World Heritage Traveller

Namibië 2017/2018

Written by:

  1. Programma Namibië
  2. Windhoek
  3. Daan Viljoen
  4. Kalahari
  5. Stokstaartjes en kokerbomen
  6. Fish River Canyon
  7. Lüderitz
  8. De wilde paarden van Aus
  9. #650: Zandzee van de Namib
  10. Mount Etjo
  11. 7x Etosha
  12. Damaraland
  13. #651: Twyfelfontein
  14. De robbenkolonie van Kaap Kruis
  15. Kaapstad
  16. #652: Floraregio van de Kaap
  17. #653: Robbeneiland
  18. Terugblik Namibië 2017/2018
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma Namibië

Over 6 weken ‘mag’ ik weer op reis: ik ga terug naar Zuidelijk Afrika. Voor het eerst in lange tijd ben ik 3 weken onderweg. Met Wild Dog Safaris maak ik een rondreis van 2 weken door Namibië: een week door het zuiden en een week door het noorden. Daarnaast kijk ik vooraf zelf nog een paar dagen rond in en om de Namibische hoofdstad Windhoek, en sluit ik mijn reis af met 4 dagen in Kaapstad (Zuid-Afrika).

Het plan is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
26 decemberVlucht met KLM van Amsterdam naar Windhoek (KL575), vertrek om 23.00 uur.Vliegtuig
27 decemberAankomst in Windhoek om 12.15 uur. Het is 1 uur later in Namibië dan in Nederland.Maison Ambre, Windhoek
28 decemberBezoek aan het centrum van Windhoek, met o.a. het Nationaal Museum, de Nationale Kunstgalerij en de Christuskirche stammend uit de Duitse koloniale tijd.Maison Ambre, Windhoek
29 decemberWandeling door het Daan Viljoen Game Park, 18 kilometer buiten Windhoek. Het is bekend om zijn vogels en hoefdieren.Maison Ambre, Windhoek
30 decemberStart van de tour, met een tocht naar de Kalahari-woestijn. Dit is eigenlijk een halfwoestijn, waar wel eens wat regen valt en het groener is dan gemiddeld. In de namiddag gaan we daar in een safari auto op zoek naar wilde dieren.Bagatelle Kalahari Game Ranch, Mariental
31 decemberWe rijden verder naar het zuiden. In de buurt van Keetmanshoop bezoeken we een plek met fossielen van de Mesosaurus (een uitgestorven groot reptiel). Ook kun je hier kokerbomen zien. Eindpunt van de dag is de Fish River Canyon, de grootste kloof in Afrika en de op 1 na grootste ter wereld.Fish River Lodge, Fish River Canyon
1 januariIn de ochtend gaan we naar het beste uitzichtpunt over de Fish River Canyon. Daarna rijden we door naar de koloniale kustplaats LüderitzLuderitz Nest Hotel, Lüderitz
2 januariIn de ochtend is er tijd voor een bootcruise vanuit Lüderitz, bijvoorbeeld naar de pinguins op Halifax eiland.
Bij Diaz Point zijn veel vogels en zeeleeuwen te zien. ’s Middags gaan we naar de spookstad Kolmanskop, een mijnstadje uitgestorven in de jaren dertig nadat elders betere diamanten werden gevonden.
Luderitz Nest Hotel, Luderitz
3 januariVia onverharde wegen rijden we noordwaarts door een ruig landschap. Het eindigt bij de duinen van het Namib Naukluft Park.Sossusvlei Lodge,, Sossusvlei
4 januariVroeg in de ochtend gaan we naar de fotogenieke rode zandduinen van de Sossusvlei en Dead Vlei. (WE1)Sossusvlei Lodge, Sossusvlei
5 januariDoor een mooi landschap en via bergpassen rijden we terug naar Windhoek. Einde van het zuidelijke deel van de tour.Windhoek Gardens Guesthouse, Windhoek
6 januariWe rijden via Okahandja, met de grootste houtsnijmarkt van Namibië, naar Mount Etjo. De lodge ligt aan een meer waar veel vogels en nijlpaarden verschijnen. Het is een particulier reservaat waar je ook leeuwen en jachtluipaarden kunt voeren.Mount Etjo Safari Lodge, Okonjati Game Reserve
7 januariRit noordwaarts naar het oostelijk deel van het Etosha Nationaal Park. We overnachten in een omgebouwd oud Duits fort. In de middag een eerste safari.Namutoni Rest Camp, Etosha National Park
8 januariEen volle dag safari rijden door het Etosha Nationaal Park. De overnachting is bij een grote verlichte drinkplaats, waar veel dieren in interactie te zien zijn.Okaukuejo Rest Camp, Etosha National Park
9 januariWe rijden door het westelijk deel van het Etosha Nationaal Park. In de middag maken we er een game drive op zoek naar wilde dieren.Hobatere Lodge, Kaokoveld
10 januariIn de ochtend bezoek aan een dorp van de Himba-stam. Verder door de bergen naar de rotstekeningen van Twyfelfontein (WE2).Twyfelfontein Country Lodge, Twyfelfontein
11 januariRit langs de hoogste berg van Namibië en door Damaraland. We stoppen in het plaatsje Uis, een oud mijnstadje waar (half)edelstenen te koop zijn. Langs de kust bezoeken we verder de zeehondenkolonie van Cape Cross.Swakopmund Lifestyle B&B and Apartments, Swakopmund
12 januariNog een ochtend in de badplaats Swakopmund voor activiteiten zoals de Living Desert Tour op zoek naar reptielen, spinnen en andere kleine beestjes in de woestijn. Na de lunch rijden we in 4,5 uur terug naar Windhoek.Windhoek Gardens Guesthouse, Windhoek
13 januariVlucht naar Kaapstad met South African Airways. Vertrek om 11.05, aankomst om 13.10 uur.Klein Bosheuvel Guest House, Kaapstad
14 januariOp loopafstand van het hotel liggen de botanische tuinen van Kirstenbosch (WE3). Vandaar is ook de Tafelberg te zien, en wellicht bij goed weer ook te bezoeken.Klein Bosheuvel Guest House, Kaapstad
15 januariBoottour naar Robben Island (WE4), de plaats waar o.a. Nelson Mandela jarenlang gevangen werd gehouden.Klein Bosheuvel Guest House, Kaapstad
16 januariWandeltour door de wijk BoKaap, en de rest van het centrum van Kaapstad. Terugvlucht om 00.30 uur in de nacht, rechtstreeks van Kaapstad naar Amsterdam met KLM.Vliegtuig
17 januariAankomst op Schiphol om 11.15 uur.Thuis

Windhoek

Als ik net in een ‘nieuw’ land ben aangekomen dwaal ik graag wat door de hoofdstad. Om een eerste gevoel te krijgen voor hoe het land werkt. Zo ook in de Namibische hoofdstad dus: Windhoek.

De eigenaresse van mijn pension in Windhoek vraagt me bij het ontbijt of ik voor werk in de stad ben. Geen enkele toerist blijft hier immers drie nachten. Maar ik dus wel – ik heb twee volle dagen ‘vrijaf’ voordat mijn tour door het land begint. De eerste daarvan besteed ik aan het verkennen van Windhoek.

Het pension ligt in de rustige buitenwijk Klein Windhoek, maar het is niet al te ver lopen naar het centrum van de stad. Ik heb op een printje uit de Lonely Planet reisgids een tiental bezienswaardigheden aangekruist om een rondwandeling langs te maken. De eerste afslag, naar het voormalige Duitse kasteel Heinitzburg, mis ik al meteen. De afstanden zijn veel korter dan ik had gedacht, en voor ik het weet sta ik in één van de hoofdstraten van Windhoek.

Bezienswaardigheden Windhoek

Die hoofdstraten zeggen meteen al iets over de Namibische recente geschiedenis en politiek: de Robert Mugabe Avenue en de Fidel Castro Street eren de controversiële leiders die steun hebben gegeven aan de Namibische onafhankelijkheidsstrijd. Mugabe Avenue is zelfs de belangrijkste straat van de stad. Op een website van de SWAPO, de organisatie die de vrijheidsstrijd leidde en daarna sinds jaren de belangrijkste partij is in democratisch Namibië, wordt Zimbabwe’s nu voormalige president Mugabe de hemel in geprezen als de enige ware anti-koloniale leider.

Ironisch genoeg liggen aan Mugabe Avenue én Fidel Castro Street de best bewaard gebleven koloniale gebouwen van de stad. Gebouwen uit de korte Duits-koloniale tijd (1884-1915) welteverstaan – daarna volgde tot aan de onafhankelijkheid van Namibië in 1990 de bezetting door het Zuidafrikaanse apartheidsregime. Het Namibisch parlement zetelt tegenwoordig in het fraai genaamde Tintenpalast. En centraal op een rotonde staat de Christuskirche te schitteren, een Luthers kerkje dat er uit ziet om op te eten.

Christuskirche, Windhoek

Ik loop eerst helemaal door naar de noordkant van het centrum. Je loopt hier rustig op straat, er zijn brede trottoirs en het is er vrij netjes. Mensen lopen er te winkelen als in een Europese provincieplaats. Af en toe spreekt een verkoper me aan: eerst in het Duits, maar als ik in het Engels antwoord dat ik uit Holland kom schakelen ze snel over naar het Afrikaans. Deze taal is hier nog veel meer in gebruik dan in Zuid-Afrika zelf.

Het station van Windhoek is ook door de Duitsers opgezet. Tegenwoordig rijden er nog maar weinig treinen, maar het gebouw is het bezoek waard. Als ik buiten wat foto’s aan het maken ben vraagt een man of ik het spoorwegmuseum wil zien. Speciaal voor mij gaat de deur open en gaan de lichten aan in het tiental ruimtes met spoorwegherinneringen. Het meeste dateert uit de Zuidafrikaanse tijd.

Volgende geplande stop is het Nationaal Museum, voor mij een vaste halte in iedere hoofdstad. Hier in Windhoek is het gehuisvest in een gebouw dat betere tijden heeft gekend. Het hek is open, maar de voordeur is verzegeld met een stevig kettingslot. Ze hebben vast de hele week tussen Kerst en Oud&Nieuw maar vrij genomen…. Ik loop inmiddels al zo’n anderhalf uur door de stad en het is erg heet geworden. Gelukkig zijn er dan de moderne winkelcentra waar de airco op standje koud staat. Ik kijk er wat rond en neem een Italiaans ijsje.

Een stukje terug naar het zuiden zou nog het Onafhankelijkheidsmuseum moeten liggen. Op de heenweg was ik er ook al langs gelopen maar zag de ingang niet. Hier blijkt het kaartje uit mijn reisgids helemaal niet te kloppen: niet getekend maar historisch belangrijk heb je hier de Alte Feste. Dit was de eerste vesting die de Duitsers bouwden in deze streek en waar omheen zich Windhoek heeft ontwikkeld. De vesting is nu een dependance van het Nationaal Museum (en helaas dus ook gesloten). Het valt tegenwoordig een beetje weg tussen de modernere gebouwen, maar op een oude foto die ik even later in het Onafhankelijkheidsmuseum tegenkom kun je zien hoe imposant het vroeger was.

Alte Feste, Windhoek

Het Onafhankelijkheidsmuseum blijkt te zitten in de hoge moderne toren die naast het oude fort staat. Toegang is gratis. Met de lift kun je drie verdiepingen aandoen waarin de strijd voor Namibische onafhankelijkheid wordt weergegeven. Je krijgt er spontaan communistische deja vu-gevoelens bij. Dat komt dan vooral door die prachtige panoramaschilderingen met massa’s strijders en arbeiders. En misschien wel ook door die foto’s bij de ingang van de eerste Namibische president Nujoma met zijn ambtgenoten uit Noord-Korea en China. Later lees ik dat het protserige gebouw zelf ontworpen en gebouwd is in sociaal-realistische stijl door een Noord-Koreaanse firma!

Ik sluit mijn wandeling door de stad af in meer kapitalistische sferen. In de Post Street Mall lunch ik bij een oude favoriet uit Zuid-Afrika: het visrestaurant Ocean Basket. Je hebt er vanaf het terras uitzicht op fragmenten van een meteoriet, die in de oudheid bij het Namibische plaatsje Gibeon is neergekomen en nu hier worden tentoongesteld.

Daan Viljoen

Zo’n 20 kilometer ten westen van Windhoek ligt het kleinste Nationaal Park van Namibië: Daan Viljoen. Ik laat me er om half 8 in de ochtend met een taxi naar toe brengen. Het bijzondere van dit park is dat er geen roofdieren zitten, en je dus te voet en zonder begeleiding van een gids mag rondlopen. Er zijn twee wandelpaden uitgezet, een langere en een kortere. Ik wil eigenlijk de langere doen (van 8 kilometer), maar bij de parkingang krijg ik te horen dat ik dat niet mag omdat ik alleen ben. Je moet met minimaal twee personen op pad. Een beetje teleurgesteld begin ik dan maar aan de 3,5 kilometer lange Wag ’n Bietjie Trail.

Daan Viljoen: wandelpad

De taxichauffeur komt me pas om 1 uur weer ophalen, dus ik doe het rustig aan. Het pad loopt door een drooggevallen rivierbedding. Hij heeft de naam “Wag ’n Bietjie” (Wacht een beetje) meegekregen, vernoemd naar de Afrikaanse naam voor de wegedoorn. Deze struik heeft stevige doorns waar je makkelijk met je kleren achter blijft haken als je er langs loopt.

Zo vroeg in de ochtend is het een drukte van belang met heen en weer vliegende vogels. Veel hele kleintjes, maar ik spot in een boomtop ook een neushoornvogel: de Monteiro’s Tok. Hij heeft een grote gebogen snavel, en als-ie dan in een boom zonder bladeren zit valt hij wel op.

Ik verwacht op dit stuk niet echt veel grotere zoogdieren tegen te komen, maar opeens holt daar in een flits een oryx oftewel gemsbok voorbij. Deze grote antilope is het nationale dier van Namibië en ik zal er op het vervolg van mijn reis vast nog tientallen tegen komen. Het beest gaat me even verderop vanaf een afstandje staan bekijken, zodat ik ook nog een foto kan maken.

Omdat ik alle tijd heb besluit ik al snel te pauzeren op een steen in de schaduw, met zicht op een rots. Mijn aandacht wordt eerst getrokken door een oranje-blauwe hagedis die als een gek achter een andere hagedis aanrent. Hij krijgt hem (of haar) niet te pakken.

Opeens hoor ik een hoog en langgerekt piepend geluid vanaf dezelfde rotswand komen. Daar zit dus nog een beest. Al snel zie ik op een richel een harig bolletje. Het is een rotsklipdas. Deze schreeuwlelijk staat op de wacht zodat de rest van de familie (onzichtbaar en ongestoord) kan eten. Hij loopt wat heen en weer over de breedte van de rotswand en is goed te zien.

De wandeling door de kloof eindigt bij een kleine dam, waar nog een paar poeltjes water in staan. Dat lijkt me ook wel een goede plek om een tijdje af te wachten welke vogels of andere dieren er langs komen. Gelukkig is er ook hier een plek in de schaduw om te zitten. Echt heel veel komt er niet voorbij, tot er opeens rechts van mij over het pad een blauwe gnoe komt aansjokken. Deze beesten zien er altijd wat moedeloos uit, en dit exemplaar kijkt mij aan alsof ik hem de weg naar het water versper. Langs mij lopen durft hij niet en hij maakt rechtsomkeert.

Daan Viljoen: Blauwe gnoe

Ik hoor dan voor het eerst deze ochtend ook menselijke geluiden: een Nederlands/Zuidafrikaanse familie van 4 is ook bij het einde van de wandeling aangekomen. Allebei hebben we echter geen idee hoe we weer uit de kloof moeten – op het kaartje lijkt het alsof je via een zandpad naar de grote weg kunt komen. Maar laat daar nou net een groepje bavianen zijn neergestreken. Ze maken veel lawaai, vooral tegen elkaar. Het is niet erg uitnodigend om er langs te lopen.

Ik besluit daarom maar hetzelfde pad terug te lopen als ik gekomen ben. Zonder stops is het maar een half uurtje lopen. Ik voel nog wel een scherpe steek onder mijn voet, alsof er een naald is ingestoken. Het blijkt een doorn die dwars door de schoenzool van mijn wandelschoenen prikt. Later pluk ik zeker nog een stuk of 20 andere doorns uit mijn zolen.

Het is inmiddels half 12 als ik weer bij de parkingang ben, en ik wil nog gaan lunchen bij het restaurant op het terrein. Hiervoor moet je weer langs een slagboom: het restaurant hoort bij een hotel en conferentieoord. De poortwachter waarschuwt dat ik misschien 150 Namibische dollar extra entree moet betalen om het terrein op te mogen. Dat is 10 EUR als ‘entreegeld’ voor een restaurant, dat kan toch niet de bedoeling zijn. Ik ga gewoon maar op het terras zitten. De serveerster vraagt me naar mijn entreekaartje, en ik laat dat van het nationaal park zien (een stuk goedkoper met 50 Namibische dollar). Ze zegt dat het eigenlijk niet mag, maar ik pleit dat ik alleen maar wil lunchen en zo weer weg ga. Op het complex is ook een groot zwembad en zo, ik kan me voorstellen dat je daar dagjesmensen extra voor laat betalen.

De serveerster gaat weer naar binnen, en even later komt de eigenaresse of manager (een blanke vrouw, dat moet wel de baas zijn…) naar buiten. Ze knoopt een praatje met me aan, in het Afrikaans als ze hoort dat ik uit Nederland kom. Geen woord over de extra toegang, dus ik bestel en krijg gewoon mijn lunch. Bij het weggaan fluistert de serveerster me nog toe dat ik het tegen niemand mag zeggen dat ik hier gezeten heb zonder het daggeld te betalen….

Kalahari

Namibië is een land van woestijnen, en daarvan bezoeken we eerst de Kalahari in het zuidwesten van het land. “We” zijn een groepje van 6 internationale reizigers (Canadees, Zwitsers, Engels en Nederlands) plus een Namibische gids die ook chauffeur is. Wild Dog Safaris heeft ons een truck ter beschikking gesteld die plaats heeft voor 12 personen, dus we kunnen lekker ruim zitten. Warm wordt het wel binnen, ondanks de airco, dus het ontaardt al snel in een beetje apathisch hangen.

IMG_2297

De rit van vandaag is 280 kilometer lang, en feitelijk rijden we in één ruk door naar onze eerste overnachtingsplaats zodat we daar ook kunnen lunchen. We stoppen alleen even om te tanken en voor een ijsje in de plaats Rehoboth. En voor een fotostop bij één van de vele grote nesten van de wevers. Ze nemen soms hele bomen over (die dan dood gaan), en elektriciteitsmasten vinden ze ook wel een handige plek.

De laatste 80 kilometer naar de Bagatelle Game Ranch, waar we zullen overnachten, gaat over een onverharde weg. Hier liggen geen plaatsen meer, alleen nog wat boerderijen. Dit is al echt het Kalahari-landschap: rijen rode zandheuvels achter elkaar, met open vlaktes er tussen.

Veel mensen zijn hier boer, wat op een Nederlander op het eerste gezicht wat vreemd overkomt als je het dorre zandlandschap met hier en daar wat struiken en lage bomen ziet. Maar ze doen hier aan veeteelt: koeien, geiten en struisvogels gedijen hier wel. Het wild (gemsbokken, steenbokken) loopt er overigens gewoon tussen door, die zijn neem ik aan ook om op te eten.

IMG_2304

Tijdens de lunch constateren we dat het wel heel warm is geworden. 36 graden geeft de meter aan. Veel te warm om iets te doen, dus net als de afgelopen dagen in Windhoek houd ik op mijn kamer een lange siësta tot aan het einde van de middag.

Om half 5 staat pas de eerste activiteit gepland. Samen met een Duits gezin maken we een tocht per open jeep over het terrein dat bij de lodge hoort. In totaal hebben ze 10.000 hectare land. De Kalahari is geen heel droge woestijn, meer een half-woestijn met genoeg planten- en dierenleven. Maar erg groen is het allemaal niet, en je vraagt je af of het dit seizoen al geregend heeft.

IMG_2314

Op het terrein ligt een groot droog gevallen meer. Alleen een enkele gemsbok vertoont zich daar op de vlakte. Verder huppelen aan de rand tientallen springbokjes. Van dezelfde antilopen-familie zien we later ook nog impala’s, een kudu en een waterbok.

De jeeptour gaat verder op en af door de duinen. Een 4-wiel aangedreven auto is hier in het diepe zand wel een must. De dieren lijken hier niet zo gewend aan het geluid van auto’s: vaak sprinten ze al weg als we een heuvel over komen. Vooral de zebra’s zijn hier opvallend schuw, die laten eigenlijk alleen een stofwolk achter.

De giraffen laten zich wat beter van dichtbij bekijken. We treffen er eerst eentje door de knieën gezakt in een halve spagaat om water uit een drinkbak te krijgen. Daarna zien we er drie gezellig bij elkaar onder een boom zitten. Zo op de grond, klaar om te gaan slapen, zie je ze niet vaak. Het mooist is het toch als ze aan de wandel gaan en de hoge blaadjes van de bomen aan het trekken zijn.

IMG_2375

De tour duurt tot zonsondergang. Die is pas tegen kwart voor 8, dus we zijn ruim 3 uur onderweg. Als het bijna zo ver is, rijden we naar een hoge zandheuvel in de buurt van de lodge. Daar staan twee personeelsleden klaar met drankjes en chips. Er komt nog een andere jeep met gasten bij staan, en samen borrelen we tot het donker is met mooi uitzicht over de parallelle rijen duinen van de Kalahari-woestijn.

Stokstaartjes en kokerbomen

Vandaag staat er een lange reisdag op het programma: 500 kilometer, van Bagatelle naar de Fish River Canyon. We zijn het terrein echter nog niet af of een Engelse reisgenoot spot beweging langs de kant van de weg: stokstaartjes! Deze schattige beestjes stonden bovenaan mijn zoogdierenwensenlijstje voor deze reis. Ze komen alleen voor in de Kalahari-woestijn, dus gisteren en vandaag was de enige kans om ze te zien. Ze zijn niet erg zeldzaam, maar je moet wel geluk hebben net in de buurt van hun nest te komen.

Zo op de vroege ochtend is de hele kolonie aan het ‘werk’ om eten bij elkaar te scharrelen. Ze graven druk in de grond om mieren naar boven te halen. Er is een jonkie bij dat ook al meedoet. We kunnen tot vlakbij hen komen, het zijn de minst schuwe beestjes die ik hier in Namibië gezien heb. Af en toe gaat er eentje karakteristiek op zijn achterpoten staan om de omgeving te scannen, maar er is blijkbaar geen reden om het ochtendritueel van de familie te onderbreken.

IMG_2639

We staan een tijd toe te kijken, maar moeten uiteraard wel weer door om onze eindbestemming voor zonsondergang te halen. Ik zit deze dag voorin in de bus, op de bijrijdersstoel naast de chauffeur. Zo heb je breder zicht op de omgeving, en rijd je ook een beetje mee aan de hand van de verkeersborden. Het eerste deel van de tocht gaat vlot over een asfaltweg. We stoppen even voor drank en snacks bij een benzinestation in Keetmanshoop, en daarna rijden we verder zuidwaarts richting de enige geplande bezienswaardigheid van vandaag: de Mesosaurus fossielenvindplaats. Voor Namibische begrippen is het hier vrij druk op de weg (denk: zo’n 10 tegenliggers per uur). Ook zie ik hier voor het eerst mensen langs de weg staan hopend op een lift of een bus.

IMG_2654

De fossielenvindplaats ligt natuurlijk niet aan de asfaltweg. Hiervoor moeten we nog eens 39 kilometer de eenzaamheid in over een grindweg. Er liggen een paar boerderijen aan, en eentje daarvan is van de man die de fossielen heeft gevonden. Hij heet Chiel en heeft Nederlandse voorouders die al in 1715 naar de Kaapkolonie in Zuid-Afrika zijn geëmigreerd. Later is hij met zijn ouders weer naar Namibië verhuisd, naar deze boerderij die hij samen met zijn zoon nog steeds in bedrijf heeft. Ze fokken onder andere geiten. Met windmolens wordt water uit de grond en in waterbakken voor de dieren gepompt.

IMG_2677

“Gelukkig is het niet zo warm vandaag”, zegt-ie als we met z’n allen rond het middaguur in de kokende zon in de woestenij staan. Het doet me erg denken aan het bezoek dat ik twee jaar geleden bracht aan Vredefort in Zuid-Afrika: stenen kijken op privéterrein in de hete open vlakte. Fascinerender dan het verhaal achter de fossielen is eigenlijk hoe zijn familie hier überhaupt een bestaan heeft opgebouwd. Ze hebben wel veel grond, maar dat heeft iedere boer hier eigenlijk wel omdat de grond zo karig is. Ik vraag me af hoe ze er van kunnen leven. Onze gids oppert nog dat hij ook inkomsten krijgt uit het rondleiden van bezoekers langs de fossielenvindplaats. Maar of er veel toeristen komen betwijfel ik gezien de afgelegen plek.

IMG_2681

De fossielen die hier zijn gevonden zijn afdrukken van een reptiel, een soort hagedis: de Mesosaurus. Ze zijn 250 miljoen jaar oud, en ze zijn ontstaan toen er hier een binnenzee was.

Op zijn grond is nog meer te zien. Hier groeien de kokerbomen, een plantensoort die alleen in deze omgeving voorkomt. Hun takken zijn hol, daarvan kun je dus handige kokers maken om je pijlen in op te bergen. Het zijn erg fotogenieke planten die tussen de rotsen groeien. De omgeving is hier extra bijzonder omdat ze tussen de vreemd gevormde stenen van het doloriet staan: lava in vaste vorm dat door erosie aan de oppervlakte is gekomen.

IMG_2691

Fish River Canyon

De laatste jaren maak ik er een goede gewoonte van Nieuwjaarsdag op een spectaculaire plek door te brengen. Het was Virunga Nationaal Park in 2016 met z’n gorilla’s en chimpansees, en vorig jaar de Rotseilanden van Palau. Dit jaar werd ik op 1 januari wakker aan de rand van de Fish River Canyon in het zuiden van Namibië.

Mijn slaap werd deze nacht vaak onderbroken door de sterke, huilende wind die door de canyon en langs de huisjes van de lodge raast. Bij het inchecken krijg je behalve de sleutel ook een zaklamp en oordopjes mee, dat zegt wel wat. Maar het is een prachtige plek om vanuit je bed de zon te zien opkomen boven de canyon en de rotsen steeds van kleur te zien veranderen.

IMG_2745

Deze kloof wordt vaak de op één na grootste canyon ter wereld genoemd (na de Grand Canyon in de Verenigde Staten). Het meten van canyons/kloven is echter niet zo eenduidig: gaat het om de lengte, de breedte, de hoogte of de totale oppervlakte? Er zijn zeker wel vergelijkbare kloven elders in de wereld, maar deze in Namibië hoort in ieder geval tot de meest imposante.

De Fish River Canyon (Visrivierkloof) bestaat uit twee canyons in één: de buitenste canyon is ontstaan toen een tektonische breuk een breed gat maakte in de aardkorst. Vervolgens creëerde de Visrivier op de bodem van de vallei door erosie de binnenste canyon. Als je vanaf de rand naar beneden kijkt zie je eerst een breed terras, en daarbinnen in een smallere doorgang uitgesleten door de rivier.

IMG_2751

Vanuit de lodge maakten we om 7 uur in de ochtend een jeeptour langs 4 uitkijkpunten over de canyon. Zo vroeg is het nog echt koud hier, maar gelukkig zijn er dekentjes in de open jeep. Het was leuker geweest als we een stuk hadden kunnen wandelen door de canyon, maar dat is alleen toegestaan buiten het zomerseizoen. De temperaturen lopen nu (in de zomer van het zuidelijk halfrond) te hard op in de loop van de dag. Het kost 5 dagen om de hele canyon door te lopen via de bodem. Maar ze hebben vanaf de lodge ook begeleide wandelingen van een halve of hele dag.

IMG_2788

Het is verleidelijk om de Fish River Canyon te vergelijken met de Grand Canyon. De bezoekersaantallen zijn hier slechts een fractie van die in Amerika, alhoewel dit ook de op één na meest bezochte bezienswaardigheid van Namibië schijnt te zijn. Er waren zo’n 40 gasten in de lodge, en dat is de enige overnachtingsplaats direct aan de canyon. Daarnaast komen er dagjesmensen langs de verschillende uitkijkpunten aan de andere kant. Maar er zijn geen faciliteiten om de mensen daar lang bezig te houden.

Om bij de Fish River Lodge te komen is trouwens al een avontuur op zich. Vanaf de asfaltweg tussen Keetmanshoop en Lüderitz kost het 108 kilometer / 2 uur rijden over een onverharde weg. Het eerste stuk is nog grindweg, waarop je hard kunt doorrijden. De laatste 40 kilometer of zo is een hobbelige zandweg. De weg passeert nog een paar boerderijen en eindigt aan de kloof.

Een ander groot verschil met de Grand Canyon is dat de grond hier veel droger is. Er groeit nauwelijks iets op de rand van de kloof, en nog minder er in. Helemaal in de diepte zagen we nog een beetje water staan. Alleen een paar sterke vetplanten overleven. Dieren zie je dus ook nauwelijks, alleen een enkele hagedis. De gids die ons rondreed vertelde dat er al 8 jaar lang geen regen van betekenis is gevallen in dit gebied. Zelfs de iconische kokerbomen, die maar heel weinig nodig hebben, beginnen dood te gaan.

IMG_2796

Lüderitz

In 1883 wisten de Duitsers bezit te nemen van een stuk grondgebied aan de Namibische Atlantische kust, ingesloten door woestijn. Het is nog steeds een barre plek, geteisterd door harde wind vanaf de koude zee die op de hitte van het vasteland botst. Op de weg ernaar toe komen we in een zandstorm terecht: de wind jaagt ladingen fijn zand over de asfaltweg. Langs de kant van de weg staan de shovels al klaar om de nieuw gevormde zandduinen weer van de weg te schuiven, net als bij ons de sneeuwschuivers.

Toen er in 1908 diamanten in de buurt werden gevonden, vestigde men zich hier permanent en werd de stad Lüderitz gesticht. Ze hebben er nog een aardig plaatsje van weten te maken, met een Lutherse kerk en diverse gebouwen in Duits-koloniale stijl. Er wonen nu zo’n 25.000 mensen, hoewel bijna niemand daarvan zich door de weersomstandigheden buiten op straat laat zien.

Lüderitz ligt aan de Benguela zeestroom. Koud en voedselrijk water wordt hier zo’n 200-300 meter van de bodem opgeweld door de wind. Dit maakt het een aantrekkelijke plek om te leven voor vissen, vogels en zeezoogdieren. Op één van de eilanden voor de kust leven zelfs pinguïns. We maken vroeg in de ochtend een catamarantour richting dat Halifax-eiland. Het is een vrij ontspannen tocht (het waait nog niet zo erg als de dag ervoor), en we zien onderweg kleine dolfijnen voorbij zwemmen. Ook is er een rots waarop tientallen zeehonden liggen.

IMG_2881

We houden stil iets voor de kust van Halifax-eiland, je mag er niet aan land. Gelukkig komen de pinguïns vanzelf voorbij zwemmen. Ik had de beestjes nog niet eerder zien zwemmen, ze lijken zo wel grote eenden. Op het strand staan er daarnaast nog honderden of misschien wel duizenden. Wel grappig dat ze hier allemaal bij elkaar blijven op dat ene eiland, terwijl er genoeg andere eilanden hier in de buurt zijn.

IMG_2890

De boottocht is zo gepland dat de toeristen daarna de tijd hebben om zich tien kilometer buiten Lüderitz te verplaatsen naar de spookstad Kolmanskop. Daar begint om 11 uur een rondleiding langs de verlaten gebouwen. Kolmanskop is net als Lüderitz een plaatsje gebouwd door de Duitsers in 1908, toen in dit gebied diamanten werden gevonden. In de begintijd waren er dat zoveel dat ze met de blote hand van de grond geraapt konden worden. Later werd er ook gegraven. De diamantgekte duurde niet lang: eigenlijk al na de Eerste Wereldoorlog werd er elders in Namibië een veel betere vindplaats ontdekt.

IMG_2933

Vanaf 1956 is de stad geheel verlaten, en neemt het alsmaar bewegende zand langzaam bezit van de gebouwen. De paar honderd Duitsers hadden het goed voor elkaar hier met alle nodige voorzieningen (ziekenhuis, treinstation) en vrijetijdsbesteding (turnzaal, kegelbaan). Na de tour mag je vrij rondlopen en de meeste gebouwen zelf verkennen. Sommige zijn nog wel in redelijke staat, maar bij andere is het dak ingestort en liggen de kamers vol binnengewaaid zand. Dat verval en het werk van het zand maakt het een heel fotogenieke plek.

IMG_2941

Aan het eind van de middag gaan we dan nog naar het Diaz-punt, een kilometer of 20 buiten Lüderitz. Het was hier dat de Portugese ontdekkingsreiziger Bartolomeu Diaz in 1488 een kruis op de kust plantte. Hij was op de terugweg van Kaap de Goede Hoop. Nu staan er een vuurtoren en een replica van het kruis.

Hier staat ongelooflijk veel wind, en dat zegt wat want we zijn al heel wat gewend de laatste dagen. Er was ooit een wandelbrug naar de top, maar die is door de zee weggeslagen. Er is nog wel trap uitgehouwen in de rots. Daar kun je met gevaar voor eigen leven het hoogste punt bereiken. Het enige positieve dat er over te zeggen valt is dat je vandaar de beste foto’s kunt maken van de zeehonden op een eilandje voor de kust. Het is hetzelfde eiland als dat we vanochtend met de catamaran passeerden, maar daar was de zee te onstuimig om ze goed te kunnen zien. Verder zitten er hier veel watervogels. We zien verschillende flamingo’s.

De wilde paarden van Aus

Geen reisverslag over Namibië is compleet zonder een sectie over de wilde paarden in de omgeving van de plaats Aus. Er bestaan allerlei theorieën over hoe ze er gekomen zijn, maar het waarschijnlijkst is dat ze zijn achtergelaten door de koloniale Duitsers. In ieder geval zijn ze sinds die tijd verwilderd, en leven ze in de bergen en soms op de vlaktes in de buurt van Aus. We reden hier eergisteren ook al langs, maar toen was er geen (wild) paard te bekennen.

Gelukkig kent de gids ook nog een waterput waar ze vaak komen drinken. Daar gaan we deze ochtend heen. Als we aankomen is er echter nog steeds geen paard te zien. We gaan toch maar uit de truck. Even later zegt de gids dat hij twee paarden aan ziet komen uit de bergen. Wij zien een hele tijd nog niets maar hij heeft gelijk. Twee paarden sjokken langzaam maar in loodrechte lijn op de waterput af.

Opeens komen er vanaf de andere kant 10 gemsbokken aangelopen in flink tempo. Ze zijn eerder bij de waterput dan de paarden, maar lijken geen bezwaar te hebben die te delen. De gemsbokken duwen elkaar met hun grote horens soms weg bij het water. De paarden laten ze met rust.

IMG_3095

De put hier wordt open gehouden en onderhouden op kosten van het diamantmijnbouwbedrijf in Lüderitz. Zonder deze watervoorziening zouden de paarden het niet overleven. Door de grote droogte van de afgelopen jaren zijn er al veel dood gegaan. Daarnaast worden ze door vrijwilligers bijgevoerd met hooi – hoewel ze dat volgens onze gids meestal laten liggen ten faveure van eten dat ze toch nog wel in de bergen kunnen vinden. Het was prachtig de paarden maar ook de gemsbokken in actie te zien in deze barre omgeving.

IMG_3098

#650: Zandzee van de Namib

Wat is het?
De Zandzee van de Namib is het omvangrijkste voorbeeld ter wereld van een nevelwoestijn. Mist die komt vanaf zee is de primaire waterbron voor de planten en dieren in deze superdroge woestijn. Dit is een ongerept en continu door de wind veranderend landschap dat voor 84% uit zandduinen bestaat. Hun diversiteit aan vormen en kleuren geven deze zandzee buitengewone natuurlijke schoonheid.

IMG_3175

Cijfer: 8 (Het is een enorm groot landschap (3 miljoen hectare, dat is 75% van de omvang van Nederland), waarvan maar een klein stuk toegankelijk is voor toeristen. Dat is dan wel meteen de meeste bezochte bezienswaardigheid van Namibië, meestal aangeduid met de verzamelnaam Sossusvlei. Wind die vanuit variabele richtingen komt heeft hier geleid tot ster- en piramidevormige duinen. Ik vond vooral de wandeling die we in de vroege ochtend door de Sossusvlei maakten prachtig.).

Toegang: Je betaalt hiervoor de entree tot het Namib Naukluft Nationaal Park. Dat is 80 Namibische dollar (5,40 EUR) voor buitenlandse toeristen. Voor mij was dit al inbegrepen in de prijs van mijn tweeweekse tour door Namibië.

Hoeveel tijd: Ik was er 2 nachten / iets meer dan een volle dag.

Opvallend: We logeren in de Sossus Dune Lodge, het enige hotel dat ligt binnen de grenzen van het nationaal park. Dat heeft als voordeel dat je al vóór zonsopkomst op pad kunt (de mensen die buiten het park logeren moeten wachten tot de poort open gaat bij zonsopgang). Dit is enerzijds handig om de ergste hitte voor te zijn, maar het geeft je ook de gelegenheid om de zon te zien opkomen tussen de duinen. De uitgelezen plek daarvoor is Duin 45, met 150 meter één van de hogere rode zandduinen. We zijn er als eersten, tegen half 6 in de ochtend. De zon komt hier in deze tijd van het jaar op rond kwart over 6, dus we zijn mooi op tijd. Wel moet je nog ‘even’ het duin beklimmen. Mij kost dat een half uur, maar fittere toeristen doen het in een minuut of 10.

IMG_3174

Eenmaal boven kun je op de richel gaan zitten wachten. In totaal zitten er zo’n 30 mensen op een rijtje. De magie van zonsopgangen en zonsondergangen vind ik altijd nogal overtrokken, en dat is hier eigenlijk ook zo. We zien de zon, het wordt lichter en de duinen komen in de ‘schijnwerpers’ van de zon te staan. Ze kleuren nu mooi donkerrood, waar ze later op de dag wat valer van kleur zijn.

Ons reisgroepje van 6 besluit als eerste weer te vertrekken, we hebben nog meer te zien deze ochtend. Naar beneden gaat gelukkig een stuk gemakkelijker dan naar boven: je loopt/holt gewoon in grote passen schuin van de helling af.

Met de safaritruck worden we dan een paar kilometer verder gebracht dieper het park in. We laten de truck staan bij wat de 2×4 parkeerplaats heet: tot daar mogen de niet-vierwiel aangedreven auto’s doorrijden. De meeste mensen pakken dan de shuttle-dienst tot aan de Dead Vlei (de “dode” vallei, naar de dode bomen die er staan). Wij gaan echter lopen, 5 kilometer dwars door de Sossusvlei met dezelfde eindbestemming.

Het is een heerlijke wandeling zo vroeg in de ochtend (we startten om 7.15 uur). Er is geen pad maar onze chauffeur/gids weet de weg. Je loopt voor een groot deel over de opgedroogde rivierbedding van de Tsauchab. Deze rivier is ook de reden dat er geen zandduinen in het midden staan: ze vormen zich alleen op één van beide oevers. Water stroomt er trouwens al jaren niet meer, voor het laatst was dat in 2011.

IMG_3231

Als je er bijna denkt te zijn moet je bij de Dead Vlei zelf nog flink wat over zandheuvels sjouwen. Na iedere hobbel denk je dat daar achter de kenmerkende witte kleivlakte met dode bomen ligt, maar schijn bedriegt. De mensen die minder goed ter been zijn en met de shuttle zijn gekomen, moeten dit stuk ook lopen en dat valt niet mee. Er gaan echt wel mensen halverwege terug. Ondanks dat het nog maar 9 uur in de ochtend is, is het al bloedheet. Bomen voor schaduw zijn er hier niet – want die zijn dood.

Halverwege staat een groepje jonge toeristen stil rond iets dat rondscharrelt in het zand. Het is een schorpioen – een reden te meer om hier niet met blote voeten door het zand te lopen (vanwege de hoge temperatuur van het zand is dat ook niet aan te raden).

IMG_3239

Ik blijf ongeveer een uur in de vallei – zo lang moeten we in ieder geval hier doorbrengen omdat onze jonge Engelse reisgenoot besloten heeft de hoogste zandduin van de omgeving (de Big Daddy, 325 meter) te beklimmen. Gelukkig is hij erg fit dus langer gaat het vast niet duren. In de Dead Vlei is het een komen en gaan van toeristen, zeker zo’n 50 mensen staan er tegelijkertijd op de witte kleivlakte. Toch is het nog makkelijk foto’s te maken zonder die mensen: de vlakte is zeker 100 meter lang en de meeste mensen blijven bij het begin ‘hangen’. Aan het eind van de vallei zijn ook een paar rotsen, in de schaduw waarvan ik een tijdje ga zitten om weer nieuwe energie op te doen.

De bomen hier zijn al honderden jaren dood, maar omdat er in deze woestijn geen termieten of zo leven blijven ze intact. Het aantrekkelijke van de Dead Vlei zit ‘em in het strakke kleurenspel: witte kleigrond, zwarte dode bomen, rode zandduinen en strakblauwe lucht. Er is verder niks dat afleidt.

IMG_3264

Om 11 uur in de ochtend hebben wij ons hoofdprogramma voor de dag er alweer opzitten. Dat is maar goed ook, want het wordt hier in de loop van de dag bijzonder heet. Als we om 6 uur ’s avonds nog even bij de Sesriem Canyon in de buurt van de lodge gaan kijken, geeft de thermometer 46 graden aan!

Mount Etjo

De Mount Etjo Safari Lodge ligt middenin het particuliere Okonjati Wildreservaat. De lodge is vernoemd naar de tafelberg ‘Etjo’ die je er vandaan kunt zien. Als we aan komen rijden valt meteen op dat de lodge aan een meertje ligt: zoveel water hebben we de afgelopen week in Namibië nog niet gezien! Op een schiereiland wemelt het van de dieren. We zien een dik nijlpaard op het gras, omringd door tientallen waterbokken. Natuurlijk zijn er ook weer springbokken aanwezig, net als impala’s.

IMG_3363

Om de lodge ligt een grote tuin met een groen gazon en hoge palmbomen. Langs de waterkant staan bankjes om de vogels en zoogdieren aan de andere kant van het water te bekijken. Eén bankje staat op een houten vlonder in het water, en dat wordt al snel mijn favoriete plekje. Grote vogels die hier zitten zijn pelikanen, lepelaars, reigers en de maraboe.

De lodge bestaat sinds 1975 en heeft een bijzondere geschiedenis. Hij is gesticht door een man die wilde dieren in opdracht ving, om ze te verplaatsten naar andere wildreservaten of naar dierentuinen elders in de wereld. Op een gegeven moment kocht hij zijn eigen stuk grond en plaatste daar dieren “die hij over had”. Het groeide uit tot een gebied van 37.000 hectare waar hij honderden soorten herintroduceerde.

Het was ook hier in de lodge dat in 1989 de onafhankelijkheidsbeweging SWAPO en de Zuidafrikaanse regering een vredesverdrag sloten, wat de weg vrijmaakte voor de onafhankelijkheid van Namibië enkele maanden later.

Om half 6 worden we opgehaald met een open truck om te gaan kijken naar ‘het voeren van de jachtluipaarden’ – één van de vaste activiteiten die worden aangeboden door de lodge. Op het terrein van het wildreservaat leven 3 jachtluipaarden. Het zijn een moeder en haar zoon en dochter. Ze leven in een eigen omheind deel van het terrein. De chauffeur van de lodge heeft een dood wild zwijn mee, wat hij zonder omhaal neergooit op een vertrouwde plek. Het beest heeft nog niet de grond geraakt of 2 van de 3 jachtluipaarden komen al aangesneld. Ze weten precies waar en wanneer ze gevoerd worden. Soms jagen ze ook wel zelf, als er een springbokje verdwaald is in hun zone.

IMG_3406

Ieder van de drie begint aan een ander deel van het beest te knagen, en het valt op dat ze elkaar rustig hun gang laten gaan. Al snel heeft het jonge mannetje genoeg gegeten. Hij loopt naar de waterput om nog even wat te drinken, en verdwijnt dan weer tussen de bomen. Niet veel later volgt zijn zus zijn voorbeeld. De moeder is de magerste van het stel, en blijft maar dooreten. Ze gaat net zo lang door tot alle goede stukken vlees van het dier zijn afgekloven.

IMG_3461

Al sinds we onze truck op deze plek hebben geparkeerd, staan we naast een boom vol met gieren in de top. Ze weten precies wat er hier iedere avond gebeurt, en terwijl de jachtluipaarden aan het eten zijn wachten zij geduldig af. Er komen er ook steeds meer aanvliegen.

Als het laatste jachtluipaard klaar is met eten en wegloopt, gebeurt er nog niets. “Wacht maar tot we de truck wegrijden”, zegt de chauffeur. Hij rijdt hem langzaam een paar meter naar achteren. En ja hoor, de gieren voelen zich nu vrij om aan te vallen. De eersten landen nog op enkele meters afstand en lopen in een rijtje als waren het pinguïns op het karkas af.

IMG_3489

Maar al snel laten ze elke schroom vallen en komen er tientallen andere gieren aangevlogen. Ze zitten boven op elkaar om maar een stukje vlees te kunnen meepikken. Hun koppen zitten al snel onder het bloed, zo enthousiast duiken ze in hun eten. Het is echt een wild spektakel. Tien minuten later is van het wilde zwijn niets anders meer over dan de botten, vliegen de gieren weer weg en rijden wij terug naar de lodge.

IMG_3514

Tijdens het (mensen)diner om 8 uur komt iemand langs de tafels met de vraag of we ook mee willen naar het voeren van de leeuwen. Dat vindt plaats om half 10 en kost 175 Namibische dollar (ca. 11 EUR) extra. Ik besluit mee te gaan en niet veel later zit ik samen met een tiental andere gasten van de lodge weer in de hoge, open truck, die ditmaal naar een ander afgesloten deel van het terrein rijdt. De leeuwen hebben een eigen leefgebied van 3000 hectare.

Leeuwen zijn voor mensen veel gevaarlijker dan jachtluipaarden, daarom kunnen we ze niet vanaf de truck bekijken. We worden een soort bunker in geleid, een betonnen constructie met slechts een smalle rand om door te kijken. Die rand is dan ook nog eens met tralies beveiligd. In de bunker staan banken zodat je op ooghoogte door de tralies kunt kijken. Het licht gaat uit in de bunker en het giraffenvlees wordt buiten voor onze ogen neergelegd. Meteen komen er vier leeuwen aangesneld.

IMG_3575

Twee van de grote mannetjesleeuwen winnen de strijd en vreten met z’n tweeën het hele beest op. Drie anderen, waaronder de vrouwtjes, staan vanaf een afstandje onder de bomen toe te kijken. Er leven 22 leeuwen op dit terrein. De meesten zorgen voor hun eigen eten, maar een paar oudere of “luie” leeuwen zoals de gids ze benoemd laten zich graag elke avond bijvoeren. We blijven er een uurtje, en dan zijn ze nog steeds niet klaar met eten. Of de andere leeuwen nog een restje hebben meegekregen blijft dus onbekend.

7x Etosha

Met een stichtingsjaar van 1907 is Etosha één van de oudste natuurparken van Afrika. We reisden er in 3 dagen doorheen van oost naar west.

Het specifieke van het Etosha Nationaal Park in het noorden van Namibië zijn de natuurlijke en kunstmatige waterdrinkplaatsen. Het park ligt om de enorme Etosha zoutpan, een zoutvlakte 1,5 keer zo groot als Luxemburg die totaal onleefbaar is. De bekendste waterdrinkplaats ligt bij het Okaukuejo kamp, waar we ook 1 nacht overnachten in de lodge. Daar kun je vanaf een tribune en gemakkelijke banken dag en nacht het komen en gaan van de dieren aanschouwen. Overdag zijn er veel zebra’s, springbokken, gemsbokken en andere kleinere zoogdieren te zijn. Als de zon ondergaat komen ook de neushoorns hier drinken.

IMG_4248

Nadat we al zo’n beetje de hele dag in de truck hebben gezeten, weet de chauffeur/gids aan het einde van de eerste middag toch nog de scherpte op te brengen om heel in de verte jachtluipaarden te spotten. Het duurt een minuut of vijf, zelfs met mijn camera of met een verrekijker, voordat de rest ze ook ziet. Ze zitten bij iets wits: een dier dat ze pas gedood hebben. Het is nu de kunst het snel op te eten voordat andere dieren er gebruik van maken.

IMG_3857

De volgende ochtend duurt het niet lang voor het volgende hoogtepunt zich aandient: in een kuil achter de struiken zit een hyena-familie. De kleintjes laten zich na een tijdje ook buiten het nest zien, en kijken ons nieuwsgierig aan.

IMG_3951

De avond ervoor hebben we al zwarte neushoorns gezien: 3 vanuit de verte in het hoge gras, en een 4-tal bij de waterput van Okaukejo. Vlak bij de Etosha zoutpan stuiten we opeens op een wel heel groot exemplaar. Het is een veel meer zeldzame witte neushoorn. Deze is bezig met zijn ochtendtoilet, en ligt lekker in de modder te badderen. Daarna loopt hij in gezwinde spoed door, en kunnen we hem een hele tijd volgen met de truck.  Totdat hij voor ons de weg oversteekt en tussen de bosjes aan de andere kant verdwijnt.

IMG_4038

Zadeljakhalsen zijn ook getrouwe bezoekers van de waterputten. Op andere reizen in Afrika had ik er nog niet zo veel gezien, maar hier in Etosha zijn ze makkelijk te vinden. Ze zijn opvallend klein zo tussen al die andere dieren aan de waterdrinkplaats.  De andere beesten zijn ook weinig onder de indruk van hun aanwezigheid.

IMG_4168

Van de grote zoogdieren komt de olifant het vaakst voor in Etosha – wel zo’n 3000 individuen, hoewel de exacte cijfers met het oog op stropers niet meer bekend worden gemaakt. Wij zijn echter niet zo gelukkig in het vinden van de olifanten, hier en daar zien we een enkeling in de verte. Tot er op de laatste dag vlak langs de weg een groot exemplaar rustig de blaadjes van de acacia staat af te trekken. Prachtig om hem zo bezig te zien.

IMG_4297

We verlaten Etosha via de westelijke uitgang. Deze westkant van het park is nog niet zo heel lang open voor gewone toeristen. Je merkt duidelijk het verschil: de weg is erg slecht (20-30 kilometer lang wasbord…), en de dieren lijken minder aan auto’s gewend. We komen er twee prachtige waterdrinkplaatsen tegen bij Ozonjuitji M’bari en Sonderkop, die alles hebben wat Etosha speciaal maakt. Hier zijn we tientallen, misschien wel honderden individuele dieren van verschillende soorten tegelijk gebruik maken van de waterdrinkplaats. De olifant deelt met de zebra’s, en de giraffen met de hartenbeesten – terwijl een groepje leeuwen onder een struik lui ligt uit te buiken.

IMG_4447

Damaraland

Direct als we de westelijke toegangspoort van Etosha Nationaal Park verlaten komen we in weer een heel andere omgeving terecht. Het is een landschap met gekleurde rotsen en veel bomen. Het is de favoriete verblijfplaats van de bergzebra: je kunt ze onderscheiden van de ‘gewone’ steppezebra doordat ze iets kleiner zijn en hun strepen doorlopen tot aan hun enkels. Maar als je ze als een berggeit een rots op ziet rennen weet je eigenlijk al genoeg.

IMG_4499

We logeren deze nacht in de Hobatere Lodge, prachtig gelegen op een eigen terrein en nog 18 kilometer rijden vanaf de ‘grote’ weg. Alhoewel we er pas laat zijn door al het gehobbel door het westen van Etosha, staan 2 reisgenoten en ikzelf toch al weer 5 minuten na aankomst klaar om met een gids van de lodge een jeeptocht over het terrein te maken.

Hij laat ons eerst vol trots een leeuwenfamilie zien vlakbij de ingang – je kunt ze van dichtbij fotograferen. Ze hebben zenders om dus het vinden is niet zo moeilijk dit keer. Het wordt verder een heerlijk rustig ritje, met veel stops voor bomen en vogels. Tegen het eind is er voor ons drieën nog een echte ‘sundowner’, met alcoholische drankjes en meer chips en nootjes dan we samen op kunnen.

IMG_4551

Schaapherder’s boom (of: ‘witgat’ in het Afrikaans)

IMG_4557

De Damara-neushoornvogel (ook wel: Damartok)

In deze lodge hadden we nog wel een nacht langer kunnen blijven. De sfeer is supergoed, en de omgeving prachtig. Maar we moeten weer vroeg opstaan, dat wil zeggen om half 7 ontbijt. Er staat ons weer een lange rit te wachten, met enkele stops onderweg.

De eerste daarvan is bij een Himba-dorp. De Himba vormen een bevolkingsgroep die voornamelijk in het noordwesten van Namibië leeft. Maar enkele gemeenschappen hebben zich ook in Damaraland gevestigd, meer richting het midden van het land. Ze werkten daar op het land voor blanke boeren. Tegenwoordig houden ze vee, én open huis voor toeristen. De Himba zijn de afgelopen jaren wereldberoemd geworden door TV-optredens, waarin mensen zich vergapen aan hun bijzondere uiterlijke verschijning.

IMG_4610

Wij krijgen een rondleiding door het dorp door de zoon van de Chief. Hij spreekt goed Engels en is westers gekleed. Dat kan van de aanwezige vrouwen niet gezegd worden. Zij smeren zich in met een okerkleurig mengsel van boter en kruiden, waardoor ze een roodachtige huidskleur krijgen. Ook hebben ze een per leeftijdsgroep verschillende haardracht. We mogen overal binnenkijken, en krijgen een demonstratie van hoe een kruidenmengsel als een soort wierook als deodorant gebruikt wordt.

Dit specifieke dorp is gesticht in 2000 om Himba-weeskinderen op te vangen. Nu is het toch een beetje een openluchtmuseum met levende mensen, en lijken vooral de vrouwen geëxploiteerd te worden (“de mannen zijn aan het werk op het land”).

IMG_4606

Na een uurtje stappen we weer in de truck en rijden verder naar het zuidwesten. Het landschap is erg stenig. Op die ondergrond groeit een bijzondere plant die alleen in dit deel van Namibië en Angola voorkomt: de Welwitschia Mirabilis. Dit is een plant die extreem langzaam groeit. Ze worden gemiddeld 500-600 jaar oud. Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten, die vaak naast elkaar groeien. We zien een aantal exemplaren die nog vrij klein zijn. De bladeren voelen ontzettend sterk aan.

IMG_4625

De streek waar we deze dagen doorheen reizen staat bekend als Damaraland. Het is het gebied waar de Damara bevolkingsgroep gedwongen werd zich te vestigen door het Zuidafrikaanse apartheidsregime, dat destijds ook over Namibië heerste. Net als in Zuid-Afrika hadden ze weinig vruchtbare thuislanden bedacht voor de verschillende bevolkingsgroepen. Veel Damara wonen hier nog steeds, hoewel ze zich nu overal mogen vestigen. De Damara gebruiken net als de Khoisan een kliktaal.

#651: Twyfelfontein

Wat is het?
Twyfelfontein is uniek vanwege haar hoge aantal rotstekeningen: meer dan 2000 op 235 verschillende oppervlakken. Ze zijn in de rotsen gekerfd door jager-verzamelaars die in deze streek leefden tot ze rond het jaar 1000 verdreven werden door landbouwers. Op de meeste tekeningen zijn dieren afgebeeld: giraffen, neushoorns, zebra’s, antilopes en zelfs pinguïns en zeerobben.

IMG_4692

Cijfer: 6 (Het is een prachtige omgeving, lekker afgelegen zoals je dat bij veel rotskunst-werelderfgoederen ziet. De tekeningen zelf zijn vrij eenvoudig en eentonig (heel veel giraffen). De uitleg die erbij wordt gegeven is oppervlakkig, en we liepen slechts 1 van de 2 mogelijke routes).

Toegang: De entree voor buitenlandse toeristen is hier 100 Namibische dollar (6,5 EUR).

Hoeveel tijd: De rondleiding duurt een uur.

Opvallend: Het is weer een mooie rit naar deze bestemming. Het is er droog, weinig bewoond, maar met de prachtigste rotsformaties van zandsteen en vulkanisch gesteente. We moeten diep een vallei in rijden, maar opeens zijn daar tekenen van beschaving: een heuse parkeerplaats met overkapping tegen de zon en het bezoekerscentrum van de rotstekeningen van Twyfelfontein. Er komen hier ruim 40.000 bezoekers per jaar,  vooral omdat het zo’n prettige tussenstop is tussen het Etosha Nationaal Park en de kust rond Swakopmund.

IMG_4660

Vanaf het bezoekerscentrum krijgen we een jonge vrouwelijke gids mee met de mooie naam Wilhelmina. Ze zet er stevig de pas in, en we lopen onder de brandende zon eerst een stukje over de weg. We stoppen bij een vervallen huis: hier woonde de blanke boer David Levin met zijn familie – hij was in 1946 naar dit nagenoeg verlaten gebied getrokken om een schapenboerderij te beginnen. Erboven, tegen de rotswand, kun je onder een afdakje de waterbron zien die Levin de naam Twyfelfontein gaf.

Levin liet de rotstekeningen die hij aantrof op de stenen in ‘zijn’ land zien aan een archeoloog, en al in 1952 werd Twyfelfontein als monument beschermd. We lopen met onze gids de ‘Lion Man’-route langs een aantal van die rotstekeningen. Het eerste ‘tableau’ dat we zien toont een aantal veel voorkomende dieren in deze streek (giraffe, gemsbok) en de bijbehorende afdrukken van hun poten.

IMG_4650

Een rotsblok iets verderop laat rondjes zien: het wordt verondersteld dat dit een soort landkaart was, met daarop aangegeven de locatie van de meer en minder permanente waterbronnen in het gebied.

Op de meeste rotsen staan naast de dieren ook menselijke voetafdrukken afgebeeld. Dit zouden de ‘handtekeningen’ van de makers van de rotsgravures zijn. Elders in de wereld zie je vaak menselijke handafdrukken bij de prehistorische rotstekeningen.

Het vereist daarna wat klauterwerk over de rotsen om bij het hoogtepunt van deze route te komen: de afbeelding van de Leeuwenmens. Deze heeft het lichaam van een leeuw en menselijke voeten met 5 tenen. Men gaat er vanuit dat deze tekening een meer rituele betekenis heeft gehad.

De robbenkolonie van Kaap Kruis

Een laatste hoogtepunt van mijn reis door Namibië is de kolonie Kaapse pelsrobben bij Kaap Kruis, aan de kust iets ten noorden van de stad Swakopmund. De stad zelf is alleen leuk voor bejaarde Duitsers (Kaffee und Kuchen überall). Maar een bezoek aan de robben is, zeker in de Namibische zomer, onvergetelijk. En er gaat zelfs een mooie vlakke weg naar toe! Het is een weg gemaakt van zout – hier aan de kust wordt zout uit het zeewater gewonnen, door het in basins op te laten drogen. Arbeiders verkopen de grotere zoutkristallen langs de weg: ze leggen ze op een stukje karton, met een bakje ernaast om je geld in te gooien.

IMG_4749

Wij racen snel door, hebben niet zo veel tijd vandaag. Als je in de buurt van de kolonie pelsrobben komt, ruik je ze al eerder dan dat je ze ziet. We krijgen een half uur om ze te bekijken, maar veel mensen houden dat door de stank niet eens vol.

Ikzelf ben meteen verkocht en had best langer willen blijven. Op een klein stukje kuststrook liggen ontelbare robben bijna bovenop elkaar. In de maand december kunnen de aantallen oplopen tot 200.000. Het zijn er zo enorm veel omdat er dan veel jongen zijn: alle zwarte beestjes op de foto hieronder zijn jonge dieren, ze veruit overtreffen de volwassenen in aantal.

IMG_4839

Er is een houten vlonder bovenlangs de kolonie aangelegd zodat je langs de beesten kunt lopen. Sommige dieren houden zich daaronder schuil, wellicht op zoek naar een beetje schaduw. Het hele spektakel is niet voor mensen met een zwakke maag: je ziet ook veel dode, vooral jonge robben liggen. Ze worden vaak doodgedrukt door de volwassenen. Ook komen er hyena’s en jakhalzen om hun slag te slaan.

IMG_4826

Kaapstad

Mijn bed&breakfast in Kaapstad ligt in een buitenwijk, bij de tuinen van Kirstenbosch. Bij gebrek aan regulier openbaar vervoer kun je, om het centrum in te komen, het best gebruik maken van de toeristische rode ‘hop on, hop off’-bus. De blauwe route brengt je dan (met een grote omweg) naar de stad. Voor mij is het op de eerste volle dag in deze stad ook handig om op die manier de stad een beetje te leren kennen.

De bus rijdt achter de Tafelberg langs, en volgt dan de kust met allerlei badplaatsjes en peperdure wijken aan het strand. Aangekomen bij het centrum vallen vooral de wolkenkrabbers op. Dit zijn allemaal kantoorgebouwen, en op een zondag als vandaag is er natuurlijk niks te beleven.

Ik stap uiteindelijk uit bij het historische centrum. Hier zie je een mengelmoes van bouwstijlen, klassiek en modern door elkaar. Mijn hoofddoel is het Kasteel de Goede Hoop. Dit schijnt één van de oudste nog bestaande Europese bouwwerken in Afrika te zijn. Het fort werd  in de tweede helft van de 17de eeuw in opdracht van de VOC gebouwd, en is in ieder geval het best bewaarde voorbeeld van een VOC-fort.

IMG_5038

Het is een vrij klein fort met lage muren. Veel tegenstand verwachtten ze hier blijkbaar niet. De gebouwen zijn allemaal geel geverfd: die kleur zou goed zijn tegen de hitte en felle zon. Met steeds de Tafelberg op de achtergrond is het een prachtige plek om een tijdje rond te lopen en de gebouwen te bewonderen. Van binnen is er niet veel te zien, maar de vijfpuntige fortstructuur is goed bewaard gebleven.

Na het bezoek aan het kasteel eet ik een snelle lunch in de hoofdstraat (de Long Street). Hier in de buurt lopen op zondag alleen toeristen en bedelaars/daklozen. Het is er niet gevaarlijk maar wel een beetje irritant.

Een groene oase in het centrum is De Kompanjiestuin. Deze werd al in 1652 aangelegd om de VOC-schepen te voorzien van verse groente en fruit. Nu is het een klein stadspark. Ernaast loopt de Gouvernementslaan, omzoomd door oude eiken. Hieraan ligt onder andere het Parlementsgebouw.

Het mooiste gebouw aan deze laan is het Tuynhuis. Dit is de officiële residentie van de Zuidafrikaanse president, als die in Kaapstad is. Zijn Nederlandse naam dankt hij aan de tijd van de VOC, toen hier de gereedschappen voor het onderhoud van de Kompanjiestuin werden bewaard.

IMG_5076

Om 2 uur meld ik me op de Groene Markt voor een wandeling met gids door de wijk Bo-kaap. Het is een gratis wandeltour, waarbij je na afloop alleen een zelf te bepalen fooi betaalt. We zijn met 10 man, en lopen kalmpjes de heuvel op richting Bo-kaap. Dit is van oudsher de islamitische wijk van Kaapstad. We zien onder andere de oudste moskee van het land.

IMG_5124

De wijk is echter vooral bekend om zijn gekleurde huizen: geen enkel huis heeft dezelfde kleur als zijn buren. Elk jaar verven de bewoners de huizen opnieuw, en het staat er inderdaad allemaal strak bij.

#652: Floraregio van de Kaap

Wat is het?
De Floraregio van de Kaap is één van de meest diverse floragebieden ter wereld. Het werelderfgoed omvat 13 clusters waar de unieke Kaapse flora het best bewaard is gebleven. Kenmerkend voor de streek is zijn ‘fynbos’: dunne, hardbladige struiken die in duizenden verschillende soorten voorkomt. De bekendste verschijningsvorm is wel rooibos (voor de thee). Veel soorten worden ook in minder subtropische streken dan de Kaap zelf als kamerplant gebruikt.

IMG_5317

Cijfer: 7 (Planten zijn niet echt mijn ding. Gelukkig zijn er niet zoveel werelderfgoederen geheel aan planten gewijd. Ik vond het heerlijk hier rond te lopen en het is een prachtige omgeving, maar dat is het dan wel voor mij. Er bloeide ook niet veel, het beste seizoen daarvoor is van september tot november).

Toegang: Ik bezocht 2 deelgebieden in Kaapstad: de botanische tuinen van Kirstenbosch en de Tafelberg. Voor Kirstenbosch kreeg ik vanuit mijn Bed&Breakfast een jaarkaart mee, dus ik mocht daar gratis naar binnen. Een retour voor de kabelbaan naar de top van de Tafelberg kost 275 Rand (ca. 15 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was op beide plekken zo’n 3 uur. Er horen nog 12 andere parken bij dit werelderfgoed. Als je ze allemaal wilt zien ben je wel een week bezig.

Opvallend: Ik begon met Kirstenbosch, omdat mijn Bed&Breakfast daar pal aan de ingang lag. Het ligt in de chique wijk Bishopscourt, aan de ‘achterkant’ van de Tafelberg. Vandaar loop je zo ingang 3 van de tuinen in.

IMG_4904

Gelukkig staan er in zo’n botanische tuin bordjes met de naam bij de planten. Zo werd de zoektocht naar fynbos niet moeilijk. Maar het zag er allemaal vrij onooglijk uit, als stugge laag-bij-de-grondse planten. Alleen de protea’s (suikerbos) doen het goed op de foto’s.

Ik bezocht de tuinen op een zaterdagmiddag, en het was vooral in het onderste deel erg druk met picknickende Kaapstadters.

Vanaf Kirstenbosch loopt er een wandelroute naar de top van de Tafelberg. Dat is een klim van enkele uren, en bovendien niet heel veilig om alleen te doen. Dus deed ik wat iedereen doet: ik pakte de kabelbaan naar boven. Het bleek niet zomaar een kabelbaan: deze heeft van binnen een draaiend plateau, en draait gedurende de tocht van een paar minuten naar boven 360 graden om zijn as.

Bovenop de Tafelberg was het ook erg druk. Het plateau is zo’n 3 kilometer breed en ik moest echt een flink stuk verder lopen om wat stiller te kunnen genieten. Maar ook daar werd ik soms afgeleid door Nederlandse stemmen die elkaar van alles over thuis aan het vertellen waren.

Je zou denken dat de top van zo’n berg vooral uit rotsen bestaat, maar hier is het een en al planten. Tussendoor zie je ook nog wel eens een hagedis of een (half-tamme) rotsklipdas. Er is nauwelijks schaduw, de planten zijn allemaal heel laag. Dus erg lang zitten in de hete zomerzon is er niet bij. Wel stond ik nog een tijdje te kijken bij een groepje Japanse toeristen dat aan het abseilen was vanaf de bergrand.

#653: Robbeneiland

Wat is het?
Robbeneiland was tussen 1962 en 1991 het gevangeniseiland waar het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime haar politieke gevangenen opsloot. Het staat symbool voor de transformatie van Zuid-Afrika van een onderdrukte samenleving naar een democratie. Al in de tijd van de VOC werd dit eiland voor de kust van Kaapstad gebruikt om slaven en criminelen te laten werken in de steengroeve. Aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was het een leprakolonie.

IMG_5227

Cijfer: 7 (Je kunt hier alleen met een strak georganiseerde tour naar toe, en vooraf had ik daar veel slechts over gehoord: geen minuut ruimte om zelf even rond te lopen, onverstaanbare gidsen die warrige verhalen vertellen, zelfs veerboten die op de korte overtocht stuurloos raken (60 mensen moesten van zee worden gered in september 2017). Misschien hebben ze maatregelen genomen of trof ik een goede dag, maar het personeel op de boot was uitermate voorkomend en veiligheidsbewust. Het persoonlijke verhaal van de voormalige gevangene gaf het voor mij juist meerwaarde in plaats van alleen maar wat stenen gevangenisgebouwen te bekijken.).

Toegang: Ik had de kaartjes voor de tour zo’n 5 weken vooraf gereserveerd. Ze kosten 340 Rand (ca. 20 EUR).

Hoeveel tijd: De tour, inclusief de bootreis, duurt 3,5 uur.

Opvallend: De boottours vertrekken vier maal per dag vanaf het meest toeristische deel van de haven van Kaapstad. Daar, tussen de dure restaurants en winkels, ligt de Nelson Mandela Gateway to Robben Island. Het is een tentoonstellingsruimte (helaas gesloten), souvenirwinkel én aanlegplaats voor veerboten. In de winkel hebben ze echt van alles met het hoofd van Mandela erop, zelfs pakjes thee.

De tours zitten eigenlijk altijd vol, en ook vandaag zitten er zeker 200 man op de boot. Ik weet een plek op het bovendek te bemachtigen en zie Kaapstad met de Tafelberg in volle glorie als we de haven uitvaren. Het is maar een half uurtje varen (12 kilometer). Ik had een vrij kaal eiland verwacht, maar er is nog een aanzienlijk dorpje (waar het personeel van het museum woont), veel groen en veel voormalige gevangenisgebouwen.

Bij aankomst worden we direct over een vijftal bussen verdeeld, die ieder hun eigen route over het eiland gaan aanhouden. ‘Mijn’ bus gaat eerst naar de gevangenisgebouwen. Het bijzondere van het museum Robbeneiland is dat voormalige politieke gevangenen die hier hebben vastgezeten, zijn ingehuurd om de rondleidingen te geven. Ze wonen hier nu weer op Robbeneiland, maar dan met hun families.

Onze gids houdt een goed en persoonlijk verhaal, over hoe hij hier kwam en wat hij deed in de 8 jaar dat hij er gevangen zat (hij werkte in de keuken). De enige andere gevangene die telkens genoemd wordt is Mandela – hij had ook toen al een bijzondere status. Veel van de andere regeringsleiders van de afgelopen 20 jaar, inclusief de huidige president Jacob Zuma, hebben hier ook vastgezeten. Zuma onderscheidde zich vooral als voetbalscheidsrechter. Het regime was in de jaren ’60 en ’70 zwaar, met weinig eten en mishandelingen. Later werd dat door de druk van buitenaf beter en ontwikkelde de gevangenis zich als een soort universiteit voor het kader van het ANC.

IMG_5221

Na de gevangenis krijgen we een bustour over het eiland. Deze gaat wel heel snel – als je aan de verkeerde kant van de bus zit om foto’s te maken dan heb je pech. We zien onder andere de leprozenbegraafplaats, de dorpsgebouwen van de voormalige bewakers en de steengroeve waar een deel van de gevangenen werkte. Aan de andere kant van het eiland mogen we er even uit om de benen te strekken, wat te drinken te kopen bij een kiosk of pinguïns te kijken (er zitten er een paar langs deze kust, ik zag er twee).

IMG_5233

Terugblik Namibië 2017/2018

Namibië is een heel bijzonder land, omdat het vrijwel geen steden of industrie heeft. En dat op een oppervlakte zo groot als Duitsland en Spanje samen. Daarnaast heerst er grotendeels een droog woestijnklimaat, zodat alleen bijzondere planten en dieren het weten te overleven. Veel mensen zijn het er over eens dat het landschappelijk één van de mooiste landen ter wereld is, en daar sluit ik me graag bij aan. Het heeft daarnaast voor toeristen goede voorzieningen, zodat reizen er comfortabel is.

De hoogtepunten van deze reis waren: voor het eerst pinguïns zien zwemmen, twee zoogdieren van mijn wenslijst kunnen afstrepen (stokstaartjes en witte neushoorn), een evenaring van de warmste temperatuur voor mij ooit (46 graden) en het geluk hebben om in het seizoen te reizen dat veel dieren net jongen hadden gekregen. Mooiste plekken waren de Sossusvlei en haar zandduinen, Etosha Nationaal Park en de zeerobbenkolonie bij Kaap Kruis. Ook houd ik van het extreem afgelegene en minimalistische zoals we zagen bij de kokerbomen en fossielen in de omgeving van Keetmanshoop.

Voorbereiding

In Etosha is een licht risico op malaria, maar ik heb geen tabletten genomen (en ook geen mug gezien). Verder valt er niet veel voor te bereiden. Er is geen visum nodig. Ze gebruiken in Namibië de wat vreemde Zuidafrikaanse stekker met een dikke plug en twee normale, dus die had ik ook meegenomen. Maar in veel van de lodges hadden ze ook wel ‘gewone’ stopcontacten.

Vervoer

Internationale vluchten
Op de heenweg vloog ik rechtstreeks van Amsterdam naar Windhoek met KLM. Deze vlucht heeft een korte tussenstop in Luanda, Angola. Je kunt gewoon in het vliegtuig blijven zitten. Terug vloog ik direct in 11 uur van Kaapstad naar Amsterdam. Beide vluchten zijn nachtvluchten, waarop ik in de Business Class goed heb kunnen slapen.

Windhoek heeft maar een klein vliegveld, dat niet echt is voorbereid op grote internationale vluchten. Tot een jaar of 2 geleden vlogen alleen Air Namibia en Lufthansa naar bestemmingen buiten Zuidelijk Afrika. Nu zijn daar Qatar Airways en KLM bijgekomen. Deze twee vluchten arriveren bijna op hetzelfde tijdstip, waardoor de twee loketjes van de grenspolitie het allemaal niet meer zo goed aankunnen. Het duurde een uur voordat ik er door was, het kan soms wel tot twee uur oplopen.

Kaapstad daarentegen heeft een heel modern vliegveld. Ook niet zo groot, maar het is voor het WK voetbal van 2010 helemaal gemoderniseerd en uitgebreid. Er gaat een handige vliegveldbus naar het centrum. Geen wachttijden hier.

Vlucht tussen Namibië en Zuid-Afrika
Tussen Windhoek en Kaapstad vloog ik met South African Airways. Het is minder dan 2 uur vliegen in een vliegtuigje met 50 stoelen.

De Tour
Naast een paar dagen op eigen gelegenheid in Windhoek en Kaapstad deed ik 2 georganiseerde tours met het Namibische Wild Dogs Safaris: de 7-daagse tour door het zuiden, direct gevolgd door de 7-daagse tour door het noorden. Ze reizen met minimaal 2 en maximaal 10 personen, op mijn tours waren er respectievelijk 5 en 6 medereizigers. Deze kwamen uit Engeland, Canada, Zwitserland, Duitsland en de Verenigde Staten.

Wild Dogs is een zeer geoliede organisatie, die al 20 jaar bestaat. Het hele jaar door vertrekken er meerdere tours per week. Beide tours verliepen dan ook vlekkeloos. Nou ja, ergens in Etosha ging een vering kapot en op de laatste dag werd de gids/chauffeur ziek. Ze combineren de rol van gids en chauffeur, dat trekt wel een zware wissel op hun personeel. Als je al honderden kilometers op een dag hebt gereden, moet je je ogen nog scherp hebben om ergens in de verte een jachtluipaard te spotten én ’s avonds gezellig mee te praten bij het diner. Beide gidsen (Marcus in het zuiden en Raymond in het noorden) deden dat overigens prima.

IMG_2672

Op deze reis overbrugden we ruim 4000 kilometer. Zo’n 80% daarvan was over onverharde wegen. Ook op de B-wegen kun je in Namibië nog aardig doorrijden, maar we hadden toch veel lange reisdagen. Als je niet tegen lang in de bus zitten kunt (of een slechte rug hebt) moet je niet aan een reis als deze beginnen. Voor mij hoort het echt bij Namibië, het is nu eenmaal een erg uitgestrekt land. Ik ben ook blij zowel het zuiden als het noorden gezien te hebben.

Hotels

Met uitzondering van die in Windhoek en Kaapstad waren alle hieronder beschreven hotels uitgezocht door de reisorganisatie; ik weet daarvan dus niet de prijzen. Het waren de best mogelijke hotels ter plekke. De meeste kamers hadden airco en een koelkast, dat is wel zo plezierig in de hitte. Je moet geluk hebben om buiten de steden Windhoek, Lüderitz en Swakopmund een internetverbinding te treffen.

Windhoek
Maison Ambre is een door Namibiërs van Duitse afkomst gerund pension. Het ligt in een rustige buitenwijk van Windhoek, op loopafstand van supermarkt en restaurants. De rustige en koele kamer beschikt over een gevulde koelkast met drankjes tegen redelijke betaling. Internet doet het ook goed. Duits ontbijt. Opa en oma doen de weekenddienst.

Website: Maison Ambre
Kosten: 70 EUR per nacht inclusief ontbijt

Bagatelle
De Bagatelle Game Ranch is een lodge met camping die ligt tussen de rode duinen van de Kalahari-woestijn. De kamers liggen in huisjes langs een zandpad. We hadden hier een erg goed drie gangen diner ’s avonds, met oryx carpaccio en gegrilde kudu biefstuk.

Website: Bagatelle Kalahari Game Ranch

Fish River Canyon
De Fish River Lodge bestaat uit een twintigtal huisjes, die gebouwd zijn pal op de rand van de Fish River Canyon. De kamers zijn strak modern ingericht. Geen airco hier, wel een ventilator. ’s Avonds en ’s nachts waait het enorm door/langs de kloof, dus je krijgt zelfs oordopjes mee tijdens het inchecken zodat je niet wakker ligt van de gierende wind. Het eten was hier iets minder dan in de vorige lodge. Vleugjes van internet in het restaurant, verder niet.

Website: Fish River Lodge

Lüderitz
Het Luderitz Nest Hotel is een groot strandhotel aan de rand van het plaatsje Luderitz. De kamers liggen direct aan het water. Lekker koele kamer hier. Het ontbijtbuffet is het beste van de reis. Redelijk goed internet, maar alleen in de buurt van de receptie.

Website: Nest Hotel

Sossusvlei
De Sossus Dune Lodge is vooral erg heet. Je wordt gewaarschuwd deuren en ramen gesloten te houden in verband met bavianen. Maar ja – heet. De tweede nacht laat je de ramen toch wel open. Zonwerende gordijnen aan de voorkant van de huisjes zouden ook al helpen. Het eten ’s avonds is buiten op het terras, waar je mooi de zonsondergang achter de duinen kunt zien. Geen internet hier. Wel een lekker zwembadje. Het grootste voordeel van deze lodge is dat het binnen het nationaal park ligt, en dat je daardoor eerder (en langer) in het park mag rondrijden.

Website: Sossus Dune Lodge

Windhoek
Het Windhoek Gardens Guesthouse is een vrij groot en lawaaierig motel. Echt gemaakt voor mensen die één nacht in de hoofdstad blijven en dan met huurauto het land gaan verkennen. Heeft een goed eigen restaurant op het terrein, zodat je de deur niet uit hoeft.

Website: Windhoek Gardens
Kosten: 70 EUR per nacht inclusief ontbijt

Mount Etjo
De Mount Etjo Safari Lodge ligt in een groene oase, aan een meertje met veel vogels en zelfs nijlpaarden. Ze hebben er ook een groot groen gazon. Het uitstekende eten is ’s avonds in de tuin. Dit is een privé-reservaat/-opvang, waar ze geld verdienen aan excursies zoals luipaarden voeren en leeuwen voeren.

Website: Mount Etjo

Namutoni (Etosha)
Namutoni Rest Camp is één van de ‘kampen’ in Etosha Nationaal Park. Dit zijn enorme complexen met een restaurant, souvenirwinkel, camping en huisjes. Erg onpersoonlijk allemaal dus, en ook minder luxe dan de privé-lodges waar we tot dit moment vooral hebben gelogeerd. De kamer is ruim en heeft een enorme badkamer, met maar liefst 3(!) douches: 2 binnen en 1 buiten.

Website: Namutoni

Okaukuejo (Etosha)
Okaukuejo is het meest befaamde kamp van Etosha, omdat het een grote waterput heeft waar de hele dag door dieren komen drinken. Er staan bankjes om heen en er is zelfs een tribune. Het kamp zelf is groot en onpersoonlijk, ik had hier de kleinste kamer van de reis.

Website: Okaukuejo

Hobatere
Hobatere Lodge is een prachtige lodge diep op privé-terrein. Erg vriendelijk personeel en leuke tochten per jeep mogelijk over het terrein. Mijn huisje was echter niet koel te krijgen, dus maar weer eens een doorwaakte nacht hier.

Website: Hobatere Lodge

Twyfelfontein
De Twyfelfontein Country Lodge is een heel mooi gebouw dat bijna in de rode zandsteen van de achtergrond is weggewerkt. Erg mooie kamer hier ook weer, met zitje voor de deur. Goed internet in de buurt van de receptie.

Website: Twyfelfontein Country Lodge

Swakopmund
Lifestyle Apartments in Swakopmund is een appartementencomplex. Mijn kamer had 2 verdiepingen, met bovenaan de trap de slaapkamer en beneden een lekkere woonkamer en keuken. Snel internet hier door eigen versterker per kamer. Een echt lekkere plek om na de lange reis een middag bij te komen. Binnen 10 minuten lopen ben je in het centrum van Swakopmund.

Website: Lifestyle Apartments

Kaapstad
Klein Bosheuwel is een bed&breakfast in een villa in de wijk bij de tuinen van Kirstenbosch. Mijn kamer had een kamerbreed raam met uitzicht op de riante tuin van de villa. Ontbijt is Engels georiënteerd (de eigenaren komen daar oorspronkelijk vandaan), het personeel komt uit Zimbabwe. Beetje tuttig allemaal, maar ik vond er de rust die ik zocht aan het einde van deze reis.

Website: Klein Bosheuwel Guesthouse
Kosten: 70 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Het eten voor toeristen in Namibië is erg goed, dat is zeker ook een pluspunt ten opzichte van andere ‘safarilanden’.

Ontbijt
Het ontbijt was bijna overal in buffetvorm. Hier doet zich de Duitse connectie het best gelden: er waren altijd kaas en vleeswaren, en vaak ook lekkere broodjes. Dat smaakt mij, samen met de ook aanwezige fruitsalade en yoghurt, een stuk beter dan het standaard Engels-georiënteerde ontbijt dat je elders in Afrika veel ziet (met toast en ei).

Lunch
Voor de lunch stopten we meestal ergens bij een restaurant, en mochten daar naar eigen keuze iets van de kaart uitzoeken. Een enkele keer kregen we, om tijd te winnen, een lunchpakket mee vanuit de lodge.

Diner
In de lodges kregen we meestal wild te eten: gemsbok, springbok, kudu. Vaak was er ook een buffet, of een braai (barbecue).

In de kustplaatsen Swakopmund en Lüderitz kun je ook goed vis eten. Bij het eten dronk ik meestal het locale bier (Windhoek Draught) of uit Zuid-Afrika geïmporteerd guavesap. Onze waterflessen vulden we gewoon met kraanwater, dat is prima te drinken.

Kosten

In Namibië betalen ze met de Namibische dollar. Deze is 1-op-1 gekoppeld aan de Zuidafrikaanse rand, en je kunt ze allebei gebruiken om te betalen. Uit de pinautomaten krijg je vaak een mix van deze twee valuta. Ik heb steeds gepind met mijn ING-bankpas, dat ging prima. Wat me opviel is dat er bij elke truckstop, elk benzinestation wel een geldautomaat is. Dus ook ver van de steden kun je gemakkelijk aan geld komen.

In totaal gaf ik (exclusief de internationale vlucht) 213 EUR per dag uit. Dat komt vooral door de hoge kosten van de tour, volledig verzorgd en gebruik makend van de beste lodges ter plekke. In Namibië is het daarnaast een stuk duurder dan in het buurland Zuid-Afrika. Bijna alles moet worden geïmporteerd.

Leave a comment