World Heritage Traveller

Koeweit, Oman en de Emiraten 2018

Written by:

  1. Programma
  2. Koeweit-Stad
  3. Muscat & Sur
  4. Wadi al-Shab
  5. Fortenroute van Rostaq
  6. #655: Aflaj irrigatie systeem
  7. #656: Fort van Bahla
  8. Geitenmarkt van Nizwa
  9. #657: Bat, Al-Khutm en Al-Ayn
  10. Dhofar
  11. #658: Land van de wierook
  12. Sharjah
  13. #659: Al Ain
  14. Louvre Abu Dhabi
  15. Oud Dubai
  16. Praktische info
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten
  17. Terugblik Koeweit, Oman en de Emiraten 2018
    1. Hoogtepunten
    2. Het eindoordeel

Programma

Op een kort bezoek aan Bahrein na in 2011 zijn de Golfstaten voor mij nog onontgonnen terrein. Nou heb ik niet de illusie dat het er allemaal even interessant is, maar over Oman hoor ik toch veel goede dingen. Vandaar dat deze reis vooral door dat land gaat: 10 van de 15 dagen. Ervoor en erna heb ik nog een paar dagen in Koeweit en in de Verenigde Arabische Emiraten. Om ook daar nog afgelegen (toekomstig) werelderfgoed op te pikken, moderne architectuur te bewonderen en gewoon wat rond te kijken.

Door Oman reis ik met een huurauto, de Emiraten ga ik per openbaar vervoer verkennen. En ik heb 3 regionale vluchten, dus ik rijd echt niet de 4200 kilometer die hierboven op het kaartje staat.

In april is het al volop zomer in de Golf, dus ik verwacht temperaturen boven de 30 graden. Het plan is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
30 maartVlucht met KLM van Amsterdam naar Koeweit (KL445), 14.10 – 21.00 uur. Het is in Koeweit 1 uur later. De vluchttijd bedraagt dus 5 uur en 50 minuten.Residence Inn, Koeweit-Stad (Koeweit)
31 maartBezoek aan Koeweit-Stad, met z’n karakteristieke watertorens. Om 16.10 doorvliegen met OmanAir naar Muscat, de hoofdstad van Oman. Aankomst 19.25.Midan Hotel Suites, Muscat (Oman)
1 aprilMet de huurauto naar de kustplaats Sur in het oosten van Oman. Onderweg stop bij mogelijk nieuw werelderfgoed Qalhat: de ruïnes van een 14de eeuwse stad met mausoleum.Sur Grand Hotel, Sur
2 aprilTerug naar de hoofdstad Muscat, met stop onderweg bij Wadi Shab voor een wandeling door de droge rivierbedding met palmbomen.Behlys Villa, Muscat
3 aprilAutorit over de ‘Rustaq Loop’, een rondrit over weg #13 in een bergachtig landschap rijk aan forten en wadi’s.Behlys Villa, Muscat
4 april’s Ochtends naar de wekelijkse vrouwenmarkt van Ibra (nee, ze verkopen geen vrouwen). Daarna door naar Nizwa, met bezoek aan 1 of 2 historische irrigatiesystemen genaamd falaj (WE1).Al Diyar Hotel, Nizwa
5 aprilNaar de archeologische vindplaats van Bat, met koepelgraven uit 3.000 – 2.000 voor Christus (WE2). Op de terugweg stop bij het fort van Bahla (WE3).Al Diyar Hotel, Nizwa
6 aprilVroeg in de ochtend naar de wekelijkse geitenmarkt van Nizwa. Daar in de buurt ligt het fort van Nizwa en de oude binnenstad.Al Diyar Hotel, Nizwa
7 aprilOchtendvlucht naar Salalah (9.00-10.40) vanaf Muscat. Salalah ligt in het verre zuiden van Oman, in de regio Dhofar. Ook daar heb ik een auto gehuurd.Intercity Hotel, Salalah
8 aprilNaar verschillende locaties gerelateerd aan de handel en teelt van wierook (WE4).Intercity Hotel, Salalah
9 aprilRit door het bergachtige natuurgebied Jabal Samhan, met mooie vergezichten en traditionele huizen van de Jiballi-stam.Intercity Hotel, Salalah
10 aprilOchtendvlucht naar Dubai met OmanAir 9.50-11.35. Daar met de metro naar het centrum. Later op de dag naar de Burj Khalifa, het hoogste gebouw ter wereld.Hilton Garden Inn Dubai Al Muraqabat, Dubai (Emiraten)
11 aprilTour door het naastgelegen emiraat Sharjah met de Hop-on Hop-off bus. Onderweg zijn musea te bezoeken zoals het Islamitische Beschavingsmuseum en het luchtvaartmuseum. Het laatste ligt op een vliegveld uit de jaren ’30, toen het een tussenstop was tussen Engeland en India.Hilton Garden Inn Dubai Al Muraqabat, Dubai
12 aprilMet de bus naar Al Ain in het emiraat Abu Dhabi, 1.5 uur van Dubai. Daar ligt de Oase van Al Ain (WE5). Daarna door met de bus naar Abu Dhabi-stad, voor het Abu Dhabi Louvre.Hilton Garden Inn Dubai Al Muraqabat, Dubai
13 aprilVolle dag nog in Dubai. Met bezoek aan het mogelijk werelderfgoed Dubai Creek, de zoutwaterkreek die de stad in 2-en deelt.Vliegtuig
14 aprilTerugvlucht vanuit Dubai met KL428, van 00.45 – 05.50 uur. Aankomst in Amsterdam vroeg in de ochtend.Thuis

Koeweit-Stad

Met een glimmend zwarte limousine word ik van het vliegveld van Koeweit opgehaald. We zoemen zachtjes naar het centrum van de stad, in deze bolide die zelfs met draadloos internet is uitgerust. Het kost wat (179 EUR om precies te zijn), maar dan kun je tenminste 1 dag in luxe van Koeweit genieten vanuit het Residence Inn hotel. Bij de receptie krijg ik zoals gehoopt een kamer met uitzicht op de Watertorens van Koeweit: hét icoon van de stad. Ze zijn vanavond verlicht als een stel kerstballen met een piek.

De volgende dag ga ik te voet op pad om de torens van dichtbij te bekijken. Steden in deze regio zijn vaak vooral op automobilisten ingesteld, maar hier in Koeweit-Stad blijken ze brede trottoirs te hebben en is er überhaupt niet veel verkeer. Ik loop langs de waterkant, over iets wat je een promenade zou kunnen noemen. Er zijn nauwelijks mensen op straat. Hier en daar zit een café-restaurantje met plastic tuinstoelen en plastic bloemen. Een enkele oudere Koeweiti zit zo vroeg in de ochtend al aan de waterpijp.

DSC06872

Niet zo heel gezellige terrassen aan de promenade

De watertorens dateren uit 1977, toen Koeweit een modern waterdistributienetwerk aanlegde dat uitging van het principe van ontzilting van zeewater. Op verschillende plaatsen werden grote water reservoirs neergezet om het ontzilte water te bewaren. Aan de kust van Koeweit-Stad staan de meest iconische 3: ze zijn in de Golfoorlog zwaar beschadigd door de Irakezen, maar dit was ongeveer het eerste wat de Koeweiti weer opbouwden.

DSC06818

Deze 3 staan er deels voor de show: slechts 1 is volledig in gebruik als watertoren. Een andere is voor de helft gevuld en heeft daarnaast een restaurant en uitzichtplatform. En de derde is helemaal geen toren, maar een minaret-achtige pilaar die de andere 2 belicht.

In de tweede toren kun je ook naar binnen, met de lift ga je 120 meter omhoog tot je in de bol staat. Het bovenste deel van dat platform draait langzaam rond. Helaas is Koeweit nogal een zanderige stad, zodat je door de ramen niet veel ziet van wat er buiten ligt. Al die hoekjes die de Zweedse architecten van de torens hebben bedacht zijn vast niet handig bij het ramen wassen.

DSC06855

Met de watertorens heb je dé attractie van Koeweit-Stad al wel gehad. Ik heb nog een paar uur tot mijn vlucht naar Oman, en loop langs de promenade verder het centrum van de stad in. Volgens de statistieken van de Wereldbank is Koeweit het op 4 na rijkste land ter wereld (per hoofd van de bevolking). Dat zie je er in de straten van de hoofdstad echter niet aan af. Heel passend is wel dat het mooiste moderne gebouw de Nationale Bank huisvest. Maar verder valt op dat je regelmatig gebouwen half in puin ziet. Zijn dat nog restanten van de Golfoorlog? Of zijn de Koeweiti gewoon niet zulke bouwers?

Verlaten gebouw, Koeweit-Stad

Alleen bij de jachthaven hebben ze het centrum mooi opgeknapt en er een groot winkelcentrum van gemaakt. Aan de haven staan bankjes en de terrassen zien er een stuk uitnodigender uit dan langs de zeepromenade.

DSC06890

Wit en zwart, zoals je de traditionele Koeweiti vooral gekleed ziet gaan

Aan de achterkant van het moderne winkelcentrum ligt de vismarkt. Ik zag het al ergens beschreven als “de schoonste vismarkt ter wereld”. De vloeren worden voortdurend schoongemaakt en alle vissen worden hier inderdaad keurig gekoeld met heel veel ijs. De muren van de hal zijn met tegels bedekt waarop kleurige vissen zijn afgebeeld.  Het is de moeite waard om er aan de achterkant uit te lopen: dan kom je in de haven waar de vissersboten voor anker liggen. Allemaal houten schepen, heel wat anders dan de jachthaven even verderop.

DSC06897

Ik loop nog door tot het Seif-paleis met z’n met goud bedekte klokkentoren en de daar tegenover gelegen Grote Moskee. Het paleis mag je niet in, en ik heb geen zin in de moskee (daarvan ga ik er de komende weken nog genoeg zien). Dus sjouw ik langs de straat maar weer terug naar mijn hotel. Ik voel mijn gezicht gloeien – door de wind vanaf zee voelt het niet zo heet, maar de zon brandt hier stevig.

DSC06885

Muscat & Sur

De Omaanse hoofdstad Muscat is een langgerekte agglomeratie zonder duidelijk centrum. Op mijn eerste ochtend navigeer ik er doorheen in mijn spierwitte Volkswagen Passat – ze hadden geen kleinere auto bij de verhuurmaatschappij. Ik ga ondanks hier en daar een verkeerde afslag richting de Grote Sultan Qaboes-moskee. Dit is de grootste moskee van het land, gesticht in 2001 door de huidige sultan van Oman.

DSC07003

Herinneringen aan de islamitische architectuur van Uzbekistan

Iedere ochtend van 8-11 uur zijn de ‘ongelovigen’ hier welkom. Bij mijn aankomst tegen 9 uur blijken ze al in grote getale aanwezig. Zoveel toeristen te zien is wel weer even wennen na Koeweit. Mensen komen hier met bustours vanaf de strandhotels en de vele cruiseschepen die ook hier voor anker gaan. Als je geen zedige kleding of hoofddoek bij je hebt, kun je de traditionele Omaanse dracht huren bij de ingang. Je ziet dan ook opvallend veel westerse toeristen rondlopen in een zwarte abaya of witte dishdasha.

De moskee is een groot complex met verschillende gebouwen, maar het hoogtepunt is toch de grote gebedsruimte. Bij het binnentreden gaan er heel wat uitroepen van bewondering door de rijen toeristen. Centraal hangt een 8 ton zware en 14 meter hoge kroonluchter van swarovskikristal, echt een geweldig ding. Twee mannetjes zijn hem net vanaf een hoogwerker aan het oppoetsen.

DSC06969

Misschien wel de grootste kroonluchter ter wereld

De overtreffende trap is ook nodig voor het Perzisch tapijt dat de vloer van de gebedsruimte bedekt: het is handgeweven en bestaat uit één geheel van 70 bij 60 meter. Als toerist mag je er trouwens niet op lopen, ze hebben er op de looproute blauwe lakens overheen gelegd.

DSC06980

De moskee is opgetrokken uit een grijzige zandsteen. Die wat onbestemde kleur is ongeveer het enige dat ik er niet mooi aan vind. Qua architectuur doet het verder erg denken aan de grote islamitische monumenten uit Uzbekistan.

Deze verwijzing naar historische islamitische bouwkunst zie je ook terug in twee prachtige lange galerijen, waarin nissen met geglazuurde tegels zijn aangebracht. Het is net alsof je een reis maakt langs de tradities van o.a. Perzië, het Byzantijnse rijk, de Indiase Moghuls en het Arabisch schiereiland.

Drie van de betegelde nissen in respectievelijk Perzische, Saoedische en Mameloekse stijl

Na anderhalf uur over het complex rondgedwaald te hebben wordt het tijd om verder te gaan. Ook het Nationaal Museum van Oman staat nog op mijn lijstje van vandaag. Het ligt helemaal aan de andere kant van de stad, ruim 20 kilometer van de moskee vandaan. Deze buurt staat bekend als ‘het oude centrum van Muscat’, maar er is niet veel ouds meer aan. Er staan een paar grootse gebouwen, zoals het ministerie van Financiën, een paleis van de sultan en dus het Nationaal Museum.

Het museum heeft veel aandacht voor de vier werelderfgoederen van Oman, dat komt voor mij natuurlijk goed uit. Het moet het wel hebben van de reconstructies, zo zijn er houten maquettes van de belangrijkste forten en is een stenen graftombe nagebouwd. Wat er in de grond is opgegraven zijn vaak handelsproducten uit Azië of Europa.

DSC07019

De khanjar, het traditionele wapen van Oman

Vlakbij het museum ligt het ceremoniële paleis van de sultan. Je komt niet verder dan het hek, vanwaar je de blauw met gouden façade kunt bewonderen.

DSC07037

Rond het middaguur rijd ik door langs de kust naar mijn overnachtingsplaats van vandaag: Sur, een oude haven- en handelsstad. Het is zo’n 2 uur rijden over een goede en brede snelweg. Om het felle zonlicht te vermijden ga ik in het hotel eerst een lange siësta houden, en pas tegen 5 uur de stad in.

Langs het strand heeft Sur een lange boulevard, waar je je auto aan de straat mag zetten. Veel mensen rijden trouwens ook met de auto het strand op. Er wordt gevoetbald, hardgelopen en gevist. Ik loop zelf helemaal door tot ‘aan de overkant’, waar het visserdorp Al Ajah ligt. Dit is met een brug met Sur verbonden.

DSC07042

Strand van Sur en de vuurtoren

De stad staat tot de dag van vandaag bekend om de bouw van houten schepen. Twee forten en drie wachttorens beschermden de ingang tot de haven vanaf zee tot de lagune. De wachttorens zijn volledig gerestaureerd, en hoewel ze er wat te nieuw uitzien geeft het het plaatsje toch wat cachet.

DSC07076

Eén van de drie wachttorens die de haven beschermden

Wadi al-Shab

Vandaag vertrek ik al om half 8 uit mijn hotel. Ik heb een wandeling gepland, en probeer de ergste hitte voor te zijn. Maar helaas voelt het hier buiten om 7 uur al als in een heteluchtoven. De wandeling is bij Wadi al-Shab, zo’n 25 kilometer ten noorden van Sur. Op de weg er naar toe kom je ook nog langs een mogelijk toekomstig werelderfgoed: de ruïnes van de oude stad Qalhat. Van collega-werelderfgoedspotters die er de vorige maand waren weet ik dat je het terrein niet op mag. Ik laat het dus maar bij het maken van wat foto’s vanaf een uitkijkpunt langs de snelweg. Het enige dat nog overeind staat uit deze handelsstad die in de 16e eeuw werd verwoest is het Bibi Maryam mausoleum.

Bibi Maryam mausoleum, Qalhat

Wadi-al Shab is een grotendeels drooggevallen rivierbedding. Daar waar nog water staat is de omgeving zo groen als in een oase. Zeker in het weekend is dit een belangrijke attractie voor dagjesmensen. Maar vandaag is het maandag en mijn auto is om half 9 als ik arriveer pas de derde op het parkeerterrein. Te voet kun je ongeveer een uur diep de kloof in waar de rivier door stroomt. Als je daarna nog verder wilt, moet je zwemmen.

De parkeerplaats ligt aan een klein stuwmeer. Om aan de wandeling te beginnen moet je eerst met een veerbootje naar de andere kant van het water. De bootjes lijken te varen zodra ze iemand zien staan – de overtocht duurt nog geen 2 minuten maar brengt je meteen in een idyllische omgeving.

DSC07103

Vervolgens wandel je eerst over een vlak pad tussen de groentetuinen door. Het water dat diep in de vallei nog aanwezig is, wordt met zwarte pijpen naar de velden van de boeren afgevoerd voor irrigatie.

Op ongeveer één derde van de tocht begint het betere klauterwerk. De ondergrond is hier van bruine, geërodeerde steen. Gelukkig hebben ze er op de kritische punten wat beton tegenaan gelegd, anders werd het wel erg glad. Ikzelf loop op mijn wandelsandalen – dat gaat op zich goed, maar ik weet opeens weer waarom ik nog nieuwe wilde kopen: het profiel van de zolen is bijna weggesleten.

DSC07129

Ik doe het rustig aan en neem de tijd om foto’s te maken en af en toe in de schaduw te zitten. Op strategische plekken hebben ze zelfs banken geplaatst! Ik ben blij dat ik 2 flessen water en een snackpakketje van sap/cakejes/chips mee heb genomen. Door de warmte en het constante opletten waar je je voeten zet is het een vermoeiende tocht. Op een gegeven moment overweeg ik zelfs om te keren: je weet namelijk dat je in de steeds oplopende hitte ook nog terug moet lopen. Maar gelukkig weet ik mezelf over te halen vol te houden…

DSC07142

Na nog een paar grote rotsblokken in de rivierbedding overgestoken te zijn, komt het einde in zicht. Het laatste stuk is gelukkig weer vrij vlak, en ik hoor in de verte al het geluid van de andere toeristen die bij het meertje aan het zwemmen zijn. Daar begint de rivier echt. De dappersten zwemmen dan nog een paar honderd meter door tot een grot. Er zijn zelfs kleine kinderen bij met zwembandjes om.

Het mooie van dit uitstapje is dat het heel kleinschalig is: met uitzondering van de bootmannen aan het begin (die werken voor een vaste prijs van 1 Omani rial) verdient er niemand geld aan de toeristen. Er is een redelijk aangegeven pad en je moet zelf maar zien dat je zonder kleerscheuren weer terug komt. Als je niet genoeg drinkwater bij je hebt dan heb je pech. Verder ben je vrij om overal te gaan zitten of een alternatief pad te zoeken.

DSC07156

Om half 11 begin ik aan de weg terug. Hoewel het dus al richting het middaguur loopt, komt pas nu de stroom bezoekers op gang. Ik loop zeker wel 60 mensen tegemoet, de één nog slechter voorbereid dan de ander. Ze trekken aan me voorbij op slippers of met een half leeg flesje water in de hand. Velen lijken met een georganiseerde dagtocht te zijn gekomen en hebben een gids bij zich die gelukkig zo nu en dan een helpende hand uitsteekt.

De terugweg valt me minder zwaar dan de tocht heen. Je loopt wat meer heuvelafwaarts en het is ook gemakkelijker het juiste pad te zien vanaf boven. Desondanks stop ik nog een paar keer om van het uitzicht te genieten en andere wandelaars te laten passeren. Uiteindelijk ben ik om 12 uur weer bij mijn auto – ik ben dus 3,5 uur in de vallei geweest. De auto zelf is bijna niet meer terug te vinden tussen de tientallen anderen die inmiddels op het volle parkeerterrein staan.

DSC07161

Fortenroute van Rostaq

‘Fortenmoeheid’ is een bekend fenomeen onder Oman-reizigers: in het verleden bouwden lokale leiders volop vestingen om strategische posities en waterbronnen te beschermen. Het werden er zoveel dat iedere plaats in Oman er wel één of zelfs meerdere heeft. Op pas mijn tweede dag in dit land ben ik echter nog wel in voor een bezoek aan een aantal goede forten. Langs wat “de Rostaq-lus” wordt genoemd, liggen 3 gerestaureerde exemplaren die de moeite waard schijnen te zijn. Twee ervan, die van Rostaq en Al-Hazm, hebben ook een gecombineerde plek op de voorlopige lijst van mogelijk toekomstig werelderfgoed van Oman.

De route begint en eindigt ongeveer een uur ten noorden van de hoofdstad Muscat aan de snelweg # 1 naar de Verenigde Arabische Emiraten. Hij volgt de secundaire wegen 13 en 11 in een 150 km lange lus. Ze zijn hier druk bezig de weg nog beter en nog breder te maken, en dat maakt de rit niet zo fraai. Er is ook veel werkverkeer. Deze forten liggen in de uitlopers van de bergen, en helaas was het ook te heiig om onderweg veel van het landschap te zien. Gelukkig maken de forten zelf de tocht interessant genoeg.

Ontvangstruimte Fort van Nakhal

Traditionele receptieruimte in het fort

Het fort van Nakhal zie je pas als je er vlakbij bent. Het ligt aan de rand van het plaatsje, prachtig tegen een bergwand aan. In regenachtige tijden stroomt er een rivier voorlangs, nu is het een grote grindbak. Parkeren kan voor de ingang. Er is net ook een bus met leerlingen van een Franstalige school gearriveerd, die zich als een stel mieren verspreiden over het gebouw.

Er is geen vaste looproute door het fort en er wordt ook nauwelijks uitleg gegeven. Boven de deuren hangt af en toe een aanwijzing: gevangenis, of: dadelopslagruimte, of: kamer voor de dochters.

Dadelopslag, Fort van Nakhal

Opslagruimte voor de dadels

Ruim 50 kilometer verderop ligt de plaats Rostaq, een voormalige hoofdstad van Oman. Het heeft één van de oudste overgebleven forten van het land. Deze is gebouwd op de resten van pre-islamitische vestingwerken. Het is enorm: op zoek naar een parkeerplaats rijd ik honderden meters helemaal langs de buitenmuren.

De kaartjesverkoper zit hier op de binnenplaats gezellig wat te keuvelen. Waarom zou je ook de hele dag achter een loket gaan zitten. Hij biedt me koffie en dadels aan, de traditionele versnapering van de streek.

Binnenterrein fort van Rostaq

De vele verdiepingen van het fort van Rostaq

Het fort is niet alleen groot van oppervlakte, maar ook qua hoogte: het heeft 3 verdiepingen. Deze zijn verbonden door trappen die niet gemakkelijk te vinden zijn. Het zoeken wordt beloond met een prachtig uitzicht vanaf het dak en de torens over het omliggende platteland met zijn dadelpalmen. Het cultiveren van dadels was (en is) een belangrijk ambacht in Oman, en binnen in het fort zijn ook productieruimtes voor de opslag van de dadels en de dadel ‘honing’.

Grote forten zoals deze in Rostaq waren meer als kastelen, waar een heersende familie woonde en hun gasten vermaakte. Het had ook een eigen moskee binnen de muren. De mooiste kamers zouden die van de imam moeten zijn, maar ik tref de deuren hiervan gesloten aan – op één na met inderdaad een met witte symbolen versierd houten plafond.

Houten plafond, Fort van Rostaq

Bewerkt houten plafond in één van de leefruimtes van de imam

Het 18de-eeuwse fort Al-Hazm ligt ongeveer 20 km ten oosten van Rostaq. Dit is een veel compacter gebouw dan het vorige fort. Na het betalen van hetzelfde entreegeld als bij elk van de andere forten deze dag (0.5 rial / 1 EUR), krijg ik dit keer een audiogids in het Engels mee. Dat is wel een fijne toevoeging, omdat de eerdere 2 forten van de dag met maar weinig uitleg kwamen. De audiotour volgt ook een genummerde route, zodat je hier niet verdwaalt of een belangrijk deel mist.

Het compacte fort van Al-Hazm

Al-Hazm heeft de beste voorbeelden van gedecoreerde houten deuren onder deze 3 forten. Het meesterwerk is de hoofdingangsdeur gemaakt van Indiaas hout uit Surat.

Toegangspoort Fort van al-Hazm

Historische houten deuren, gemaakt in India

Verder is een aantal van de kamers opnieuw ingericht met meubels en voorstellingen hoe de bewoners leefden. Hier bij Al-Hazm kun je ook zien hoe de bewoners water koelden door aardewerkpotten voor de ramen op te hangen om wat koele lucht op te vangen.

Koele waterkruiken in Fort van al-Hazm

#655: Aflaj irrigatie systeem

Wat is het?
Het Aflaj irrigatiesysteem omvat 5 van de ruim 3000 nog functionerende dorps-irrigatienetwerken in Oman. Water uit ondergrondse bronnen wordt via een ingenieus systeem, dat gebruik maakt van de zwaartekracht, kilometers ver verplaatst naar landbouwvelden en woongebieden. Het traject dat het water aflegt vindt deels ondergronds plaats. De Aflaj zijn gemeenschappelijk bezit, en er zit een heel bestuurssysteem achter om te zorgen dat iedereen zijn deel van het water krijgt.

Falaj Al-Khatmeen, Birkat Al-Mouz

Cijfer: 6,5 (De kanalen zijn zelf niet zo bijzonder om te zien. Wel geven ze een mooie aanleiding om het dagelijks leven in de dorpjes te bekijken.).

Toegang: Gratis. Er is ook geen formele toegang, ze liggen gewoon op openbaar terrein.

Hoeveel tijd: Ik bezocht er 2 van de 5: in Birkat Al-Mouz besteedde ik bijna anderhalf uur, in Nizwa nog geen 5 minuten.

Opvallend: Birkat Al-Mouz is een plaatsje dat mooi op de route ligt tussen Muscat en Nizwa. Ik parkeer er bij het lokale fort, want daarachter begint de Falaj Al-Khatmeen (één van de Aflaj). Ik word meteen benaderd door een man in een jeep met de vraag of ik een 4×4 tour wil doen naar het nabij gelegen gebergte Jebel Akhdar. Het “groene gebergte” is in dit jaargetijde nogal droog, dus ik laat die gelegenheid aan me voorbij gaan. Ik concentreer me op de Aflaj, toch mooi het eerste werelderfgoed dat ik hier in Oman bezoek.

Falaj Al-Khatmeen, Birkat Al-Mouz

Het verdeelpunt van het water aan het begin van het dorp Birkat Al-Mouz 

Vanaf het fort volg ik het smalle kanaal stroomafwaarts. In het hart van het dorp staan enkele grote bomen die veel schaduw geven. Een stel oude mannen zit er op de grond domino te spelen. Ook anderen strijken er even neer om uit te rusten of bij te praten, soms zittend op de zandgrond of op de stenen rand van het irrigatiekanaal.

Mijn wandeling gaat verder. Eerst langs een veld met dadelpalmen. In één van de palmen zitten twee mannen in de top de boom bij te snoeien zodat de trossen dadels de ruimte hebben om te groeien.

Birkat Al-Mouz

Op aanwijzingen van mijn reisgids loop ik nog dieper het dorp in. Ik kan nog steeds vertakkingen van het irrigatiekanaal volgen. Door de vele bomen blijft het ook redelijk koel. Desondanks zijn er weinig mensen op straat.

Na een kwartiertje verschijnt aan de linkerkant een wijk met lemen huizen in het blikveld. Je kunt er in via een eigen toegangspoort, ook van leem. De inwoners hebben dit deel van het dorp verlaten om zich in modernere huizen te vestigen elders in Birkat Al-Mouz. Maar toch lijkt er nog wel iets bewoond, ik zie althans de was buiten hangen voor één van de oude huizen.

Birkat Al-Mouz

Oude lemen huizen in Birkat Al-Mouz 

Het is een fijn dorp voor een korte wandeling. Na de lemen wijk maak ik rechtsomkeert en ga terug naar de auto. De rit gaat verder naar Nizwa, mijn overnachtingsplaats voor de komende 2 nachten. Nadat ik onderweg op een Engelstalige radiozender gehoord had dat het vandaag in deze stad 39 graden zal worden, besluit ik eerst maar tot een extra lange siësta.

Pas tegen 5 uur ga ik weer op stap, op naar de volgende Falaj: Falaj Daris. Deze ligt een kilometer of 10 van mijn hotel, en staat op de verkeersborden aangegeven. Ik denk er dus wel zonder navigatiehulp heen te kunnen rijden, maar dat gaat toch niet helemaal goed. Ik zie een bordje over het hoofd, kies dan maar op goed geluk een afslag waar ‘Daris’ op staat (vast de wijk waarin het ligt) en moet dan toch voor de laatste 2,2 kilometer nog mijn navigatie op de telefoon aanzetten.

Falaj Daris, Nizwa

Werelderfgoed-monument bij Falaj Daris in Nizwa

En als het dan nog de moeite waard was… Hier hebben ze een parkje om een stukje van de oude falaj aangelegd. Er spelen wat kinderen, en jongeren crossen met een brommer over het terrein. Mensen zwemmen c.q. badderen zelfs in deze falaj. Er staat dan ook rijkelijk water in, en hij is veel breder dan die van vanochtend in Birkat Al-Mouz. Er ligt hier maar een kort stuk boven de grond en je bent dus zo uitgekeken.

#656: Fort van Bahla

Wat is het?
Het Fort van Bahla dateert uit de late middeleeuwen, en was het bolwerk van een stam die deze streek en de handel in wierook onder controle hadden. Het fort en de bijbehorende oase (met dadelpalmen, huizen en een moskee) wordt omringd door een 13 kilometer lange muur. Fort en muur zijn beide opgetrokken uit bakstenen van modder en stro. Het fort is één van de grootsten en oudsten in Oman.

Fort van Bahla

Cijfer: 5 (Ik vond elk van de 3 forten die ik bezocht op de Fortenroute mooier dan deze in Bahla. Het is een enorm bouwwerk, maar binnen zijn alle ruimtes leeg en zonder enige vorm van toelichting.).

Toegang: Net als bij de andere forten die ik deze week bezocht is de entreeprijs slechts 0,5 rial (1 EUR). Voor parkeren hoef je ook nooit te betalen, en verder is er niks te koop (geen brochure, geen flesje water).

Hoeveel tijd: Ik ben er een uurtje binnen geweest.

Opvallend: Bahla ligt slechts een half uur van Nizwa, de stad waar ik 2 nachten verbleef en die na Muscat hét toeristencentrum van Oman is. Voor ik dit kasteel bezocht reed ik eerst nog langs twee oude dorpjes in de buurt: Al Hamra en Misfat Al Abriyeen. Zeker dat laatste is erg de moeite waard. Het lijkt geplakt tegen een bergwand en de deels vervallen huizen staan schots en scheef. Via trappetjes en overdekte passages kom je bij de buren, of weer op de doorgaande route naar het begin van het dorp.

Misfat Al Abriyeen

Misfat Al Abriyeen

Het fort van Bahla heeft een nogal vreemde werelderfgoed-geschiedenis: toen het werd genomineerd in 1987 was het sterk vervallen. Het was er zo slecht aan toe dat het een jaar later al op de Lijst van Bedreigd Werelderfgoed werd geplaatst. Sindsdien zijn de Omani aan het restaureren geslagen, een klus die maar liefst tot 2012 geduurd heeft. Het verhaal gaat dat ze delen van het gebouw naar eigen inzicht weer hebben opgebouwd, omdat er geen tekeningen of foto’s van het geheel waren overgebleven.

Als je er rondloopt voelt alles nog steeds als nieuw aan, het is ook allemaal wat te netjes.

Fort van Bahla

Eén van de vele kamers met nissen

Bij de andere forten zag ik wel eens wat vogeltjes in en uitvliegen, maar in Bahla zijn het vleermuizen die hier hun thuis hebben gevonden. Zij zijn met al die verlaten ruimtes wel blij. In meerdere kamers hangen ze met bosjes tegelijk tegen de muur.

Geitenmarkt van Nizwa

Iedere vrijdag is er geitenmarkt in de stad Nizwa. Volgens de boekjes duurt hij van 7 tot 10 uur ’s ochtends, maar als ik even voor zevenen aan kom rijden is de markt al in volle gang. Ik denk dat hij start bij zonsopkomst. Het hele parkeerterrein voor de souk van Nizwa staat vol, met heel veel pick-up trucks waarin de geiten handig mee naar huis genomen kunnen worden. Ik vind een paar straten verder bij het fort nog een parkeerplaats.

Geitenmarkt van Nizwa

Hoge opkomst op de geitenmarkt

De markt zelf vindt plaats in de open lucht, in een soort kraal. De toeschouwers staan inmiddels rijen dik. Ik ben er zeker ook niet de enige toerist, maar gelukkig vallen die in het niet bij de honderden Omani in wit gewaad. De verkopers lopen met hun geiten in een cirkel, langs de potentiële kopers. Als er interesse is, beginnen koper en verkoper te onderhandelen.

Geitenmarkt van Nizwa

De geiten worden geshowd

Geiten (ver)kopen lijkt wel meest een mannenzaak, maar aan de randen zijn toch ook wat vrouwen actief. De meesten van hen hebben naast een zwarte abaya aan ook nog een gezichtsmasker op. In de steden zoals Muscat of Nizwa zelf zie je dat niet, maar blijkbaar trekt de markt ook veel mensen aan van het meer conservatieve platteland.

Geitenmarkt van Nizwa

Eén van de vrouwen met gezichtsmasker

Buiten de ring zijn rekken geplaatst waar je heel handig je net gekochte geit even aan vast kunt maken, voor het geval je nog meer wilt kopen. Naast geiten worden er ook koeien verkocht, maar die schijnen niet zo gedwee in een rondje met hun eigenaar mee te lopen.

#657: Bat, Al-Khutm en Al-Ayn

Wat is het?
De Archeologische vindplaatsen Bat, Al-Khutm en Al-Ayn omvatten een nederzetting en graven uit de Bronstijd. Ze dateren van ca. 3000-2500 jaar voor Christus, en zijn daarmee de oudste vondsten op het Omaanse schiereiland. Dit gebied maakte deel uit van het rijk van Magan, wat grondstoffen zoals koper leverde aan de Sumeriërs (in het huidige Irak).

Archeologische vindplaats Al-Ayn

Cijfer: 6,5 (De graven van Al-Ayn zijn heel fotogeniek, en ik geef bonuspunten voor mijn eigen doorzettingsvermogen dat ik ze heb weten te bereiken.).

Toegang: Gratis. Er is ook geen formele entree of bewaking, de vindplaatsen liggen gewoon langs de kant van de weg.

Hoeveel tijd: Met de hele expeditie ben ik vanuit Nizwa in totaal 7 uur kwijt geweest, verspreid over 2 dagen.

Opvallend: Alleen als werelderfgoedspotter neem je de moeite om deze plekken op te zoeken, ze liggen ver van de toeristische paden. Ik rijd er aan het eind van de middag heen vanuit Nizwa, met het idee dat ik tegen zonsondergang bij Al-Ayn ben en daar dan mooie foto’s kan nemen. Maar het loopt allemaal anders…

Mijn VW Passat bij de opgravingen van Bat

Ik heb prints bij me met aanwijzingen hoe ik bij Bat en Al-Ayn moet komen. De derde locatie, Al-Khutm, is nog obscuurder dus die sla ik op voorhand al over. Het vinden van de opgravingen van Bat gaat behoorlijk voorspoedig, op een 5 minuten verkeerd rijden in de stad Ibri na. Het kost alleen wel veel tijd: pas om kwart over 5 sta ik bij iets wat de archeologische vondsten zouden moeten zijn. Aan de linkerkant van de weg zie ik tegen een heuvel een witte graftombe. Aan de rechterkant van de weg wordt een wat groter gebouw gerestaureerd: de vierkante toren Qasr A’Rojoom.

Aan beide kanten zijn de opgravingen afgezet met grote hekken. Ik stap even uit om door de tralies wat foto’s te maken, maar je kunt net zo goed in de auto blijven zitten. Voor zover mij bekend zijn ze nooit geopend voor publiek.

Tombe achter het hek bij Bat

De opgravingen van Bat liggen net buiten het gelijknamige plaatsje. Het is ook hier dat de asfaltweg ophoudt, en overgaat in een weg met zand en stenen. Je kunt hier direct doorsteken naar de opgravingen van Al-Ayn, maar dat betekent wel zo’n 25 kilometer rijden over deze slechte weg. Ik probeer het een kilometer, maar gezien het al late tijdstip en het constante gehobbel besluit ik het er niet op te wagen. Zelfs als mijn auto ongeschonden de rit voltooit, ben ik niet meer voor zonsondergang (18.22 uur) bij Al-Ayn.

Er zit niks anders op het hele eind weer terug te rijden naar Nizwa, en het de volgende ochtend opnieuw te proberen. Al-Ayn moet wel het mooiste deel van dit werelderfgoed zijn, en na die paar minuten in Bat kan ik moeilijk tevreden zijn.

Dus na een bezoek aan de geitenmarkt rijd ik op vrijdag weer naar het westen. Gelukkig is er vanaf de snelweg een andere weg die rechtstreeks naar Al-Ayn voert, en die is helemaal geasfalteerd. Met een gedetailleerde set aan aanwijzingen van één van de bezoekers van mijn werelderfgoed-website weet ik er zo naar toe te rijden, ondanks dat er geen enkel bord langs de weg staat.

Archeologische vindplaats Al-Ayn

De omgeving van Al-Ayn

Al-Ayn staat bekend om zijn fraaie rijtje van koepelvormige graftombes. Ze liggen op een heuvelrug een eindje van de weg af. Maar ook daarvoor heb ik gedetailleerde instructies mee: stoppen bij de moskee na 26 kilometer vanaf de snelwegafslag Wadi Al-Ayn, auto keren, parkeren langs de kant van de weg, de droge rivierbedding door, dan zie je een paadje tussen 2 hekken door, dan een stukje over het steen van het irrigatiekanaal lopen, dan weer een pad tussen de velden door, nog een droge rivierbedding oversteken en zie daar: je bent op het terrein van de graftombes. Hier is er gelukkig geen hek dat je tegenhoudt.

De tombes bestaan uit ‘droog’ gestapelde, platte stenen. Er omheen liggen nog stapels van hetzelfde materiaal, dus wellicht waren het er vroeger meer. Ze zijn in zo’n goede staat dat het lijkt of ze pas opnieuw opgebouwd zijn. Elke tombe heeft één kleine ingang. Ik kan er niet zo goed inkijken, maar ze lijken leeg.

Archeologische vindplaats Al-Ayn

Eén van de tombes van Al-Ayn

Dhofar

Dhofar is het meest zuidelijke gouvernement van Oman. Het ligt zo’n 1000 kilometer van Muscat, aan de andere kant van de grote woestijn Rub al Khali (“het Lege Kwartier”) en aan de grens met Jemen. Ik vloog er in 5 kwartier heen, en verbleef 3 nachten in de hoofdstad Salalah.

Ik was er voor het werelderfgoed ‘Land van Wierook’ (daarover later meer). En ik reed een dag ontspannen langs de zuidkust om deze bijzondere streek nog wat beter te leren kennen.

Zo’n 35 kilometer ten oosten van Salalah ligt het slaperige kustplaatsje Taqah. De rit erheen gaat via een snelweg, maar er is regelmatig uitzicht op het zandstrand en de kokospalmen die het hier nogal op Sri Lanka doen lijken. In Taqah staan in de buurt van het lokale fortje nog een paar traditionele Dhofari stadshuizen. Zoals meestal in Oman is er vrijwel niemand op straat, en de enkeling die op een stoel voor zijn huis of winkel zit raakt niet in de war van één westerse toerist.

DSC07670

Een paar kilometer verderop ligt de lagune Khor Rori, en daarbij de archeologische opgraving van Sumhuram. Dit is onderdeel van het werelderfgoed, dus ook een verplichte stop voor mij vandaag. Sumhuram was een belangrijke haven in de 1ste eeuw voor Christus. Vanaf hier werd de wierook, die in het binnenland gewonnen was, verscheept naar onder andere Azië.

DSC07725

Sumhuram had een gunstige ligging aan een natuurlijke inham. Dit is nu een natuurgebied en erg in trek bij vogels. Ik zie onder andere heel wat flamingo’s in het water staan. De kleinere vogels komen ook wel omhoog naar de bomen bij de ruïnes.

DSC07723

Na weer niet al te lang rijden kom ik aan in Mirbat. Hier ligt aan de rand van de stad het mausoleum van Bin Ali. Mohammed Bin Ali was een afstammeling van de profeet Mohammed. Hij reisde door dit deel van Oman en Jemen, en werd in 1161 hier begraven. Het is een belangrijke pelgrimsplaats geworden. Om zijn simpele stenen graftombe, bedekt met een groen laken, is een schitterend witte dubbele koepel opgetrokken. Eromheen ligt een grote begraafplaats voor de gewone stervelingen. Speciaal voor de tombe heb ik vandaag mijn hoofddoek mee, zodat ik voldoende bedekt ook even binnen kan kijken.

DSC07765

In het centrum van Mirbat kom ik bij een poort tot de oude stad uit waar in het Engels een tekst op staat. Het blijkt zelfs over Nederland te gaan! Er staat dat op 30 april 2001 in Nijmegen een traditioneel Omaans moslimdorp is nagebouwd, gebaseerd op deze plaats Mirbat. Het ligt in het museumpark Orientalis (voorheen Heilig Land Stichting).

Het lijkt wel of ik in Jemen ben beland. Het oude Mirbat staat vol met simpele, kubistische huizen met bewerkte houten deuren en ramen. Veel mensen wonen er niet meer in deze traditionele huizen, buiten het oude centrum zijn net als elders in Oman al veel ruimere eengezinswoningen verrezen.

DSC07805

Terug rijd ik niet via de snelweg, maar deels via een binnenlandse route. Hiervoor moet de auto eerst een heel stuk klimmen over een bergpas met haarspeldbochten. Maar daarna ben je in een andere wereld. Een vaak heel groene: de moesson zorgt dat het hier jaarlijks (in de zomer) regelmatig regent. Er zijn veel boerderijen in dit gebied. De boeren laten hun beesten overdag vrij lopen, en zo komt het dat je als automobilist regelmatig oog in oog komt te staan met ezels, koeien of kamelen.

DSC07820

De bergweg eindigt bij een uitkijkpunt over Jebel Samhan. Dit ontoegankelijke gebergte is het laatste toevluchtsoord voor de ernstige bedreigde Arabische luipaard.

#658: Land van de wierook

Wat is het?
Land van de wierook is de prozaïsche omschrijving van 4 plekken in het zuiden van Oman die gerelateerd zijn aan de teelt van en handel in olibanum, hars van de wierookboom. In Wadi Dawkah is een bos aan wierookbomen te zien, in Shisr de ruïnes van een oasestad waarlangs de karavanen trokken, en in Al-Beid en Sumhuram beide de resten van een havenstad van waaruit de wierook werd verscheept. Al in de 4de eeuw voor Christus vond vanuit hier handel in wierook plaats.

Wierookboom, Wadi Dawkah

Cijfer: 7 (De teelt en handel in wierook kun je nergens ter wereld beter zien dan hier (nou ja, misschien in Ethiopië en Somalië die tegenwoordig de grootste producenten zijn). Dit werelderfgoed ‘dwingt’ je ook om af te reizen naar Oman’s zuidelijke regio Dhofar en niet te blijven hangen in het toeristische cirkeltje Muscat-Nizwa in het noorden).

Toegang: Bij de opgravingen van Al-Beid en Sumhuram betaal je 2 rial (4,20 EUR).

Hoeveel tijd: Ik bezocht, verdeeld over 3 dagen, 3 van de 4 ingeschreven locaties. Alleen Shisr sloeg ik over: het zou 2 uur enkele reis rijden zijn voor niet al te spectaculaire ruïnes. De meeste tijd kun je doorbrengen bij Al-Beid, op dat terrein ligt ook het Museum van de Wierook. Daar ben ik zo’n anderhalf uur geweest. Ook Sumhuram is groot genoeg om je een uur te vermaken.

Opvallend: Wierook is overal in het zuiden van Oman: als je het moderne overdekte winkelcentrum van Salalah binnenstapt, komt de geur je al tegemoet. Op de plaatselijke Al-Husn Souq kun je het per kilo in korrels kopen. Voor het werelderfgoed reed ik eerst naar de rand van de stad, waar bij de opgravingen van Al-Beid het ‘Museum van het Land van de Wierook’ gevestigd is. Tegen de avond is dit een heerlijke plek om rond te wandelen: er zijn veel vogels (het ligt aan het water, het was een havenstad) en het uitgestrekte terrein heeft wandelpaden. De luie mensen kunnen zich hier ook met een golfkarretje laten vervoeren.

Het ‘wierookbos’ Wadi Dawkah ligt drie kwartier rijden ten noorden van Salalah. Hier wordt al sinds vroeger tijden wierook geteeld, en de bossen zijn nog in productie. Om het voor bezoekers wat aantrekkelijker te maken hebben ze er een parkeerplaats, informatiebord en openbare toiletten bij gezet. Ik ben hier zelfs niet de enige toerist: na mij stopt er nog een stel met gids.

Wierookbomen, Wadi Dawkah

De wierook wordt gewonnen op een vergelijkbare manier als rubber: door sneetjes in de bomen te maken waardoor het hars naar buiten lekt en opdroogt. Pas na een aantal keren snijden krijg je goede kwaliteit wierookkorrels. De naam ‘bos’ doet iets natuurlijks vermoeden, maar het is meer een plantage waar de bomen keurig in een rij zijn geplant en met slangen bewaterd worden. Je kunt gewoon tussen de bomen doorlopen. Slechts bij een enkele boom zag ik wat hars.

Wierookboom, Wadi Dawkah

Op mijn laatste dag in het zuiden reed ik de kustroute, met onder andere een stop bij de lagune van Khor Rori en de daarbij gelegen opgravingen van Sumhuram. Ook dit is weer een keurig aangelegd terrein, met paden en informatieborden. Vooral de ligging is hier heel mooi – vanaf de hoger gelegen ruïnes van de vesting heb je zicht op flamingo’s en op de zeebank die het meer van de lagune van de zee afsnijdt.

Sharjah

Sharjah is het op 2 na grootste emiraat onder de Verenigde Arabische Emiraten, en de buurman van Dubai. Bus E307A rijdt er vanaf het metrostation Abu Hail in Dubai elk half uur naar toe. De rit duurt afhankelijk van het verkeer zo’n 20-30 minuten. De steden Dubai en Sharjah zijn feitelijk aan elkaar gegroeid, veel mensen wonen in het goedkopere Sharjah en werken in Dubai.

Sharjah kreek

Net als Dubai ligt Sharjah aan een “kreek”

Vanaf het busstation van Sharjah loop ik over de Corniche (boulevard) langs het water naar het historische centrum. De stad is niet echt gemaakt om te wandelen – heet en veel verkeer – maar gelukkig zijn er wel brede trottoirs. Het eerste stukje gaat nota bene langs de stallen van een aantal kwekers, waar je planten voor in je tuin of op je balkon kunt kopen. Sharjah is inderdaad behoorlijk (kunstmatig) groen in vergelijking met Dubai.

Het ‘oude centrum’ van Sharjah is grotendeels een reconstructie. Van het fort was in 1970 nog maar één toren over. In 1997 is het geheel gerestaureerd. Met het herstel van de rest van deze oude wijk zijn ze nog bezig. Het is de bedoeling dat er in traditionele stijl nagebouwde buurt musea, winkels, hotels, cafés en restaurants komen. Dit moet in 2025 klaar zijn. Nu is er alleen één wat zielig straatje open.

Het Fort van Sharjah ziet er al wel imposant uit. Omdat het erfgoedweek (of erfgoedmaand?) is, mag ik gratis het fort in. Het heeft veel gemeen met de forten die ik in Oman zag: altijd is er ook een gevangenis en een dadelopslagruimte bijvoorbeeld. De ruimtes zijn hier allemaal ingericht, en er is veel toelichting in het Engels en het Arabisch.

Sharjah Fort

Na een verfrissend glas vers ananassap bij Juice World loop ik verder naar het Museum van de Islamitische Beschaving. Sinds 2008 worden hier meer dan 5000 voorwerpen uit de brede islamitische wereld getoond. Zeker de benedenverdieping is nogal een lofzang op de islam, met veel nadruk op de koran en op de Saoedische heilige steden Mekka en Medina.

Sharjah - Museum islamitische beschaving

Kopie van het kleed dat de Ka’abah in Mekka bedekt

De 4 galerijen op de bovenverdieping vond ik een stuk interessanter. Hier staan en hangen de kunstvoorwerpen. Veel van het moois is afkomstig uit Iran.

Vanaf het museum stap ik op de Hop on Hop off-dubbeldekker bus die rondjes rijdt door Sharjah. De ‘culturele route’ past mij prima, die komt namelijk in de buurt van mijn volgende bestemming: het Mahattah luchtvaartmuseum. Hij stopt bij de Mega Mall, een modern winkelcentrum waar ik meteen maar even lunch. Daarna is het toch nog even zoeken naar het luchtvaartmuseum, maar als je er voor staat is het goed aangegeven!

Sharjah - Mahattah luchtvaartmuseum

Sharjah heeft een bijzondere plek in de geschiedenis van de intercontinentale luchtvaart. Voordat vliegtuigen lange afstanden konden overbruggen, zoals op een veelgebruikte koloniale route tussen Engeland en India, hadden ze tussenstations nodig. In 1932 huurden de Britten een stuk grond in Sharjah waarop ze zo’n station mochten bouwen. De stations werden niet alleen gebruikt om te tanken, maar de passagiers overnachtten er ook omdat de vliegtuigen niet ’s nachts vlogen. In het museum wordt een interessante oude Britse film uit 1937 vertoond met een dag uit het bestaan van dit luchtvaartstation Sharjah.

De hangar, verkeerstoren en de verblijfs- en kantoorruimtes zijn nog helemaal intact. Ze liggen binnen de grenzen van een modern fort. Alleen de landingsbaan is opgegaan in de naastgelegen grote weg.

In de hangar wordt een aantal oude vliegtuigen tentoongesteld die een relatie hebben met het vliegen naar Sharjah. In de andere ruimtes staat de geschiedenis van dit vliegveld, dat nog tot 1977 functioneel was, centraal. Het is een erg leuk en bijzonder museum. Ik was er weer eens de enige bezoeker…

Sharjah - Mahattah luchtvaartmuseum

Ik sluit mijn dag in Sharjah af met een andere route van de Hop on Hop off-bus: de ‘vrijetijdsroute’. Deze laat vooral de moderne verworvenheden van Sharjah zien. In 1970 was dit nog een bescheiden vissersplaatsje. Het oliegeld hebben ze sindsdien vooral in protserige gebouwen in een globaal soort islamitische stijl geïnvesteerd. Alle ministeries, musea, de nieuwe souk – ze zien er uit alsof ze uit Istanbul of Delhi zijn weggehaald.

DSC07999

Koran-standbeeld

#659: Al Ain

Wat is het?
De culturele plekken van Al Ain getuigen van het zeer oude dagelijks leven op een vaste verblijfplaats in een woestijnomgeving, en hoe door efficiënt watergebruik een vruchtbare omgeving werd gecreëerd. Het bestaat uit 17 locaties en representeert verschillende prehistorische tijdperken. De archeologische vondsten betreffen nederzettingen, begraafplaatsen, en voorbeelden van waterbeheer en landbouw.

Al Ain Oase

Cijfer: 6 (Dit ligt hemelsbreed maar zo’n 185 kilometer van Bat en Al-Ayn in Oman, waar ik vorige week was. Daar heeft het ook veel mee gemeen, net als met de Aflaj irrigatiesystemen in Oman. Maar de setting hier in Al Ain is veel stedelijker en minder romantisch.).

Toegang: De entree tot het Al Ain nationaal museum kost 3 dirham (0,60 EUR). De oase is gratis.

Hoeveel tijd: Ik ben er een uurtje geweest, op 1 locatie: de Al Ain oase. Het werelderfgoed bestaat nog uit 16 andere locaties verspreid rond Al Ain, maar om die te bereiken heb je wel een auto (en een volle dag) nodig.

Opvallend: Vanaf Dubai’s busstation Al Ghubaiba rijden er rechtstreekse bussen naar Al Ain, een stad met meer dan 700.000 inwoners die in het emiraat Abu Dhabi ligt. De bussen doen er 2 uur over. Gelukkig ligt een deel van het werelderfgoed pal naast het busstation van Al Ain, zodat het ‘vinkje’ ook met openbaar vervoer binnen handbereik is. Dat deel is de Al Ain oase, de oudste oase bestaand uit een dicht palmenbos. Aan de rand ervan liggen een paar gebouwen zoals het laat 19de eeuwse fort van de Sultan.

Sultan Fort, Al Ain

Naast het fort is het Al Ain nationaal museum gevestigd, waar vondsten worden getoond uit de hele regio. Zoals zo vaak tijdens deze reis ben ik er weer de enige bezoeker. De archeologische afdeling is het grootst, en daar kan ik toch nog wat zien van de andere opgravingen. Er zijn vooral veel vrij simpele aardewerken potten gevonden.

Al Ain Nationaal Museum

Aardewerk uit de regio, in het Al Ain Nationaal Museum

Naast de entree tot het fort ligt de ingang tot de oase zelf. Hier zit een militair op wacht, met een stapel mooie folders voor zich die hij mag uitdelen. De oase is een palmenbos waardoor verschillende paden lopen. In de folder zit ook een plattegrond zodat je niet zult verdwalen. Het is echter niet zo verschrikkelijk groot én er staan nog bordjes op elke kruising.

De palmen worden bewaterd vanuit een falaj-irrigatiesysteem zoals ik dat ook in Oman zag. Hier stroomt echter geen water door de irrigatiekanalen – het zou me niks verbazen als ze het groen houden door te sproeien met een tuinslang. Voor de vogels uit de buurt zijn zoveel bomen bij elkaar een buitenkans. Ze zijn echter te schichtig om op een foto te krijgen.

Al Ain Oase

Falaj in de Al Ain oase

Louvre Abu Dhabi

Sinds november 2017 hebben de Verenigde Arabische Emiraten er een attractie bij: na het hoogste gebouw ter wereld in Dubai en het grootste winkelcentrum ter wereld in hetzelfde emiraat, heeft Abu Dhabi nu naast de jaarlijkse Formule-1 races het Louvre Abu Dhabi. Dit grootse museum is tot stand gekomen in samenwerking met de Parijse naamgenoot, en het leent de komende 30 jaar tegen forse betaling ook een aantal werken uit het Louvre en andere Parijse musea. Het is wel de bedoeling dat het Louvre Abu Dhabi geleidelijk aan zijn eigen collectie opbouwt.

Louvre Abu Dhabi

Entree tot het Louvre Abu Dhabi

Na mijn bezoek aan het werelderfgoed van Al Ain ga ik per bus naar de hoofdstad van Abu Dhabi – dat ook de naam Abu Dhabi heeft. Het is 2,5 uur rijden door een saai en leeg woestijnlandschap, totdat de wolkenkrabbers weer aan de horizon verschijnen. Abu Dhabi is zo mogelijk nog ruimer van opzet en minder voetgangervriendelijk dan Dubai. Het Louvre ligt op een eiland aan de rand van de stad. Ik laat me er met een taxi naar toe brengen van het busstation – dat kost zo’n 20 minuten en 7 EUR. Op de terugweg zie ik op het busstation dat er ook lokale bussen naar toe rijden, maar ik weet niet welke en hoe frequent die zijn.

Louvre Abu Dhabi

Resten van de beschaving van Al Ain, als enige materiaal uit de regio ook te zien in het Louvre Abu Dhabi

Je komt dan aan bij een soort oase: een witter dan wit gebouw, ver van andere bebouwing (het is de bedoeling dat dit een cultuureiland wordt, maar zover is het nog niet). De mensen die hier uit de bussen en taxi’s stappen zijn ofwel Europees/Amerikaans danwel Japans/Chinees. Het voelt toch wel als een stukje nagemaakt Europa, ondanks de bijzondere architectuur met een koepel die lijkt te zweven en de sterrenhemel verbeeldt.

Het is er binnen gelukkig niet zo druk als bij het Louvre in Parijs. Je kunt hier ook vooraf via internet kaartjes bestellen, maar op de donderdag dat ik het museum bezoek is dat helemaal niet nodig. Ik kan zo doorlopen tot de kassa, en mag na betaling van 63 dirham (12,60 EUR) naar binnen. Het gebouw is vrij strak beveiligd, dat begint al met luchthavenpoortjes net na de ingang. Dat heb ik hier elders in de regio, met uitzondering van mijn hotel in Koeweit-Stad, nog niet gezien. Het voelt normaal allemaal erg veilig en gemoedelijk aan.

Louvre Abu Dhabi

Kameel representeert de Chinese Zijderoute

Ik heb me vooraf niet verdiept in wat er te zien zou zijn (christelijke kunst in een Arabisch land?), maar het blijkt dat ze een soort “Greatest Hits”-invalshoek hebben gekozen. Ze laten de ontwikkeling van de wereldbeschavingen zien door de tijden heen. Wat Egyptische sarcofagen, een stukje van de Istjarpoort uit Babylon, Griekse en Romeinse standbeelden, Chinese grafvondsten. Alleen maar hoogtepunten, veel verschillende culturen en periodes na elkaar.

Aan het eind is er dan toch nog schilderkunst. Je ziet de Franse hand sterk in het aantal werken van Franse schilders dat hier aan de muren hangt (tegenover het geringe aantal Italiaanse of Nederlandse). Net als in de Parijse musea is het impressionisme ruim vertegenwoordigd. Ik tel zo snel 3 Nederlanders: Van Gogh, Mondriaan en Frans Post (er zijn nogal veel van diens Braziliaanse werken dus er kon er best een naar Abu Dhabi). Er is vrijwel niets uit de Nederlandse 17de eeuw te zien.

Louvre Abu Dhabi

Veel onschuldig Frans werk: hier De fluitspeler van Manet

Daarnaast is er verhoudingsgewijs veel moderne en abstracte kunst. Bij de uitgang hangt werk van Cy Twombly, iets wat ik inmiddels van een afstand kan herkennen na een bezoek vorig jaar aan een tentoonstelling van zijn werk in Parijs. Ook staat er een kunstwerk van de Chinees Ai Weiwei, het eerste dat ik van hem zie.

Louvre Abu Dhabi

Cy Twombly, Untitled (I-IX)

Louvre Abu Dhabi

Ai Weiwei, Fontein van licht

Zoals het een museum betaamt is er ook een museumcafé met dure cappuccino en cake, én een rijk gevulde museumwinkel met heel veel kunstboeken in het Engels en het Arabisch. Het gebouw zelf is een attractie op zich, en er is ook volop gelegenheid om dat van alle kanten te bekijken en te fotograferen. Al met al zeker een paar uurtjes waard als je toch in de Emiraten bent.

Louvre Abu Dhabi

Het imposante ‘plein’ waar je na de tentoonstellingsruimtes eindigt

Oud Dubai

Bestaat er wel zoiets als Oud Dubai? Pas vanaf 1833 ontwikkelde Dubai zich zelfstandig, los van Abu Dhabi. De oorsprong van de stad ligt bij Khor Dubai, oftewel de zoutwaterkreek die midden door de stad stroomt. Vanaf hier vertrokken vanuit een kleinschalige haven parelvissers om te duiken voor de kust, en werd er handel gedreven met Azië en Oost-Afrika. De multiculturele handelsstad met z’n wolkenkrabbers die we nu kennen dateert op z’n vroegst uit de jaren zeventig van de 20ste eeuw.

Khor Dubai

Abra, traditioneel pontje (nu met motor) over de Khor Dubai

Op mijn laatste dag in de Golfregio besteed ik toch nog een paar hete uurtjes op zoek naar de oude kern van Dubai. Deze is al twee keer afgewezen als werelderfgoed, de internationale beoordelaars telkens in vertwijfeling achterlatend. De loop van de kreek door Dubai is al vaak kunstmatig veranderd, er is extra land gewonnen en oude wijken zijn afgebroken. Een kansloze missie volgens de jury dus, maar de Emirati geven het niet op.

Ter plekke is het voor mij nog flink zoeken naar de restanten van oude wijken als Al Fahidi en Bastakia, en de Souk al Kabeer. Het blijkt echter dat vlak langs de Khor Dubai een geheel gereconstrueerde, ‘nieuwe’ oude wijk wordt opgetrokken. Met een deel zijn ze nog bezig (zelfs op de vrije vrijdag), maar grotendeels staan de gebouwen in oude stijl al weer overeind. De buurt wordt ingericht met musea, culturele centra, restaurants, boetieks en andere toeristentrekkers. Veel is er nog niet open. Als je heel goed zoekt kun je nog een fragment van iets echt ouds vinden, zoals een paar meter van de oude stadsmuur.

DSC08166

De gereconstrueerde huizen in traditionele stijl langs het water, met o.a. een karakteristieke windtoren

De buurt is nu vooral populair bij de grote hoeveelheden Aziatische gastarbeiders die Dubai draaiend houden. Slechts 15% van de 2,7 miljoen inwoners is een staatsburger van de Emiraten. De rest komt vooral uit Pakistan, India, Bangladesh, Iran en de Filippijnen. Op vrijdag (de ‘islamitische zondag’) kunnen ze hier aan het water elkaars gezelschap opzoeken, voor 1 dirham een boottochtje per abra naar de overkant maken of een ijsje eten.

Praktische info

Voorbereiding

Voor Koeweit en Oman is een visum nodig. Beide kun je vooraf zelf via internet regelen, hoewel de procedures ietwat verschillen:

  • Het Koeweitse e-visum is aan te vragen via deze website. Na 2 werkdagen kreeg ik een e-mail met de bevestiging dat het toeristenvisum was toegekend. Op het vliegveld zelf moet je dan nog betalen: 3 KWD (ruim 8 EUR) voor een sticker die op de officiële formulieren gaat. En je krijgt een lichtblauw formulier op A4-formaat mee wat het echte visum is. Het is een beetje een hindernisbaan waar je op het vliegveld door moet, langs verschillende loketten met verschillende spelregels.
  • Oman heeft nog maar kort het e-visum geïntroduceerd. Hier moet je direct online betalen via credit card: zo’n 45 EUR. De bevestiging per e-mail kwam hier binnen een dag. Het visum zelf moet je dan downloaden via hun website. Dat print je uit en laat je bij de grenscontrole zien.

Het is niet nodig veel speciaals in te pakken. Neem wel een wereldstekker mee: ze gebruiken hier de stekker van het Engelse type met 3 pinnen. De kledingkeuze hoeft niet  al te conservatief te zijn: het bedekken tot en met de schouders en knieën is voldoende. Alleen voor moskeebezoek zijn lange mouwen en broekspijpen plus een hoofddoek nodig, maar die heb ik op deze reis maar 2x uit de rugzak hoeven te halen.

Vervoer

Intercontinentale vluchten
Ik vloog heen met KLM rechtstreeks naar Koeweit. De vlucht duurt een kleine 5,5 uur. Ik zat op mijn favoriete stekje in Economy Comfort: helemaal vooraan. De stoel naast me bleef vrij, dus het was een ontspannen zit. Het vliegtuig was überhaupt lang niet vol. Na Koeweit vliegt hij nog door naar Bahrein, maar beide landen zijn voor het grote publiek niet zo interessant. KLM moet het hier hebben van Europeanen die in de Golf-regio werken. De terugvlucht vanuit Dubai was wel heel druk bezet.

Regionale vluchten
Met Oman Air had ik daarnaast nog 3 regionale vluchten: van Koeweit naar Muscat, van Muscat naar Salalah en van Salalah naar Dubai. De vluchten waren goedkoop (ik had ze een paar maanden vantevoren rechtstreeks bij de maatschappij op hun website geboekt) en er waren maar heel weinig passagiers aan boord. Je kreeg ook steeds nog wat te eten en drinken. De Omaanse overheid heeft 99,6% van de aandelen van Oman Air, en zal het wel stevig subsidiëren.

Opvallend is hun zeer internationale bemanning: op één van de vluchten werd meegedeeld dat het personeel aan boord Oekraïens en Hindi spreekt. En inderdaad, een aantal struise Oekraïense dames vormden het cabinepersoneel (met waarschijnlijk nog een Indiase collega).

Oman Air vliegtuig aan de gate in Salalah

Autohuur in Oman
Zowel in het noorden als in het zuiden van Oman had ik een auto gehuurd. Een keer bij Budget en een keer bij Europcar. Ik kreeg beide keren een forse auto mee, die verder zonder problemen de ritten doorstonden. Navigeren deed ik via de applicatie maps.me op mijn telefoon, waarop ik vooraf de kaarten van Oman gedownload had. De routeaanwijzingen kloppen niet altijd exact, maar in combinatie met de borden langs de weg en gewoon een beetje goed om je heen kijken heb ik de goede weg altijd weten te vinden.

‘Mijn’ VW Passat op het parkeerterrein bij het fort van Al-Hazm

Autohuur is wel vrij prijzig, ik betaalde 26 EUR per dag in het noorden en 44 in het zuiden. Ook zit er vaak een limiet aan het aantal kilometers dat je gemiddeld per dag mag rijden (meestal 200km). In het noorden kwam ik daar net overheen en moest ik achteraf wat bijbetalen. Gelukkig is de benzine dan weer spotgoedkoop. Ook parkeren hoef je nooit te betalen. Vaak zijn er grote parkeerterreinen bij de hotels, restaurants of attracties (net zoals in de Verenigde Staten). Of je gooit je auto zomaar ergens langs de weg, dat mag ook.

Openbaar vervoer in de Emiraten
In de Emiraten heb je geen auto nodig: het openbaar vervoer in en tussen de steden is prima. In Dubai heb je een efficiënt metrosysteem, waar een ritje tussen de 0,60 en 1 EUR kost. Naar steden als Al Ain, Abu Dhabi en Sharjah in naburige Emiraten ben ik met de bus gegaan. Ook dat is niet duur: voor 7 EUR zit je 2 uur in de bus. De bussen zijn comfortabel, er gaan niet meer mensen in dan er zitplaatsen zijn. Voor vrouwen zijn speciaal plaatsen voorin vrij gehouden (een vrouw mag ook wel achterin gaan zitten, maar mannen niet voorin). De bussen hebben airco die meestal op standje ‘koud’ staat.

“Ladies only”, voorin de bus tussen Abu Dhabi en Dubai

Hotels

De hotels die ik vooraf zelf had geselecteerd waren zonder uitzondering prima. Niet heel luxe (ik had nergens een bad bijvoorbeeld), maar wel heel schoon en modern. Voor de sfeer hoef je ze echter niet te nemen, het zijn vrij onpersoonlijke hotels gericht op zakenlui of groepstoeristen.

Koeweit-Stad
Het Residence Inn by Marriott is een groot zakenhotel in het centrum van Koeweit-Stad. Het is wat minder luxe dan de prijs doet vermoeden, maar ik ben al lang blij met een suite op de 11de verdieping met uitzicht op de watertorens. Zeer vriendelijke ontvangst. Gratis gehaald en gebracht met zwarte limousine van het vliegveld. Verder geen auto of taxi nodig hier: te voet kun je de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad af. Ontbijt en lunch is er ook uitstekend, in een ook nog eens leuk ingericht restaurant.

Website: Residence Inn by Marriott
Kosten: 179 EUR per nacht inclusief ontbijt

Muscat (1)
Midan Hotel Suites is een wat ouder gebouw, maar verder is het helemaal prima (zeker gezien de lage prijs). De tweede nacht kreeg ik zelfs een hele suite met woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer. Parkeren is hier een beetje chaotisch, maar je parkeert in Oman niet snel verkeerd. Heerlijke cappuccino bij het ontbijt.

Website: Midan Hotel Suites
Kosten: Ik betaalde 1 nacht 65 EUR en een paar dagen later 45 EUR exclusief ontbijt

Sur
Het Sur Grand Hotel ligt wat buitenaf de stad Sur, ergens in een zandvlakte waar vast nog veel meer gebouwd gaat worden. Het hotel wordt gerund door Indiërs en is behoorlijk nieuw. Ontbijt is hier niet zo bijzonder.

Website: Sur Grand Hotel
Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt

Muscat (2)
Behlys Villa is een bed&breakfast in een luxe woonwijk van Muscat. Van buiten staat het niet aangegeven & je betaalt er contant, zodat je je wel afvraagt hoe legaal het is. Nette kamer, en ’s ochtends heerlijk ontbijt te nuttigen op het terras in de tuin. Wifi alleen in de woonkamer.

Website: Behlys Villa
Kosten: 88 EUR per nacht inclusief ontbijt

Nizwa
Het Al Diyar Hotel ligt heel gunstig langs de grote weg door de stad Nizwa. Het is groot en op groepen voorbereid. Snel internet op de kamer. Er zit ook een prima (goedkoop) restaurant bij, waar ’s ochtends ook het goede ontbijtbuffet is.

Website: Al Diyar Hotel
Kosten: 75 EUR per nacht inclusief ontbijt

Salalah
Het Intercity Hotel Salalah is een zakenhotel in de binnenstad van Salalah. Met een beetje inspanning kun je naar de restaurants lopen (ware het niet dat niemand er loopt en alles op auto’s is bedacht). Er is een lekker zitje op de kamer waar ik om de hitte te ontlopen heel wat middagen heb doorgebracht.

Website: Intercity Hotel Salalah
Kosten: 76 EUR per nacht inclusief ontbijt

Dubai
Het Hilton Garden Inn Dubai Al Muraqabat ligt zo ongeveer halverwege het vliegveld en het centrum. Op 10 minuten lopen ben je bij een metrostation. Het is een druk en populair toeristenhotel, ook voor groepen. Voor het eerst deze reis ook internationale zenders op de TV, inclusief het Nederlands/Vlaamse BVN.

Website: Hilton Garden Inn Dubai Al Muraqabat
Kosten: 104 EUR per nacht inclusief ontbijt (88 EUR zonder).

Eten

Dankzij de vele immigranten kun je goed en goedkoop eten in Oman en de Emiraten. Vooral de Indiase en Libanese restaurants zijn prominent aanwezig.

Ontbijt
In alle restaurants was er een ontbijtbuffet, en vaak was de inhoud daarvan ook precies hetzelfde. Redelijk goede koffie, sinaasappelsap (meestal uit een pak), olijven, komkommer, tomaten, schapenkaas, Arabisch brood, zoete westerse broodjes (croissant, pain au chocolat), yoghurt, hummus. Als er warme gerechten waren, dan vaak Indiase.

Lunch
Vaak at ik tussen de middag warm – gezien de hitte buiten is het handig een heel lange siësta te nemen vanaf 12 uur. En dan kun je net zo goed meteen ergens gaan eten. Favoriet bij mij zijn altijd de Libanese/Arabische mezze: een verzameling kleine koude en warme gerechtjes.

Diner
Als ik ’s middags al warm gegeten had, haalde ik ’s avonds meestal yoghurt en een broodje bij de supermarkt. Soms ging ik ook uit eten, bijvoorbeeld Indiaas of “inheems”. Onderstaande biryani met kip werd aangeprezen als lokaal gerecht, hoewel Noord-India toch wel een meer plausibele plaats van origine is.

Kosten

Koeweit is het duurste land in deze regio. Mijn dagje kostte er 220 EUR.

Oman is een verrassend betaalbaar land. Eten kostte vaak niet meer dan 5 of 6 EUR, de entreeprijzen waren nominaal en een liter benzine krijg je al voor 0,40 EUR. Ook is het hier niet moeilijk een prima hotel onder de 100 EUR te krijgen. Ik gaf uiteindelijk 147 EUR per dag uit.

In de Verenigde Arabische Emiraten gaf ik 159 EUR per dag uit. Het is er veel toeristischer dan in Oman en er moet geld verdiend worden.

Terugblik Koeweit, Oman en de Emiraten 2018

Er zijn weinig landen schoner, veiliger en gemoedelijker dan Oman. Op één van mijn eerste dagen in het land kwam een ober mij achterna rennen in het winkelcentrum omdat er 5 rial (10 EUR) uit mijn portemonnee was gevallen tijdens het afrekenen. De deuren van de Bed&Breakfast in Muscat gingen nooit op slot. Bij bezoek aan het fort van Rostaq werd me direct koffie en dadels aangeboden. Er is weinig haast, en de mensen leven er comfortabel op een hoog welvaartsniveau.

Oman is een prettig en gemakkelijk land dus om in te reizen, ook nog eens omdat de infrastructuur uitstekend is en bijna iedereen goed Engels spreekt. Wat er wel ontbreekt is een bepaalde vorm van levenslust of ‘gezelligheid’ – misschien komt het door de hoge temperaturen (het was er begin april al elke dag boven de 30 graden), of door de toch conservatieve inborst.

Geitenmarkt van Nizwa

Het sfeervolle van Oman zit ook in de traditionele kleding die nog door alle mannen gedragen wordt: een lang gewaad (dishdasha) met een hoedje, de kuma. Vrijwel alle vrouwen gaan trouwens volledig gesluierd in een abaya, vaak ook nog met een niqab (gezichtsbedekking).

Oman was zoals verwacht duidelijk het hoogtepunt van deze regio, zowel qua cultuur als landschap. De Verenigde Arabische Emiraten mogen er wel naast liggen, maar zijn toch een heel ander verhaal. Wat andere toeristen toch een week in Dubai doen is mij een raadsel: het is een moderne megastad die door de vele Aziatische immigranten aanvoelt als Kuala Lumpur, maar dan zonder eigen levende cultuur. Het beste wat je er eigenlijk kunt doen is dagtochten naar de andere Emiraten maken. Daarvan beviel Sharjah mij het beste. Ik ben ook blij dat ik Koeweit aan de route had toegevoegd: het is een apart land waar ik best nog een dagje langer had willen blijven (langer dan 2 dagen hoeft overigens ook weer niet).

Hoogtepunten

De 7 hoogtepunten van deze 2-weekse reis door Koeweit, Oman, Dubai, Sharjah en Abu Dhabi waren voor mij:

  1. Het falaj irrigatiesysteem en het dorpje Birkat Al-Mouz
  2. De wandeling en de uitzichten in de Wadi al-Shab
  3. De kustroute in Dhofar naar Mirbat
  4. Het vinden van de werelderfgoedtombes van Al-Ayn
  5. Het Al-Mahatta luchtvaartmuseum in Sharjah
  6. De Grote Sultan Qaboes-moskee in Muscat
  7. De geitenmarkt van Nizwa

Het eindoordeel

Langs mijn subjectieve meetlat ziet het eindoordeel er per land als volgt uit:

Bij alle 3 landen scoort het reisgemak heel hoog: ze zijn vriendelijk, schoon, veilig en efficiënt. Alleen Koeweit heeft een puntje aftrek gekregen vanwege de achterhaalde visumprocedure. Verder zou ik geen separate reis naar Koeweit of de Emiraten aanraden, maar als je in de buurt bent zijn beide een bezoek waard.

Leave a comment