World Heritage Traveller

Georgië 2018

Written by:

  1. Programma
  2. Georgische militaire weg
  3. #662: Mtskheta
  4. David Gareji klooster
  5. #663: Opper-Svanetië
  6. Mestia
  7. #664: Klooster van Gelati
  8. Tbilisi
  9. Grottenstad Uplistsikhe
  10. Terugblik Georgië 2018
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Georgië is een hippe bestemming aan het worden, dus het is voor mij hoog tijd om na Armenië en Azerbaijan ook dit laatste Kaukasusland te verkennen. Net als buurland Armenië heeft het veel bergen en oude orthodoxe kloosters. Drie werelderfgoederen staan op me te wachten, waaronder het afgelegen Opper-Svanetië.

Ik trek er lekker met het openbaar vervoer op uit. Het plan is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
13 juniVlucht met Georgian Airways van Amsterdam naar Tblisi (A9 652), 10.40 – 17.15 uur. Het is in Georgië 2 uur later dan in Nederland. De vluchttijd bedraagt dus zo’n 4,5 uur.Hotel Brigitte, Tblisi
14 juniVolle dagtocht over de Georgische militaire weg door de bergen naar het noorden. Met stops bij o.a. het kasteel van Ananuri en de Drievuldigheidskerk van Gergeti op 2170 meter hoogte.Hotel Brigitte, Tblisi
15 juniBezoek aan Mtshketa (WE1), een half uur buiten de hoofdstad Tblisi. Het is een oud stadje dat tot de 5de eeuw de hoofdstad van de voorloper van de staat Georgië was.Hotel Brigitte, Tblisi
16 juniBezoek aan het David Gareji klooster. Het in rots uitgehouwen Georgisch-orthodoxe klooster omvat honderden cellen, kerken, kapellen en woonverblijven.Hotel Brigitte, Tblisi
17 juniMet de ‘snelle’ trein naar Zugdidi (8.10-13.35), en dan nog 2-3 uur verder met de minibus de bergen in naar Mestia.Roza’s Guest House, Mestia
18 juniBezoek aan de Torenwoningen van Opper-Svanetië (WE2), rond het plaatsje Ushguli. Dagtocht per jeep.Roza’s Guest House, Mestia
19 juniWandeling in de omgeving van Mestia.Roza’s Guest House, Mestia
20 juniMet de minibus naar Kutaisi (ca. 5 uur). Daar later in de stad bezoek aan het Gelati-klooster (WE3).Sun Guest House, Kutaisi
21 juniMet de bus door naar Gori, en vandaar 10 km verder naar de uit rotsen uitgehouwen oude stad Uplistsikhe. Aan het eind van de middag door naar Tblisi.Hotel Frida, Tblisi
22 juniNog een volle dag in Tblisi. Bezoek aan het oude centrumHotel Frida, Tblisi
23 juniVroege terugvlucht met Georgian Airways: 6.30-9.40 uur.Thuis

Georgische militaire weg

De Georgische militaire weg is een 213 kilometer lange weg door het Kaukasus gebergte. Hij loopt van Tbilisi in Georgië naar Vladikavkaz in Rusland. Een lange dagtocht over deze weg is mijn eerste kennismaking met Georgië. Amper 7 uur nadat ik in het donker op het vliegveld van Tbilisi ben aangekomen, ga ik met 2 andere toeristen en een gids op pad.

Ik heb natuurlijk nog helemaal niks van het land gezien, dus zelfs al bij het rijden door de hoofdstad Tbilisi zit ik aan het autoraam gekluisterd. Er staat een file om de stad uit te komen, volgens de gids is dat vanwege het grote aantal auto’s en bussen met toeristen dat vandaag dezelfde route als wij gaat afleggen. Het toerisme heeft hier de afgelopen jaren een wonderbaarlijke hoge vlucht genomen: de mensen komen vooral uit de buurlanden, maar ook uit India en de Golfstaten (of misschien wel van Indiërs die werken in de Golfstaten). Al bij de eerste stop, de Zhinvali stuwdam, zijn we dan ook zeker niet alleen.

DSC08852

Een uurtje buiten Tbilisi ligt het middeleeuwse fort van Ananuri. Gezien vanaf de brug waarover je aan komt rijden is het werkelijk een plaatje – een typisch Georgisch-Orthodox kerkje met kegelvormige torens, omringd door vestingmuren. Om er naar binnen te kunnen slaan we ons eerst door het toeristenmarktje op de parkeerplaats heen, waar ze spullen verkopen die we de hele dag terug zullen zien (zoals gebreide sokken, schapenwollen mutsen, honing).

DSC08888

De binnenplaats van het fort wordt bijna volledig gevuld met de grote kerk. Later deze reis zal ik er vast wel genoeg van krijgen, maar op deze eerste dag ga ik er nog enthousiast naar binnen. Als vrouw moet je een lange rok en een hoofddoek dragen, maar omdat de meeste toeristen die niet standaard in hun uitrusting hebben zijn deze kledingstukken te leen bij de ingang. De kerk bestaat uit één ruimte en is vrij sober op een aantal 17de eeuwse muurschilderingen na.

We beklimmen ook nog de hoogste toren van het fort. Het is warm en de trappen zijn steil, wat me definitief doet besluiten de later op de dag geplande wandeling naar het Gergeti-klooster over te slaan (er rijden ook jeeps naar boven).

De Georgische militaire weg is nog steeds de belangrijkste route tussen Georgië en Rusland: hieraan ligt de enige grensovergang die tegenwoordig nog open is. Er is dan ook veel vrachtverkeer op de weg, dus de rit gaat zeker niet vlot. Ook rondzwervende koeien zijn een regelmatig terugkerende hindernis.

DSC08907

We klimmen geleidelijk aan tot het hoogste punt van de route, de 2379 meter hoge Jvari pas. Hier ligt een groot skioord (Gudauri) dat zo uit Oostenrijk lijkt te zijn weggelopen. Iets verderop staat op een mooi uitzichtpunt het Georgisch-Russisch Vriendschapsmonument. Het is een halve cirkel van beton, beschilderd met scenes die de 200-jarige vriendschap tussen beide landen moet voorstellen. Het monument is opgericht in 1983, toen Georgië nog deel uit maakte van de Sovjet-Unie.

DSC08923

Tegenwoordig is er niet meer van veel vriendschap sprake tussen de buurlanden, zeker sinds de oorlog van 2008 toen Rusland de streek Zuid-Ossetië inlijfde (en iets dergelijks al in 1992 deed met Abchazië). Ook het door de Russen stoppen van het importeren van Georgische wijn, het belangrijkste exportproduct van het land, heeft veel kwaad bloed gezet. Het monument hebben ze desondanks maar laten staan. Het is een korte stop waard voor de toeristen, en ze bieden hier paragliden aan. Voor 250 lari (ca. 80 EUR) kun je een kwartier lang met een tandemvlucht boven de kloof zweven.

We stoppen nogal vaak onderweg, voor kleine dingen die te zien zijn langs de weg of voor koffie. Pas tegen 2 uur komen we aan bij het meest noordelijke punt van de route van vandaag: het plaatsje Stepantsminda, van waaruit je het Gergeti klooster kunt bezoeken. De 2 andere groepsleden willen graag naar boven lopen, een steile klim van 7 kilometer. We besluiten de lunch daarom uit te stellen tot na het kloosterbezoek. Ikzelf ga met één van de jeeps de berg op. De inwoners hebben hier een mooie handel weten op te zetten door de slechte staat van de weg naar boven. Deze is alleen met een vierwiel aangedreven voertuig te berijden. Een rit kost 50 lari (16 EUR).

DSC08947

Naast het feit dat ik niet in de brandende zon op het heetst van de dag hoef te klimmen, heeft dit ook als voordeel dat ik meer tijd voor het klooster heb. Het lijkt bijna nietig in de wijdse groene velden, omringd door met sneeuw bedekte bergtoppen.

Het klooster is nog in gebruik, en ik moet weer gebruik maken van de bak met wikkelrokken en sjaals om enigszins presentabel de kerk in te mogen. Ook dit is weer een donker hol (dikke muren vrijwel zonder ramen geven dat effect), vergelijkbaar met de kerken die ik in Armenië heb gezien. Hier zijn de muren behangen met portretten van heiligen en branden mensen kaarsen.

DSC08967

Bijna anderhalf uur na mij komen mijn Nederlandse en Duitse reisgenoten ook aan bij het klooster. De wandeling was toch wel erg zwaar geweest. Het was mijn bedoeling om met hen mee terug naar beneden te lopen, maar zij hebben er genoeg van en willen met de jeep terug. Misschien maar beter ook, want de ‘lunch’ lonkt. Het is inmiddels al bijna 5 uur…

We lunchen ‘bij de mensen thuis’. In een buitenwijk van Stepantsminda heeft een ondernemend gezin zich er helemaal op toegelegd toeristen van een Georgische maaltijd te voorzien. Als wij aankomen zitten er al drie andere groepen (gelukkig geen busladingen).

De supra is een traditioneel Georgisch maal waarbij onder het genot van veel lokale wijn en het regelmatig uitbrengen van een toast het samenzijn wordt gevierd. Het eten is een continue stroom aan schaaltjes met gerechten, bedoeld om te delen. Vooraf zijn er diverse salades en soep, met brood. Daarna komen de kippenbouten en met kaas gevulde gerechten op tafel.

Er is nog een intermezzo waarin we zelf khinkali mogen proberen te maken. Dit zijn deegflapjes gevuld met gehakt, kunstig in elkaar gevouwen. De mevrouw van het restaurant doet het voor, maar ik kom maar tot een zielig pakketje. Je kunt zelfs dubbele khinkali vouwen, met gehakt aan twee kanten. Gelukkig worden de deegpakketjes daarna gekookt en geserveerd, als afsluiting van ons feestmaal. Mijn maag zit vol om de resterende terugrit van 3 uur naar Tbilisi door te komen.

DSC09025

#662: Mtskheta

Wat is het?
De Historische monumenten van Mtskheta staan symbool voor introductie van het Christendom in Georgië in het jaar 317, en de verdere verspreiding daarvan over de Kaukasus. Het werelderfgoed omvat drie middeleeuwse religieuze gebouwen: het Jvari-klooster, de Svetitstkhoveli kathedraal en het Samtavro-klooster. Zij representeren verschillende fasen uit de Georgische kerkelijke architectuur. Het plaatsje Mtskheta is een vroegere hoofdstad van Georgië, en het neemt nog steeds een belangrijke plaats in binnen de Georgisch-Orthodoxe kerk.

DSC09045

Cijfer: 7 (2 van de 3 monumenten zijn zeker de moeite waard: de kathedraal vanwege zijn omvang en muurschilderingen, het Jvari-klooster vanwege zijn sfeer. Ze geven je een kijkje in de wereld van de Georgisch-Orthodoxe kerk, waarvan de tradities en religieuze opvattingen voor een buitenstaander zoals ik moeilijk te bevatten zijn. Het gaat veel om het eren van iconen, dat wordt in ieder geval duidelijk.).

Toegang: De entree tot alle drie monumenten is gratis.

Hoeveel tijd: Ik ben er zo’n 3 uur geweest, inclusief een ritje heen en weer naar het Jvari-klooster dat op een heuvel buiten de stad ligt. Ook lunchte ik in het centrum van Mtskheta.

Opvallend: Mtskheta is een gemakkelijke halve dagtocht vanuit de hoofdstad Tbilisi. Vanaf het Didube metro- en busstation rijden er marshrutka’s (minibusjes) af en aan naar deze 25 km verderop gelegen plaats. Het ritje van een klein half uur kost slecht 1 lari (0,30 EUR). Eenmaal in Mtskheta aangekomen is het nog even opletten waar je uit moet stappen, maar de kunst is te blijven zitten tot je pal voor de grote kathedraal bent.

DSC09041

Entreepoort van de Svetitstkhoveli kathedraal

De Svetitstkhoveli kathedraal torent hoog boven alles in de stad uit. Je gaat er naar binnen via een grote poort, met aan weerszijden twee stierenkoppen (heidense vruchtbaarheidssymbolen). Het binnenterrein is erg ruim opgezet, met gazon waarop je niet mag lopen. De buitenmuren van de kathedraal hebben enkele mooie reliëfs, in rode steen die afsteekt tegen het grijzige van de rest. Over het algemeen zijn de reliëfs hier in Georgië trouwens opvallend primitief, misschien wel een teken van het ontbreken van rijkdom door de eeuwen heen.

De kathedraal lijkt, in vergelijking met de andere kerken die ik tot nu toe in Georgië gezien heb, van binnen nog het meest op een ‘gewone’ kerk. Dat komt door het hoge, langgerekte schip zoals je dat ook in veel Europese kerken ziet en wat het ook minder duister maakt. Een zeer grote geschilderde afbeelding van Christus kijkt van boven het altaar op de gelovigen neer. Ervoor staat een fraaie iconostase, een wand met iconen die de gewone stervelingen scheidt van het heiligste der heiligen. Gelovigen branden kaarsjes voor de vele iconen langs de muren.

DSC09065

Het Samtavro klooster ligt 10 minuten lopen verderop. Dit is een actief nonnenklooster, en de in het zwart geklede nonnen zijn druk met vegen en het verkopen van kaarsen. Je kunt er ook flesjes heilig water krijgen. Van de drie monumenten in Mtskheta heeft dit het meest religieuze karakter. Hier liggen belangrijke figuren uit de geschiedenis van de Georgisch-Orthodoxe kerk begraven.

DSC09094

Kapelletje bij het Samtavro klooster

Als laatste bezoek ik het Jvari-klooster. Dit balanceert heel fraai op een klif ver boven de stad. Het is zo’n 11 kilometer rijden, en daarvoor neem ik een taxi die op me blijft wachten (20 lari/7 EUR). Net als bij alle attracties waar ik deze eerste twee dagen in Georgië ben geweest is het ook hier flink druk, en staat het parkeerterrein vol met busjes en taxi’s.

Dit klooster stamt al uit de 6de eeuw, en is daarmee het oudste van de drie monumenten van Mtskheta. Het heeft 4 apsiden (halfronde nissen), één op elke windrichting, en is daarmee het prototype van veel Georgische kerken. Binnen is er ook hier één open ruimte, met in het midden een groot houten kruis. ‘Jvari’ betekent Klooster van het Kruis: al in de 4de eeuw werd hier bovenop de heuvel een groot houten kruis neergezet als symbool van de overwinning van het Christendom op de heidenen. Precies op die plek is deze kerk gebouwd, en het is nu een belangrijke pelgrimsplaats binnen de hele Kaukasus.

DSC09110

David Gareji klooster

Het David Gareji klooster ligt in het uiterste zuidoosten van Georgië, pal op de grens met Azerbaijan. Er gaat geen openbaar vervoer naar toe, maar elke dag om 11 uur vertrekt er een speciale shuttle bus vanaf het Poesjkin standbeeld in het centrum van Tbilisi. Deze brengt je voor 25 lari (8 EUR) naar het klooster, en gaat 3 uur na aankomst weer terug. Je kunt deze bus niet reserveren en ik was al bang dat het op een zaterdag erg druk zou zijn. Dat blijkt het ook te zijn, maar in dat geval sturen ze gewoon nog een bus.

Onderweg met de Gareji line

Zoals bij alles in Georgië gaat het rustig aan – de (tweede) bus is een minuut of 20 te laat, het kost tijden om Tbilisi uit te raken, we stoppen nog een minuut of 10 bij een tankstation om water en snacks in te slaan. En dan is het nog ruim anderhalf uur rijden over een weg die steeds slechter wordt, vol met gaten en soms onverhard. Het landschap wordt wel steeds mooier, het is een uitgestrekte steppe met rollende groene heuvels en veel vogels.

Tegen 2 uur komen we aan bij het klooster. Het ligt tegen een rotswand aan, en dat geeft het ook zijn speciale charme. In de rotsen zijn honderden natuurlijke en uitgehouwen grotten, die gebruikt zijn als cellen waarin monniken leefden, kapelletjes en kerken. Vanaf dit moment zijn we op ons zelf aangewezen – de shuttle bus levert alleen transport en geen tour.

David Gareji klooster - Lavra

Het klooster bestaat uit 2 delen: het Lavra klooster bij de ingang, waar nog een stuk of 10 monniken leven en ze druk aan het renoveren zijn. En het Udabno klooster, op de top van de rotsen. Het laatste moet het mooiste zijn, dus we volgen een pijltje ‘Udabno’ dat omhoog wijst vanachter de kloosterwinkel.

Daarna houden de aanwijzingen wel op. En wat erger is: het is een grote klimpartij, steil omhoog over een smal zandpad met keien. Na een minuut of 10 geef ik het op, dit is niet te doen. Ik zie een ander zandpad dat halverwege de rotswand loopt en langzamer stijgt. Volgens het schematische kaartje dat we van de busmaatschappij hebben gekregen moet je via deze route ook omhoog kunnen, de paden vormen een lus.

Het lopen gaat hier een stuk gemakkelijker, en al snel zien we een in de rotsen uitgehouwen grot. Er is ook een trap uit de rots gehakt, zodat je bij de ingang kunt komen. De ingang tot de grot is helaas met een deur afgesloten. Ook in de grot ernaast is niks te zien.

DSC09154

Verder dan maar over het zandpad omhoog. Naast de twee shuttle bussen uit Tbilisi zijn er nog meer toeristen, dus je kunt aan de wandelende mensen zien waar het pad loopt. Het kost mij een uur om boven op de bergrand te komen. Bij een kapelletje op de top zit een eenzame Georgische soldaat de grens te bewaken. Ik eet er mijn meegebrachte lunch van water en brood op.

DSC09174

Bij het bepalen van de moderne grenzen tussen Georgië en Azerbaijan hebben ze alleen maar een rechte streep op een kaart gezet. Dat pakte ongelukkig uit voor het David Gareji klooster: de onderste helft (Lavra) ligt nu namelijk in Georgië en de bovenste (Udabno) in Azerbaijan. Als je boven over de bergrand wandelt, loop je precies op de grens. De Azerbaijaanse grenspost zit een eind verderop en men laat het bezoek aan beide kanten van het klooster zonder controle toe.

Ik ben inmiddels al anderhalf uur aan het wandelen en heb het bovenste klooster nog steeds niet ontdekt. En ik ben niet de enige, steeds kom ik weer andere toeristen tegen die in een grot of kapelletje zijn gaan kijken in de hoop daar de befaamde muurschilderingen van het Udabno klooster te vinden. Mijn vermoeden is dat het ligt op een lager gelegen richel aan de Azerbaijaanse kant: daar kun je nog een reeks grotten in de bergwand zien, en er lopen ook mensen. Ik heb echter door het vele lopen geen puf meer om verder af te dalen (en daarna terug te moeten klimmen).

DSC09172

Zicht over Azerbaijan

Om de lus van de wandeling vol te maken moet ik nog via het steile stuk naar beneden, terug naar de parkeerplaats en het onderste klooster. Een deel daarvan breng ik zittend door, het lijkt wel een glijbaan. Vanaf de helling heb je bijna constant zicht op het parkeerterrein en een toren, dus verdwalen doe je hier niet snel. Gelukkig zijn en blijven de vergezichten hier mooi, en dat maakt veel goed.

Eenmaal weer heelhuids beneden aangekomen bekijk ik nog het Lavra klooster. Het lijkt gesloten vanwege de verbouwing, maar via wat obscure sluiproutes kom je toch op de binnenplaats en in de kerk. De laatste ziet er van binnen nieuw uit, maar staat hier naar verluidt al sinds de 6de eeuw. Hier is ook de graftombe van David Gareji, de stichter van het klooster die samen met 12 andere monniken uit het Midden-Oosten was gekomen. Vanaf de binnenplaats is er één grot waar je binnen kunt kijken, de anderen zitten achter gesloten deuren. Dit was de cel waarin David woonde.

In een van de grotten van het David Gareji klooster

Tegen 5 uur gaat de bus weer terug naar Tbilisi. Ik ben blij weer een tijdje te kunnen zitten, en iedereen ziet er vermoeid en verhit uit (het was weer 30 graden vandaag). De chauffeur zet maar voor de zoveelste keer zijn enige muziek-stick op met 20 internationale zomerhits. Hij vraagt wel of iemand nog andere muziek bij zich heeft, maar we moeten het op de terugreis doen met nog een keer of 4 Despacito en La Macarena.

In het boerendorp Udabno, na een half uur rijden, stoppen we voor een lunch / diner. Een paar ondernemende families hebben hier restaurants geopend voor passerende toeristen richting het klooster. Ik eet bij Udabno Terrace, een betonblok met dakterras waar we al snel weer verjaagd worden doordat het begint te regenen. Gelukkig kun je daar ook binnen zitten, en ik werk mijn eerste khachapuri van deze reis weg. Dit is bladerdeeg gevuld met kaas, niet echt een culinaire belevenis.

Udabno

In het dorpje Udabno scharrelen de varkens en koeien in de straten

Praktische tips voor een bezoek aan David Gareji: De informatie over de dagelijkse shuttle bus is hier te vinden. Op moment van mijn bezoek (juni 2018) was de parkeerplaats die dient als verzamelpunt gesloten vanwege verbouwingen, en werd er verzameld bij het Poesjkin standbeeld er vlak naast. De bus stopt dan langs de kant van de weg.Bij het klooster zijn weinig voorzieningen. De monniken verkopen zelfgemaakte wijn in de kloosterwinkel, en flessen water. Er zijn ook schone toiletten, daarvoor vragen ze 0,5 lari (0,15 EUR).In de Lonely Planet reisgids staan goede aanwijzingen om wel tot het Udabno klooster te geraken. Je moet inderdaad het steile pad rechts omhoog volgen achter de wachttoren tot je bij een half verroeste railing komt. Daaronder loopt het pad links naar een richel beneden, waaraan de grotten liggen die dit deel van het klooster vormen. Je kunt er ook komen via de lange route linksom die ik nam (en die minder steil is), maar dan heb je – als je net zo’n slechte klimmer bent als ik – wel tot 3 uur nodig voor de gehele rondwandeling.

#663: Opper-Svanetië

Wat is het?
Opper-Svanetië is een bergstreek die door haar geïsoleerde ligging haar middeleeuwse karakter heeft behouden. Het is bekend om zijn drie tot vijf verdiepingen hoge torenwoningen, die de bevolking bescherming gaven tegen bedreigingen van buiten. Svanetië heeft lang voor onafhankelijkheid gestreden en de lokale leiders kozen vaak tegen het centrale Georgische gezag. Het werelderfgoed omvat maar één voor deze traditie representatief gehucht (Chazhashi), dat onderdeel uit maakt van de gemeente ‘Ushguli’ samen met nog 3 vergelijkbare dorpen. Het ligt op 2100 meter hoogte, tegen een achtergrond van met sneeuw bedekte bergen.

DSC09276

Cijfer: 8 (Dit is één van de meest afgelegen werelderfgoederen die je in Europa kunt bezoeken, en het stond al lang op mijn verlanglijstje. Hoewel ze wel besef van toerisme hebben en er veel mensen kamers verhuren, is dit zeker geen openluchtmuseum. Het is landschappelijk al een prachtige omgeving, en de overvloed aan smalle woontorens maakt het helemaal af.).

Toegang: Er wordt geen entreegeld geheven. Het zijn ‘gewoon’ bewoonde dorpjes. Voor het privé-vervoer Mestia-Ushguli-Mestia betaalde ik 200 lari (65 EUR).

Hoeveel tijd: Ik ben 2,5 uur ter plekke geweest. Gecombineerd met de 2x 2 uur voor de rit van en naar Usghuli vanuit Mestia kost het je dus een groot deel van de dag.

Opvallend: Ik ga direct na het ontbijt om 7 uur op pad richting Ushguli – er is voor later op de dag regen voorspeld en het is nog een flink eind rijden om er te komen. Op het centrale plein van Mestia, de hoofdstad van Svanetië en de plaats waar ik heb overnacht, staan de jeeps en minibusjes ook zo vroeg al klaar. Bijna iedere toerist gaat hier een dag naar Ushguli, dus de eerste chauffeur die me aanspreekt neemt al aan dat ik daar heen wil. Ik kan voor 50 lari een plek in zijn jeep krijgen, maar dan moet ik wel wachten tot hij vol is met andere passagiers. Met wat gebarentaal weet ik hem duidelijk te maken dat ik de hele jeep wil huren, en niet wil wachten. Een bezoek aan een werelderfgoed mag wat kosten!

Zo beginnen we al voor half 8 aan de rit die als lastig te boek staat. Het is maar 44 kilometer rijden, maar naar verluidt is de weg in abominabele staat. De geschatte reistijd is 2 tot 3 uur. Gelukkig hebben ze de eerste 15 kilometer tegenwoordig verhard, dus dat schiet nog wel op. Daarna volgt een zandweg die door de vele regen van de afgelopen tijd hier in de bergen tot een modderbad is geworden. Ook zitten er gaten in die met water zijn volgelopen, en stroomt er hier en daar een waterval over het wegdek. Je kunt hier alleen met een vierwielaangedreven auto uit de voeten. Al moet gezegd worden dat we onderweg zelfs fietsende toeristen tegenkomen.

Weg naar Ushguli

Het landschap is schitterend: nauwe, groene valleien met aan weerszijden hoge pieken waarop nog veel sneeuw ligt. Dit gebied heeft de hoogste bergen van Georgië, onder andere de Sjchara (5201 meter). Onderweg komen we al langs veel dorpen met de karakteristieke Svanetische torenwoningen, ook Mestia heeft er nog veel. De meeste zien er wel vervallen uit. Verder zien we natuurlijk weer de gebruikelijke hoeveelheid koeien op de weg.

Onder de naam Ushguli (ook de naam van de vallei) liggen 4 gehuchten op een rij die nog erg veel torens hebben. Het eerste is Murkmeli. Dit is onbewoond, en de torens staan hier op instorten of hebben dat deels al gedaan. Daarna volgen Chazhashi aan de rechterkant van de rivier, en Chvibiani en Zhibiani direct aan de linkerkant daarvan. De chauffeur parkeert zijn auto hier, en ik ga te voet verder.

DSC09306

Chazhashi heeft 28 inwoners. De torenwoningen staan hier dicht op elkaar. De straten ertussen zijn onverhard, en glibberig door een combinatie van modder en koeienvlaaien. Het bijzondere aan de torenwoningen is dat de bovenste verdiepingen als uitkijktorens werden gebruikt, en op de onderste verdieping leefden de mensen en hun dieren samen. Nog steeds banjeren de dieren onbekommerd door de straten: varkens, honden, koeien. De mensen verplaatsen zich te paard.

DSC09333

Aan de overkant van de rivier liggen nog 2 dorpjes. Deze zien er op het eerste gezicht mooier uit: vooral omdat ze tegen de wit besneeuwde bergen aan liggen. Tussen de woontorens door staan hier meer moderne gebouwen. Er zijn hier ook 2 kerkjes en een museum, maar alles is vandaag gesloten.

DSC09328

De chauffeur wijst me nog omhoog, een pad op waar ik zeker ook nog moet gaan kijken. Hier kom je uit bij de restanten van de Toren van Koningin Tamar. Dit was tijdens de middeleeuwen de plek waar de bevolking bijeen kwam om de strijdplannen te bespreken. Hier waren de vestingmuren ooit het stevigst, maar in de jaren 30 is veel vernietigd door de Sovjets. Nu is het vooral een mooi uitkijkpunt over de dorpjes en hun torens.

DSC09357

Mestia

Na de vele dagen met lange bus- of jeepritten doe ik het rustig aan vandaag. Ik blijf in de Svanetische hoofdstad Mestia en bezoek daar voor een paar uurtjes de belangrijkste bezienswaardigheden. Eerst loop ik een eind omhoog naar de weg naar Ushguli: ik had gisteren vanuit de auto al gezien dat je vanaf hier mooie vergezichten op de stad hebt. Natuurlijk zijn er ook weer een paar Georgische koeien aanwezig. Weilanden met een hek eromheen lijken ze hier niet te kennen, de koeien banjeren de hele dag langs de berm totdat ze aan het einde van de dag weer door hun eigenaar opgehaald worden om terug naar stal te gaan.

DSC09441

Vlak in de buurt ligt het Svaneti Museum. Dit is een groot, modern gebouw aan de rand van de stad. Het is in 2013 helemaal in eigentijdse staat gebracht, en dat heeft hen in 2016 zelfs een eervolle vermelding bij de Europese Museumprijzen opgeleverd. Je moet hier dan ook toegang betalen (7 lari / 2,30 EUR) en je krijgt er een heuse folder plus entreekaartje voor terug.

In het museum staan de geschiedenis en etnografie van de regio Svanetië centraal. Het begint met vondsten uit de bronstijd, met munten en met wapens. Het mooiste is echter de zaal met iconen. De meeste daarvan komen uit de dorpen rondom Mestia en zijn geschilderd in een naïeve Svan-stijl.

DSC09462

De Heilige Joris, in typische stijl van de Svan

Net als de rest van deze streek staat Mestia ook nog vol met middeleeuwse torenwoningen, 66 in getal. Twee daarvan zijn opengesteld om van binnen te bekijken. Ik ga naar het huis en museumpje van de alpinist Mikhail Khergiani. Het blijkt nog een flink eind lopen, het ligt eigenlijk in een gehucht iets buiten Mestia. Deze weg is ook deels onverhard en ik ben blij dat ik mijn bergschoenen aan heb – je komt er niet onderuit soms door de blubber te moeten lopen.

Gelukkig is het huis geopend. Op de begane grond is een centrale ruimte waarin gekookt en geleefd werd. Alleen de heer des huizes had een stoel. De dieren en de mensen leefden hier dicht op elkaar: de varkens en koeien overnachtten, alleen afgescheiden door hekwerk, in dezelfde ruimte als de mensen. Bovenop het dierenverblijf sliepen de mensen: zo bleven ze lekker warm ’s nachts.

DSC09470

De open ruimte waarin mensen en dieren leefden: de varkens in het hok achter de bogen, de mensen sliepen er boven in het zwarte gedeelte

De rest van de kamers van het huis is ingericht als een tentoonstelling over het leven en de prestaties van de alpinist Mikhail Khergiani. Een lokale jongen, die zich in de Sovjettijd met de beste bergbeklimmers kon meten.

De smalle toren, die dienst deed als uitkijkpost, is ook te beklimmen. Dat gaat via twee steile ladders. Ik moet eerst wat moed verzamelen, maar nadat ik 2 gezette Russische dames op ballerina-schoentjes heb zien afdalen raak ik overtuigd dat het mij ook wel zal lukken. En inderdaad valt het mee. Pas helemaal bovenin kun je naar buiten kijken: hier zijn 12 gaten vanuit waar je de omgeving in alle 4 windstreken goed in de gaten kunt houden.

DSC09477

Voor de lunch strijk ik neer op een terrasje dat boven de kolkende rivier hangt die dwars door Mestia stroomt. Of je er erg goed kunt eten weet ik niet, maar het heeft wel de mooiste horecalocatie van de stad. Helaas staan er geen salades op het menu, dus ik waag me maar weer aan een deeg-kaas combinatie. Ik kies voor de Adjaruli Khachapuri: een deeg’boot’ gevuld met kaas, en daar bovenop een rauwe eierdooier en boter. Als je dat een beetje door de kaas roert, heeft het net iets meer smaak dan de gewone khachapuri. En het ziet er een stuk leuker uit!

Adjaruli Khachapuri

#664: Klooster van Gelati

Wat is het?
Het 12de eeuwse Klooster van Gelati stamt uit de Gouden Eeuw van middeleeuws Georgië. Het complex bestaat uit 3 kerken, een vrijstaande klokkentoren en een academiegebouw. Het was voor lange tijd het culturele centrum van Georgië, met een eigen academie waar de beste wetenschappers, theologen en filosofen werkten. Het klooster is rijkelijk versierd met muurschilderingen uit de periode tussen de 12de en 17de eeuw.

DSC09539

Cijfer: 7,5 (De muurschilderingen zijn overweldigend, en intrigerend tegelijk vanwege de afgebeelde personen die de gemiddelde lijst met heiligen ver te boven gaan. Ook historische figuren uit Georgië en het Byzantijnse rijk zijn afgebeeld in hun mooiste kleding.).

Toegang: Opnieuw gratis.

Hoeveel tijd: Anderhalf uur.

Opvallend: Vanaf het centrum van Kutaisi rijdt er 5 keer per dag een busje rechtstreeks naar dit klooster. De rit kost slechts 1 lari (0,30 EUR). De bus van 16 uur vervoert alleen vrouwen: een paar die boodschappen hebben gedaan in de stad en langs de route wonen, een andere toeriste en ik. Wij zijn de enige twee die tot het eindpunt blijven zitten. Je kunt het klooster al van ver zien liggen, op een heuvel tussen het groen.

Eenmaal op de kleine binnenplaats, die de 3 kerken, de klokkentoren en het academiegebouw allemaal omvat, loop ik meteen de grote kerk binnen. Deze is over de gehele oppervlakte bedekt met muurschilderingen. Het zijn ontelbare scènes en portretten. Het is ook duidelijk te zien dat ze zijn gemaakt in verschillende periodes. Boven het altaar is in de koepel een goudkleurig mozaïek gemaakt van Maria met kind, een dergelijk Byzantijns-geïnspireerd mozaïek is uniek in Georgië.

Ik ben blij met mijn Bradt-reisgids, die in de beschrijving de namen weet te vermelden van de meest prominente afgebeelde personen.

DSC09507

Aan de randen van het terrein is nog meer te zien. Zo ligt in de zuidelijke poort het graf van David ‘de Bouwer’ – de 12de eeuwse koning die dit klooster en vele andere belangrijke gebouwen stichtte in de Gouden Eeuw van Georgië. Iedereen die het klooster verliet, liep over zijn graf heen. In de poort hangt ook nog het restant van een 11de eeuwse ijzeren deur uit Perzië, ooit als oorlogsbuit door David’s zoon mee terug genomen naar Georgië.

Van de 2 kleinere kerken is de St. Joriskerk het mooist. Net als met de grote kerk zijn ze hem van de buitenkant aan het restaureren en hij staat dus deels in de steigers. Je kunt er niet naar binnen (naar verluidt is het alleen open in de weekenden en wordt dan vaak gebruikt voor huwelijksvoltrekkingen). Maar de deuren laten een opening waardoor je wel de binnenkant kunt zien: dit is misschien nog wel een groter muurschilderfestijn dan de grote kerk. Veel felrood en blauw is gebruikt.

DSC09496

Tbilisi

De Georgische hoofdstad Tbilisi laat vooral in zijn oude centrum de oriëntaalse invloeden zien. Daarbuiten is het nog wel een stad met een sterk Sovjet-karakter.

Om 17 uur op mijn eerste echte dag in de Georgische hoofdstad ga ik mee met de 3 uur durende ‘gratis’ wandeltour van Tiblisi Hack Free Tours. Onder leiding van de Russische Anya en samen met zo’n 15 anderen uit alle windstreken: o.a. Litouwen, Oekraïne, Duitsland, Canada, Verenigde Staten, Jordanië. Anya ontpopt zich als een heel enthousiaste gids met humor. Ze woont al lang genoeg in Georgië om de details van het leven hier te kennen, maar ze verwondert zich nog als een buitenstaander.

DSC09664

De tour concentreert zich vooral op de oude stad van Tbilisi. Dit is een kleine wijk die je gemakkelijk te voet af kunt doen. De rest van de stad is natuurlijk veel groter: er wonen ruim een miljoen mensen en je verplaatst je het makkelijkst met de metro die nog uit de Sovjet-tijd stamt.

Kerkbezoek kan natuurlijk ook niet ontbreken: de oude stad van Tbilisi is één grote religieuze mix. We kijken binnen bij de sobere katholieke kerk, lopen langs 2 synagoges en bezichtigen 2 Georgisch-Orthodoxe kerken. In één van die laatsten hangt ‘het kruis van Nino’ – een relikwie dat het oorspronkelijke houten kruis zou moeten zijn dat de heilige Nino maakte op haar weg naar Mtskheta in Georgië. Het was zelfgemaakt, van 2 takken bijeengebonden met haar – vandaar dat de armen van het kruis wat zijn gaan hangen.

DSC09689

In een kelder vinden we de oudste bakkerij van Tbilisi. De broden worden hier in een traditionele terracotta oven gebakken, waarbij het deeg tegen de bolle binnenkant wordt geplakt. Ze maken hier de standaard Georgische broden, met een soort handvat eraan. Vers zijn ze erg lekker, en ik kreeg het ook vaak gesneden bij het ontbijt. En ook maken en verkopen ze hier gevulde deegwaar, natuurlijk weer met kaas.

DSC09601

Gids Anya vraagt op een gegeven moment “Vinden jullie Tbilisi meer Aziatisch of meer Europees?” Het oude centrum heeft zeker meer iets oriëntaals, het is een beetje vergelijkbaar met Istanbul of Sarajevo. Ook de traditionele badhuizen dragen aan dat beeld bij: het zijn publieke en privé af te huren zwavelbaden. Hun koepels maken het straatbeeld nog wat meer exotisch.

DSC09671

In de oude binnenstad zie je ook veel vervallen en leegstaande huizen. Deze zijn door hun eigenaren verlaten in de jaren 80 en 90, toen de economische situatie in Georgië heel slecht was. Er zijn geen duidelijke plannen wat er mee te doen.

Ook typisch voor Tbilisi zijn de vele straathonden. Ze liggen meestal maar wat te liggen, of zijn met vriendjes op pad. Ze zien er meestal vrij goed uit, ze krijgen eten van de mensen. Velen hebben ook een geel label in hun oor: dat is een teken dat ze zijn ingeënt tegen hondsdolheid. Als wandelaar heb je geen last van ze, wel heb ik ze een paar keer blaffend achter fietsers aan zien gaan.

De volgende ochtend bekijk ik de stad nog wat verder op eigen houtje. Ik loop de brede boulevard af, de Rustaveli Avenue. Dit is de straat met alle Belangrijke Gebouwen. Hieraan liggen de Opera, het Theater, het Nationaal Museum, het voormalig Parlement (zie foto) en de Academie van Wetenschappen. Aan deze straat is de Sovjet-tijd, die voor Georgië van 1921-1991 duurde, nog het meest af te zien.

DSC09702

Het Nationaal Museum is het enige gebouw waar ik naar binnen ga. Op 4 verdiepingen wordt fragmentair de geschiedenis van Georgië uit de doeken gedaan. Het absolute hoogtepunt bevindt zich in de kelder, in wat de Schatkamer wordt genoemd. Hier zijn honderden kleine gouden voorwerpen gezien uit Colchis, de naam waaronder deze regio in de klassieke Oudheid bekend stond om zijn goudwinning. Ze zijn tot 6000 jaar oud.

DSC09716

Grottenstad Uplistsikhe

Tijdens mijn laatste namiddag in Georgië besluit ik me nog even lekker moe te maken. Met het openbaar vervoer er naar toe en dan een beetje klauteren over stenen: het doel is de grottenstad Uplistsikhe. Ik probeer het zo te plannen dat ik om 16.30 uur ter plekke ben, zodat ik 1,5 uur heb om de grotten te bekijken tot ze om 18.00 sluiten. Vanaf het Didube metro- en busstation in Tbilisi stap ik in een gedeelde taxi met bestemming Gori. Deze taxi’s rijden alleen als ze vol zijn. Ik verover de plaats voorin op de bijrijdersstoel, en 5 van de andere 6 plaatsen raken ook al snel verkocht. Alleen met die allerlaatste wil het niet zo lukken. Ik bied de chauffeur dan maar aan die ook te betalen zodat we kunnen vertrekken – een extra investering van 5 lari (1,70 EUR).

DSC09726

Binnen 50 minuten zijn we in Gori, en de chauffeur vraagt iedereen waar hij of zij eruit moet. Ik wil naar de taxistandplaats voor de lokale taxi’s naar Uplistsikhe (nog 10 kilometer verderop), maar de chauffeur brengt me zelf nog wel even naar de ingang van deze grottenstad. Het blijkt een volledig ontwikkelde bezienswaardigheid te zijn, met een vol parkeerterrein, een souvenirwinkel en een café. Je moet hier zelfs entree betalen, een unicum in Georgië.

Uplistsikhe werd bewoond sinds de 4de eeuw voor Christus, en ontwikkelde zich tot een belangrijk politiek, cultureel en religieus centrum in de Oudheid. Het bleef bewoond tot aan de 13de eeuw. De stad ligt aan een rivier, en is in en tegen een klif aangebouwd. Op zijn hoogtepunt woonden hier maar liefst 20.000 mensen. Het is slecht voor te stellen dat die allemaal in grotten woonden: beneden op de grond is dan ook nog een groot terrein met ruïnes te zien.

DSC09732

Ik had me geestelijk voorbereid op weer zo’n ingewikkelde klauterpartij als bij het David Gareji-klooster. Gelukkig blijkt het hier een stuk minder steil te zijn en hebben ze ‘echte’ trappen toegevoegd. Het terrein is ook niet zo groot. Na de eerste trap kun je al grotten gaan bekijken. Ze zien er allemaal een beetje hetzelfde uit: opengewerkt, met soms nissen en stenen banken. De plafonds zijn bijna allemaal zwartgeblakerd. Er is weinig decoratie te zien, met uitzondering van een paar plafonds en een enkele pilaar.

Meer naar boven lagen de publieke gebouwen van de stad. Zo zijn er de resten van een basiliek. Deze, en het kerkje op de top, stammen uit de tweede bloeiperiode van Uplistsikhe. De stad had zich toen tot een christelijk bolwerk ontwikkeld tegen de islamitische bezetting van Georgië. Uiteindelijk waren het de binnenvallende Mongolen die zorgden dat de stad verlaten werd.

DSC09748

Na zo’n anderhalf uur heb ik het wel gezien. Ik stop nog voor een koel drankje bij de ingang, en ga dan op zoek naar een mogelijkheid om hier weer weg te komen. Al snel vind ik een taxi die me terug naar Gori brengt. Hij zet me af bij het busstation voor de marshrutka’s naar Tbilisi, waar ik zo kan instappen voor de rit terug naar de hoofdstad.

Terugblik Georgië 2018

Georgië is een ideaal land voor jonge(re) backpackers die nog goed ter been zijn. Het openbaar vervoer is goed en goedkoop, entreegelden zijn zeldzaam, dagtours met andere toeristen zijn makkelijk te regelen. En er is veel te beklimmen en te wandelen zonder dat je vast zit aan gebaande paden. Het land cultiveert zijn heel herkenbare eigen cultuur, met Georgisch-orthodoxe kerken en kloosters, eigen alfabet (met maar 5 klinkers!) en boerenkeuken.

Toen ik het bezocht, begin juni, was het er al flink heet: in het laagland elke dag zo’n 30 graden, in de bergen rond de 20 graden (en daar viel ook wel eens een bui).

Voor mij was het een ontspannen reis, waarbij ik in 10 dagen een behoorlijk deel van het land heb kunnen zien. Maar een route van 3 weken kan ook, net als een citytrip van 5 dagen naar Tbilisi en omgeving. Mijn hoogtepunten waren: de natuur en torenwoningen van Svanetië, de muurschilderingen in het klooster van Gelati en de twee dagtochten naar het David Gareji-klooster en over de Georgische Militaire Weg.

Voorbereiding

Voor Georgië is geen visum nodig. Ter plekke kun je van alles regelen, dus het is niet echt nodig vooraf iets te boeken. Ik had wel mijn treinrit tussen Tbilisi en Zugdidi van tevoren al online gekocht, omdat deze trein snel volgeboekt is.

Qua kleding kun je een eigen hoofddoek en rok c.q. langere broek meenemen om de Georgische kerkjes in te mogen. Maar je kunt deze kledingstukken ook overal lenen bij de ingang.

Vervoer

Internationale vluchten
Voor het eerst in lange tijd had ik problemen met een luchtvaartmaatschappij. Ik had ruim een half jaar van tevoren geboekt bij Georgian Airways voor rechtstreekse vluchten Amsterdam – Tbilisi – Amsterdam. Heen op woensdag, terug op zaterdag. Bij het online inchecken bleek dat de maatschappij de vluchten op woensdag had vervangen door vluchten op maandag. Zonder bericht. Ik wilde toch op die woensdag vertrekken, en moest daarom omboeken naar Ukrainian Airways. Deze vlucht via Kiev was prima.

Georgian Airways vliegtuig op het vliegveld van Tbilisi

De terugvlucht met Georgian Airways ging wel door. Tot op heden heb ik het geld van de geannuleerde vlucht niet terug gekregen. Berichten van andere reizigers op internet geven mij niet veel hoop: hun klantenservice is beroerd en reageert nergens op. Het beste advies is dus Georgian Airways helemaal te vermijden. Je kunt ook gemakkelijk via Kiev of Istanbul naar Tbilisi vliegen.

Binnenlands vervoer
Het meeste vervoer tussen de steden deed ik per marshrutka. Je hebt ze eigenlijk in allerlei vormen: van busjes met zo’n 20 zitplaatsen die op vaste tijdstippen vertrekken tot minibusjes voor een man of 8 die vertrekken als ze vol zijn. Ze hebben gemeen dat ze erg goedkoop zijn. Meestal wordt het niet toegestaan dat er mensen gaan staan, of alleen voor korte stukken. Dus het is redelijk comfortabel. Op de langere ritten stoppen ze ook zodat je de benen kunt strekken of wat te eten kunt kopen.

Minibusje tussen Mestia en Zugdidi

Hotels

Ik had vooraf via Booking.com 2 goedkope en 2 middenklasse hotels geboekt. Bij de goedkopere was het internet matig en het ontbijt niet inclusief. Verder was er niks op aan te merken. Schoon en vriendelijk is het eigenlijk overal in Georgië.

Tbilisi (1)
Hotel Brigitte ligt in een wat vervallen buurt vlakbij het centrum van Tbilisi. Het hotel zelf ziet er prima uit. Ik heb er een ruime kamer met zitje. Ontbijt is ’s ochtends pas vanaf 9 uur, maar ze wilden me op de eerste dag wel ter wille zijn om al om 8 uur te kunnen eten. Er werd een heel buffet klaargezet met salades, fruit en versgebakken blini’s.

Website: Hotel Brigitte
Kosten: 62 EUR per nacht inclusief ontbijt

Mestia
Roza’s Guesthouse is een modern pension, dat iets boven de hoofdstraat van Mestia ligt. Als het regent is het nog een hele toer er te voet te komen (onder andere via een glibberpartij door de tuin). Vanaf het bed in mijn kamer had ik een heerlijk uitzicht op de omringende bergen en de woontorens van Mestia. Eigenaresse spreekt goed Engels, maar was ook vaak afwezig. Het is er erg schoon, bijna een beetje klinisch. Ontbijt (extra te betalen, ca. 3,50 EUR) is degelijk, en voor de verandering eens al vanaf 7 uur beschikbaar.

Website: Roza’s Guesthouse
Kosten: 28 EUR per nacht exclusief ontbijt

Kutaisi
Het Sun Guest House is een typisch hostel, waar goedkope kamers te huur zijn en je de keuken mag gebruiken. Als je arriveert kom je binnen via de garage, een beetje rare eerste indruk. Maar als je de trap opgaat, tref je vanzelf de eigenaren en zie je hun mooie oude villa. Ik had hun beste kamer geboekt, een zeer ruime 3-persoons met antiek meubilair. WC en douche zijn op de gang. Het guesthouse ligt op een heuvel, vlakbij de Bagrati-kathedraal. Vanaf het terras heb je uitzicht over de stad. Zeer vriendelijke, goed Engels-sprekende eigenaar.

Website: Sun Guest House
Kosten: 16 EUR per nacht exclusief ontbijt

Tbilisi (2)
Hotel Frida ligt pal aan de moderne Brug van de Vrede. De straat erboven is de ‘restaurantstraat’, met allemaal op toeristen gerichte restaurants. De kamer is modern en de wifi is hier weer eens op volle snelheid. Mijn kamer kwam met een groot balkon met uitzicht op de rivier. Ontbijt hier zeer goed verzorgd. Ik had grote moeite dit hotel te vinden: de locatie op Google Maps klopt niet, het ligt aan de rivier bij de brug en naast het grote restaurant met terras.

Website: Hotel Frida
Kosten: 69 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

De Georgische keuken – je moet er van houden. En al helemaal als je er wat langer rondreist en buiten de grote steden komt. Iets anders krijg je namelijk nergens meer. Bijna alle restaurants serveren hetzelfde: khachapuri (brooddeeg gevuld met kaas, soort kaaspizza), khinkali (een knoedel van pastadeeg gevuld met gehakt) en soms ook kebab (gegrild vlees). Na een dag of 4 had ik er eigenlijk al schoon genoeg van. Na een lange busrit ben ik in Kutaisi  zelfs vol enthousiasme de plaatselijke McDonalds binnengestormd (cheeseburgers hebben nog meer smaak dan khachapuri).

Ontbijt
Ik heb in alle hotels ontbijt genomen. Dit bestond meestal uit dezelfde ingrediënten: tomaat, komkommer, witte kaas. Daarbij soms lekker vers Georgisch brood, of het donkere Russische zure brood. Een paar keer ook zelfgemaakte jam erbij, of een eitje. Echt goede koffie heb ik zelden gehad, meestal was er alleen Nescafé.

Ontbijtbuffet in het pension in Mestia

Lunch
Lunch en diner bieden al snel hetzelfde aan traditionele Georgische gerechten. Voor de lunch had ik op een gegeven moment door dat ik het beste 2 salades kon nemen. De aubergine-walnootsalade was mijn favoriet, die zie je overal op de kaart. Een paar khinkali (met gehakt gevulde en gekookte deegflapjes) zijn ook altijd wel lekker; je moet ze vaak met 5 tegelijk bestellen, maar aan 3 had ik wel genoeg.

Aubergine gevuld met puree van walnoten

Diner
’s Avonds at ik een paar keer kebab – ze hebben meestal alleen maar lamsvlees, soms rund. Kip zie je relatief weinig, maar in Mestia at ik wel twee avonden achter elkaar een lekker kipgerecht.

De onvermijdelijke khachapuri

Kosten

Georgië is één van de allergoedkoopste bestemmingen die op dit moment te bezoeken zijn. Ik gaf in 10 dagen gemiddeld 78 EUR per dag uit. De meeste kosten zaten in de hotels. Verder geef je vrijwel niks uit: geen entreegelden, spotgoedkoop openbaar vervoer (ongeveer 1 EUR per 100km) en het eten kost ook weinig.

Geldautomaten zijn makkelijk te vinden. Op het vliegveld van Tbilisi kreeg ik briefjes van 100 lari uit de automaat. Dat was niet zo handig: met ca. 33 EUR is dat een behoorlijk bedrag. Elders in het land was 50 lari het grootste briefje dat ik kreeg.

Leave a comment