxueuze koffietent voor cappuccino met gebak.

DSC00676

Zicht over de Gouden Hoorn, tot aan de Galata-toren

#679: Bursa

Wat is het?
Bursa en het nabijgelegen dorp Cumalikizik vormen de geboortegrond van het Ottomaanse Rijk uit het begin van de 14de eeuw. Het werelderfgoed omvat acht locaties met publieke, religieuze en commerciële gebouwen. Hoewel de hoofdstad al in 1413 naar Edirne en 40 jaar later naar Istanboel werd verplaatst, lieten veel grote Ottomaanse leiders zich begraven in wat als de spirituele hoofdstad van het rijk werd beschouwd.

Grote Moskee, Bursa

Cijfer: 7,5 (Bursa is een heel prettige stad. Groot ook met 1,8 miljoen inwoners, dus je loopt je een ongeluk omdat het werelderfgoed over verschillende locaties verspreid ligt. Onder de monumenten zijn diverse pareltjes, zoals de Groene Tombe en de Grote Moskee. Turkije is sowieso een verademing na Bulgarije: een stuk vriendelijker, moderner én er is veel meer te zien).

Toegang: Ik heb nergens entree betaald.

Hoeveel tijd: Ik was er anderhalve dag (2 nachten), dat was prima.

Opvallend: Mijn hotel in Bursa ligt net binnen de Citadel, het oorspronkelijke gedeelte van de stad waar de Byzantijnen hun centrum hadden. De werelderfgoedlocaties liggen juist daarbuiten: toen de Ottomanen in 1339 de stad veroverden en een nieuw burgerlijk en religieus centrum opzetten, deden ze dat buiten de oude stadsmuren. Vanaf de Citadel heb je wel een goed uitzicht op de Grote Moskee met z’n 20 koepels en 2 minaretten.

Grote Moskee, Bursa

Die Grote Moskee is ook mijn eerste doel van mijn wandeling door de stad. Buiten de gebedstijden kan iedereen daar zo naar binnen. Het is er druk met binnenlandse bezoekers, aan de vele foto’s die genomen worden te zien zijn daaronder ook veel toeristen. Deze moskee heeft een heel aparte indeling: in het midden, onder een soort atrium bedekt met een glazen koepel, is een grote fontein om je te reinigen voor het gebed. Daaromheen zijn allerlei nissen waarin gelovigen zich terug kunnen trekken. Ook nu zitten daar mensen te bidden. Het opvallendst zijn echter de grote teksten aan de muren – 192 gebeden en leuzen zijn in kalligrafie uitgewerkt door 41 schoonschrijvers.

De moskee maakt onderdeel uit van de Orhan Ghazi Kulliye, een complex dat ook een religieuze school, gemeenschapskeuken, badhuis en commerciële gebouwen omvatte. Deze laatste gebouwen zijn nu omgevormd tot een bazaar. Ook hier is het gezellig druk, mensen zitten op terrasjes te eten en te drinken of zomaar wat op een bankje rond te kijken. Vooral de voormalige zijdebeurs is een attractief omgevormd gebouw: twee verdiepingen met 95 kamers om een rechthoekig plein.

DSC00715

Het kost me anderhalf uur om dit deel van de stad te bekijken. Bij elk van de werelderfgoedcomponenten hebben ze hier in Bursa, net als in Istanbul trouwens, borden met uitleg in het Turks en Engels over de gebouwen geplaatst. Als er een UNESCO logo op staat is het één van de elementen van het werelderfgoed, is dat er niet dan is het ‘gewoon’ een monument of bezienswaardigheid.

De volgende ochtend ga ik te voet op weg naar één van de andere locaties : de Yesil (Mehmed I) Kulliye. Het ligt aan de andere kant van de rivier, een half uur lopen door de plezierige straten van Bursa. Ook dit complex bestaat weer uit een aantal gebouwen dat bij elkaar hoort. Het belangrijkst zijn de Groene Moskee en de Groene Tombe. De Tombe omvat het mausoleum van Mehmed I, de 5de Ottomaanse sultan. Hij is trouwens niet groen, maar blauw met turquoise. Erg prachtig van binnen. Ik ben er tegelijk met een bus vol Turkse bejaarden.

Groene Tombe, Bursa

Tegenover de Tombe ligt de Groene Moskee. Deze is wit van buiten, maar kent van binnen wel wat groentinten. Hij is in een totaal andere stijl gebouwd dan de Grote Moskee waar ik gisteren was. Wat intiemer, haast Perzisch met de vele tegels en de goud-met-blauw uitgewerkte muqarnas (gedecoreerde stenen nissen).

Groene Moskee, Bursa

Tegen het eind van de ochtend maak ik me op voor de trip naar een derde werelderfgoedlocatie. Dat is het dorp Cumalikizik. Je moet er met bus 22 kunnen komen, maar ik zie langs de hoofdstraat alle getallen bij de bushaltes staan behalve 22. De openbaar vervoer-app op mijn telefoon zegt dat je er ook met de metro kunt komen, dus dat doe ik dan maar. De metro van Bursa ziet er nog heel nieuw uit en is efficiënt zoals je van een metro mag verwachten. In een minuut of 20 sta ik op het station van Cumalikizik. Vanaf daar blijkt het dorp nog een half uur lopen te zijn. Gelukkig razen er allemaal minibusjes voorbij met die bestemming, dus voor 30 cent wordt ik netjes afgezet op het centrale plein.

Cumalikizik

Cumalikizik is een vreemde eend onder de 8 werelderfgoedlocaties van Bursa: het ligt buiten de stad en is een boerendorp. Het stamt echter uit dezelfde vroege beginperiode van het Ottomaanse rijk als de monumenten in Bursa. Dit dorp, samen met vele andere die nu niet meer in originele staat bestaan, leverde voedsel aan de stad en haar nieuwe heersers.

Het blijkt superdruk in de nauwe straatjes van Cumalikizik. Zelfs een bus met Chinese toeristen heeft het dorp weten te vinden. Bij elk huisje worden wel souvenirs verkocht of kun je wat eten en drinken. Het enige dat je er kunt doen is de ene, met verraderlijk ongelijke stenen bedekte weg omhoog lopen en de andere weer terug. De gekleurde, soms vervallen huizen zijn wel fotogeniek. Ik ga nog lunchen op een terras waar ze alleen Turks spreken en geen menu hebben – ik wijs maar aan wat mijn buren ook hebben: een compleet Turks boerenontbijt, bestaande uit vers brood en 11 schaaltjes met olijven, kaas, tomaten en meer lokale producten.

Cumalikizik

#680: Philippi

Wat is het?
De Archeologische opgraving van Philippi omvat de resten van een ommuurde stad uit de vierde eeuw voor Christus. Philippi, gesticht door de Macedonische koning Philip II, ontwikkelde zich tot strategische provinciestad onder de Romeinen. Later werd het een vroeg centrum van het Christendom en pelgrimsplaats, omdat de apostel Paulus de plek bezocht zou hebben rond het jaar 50.

DSC00962

Cijfer: 6,5 (Het staat in geen verhouding tot de grote Griekse opgravingen van Olympia of Delphi, maar ik vond het toch wel wat hebben. Het heeft met z’n Romeinse en christelijke wortels een heel ander verhaal dan de andere (puur) Griekse werelderfgoederen. Het museum ter plekke voegt ook wat toe.).

Toegang: 6 EUR.

Hoeveel tijd: Ik wandelde er ruim 2 uur op mijn gemak rond. Het is een groot terrein dat uit verschillende sectoren bestaat. Het wordt doorsneden door de oude provinciale weg tussen Kavala en Drama, maar die hebben ze om de werelderfgoednominatie succesvol te laten zijn maar omgeleid.

Opvallend: Om 9 uur vertrek ik met de regionale bus uit mijn overnachtingsplaats Kavala richting het dorpje Krinides, waarbij deze opgravingen liggen. Twintig minuten later sta ik al in de hoofdstraat en vlakbij het parkeerterrein van Philippi. Er staan 2 bussen in de schaduw geparkeerd, maar ik lijk zo op het oog de eerste en enige bezoeker. Bij de ingang hebben ze in ieder geval nog geen wisselgeld voor mijn 20 EUR. Maar gelukkig hebben ze wel een creditcardmachine…

Het pad over het terrein gaat eerst langs het theater. Dit van oorsprong Griekse theater werd door de Romeinen omgevormd tot een arena voor dierengevechten. Daar moesten hun nazaten, de vroege christenen, niks meer van hebben. Ze stelden het buiten gebruik en lieten het vergaan. Tegenwoordig is het wel weer een herkenbaar theater / stadion met rijen zitplaatsen, waar jaarlijks een theater- en muziekfestival wordt gehouden.

DSC00901

Via een pad omhoog kom je daarna bij het museum, dat zit in een modern gebouw. Eromheen staan grafstenen en beelden die op het terrein zijn gevonden, daar zitten mooie exemplaren bij. Ook binnen is er meer kwaliteit dan kwantiteit, vooral van Romeinse beelden.

Bijbeltours door deze regio stoppen ook graag bij Philippi. In het jaar 49 of 50 zou de apostel Paulus hier de eerste Europeaan tot christen gedoopt hebben – een lokale vrouw genaamd Lydia. Bij zijn tweede missiebezoek kreeg hij het aan de stok met een slaveneigenaar toen hij een slavin “genas van het boze oog” en zij niet meer als waarzegster kon werken. Dus werd hij in de cel gegooid! Deze cel is, naar verluidt of naar men gelooft, nog bewaard gebleven.

DSC00959

Centraal op het terrein is een open plein, het voormalige Romeinse forum. Net als in de rest van Philippi staat er niet heel veel meer overeind: de stad is door een aardbeving in 619 verwoest, maar het lijkt alsof dat vorige week was. Alle gevallen stenen liggen nog gewoon op de grond. De contouren van een rij winkels zijn nog wel te zien.

Philippi kende, voor zover we nu weten, 3 christelijke basilieken. Basiliek B, bij het forum, is nog in de meest herkenbare staat omdat er nog een paar zuilen en bogen overeind staan. Vanwege instortingsgevaar mag je er niet te dicht bij komen.

DSC00980

Ik zoek nog tevergeefs naar “50 openbare toiletten uit de Romeinse tijd”, die een mede-werelderfgoedliefhebber als meest interessante plek van de opgravingen had aangeduid. Maar ik vind ze niet in de buurt van Basiliek B, waar ze zouden moeten zijn. Er staan wel wat informatieborden op het terrein, in het Grieks en het Engels, maar de informatievoorziening houdt niet over.

Het Octagon was een vroegchristelijke kerk die gebouwd is bovenop een Macedonische tombe en een Griekse tempel voor cultus verering. Van het gebouw is niks over anders dan de fundering, maar hier liggen wel de mooiste mozaïeken van heel Philippi.

DSC01008

Aan de rand van het terrein liggen de resten van een stukje van de Via Egnatia, een door de Romeinen in de 2de eeuw voor Christus aangelegde weg. Hij liep door de Balkan, als verlenging van de Via Appia naar Rome. De ligging aan deze weg heeft Philippi in de Oudheid veel handel en pelgrims gebracht.

DSC01010

De achterkant van Meteora

Omdat ik twee volle dagen de tijd heb voor Meteora, het gebied in Midden-Griekenland met op hoge rotspilaren gebouwde kloosters, kies ik ervoor ook een halve dag met een gids op pad te gaan. Visit Meteora Travel organiseert dagelijks om half 9 een 4,5 uur durende wandeltocht over “verborgen paden die alleen de lokale bevolking kent”. We zijn met een groepje van 10 – met nationaliteiten variërend van Servië tot Israël.

DSC01240

We doen de wandeling in omgekeerde volgorde. Er zijn namelijk nog drie groepen van dezelfde organisatie op pad gegaan vandaag, dus we zouden elkaar maar voor de voeten lopen. De route begint daarom met een steile klim door het bos naar het Groot Meteoron klooster. Het is nog fris zo vroeg in de ochtend en ook wat bewolkt. Goed wandelweer dus.

Na 40 minuten wandelen door de natuur (we zien nog een zwart-met-wit eekhoorntje) staan we opeens boven op het asfalt tussen de mensenmassa’s. Het Groot Meteoron is het grootste klooster van Meteora en erg populair bij de bustoeristen. We krijgen een uur de tijd om het op eigen gelegenheid te bezichtigen. Nou heb ik gisteren al 4 van dergelijke kloosters bekeken en ze zijn eigenlijk allemaal van de buitenkant mooier dan van de binnenkant. Toch blijkt een bezoek binnen hier meer de moeite waard: omdat het zo groot is hebben ze in diverse ruimtes kleine tentoonstellingen geplaatst. Ook is bijvoorbeeld de oude keuken nog te zien. Tegenwoordig leven er nog maar 4 monniken in dit klooster – dat waren er tot in de jaren ’60 wel 100.

DSC01228

Na dit klooster lopen we aan de andere kant de helling weer af. Dit is een smal zandpad waar we maar weinig anderen tegenkomen. Met de gids staan we een paar keer stil om uitleg te krijgen over de bloemen en planten langs het pad. Zo zien we veel kleine, paarse krokussen en een struik met eikels die inderdaad een eikensoort blijkt te zijn.

DSC01248

We lopen in de richting van het klooster van Ipapantis. Dit was een dependance van het Groot Meteoron klooster. Als het een monnik allemaal te druk werd in het grote klooster, kon hij hier een tijdje in retraite. Maar er was maar plaats voor 8 monniken, dus als de een kwam moest de ander weg. Het klooster van Ipapantis is feitelijk het 7de klooster van Meteora, maar wordt veel minder bezocht dan de andere 6 omdat het niet via de asfaltweg te bereiken is. Het is pas sinds vorig jaar voor wandelaars opengesteld en sinds de renovatie in 2000 in erg goede staat.

Ipapantis is niet bovenop een rots gebouwd zoals de andere kloosters, maar in een grot in de rotswand. De abt had een mooi appartementje met balkon boven de kerk. De andere monniken leefden in cellen.

DSC01267

Ondanks het onherbergzame karakter van Meteora heeft het toch last gehad van diverse oorlogen. Hier tussen de bergtoppen staat een standbeeld van een lokale verzetsheld tegen het Ottomaanse Rijk. Ook de Duitsers hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog geprobeerd hier voet aan de grond te krijgen en het gebied is toen gebombardeerd.

DSC01273

Het laatste stuk van de wandeling gaat door een gebied met misschien wel de meest spectaculaire rotsformaties. Alle rotsen hier, met uitzondering van de pilaren waarop een klooster staat, mogen beklommen worden. We zien dus ook van een afstandje mensen op grote hoogte aan een touw bungelen. Bovenop elke rots staat een kastje met een logboek er in, waarin de klimmer zijn naam kan schrijven.

DSC01310

#681: Meteora

Wat is het?
Meteora staat voor een groep van 7 kloosters die op hoge rotspilaren zijn gebouwd. Ze zijn gesticht in de 14de en 15de eeuw als uiting van het leven in eenzaamheid. Ook boden ze bescherming in tijden van politieke instabiliteit. In de bloeiperiode waren er 24 kloosters, nu zijn er nog slechts 4 bewoond door monniken of nonnen. Het is een gemengd werelderfgoed, dat wil zeggen dat het zowel aan culturele als natuurlijke criteria voldoet. De pilaren zijn zo’n 60 miljoen jaar geleden ontstaan door het uitslijten van rivieren en aardbevingen.

DSC01104

Cijfer: 8 (De natuurlijke omgeving is eigenlijk het mooiste. Heel knap ook natuurlijk dat de oude ‘Meteorieten’ hun kerken en kloosters stichtten op de pieken – en dat zonder de toegangswegen van vandaag de dag. De kloosters zijn tegenwoordig van binnen vrij modern en op een enkel met muurschilderingen bedekt kerkje na niet zo bijzonder.).

Toegang: Elk van de kloosters vraagt een entreeprijs van 3 EUR. Daarnaast moet je als vrouw een lange(re) rok dragen. Bij de ingang van ieder klooster kun je daarvoor een wikkelrok lenen.

Hoeveel tijd: Ik was er 2 dagen/3 nachten. Je kunt er ook met een lange dagtocht naar toe vanuit Athene bijvoorbeeld, maar dan mis je heel wat van de sfeer en de vergezichten op verschillende momenten van de dag. Ik overnachtte in het dorpje Kastraki aan de voet van het gebergte en dat beviel goed. Als de bustoeristen weg zijn is het er gezellig met een paar terrasjes en steeds maar die mooie uitzichten.

Opvallend: Het is helemaal niet zo’n groot gebied: vanaf Kastraki ligt het verst gelegen klooster 8 kilometer verderop. De 6 grotere kloosters zijn door een asfaltweg met elkaar verbonden, een asfaltweg die zo breed is dat 2 bussen elkaar kunnen passeren. Mijn plan voor de eerste dag is om met de bus naar het verste klooster te gaan (St. Stefanus) en vandaar terug te lopen naar Kastraki. Ondertussen doe ik dan 4 kloosters aan, de andere 2 (+1 , daarover later meer) bewaar ik voor de volgende dag.

Deze bus gaat maar 4 keer per dag, vanaf 9 uur. Als enige sta ik te wachten op het plein van Kastraki – de bus zit al aardig vol met passagiers die in de grotere plaats ‘beneden’ (Kalambaka) zijn ingestapt. Hoewel het een gewone openbare bus is en de kosten navenant laag zijn (1,80 EUR voor een enkeltje), is het toch ook een soort tour. De busmaatschappij heeft een Engels sprekende hulp meegestuurd die alle vragen van de verdwaasde toeristen kan beantwoorden en hen bij het gewenste klooster uit de bus zet. Ook stopt de bus 10 minuten bij een uitkijkpunt.

Door die tussenstops doet de bus er 50 minuten over om St. Stefanus te bereiken. Dit is een groot nonnenklooster dat je via een bruggetje vanaf de parkeerplaats zo binnen loopt. Er is een kapelletje, een kerkje en wat bijgebouwen waar de nonnen wonen. Met een minuut of 10 heb ik het wel gezien.

Meteora

Naar beneden lopend is het volgende klooster de Agia Triada. Dit is het lastigst te bereiken klooster: het ligt echt op een punt van een pilaar. Vanaf de weg moet je via een breed pad eerst helemaal naar beneden lopen, en dan via steile trappen omhoog naar de ingang van het klooster. Zoals bij alle andere kloosters is het er desondanks druk genoeg – je ziet op de parkeerplaatsen steeds zeker 10 bussen staan.

Daarna volgt er een langer stuk over de asfaltweg. Hoewel er geen trottoir is, is het toch ontspannen lopen omdat er alleen maar toeristenverkeer langs komt. Die rijden niet zo hard. Er is zo genoeg gelegenheid om foto’s te maken, want de uitzichten blijven schitterend.

Agios Nikolaos, Meteora

Het 3de klooster op mijn route is dat van Rousanou. Dit bereik ik door vanaf de asfaltweg boven een bospad te nemen. Later blijkt de route van onderen tot de weg een stuk korter te zijn. Het klooster zelf is misschien wel mijn favoriet: zijn kerk heeft de mooiste fresco’s. Helaas mag je nergens in de kerken foto’s maken.

Tot slot, al bijna weer terug in Kastraki, wacht de klim naar het laatste klooster: dat van de heilige Nikolaas. Dit is van een afstand heel fotogeniek omdat het op een wat lagere piek ligt dan de andere. Er is wat meer ruimte om het gebouw, je loopt hier eerst langs een paar kapelletjes.

DSC01211

De volgende dag bezoek ik tijdens een wandeltocht nog het Groot Meteoron, Varlaäm (alleen van de buitenkant) en het 7de, recent voor publiek opengestelde klooster van Ipapantis. De kloosters zijn tegenwoordig meer toeristische attracties en geldmachines dan religieuze oorden. De meeste monniken zijn weer teruggekeerd naar de Heilige Berg Athos, waar hun voorgangers ooit vandaan kwamen.

#682: Klooster van Daphni

Wat is het?
Het Klooster van Daphni is onderdeel van het werelderfgoed Kloosters van Daphni, Osios Loukas en Nea Moni. Al deze drie Griekse kloosters bevatten goudkleurige mozaïeken die beschouwd worden als meesterwerken van Byzantijnse kunst. Het klooster en de mozaïeken van Daphni stammen uit de 11de eeuw. Het is grotendeels in originele staat bewaard gebleven, maar moest na een aardbeving in 1999 langdurig gerestaureerd worden.

Klooster van Daphni

Cijfer: 7 (Het is een klein, door weinig toeristen bezocht pareltje net buiten Athene. Een soort bonbon: mooi van buiten, lekker van binnen en zo op!).

Toegang: De entree tot het klooster is gratis. Het is alleen op dinsdag en vrijdag open.

Hoeveel tijd: 45 minuten.

Opvallend: Samen met een Russisch stel stap ik uit de stadsbus in een buitenwijk van Athene. Hier moet ergens het klooster van Daphni liggen. Het is even zoeken, maar dan staan we voor een zwaarbeveiligd monument. De toegang is afgesloten door een groot hek. Zou het dan toch ook vandaag (= vrijdag) gesloten zijn? Nee: het blijkt dat je aan kunt bellen en dan gaat het hek vanzelf open.

Klooster van Daphni

Ze zijn al sinds 1999 dit werelderfgoed aan het restaureren. Het is bijna af, maar nog niet helemaal – vandaar ook de beperkte openingstijden. Werklui zijn met name buiten nog bezig. We worden vriendelijk welkom geheten en mogen overal binnen kijken en foto’s maken. Het ziet er een beetje ‘nieuwig’ uit.

Van de buitenkant vallen vooral de vensters op, die als een soort verkeerslicht zijn gedecoreerd. De zuilen die de vestibule dragen zijn bijna allemaal replica’s: Lord Elgin heeft de originelen samen met het fries van het Parthenon mee naar Engeland genomen, waar ze nu in de kelders van het British Museum stof staan te vangen. Eén originele Ionische zuil staat hier nog overeind: hij is afkomstig van het Apollo heiligdom dat in de Oudheid op deze plek stond.

Klooster van Daphni

Van binnen is de kerk heel licht, zowel door het gebruik van witte kalksteen als door de vele ramen. Aan het plafond en op de bovenste delen van de muren zijn veel goudkleurige mozaïeken te vinden. Wat lager bij de grond hebben de muren muurschilderingen van een later datum.

De mozaïeken zijn het onderscheidende kenmerk van dit klooster. Ze hebben een fel-gouden achtergrond; de kleur is zo fel doordat er ook glas in is verwerkt. De makers van de mozaïeken waren waarschijnlijk afkomstig uit Constantinopel (het huidige Istanbul, waar de Hagia Sophia ook bedekt was met soortgelijke gouden mozaïeken). Het is onbekend wie de opdrachtgevers waren van dit rijk uitgevoerde gebouw.

Klooster van Daphni

Al sinds 1821 heeft het klooster geen religieuze functie meer en vanaf 1888 was het feitelijk al een historisch monument. De mozaïeken beelden uitsluitend Bijbelse scènes uit. De gebruikelijke set aan profeten, Maria met het kind Jezus, de aartsengelen, de lijdensweg van Christus en het leven van Maria is te zien. Op een kartonnen bord is aangegeven welk mozaïek wat voorstelt.

Klooster van Daphni

#85: Acropolis van Athene

Ik bezocht de Acropolis voor het eerst in 2001, vandaar het lage volgnummer (85). Onderstaand verslag is gemaakt na mijn tweede bezoek, in september 2018.

Wat is het?
De Acropolis van Athene omvat een groep monumenten uit het klassieke Griekenland die invloedrijk zijn geweest van de oudheid tot het neoclassicisme. Ze bevinden zich op de top van een 60 meter hoge rots die Athene domineert. Onder de beste monumenten zijn het Parthenon, de Propylaia, de Tempel van Athena Nike en het Erechtheion. Ze dateren allemaal uit de 5de eeuw voor Christus.

Acropolis

Cijfer: 8 (Als bezoekervaring is de Acropolis van Athene teleurstellend – ik vond dat deze keer en dat was ook wat ik me herinnerde van mijn eerste bezoek in 2001. Op de een of andere manier voelt het minder ‘groots’ aan dan bijvoorbeeld de Oud-Egyptische tempels in Luxor, waar je vrij rond kunt dwalen en er nog veel meer oorspronkelijks overeind staat. Maar de universele waarde staat natuurlijk buiten kijf.)

Toegang: 20 EUR.

Hoeveel tijd: Anderhalf uur is voldoende.

Opvallend: In 2001 bezocht ik de Acropolis van Athene voor het eerst. Ik ging op een zondagochtend, de toegang was op die dag van de week gratis. Van andere bezoekers heb ik niets gemerkt, alleen dat ik bij de toegangspoort werd verwelkomd door (of: een beetje bang werd van) twee zwerfhonden. Deze maand ging ik terug en zag wat voor impact de golf van massatoerisme heeft gehad: de toegangsprijs is nu 20 EUR voor deze ene site en je moet je bezoek echt goed plannen om wachtrijen te voorkomen.

Ik arriveerde om 7.50 uur bij de poort, 10 minuten voor opening. Dit leverde mij plek #5 op in de wachtrij voor het loket, waar 5 mensen op een rij net de hele dag begonnen met hun repetitieve werk. Dit is geen baan die in Griekenland snel wordt vervangen door automaten – al kun je wel e-tickets kopen. Om 8 uur was de rij uitgegroeid tot zo’n 40 mensen. Er kwamen ook twee honden kijken, waarschijnlijk niet dezelfde individuen die ik 17 jaar geleden tegenkwam!

Ik was die dag een van de eersten op de site en op weg naar boven ontmoette ik zelfs de groep soldaten die daar elke dag de nationale vlag hijsen. Het Parthenon is een enorme structuur, nog steeds met steigers die het grootste deel van het interieur bedekken. Dit is al lang het geval en zal in ieder geval tot 2020 duren. Het effect is dat je er alleen omheen kunt lopen. Ook de andere monumenten op het plateau zijn niet toegankelijk (behalve vanaf de Propylaea waar je binnenkomt): dit doet af aan de bezoekervaring.

Als je via de zuidelijke hellingen naar beneden loopt, passeer je meer ruïnes met grote historische waarde, maar die niet de best overgebleven voorbeelden van hun soort zijn die in Griekenland te vinden zijn. Een vrij recente toevoeging (herplaatsing) is een van de beelden van de dichter die de weg naar het Theater van Dionysus sierde.

DSC01550

Het nieuwe Akropolismuseum ligt net buiten de Zuidpoort, vlakbij het Theater van Dionysus. Het is een indrukwekkend modern gebouw, de entree kost een redelijke 5 EUR. Er is hier een strikt ‘Geen fotografie’-beleid, wat als een verrassing kwam omdat ik de dag ervoor vrijelijk foto’s kon maken van ongeveer elk afzonderlijk object in het uitstekende Nationaal Archeologisch Museum van Athene.

Het museum heeft 3 schuine verdiepingen met exposities. De onderste vond ik ‘meer van hetzelfde’ na een bezoek aan het Nationaal Archeologisch Museum. Op de bovenste verdieping hebben ze een reconstructie van het volledige Parthenon-fries: “Van de hele fries die vandaag de dag overleeft, is 50 meter in het Akropolis Museum, 80 meter in het British Museum, een blok in het Louvre, terwijl andere fragmenten zijn verspreid in de musea van Palermo, het Vaticaan, Würzburg, Wenen, München en Kopenhagen”, aldus de website van het museum.

Wat mij echter het meest beviel zijn de 5 originele overgebleven Caryatid-beelden die zijn gered van het Erechteion. De 6e bevindt zich in het British Museum. De exemplaren die nu in het Erechteion op de Akropolis aanwezig zijn, zijn replica’s.

Acropolis

Stadswandeling Athene

De afgelopen jaren is het voor mij een gewoonte geworden dat wanneer ik in een grote stad ben, ik aansluiting probeer te zoeken bij een (gratis) wandeltour. Zo leer je in korte tijd de stad kennen én hoor je wat er nu zoal speelt in de stad of het land. Zo deed ik dit jaar bijvoorbeeld al de interessante Solidariteits-tour in Gdansk. Ook in Athene hebben ze een dergelijke tour. Hier moet je je vooraf aanmelden – ze houden de vertrekplaats een beetje geheim om de autoriteiten van zich af te houden die vinden dat ze geen officiële gidsen zijn.

DSC01436

De oudste resten van Athene die nog te vinden zijn

Toch hebben er zich maar liefst 40 mensen aangemeld. We worden over 2 groepen verdeeld. Ik ga mee met de Engelsman Martin, die al jaren in Athene woont en er klassieke Griekse geschiedenis heeft gestudeerd.

Ik ben vooral benieuwd wat Athene naast de Acropolis – haar bekendste monument – te bieden heeft. Zowel aan oude als meer recente uitingen van haar geschiedenis. Helaas laat deze tour het op 2 gebieden nogal afweten: Martin houdt zich verre van commentaar op het huidige Griekenland en veel gewandeld wordt er ook al niet. Hij stopt regelmatig om lange betogen over de Griekse Oudheid te houden. Zijn kennis is bewonderenswaardig, maar heel onderhoudend vind ik het niet.

DSC01450

Toren van de winden

We lopen een kort rondje door het Atheense centrum. We staan stil bij de resten van de Bibliotheek van Hadrianus, een bouwwerk (nu ruïne) uit de Romeinse tijd waarin boekrollen vanuit het Rijk werden bewaard en mochten worden ingezien. Iets verderop ligt de ook Romeinse Agora – het centrale marktplein. Hier staat de witte Toren van de Winden. Dit achthoekige gebouw gaf de tijd en de windrichting aan. Het is zo stevig gebouwd dat het als één van de weinige gebouwen in Athene de tand des tijds doorstaan heeft.

Martin staat ook ruim stil bij de diverse musea van de stad, waarvan hij zo de entreeprijzen en openingstijden kan oprakelen. Hijzelf vindt ze allemaal even interessant. Zelf raak ik niet enthousiast over wat er verder nog in Athene te zien is naast de Acropolis.

DSC01463

Herbouwde Stoa van Attalos, nu een museum

Tegen zonsondergang eindigen we onze tocht op een heuvel met zicht op de Acropolis én over de moderne stad Athene. Het is een heerlijk uitzicht om de dag mee af te sluiten. Dit is een minder bekende zonsondergangslocatie – je kunt zien dat vlakbij de Acropolis een massa mensen zich op een heuvel verzameld heeft. Bij ‘onze’ heuvel in een parkje zijn we vrijwel de enigen.

Acropolis

Terugblik Balkan 2018

Het was een prima ontspannen reis met volop hoogtepunten. Lekker weer nog (25-30 graden), maar toch al minder toeristen dan in het echte hoogseizoen. Het mooiste vond ik mijn verblijf van 2 dagen in de Turkse stad Bursa en mijn tijd in het Griekse Meteora. Daar genoot ik vooral van mijn wandeling door dit schitterende gebied.

Tussen de toeristische hoogtepunten door voelde het vooral als een werkreis: ik regelde nog de laatste dingen voor de werelderfgoedmeeting 2018, kwam tot een akkoord bij mijn nieuwe werkgever, zegde op bij mijn oude werkgever, bereidde een lezing over werelderfgoed voor de OU studentenvereniging en boekte ook meteen maar alles voor de werelderfgoedmeeting 2019 in Schotland. Lang leve het afschaffen van de roamingkosten voor telefonie en data in de EU (en Turkije) en whatsapp die dit allemaal mogelijk maakte; zo hield ik kantoor vanuit de bus.

Voorbereiding

Het enige aandachtspunt in de voorbereiding is het tijdig aanvragen van het visum voor Turkije. Je kunt dat online doen, en ik kreeg direct de bevestiging dat het visum was toegewezen. Je moet een print van die bevestiging meenemen: aan de grens tussen Bulgarije en Turkije vroegen ze er om en zetten ze er een stempel op.

Mijn e-visum voor Turkije

Vervoer

Internationale vluchten
Op de heenreis vloog ik rechtstreeks van Eindhoven naar Varna in Bulgarije. Dit betekende 2x een primeur voor mij: het vliegveld Eindhoven bleek klein en al net zo low-budget als de maatschappijen die er vandaan vliegen. Het Hongaarse Wizzair zorgde echter voor een vlucht zonder problemen.

Terug vloog ik met KLM van Athene naar Amsterdam. Een volledig volle vlucht, in een toestel dat wel wat krap aanvoelde voor de vlucht van 3,5 uur. Wel voor het eerst in lange tijd binnen Europa een warme maaltijd geserveerd gekregen – lekkere vegetarische penne.

Binnenlands vervoer
Verder heb ik nogal veel in lange afstandsbussen gezeten. In Bulgarije en Turkije waren deze heel luxe, met een tv-schermpje, stopcontacten om je spullen op te laden en lekker brede stoelen. In Griekenland waren het gewone touringcars.

Busstation van Varna (Bulgarije)

Hotels

Varna
In het Hotel Color verbleef ik 2x 1 nacht. De eerste nacht sliep ik in een eenvoudige kamer in de kelder. De tweede nacht was het een stuk beter op de eerste verdieping. In beide gevallen moest ik zelf de kamer nog wel een beetje aankleden door handdoeken en lakens uit de kast te pakken. Het ligt eigenlijk net iets te ver lopen van het centrum (15-20 minuten). En die goudkleurige sprei had ook niet gehoeven.

Website: Hotel Color
Kosten: 30 EUR per nacht zonder ontbijt

Ruse
Het Vega Boutique Hotel ligt aan een winkelstraat in het centrum van Ruse. Het is een nieuw hotel, met moderne kamers. Ook hier misschien een beetje te veel goud in de aankleding…

Website: Hotel Vega
Kosten: 39 EUR per nacht inclusief redelijk ontbijt

Nessebar
Nessebar Royal Palace ligt in het historische deel van de stad. ’s Avonds zat ik er lekker op mijn balkon met uitzicht op zo’n mooi Byzantijns kerkje. Ik had er een erg ruime kamer. Het personeel was een beetje Bulgaars-stug.

Website: Nessebar Royal Palace
Kosten: 50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Istanbul (1)
Het Sapphire Hotel ligt midden tussen de toeristenrestaurants in het hartje van Oud Istanbul. Gunstig gelegen voor alle bezienswaardigheden, alleen om er te komen met openbaar vervoer vergt wel wat opletten (je kunt het beste tram 1 nemen). Ik kreeg er een standaard 3-sterrenkamer, waar in de badkamer de douchekop niet op de stang bleef hangen. Vriendelijk personeel, veel keuze bij het ontbijt.


Website: Hotel Sapphire
Kosten: 41 EUR per nacht inclusief ontbijt

Bursa
Het Safran Otel is een net pension waar tijdens mijn verblijf weinig tot geen andere gasten waren. Het ligt centraal voor het openbaar vervoer en de binnenstad. Het ligt wat hoger in de oude Citadel – maar er is een roltrap van de hoofdstraat naar deze wijk! Ik had er een ruime, leuk aangeklede kamer.


Website: Safran Otel
Kosten: 41 EUR per nacht inclusief ontbijt

Istanbul (2)
Het Lionel Hotel had ik uitgekozen omdat het dichtbij het busstation van Istanbul ligt, vanwaar ik de volgende ochtend zou vertrekken. Het is een groot en modern hotel, maar mij te pretentieus. Rommelige ontvangst ook. Goed ontbijtbuffet.


Website: Lionel Hotel
Kosten: 72 EUR per nacht inclusief ontbijt

Kavala
De Old Town Inn ligt in een voetgangersgebied in het centrum van de stad. Eenpersoonskamer hier, wel wat krapjes (zeker de badkamer). Maar wel een leuk balkonnetje. Ze hebben alleen kamers te huur, de eigenaren wonen er niet en houden hun kantoortje onder de trap!


Website: Old Town Inn
Kosten: 45,50 EUR per nacht zonder ontbijt

Kastraki (Meteora)
Guesthouse Plakias vond ik het fijnste hotel van deze reis. Ik had er een ruime 3-persoonskamer, plus balkon met uitzicht op de bergen. Het hoort bij een echte Griekse taveerne, waar je ook goed kunt eten. Ontbijt was zeer uitgebreid. Heel vriendelijke mensen ook.


Website: Guesthouse Plakias
Kosten: 46 EUR per nacht inclusief ontbijt

Athene
Het Kimon Hotel ligt midden in het toeristische hart van Athene, tussen de metrostations en pleinen van Monastiraki en Syntagma. Het is een fris en modern hotel. Ik heb er een niet al te grote 1-persoonskamer. De straat waaraan het ligt is zo nauw dat er nauwelijks zonlicht naar binnen valt – het wordt er dus ook niet snel warm. Goede geluidswerende ramen ook.


Website: Kimon Hotel
Kosten: 54 EUR per nacht zonder ontbijt

Eten

Geen van de 3 landen zijn echt culinaire topbestemmingen. Turkije heeft misschien nog het meeste te bieden van de 3. Maar eigenlijk zijn ze overal vooral goed in vlees aan een spies rijgen en die op de grill leggen.

Ontbijt
Met het ontbijt was het een beetje behelpen deze reis. Een flink aantal van de hotels die ik had uitgekozen serveerde geen ontbijt, zodat ik ergens buiten de deur koffie en een broodje moest scoren. Daar waar er wel ontbijt was, bestond dat meestal uit tomaat / komkommer / schapenkaas / olijven met wat brood van onbestemde kwaliteit.

Ontbijtbuffet in Ruse (Bulgarije)

Lunch
Lunch en avondeten zijn hier eigenlijk hetzelfde. Soms nam ik voor lunch een salade of een voorgerecht. Of gewoon een belegd broodje.

Broodje kebab en Ayran in Bursa (Turkije)

Diner
Bursa is de geboortestad van de Iskender kebab: plakjes lamsvlees, gedrapeerd over stukjes brood en overgoten met een tomatensaus, yoghurt en gesmolten boter. Dat moest ik natuurlijk een avond uitproberen terwijl ik er was. Je vraagt je wel af hoeveel calorieën dit is… Traditioneel drink je er Ayran bij (zoutige yoghurtdrank).

In Griekenland en Bulgarije bestelde ik meestal een spies met kipfilet. Je krijgt dan ook alleen dat (soms nog met wat patat erbij), dus het is wel handig er een salade bij te bestellen. De auberginesalades waren erg lekker en elke keer anders.

Kosten

Bulgarije en Turkije zijn beide erg goedkope landen om doorheen te reizen. Door de recente devaluatie van de Lira was Turkije natuurlijk spotgoedkoop – als ik ergens 4 EUR voor het avondeten inclusief drankje moest betalen was dat al veel. In Bulgarije gaf ik gemiddeld 69 EUR per dag uit en in Turkije 63 EUR. Daarmee liggen ze onder het prijsniveau van toch ook prijsgunstige landen als Vietnam en Bolivia van een paar jaar geleden, en ook onder dat van Georgië waar ik eerder dit jaar was.

Griekenland is een stuk duurder. Zeker in het toeristische deel van Athene liggen de prijzen bijna op Nederlands niveau. Hier spendeerde ik 92 EUR per dag.

Leave a comment

Previous:
Next: